A7b. bijlage - Duiven - Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022.pdf
Tekst van het document
Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Gemeente Duiven
| 1 | Conceptrapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente …
Rapport | augustus 2022
Partners in verbetering
Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Rapport Gemeente Duiven
Inhoudsopgave Samenvatting
1
H1 | Inleiding
4
1.1
Aanleiding onderzoek .................................................................................. 4
1.2
Doelgroep ................................................................................................. 4
1.3
Privacy ...................................................................................................... 5
1.4
Steekproef en respons ................................................................................ 5
1.5
Referentiegroep ......................................................................................... 5
1.6
Leeswijzer ................................................................................................. 5
H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen
6
H3 | Uitvoering van de hulp
8
3.1
De kwaliteit van de zorg .............................................................................. 8
3.2
De kwaliteit van de hulpverleners ............................................................... 10
H4 | Effect van de hulp
12
4.1
Opgroeien ............................................................................................... 12
4.2
Zelfstandigheid ........................................................................................ 13
4.3
Zelfredzaamheid ...................................................................................... 14
4.4
Meedoen in de eigen omgeving .................................................................. 15
H5 | Wat gaat goed en wat kan beter?
16
5.1
Wat gaat goed? ........................................................................................ 16
5.2
Wat kan beter? ........................................................................................ 17
5.3
Opmerkingen over ondersteuning ............................................................... 17
Bijlage 1 | Tabellen met onderzoeksresultaten
18
Colofon
27
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Samenvatting Uw gemeente heeft deelgenomen aan het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd. Een onderzoek naar de ervaringen van jeugdhulpcliënten is vanaf 2016 verplicht voor alle gemeenten in Nederland. Uw gemeente heeft daarbij gekozen voor de modelvragenlijst (MCJO). De vragenlijst gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de ervaringen van jongeren en ouders die jeugdhulp ontvangen. De resultaten worden vergeleken met een referentiegroep van andere gemeenten die dezelfde vragen hebben gesteld. Omdat uw gemeente vorig jaar ook het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd heeft laten uitvoeren, kunnen de resultaten met die van vorig jaar vergeleken worden. In de weergave van de resultaten zijn de antwoorden van jongeren en ouders samengenomen. Vanwege het beperkte aantal respondenten hebben de resultaten van dit onderzoek een indicatief karakter.
Toegankelijkheid van voorzieningen Jongeren en ouders is gevraagd naar de toegankelijkheid van de voorzieningen. Van de respondenten geeft 89% aan dat zij weten waar zij terechtkunnen als zij hulp of ondersteuning nodig hebben. Dit is hoger dan in de referentiegroep (73%) en dan vorig jaar (80%). Respondenten geven aan snel geholpen te worden nadat zorg of ondersteuning nodig is gebleken; 75% geeft aan vaak of altijd snel geholpen te zijn. In de referentiegroep is dit 65%. Opvallend is dat 81% van de ouders antwoordt snel geholpen te zijn, ten opzichte van 67% van de jongeren. Van belang is dat jongeren en ouders het gevoel hebben dat zij de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die nodig is. Een meerderheid van de respondenten geeft aan dit gevoel te hebben, namelijk 89%. Dit is hoger dan in de referentiegroep waar dit 73% is. We zien dat ten opzichte van vorig jaar het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft bij de stellingen over de toegankelijkheid is toegenomen. Met name de snelheid wordt dit jaar positiever gewaardeerd.
Uitvoering van de zorg Cliënten is gevraagd hoe zij de zorg of hulp ervaren. Hierbij is ingegaan op de zorg in het algemeen en op de hulpverlener. Een meerderheid van de respondenten is overwegend positief over de zorg of hulp. Zo geeft 89% van de respondenten aan dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat jongeren en ouders medezeggenschap ervaren. Een meerderheid van de respondenten ervaart dit ook. Zo zegt 82% dat beslissingen over de hulp samen met hen genomen worden.
| 1 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Ook is goede samenwerking tussen verschillende (hulpverlenende) organisaties een belangrijke voorwaarde voor goede jeugdhulp. Van de respondenten geeft 76% aan dat de verschillende organisaties goed samenwerken. Ten opzichte van vorig jaar is het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft bij bovenstaande drie stellingen toegenomen, maar de informatievoorziening wordt lager gewaardeerd. 67% van de respondenten krijgt voldoende informatie over de hulp (90% vorig jaar). De kwaliteit van de zorg wordt op verschillende aspecten dus overwegend positief ingeschat. In vergelijking met de referentiegroep scoort uw gemeente op alle aspecten vergelijkbaar positief. De meerderheid van de respondenten spreekt zich positief uit over de hulpverleners. Het gaat hierbij om zeer veel verschillende soorten hulpverlening. De kennis van medewerkers is goed (85% is hier tevreden over), men heeft het idee serieus te worden genomen (93%) en de behandeling is volgens de meeste respondenten respectvol (96%). Jongeren voelen zich relatief minder vaak serieus genomen door hulpverleners (83%) dan ouders (100%). Ten opzichte van vorig jaar is de waardering voor de kwaliteit van de hulpverleners iets gestegen. In vergelijking met de referentiegroep scoort de gemeente ook goed.
