Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Politieke Avond van 6 april 2021
Agenda bijlagen Agenda Politieke Avond 6 april 2021.docx A A.1
- DIGITALE RAADZAAL Volg de drie onderwerpen in de digitale Raadzaal via: https://www.twitch.tv/gemeenteraadduiven 19.30-20.25 uur - Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - ronde tafel De Liemerse gemeenten moeten maatregelen nemen om goed om te gaan met een veranderend klimaat. Aan de raad wordt gevraagd of zij in kunnen stemmen met de ambities zoals inzetten op bergingscapaciteit zodat regenwater bewaard kan worden voor droge periodes. 0. Behandeladvies Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers.docx 1a. Raadsvoorstel Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - getekend.pdf 1b. Raadsvoorstel Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - 201498065.pdf 2. Concept Raadsbesluit Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers.pdf 3. Bijlage 1 - Definitieve rapportage Stresstest (201501882).pdf 4. Bijlage 2 - P20-0022-036 Voorstel beleidsambities klimaatadaptatie.pdf Pro Duiven - Beantwoording Technische vragen Deltaplan Klimaatadaptatie.docx GroenLinks - Beantwoording Technische vragen Deltaplan Klimaatadaptatie.docx
A.2
20.30-22.00 uur – Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven - debattafel De gemeente wil de hoeveelheid restafval van inwoners verminderen zodat o.a. goed gescheiden afval hergebruikt kan worden als grondstof. De raad wordt voorgesteld om in te stemmen met de concrete plannen om dit doel te bereiken. 0. Behandeladvies Grondstoffenplan samen minder afval gemeente Duiven.docx 1a. Raadsvoorstel Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven - getekend.pdf 1b. Raadsvoorstel Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven.pdf 2. Concept Raadsbesluit Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven.pdf 3. Bijlage - Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven.pdf 4.
Bijlage - Enigma Research - Duiven - Van Afval naar Grondstof - resultaten onderzoek.pdf 9-2 CDA - Technische vragen Grondstoffenplan 9 febr 2021 met beantwoording.docx 9-2 Lokaal Alternatief - Technische vragen grondstoffenplan 9 febr 2021 met beantwoording.docx 9-2 PvdA - Technische vragen grondstoffenplan 9 febr 2021 met beantwoording.docx 9-3 Zetel Nooijen - Technische vragen Afvalbeleid Duiven - 9 mrt 2021 met antwoorden.pdf 9-3 DOED - Vraag nav politieke avond 9 februari 2021 Grondstoffenplan - 9 mrt 2021 rev PBG AdG.cleaned (002).docx 9-3 Pro Duiven - Technische vragen Samen minder afval - 9 mrt 2021 met antwoorden.pdf Pro Duiven - Technische vragen Samen minder afval aanvullende beantwoording.docx 9-3a DOED - extra vragen PA 9 maart 2021 met antwoorden.pdf 101228 Onderzoek Diftar IPR Normag RWS 25-01-2021.cleaned.pdf Nascheiding.docx Presentatie Grondstoffenplan Ronde Tafel Duiven 9 febr 2021.pptx rapport-analyse-benchmark-afval-peiljaar-2019-def2(6).cleaned.pdf
A.3
22.05-22.30 uur – Grondexploitatie Weidekervel - ronde en debattafel Het college wil 12 woningen bouwen op het grondgebied bij de Weidekervel waar vroeger een kinderdagverblijf stond. Om dit mogelijk te maken moet de gemeenteraad instemmen met de voorgestelde grondexploitatie 0. Behandeladvies Grondexploitatie Weidekervel.docx 1a. Raadsvoorstel Grondexploitatie Weidekervel - getekend.pdf 1b. Raadsvoorstel Grondexploitatie Weidekervel.pdf
2. Concept Raadsbesluit Grondexploitatie Weidekervel.pdf B B.1
- DIGITALE PUBLIEKSRUIMTE Volg de drie onderwerpen in de Digitale Publieksruimte via: https://www.twitch.tv/gemeenteraadduiven2 19.30-20.25 uur – Politie Presentatie - ronde tafel Tijdens deze ronde tafel worden de jaarcijfers 2020 van de politie toegelicht en er is gelegenheid om hier vragen over te stellen. 0. Behandeladvies Presentatie politie.docx Jaarverslag 2020 gemeente Duiven_.pdf
B.2
20.30-21.15 uur – Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022 - ronde en debattafel De gemeente werkt soms samen met andere gemeenten uit de regio om als regio sterk te staan of efficiënter beleid te kunnen maken. Ze werkt bijvoorbeeld samen in de regio om de veiligheid en gezondheid goed te regelen (VGGM) of om vervoer te regelen voor groepen mensen die niet met normaal openbaar vervoer kunnen (BVO-DRAN). Deze regionale samenwerkingsverbanden hebben allen een eigen begroting en deze worden vooraf voorgelegd aan de gemeente Duiven zodat zij daar invloed op kan uitoefenen. 0. Behandeladvies Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022.docx 1a. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022 - getekend.pdf 1b. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022.docx 2. Concept Raadsbesluit Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022.docx 3a. Bijlage - Aanbiedingsbrief begroting 2022.pdf 3b. Bijlage - VGGM ontwerpbegroting 2022 tbv raadconsultatie.pdf 4. Bijlage - Uitgaande brief met zienswijze.pdf Link naar de webinar over de verdeelsleutel VGGM en 24-7 post brandweer EDE.docx presentatie_raadsinformatie_11_maart_verdeelsleutel_brandweer_VGGM.pdf presentatie_11_maart_2021_brandweer_Ede.pdf Beantwoording Technische vragen Ontwerpbegroting 2022 VGGM Lokaal Alternatief.docx
B.3
21.20-22.00 uur – Verordening raadsonderzoek gemeenteraad Duiven 2021 - ronde en debattafel Op dit moment heeft de raad van de gemeente Duiven geen verordening vastgesteld voor het kunnen uitvoeren van een raadsenquête. Dankzij dit initiatiefvoorstel kan de raad straks wel raadsonderzoeken en raadsenquêtes initiëren. 0. Behandeladvies Initiatiefvoorstel Raadsonderzoek.docx 1b. Initiatief Raadsvoorstel verordening raadsonderzoek.docx 2. Concept Raadsbesluit verordening raadsonderzoek.docx 3. Bijlage - Verordening raadsonderzoek Duiven 2021.docx 4. College van B&W - Zienswijze over initiatiefvoorstel D66 Verordening raadsonderzoek.pdf
Agenda bijlagen 1 Agenda Politieke Avond 6 april 2021.docx
Agenda Politieke Avond 6 april 2021 DIGITAAL Het zijn vaste begin- en eindtijden. Digitale Raadzaal
Digitale Publieksruimte
Tijdstip: 19.30 – 20.25
Tijdstip: 19.30 – 20.25
Onderwerp: Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers
Onderwerp: Politie Presentatie
Ronde tafel Portefeuillehouder: weth. Tiedink
Ronde tafel Portefeuillehouder: burg. Hieltjes
Voorzitter: Hans Egtberts
Voorzitter: Mathieu Maanders
Tijdstip: 20.30 – 22.00
Tijdstip: 20.30 – 21.15
Onderwerp: Grondstoffenplan Samen minder afval gemeente Duiven
Onderwerp: Zienswijze ontwerpbegroting VGGM 2022
Debattafel Portefeuillehouder: weth. Spaargaren
Ronde en Debattafel Portefeuillehouder: burg. Hieltjes
Voorzitter: Sybrand Feenstra
Voorzitter: Clemens Koning
Tijdstip: 21.20 – 22.00 Onderwerp: Verordening raadsonderzoek gemeenteraad Duiven 2021 Ronde en debattafel Portefeuillehouder: D66 Voorzitter: Clemens Koning
Tijdstip: 22.05 – 22.30 Onderwerp: Grondexploitatie Weidekervel Ronde en debattafel Portefeuillehouder: weth. Goossen Voorzitter: Henk Albers
Error! No document variable supplied./26-03-21
pagina 2
A.1 19.30-20.25 uur - Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - ronde tafel 1 0. Behandeladvies Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers.docx
Onderwerp Ondertitel
Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Belangrijkste bespreek- en/of beslispunten
Historie
Termijn
Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers De Liemerse gemeenten moeten maatregelen nemen om goed om te gaan met een veranderend klimaat. Aan de raad wordt gevraagd of zij in kunnen stemmen met de ambities zoals inzetten op bergingscapaciteit zodat regenwater bewaard kan worden voor droge periodes. Wethouder Tiedink Zaaknummer Z/21/076825 Rutger Traag – r.traag@1stroom.nl Team realisatie en beheer. Het college stelt voor om een kaderstellende uitspraak te doen door de volgende beleidsambities vast te stellen: 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak; 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades; 3: We benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes; 4: Inwoners worden regelmatiger geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand.
