A8. College van B&W - Beantwoording (C4) Schriftelijke vragen D66 - In- en uitbreiding en woningbouw.pdf
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE (artikel 41 RvO)
Datum indienen: 5 november 2020
Naam vragensteller: J.W. Egtberts, fractievoorzitter D66 Duiven
Vraag gericht aan: college/burgemeester*
Onderwerp: Woningbouwprogramma/in- en uitbreidingslocaties
Het college/de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen zo spoedig mogelijk schriftelijk/mondeling* te beantwoorden: 1. Kan het college op zo kort mogelijke termijn aangeven en/of [doen] onderzoeken welke inbreidingslocaties er in de gemeente Duiven, d.w.z. in de kernen Duiven, Groessen en Loo, zijn die hetzij door de gemeente Duiven, hetzij door private partijen in ontwikkeling genomen zouden kunnen worden in de planperiode 2020-2040, waarbij tevens wordt aangegeven: a. het oppervlak in m2 en de concrete locatie van de mogelijke inbreidingslocatie; b. welke locaties door de gemeente Duiven in eigen regie [d.w.z. op basis van eigendomspositie van gronden] in ontwikkeling genomen zouden kunnen worden en welke door derden zouden kunnen worden ontwikkeld; c. hoe groot de kans ingeschat wordt op realisatie van woningbouw op betreffende locaties, uitgaande van een zorgvuldig en gedegen participatieproces van om- en aanwonenden bij deze locaties; d. de mogelijke aantallen woningen die op de betreffende gronden gerealiseerd zouden kunnen worden, waarbij tevens in overweging genomen kan worden om - daar waar mogelijk - appartementen te realiseren [o.a. voor starters op de woningmarkt] met meerdere woonlagen? 2. Kan het college een nadere onderbouwing geven waarom de op 3 november 2020 genoemde 4e zoeklocatie vooralsnog niet meegenomen wordt in de planontwikkeling? 3.
Kan het college aangeven wat de reden is dat binnen het plangebied "Vitaal Centrum Duiven" vooralsnog alleen gesproken wordt over mogelijke woningbouw Fase 4 en "woonpark" [50 + 35 woningen] terwijl Fase 5 [Patersbosje/Kastanjelaan] uit beeld lijkt te raken? Of wordt met "woonpark" Fase 5 bedoeld en zo ja, waarom wordt voor Fase 5 VCD dan de term "woonpark" gebruikt? 4. In de presentatie op 3 november 2020 is gesproken over criteria op basis waarvan inbreiding niet [meer] mogelijk is en uitbreiding tot de mogelijkheden behoort. Daarbij leek het alsof hier alleen kwantitatieve criteria een rol spelen [aantal woningen/wanneer, locatie/aantal m2 en kans op realisatie]. Indien dit de enige criteria zijn op basis waarvan een oordeel geveld moet worden of inbreiding nog aan de orde is, waarom heeft het college dan de vraag van [o.a.] D66 Duiven naar die criteria niet veel eerder beantwoord? Daarnaast lijkt het alsof het college de vraag over "criteria die nopen tot uitbreidingslocaties" nu - voor zover ze hierboven nog niet gegeven zijn - feitelijk voorlegt aan de gemeenteraad. Is het college, met D66 Duiven, ook van mening dat, als de gemeenteraad van Duiven deze criteria moet bepalen, die criteria [feitelijk: kaderstellend] niet al in een veel vroeger stadium bepaald hadden moeten worden, al dan niet op basis van een concreet voorstel van het college? 5.