Effect van de hulp Het grootste effect van de hulp voor jongeren lijkt te zijn bereikt op het gebied van opgroeien. Door de hulp voelt de jongere zich beter (96%), is het gedrag volgens ouders en jongeren verbeterd (92%), gaat het thuis beter (89%) en voelt de jongere zich veiliger (86%). In vergelijking met de referentiegroep en ten opzichte van vorig jaar dicht een groter aandeel van de respondenten de hulp een positief effect toe op deze aspecten. Op het gebied van zelfstandigheid weet 80% van de respondenten een beetje of veel beter wat zij willen dankzij de hulp. Ook zegt 88% vaker te zeggen wat zij nodig hebben dankzij de hulp. 92% ervaart dat er beter of veel beter naar hen geluisterd wordt door de hulp. Ten opzichte van vorig jaar en in vergelijking met de referentiegroep valt op dat de gemeente Duiven veel beter scoort. 91% van de respondenten ziet als effect dat zij door de hulp beter hun problemen kunnen oplossen en 70% kan beter voor zichzelf opkomen dankzij de hulp. Opvallend is dat 55% van de jongeren aangeeft (veel) beter voor zichzelf te kunnen opkomen, ten opzichte van 89% van de ouders die merken dat hun kind beter voor zichzelf kan opkomen. 65% heeft door de hulp meer vertrouwen in de toekomst.
Ten opzichte van vorig jaar is het aandeel respondenten dat een verbetering ervaart op de zelfredzaamheid toegenomen, alleen heeft een kleiner aandeel vertrouwen in de toekomst. In vergelijking met de referentiegroep worden de effecten van de hulp op de zelfredzaamheid in sterkere mate ervaren.
| 2 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
83% van de respondenten geeft aan dat het door de hulp een beetje of veel beter gaat (met het kind) op school, werk of dagbesteding. Volgens 63% besteedt het kind de vrije tijd een beetje of veel beter dankzij de hulp. Volgens 74% is de relatie van het kind met vrienden en anderen een beetje of veel beter geworden door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting worden de positieve effecten van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving in sterkere mate ervaren. Dit geldt met name voor het effect van de hulp op de vrijetijdsbesteding (49% vond dat het (veel) beter ging vorig jaar) en het effect van de hulp op de relaties (60% vond dat het (veel) beter ging vorig jaar. In vergelijking met de referentiegroep worden de positieve effecten ook in (veel) sterkere mate ervaren.
| 3 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
H1 | Inleiding 1.1
Aanleiding onderzoek
Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verplicht om een cliëntervaringsonderzoek te (laten) uitvoeren onder jeugdhulpcliënten. De Jeugdwet verwijst voor de grondslag hiervan naar de Wmo. In de Regeling Jeugdwet zijn de eisen verder uitgewerkt. Er is gekoerst op een beperkt aantal vragen, rekening houdend met de verschillende doelgroepen, verschillende hulpvormen en de wettelijke eisen, die vastliggen in paragraaf 3 van de Regeling Jeugdwet. Met de uitvoering van dit onderzoek, gebruikmakend van de Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO), voldoet u aan deze verplichting.1 Met dit onderzoek wordt de cliëntervaring met betrekking tot de uitvoering van de jeugdhulp in beeld gebracht en wordt gevraagd in hoeverre gestelde resultaten en effecten van de jeugdhulp behaald worden in de ogen van de cliënt (jongere of ouder/verzorger). Het onderzoek gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. We benadrukken dat het gaat om de cliëntervaring. Deze kan afwijken van het beeld dat een hulpverlener heeft of wat in zorgplannen of verslagen wordt weergegeven. Het oordeel van de cliënt zelf is echter van groot belang voor het beleid, de doorontwikkeling van beleid en de uitvoering.
1.2
Doelgroep
De doelgroep van dit onderzoek zijn jongeren (12-23 jaar) en ouders met kinderen (van ongeboren tot 16 jaar) die in het kader van de Jeugdwet gebruikmaken van hulp in uw gemeente. De gestelde vragen in dit onderzoek zijn voor jongeren en ouders hetzelfde. De vragenlijsten verschillen enkel in taalgebruik. Dit rapport geeft de resultaten voor jongeren en ouders samen weer. De tabellenbijlage toont de resultaten voor jongeren en ouders apart. Voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar zijn zowel jongeren als ouders aangeschreven. Dat betekent niet dat de jongere en ouder uit hetzelfde huishouden altijd beiden hebben deelgenomen aan dit onderzoek. De cliëntervaring van ouders en jongeren kan dan ook niet één-op-één vergeleken worden.
De Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO) is op verzoek van de VNG ontwikkeld door Stichting Alexander in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, met medewerking van de gemeenten Alkmaar, Enschede, ’s-Hertogenbosch, Hoorn, Maastricht, Tilburg en Utrecht, de landelijke cliëntenorganisaties vertegenwoordigd in de ‘Landelijke Werkgroep Cliëntenparticipatie’ en de ‘Landelijke Werkgroep Kwaliteit en Toezicht’. 1
| 4 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
1.3
Privacy
De privacy van jeugdhulpcliënten is een belangrijk aandachtspunt in dit onderzoek. Er zijn meerdere maatregelen genomen om de privacy van respondenten te waarborgen en te voldoen aan de eisen van de AVG. In alle communicatie is benadrukt dat het onderzoek anoniem is, dat de resultaten niet herleid kunnen worden naar individuele personen en dat de gegeven antwoorden geen consequenties hebben voor de hulp die men ontvangt. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft de gemeente Duiven met BMC een verwerkersovereenkomst afgesloten.
1.4
Steekproef en respons
De afgelopen jaren heeft uw gemeente ervoor gekozen cliënten telefonisch te benaderen. Dit jaar is echter voor een andere methode gekozen. Op aanwijzing van BMC heeft de gemeente alle inwoners die jeugdhulp ontvangen schriftelijk aangeschreven. In totaal zijn 135 ouders van kinderen van ongeboren tot 18 jaar aangeschreven. Daarnaast zijn 81 jongeren tussen de 12 en 23 jaar aangeschreven. In uw gemeente hebben in totaal 28 ouders en jongeren deelgenomen aan dit onderzoek door een (online) vragenlijst in te vullen. Dat is een responspercentage van 13,0%. De resultaten van uw gemeente zijn op basis van deze respons indicatief. Dit betekent dat het een indicatie geeft van de resultaten maar niet representatief is voor de mening van de gehele doelgroep. Omdat een klein aantal respondenten de vragenlijst heeft ingevuld (28 ten opzichte van 51 vorig jaar), kunnen er grote verschillen in de antwoorden te zien zijn.
1.5
Referentiegroep
In bijlage 1 is een tabellenoverzicht opgenomen met daarin de totale uitkomsten, de uitkomsten voor jongeren en ouders apart en de uitkomsten van de referentiegroep. De referentiegroep betreft het gemiddelde van alle cliënten in gemeenten die hetzelfde onderzoek hebben laten uitvoeren door BMC. De referentiegroep bestaat uit vijftien gemeenten. In de figuren worden de resultaten van uw gemeente weergegeven in kleur. De resultaten van de referentiegroep worden met bruintinten weergegeven.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 gaat in op de ervaringen van respondenten met de toegankelijkheid van voorzieningen, gevolgd door hoofdstuk 3 over de uitvoering van zorg. Hoofdstuk 4 laat het effect van de hulp zien. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat goed gaat en wat beter kan. In bijlage 1 staan de tabellen met de onderzoeksresultaten uitgesplitst naar jongeren en ouders.
| 5 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen In dit hoofdstuk komt aan bod hoe de respondenten de toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen hebben ervaren. Weten ze waar zij terechtkunnen, zijn ze snel geholpen en is passende hulp beschikbaar? Er zijn verschillende verwijzers die kinderen toegang kunnen bieden tot jeugdhulp. Dit zijn huisartsen, jeugdartsen, gespecialiseerde artsen, Gecertificeerde Instellingen en gemeenten, bijvoorbeeld via een Centrum voor Jeugd en Gezin of een sociaal (wijk)team. Ook hebben maatschappelijke organisaties die ouders en kinderen kunnen verwijzen naar het juiste kanaal hier een belangrijke rol. Denk aan scholen, vrijwilligersorganisaties, welzijnsorganisaties en andere zorgprofessionals of aanbieders. Figuur 1
Toegankelijkheid van voorzieningen (N = 28, 28, 28)
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb
Ik ben snel geholpen
Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft
De cliënten is gevraagd of ze weten waar ze terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 89% van de respondenten weet vaak of altijd waar ze terechtkunnen als er hulp nodig is. Ten opzichte van vorig jaar (80%) en in vergelijking met de referentiegroep (73%) is dit een hoger percentage. Van de respondenten weet 11% niet (altijd) waar ze terechtkunnen voor hulp. Ouders weten doorgaans beter waar zij terechtkunnen voor hulp dan jongeren.2 In uw gemeente zien we dat 94% van de ouders de toegang tot hulp weet te vinden, ten opzichte van 83% van de jongeren.