Tijdens de gezamenlijke raadsbijeenkomst Duiven-Westervoort van vorig jaar op 10 februari 2020 heeft de organisatie u als raad geïnformeerd over het Deltaplan Ruimtelijke Klimaat Adaptatie (DPRA) en de stappen die zij daarin hebben gezet (in beeld brengen kwetsbaarheden in de stresstesten) en gaan zetten (risicodialoog en uitvoeringsprogramma). Er is geen harde (wettelijke) deadline voor besluitvorming. Als dit kader is vastgesteld gaat de organisatie een uitvoeringsprogramma maken. Dat wordt volgens planning in het najaar 2021 aan de gemeenteraad voorgelegd.
Politieke Avond Voorzitter H. Egtberts Behandeladvies
6 april 2021 Ronde Tafel Griffie Zaal Domein Duur E.N. Bosscha Digitale Raadzaal Omgeving 55 Minuten De bespreking staat in het teken van een Ronde Tafel waarbij er gelegenheid tot het stellen van informatieve vragen over het voorstel. Technische vragen dienen vooraf gesteld te worden, dit kan via griffie@duiven.nl. Bij technische vragen gaat het vaak om verzoeken tot feitelijke informatie (wie/wat/waar) die een ambtenaar kan beantwoorden. Overige vragen (o.a. waarom-vragen) kunnen op de avond zelf worden gesteld.
Spreekrecht publiek
Op een volgende Politieke Avond is een Debattafel voorzien. Men kan meepraten aan de ronde tafel; bij de debattafels is het woord aan de politieke fracties. Aanmelden via griffie@duiven.nl. Voor meer informatie https://www.duiven.nl/meedoen
Opbrengst van de tafel Raadsvergadering 1 juni 2021
1 1a. Raadsvoorstel Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - getekend.pdf
1 1b. Raadsvoorstel Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers - 201498065.pdf
*ZFD937CB62C* RAADSVOORSTEL Onderwerp : Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/21/076825/201498065
Opsteller
: Rutger Traag
Portefeuillehouder
Team
: Realisatie en
: wethouder Tiedink
beheer Telefoonnr. __________________________________________________________________________ Samenvatting Binnen de Liemerse samenwerking (gemeenten Westervoort, Zevenaar en Duiven en het waterschap Rijn en IJssel) wordt momenteel gestalte gegeven aan het ‘Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie’. Na het in beeld brengen van de kwetsbaarheden voor klimaatverandering in de Liemerse stresstest zijn risicodialogen opgezet. Hierin zijn op verschillende manieren inwoners en stakeholders betrokken bij het thema klimaatadaptatie en de beeldvorming rond dit thema. Op basis van het participatietraject en de resultaten van de stresstest (zie bijlage van de memo voor uitkomsten en opzet van de participatie-opzet) stellen we beleidsambities voor. In de bijgevoegde memo worden de beleidsambities nader toegelicht. De raad wordt gevraagd de ambities als beleidskader vast te stellen als basis voor het uit te werken uitvoeringsprogramma.
Beslispunten Wij stellen u voor om een kaderstellende uitspraak te doen door de volgende beleidsambities vast te stellen: 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak; 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades; 3: We benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes; 4: Inwoners worden regelmatiger geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand. Aanleiding Tijdens de gezamenlijke raadsbijeenkomst Duiven-Westervoort van vorig jaar op 10 februari 2020 hebben wij uw raad geïnformeerd over het Deltaplan Ruimtelijke Klimaat Adaptatie (DPRA) en de stappen die wij daarin hebben gezet (in beeld brengen kwetsbaarheden in de stresstesten) en gaan zetten (risicodialoog en uitvoeringsprogramma). Wij pakken dit binnen de Liemers gezamenlijk op met de gemeenten Westervoort, Duiven, Zevenaar en Waterschap Rijn en IJssel. Het DPRA geeft invulling aan afspraken uit het landelijke ‘bestuursakkoord Klimaatadaptatie' waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. De beleidsambities bevatten inhoudelijke keuzes voor de langere termijn.
Ze zeggen iets over de wijze waarop we onze (openbare) buitenruimte in de toekomst klimaat adaptief vorm gaan geven en inrichten. Daarom vragen
Pagina 1
wij uw raad deze beleidsambities vast te stellen. Door inhoudelijke bespreking willen wij de gemeenteraad de mogelijkheid geven aan te geven wat zij hierin belangrijk vindt. Deze beleidskaders vormen de uitgangspunten voor een dynamisch uitvoeringsprogramma voor de komende 30 jaar. Planning Na de uitvoering van de stresstest (stap 1 in het DPRA) hebben we stap 2 uitgevoerd (de risicodialoog) met als opbrengst de voorliggende beleidsambities. De derde ambitie in het DPRA is het opstellen van een uitvoeringsprogramma waarmee het programma verankerd wordt in gemeentelijk beleid. Hierbij worden maatregelen integraal uitgewerkt in samenhang met parallel lopende programma’s (bijvoorbeeld de nieuwe Omgevingswet en/of de Regionale Energiestrategie) en worden de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Ook maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven kunnen input leveren voor het uitvoeringsprogramma. Mogelijkheden zullen onderzocht worden om deze groepen nog meer te betrekken bij te nemen maatregelen in de toekomst. Uiteindelijk wordt het uitvoeringsprogramma in het vervolg voorgelegd aan uw raad ter besluitvorming. De planning is om dit te doen in het najaar 2021. Wij zullen dan ook ingaan op de wijze en de frequentie waarop wij het programma in het vervolg met de raad evalueren.
Beoogd effect Het vaststellen van een inhoudelijk kader voor de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma voorziet in de lokale aanpak van het DPRA binnen gemeente Duiven en wordt uitgevoerd met Waterschap Rijn en IJssel. Voorliggende beleidsambities zijn opgesteld op basis van de resultaten van de stresstest en de raadpleging van gemeenteraad, bevolking en stakeholders. Deze geven de richting aan waar wij op in willen zetten als het gaat om klimaatadaptatie. Na vaststelling van de beleidsambities gaan wij deze verder inkleuren en concretiseren in maatregelen en doelstellingen. Vervolgens kan uw raad keuzes maken bij de behandeling van het uitvoeringsprogramma. Argumenten 1.1. De gemeente moet uitvoering geven aan klimaatadaptatie vanuit de zeven ambities van het Delta Programma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Vanuit het DPRA zijn een zevental ambities geformuleerd waaraan gemeenten uitvoering geven. De eerste ambitie, de stresstest, is afgerond. In 2020 is uitvoering gegeven aan de volgende ambitie, de risicodialoog. De opbrengsten uit deze dialoog zijn samengevat in bijgevoegde memo. 1.2.
