A6d. 201586592 - Bijlage 2 bij Regio Deal; Uitwerking programmalijnen Regio Deal.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2. Uitwerking programmalijnen Regio Deal Arnhem-Nijmegen 1. Programmalijn Gezond Leven Maatschappelijke uitdagingen Met de programmalijn Gezond leven sluiten wij aan bij het landelijke beleid met betrekking tot de centrale missies van de Kennis- en Innovatie Agenda (KIA) Gezondheid & Zorg uit het Topsectoren- en Innovatiebeleid. De gezondheid gerelateerde missies waarbij wij met de Lifeport regio op in zetten zijn: 1. “In 2040 leven alle Nederlanders tenminste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen met 30% afgenomen.”. 2. “In 2030 wordt zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving (in plaats van in zorginstellingen) georganiseerd, samen met het netwerk rond mensen.” 3. “In 2030 is van de mensen met een chronische ziekte of levenslange beperking het deel dat naar wens en vermogen kan meedoen in de samenleving met 25% toegenomen.” Onze Lifeport regio richt zich in economische zin op het verder versterken van haar speersectoren Health (gezondheid en zorg), Hightech (sleuteltechnologie), Food (voeding) en Energy (transitie). Deze focusgebieden sluiten goed aan bij het Missie-gedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid. Via het instrumentarium van de Regio Deal wordt nu de aanwezige economische kracht meer dienstbaar gemaakt aan de genoemde grote maatschappelijke opgaven en missies.
Ambitie In Nederland is 15% van de beroepsbevolking werkzaam in zorg gerelateerde beroepen. Als wij goede zorg willen blijven garanderen, moet dit in 2040 maar liefs 25% zijn (Vgl Integraal Zorgakkoord, Samen werken aan gezonde regio, sept. 2022). Het is duidelijk dat wij daar de menskracht niet voor hebben. De zorg dreigt onbeheersbaar en onbetaalbaar te worden, met het risico dat gezondheidsverschillen worden vergroot en onze brede welvaart wordt aangetast. Voor de regio Arnhem-Nijmegen zijn de problemen nog nijpender, met nu al meer dan 20% van de banen in zorg gerelateerde beroepen. Deze arbeidsmarktproblematiek lossen wij niet alleen op met meer technologie. Wij moeten ook fundamenteel nadenken over hoe we de toekomstige zorg organiseren. Een transformatie van zorg is nodig. Hoe kunnen mensen veilig voor zichzelf en elkaar zorgen? Hoe verhogen wij de productiviteit van zorgprofessionals zonder de menselijke component weg te rationaliseren? En hoe voorkomen we dat zorg nodig is (preventie)? Dit zijn vragen die wij moeten beantwoorden. Wij zetten daarom vol in op “passende zorg” zodat iedereen ook in de toekomst goede zorg kan krijgen. Passende zorg is zorg die werkt tegen een redelijke prijs, waarbij patiënt en zorgverlener samen beslissen en waar het kan zo dicht mogelijk bij de patiënt georganiseerd.
Passende zorg gaat niet alleen over ziekte, maar ook over gezondheid en zelfredzaamheid. Het gaat om een ommezwaai in ons denken over zorg. Minder focus op ziekte en behandeling en meer inzet op gezondheid en wat iemand wel kan. Dit komt welzijn ten goede. Ook in economische zin is het zaak om burgers zo lang mogelijk te laten participeren in de samenleving door bij te dragen aan een gezond leefmilieu en meer gezonde 1
voeding en beweging. Het benutten van economische kansen gaat daarbij hand in hand met het werken aan deze gezondheidsthema’s en het toepassen van nieuwe sleuteltechnologieën. Verandering in de zorg is complex omdat alles met elkaar samenhangt: 1e, 2e en 3e lijn, ouderenzorg, zorg thuis, wonen, preventie. Door het koppelen van wonen, zorg en digitale technologieën ontstaan er innovaties die vaak door nieuwe bedrijven naar de markt worden gebracht. Alleen in een samenwerkend netwerk van zorgorganisaties en bedrijfsleven kunnen we zorg- en technologische innovaties ook echt opschalen. Belangrijke bottleneck voor bedrijven om producten en/of diensten te schalen in de zorgmarkt is de toegang tot een samenhangend netwerk van innovatieve zorginstellingen en de validatie van hun innovaties in de praktijk. Omdat de zorgsector in de regio Arnhem-Nijmegen zo’n belangrijke sector is, biedt dit kansen. De noodzaak is groot en er is veel hoogwaardige kennis aanwezig. De uitdagingen in de zorg zijn organisatie overstijgend. Alleen door samenwerking zijn wij in staat om de uitdagingen het hoofd te bieden en naar een verandering van het systeem te gaan.