2
Bron: MCJO-onderzoek BMC
| 6 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Snelheid van handelen is belangrijk. Door vroegsignalering kan ergere problematiek worden voorkomen. Daarnaast is van belang dat ouders en kinderen zich gehoord voelen en dat ze snel weten waar ze aan toe zijn. Daarom is er gevraagd naar de snelheid waarmee ze geholpen zijn, nadat de jongere of ouder zich met een vraag had gemeld. 75% van de respondenten vindt dat zij snel geholpen zijn. Dat is een stijging ten opzichte van vorig jaar (64%) en hoger dan het niveau in de referentiegroep (65%). In figuur 2 zien we dat na de lagere score vorig jaar, de snelheid van handelen weer beter wordt gewaardeerd. 21% vindt dat zij soms snel geholpen zijn, 4% heeft ervaren nooit snel geholpen te zijn. Opvallend is dat 81% van de ouders antwoordt snel geholpen te zijn, ten opzichte van 67% van de jongeren. Figuur 2
Ik ben snel geholpen (% altijd/vaak)
Tot slot geeft figuur 1 weer of de respondenten de hulp konden krijgen die zij nodig hebben. Passende hulp is van belang om de geformuleerde doelen te halen, maar ook om de beleidsdoelen als zelfredzaamheid, zelfontplooiing en veiligheid te realiseren. 89% van de respondenten zegt vaak of altijd de hulp te kunnen krijgen die zij nodig hebben. Vorig jaar was dit 72%. Jongeren zijn in de regel vaker van mening dat ze de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben dan ouders.3 In uw gemeente is dit echter andersom: 83% van de jongeren heeft geantwoord de hulp te kunnen krijgen die nodig is, ten opzichte van 89% van de ouders.
3
Bron: MCJO-onderzoek BMC
| 7 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
H3 | Uitvoering van de hulp In dit hoofdstuk komen de cliëntervaringen met de uitvoering van de hulp aan bod. Worden jeugdhulpcliënten goed geholpen, krijgen ze voldoende informatie over de hulp, worden beslissingen over de hulp in gezamenlijkheid genomen, werken de verschillende organisaties goed samen en wat vinden respondenten van de kwaliteit van de hulpverleners?
3.1
De kwaliteit van de zorg
Gemeenten hebben met de gecontracteerde aanbieders afspraken gemaakt over een goede kwaliteit van zorg. Aanbieders moeten voldoen aan minimale standaarden om de gestelde doelen, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, te kunnen behalen en ervoor te zorgen dat de hulp het afgesproken beoogde effect oplevert voor kinderen en ouders. Hieronder volgen de uitkomsten van enkele vragen die over de kwaliteit van zorg gaan. Figuur 3
Uitvoering - kwaliteit van de zorg (N = 27, 27, 28, 25)
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen
Ik krijg voldoende informatie over de hulp
Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen
Bovenstaand figuur toont de ervaringen van respondenten met betrekking tot de hulp die zij krijgen bij hun vragen en problemen. 89% van de respondenten vindt dat ze vaak of altijd goed worden geholpen bij hun vragen of problemen. Dat is een hoger aandeel dan vorig jaar (84%) en dan in de referentiegroep (81%). Ouders (94%) zijn vaker van mening dan jongeren (82%) dat zij goed worden geholpen bij vragen en problemen.
| 8 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Informatievoorziening over de hulp is heel belangrijk. Zo weten jongeren en ouders wat zij van de hulp kunnen verwachten. 67% van de respondenten krijgt voldoende informatie over de hulp. 26% krijgt dat soms en 7% nooit. We zien een flinke daling in het percentage respondenten dat antwoordt voldoende informatie te krijgen: -23%punt daling. Slechts 50% van de jongeren beoordeelt de informatievoorziening positief. Vervolgens is gevraagd of jongeren en ouders ervaren dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. 82% van de respondenten ervaart dat beslissingen over de hulp vaak of altijd samen met hen worden genomen. Jongeren willen graag dat de hulpverlener één-op-één met hen in gesprek gaat over hun voorkeuren en keuzen. 4 Toch zien we dat 67% van de jongeren heeft ervaren dat beslissingen altijd of vaak samen met hen zijn genomen, ten opzichte van 94% van de ouders. Indien er verschillende organisaties betrokken zijn bij de hulp voor een jongere of een kind is het van belang dat zij samenwerken om hem of haar goed te kunnen helpen. In het verleden kwam het voor dat verschillende professionals bij een kind of gezin betrokken waren, zonder dat zij daar van elkaar van op de hoogte waren. Dat heeft geleid tot onwenselijke situaties waarin niemand de regie had over de situatie.