De bijgevoegde memo met beleidsambities is opgesteld na de enquêtes en consultatierondes en is derhalve het resultaat van maatschappelijke participatie De risicodialoog is binnen de werkregio De Liemers ingevuld als een brede dialoog, waarbij zo veel mogelijk partijen (ambtenaren, inwoners en ondernemers) geïnformeerd zijn over en betrokken zijn bij het onderwerp klimaatadaptatie. Het doel hierbij was om op te halen waar de samenleving prioriteiten legt en waarop moet worden ingezet bij toekomstige inrichting van de (openbare) ruimte. In bijgaande memo staat beschreven hoe dit participatietraject is verlopen. 1.3. Door vaststelling van de inhoudelijke beleidsambities, liggen de inhoudelijk kaders vast voor verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma
Pagina 2
De geformuleerde beleidsambities vormen de kaders die binnen de gemeente aangebracht worden als het gaat om ruimtelijke adaptatie. Het vormt de basis voor het formuleren van maatregelen om zo werk te maken van ruimtelijke klimaatadaptatie. Het benadert ruimtelijke klimaatadaptatie vanuit verschillende thema’s en vraagt om een integrale aanpak Kanttekeningen De voorliggende beleidsambities geven aan hoe wij om willen gaan met klimaatadaptatie. Er zijn hier natuurlijk kanttekeningen en accenten bij te plaatsen: • De kaders belichten verschillende aandachtspunten maar zijn algemeen Deze beleidskaders vormen de uitgangspunten voor een dynamisch uitvoeringsprogramma voor de komende 30 jaar. Ze bieden voldoende houvast voor concretisering in het uitvoeringsprogramma, maar ook de benodigde flexibiliteit gezien de lange termijn. •
De kaders richten zich op de openbare ruimte en op het informeren van inwoners over mogelijkheden op eigen terrein; er is geen sprake van verplichting van grondeigenaren. Een vergaande ambitie zou een verplichting zijn voor infiltratie van hemelwater op eigen terrein. Dit vergt op dit moment meer onderzoek om de gevolgen te kunnen bepalen. Een belangrijk uitgangspunt waar wel direct op ingezet moet worden is het stimuleren en informeren van grondeigenaren. Daarbij sluiten wij aan op ambitie 5 van het DPRA ‘stimuleren en faciliteren klimaatadaptatie’. •
Een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie bereidt ons voor op onzekere risico’s op de (midden) lang termijn. Overwogen kan worden hiervoor geen voorbereidingen te treffen. Hiermee wordt de kwetsbaarheid voor het sluipend veranderend klimaat steeds groter met onder andere negatieve effecten voor gezondheid voor inwoners (bijvoorbeeld door toenemende hittestress), fysieke veiligheid (bijvoorbeeld door ondergelopen straten) en natuur (bijvoorbeeld door langdurige droogte) als gevolg. Financiële paragraaf Bij de behandeling van het uitvoeringsprogramma DPRA in het najaar kan inzicht gegeven worden in kosten en financiële gevolgen. Daarin nemen wij ook de financieringsmogelijkheden mee die beschikbaar worden gesteld door het Rijk. Het gaat hier om de ZON-regeling (Zoetwatervoorziening Oost Nederland) en de Impulsregeling. Wij verwachten dat het grootste deel van de kosten voor het uitvoeringsprogramma DPRA gedekt kan worden uit de rioolheffingen. Participatie en communicatie Voor de risicodialoog hebben wij gebruik gemaakt van de site ‘Weet van Water’ als landingsplatform voor DPRA de Liemers. Deze site is nog steeds te raadplegen voor informatie over DPRA en lopende zaken in ons gebied en zal ook in het vervolg hiervoor worden ingezet. Voor specifieke informatie voor gemeente Duiven en Westervoort is gebruik gemaakt van de site ‘Samen1nergie’.
De social-media kanalen van beide platforms zijn gebruikt voor de campagnes. Voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt het gesprek aangegaan met stakeholders. Er zal afstemming gezocht worden met andere programma’s om raakvlakken te verkennen en gezamenlijke kansen te combineren. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma worden inwoners en bedrijven betrokken worden om knelpunten in beeld te brengen. Daarbij zullen wij aansluiten bij de digitale aanpak zoals deze ook in het voortraject is toegepast.
Pagina 3
Intergemeentelijke samenwerking De beleidsambitie en de notitie zijn in samenwerking tussen gemeente Westervoort, gemeente Duiven, gemeente Zevenaar en Waterschap Rijn en IJssel opgesteld. De vervolg stappen zullen ook in nauwe samenwerking worden uitgevoerd Bijlagen 201501882 201498104 201498063
Definitieve rapportage Stresstest P20-0022-036 Voorstel beleidsambities klimaatadaptatie Concept Raadsbesluit
Duiven, 16 maart 2021 Burgemeester en wethouders van Duiven,
ing. C.J.(Chris) Papjes secretaris
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
Pagina 4
1 2. Concept Raadsbesluit Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers.pdf
*ZFD937A3AB5* RAADSBESLUIT Zaak- & documentnr. :
Z/21/076825/201498063
Datum besluitvorming :
20 april 2021
__________________________________________________________________________ Onderwerp
:
Beleidsambities Deltaplan Klimaatadaptatie de Liemers
Samenvatting Binnen de Liemers samenwerking (gemeenten Westervoort, Zevenaar en Duiven en het waterschap Rijn en IJssel) wordt momenteel gestalte gegeven aan het ‘Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie’. Na het in beeld brengen van de kwetsbaarheden voor klimaatverandering in de Liemers zijn risicodialogen opgezet. Hierin zijn op verschillende manieren inwoners en stakeholders betrokken bij het thema en de beeldvorming rond het thema. In de bijgevoegde memo worden de beleidsambities nader toegelicht met de vraag aan de raad om deze vast te stellen als basis voor het uit te werken uitvoeringsprogramma De raad besluit De gemeenteraad besluit: 1. Om een kaderstellende uitspraak te doen door de volgende beleidsambities vast te stellen: 1: We werken aan een gezondere en beter bereikbare buitenruimte voor onze inwoners met voldoende biodiversiteit, groen, schaduw en gebruiksgemak; 2: In de Liemers is in 2050 minder kans op wateroverlast in gebouwen dan nu en minder risico op voor de gemeente onverwachte financiële schades; 3: We benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem beter om voldoende water te bewaren voor drogere periodes; 4: Inwoners worden regelmatiger geïnformeerd over klimaatadaptatie op eigen terrein en de acceptatie van klimaateffecten blijft in stand. 2.
het college te mandateren de beleidsambities verder uit te werken in een uitvoeringsprogramma.
de griffier,
de voorzitter,
drs. W.R. (Wouter) Bosch
mr. H.B. (Huub) Hieltjes
1 3. Bijlage 1 - Definitieve rapportage Stresstest (201501882).pdf
De Liemerse Stresstest Klimaateffecten en kwetsbaarheden in de gemeente Duiven, Westervoort, Zevenaar en het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel
Ha
1
Inhoudsopgave 1
DE LIEMERSE STRESSTEST; VIA “WETEN” NAAR “WILLEN” .............................................. 1
1.1
De “harde” en de “zachte” kant....................................................................................... 1
1.2
Uitwerking ...................................................................................................................... 1
2
DE ORGANISATIES .......................................................................................................... 2
2.1
De organisatiescan .......................................................................................................... 2
2.2
De brede bijeenkomst ..................................................................................................... 2
3
DE KAARTBEELDEN ......................................................................................................... 5
3.1
Wateroverlast ................................................................................................................. 5
3.2
Hitte ............................................................................................................................... 9
3.3
Droogte......................................................................................................................... 11
3.4
Waterveiligheid............................................................................................................. 14
3.5
Waterkwaliteit .............................................................................................................. 15
4
ROUTEKAART VOOR HET VERVOLG .............................................................................. 16
4.1
De bestuurlijke tafel en het klimaatatelier ..................................................................... 16
4.2
Ambities en doelstellingen voor het vervolg .................................................................. 17
4.3
Routekaart voor klimaatadaptatie in de Liemers ............................................................ 17
1
DE LIEMERSE STRESSTEST; VIA “WETEN” NAAR “WILLEN”
De Liemerse klimaatstresstest brengt kwetsbaarheden in beeld. Dit gebeurt op de vier klimaatthema’s, wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid, uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Deze stresstest is de eerste stap in de 7 ambities die in het DPRA (figuur 1) zijn geformuleerd; het in beeld brengen van de kwetsbaarheden. Het is daarmee de opstap van gemeenten en waterschap om samen met (private) partijen en met een passende mate van burgerparticipatie vorm te gaan geven aan volgende fases van klimaatadaptatie; van weten (in beeld brengen van de kwetsbaarheden) naar willen (een gedragen perspectief van de opgave) en vervolgens werken (opstellen van een adaptatiestrategie, figuur 2). 1.1
De “harde” en de “zachte” kant
Om tot de stresstest te komen is een spoor gevolgd over de ”harde” en de ”zachte” kant. De “harde” kant gaat daarbij over het verzamelen en presenteren van de feiten. Deels is dit het opbouwen of aanpassen van (bestaande) modellen, maar deels ook het verzamelen en uitleggen van de gevolgen van al eerder uitgevoerd werk. De “zachte” kant gaat veel meer over een zinvolle uitleg van de feiten en het creëren van een gevoel van urgentie bij de juiste partijen. Er zijn gesprekken gevoerd met betrokkenen binnen de ambtelijke organisaties, en daaruit is een organisatiescan gemaakt. Weerman Gerrit Hiemstra heeft op een brede bijeenkomst inzicht gegeven in wat er op Nederland af komt door klimaatverandering en waarom het belangrijk is om hier (nu!) mee aan de slag te gaan. Het laatste kenmerkende onderdeel van de zachte kant is het ’klimaatatelier’. In het klimaatatelier wordt met betrokkenen besproken wat de impact van klimaatverandering en de kwetsbaarheden is en hoe daarop in de toekomst wordt ingespeeld. Het klimaatatelier wordt voorafgegaan door een bestuurlijke tafel. De bestuurlijke tafel en het klimaatatelier vormen de opmaat naar de volgende stap in klimaatadaptatie in de Liemers, namelijk de risicodialoog. 1.2
Figuur 1; De 7 ambities uit het DPRA
Uitwerking
De rest van dit document volgt de verschillende gevolgde werkstappen. In het volgende hoofdstuk volgt een kernachtige weergave van de verkenning binnen de organisaties en de brede bijeenkomst die op 17 januari 2019 is gehouden. Hoofdstuk drie behandelt de uitkomsten van het rekenwerk; welke kwetsbaarheden komen naar boven vanuit de modellen. Hoofdstuk vier bevat de routekaart voor het vervolg; hoe vormen de resultaten van de brede bijeenkomst, het rekenwerk en het klimaatatelier input voor de risicodialogen en hoe wordt dat vervolgens vertaald in adaptatiestrategieën.