Is het college het met D66 Duiven eens dat ook kwalitatieve criteria een rol moeten spelen bij het bepalen of er al dan niet nog ruimte is voor inbreiding, zoals bijvoorbeeld: a. het optimaal gebruik maken van mogelijke inbreidingslocaties binnen de bebouwde kom van de kernen Duiven, Groessen en Loo, zonder daarbij afbreuk te doen aan het
karakter van de drie kernen binnen de gemeente Duiven en gericht op het vergroten van de woningvoorraad in de gehele gemeente Duiven; b. de mogelijkheden en onmogelijkheden van "meervoudig ruimtegebruik" [bijv. complexen met meerdere woonlagen, maar ook bijvoorbeeld bouwen op grotere parkeerplaatsen en verplaatsing van die parkeerplaatsen naar bijvoorbeeld parkeergarages]; c. het bieden van meer ruimte voor en zelfs stimuleren van particulieren en projectontwikkelaars om, met zorgvuldig en gedegen participatieproces van om- en aanwonenden, woningbouw te realiseren; d. het "meegaan met innovaties", o.a. door het bieden van ruimte voor zgn. "tiny houses", om met name starters op de woningmarkt de ruimte te bieden binnen de bebouwde kom een eigen woning te realiseren; e. het actief verlenen van medewerking en het stimuleren van "particulier initiatief" [door grondeigenaren en/of projectontwikkelaars], zeker wanneer daarmee hoogwaardige inbreiding tegemoet komt aan de behoeften van [een segment van] woningzoekenden en/of de doorstroming op de woningmarkt in de gemeente Duiven wordt gestimuleerd; f.
het ondergeschikt maken van het criterium "dicht bij lokale voorzieningen" aan "passende woningbouw op inbreidingslocaties", aangezien in beginsel elke woning in de gemeente Duiven relatief gezien dicht bij lokale voorzieningen ligt, tenzij sprake is van het "buitengebied" [maar dat is geen inbreidingslocatie uit de aard der zaak]? 6. Kan het college aangeven wat de redenen zijn c.q. de argumentatie is om: a. een verzoek om informatie door de Bewonersgroep Zuidrand, met zelfs een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, wordt aangehouden [in ieder geval tot het moment van indiening van deze schriftelijke vragen]; b. de uit de brief d.d. 19 oktober 2020 sprekende behoefte aan gedegen participatie niet wordt gehonoreerd; c. de communicatie, de participatie/discussie en het overleg met de Bewonersgroep Zuidrand dusdanig te laten escaleren dat daardoor het risico op een procedure tot aan de Raad van State inzake de uitbreidingslocatie Biezenkampen - met alle mogelijke vertraging van dien als gevolg daarvan - vergroot wordt?
Toelichting: Op 3 november 2020 is de gemeenteraad van Duiven, middels een informele avond, geïnformeerd over de stand van zaken rondom in- en uitbreidingslocaties, een en ander in relatie tot de kennisgeving "Voortgang woningbouwlocaties september 2020". Hoewel deze informele avond een aantal vragen heeft beantwoord leidt de informatie - bestaand en nieuw - ook tot vragen. De fractie van D66 Duiven wil deze vragen middels een art. 41 RvO-procedure aan het college voorleggen, zodat de antwoorden in een vroegtijdig stadium meegenomen kunnen worden bij toekomstige besluitvorming rondom woningbouw, in- en uitbreidingslocaties en het realiseren van de woningbouwopgave tot 2040. Daar waar nodig wordt verwezen naar: Kennisgeving "Voortgang woningbouwlocaties september 2020" Woondeal regio Arnhem - Nijmegen Woningmarktonderzoek 2019 Regio Arnhem-Nijmegen Notitie woningbouwprogramma 2018-2027 Vervolgnotitie versnelling woningbouw gemeente Duiven Woonvisie 2025 Liemerse woonagenda: de koers voor 2020-2025 Brieven: Landraad namens Bewonersoverleg Hogeweg [30-09-2020] en Bewonersgroep Zuidrand [19-10-2020] Daarnaast wordt door de fractie van D66 Duiven uitgegaan van een aantal - in onze optiek onomstreden - gegevens en uitgangspunten.