Hulpvragen werden daardoor niet integraal opgepakt, waardoor de effectiviteit soms te wensen overliet. Het doel is nu om te werken volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. 76% van de respondenten die van verschillende organisaties hulp ontvangen, ervaart dat deze goed samenwerken om hem of haar te helpen. Dat is een flinke stijging ten opzichte van vorig jaar (49%, +27%punt) en hoger dan in de referentiegroep (71%). In figuur 4 is deze ontwikkeling ook duidelijk te zien. Opnieuw zien we wel verschillen tussen jongeren en ouders: 64% van de jongeren ervaart dat organisaties vaak of altijd goed samenwerken, ten opzichte van 86% van de ouders. Figuur 4
4
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen (% altijd/vaak)
Bron: ZonMw, Eerste evaluatie Jeugdwet 2018
| 9 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
3.2
De kwaliteit van de hulpverleners
De kwaliteit van en de klik met de hulpverlener bepaalt in hoge mate het effect van de hulp. Wat vinden de jongeren en ouders van de hulpverleners die hen ondersteunen? Figuur 5
Uitvoering – kwaliteit van de hulpverleners (N = 27, 28, 28)
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen
Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners
Ik word met respect behandeld door de hulpverleners
Allereerst is naar de kennis van de hulpverlener gevraagd. De figuur toont hoe respondenten dit ervaren. 85% van de respondenten vindt dat de hulpverleners vaak of altijd genoeg kennis hebben om hen te kunnen helpen. 15% vindt dat niet of soms. Ten opzichte van de vorige meting is het aandeel respondenten dat vaak of altijd als antwoord geeft hoger. In vergelijking met de referentiegroep scoort uw gemeente op alle aspecten (iets) positiever. In figuur 6 zien we dat de afgelopen jaren niet alleen een stijgend aandeel respondenten vaak of altijd vindt dat hulpverleners genoeg weten om te kunnen helpen, maar dat dit jaar de Duivense respondenten dit hoger waarderen dan het gemiddelde in de referentiegroep.
| 10 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Figuur 6
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen (% altijd/vaak)
Vervolgens is gevraagd of ze zich serieus genomen voelen door de hulpverleners. 93% van de respondenten voelt zich vaak of altijd serieus genomen door de hulpverleners. We zien dat alle ouders die de vragenlijst hebben ingevuld, zich serieus genomen voelen door de hulpverleners, terwijl 83% van de jongeren dit zo heeft ervaren. Tot slot is gevraagd of jongeren en ouders zich met respect behandeld voelen door de hulpverleners. 96% van de respondenten voelt zich vaak of altijd met respect behandeld door de hulpverleners. Opnieuw voelen alle ouders die de vragenlijst hebben ingevuld zich respectvol behandeld, ten opzichte van 92% van de jongeren.
| 11 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
H4 | Effect van de hulp In dit hoofdstuk komen de effecten van de jeugdhulp op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen aan de eigen omgeving aan bod. Worden met de doelen van de Jeugdwet, zoals naar vermogen mee kunnen doen, één gezin, één plan, één regisseur en hulp op maat, de gewenste effecten bij de kinderen en jongeren bereikt?
4.1
Opgroeien
Aan jongeren en ouders is gevraagd wat het effect van de jeugdhulp is op het opgroeien. In de modelvragenlijst zijn deze effecten opgesplitst in diverse enquêtevragen. Figuur 7
Effect van de hulp bij het opgroeien (N = 28, 27, 26, 22)
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter
Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind
Door de hulp gaat het thuis beter
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger
Het aandeel respondenten dat positief is over het effect van de hulp bij het opgroeien is dit jaar op alle aspecten gestegen. De grootste stijging zien we bij de stelling over het gevoel: 96% van de respondenten voelt zich (veel) beter door de hulp, ten opzichte van 78% vorig jaar. 92% ervaart dat het beter gaat met het gedrag, 89% vindt dat het thuis beter gaat en 86% voelt zich veiliger. In vergelijking met de referentiegroep scoort de gemeente Duiven hoger op alle stellingen.
