CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

A7d. 201589624 - Concept participatie- en inspraakverordening 2023 Duiven.pdf

Raadsavond 17 januari 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: - informatie van het college ter kennisname2.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Intitulé Besluit van de raad van de gemeente Duiven tot vaststelling van de Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Duiven 2023 (Participatie- en inspraakverordening Duiven 2023) De raad van de gemeente Duiven; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [PM]; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [PM]; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van ingezetenen te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en ingezetenen te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening: Participatie- en inspraakverordening Duiven 2023 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Onderwerp verordening Deze verordening regelt de burgerparticipatie en inspraak van ingezetenen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van initiatieven, plannen en beleid van de gemeente en de rol van de bestuursorganen in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan maatschappelijke initiatieven van ingezetenen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. Artikel 2.

Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; - participatie: actieve deelname van alle betrokkenen, het samen vinden van oplossingen en het samen mogelijk of beter maken van initiatieven, plannen en beleid; - inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; - inspraakprocedure: de wijze waarop aan de inspraak gestalte wordt gegeven; - uitdaagrecht: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken de taak beter, met meer maatschappelijke meerwaarde en/of voordeliger te kunnen doen. Hoofdstuk 2. Participatie Artikel 3. Onderwerp van participatie

1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Geen participatie wordt verleend: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 4. Procedure participatie 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. 2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota: a. doel van participatie; b. beïnvloedingsruimte van participatie; c.

kaders voor participatie; d. wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert; e. wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; f. wijze waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd; g. begroting van de kosten. Artikel 5. Eindverslag participatie 1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een weergave van de opbrengst die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk is opgehaald; c. een reactie op deze opbrengst, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. Hoofdstuk 3. Inspraak Artikel 6. Onderwerp van inspraak 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3. Geen inspraak wordt verleend: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

Met opmerkingen [LO1]: Dit betreft de huidige ‘Inspraakverordening 2006’ van Duiven. Integraal overgenomen.

b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 7. Inspraakgerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Artikel 8. Inspraakprocedure 1. Op de inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Artikel 9. Eindverslag 1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. 3.

Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. 4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. Hoofdstuk 5. Uitdaagrecht Artikel 10. Onderwerp van uitdaagrecht 1. De gemeente biedt ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van gemeentelijke taken over te nemen. 2. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast. 3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: a. als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft; b. als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt; f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;

g. als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 11. Procedure uitdaagrecht 1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het college van burgemeester en wethouders ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. omschrijving van de taak die de verzoeker wil overnemen; b. uitleg waarom of hoe de verzoeker dat beter en goedkoper kan; c. duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker; d. indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen; e. raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f. omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; g. inzicht in hoe de verzoeker garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn. 2. Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken op het verzoek. Deze termijn kan met ten hoogste acht weken worden verlengd. 3. Een vaste contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces. 4. Het bestuursorgaan maakt met de verzoeker(s) afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. 5. Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek op de gebruikelijke wijze openbaar. Hoofdstuk 6.

Dorps- en wijkdemocratie Artikel 12. Dorps- en wijkdemocratie Gereserveerd. Hoofdstuk 7. Omgevingswet Artikel 13. Omgevingsplan en omgevingsvergunning 1. Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt participatie over omgevingsplannen en omgevingsvergunningen plaats overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Omgevingswet. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt een handreiking vast, waarin wordt aangegeven welke vormen van participatie door initiatiefnemers kunnen worden toegepast in daarbij aangewezen gevallen. 3. De gemeenteraad stelt een lijst vast met categorieën van gevallen die in strijd met het omgevingsplan zijn en waarbij participatie verplicht is. De indiener van de aanvraag omgevingsvergunning dient de participatie te organiseren of is daarvoor verantwoordelijk. 4. De gemeenteraad stelt een lijst vast met categorieën van gevallen waarvoor geldt dat, indien het voornemen bestaat hierover een anterieure overeenkomst te sluiten, het college van burgemeester en wethouders met de gemeenteraad overlegt over de kaders en de wijze waarop participatie van toepassing is. Hoofdstuk 8. Slotbepalingen Artikel 14. Evaluatie en monitoring

1. De uitvoering van deze verordening wordt jaarlijks geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders zendt hiertoe aan de gemeenteraad een verslag. 2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college van burgemeester en wethouders systematisch informatie over de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd en de wijze waarop is omgegaan met maatschappelijke initiatieven, uitdaagrecht en dorps- en wijkdemocratie. 3. De gemeenteraad bespreekt tweejaarlijks de wijze waarop de gemeente participatieprocessen heeft georganiseerd en hoe zij omgegaan is met publieksinitiatieven, uitdaagrecht en dorps- en wijkdemocratie. Artikel 15. Intrekking oude regeling De Inspraakverordening 2006 wordt ingetrokken. Artikel 16. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel 17. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatie- en inspraakverordening Duiven 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [PM]. De voorzitter, De griffier,