Figuur 2; Weten, Willen, Werken
In de bijlagen zijn de uitwerking van de organisatiescan, de verslaglegging van de brede sessie, de losse kaartbeelden en de presentatie en uitkomsten van de toprisico’s van het klimaatatelier opgenomen.
1
2
DE ORGANISATIES
2.1
De organisatiescan
Met de klimaatstresstest maken de gemeenten in de Liemers en waterschap Rijn en IJssel een eerste duidelijke stap in het proces naar een klimaatbestendige inrichting en een organisatie waarin klimaatadaptatie onderdeel is van beleid en handelen. Naast technische analyses wordt ook naar meer organisatorische aspecten gekeken. Vaak liggen belemmeringen voor klimaatadaptatie niet in de techniek - technisch is veel mogelijk - maar juist in de organisatorische randvoorwaarden. Om hier meer zicht op te krijgen zijn gesprekken gevoerd, waarmee we een organisatiescan hebben opgesteld. Deze scan is erop gericht om in beeld te brengen hoe ‘mainstream’ klimaatadaptatie al is binnen betrokken organisaties. Dus op welke vlakken is klimaatadaptatie al verankerd, waar liggen sterke punten van organisaties en waar is nog winst te boeken. Voor het uitvoeren van de organisatiescan maken we gebruik van een governance model dat uitgaat van 5 planningscapaciteiten benodigd voor het mainstreamen van klimaatadaptatie binnen organisaties (zie figuur 3).
Figuur 3; Planningscapaciteiten voor het mainstreamen van klimaatadaptatie (Spatial Planning responses to Climate Change, Grotholt, 2017)
Binnen elk van de organisaties van 1-Stroom (de ambtelijke samenwerkingsorganisatie van de gemeente Westervoort en Duiven), gemeente Zevenaar en waterschap Rijn en IJssel is een dagdeel lang interviews gehouden. Hierin zijn de 5 planningscapaciteiten (wetgeving, institutioneel, sociaal, resources en leren) als leidraad gebruikt. Per organisatie hebben we tussen de 9 en 12 mensen gesproken die, in ieder geval vanuit het eigen werkveld, een betrokkenheid met klimaatadaptatie (zouden moeten) hebben. In de notitie in bijlage 1 worden de resultaten van deze scan per organisatie en per planningscapaciteit gerapporteerd. Op hoofdlijnen is per planningscapaciteit het volgende te concluderen. 2.1.1 Wetgevingscapaciteit Zowel bij 1-Stroom als in Zevenaar ontbreekt een duidelijk beleidsmatig kader met betrekking tot klimaatadaptatie. Handboeken openbare ruimte en watertakenplannen zijn vaak nog traditioneel ingestoken. Er wordt meestal van project tot project gewerkt. Bij het waterschap is een klimaatstrategie en een position paper opgesteld. Het waterschap weegt per ontwikkeling af of ze probleemeigenaar, partner of adviseur is in klimaatadaptatie. Diverse programma’s en (onderhouds)plannen van waterschap Rijn en IJssel krijgen bij actualisatie een duidelijke ‘klimaatadaptatie-insteek’.
2.1.2 Institutionele capaciteit Het aantal collega’s dat rechtstreeks actief aan klimaatadaptatie werkt is bij het waterschap beperkt. Uiteraard raakt het werk van veel wel aan (gevolgen van) klimaatverandering. Calamiteiten (zoals ook de droogte van 2018 is behandeld), zijn door middel van een calamiteitenorganisatie wel goed ondervangen. Bij de gemeenten is het iets uitgesprokener dat met name de vakdisciplines direct invloed uitoefenen op de openbare ruimte, en dus, de mate van klimaatadaptatie. Bij de afdelingen Ruimtelijke Ordening kan nog veel gewonnen worden; al in bestemmingsplannen wordt al dan niet voorgesorteerd op een klimaatrobuuste inrichting van de ruimte. Communicatie vanuit de gemeenten en het waterschap (afdelingen communicatie) kan meer gestructureerd om een duidelijker uitstraling neer te zetten.
2.1.3 Sociale capaciteit Binnen 1-Stroom lopen diverse trajecten om stakeholders mee te laten denken en mee te laten beslissen. In pilots worden bewoners zelfs zeer vrij gelaten over hoe zij de eigen wijk in willen richten (burgerparticipatie). De contacten met bedrijven en bedrijventerreinen verlopen goed en dat biedt mogelijkheden om (verder) samen op te trekken. In Zevenaar zijn bewoners/dorps-/wijkraden betrokken bij het (her-)inrichten van wijken/dorpen. Via basisscholen worden toekomstige generaties aangesproken over klimaat- en ruimtelijke adaptatie. Waterschap Rijn en IJssel sluit landelijk aan bij verschillende kennisnetwerken. Daarnaast heeft ze zitting in de afvalwaterteams in het hele gebied. Gebiedsbeheer vindt voor de dagelijkse gang van zaken plaats voor en met stakeholders. Specifiek in het kader van klimaatverandering is die samenwerking minder. Het waterschap wil haar kennis hierover bundelen en verspreiden via haar website weetvanwater.nl. Uitkomsten van de stresstest worden ontsloten via de klimaat-effectatlas. 2.1.4 Resource capaciteit Er is behoefte aan flexibiliteit, met name bij de beheertaken. Veranderingen en de fysieke omgeving (al dan niet door klimaatverandering) vragen per situatie soms een net andere aanpak. Dat wordt niet gefaciliteerd door bijvoorbeeld handboeken die te streng aan standaarden vasthouden.