| 12 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
4.2
Zelfstandigheid
De volgende figuur toont in welke mate respondenten ervaren dat de hulp effect heeft op hun zelfstandigheid/de zelfstandigheid van hun kind. Figuur 8
Effect van de hulp op de zelfstandigheid (N = 24, 25, 25)
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat hij/zij wil
Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat hij/zij nodig heeft
Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord
80% van de respondenten weet een beetje of veel beter wat zij willen dankzij de hulp. Een kleiner aandeel jongeren weet (veel) beter wat ze willen door de hulp (73%) dan het aandeel ouders (85%). 88% zegt vaker te zeggen wat zij nodig hebben dankzij de hulp. 92% ervaart dat er beter of veel beter naar hen geluisterd wordt door de hulp. Ten opzichte van voorgaande meting worden de ervaren effecten van de hulp op de zelfstandigheid positiever ingeschat. We zien op alle stellingen relatief grote verschillen. Ook in vergelijking met de referentiegroep zijn de respondenten positiever gestemd over de effecten van de hulp op de zelfstandigheid.
| 13 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
4.3
Zelfredzaamheid
Jongeren en ouders is gevraagd naar het effect van de hulp op hun eigen zelfredzaamheid. De volgende figuur toont de ervaringen van respondenten op de diverse enquêtevragen die samen zelfredzaamheid meten. Figuur 9
Effect van de hulp op de zelfredzaamheid (N = 21, 20, 23)
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter mijn problemen oplossen
Door de hulp kan ik (mijn kind) beter voor mezelf opkomen
Door de hulp heb ik (mijn kind) meer vertrouwen in de toekomst
91% van de respondenten zegt door de hulp een beetje of veel beter problemen te kunnen oplossen. Dat is een groter aandeel dan vorig jaar, al antwoordt een kleiner percentage dat het veel beter gaat (43% ten opzichte van 47% vorig jaar). Ook kan 70% beter voor zichzelf opkomen dankzij de hulp. Opvallend is dat 55% van de jongeren aangeeft (veel) beter voor zichzelf op te kunnen komen, ten opzichte van 89% van de ouders die merken dat hun kind beter voor zichzelf kan opkomen. 65% van de respondenten heeft een beetje of veel meer vertrouwen in de toekomst door de hulp. Dat is relatief iets minder dan vorig jaar (70%) en lager dan in de referentiegroep (68%).
| 14 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
4.4
Meedoen in de eigen omgeving
Hulp kan er ook aan bijdragen dat kinderen beter kunnen meedoen in de eigen omgeving. In dit onderzoek is ook naar de effecten van de hulp hierop gevraagd. Figuur 10
Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving (N = 24, 24, 23)
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding
Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind zijn/haar vrije tijd beter
Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden
84% van de respondenten geeft aan dat het door de hulp een beetje of veel beter gaat op school, werk of dagbesteding. 63% besteedt de vrije tijd een beetje of veel beter dankzij de hulp. Voor 74% is de relatie met vrienden en anderen een beetje of veel beter geworden door de hulp. Ten opzichte van de vorige meting worden de positieve effecten van de hulp op het meedoen in de eigen omgeving in sterkere mate ervaren. Dit geldt met name voor het effect van de hulp op de vrijetijdsbesteding (49% vond dat het (veel) beter ging vorig jaar) en het effect van de hulp op de relaties (60% vond dat het (veel) beter ging vorig jaar). In vergelijking met de referentiegroep worden de positieve effecten ook in (veel) sterkere mate ervaren.
| 15 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
H5 | Wat gaat goed en wat kan beter? 5.1
Wat gaat goed?
Aan het einde van de vragenlijst is aan de cliënten gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment goed gaat bij de hulp en begeleiding die ze ontvangen. Gezien het kleine aantal respondenten hebben we hun opmerkingen opgenomen in dit rapport. Respondenten ervaren dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze serieus worden genomen. Dat zorgt er ook voor dat ze snel passende ondersteuning hebben kunnen krijgen. ‘Er wordt goed naar je geluisterd.’ ‘Sociaal Team, ik voel me gehoord, gezien en echt gesteund!’ ‘De hulp en begeleiding die ik krijg, werkt voor mij heel goed. Er wordt goed geluisterd en meegedacht.’ ‘Er wordt goed naar onze behoeftes geluisterd en samen met de hulpverlening zoeken we de juiste oplossing(en).’ ‘Mijn zoon is snel geholpen toen het nodig was. De betrokken hulpverleners dachten mee en namen ons serieus.’ ‘Fijn dat er een luisterend oor is, ook voor ons kind. De tips werken. Klankbord is het belangrijkste voor ons als ouder.’