Het gaat dan om: het feit dat op enig moment in de periode 1985 - 2020 als mogelijke uitbreidingslocaties genoemd zijn: Biezenkampen [ten tijde van de Vinex-opgave van de gemeente Duiven], Plakse Weide en De Ploen Noord [beiden begin 20ste eeuw];
dat zowel de provincie Gelderland als de gemeente Duiven jarenlang het mantra gehuldigd hebben "inbreiding gaat voor uitbreiding", zonder dat daarbij duidelijk was op basis van welke criteria een besluit onvermijdelijk zou worden dat inbreiding niet [meer] mogelijk was/is; dat op basis van het Woningmarktonderzoek 2019 Regio Arnhem-Nijmegen duidelijk is - net als overigens landelijke cijfers uitwijzen - dat er een forse woningbouwopgave ligt om én voldoende én passende woningen beschikbaar te krijgen en te houden met het oog op demografische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen.
Niettemin meent de fractie van D66 Duiven een aantal vragen te moeten stellen met betrekking tot woningbouw in de gemeente Duiven [d.w.z. de kernen Duiven, Groessen en Loo] in de periode 2020 tot 2040.
Ondertekening Namens D66 Duiven,
mr. drs. J.W. Egtberts, fractievoorzitter D66 Duiven
Datum beantwoording: 17 november 2020 Antwoord college: 1. Kan het college op zo kort mogelijke termijn aangeven en/of [doen] onderzoeken welke inbreidingslocaties er in de gemeente Duiven, d.w.z. in de kernen Duiven, Groessen en Loo, zijn die hetzij door de gemeente Duiven, hetzij door private partijen in ontwikkeling genomen zouden kunnen worden in de planperiode 2020-2040, waarbij tevens wordt aangegeven: a. het oppervlak in m2 en de concrete locatie van de mogelijke inbreidingslocatie; b. welke locaties door de gemeente Duiven in eigen regie [d.w.z. op basis van eigendomspositie van gronden] in ontwikkeling genomen zouden kunnen worden en welke door derden zouden kunnen worden ontwikkeld; c. hoe groot de kans ingeschat wordt op realisatie van woningbouw op betreffende locaties, uitgaande van een zorgvuldig en gedegen participatieproces van om- en aanwonenden bij deze locaties; d. de mogelijke aantallen woningen die op de betreffende gronden gerealiseerd zouden kunnen worden, waarbij tevens in overweging genomen kan worden om - daar waar mogelijk - appartementen te realiseren [o.a. voor starters op de woningmarkt] met meerdere woonlagen? In reactie op uw vraag naar een analyse van de inbreidingslocaties verwijzen wij u graag naar de door uw raad in 2019 vastgestelde ‘Vervolgnotitie versnelling woningbouw gemeente Duiven’.
In deze notitie (bijlage 3) is een analyse gemaakt van de inbreidingslocaties, waarin omvang van de locatie, de grondpositie en een inschatting van de te realiseren aantallen per inbreidingslocaties in beeld zijn gebracht. Er zijn ons geen wijzigingen bekend, anders dan op detailniveau, die ertoe leiden de daar getrokken conclusies ten aanzien van de inbreidingslocaties te heroverwegen. 2. Kan het college een nadere onderbouwing geven waarom de op 3 november 2020 genoemde 4e zoeklocatie vooralsnog niet meegenomen wordt in de planontwikkeling? Voor de beantwoording van uw vraag inzake een mogelijk 4e zoeklocatie voor uitbreiding wordt verwezen naar de beantwoording van de schriftelijke vragen recent gesteld door Lokaal Alternatief.
Deze schriftelijke vragen van Lokaal Alternatief hebben specifiek betrekking op dit onderwerp, de beantwoording van ons college is reeds verzonden. Hierbij is de essentie dat de voorgestelde locatie vanuit ruimtelijk oogpunt geen geschikte locatie voor het situeren van een nieuwe woonwijk wordt geacht. 3. Kan het college aangeven wat de reden is dat binnen het plangebied "Vitaal Centrum Duiven" vooralsnog alleen gesproken wordt over mogelijke woningbouw Fase 4 en "woonpark" [50 + 35 woningen] terwijl Fase 5 [Patersbosje/Kastanjelaan] uit beeld lijkt te raken? Of wordt met "woonpark" Fase 5 bedoeld en zo ja, waarom wordt voor Fase 5 VCD dan de term "woonpark" gebruikt? Uit uw vraag met betrekking tot “Vitaal Centrum Duiven” maken wij op dat er onduidelijkheid is over de naamgeving van de verschillende deelgebieden binnen het project. Het gebied aan de oostzijde van de Kastanjelaan is in de stedenbouwkundige visie ‘Een uitnodigend dorpshart’ benoemd als het Woonpark. Inmiddels hebben zich in dit deel van het plangebied een aantal wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de oorspronkelijke opzet. Naast het gemeentehuis is het Liemersplein gerealiseerd, dat dienst doet als evenemententerrein en parkeerterrein. Het terrein direct grenzend aan het Liemersplein is in beeld als voorkeurslocatie voor herhuisvesting van IKC Remigius.