Om daadwerkelijk impact te kunnen realiseren en het verschil te kunnen maken voor de patiënten en burgers, is het noodzakelijk om te investeren in een consistente en consequente samenwerking over een langere termijn tussen zorginstellingen, bedrijfsleven, overheden, wijkorganisaties en woningbouwcoöperaties. Met deze Regio Deal roepen wij dan ook alle relevante partijen op om aan te sluiten en samen verder te bouwen aan de meest innovatieve zorgregio voor een gezond en duurzaam leven.
Strategie: wijkgerichte aanpak Om de ambitie voor een brede welvaart waar te maken, zal een transitie nodig zijn naar een nieuw systeem waarin zorg voor en door de inwoners en haar leefomgeving duurzaam is ingericht. Een systeem waar gezond zijn en gezond blijven (wellbeing, mede door preventie) net zo belangrijk is als goede zorg. Er is ook een duidelijke noodzaak en beweging om zorg meer naar de thuissituatie te verplaatsen en ervoor te zorgen dat inwoners langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Verschillende technologische en sociaal-economische ontwikkelingen in de afgelopen jaren maken het immers mogelijk om de zorg dicht bij de inwoner en het persoonlijke netwerk te organiseren. Tijdens de coronapandemie bijvoorbeeld is zorg dichtbij met behulp van telemonitoring en zelfzorg sterk toegenomen. Zorg verplaatsen is geen doel op zich. De mens en zijn kwaliteit van leven is het vertrek- en eindpunt van goede zorg. De zorg die de zorgprofessionals in het ziekenhuis leveren, maakt over het algemeen een klein (soms lang, soms intensief) deel uit van het leven van patiënten. Echter kan zorg, behandeling, nazorg en begeleiding van mensen met een (chronische) aandoening vaak ook goed in de thuissituatie verleend worden. Op deze manier blijven mensen in hun eigen leefomgeving. Dit komt het welzijn van burgers ten goede.
Mits goed geborgd kan thuismonitoring bovendien de werkdruk in de zorg verminderen. Dit kan gerealiseerd worden via 24/7 ‘personalized patient monitoring’ met de inzet van relatief nieuwe (digitale) technologie. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen zorgverleners, tussen zorgverlener en patiënt/inwoner en met andere instellingen. Daar zijn op kleine schaal al succesvolle voorbeelden van. Het gaat om een aantal aandoeningen (o.a. hartfalen, zwangerschap, reuma, revalidatie, COPD, Covid-19) en enkele duizenden patiënten per jaar in de regio Arnhem-Nijmegen. Door dit op een veel grotere schaal in de regio op te zetten, kan het aantal aandoeningen en aantal patiënten sterk omhoog. Dit heeft impact regionaal en mogelijk ook landelijk. 2
Om deze maatschappelijke uitdagingen en missies mogelijk te maken en te versnellen, willen wij de mogelijkheden van de Regio Deal gebruiken om meer samenhang aan te brengen tussen de woonsituatie van de burger, zijn werk en zijn persoonlijke gezondheidssituatie. Dit vanuit de gedachte dat dit proces het algehele welzijn van de burger verhoogd en daarmee de brede welvaart gaat bevorderen. Dé locatie waar deze domeinen expliciet samen komen, zijn de woonwijken oftewel bij de directe leefomgeving van de burger. Vanuit de gedachte dat de burger meer betrokken moet worden als het gaat om zijn gezondheidssituatie en dat oplossingsrichtingen dan ook het beste in gezamenlijkheid met dezelfde burger tot stand kunnen worden gebracht, hebben wij de regionale triple helix partijen uitgedaagd om met passende initiatieven te komen. Passend in de zin dat er in de komende 4 jaren ook daadwerkelijk impact ontstaat voor de burgers dan wel patiënten, en er aansluiting is bij de aangegeven landelijke missies uit de Kennis- en Innovatie Agenda.