Anderen geven aan dat ze blij zijn met de hulp die ze krijgen. Ze zijn tevreden over de kwaliteit van de hulp(verleners) en dat de hulp echt past bij de hulpvraag en hun eigen situatie. ‘Er wordt goed gelet op welke hulp passend is. De hulpverlener is goed bereikbaar en afspraken maken gaat makkelijk.’ ‘Zorgboerderij, verschillende activiteiten en luisteren goed naar je. Praktische tips. Krekel coaching, goede één-op-één aandacht, zijn er echt voor mij!’ ‘Fijn, ik voel me daar goed elke keer als ik er ben.’ ‘Snelle hulp, altijd bereikbaar.’ ‘Wij krijgen inzicht in zijn denkwijze waardoor wij hem beter begrijpen. En dus (soms) beter met hem om kunnen gaan. We krijgen ook tips en handvatten om dit te bereiken.’
| 16 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
5.2
Wat kan beter?
Cliënten is gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment beter kan aan de hulp en begeleiding die ze ontvangen. Gezien het kleine aantal respondenten hebben we hun opmerkingen opgenomen in dit rapport. De opmerkingen over wat beter kan, zijn zeer divers van aard. Enkele respondenten geven aan dat de wachttijd lang was. ‘Lang wachten voor afspraken elke keer.’ ‘Dat er bij de andere hulpverlening een wachttijd van zes maanden was.’
Daarnaast is een aantal jongeren en ouders niet te spreken over de communicatie tussen aanbieders en de wisseling van hulpverleners. ‘De communicatie tussen verschillende instanties was slecht.’ ‘Veel wisselingen van ondersteuners/begeleiders door tekort aan personeel, corona, et cetera.’ ‘Wisseling hulpverleners.’
Tot slot plaatst een aantal respondenten een opmerking over dat de hulp die ze momenteel krijgen niet past bij de hulpvraag/hun persoonlijke situatie. ‘Zorgboerderij, ik zit in een groep met jongere kinderen en dat is momenteel minder passend.’ ‘Dat voor de gemeente het vervoer (reisafstand) bepalender was voor de keuze van school dan de behoefte van het kind zelf. Omdat wij mondig zijn, heeft dit ons niet in de weg gestaan maar minder mondige ouders kunnen het anders treffen en dat is een slechte zaak.’
5.3
Opmerkingen over ondersteuning
In een open tekstvlak konden de cliënten opmerkingen schrijven over de ondersteuning die zij ontvangen. Omdat een klein aantal respondenten een opmerking heeft gemaakt, hebben we alle opmerkingen opgenomen in het rapport. De opmerkingen zijn zeer divers van aard. Eén respondent wil graag nog een tip geven aan de gemeente. Ook is een respondent kritisch op de gemeente, terwijl een ander juist lovende woorden uit. ‘Het invullen hiervan was lastig, drie verschillende psychologen gezien en de een vind ik beter dan de ander.’ ‘Er wordt door de gemeente nooit hulp aangeboden. Er zijn geen alternatieven.’ ‘Toen het hier op een dieptepunt was voor mij en ons gezin heeft de gemeente goed geluisterd en een indicatie afgegeven.’ ‘Wat meer tussentijds contact.’
| 17 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Bijlage 1 | Tabellen met onderzoeksresultaten In de zesde kolom staan de totalen van de uitkomsten van jongeren en ouders gezamenlijk. In de tweede kolom staan de uitkomsten van jongeren apart, gevolgd door de uitkomsten van ouders in de vierde kolom. In de een na laatste kolom is het gemiddelde over alle gemeenten die het onderzoek door BMC hebben laten uitvoeren, weergegeven. In de tabellen zijn de stellingen zoals geformuleerd in de vragenlijst voor jongeren opgenomen. Voor ouders gaan deze stellingen over hun kind.