Op het terrein achter het gemeentehuis blijft in beperkte mate ruimte over voor woningbouw (circa 15 woningen, het uiteindelijke ruimtebeslag van het IKC is hierbij bepalend). Woningbouw in het Patersbosje is niet aan de orde. Wel is de locatie van het huidige IKC Remigius in beeld voor woningbouw nadat herhuisvesting heeft plaatsgevonden (circa 30 woningen). In het centrale deel van het centrum (fase IV) wordt een appartementencomplex voorzien van circa 38 appartementen. 4. In de presentatie op 3 november 2020 is gesproken over criteria op basis waarvan inbreiding niet [meer] mogelijk is en uitbreiding tot de mogelijkheden behoort. Daarbij leek het alsof hier alleen kwantitatieve criteria een rol spelen [aantal woningen/wanneer, locatie/aantal m2 en kans op realisatie]. Indien dit de enige criteria zijn op basis waarvan een oordeel geveld moet worden of inbreiding nog aan de orde is, waarom heeft het college dan de vraag van [o.a.] D66 Duiven naar die criteria niet veel eerder beantwoord? Daarnaast lijkt het alsof het college de vraag over "criteria die nopen tot uitbreidingslocaties" nu - voor zover ze hierboven nog niet gegeven zijn - feitelijk voorlegt aan de gemeenteraad.
Is het college, met D66 Duiven, ook van mening dat, als de gemeenteraad van Duiven deze criteria moet bepalen, die criteria [feitelijk: kaderstellend] niet al in een veel vroeger stadium bepaald hadden moeten worden, al dan niet op basis van een concreet voorstel van het college? In reactie op uw vraag ten aanzien van criteria is de beleving van ons college dat u ons als raad zowel kwantitatieve als kwalitatieve criteria heeft meegegeven voor de woningbouwopgave in de gemeente Duiven. Deze kwalitatieve criteria laten zich enerzijds samenvatten door ‘de juiste woning op de juiste plek’, het bouwen voor de juiste doelgroep op een voor die doelgroep juiste/geschikte locatie. Anderzijds heeft u ons meegegeven dat bij nieuwbouw inpassing in de bestaande woonomgeving centraal moet staan, rekening houdend met de belangen van de direct omwonenden. Tenslotte heeft u ons meegeven dat woningbouw ontwikkelingen in beginsel kostenneutraal moeten zijn. Op basis van deze kwalitatieve criteria in combinatie met de door u geschetste kwantitatieve criteria heeft de analyse van de woningbouwopgave plaatsgevonden. 5. Is het college het met D66 Duiven eens dat ook kwalitatieve criteria een rol moeten spelen bij het bepalen of er al dan niet nog ruimte is voor inbreiding, zoals bijvoorbeeld: a.