Vaak is bij ingrepen binnen de gemeenten een integrale aanpak (groen, bomen, waterpartijen en hoe wordt een weg en omliggende ruimte ingericht) beter om klimaatrobuust in te richten. Kennis bij mensen ‘tussen de oren’ is een risicofactor bij de overheidspartijen. Mensen met gebiedskennis worden ouder en daarmee dus ook de vanzelfsprekendheid van goed gebiedsbeheer. Het is belangrijk om management en politiek voldoende mee te nemen; ambtelijk wordt (soms onbewust) vaak al veel aan klimaatadaptatie gedaan. Ook de samenwerking met stakeholders kan ervoor zorgen dat nieuwe manieren van werken in projecten van de grond komen en kennis en resources beter kunnen worden benut. 2.1.5 Leer capaciteit De gemeenten geven te kennen dat kennis- en informatiedeling binnen de afdelingen beter kan. De afdelingen Realisatie en beheer bezitten een schat aan informatie over de buitenruimte, waar afdelingen Ruimte, maar ook het Sociaal Domein in de combinatie veel aan kunnen hebben. Afstemming over werkzaamheden, inzet van intranet en bredere bijeenkomsten worden genoemd als instrumenten om van elkaar te leren en samen (integraal) op te trekken. Een belangrijke stok achter de deur kan zijn het opnemen van een standaard ‘ruimtelijke adaptatie’-check voordat stukken naar de Raad gaan. Voor het waterschap is het belangrijk om ‘leren in het veld’ tussen de verschillende stroomgebieden te faciliteren.
In Arnhem en Lichtenvoorde wordt gevoelsmatig al langer en meer gedaan op het gebied van klimaatadaptatie. Het waterschap ziet een duidelijke rol in het stroomlijnen en beschikbaar stellen van informatie uit bijvoorbeeld stresstesten. Het omgaan met ‘nieuwe’ soorten en verschijnselen vraagt nog wel inspanning (bijvoorbeeld hoe om te gaan met bevers die waterkeringen beschadigen of het bestrijden van nieuwe invasieve plantensoorten). 2.2
De brede bijeenkomst
Op 17 januari 2019 hebben we een brede sessie georganiseerd. Het programma stond in het teken van een brede aftrap van klimaatadaptatie in de regio. Er waren bezoekers van vooral de gemeenten en het waterschap. Maar ook enkele buurtschappen, wijkraden en nuts-beheerders waren van de partij. De onderdelen van de bijeenkomst waren als volgt: • • • •
Peilingen Mentimeter. Klimaat en het Weer (Gerrit Hiemstra). Bestuurspodium. Klimaatadaptatie in de Liemers na vandaag.
2.2.1 Peilingen Mentimeter Het programma is afgetrapt met het ‘peilen van het sentiment’. Daarvoor is het online platform ‘Mentimeter’ gebruikt. Door middel van een wordcloud (zie figuur 4) zijn de kenmerkende steekwoorden opgehaald bij de aanwezigen. In bijlage 2 zijn alle behandelde vragen en antwoorden opgenomen.
2
Gerrit: ”de 2 graden norm die in Parijs gesteld is, is een wereldwijd gemiddelde. Bij ons zal de temperatuur dus minder hard stijgen dan op de polen. Maar er zijn natuurlijk ook landelijke temperatuurstijgings-voorspellingen waar we rekening mee houden wanneer we de effecten van klimaatverandering beschouwen” Over dat rivieren veranderen van gletsjer rivieren naar regenrivieren, verder uitslijpen en dieper worden zegt Gerrit gekscherend: “Als de rivier maar snel genoeg zakt, dan hoeven we niks meer aan de dijken te doen”. Door zeespiegelstijging neemt wel het verval af. Daardoor kunnen de grote rivieren minder goed hun water afvoeren. Stroomopwaarts kun je dan problemen krijgen met de waterveiligheid. Dat zijn wel degelijk onderwerpen waar Oost Nederland mee te maken krijgt. Enkele uitspraken van Gerrit Hiemstra die leiden tot nadenken: “Per graad opwarming heb je een verhoging van de intensiteit van neerslag van 14%”. “De buien zullen dus omvangrijker worden, en intenser” In relatie tot de hittestresskaart: “Bijzonder is dat je de industriegebieden er goed uit kunt halen” “Eigenlijk is het heel simpel: waar je veel verharding hebt, en weinig groen, heb je meer last van hitte en droogte” Conclusie op het gebied van bomen: de groei van bomen vreet energie.
Hoe meer bomen, hoe meer water er verdampt en hoe minder er overblijft om de lucht op te warmen; dit is erg positief voor problemen als hittestress. “Het is niet altijd maar wijzen naar de gemeente en overheid, maar er is ook veel dat je zelf kan doen” Figuur 4; Wordcloud Mentimeter
“In Italië hebben ze dikke muren en dat is niet voor niks, daar komt de warmte niet doorheen” “Mijn pleidooi is zo vroeg mogelijk in het proces aandacht te besteden aan klimaatadaptatie”
Droogte is het meest genoemd: door 17 van de 45 respondenten. Water gerelateerde problemen worden hierna het vaakst genoemd. Ook veel antwoorden zijn gerelateerd aan klimaatadaptatie (oplossingen) en niet persé klimaatverandering (oorzaak).
“Beste gemeenten: plaats meer laadpalen! We zullen op korte termijn van die fossiele brandstoffen af moeten”.
Figuur 6; ”Wanneer werd jij getriggerd om echt met klimaatadaptatie aan het werk te gaan?” Figuur 5; Impressie van de brede bijeenkomst
2.2.2 Klimaat en het Weer Wanneer werd iemand als Gerrit Hiemstra nou getriggered om echt met klimaatadaptatie aan het werk te gaan? “Kijk het punt is dat ik met het verschijnsel zelf al langer mee bezig, misschien al sinds een jaar of 10. De laatste twee jaar heb ik me daar actiever mee gemoeid. Uiteindelijk moet de hele maatschappij veranderen, maar dat kan pas als je zelf mentaal de knop hebt omgezet. Ik heb zelf gemerkt, als je dat doet, dan kijk je zelf ook anders tegen de wereld aan” Gerrit legt uit dat de temperatuur op de polen bovengemiddeld snel stijgt. Vraag vanuit het publiek die volgt is: ”valt de temperatuurstijging dan bij ons lager uit? Is het beeld rooskleuriger?”.
3
2.2.3 Bestuurderspodium De volgende bestuurders waren op de bijeenkomst aanwezig. We hebben hen een aantal vragen en stellingen voorgelegd: • • • 1.
Berend Jan Bussink Hans Sluiter Gemma Tiedink
Waterschap Rijn en Ijssel Gemeente Westervoort Gemeente Duiven
maken; als je het verhaal goed weet te vertellen, dan weet de Raad wel geld vrij te maken. Vervolgens, bij alles wat je doet moet je even nadenken, is dit nou handig in verband met het klimaat. Ik krijg wekelijks de vraag of er meer parkeervakken bij kunnen komen. We vinden die auto toch nog ongelofelijk belangrijk; da’s niet handig met het oog op klimaatadaptatie” Gerrit Hiemstra: “De oudere generatie kwam aan bod, maar ik zou zeggen, betrek ook de jongere generatie. De jongere generatie moet het er nog het langst mee doen. De jongere generatie kijkt op een hele andere manier aan tegen deze problematiek”
Wat is, denkt u, de grootste uitdaging die op de gemeenten en het waterschap afkomt als u het verhaal van Gerrit zojuist heeft gehoord?
Berend Jan: “Je wordt in de discussie heel erg gestuurd door het moment zelf. Toen het weer groen werd, dacht iedereen dat de droogte voorbij was. In de ondergrond was er nog een groot watertekort” Hans over de presentatie van Gerrit: “Op de eerste plaats voel ik me ongemakkelijk, want het zijn verhalen die me bang maken. Ik zou het mooi vinden als we een verhaal konden verzinnen waar we allemaal blij van kunnen worden” Gemma: “Duurzaamheid en klimaatadaptatie/energietransitie/circulaire economie. Landelijk wordt de druk opgevoerd. Ik ben heel blij met de informatie vandaag over klimaatadaptatie, want daar moeten we met zijn allen keihard mee aan de slag” De grootste uitdaging: “ik zie de belangrijkste uitdagingen in de droogte. We zijn als Nederland erg bezig geweest met het water, om dat af te voeren” 2.
Waar ziet u nu de grootste opgave bij het klimaatbestendig maken van de Liemers?
Berend Jan: “Je wordt in de discussie heel erg gestuurd door het moment zelf. En je moet gebruik maken van die momenten” Hans: “Je moet voordenken, niet nadenken, want dan ben je te laat” 3.