Voorbeelden van type projecten Campus in de Wijk Binnen de programmalijn Gezond Leven zijn verschillende grensverleggende wijkgerichte initiatieven naar voren gebracht, die erop gericht zijn om de zorg in de eigen leefomgeving beter te organiseren. Deze transitie van ‘juiste zorg op de juiste plaats’ is een ingrijpend proces en betekent voor alle betrokken burgers, zorgverleners (zorginstellingen, GGD/GGZ), onderzoekers in de wijk, woningcorporaties en gemeenten dat zij hun focus de komende jaren moeten aanpassen en richten op een gezamenlijk integraal aanbod rond de behoefte van de burger. Daarbij speelt digitale technologie een belangrijke rol. Dit heeft de potentie om de efficiëntie en toegankelijkheid van patiënten en burgers te vergroten, de kosten te verlagen, en de gezondheidsresultaten en het welzijn te verbeteren. Toepassingen zijn mogelijk langs de hele keten van zorg: in preventie, bij diagnose en interventie, permanente monitoring en bij empowerment van de patiënt en burger. Bij het organiseren van zorg in de nabijheid van de burger is het daarom noodzakelijk dat daarbij nieuwe en bestaande digitale technologieën gebruikt gaan worden, die het mogelijk maken om bijvoorbeeld thuismonitoring op afstand door zorgprofessionals mogelijk te maken.
Maar ook digitale technologieën zoals tele-consulting, robotica en domotica voor woning en leefomgeving hebben de potentie om vroege tekenen van achteruitgang te signaleren, waardoor met aanvullende ondersteuning en maatregelen verdere gezondheidsschade wordt voorkomen en welzijn en onafhankelijkheid langer gewaarborgd blijven. Bij dit proces worden bedrijven uitgedaagd om hun innovatieve (digitale) producten en diensten te schalen in onze zorgregio’s. Vaak ontbreekt er bij de ondernemer de toegang tot een samenhangend netwerk van zorgorganisaties, woningcorporaties, burgerinitiatieven en overzicht van activiteiten van andere bedrijven. Dit maakt dat de ondernemer moeite heeft met validatie en adaptie van hun innovaties in de praktijk, zowel binnen de muren van een zorginstelling als bij de inwoners thuis. De ondernemer is alleen in een samenwerkend netwerk van zorgorganisaties, woningcorporaties, burgerinitiatieven en bedrijfsleven in staat de vragen, frustraties en wensen (challenges) van inwoners rondom hun eigen gezondheid en zorg op te halen, te beantwoorden en op te lossen. Hiervoor is een 3
integrale aanpak nodig die ervoor gaat zorgen dat het proces van validatie, adaptie, toepassingen en wordt versneld zodat daarna daadwerkelijk verder kan worden opgeschaald. Het bedrijfsleven, waaronder het MKB, heeft dan ook behoefte aan ‘real life’ locaties die kunnen dienen als inspiratiebron en testomgeving voor technologische innovaties op gebied van gezondheid, die uitgaan van behoeftes van de gebruikers (o.a. burgers met lage sociaaleconomische status) en/of hun zorgprofessionals. Onze Lifeport ambitie is dan ook om in 2030 de plek te zijn waar in Nederland (MKB) ondernemers hun innovatieve digitale zorgproducten- en of diensten in gezamenlijkheid met de inwoners en relevante zorgorganisaties kunnen testen, valideren en toepassen in de directe leefomgeving van diezelfde inwoners. De verwachting is dat het Digital Health Challenge Lab met haar digitale innovaties een waardevolle bijdrage gaat leveren aan deze ambitie en daarmee aan een duurzaam en gezond leven voor alle inwoners. Deze nieuwe technologieën maken het op termijn ook mogelijk de zorg fundamenteel anders te organiseren en te transformeren naar een zogenaamd ‘(virtual) connected care model’ voor zorg en ondersteuning van gezondheidsgedrag dicht bij de burger.
Het BOLT project heeft daarom als doel om een regionaal ontwikkel-, evaluatie- en implementatie centrum van samenhangende digitale technologieën te creëren en te exploiteren voor 24/7 tele-monitoring, tele-support en tele-service ten behoeve van ‘zelfstandig’ wonende kwetsbare ouderen, waarin zorgpartijen, sociaal domein, en partijen gericht op de woonomgeving resp. slimme digitale technologieën samenwerken. Meer zorg en begeleiding thuis vraagt ook om het aanleren van nieuwe gezondheid- en digitale vaardigheden voor zowel patiënten als zorgprofessionals. Een groot deel van de mensen is in staat kennis en vaardigheden te ontwikkelen die zelfzorg in combinatie met monitoring op afstand mogelijk maken. Vooral voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden geldt dat een persoonsgerichte aanpak leidend is. De goede voorbeelden en positieve ervaringen van de verschillende betrokken organisaties (Sint Maartens Kliniek, Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Rijnstate, Radboudumc) bieden een goede basis om dit verder op te zetten en op te schalen om hiermee een significante bijdragen te leveren aan gezondheid voor inwoners in de regio Arnhem-Nijmegen. Deze ziekenhuizen willen met hun initiatief van Zorg Dichtbij de juiste zorg, op de juiste plek, door de juiste persoon, op het juiste moment realiseren.