Toelichting Op enkele onderdelen behoeft de verordening een toelichting. Deze volgt hieronder. Algemeen Deze Participatie- en inspraakverordening is gebaseerd op gesprekken met gemeenteraadsleden, het college van burgemeester en wethouders, betrokken ambtenaren en ingezetenen van de gemeente Duiven in de periode [PM] . Het stuk bouwt voort op de Inspraakverordening 2006. In deze verordening leggen we afspraken vast hoe we in de gemeente Duiven omgaan met participatie, inspraak en het uitdaagrecht. Bestuursorgaan In de verordening wordt regelmatig gesproken over ‘het bestuursorgaan’. De gemeente heeft drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Indien expliciet een van deze bestuursorganen wordt bedoeld, dan wordt dit ook als zodanig benoemd. Indien de tekst rept over ‘het bestuursorgaan’, dan is het afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling rond dit thema welk bestuursorgaan bedoeld wordt. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort: de gemeenteraad. In gelijke zin geldt dit voor het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Ingezetenen en belanghebbenden In deze verordening staat het participatierecht (inclusief inspraakrecht) open voor ingezetenen en belanghebbenden.

Ingezetenen hebben dus ook participatierecht als zij geen belanghebbende zijn, maar zich met hun zienswijze richten op het algemeen belang. Hoofdstuk 2. Participatie De gemeente vindt inclusie belangrijk. Iedereen moet mee kunnen doen. Bij de start van het participatieproces verdient het de aandacht om rekening te houden met minderheidsgroepen en de manier waarop zij benaderd worden. Het gaat hier bijvoorbeeld ook om kwetsbare groepen, ouderen en jongeren. Hoofdstuk 3. Inspraak Inspraak is iets anders dan participatie. Participatie vindt doorgaans plaats voordat de officiële inspraakprocedure start. Idealiter zijn de zienswijzen van belanghebbenden al ter sprake gekomen in het participatieproces en zijn deze meegewogen bij de definitieve planvorming. Het staat participanten en andere belanghebbenden die niet meegedaan hebben in het participatietraject vrij om in de officiële inspraakprocedure (alsnog) hun zienswijze kenbaar te maken. Hoofdstuk 6. Dorps- en wijkdemocratie De gemeente vindt de inbreng en betrokkenheid vanuit de verschillende dorpen en wijken erg waardevol. De gemeente treedt met de betrokken dorps- en wijkteams en ingezetenen in nader overleg op welke wijze de betrokkenheid vanuit de dorpen en wijken zo goed mogelijk vorm kan krijgen en welke afspraken daarbij passend zijn.

De inzet is om binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening nieuwe bepalingen over dorps- en wijkdemocratie in deze verordening op te nemen. Om deze reden is in hoofdstuk 6 van de verordening een artikel over dorps- en wijkdemocratie gereserveerd.

Met opmerkingen [LO2]: Eerste aanzet, moet tzt worden aangevuld.

Hoofdstuk 7. Omgevingswet In artikel 18 is bepaald dat participatie over omgevingsplannen en omgevings-vergunningen plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Omgevingswet. In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit staan verspreid enkele bepalingen over participatie. In algemene zin laat de Omgevingswet veel ruimte voor lokaal maatwerk op het gebied van participatie. Hieronder een korte samenvatting van de wettelijke bepalingen: • bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan vast te stellen, geeft het bevoegde bestuursorgaan aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken; • als na participatie een ontwerp omgevingsvisie, ontwerp programma of ontwerp wijziging omgevingsplan is vastgesteld kan een ieder over dit ontwerp een zienswijze indienen. De zienswijze wordt betrokken bij de vaststelling. De zienswijzeprocedure vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht; • bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met mogelijk ingrijpende gevolgen en naar verwachting meerdere belanghebbenden (16.65, lid 4), kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot een zienswijzeprocedure voor ontwerp omgevingsvergunningen.

Daarover nemen ze per geval een besluit na het aan de aanvrager te hebben voorgelegd; • bij de aanvraag van een binnenplanse of buitenplanse omgevingsactiviteit wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken; • bij het vaststellen van een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan, of vergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit wordt aangegeven: o hoe ingezetenen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken; o wat de uitkomsten van het participatieproces waren; en o in hoeverre de participatie heeft geleid tot aanpassing van het ontwerp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=7a76e1e9-6c43-4691-bdf7-ca584002c286