Wat is uw droom? Wat ziet u voor zich bij een klimaatbestendig Liemers?
Gemma: “Ik zou het mooi vinden als we deze opgave gebruiken om tegelijkertijd de biodiversiteit ook een boost te kunnen geven; de bij-vriendelijkste regio van Nederland wordt De Liemers” 4.
Welke voordelen ziet u in de samenwerking tussen de gemeenten Zevenaar, Duiven en Westervoort op dit vlak? En met het waterschap?
Hans: “We werken samen in de Liemers, onder andere op dit niveau. Het heeft ook een mooie schaal, ons kent ons, goed om resultaten te halen; op hogere schaal komt meer kennis en kapitaal samen”
Figuur 7; Bestuurders aan het woord
2.2.4 Klimaatadaptatie in de Liemers na vandaag Afsluitend zijn de eerste inzichten van de stresstest gedeeld met de aanwezigen. Het vervolg van de aanpak is behandeld. Iedereen is naar huis gestuurd met een lekkernij en een overpeinzing. Enkele kreten uit de afsluiting: ”Klimaatverandering zorgt voor een groot aantal gevolgen die risico’s met zich meebrengen. Niet elk risico kun je wat tegen doen. Wat zijn aanvaardbare risico’s en wat niet?” “We gaan bij de klimaattafels bespreken welke risico’s we wel en niet accepteren”
Gemma: “De samenwerking die ingezet is met de Liemerse gemeenten en het waterschap is echt een hele goede stap”
“Bij de klimaatstresstest proberen van kwaad naar erger te simuleren”
5.
“De drie gemeenten meten aan het grondwater, hoe diep zit het grondwater? Wat is dan de verwachting als er minder water komt, hoe het grondwater daarop gaat reageren?” “Hoe tolerant zijn de gewassen, plant- en boomvakken tegenover een dalend grondwaterpeil?”
Hoe kijkt u aan tegen de rol van de gemeente(n) en andere partijen en bewoners waar het gaat om klimaatadaptatie?
Berend Jan: “De burger kan zelf heel veel doen, maar de burger is daar helemaal niet van op de hoogte; het waterschap heeft een voorbeeldfunctie, maar wordt op calamiteiten afgerekend. Wij kennen het gebied, als regio weet je waar je staat, wat iedereen moet doen. Er is zoveel kennis al aanwezig en we moeten een maatschappelijke noemer vinden om kennis te delen met burgers” Hans: “Als je de inwoners mee wil krijgen, dan moet je dat (klimaatadaptatie) heel goed uitleggen” Gemma: “Als gemeente moeten we een voorbeeldrol nemen en met burgers en bedrijven klimaatadaptatie samen aanpakken” 6.
Wat wilt u de zaal nog meegeven zo bij de start van dit proces?
Berend Jan: “We moeten heel veel investeren in kennisoverdracht” Op het gebied van windmolens: “Wen er maar vast aan, want ze komen er te staan” Hans: “We zijn een bedrijventerrein aan het afkoppelen, dat pakken we integraal aan. In het Coalitieakkoord staat in dat we moeten vergroenen. Vergroenen maakt je dorp mooier en leefbaarder. Van klimaatadaptatie moeten we een positief verhaal
“Als er maar een beperkte waterdiepte in de sloot staat, dan kan blauwalg zijn gang gaan” “Er zijn heel veel neveneffecten te koppelen aan klimaatverandering, die allemaal de beleving van de openbare ruimte aantasten” “Wat zijn de gebieden waar je wel en niet overstromingen zou toelaten (met het oog op bijvoorbeeld gevaarlijke bedrijven)?” “Bij herhalingstijd van ééns in de 1000 jaar hebben we zelfs instromend water vanuit achter de dijken van Duitsland” 4
3
DE KAARTBEELDEN
Uit verschillende bronnen is materiaal gebruikt om kaartbeelden te produceren waar, thematisch, klimaateffecten zijn verbeeld. De thema’s van de klimaatstresstest zijn wateroverlast, hitte, droogte, waterveiligheid. Aanvullend is naar het thema waterkwaliteit gekeken. Dit hoofdstuk behandelt per thema de belangrijkste uitgangspunten en de (meest opvallende) uitkomsten. De opbrengsten van het reken-, modelleer- en visualiseerwerk worden gebruikt om het klimaatatelier vorm te geven. Van daaruit volgt het gesprek met belanghebbenden in de risicodialogen. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde kaartbeelden opgenomen. De scope van de analyses die werden uitgevoerd, is als volgt: • De analyses en berekeningen zijn bedoeld om zwakke plekken in het watersysteem in kaart te brengen bij extreme neerslaggebeurtenissen. • Deze analyses geven inzichten in boven-normatieve omstandigheden. Ze zijn bedoeld als input voor het klimaatatelier, en, later, voor de risicodialoog; ze zijn absoluut niet normatief, noch bedoeld om maatregelen op te stellen. • De modellen die gebruikt worden, zullen worden beoordeeld en opgebouwd volgens keuzen die horen bij bovennormatieve omstandigheden. Indien er na deze stresstesten verfijndere berekeningen nodig zijn, of het doorrekenen van maatregelen wordt nodig, dan zal opnieuw moeten worden beoordeeld of de gebruikte modellen voldoen of moeten worden verfijnd. 3.1
Wateroverlast
3.1.1 Uitgangspunten De analyses van wateroverlast voor de stresstest zijn uitgevoerd op basis van bestaande gegevens: 1. De standaard neerslaggebeurtenissen voor de stresstest (zie internet). 2. Het bestaande Sobek model (inclusief RR paved en unpaved) voor het landelijk en stedelijk gebied van de Liemers. 3. Een afwateringsgebieden kaart, behorend bij het Sobek model landelijk gebied. 4. Het bestaande Sobek model van de riolering van Zevenaar. Basisinformatie van de riolering van Duiven en Westervoort (in Kikker) bevat teveel hiaten, in overleg met de gemeente is besloten om hier in dit project niet aan te rekenen; 5. Het rekenconcept van Tygron voor analyses van stroming van water op maaiveld (zie internet). In de notitie ‘standaardisatie neerslaggebeurtenissen stresstest wateroverlast’ wordt een aantal buien en een aantal beginsituaties voorgesteld om te gebruiken in de stresstest. De buien met de grootste meerwaarde om door te rekenen voor de Liemers zijn: • lokaal T=100 van 70 mm in 1 uur; en • lokaal T=1000 van 160 mm in 2 uren. Beide met de GHG als begintoestand van het stroomgebied. Deze buien geven een goed beeld van de bandbreedte qua inundatie van de set aan buien genoemd in de notitie. Beide buien zijn geschikt om toe te passen om de kwetsbaarheid van het hele stroomgebied van de Liemers, zowel stedelijk als landelijk gebied, door te rekenen.
De volgende berekeningen zijn vervolgens uitgevoerd: a. Sobek landelijk en stedelijk gebied: voor het in beeld brengen van inundatie vanuit de watergangen bij extreme gebeurtenissen (stroomgebiedsschaal, landelijk, meerdere dagen doorrekenen). b. Sobek rioleringssystemen Zevenaar: voor het toetsen van de afvoercapaciteit van de riolering en in beeld brengen water op straat. c. Tygron: voor het in beeld brengen van stroming over maaiveld als gevolg van kortdurende heftige neerslaggebeurtenissen voor zowel landelijk als stedelijk gebied.
5
3.1.2 Wat zegt de expert ervan Figuur 8 verbeeldt de panden die door water op het maaiveld al dan niet last (kunnen) krijgen van wateroverlast. Panden gebouwd na 2010 zijn zwartgekleurd. Dit omdat deze panden zeer waarschijnlijk, volgens nieuwe bouwbesluiten, met een hoger vloerpeil zijn gebouwd, waardoor de berekende waterhoogte tegen het pand, ten opzichte van maaiveldhoogten op basis van de AHN niet realistisch zijn; deze panden maken een kleinere kans op wateroverlast dan panden die daarvoor zijn gebouwd.