Fieldlabs als lerend netwerk Het is ook onze ambitie dat er verder gewerkt gaat worden aan het verkleinen van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Duidelijk is dat deze deels op leefstijl te herleiden zijn, maar ook groeit het besef dat gezondheid van veel factoren afhankelijk is. Zowel individueel gedrag als sociale omgeving en fysieke omgeving zijn hierbij belangrijk. De invalshoeken zitten in veel sectoren, zoals onderwijs, sport, vrijwilligerswerk, omgeving, zorg & welzijn en bedrijfsleven. Het reduceren van deze gezondheidsverschillen dient daarom intersectoraal en multidisciplinair aangepakt te worden. Voor bewoners lijkt ‘de wijk’ (de directe leefomgeving) de beste invalshoek te zijn om aan gezondheid te kunnen werken. Verschillen tussen wijken zijn vaak groot, maar binnen een wijk is de populatie relatief homogeen en weten belangrijke actoren (vrijwilligers en professionals) elkaar vaak goed te vinden. De kennisinstellingen pakken hierbij steeds meer hun maatschappelijke rol waarbij het belang van 4
praktijkleren en interprofessioneel opleiden steeds belangrijker wordt. Tegelijkertijd zijn er nog weinig opleidingsmogelijkheden die dicht bij de context liggen. Wij verkiezen daarom de wijk als locatie om te versnellen op innovaties die de sociaal-economische gezondheidsverschillen aanpakken. In zgn. Fieldlabs wordt in co-creatie met bewoners vanuit een langjarige onderzoeks-en innovatieagenda samengewerkt aan duurzame oplossingen voor sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Initiatiefnemer van dit idee is de Nijmeegse netwerksamenwerking Groen, Gezond en in Beweging. De ambitie van het Fieldlab initiatief is dat er in 2030 op wijk-, gemeente- en regioniveau een infrastructuur ligt waarbij de rollen van de diverse spelers en de governance daarvan duidelijk zijn. Innovaties, zoals ICT-oplossingen, maar ook sociale innovaties en aanpassing van de leefomgeving om gezondheid te bevorderen en zo de achterstanden te verminderen, zijn ver gevorderd en sluiten aan bij de behoeftes van de bewoners en professionals. In 2030 zijn ongeveer 30 wijken in een lerend netwerk betrokken en is de samenhang tussen individuele, sociale en fysieke omgeving ten behoeve van gezondheid en reductie gezondheidsverschillen sterk verbeterd.
Gezonde en veilige data voor wijkgerichte aanpak Om te kunnen sturen op een gezond leven, is veel informatie nodig. Idealiter willen we ziekte voorkomen (preventie) vanuit een thuis- of werksituatie en verlangen we, wanneer nodig, optimale persoonsgerichte zorg bij de huisarts of in een ziekenhuis. Zulke preventieve of curatieve zorg vereist een data-infrastructuur die de benodigde informatie geïntegreerd verschaft aan de burger. Deze data strekken zich uit buiten de domeinen van de normale zorgverleners in 1e - 3e lijns zorg en omvat ook thuiszorg en het monitoren van positieve gezondheid in de thuissituatie. Echter, momenteel is het niet mogelijk data van een thuisomgeving te combineren met de streng beveiligde data-infrastructuur in ziekenhuizen of zorginstellingen, huisartsen etc. In Nederland wordt de data-uitwisselbaarheid tussen ziekenhuizen aangepakt door Health-RI, waarvoor tezamen met landelijke coördinatie ook regionale knooppunten zijn ingericht. In onze regio is dat in het Radboudumc. Er is echter binnen dit initiatief geen ruimte om dit te verbreden naar de regio voor data vanuit de huissituatie. In toenemende mate worden gezondheid verbeterende programma’s in wijken of gemeenten onderzocht in 'proeftuinen’ (ook wel ‘living labs’ of ‘fieldlabs’ genoemd).
Terwijl deze nuttige informatie kunnen opleveren voor toekomstig beleid op gezond leven, werken en wonen, wordt de data van deze proeftuinen in onvoldoende mate beschikbaar gemaakt voor hergebruik. Hierdoor is er onvoldoende kennisuitwisseling van verkregen inzichten met het risico dat de proeftuinen ad hoc lokale experimenten blijven. Om relevante informatie te verbinden, is een additionele onderliggende data-infrastructuur nodig. Deze dient met eenzelfde beveiliging van persoonlijke data het mogelijk te maken om verzamelde data thuis en in de medische zorg te combineren, ook met andere data van bijv. omgevingskwaliteit (denk aan covid-relatie met fijnstof, bestrijdingsmiddelen etc.). Dit maakt een meer continue gezondheidsmonitoring mogelijk i.p.v. de huidige éénpunts metingen bij huisarts of ziekenhuizen.