het optimaal gebruik maken van mogelijke inbreidingslocaties binnen de bebouwde kom van de kernen Duiven, Groessen en Loo, zonder daarbij afbreuk te doen aan het karakter van de drie kernen binnen de gemeente Duiven en gericht op het vergroten van de woningvoorraad in de gehele gemeente Duiven; b. de mogelijkheden en onmogelijkheden van "meervoudig ruimtegebruik" [bijv. complexen met meerdere woonlagen, maar ook bijvoorbeeld bouwen op grotere parkeerplaatsen en verplaatsing van die parkeerplaatsen naar bijvoorbeeld parkeergarages]; c. het bieden van meer ruimte voor en zelfs stimuleren van particulieren en projectontwikkelaars om, met zorgvuldig en gedegen participatieproces van om- en aanwonenden, woningbouw te realiseren;
d. het "meegaan met innovaties", o.a. door het bieden van ruimte voor zgn. "tiny houses", om met name starters op de woningmarkt de ruimte te bieden binnen de bebouwde kom een eigen woning te realiseren; e. het actief verlenen van medewerking en het stimuleren van "particulier initiatief" [door grondeigenaren en/of projectontwikkelaars], zeker wanneer daarmee hoogwaardige inbreiding tegemoet komt aan de behoeften van [een segment van] woningzoekenden en/of de doorstroming op de woningmarkt in de gemeente Duiven wordt gestimuleerd; f. het ondergeschikt maken van het criterium "dicht bij lokale voorzieningen" aan "passende woningbouw op inbreidingslocaties", aangezien in beginsel elke woning in de gemeente Duiven relatief gezien dicht bij lokale voorzieningen ligt, tenzij sprake is van het "buitengebied" [maar dat is geen inbreidingslocatie uit de aard der zaak]? Ons college onderschrijft de gedachte dat kwalitatieve criteria zoals bij de beantwoording onder 4 weergeven een rol spelen bij het bepalen of er al dan niet nog ruimte is voor inbreiding. De opsomming van voorbeelden a. tot en met f. vallen wat ons betreft met name onder het thema de ‘juiste woning op de juiste plek’ (het bouwen voor de juiste doelgroep op een voor die doelgroep juiste/geschikte locatie).
Bij de beoordeling van particuliere initiatieven die bij ons onder de aandacht worden gebracht speelt dit criterium (‘juiste woning op de juiste plek’) een belangrijke rol in de afweging en de prioritering van dergelijke initiatieven. Voor nadere informatie verwijzen wij u graag naar het recente raadsvoorstel verkenning uitbreidingslocaties en bijbehorende stukken. 6. Kan het college aangeven wat de redenen zijn c.q. de argumentatie is om: a. een verzoek om informatie door de Bewonersgroep Zuidrand, met zelfs een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, wordt aangehouden [in ieder geval tot het moment van indiening van deze schriftelijke vragen]; b. de uit de brief d.d. 19 oktober 2020 sprekende behoefte aan gedegen participatie niet wordt gehonoreerd; c. de communicatie, de participatie/discussie en het overleg met de Bewonersgroep Zuidrand dusdanig te laten escaleren dat daardoor het risico op een procedure tot aan de Raad van State inzake de uitbreidingslocatie Biezenkampen - met alle mogelijke vertraging van dien als gevolg daarvan - vergroot wordt? a. In reactie op uw vraag over het Wob-verzoek van de Bewonersgroep Zuidrand kunnen wij u melden dat er inmiddels een voorgenomen Wob-besluit aan de Bewonersgroep Zuidrand is verzonden. b.
Op aangeven van uw raad heeft een zorgvuldig traject van informele voorinspraak over alle drie de mogelijke uitbreidingslocaties plaatsgevonden. Ons college herkent zich dan ook niet in de suggestie van de Bewonersgroep Zuidrand dat er onvoldoende ruimte is geweest voor participatie. Dit laat onverlet dat de Bewonersgroep in dit traject wellicht niet de door hun gewenste toezeggingen hebben gekregen. c. Wat betreft de communicatie met de bewonersgroep Zuidrand hebben wij ons inziens maximaal bijgedragen aan de noodzakelijke communicatie, we hebben meerdere gesprekken aangeboden. Ook hier geldt dat de bewonersgroep wellicht niet te horen heeft gekregen wat ze hadden gehoopt of verwacht. Goede gedegen participatie is geen garantie op het uitblijven van formele bezwaren in een planologische procedure. Er bestaat als gevolg hiervan altijd een risico op vertraging in besluitvorming. Ondertekening Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Duiven,
ing. C.J. (Chris) Papjes secretaris *keuze aangeven
H.B. Hieltjes burgemeester