3.1.3
Resultaten
Figuur 9 laat zien waar welke wegen onder water staan. Figuur 10 laat voor het hele gebied zien hoe oppervlaktewater inundeert en op die wijze zorgt voor wateroverlast. Wat opvalt is dat oude wegen (rondom de kernen) en uitvalswegen in en uit het gebied hoger zijn aangelegd. Bij extreme neerslag valt daardoor op dat uitvalswegen begaanbaar blijven. Verder valt op dat grote, aaneengesloten vlakken verharding tot afstroming komen. Hier is daardoor sprake van wateroverlast en veelal zijn de panden rondom dergelijke gebieden gevoelig voor wateroverlast. Bij inrichting van het terrein is het daardoor van belang dat er ruimtes komen waar het water niet tot problemen leidt. Het gaat er niet om tegen water te vechten, maar de ruimte zo in te richten dat het ergens naartoe kan. Er is sprake van wateroverlast bij extreme situaties (~70 mm in 1 uur, en ~160 mm in 2 uur). Logischerwijs zijn plekken die kwetsbaar zijn, nog zwaarder beïnvloed bij verergering van de neerslag.
Figuur 8; Water tegen panden (laag risico (grijs), reëel risico (oranje), hoog risico (rood), links T=100, rechts T=1000)
6
Figuur 9; Water op straat (laag risico (grijs), reëel risico (lichtblauw), hoog risico (donkerblauw), links T=100, rechts T=1000)
7
Figuur 10; Inundatie vanuit oppervlaktewater, links T=100, rechts T=1000)
8
3.2
Hitte
3.2.1 Uitgangspunten De Sweco-hittestresskaart is uit meerdere componenten opgebouwd die een rol spelen in het stedelijk klimaat. Hittestress wordt naast psychische factoren vooral bepaald door de gevoelstemperatuur. Deze is opgebouwd uit de onderstaande factoren (figuur 11) waarbij luchttemperatuur en straling het belangrijkste zijn in het stedelijk gebied. De luchtvochtigheid is verwaarloosbaar door de kleine verschillen op de schaal van het stedelijk gebied. Voor de wind geldt dat deze variabel is van richting en kracht, maar juist op de warmste dagen vaak afwezig is.
Figuur 11; Factoren van invloed op de gevoelstemperatuur (Jendritzky, 2000)
Als basislaag zijn satellietbeelden van Landsat 8 gebruikt waarmee de oppervlaktetemperatuur van het gebied is bepaald. Deze bestaan uit verschillende banden/signalen waarvan bij de temperatuurbepaling de red band, near infrared band en de thermal infrared band worden gebruikt en bewerkt. Vervolgens zijn verschillende lagen met een koelende factor toegevoegd om de vertaling naar gevoelstemperatuur en hittestress te kunnen maken. Om een lagere gevoelstemperatuur te realiseren is schaduw erg effectief zoals blijkt uit onder andere onderzoek van Martinelli et al. (2015). Er is gekozen om het tijdstip 1 juli 15.00 als uitgangspunt te nemen in de berekening van de schaduw. Het gaat om de zonnestand op een zomerse dag, op een moment waar straling en temperatuur hoog zijn. En daarmee de impact op de omgeving en aanwezigen. De berekening voor de schaduw wordt op basis van de AHN 2 gemaakt. Omdat in deze berekening alleen de schaduw naast objecten wordt bepaald, zijn de locaties van de bomen zelf apart berekend. Schaduw is in het geval van bomen namelijk zowel onder als ernaast aanwezig. Naast schaduw van gebouwen en bomen zijn ook het overig groen en water toegevoegd. Het overig groen als plantsoenen en grasstroken hebben een lager koelend effect op de omgeving en gevoelstemperatuur dan schaduw van bomen of gebouwen en hebben daarom een lagere factor gekregen.
Water heeft gedurende de dag slechts een licht koelend effect zoals blijkt uit onder andere eigen onderzoek (Nieuweboer, 2018). Zie figuur 12 voor een overzicht van de meegenomen factoren.
Figuur 12; Methode opstellen hittestresskaart
9
3.2.2 Wat zegt de expert ervan Op diverse plekken in de Liemers komen hotspots voor.
3.2.3
Resultaten
Wat opvalt zijn de grotere bedrijventerreinen. Grote aaneengesloten vlakken verharding en weinig groen zorgen ervoor dat deze terreinen heet worden. Op verschillende plekken in de kernen (Westervoort, Duiven, Zevenaar) valt ook op dat grotere verharde oppervlakken opwarmen (vooral de bebouwing en parkeerterreinen rondom de gemeentehuizen en winkelcentra). Stroken met groen vallen juist op door de verkoeling. Groepen die kwetsbaar zijn voor hittestress overdag zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Deze hebben een hoger risico op gezondheidsklachten, bij ouderen en ernstig zieken is er een verhoogd risico op vroegtijdig sterven. Deze laatste twee groepen zijn ook kwetsbaar voor nachtelijke hittestress. Locaties/gebouwen met kwetsbare groepen zijn onder andere basisscholen, kinderopvang, verpleeghuizen en ziekenhuizen. De hittestresskaart kan helpen om te zien of deze locaties in een ‘hotspot’ liggen. Overige kwetsbare locaties zijn sport en recreatie- en evenementen-/ winkelterreinen met weinig schaduw en daarmee weinig mogelijkheden om verkoeling te zoeken. Een directere economische factor is het verlies van arbeidsproductiviteit op bijvoorbeeld bedrijven-/industrieterreinen. Op het moment dat deze terreinen onaangenaam opwarmen, vermindert de productiviteit.
Wat verder opvalt is dat de grote verharde oppervlakken waar hittestress een wezenlijke rol speelt, op veel plekken overeenkomen met de plekken waar wateroverlast optreedt. Het blijkt dat deze grote oppervlakken evengoed zorgen voor opwarming als voor het afstromen van (veel) regenwater.
Figuur 13; Hittestresskaart de Liemers
10
3.3
Droogte
3.3.1 Uitgangspunten De droogtestresstest wijst uit wat het effect van langdurige droogte is in het gebied van de Liemers. Dit is gebaseerd op een aantal datasets en aannames. Grofweg bestaat de analyse uit twee delen: een landelijk en een stedelijk deel. Landelijke droogtestresstest Het droogtemechanisme dat voor de grootschalige droogstestresstest is onderzocht is droogtestress door het zakken van grondwater. Data is ingelezen in het grondwatermodel Menyanthes. De data is gevalideerd; onjuiste gegevens zijn verwijderd dan wel aangepast. Regen- en verdampingsdata is geïmporteerd vanuit het KNMI. Op basis van de peilbuisreeksen die geïmporteerd zijn uit Menyanthes en de verklarende klimaatreeksen voor de corresponderende periode wordt per peilbuis een model opgesteld. Deze modellen worden vervolgens gebruikt om grondwaterstanden in de toekomst te voorspellen De getransponeerde klimaatreeksen zorgen ervoor dat de grondwaterstanden veranderen. Als er bijvoorbeeld minder regen en meer verdamping wordt voorspeld, zal de grondwaterstand (hoogstwaarschijnlijk) zakken. Dit effect wordt per peilbuis, per dagelijkse tijdsstap gemodelleerd. De verschillende klimaatreeksen worden apart meegenomen. Het resultaat van de modellering zijn de parameters in de grondwaterdynamiek voor elke verklarende klimaatreeks.
Vervolgens worden de uitkomsten in GIS weergegeven en vertaald naar gevoeligheid; hoever zakt het grondwater in een toekomstig klimaatscenario, en wat is de gevoeligheid bij diverse soorten landgebruik. Stedelijke droogtestresstest Gezien de problematiek in 2018 is gefocust op de kwetsbaarheid van woningen gefundeerd op staal en daarvoor is voor de stedelijke droogtestresstest voor de Liemers een nieuwe aanpak ontwikkeld. De analyse voor groen en infra is op de alontwikkelde manier uitgevoerd. De analyse voor woningen is aangepast om de specifieke eigenschappen in de Liemers te reflecteren. Openbaar groen Om gevoelig groen te classificeren, wordt eerst gekeken naar de bodemopbouw. Hierbij worden bodemgegevens uit het Dinoloket gebruikt. Waar de bodem voornamelijk uit zand bestaat, zoals blijkt uit gegevens van Dinoloket, zal er minder capillaire nalevering vanuit de diepe grondwaterstand zijn naar wortels van planten. Groen dat zich op zandgronden bevindt wordt dus gevoeliger geacht. Verder wordt gekeken naar de invloed van oppervlaktewater op het groen. Vervolgens wordt aan de hand van de variatie in de gemiddelde grondwaterstand en de GLG bepaald hoe gevoelig het groen is voor lange perioden van droogte. Infrastructuur Voor gevoelige infrastructuur wordt in eerste instantie vooral gekeken naar wegen die op een bepaalde zettingscategorie liggen.