5
Vanuit deze rijkheid aan data kunnen betere voorspellingen gemaakt worden van gezondheidsrisico’s, leidend tot vroegdiagnostiek en voorspelling van de effectiviteit van interventies of behandelplannen. Radboudumc bouwt aan een uitbreiding van hun data-infrastructuur, in landelijke afstemming, die data binnen ziekenhuiscontext en binnen de gezondheidspaden uitwisselbaar en herbruikbaar maakt. OnePlanet is daarnaast een infrastructuur met de hoogste beveiligingsgaranties en zonder commerciële doelen aan het ontwikkelen met MKB’s uit de regio. Gezamenlijk biedt dit een basisomgeving voor het combineren van thuismonitoring data met medische data, voor de persoonlijke feedback naar cliënt en zorgverlener, en het opbouwen van meer inzicht in gezondheidsmechanismes door middel van nieuwe voorspellende algoritmes. De ambitie ligt er om een complete Gezonde Data-infrastructuur te bouwen, die geschikt is voor: de combinatie van thuismonitoring, medische data en omgevingscontext data, welke gecombineerd toegankelijk is in een persoonlijk gezondheidsdossier, en gebruikt kan worden voor vroegdiagnostiek en effectieve gezondheidsinterventies. Een dergelijke data-infrastructuur zal een meer gepersonaliseerde behandeling op basis van continue data mogelijk maken voor zowel behandelaars als burgers in hun eigen thuissituatie.
Gezond Leven en Toekomstbestendig wonen Vanuit de gedachte dat de woonsituatie grote invloed kan hebben op de persoonlijke gezondheidssituatie van burgers, richt zich het initiatief Build4Health op het evidence based bouwen en inrichten van de gezonde leefomgeving. Een wijkomgeving die het bewegen stimuleert en de gezondheid bevordert door preventie van een groot aantal bewegingsarmoede gerelateerde ziekten. In het op de juiste en effectieve manier hanteren van groen en blauw in nieuwbouw en renovatie van bestaande wijken kunnen o.a. de hittestress en gerelateerde ziekten worden verminderd. Het initiatief bevordert een integrale aanpak van een gezonde leefomgeving, waarin gemeenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars en de gezondheidszorg samenwerken.
Dwarsverbanden andere Regiodeal programmalijnen en landelijke programma’s Uit het portfolio van initiatieven blijkt duidelijk dat de programmalijn Gezond Leven ook aan de andere programmalijnen raakt. 2. Toekomstbestendig wonen: in 2030 moet 50% van de zorg in de thuissituatie plaatsvinden, door nu al te investeren in het testen van de toepassingen die dit mogelijk kunnen gaan maken. In de projecten wordt dan ook nadrukkelijk de samenwerking gezocht met woningcorporaties, dergelijke partijen zijn zeker nodig om kwetsbare groepen te bereiken. 3. Sterke bedrijvigheid: wij bieden bedrijven in de Health en Hightech sector mogelijkheden om producten te ontwikkelen en te toetsen in de praktijk. 4. Werkende arbeidsmarkt: tegelijkertijd werken we aan skills en competenties die nodig zijn voor de zorgprofessional van de toekomst. De koppeling met onderwijs zorgt er ook voor dat organisaties die met personeelstekorten kampen (zoals thuiszorgorganisaties en ziekenhuizen) in beeld komen bij studenten. 5. Grenzeloos samenwerken: wij wisselen met onze oosterburen kennis uit over succesvolle voorbeelden van preventie en zorg in de wijk, ondersteunende technologieën en opleidingsprogramma’s die werken. 6
Verder zijn er dwarsverbanden met andere landelijke programma’s zoals de Woondeal, het Volkshuisvestingsfonds, het Groeifonds voor Artificial Intelligence, maar ook die van een Leven Lang Ontwikkelen.