| 18 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 1
Achtergrondgegevens
Jongeren 2021
Ouders N
2021
N
Jongeren
N
Jongeren
Jongeren
en ouders
(samen)
en ouders
en ouders
2021
2021
2020 2019 Geslacht
Referentiegroep
N
Referentiegroep
Referentiegroep
jongeren en
(samen)
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
Jongen
0
0
50%
50%
44%
44%
166
Meisje
0
0
50%
50%
54%
54%
166
Moeder
75%
16
75%
16
76%
80%
81%
81%
1.263
Vader
19%
16
19%
16
24%
20%
17%
17%
1.263
Anders
6%
16
6%
2%
2%
1.263
16 0% 0% Leeftijd kind (vragenlijst jongeren)
12 t/m 17 jaar
75%
12
75%
12
0%
70%
82%
82%
517
18 t/m 22 jaar
25%
12
25%
12 100% 30% 18% Leeftijd kind (vragenlijst ouders)
18%
517
0 t/m 3 jaar
0%
16
0%
16
0%
0%
3%
3%
1.131
4 t/m 11 jaar
69%
16
69%
16
60%
45%
53%
53%
1.131
12 t/m 17 jaar
31%
16
31%
16
40% 55% Duur hulp
44%
44%
1.131
Korter dan 3 maanden Tussen de 3 en 6 maanden
0%
11
0%
16
0%
27
4%
4%
10%
12%
11%
1.789
0%
11
12%
16
7%
27
10%
11%
12%
14%
14%
1.789
18%
11
12%
16
15%
27
14%
13%
20%
27%
25%
1.789
82%
11
75%
16
78%
27
73%
72%
58%
47%
50%
1.789
Tussen de 6 en 12 maanden Langer dan een jaar
| 19 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 2
Toegankelijkheid van voorzieningen (% vaak/altijd) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
83%
12
94%
16
89%
28
80%
80%
74%
73%
73%
1.529
67%
12
81%
16
75%
28
63%
70%
64%
65%
65%
1.533
83%
12
94%
16
89%
28
82%
72%
76%
73%
74%
1.358
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb Ik ben snel geholpen Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft
| 20 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 3
Uitvoering van de kwaliteit van zorg (% vaak/altijd) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
82%
11
94%
16
89%
27
84%
76%
81%
80%
80%
1.763
64%
11
86%
14
76%
25
49%
47%
71%
69%
70%
1.511
50%
12
80%
15
67%
27
90%
77%
74%
76%
76%
1.750
67%
12
94%
16
82%
28
82%
79%
84%
86%
85%
1.736
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen De verschillende organisaties werken goed samen om mij/mij en mijn kind te helpen Ik krijg voldoende informatie over de hulp Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
| 21 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 4
Uitvoering van de kwaliteit van hulpverleners (% vaak/altijd) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
73%
11
94%
16
85%
27
78%
63%
80%
81%
80%
1.740
83%
12
100%
16
93%
28
88%
83%
86%
87%
86%
1.770
92%
12
100%
16
96%
28
96%
92%
95%
93%
94%
1.769
De hulpverleners weten genoeg om mij/mij en mijn kind te kunnen helpen Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners Ik word met respect behandeld door de hulpverleners
| 22 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 5
Effect van de hulp bij het opgroeien (% een beetje/veel beter geworden) Jongeren
Jongeren
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
92%
12
100%
16
96%
28
78%
75%
79%
83%
82%
1.673
82%
11
100%
16
93%
27
80%
76%
75%
80%
79%
1.505
82%
11
93%
15
88%
26
81%
78%
68%
76%
74%
1.446
78%
9
92%
13
86%
22
66%
61%
59%
71%
68%
1.313
Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind Door de hulp gaat het thuis beter Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich veiliger
| 23 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 6
Effect van de hulp op de zelfstandigheid (% een beetje/veel beter geworden) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
73%
11
85%
13
79%
24
62%
54%
65%
71%
69%
1.465
82%
11
93%
14
88%
25
72%
76%
71%
75%
74%
1.510
82%
11
100%
14
92%
25
73%
78%
66%
79%
75%
1.506
Door de hulp weet ik beter wat ik wil/mijn kind wat hij/zij wil Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb/zegt mijn kind vaker wat hij/zij nodig heeft Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd/voelt mijn kind zich beter gehoord
| 24 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 7
Effect van de hulp op de zelfredzaamheid (% een beetje/veel beter geworden) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
83%
12
100%
9
90%
21
81%
75%
71%
65%
68%
1.079
55%
11
89%
9
70%
20
55%
59%
64%
55%
59%
966
58%
12
73%
11
65%
23
70%
67%
63%
71%
68%
1.135
Door de hulp kan ik beter mijn problemen oplossen Door de hulp kan ik beter voor mezelf opkomen Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst
| 25 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
Tabel 8
Effect van de hulp op meedoen in de eigen omgeving (% een beetje/veel beter geworden) Jongeren
Jongeren
Ouders
Jongeren
Jongeren
en
N
en
en
ouders
(samen)
ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
2021
N
2021
N
2021
2021
2020
2019
jongeren 2021
ouders 2021
ouders 2021
2021
70%
10
93%
14
83%
24
72%
70%
69%
78%
75%
1.577
45%
11
77%
13
62%
24
49%
43%
49%
55%
53%
1.370
70%
10
77%
13
74%
23
60%
61%
50%
56%
54%
1.351
Door de hulp gaat het beter (met mijn kind) op school, werk of dagbesteding Door de hulp besteed ik mijn/besteedt mijn kind zijn/haar vrije tijd beter Door de hulp is mijn relatie/de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden
| 26 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022 – gemeente Duiven
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon
Augustus 2022 Classificatie
:
Vertrouwelijk
Naam adviseur
:
Wouter Witteveen
Projectnummer
:
PO025323
Correspondentienummer
:
DH-1008-1604
Kijk voor meer informatie ook eens op onze website www.bmc.nl