Deze categorieën worden bepaald aan de hand van de zettingskaart gemaakt door Deltares. Categorie ‘matig zettend’ is 0,3-0,5; ‘zeer zettend’ zijn waarden boven 0,5 zakking. Deze stap is doorlopen, echter blijkt uit de analyseresultaten dat er in de Liemers weinig problemen worden verwacht met infrastructuur in het geval van droogte. Panden Mechanismen rondom inklinking van de in de grond aanwezige kleilagen zijn eerder onderzocht door een consortium van onder andere de TU Delft en Deltares. Hieruit blijkt dat de mechanismen in een zeer droge zomer een samenkomst van omstandigheden zijn. Om een zomer te classificeren als ‘zeer droog’, moet er niet alleen weinig neerslag en hoge verdamping zijn, maar moeten de waterstanden in de Rijn ook nog zeer laag zijn. Deze extreem droge zomers vormen het uitgangspunt, en gekeken wordt naar de grondlagen in de Liemers die onder de toekomstige gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) liggen. De grond modellen in Dinoloket zijn per meter opgebouwd, en de drie grondlagen onder GLG worden beschouwd om de kans op zakking te voorspellen. Huizen die op klei- en veenlagen staan worden vervolgens geëxporteerd. Hoe dikker de klei- of veenlaag onder een gebouw, hoe hoger de kans op zetting. Vervolgens worden oudere woningen geëxporteerd.
Specifiek in Zevenaar is er in 1975 een bouwbesluit geweest waarbij is vastgelegd dat woningen onderheid moeten worden. Woningen die voor dit jaar zijn gebouwd, hebben dus een verhoogde kans op zettingsschade, aangezien de kans groter is dat deze woningen niet zijn onderheid. Dit geeft een gebiedsdekkend beeld van locaties waar een hogere kans is op schade door zettingen. Voor een gedetailleerd beeld van deze kans is een vervolgonderzoek nodig met een hoger detailniveau. .
11
3.3.2 Wat zegt de expert ervan De kaarten laten de effecten van klimaatverandering zien. Figuur 14 laat de droogval, opgetreden in watergangen in 2018, zien. Droogvallende watergangen zijn een belangrijke factor in de beleving van bewoners. De watervoerende watergangen in Duiven worden gevoed door diepe bronnen. Dit geeft dus voor zomer 2018 een vertekend beeld.
3.3.3
Resultaten
De huidige grondwaterspiegel heeft natuurlijke schommelingen tussen zomer en winter niveau. Wat we zien uit de modellering is dat de schommelingen groter zullen worden. Dit betekent dat het grondwater in de winter hoger zal staan, en in de zomer lager dan de gemiddelde waarden die nu gelden. Om de effecten van langdurige droogte in de Liemers te voorspellen, zijn er ook analyses gedaan voor openbaar groen, bomen, infrastructuur en panden. De zomer van 2018 was extreem droog. Dit kwam door een combinatie van hoge verdamping en weinig neerslag. Ook was de aanvoer van rivierwater zeer laag. Hierdoor is de grondwaterstand in grote delen van het land veel gezakt. De grondwaterstand van specifiek 2018 is niet terug te zien in de resultaten van deze modellering, omdat we hier rekenen met gemiddelden en modellen die rekening houden met algemene trends. Wat we wel zien is dat het gemiddelde verschil tussen de hoogste en laagste grondwaterstanden (GLG en GHG) groter wordt. Dit wordt weergegeven als de dynamiek. Dit volgt de voorspelling voor het toekomstige klimaat: de extremen worden extremer. Als zich dus een situatie voordoet zoals afgelopen zomer, waarbij er een meteorologische droogte is, zullen de effecten hiervan groter zijn. Dit komt omdat het startpunt (de GLG) al lager is dan in de huidige situatie. Een effect dat in de modellering niet is meegenomen zijn de rivierstanden.
Afgelopen zomer hebben we onder andere de effecten van lage rivierstanden gezien. Er kwam weinig water uit Duitsland en de Alpen, dit zorgde voor de extreme droogte en een groot watertekort. Naar het effect van de lage rivierstanden en hoe hier mee omgegaan kan worden in de Liemers moet meer onderzoek gedaan worden. De kans is reëel dat de situatie van afgelopen zomer zich opnieuw voor gaat doen doordat weersextremen zich vaker voor zullen doen. De combinatie van droogvallende waterpartijen en sterfte onder vissen en andere fauna (paragraaf 3.5), heeft in 2018 tot erg veel meldingen, en, dus, een druk op de beherende organisaties geleid. Panden Ondergrondse klei- en veenlagen die droog komen te staan, doordat de grondwaterstand zakt, zullen inklinken. Het is afhankelijk van de samenstelling van de klei- en veenlagen en of er (grote) werken in de buurt plaatsvinden hoe veel de grond inklinkt. Het kan zijn dat ondergrondse lagen werken als een soort spons, dus dat de grond weer uitzet wanneer de grondwaterstand stijgt. De panden die in de zomer van 2018 schade hebben ondervonden door inklinkende grondlagen hebben deze schade waarschijnlijk geleden doordat het grondwater dieper zakte dan kwetsbare klei-of veenlagen. Het is aannemelijk dat het grondwater in de zomer van 2018 dieper is gezakt dan in het verleden, waardoor diepere kwetsbare lagen droog zijn gevallen.
Hierdoor is de grond gaan inklinken. De grond kan weer uitzetten wanneer het grondwater weer stijgt. Wanneer de grondwaterstand in de toekomst dus weer zakt, zal er waarschijnlijk weer inklinking plaatsvinden. De bodemopbouw in de Liemers is enorm heterogeen (zie figuur 15), daardoor is het belangrijk om bij problemen lokaal te onderzoeken wat de opbouw, en dus, de oorzaak van de problemen ter plekke is. Figuur 14; Droogval (rood), verminderde afvoer/deels droogval (oranje) en afvoerende watergangen (blauw) in de droge zomer van 2018
12
Figuur 15; Kwetsbare bodemlagen in combinatie met panden die waarschijnlijk op staal zijn gefundeerd (panden van vóór 1975)
13
3.4
Waterveiligheid
3.4.3
Resultaten
3.4.1 Uitgangspunten Voor overstromingen (waterveiligheid) maken we gebruik van de reeds beschikbare kaarten van het Landelijke Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO; www.basisinformatie.nl/liwo/) bestaande uit de volgende lagen: • Maximale overstromingsdiepte Nederland. • Beschikbare droge verdiepingen per gebouw. Voor de totstandkoming van de beschikbare kaarten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd (bron: www.basisinformatie.nl/liwo/). Maximale overstromingsdiepte Nederland: • De maximale waterdiepte is de resultante van alle overstromingsscenario’s opgenomen in de database van LIWO. Beschikbare droge verdiepingen per gebouw: • Er is gerekend met de maximale waterstanden als gevolg van primaire dijkdoorbraken in Nederland. In de Liemers is overstroming vanuit Duitsland ook een risico. De informatie bevat daarom ook overstromingen in/vanuit Duitsland. • Er is berekend of bestaande bebouwing minstens 1 droge verdieping heeft. • Uitgegaan is van informatie uit het AHN. • Voor objecten die na inmeten AHN zijn gebouwd is gebruik gemaakt van Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Voor alle gebouwen is aangenomen dat een verdieping 2,65 meter hoog is. 3.4.2 Wat zegt de expert ervan De kaart ‘waterveiligheid’ geeft inzicht in de maximale overstromingsdiepte en bij deze overstromingsdiepte horende beschikbaarheid van droge verdiepingen per gebouw.