2. Programmalijn Toekomstbestendig Wonen Ambitie De regio staat voor de forse opgave om tot 2040 circa 50.000-60.000 nieuwe woningen te bouwen, waarvan 33.000 tot 2030. Daarvoor is een aanzienlijke versnelling van de bouw noodzakelijk. Tegelijk gaan we de uitdaging aan om deze opgave op een duurzame wijze in te vullen die passend is bij het groene en leefbare karakter van de regio én bij de grote maatschappelijke uitdagingen rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en uitputting van materialen. De regio heeft de ambitie om nog verder te groeien als circulaire topregio en wil dit ook vertalen naar de woningbouwopgave. In 2025 dient 25% van de bouw circulair te zijn ingevuld en in 2020 zelfs 50%. We zien uitdrukkelijk kansen om de invulling van de woningbouwopgave te versnellen en tegelijk duurzamer in te vullen: conceptueel en circulair bouwen kunnen elkaar versterken mits we de goede voorwaarden creëren en de kracht van partijen (bedrijven, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en overheden) weten te bundelen. De kiem is daarvoor gelegd. Met de Regio Deal willen we verschillende projecten en initiatieven versneld tot bloei te kunnen laten komen. Met de versnelde en circulaire bouw van woningen zijn we er echter niet.
We willen gezonde en leefbare wijken creëren – waar iedereen baat bij heeft - die voorzien zijn van een duurzame energievoorziening en tegelijk bestand zijn tegen veranderende klimaatomstandigheden, zoals droogte, hitte en extreme regenval. Voor zowel de mens als de biodiversiteit. Hittestress heeft niet alleen impact op de gezondheid, maar ook op de arbeidsproductiviteit. Belangrijk daarbij is ook de betaalbaarheid van woningen, inclusief de verduurzaming daarvan. Vaak kunnen inwoners de mogelijkheden niet benutten. In het kader van de Regio Deal wordt gedacht aan nieuwe concepten en businessmodellen, o.a. gebouwgebonden in plaats van persoonsgebonden financiering van duurzaamheidsmaatregelen. Naast adequate fysieke voorzieningen en groen en water is het voor een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in de regio ook van belang voldoende culturele voorzieningen in de regio te hebben en houden.
Voorbeelden van type projecten De aanpak van de belangrijkste thema’s in deze programmalijn lichten we hieronder kort toe. Ecosysteem Circulair Bouwen In een hoog tempo ontwikkelt de regio zich tot een innovatieve broedplaats voor vele initiatieven en projecten in de circulaire bouw. Juist dat samenspel van partijen en innovatieve initiatieven zorgt voor versnelling en verduurzaming van de woningbouwopgave. We versterken de productieketen voor 7
biobased grondstoffen (ook over de grenzen van de regio heen), we maken gebruik van onze rol als opdrachtgever (gemeenten, woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars) om versneld en circulair bouwen aan te jagen, versterken circulaire en conceptuele bouwketens en verkennen kansen voor fabrieken voor conceptueel en flexibel bouwen. Daarnaast versnellen we onze aanpak om circulair aan te besteden in de Grond-, Weg- en Waterbouwsector. Kennis en kunde van duurzaam bouwen ontwikkelen we door in te zetten op VIA-T, een nieuw aantrekkelijk opleidingscentrum voor de hele bouwsector, en tevens kenniscentrum voor duurzame gebiedsontwikkeling. VIA –T Om de transitie naar circulair bouwen mogelijk te maken moeten toepassingen daarvan in de regio worden verspreid en waar mogelijk opgeschaald. De Groene Metropoolregio werkt aan het creëren van de vraag en het vinden van locaties waar het eerste circulaire opdrachtgeverschap start. Een consortium van onderwijs, bedrijven en overheden gaat kennis, skills en organisatie leveren om dat waar te maken. Dit heeft zowel theoretische als praktische kanten. Daarom wordt de coöperatie VIA-T door initiatiefnemer VO-Campus in samenwerking met HAN, RU, bedrijven, ondersteund door provincie Gelderland, GMR en The Economic Board opgericht. Dit is een uitvoerig routeplan.
Om vanaf 2022 al aan de slag te gaan, wordt gewerkt aan een volwaardig programma voor duurzame gebiedsontwikkeling en circulair bouwen in samenwerking met Radboud Universiteit, het Kenniscentrum Circulaire Bouw (KCCB) en de HAN. In samenwerking met onder andere KCCB worden voor de korte termijn activiteiten gepland om de eerste 5.000 woningen in de regio circulair te laten verrijzen. Voor stakeholders benodigde activiteiten zijn: het verzorgen van opleidingen en workshops over circulair bouwen voor studenten (leerlingen), docenten, opdrachtgevers (o.a. overheid en woningcorporaties) en werknemers in de bouw; het begeleiden en adviseren van bouwondernemingen; het bijdragen aan versnelling van circulair bouwen in de regio (uitwerking opgave Woondeal) met steun aan concrete (bouw) projecten. VIA-T legt de koppeling tussen de vereiste kennis voor duurzaam bouwen met een integrale aanpak bij gebiedsontwikkeling op basis van stakeholderparticipatie en ‘brede groei’, vanuit het gedachtengoed van meervoudige waardecreatie en ‘brede welvaart’. Lifeport Circular Lab zal hiervoor financiering zoeken, onder meer voor het aanstellen van een directeur en een business developer.
Regionale partijen maken al gebruik van de reeds ontwikkelde Circulaire Impactladder, een handzame toets om de circulariteit van bouwprojecten te kunnen beoordelen. De praktijkervaringen hiermee willen we benutten om samen met de rijksoverheid en brancheorganisaties te komen tot een landelijke standaard. Bovendien stimuleren we initiatieven om bouwmaterialen (o.a. betonplaten) opnieuw te gebruiken. Daarnaast zien we kansen om de bouwlogistiek slimmer en duurzamer te organiseren. Ook zien we kansen om vergunningverlening slimmer toe te passen, bijvoorbeeld door de toets op constructieve veiligheid te standaardiseren bij fabrieksmatig gebouwde woningen (o.a. met de inzet van de kennis van de Legal Valley)
Wijkgerichte aanpak, o.a. van energietransitie Voor toekomstbestendig wonen is een wijkaanpak zinvol, zeker als het gaat om de energietransitie. Daarbij gaat het zowel om energiebesparing en het veranderen van de energiebron als om het isoleren van woningen om zo ook energiearmoede aan te pakken. Hiertoe is het nuttig voor bewoners praktische en financiële ontzorgpakketten te ontwikkelen. Uit vele regionale ervaringen is gebleken dat een integrale aanpak van problemen in wijken gewenst is, denk naast energiearmoede aan bijvoorbeeld de verbetering van zorg en veiligheid. We focussen in onze aanpak op enkele kansrijke
8
prioritaire wijken, verspreid over de regio zodat we ook kunnen leren van succesvolle en minder succesvolle projecten. Eén van de aandachtspunten is gebruik van restwarmte van grote producenten in de regio voor nabijgelegen woonwijken. Naast afvalwerkingsbedrijven als ARN en AVR produceert ook een bedrijf als NXP veel energie die het niet altijd direct nodig heeft. Met behulp van een ‘buurtbatterij’ kan deze opslag tijdelijk worden opgeslagen en worden benut door het bedrijf zelf, maar ook door de beide aangrenzende woonwijken met in totaal 15.000 woningen. Voor het grootschalig gebruik van restwarmte zijn de nodige oplossingen qua infrastructuur (warmtenetten), goverance, business cases en wet- en regelgeving nodig, waarbij via de Regio Deal de nodige stappen worden gezet. Verder investeren we in de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed. In tijden waarin energieprijzen exorbitante hoogtes en daarmee de exploitatie op het spel staat is het essentieel dat we maximaal inzetten op efficiënt en duurzaam energiegebruik in onze bibliotheken, zwembaden, buurthuizen, etc.
Leefbare omgeving, inclusief klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Dit heeft grote gevolgen voor mens, natuur en milieu. De natuurlijke ligging en opbouw van de Groene Metropoolregio maakt dat we ons zeer bewust moeten zijn de effecten. Onze regio grenst aan de Maas en wordt doorkruist door zowel de Waal, Rijn als IJssel. Verder bestaat de Regio voor een groot gedeelte uit stuwwalcomplexen zoals de Veluwe en de heuvels tussen Nijmegen en Groesbeek. Door deze opbouw worden bepaalde gevolgen van klimaatverandering versterkt. Daarom nemen we mitigerende maatregelen, maar het effect daarvan zie je pas veel later terug. We zijn dus genoodzaakt om ook adaptatiemaatregelen te nemen om beter om te gaan met hitte, droogte en extreme regenval, zeker ook in de kwetsbare wijken waar bewoners nog afhankelijker zijn van een gezonde en groene woonomgeving. In de Groene Metropoolregio zijn we gezegend met een aantal gemeenten die al jaren koploper op gebied van water en klimaatadaptatie, ondersteund door de provincie en Rijk. Daarnaast zijn in onze regio er verschillende kennisinstituten zoals Radboud Universiteit, Hogeschool Van Hall Larenstein (HVHL) en Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) die op dit vlak een uitstekend kennisdossier hebben. Hetzelfde geldt ook voor de WUR, die al jarenlang samenwerkt met de gemeenten die koploper zijn.
Met wetenschappelijk onderbouwd toekomstscenario’s ontwerpt de WUR analysekaarten met aanbevelingen voor beleidsmatige stappen om bijvoorbeeld hittestress te bestrijden. Denk aan de rol van groen, watermanagement, de manier van bouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Voorbeeldprojecten zijn “Koele routes” in Arnhem en de “Groene corridor” In Nijmegen. Met hulp van Lifeport Circular Lab waarin bedrijven. overheden en kennisinstellingen samenwerken, willen we lessen trekken uit dit soort projecten en die ook toepassen bij vergelijkbare projecten in steden en kernen in de regio. We realiseren ons terdege dat bodem en water het uitgangspunt vormen voor de regionale verstedelijkingagenda. Daarnaast is Soil Valley (Innofields) een consortium van bedrijven (waaronder initiatiefnemer Royal Eijkelkamp) en kennisinstellingen dat werkt aan het inrichten van een proeflocatie voor kennis over de bodem en het bodemleven in relatie tot droogte, watermanagement en de kansen voor een transitie naar een regeneratieve landbouw.
9
De Regio Deal willen we vooral benutten om de gevolgen van de klimaatverandering in alle ruimtelijke ontwikkelingen mee te nemen en om de samenwerking bij het vergroenen en klimaatbestendiger ontwikkelen van de regio te versterken. Extra van waarde nu we verder gaan verdichten vanwege de grote woningbouwopgave. Lifeport Circular Lab (LCL) Kennisdeling en bevordering van innovaties op het gebied van circulaire verstedelijking, klimaatadaptatie en circulaire economie en leefomgeving. Lifeport Circular Lab is het kennisdelingsteam van een coalitie van regiopartijen. Een circulaire klimaat-adaptieve regio heeft kennis en kunde nodig, die marktpartijen en overheden nog onvoldoende beheersen. Rabo Research constateerde in 2021 dat deze kennis aanwezig is, maar nog niet, of niet voldoende, omgezet is in nieuwe initiatieven. Lifeport Circular Lab werkt als consortium om die kloof te overbruggen. Onze stakeholders vormen een netwerk met korte lijnen, waarlangs bedrijven, overheden, onderwijs en inwoners elkaar sneller vinden, kennis delen en met elkaar leren. Zonder LCL ontbreekt het aan speerpunten om de benodigde transitie op gang te brengen en krijgt gerichte besluitvorming geen kans. Het slagen van deze transitie is essentieel voor onze toekomst. De groene innovaties zijn niet alleen van belang voor duurzaamheid en leefklimaat, maar zijn ook relevant voor de economie.
Denk aan de impact van het veranderende klimaat op arbeidsproductiviteit, beschikbaarheid en transport van grondstoffen en bouwmaterialen. De economie, welvaart en welzijn komen in gevaar. Professionals moeten nu worden opgeleid met toekomstbestendige en duurzame vaardigheden, omdat de vraag in de markt naar duurzame oplossingen onmiskenbaar gaat veranderen. De Groene Metropoolregio speelt hierin een belangrijke rol, om richting te geven aan de markt. De coalitie, bestaande uit The Economic Board, Groene Metropoolregio, gemeenten Arnhem en Nijmegen, RU, WUR, HVHL, HAN, RvN@ en Kiemt, zorgt voor agendering, vinden van cofinanciering en vorming van consortia. Partijen maken kennis, delen de opgaven en formuleren kennisvragen. LCL ontzorgt en kan aanvullende partners zoeken. LCL vervult een makelaarsfunctie om kennisvragen van bedrijven en overheden te koppelen aan onderzoeksgroepen van de grote kennisinstellingen. LCL ontzorgt pilots op het gebied van begeleiding van studenten die stageplaatsen vervullen en onderzoeksopdrachten uitvoeren, waarmee werk in het project uit handen genomen wordt. Studenten profileren zich hiermee als professionals van de toekomst. Kennistafels en kennishubs vormen de meest zichtbare schakel in de rollen die LCL vervult. Hiervoor wordt een moderator aangesteld.
Twee voorbeelden van pilots waar kennistafels door de moderator worden georganiseerd, zijn de binnenstedelijke gebieden van Arnhem en Nijmegen. Herstructurering stationsgebied Nijmegen, dat klimaatadaptief, natuurinclusief en met minimale bouwoverlast wordt ontwikkeld. Het project Koel netwerk in de binnenstad van Arnhem streeft naar een schaduwrijk netwerk van onderling verbonden koele plekken. Daarvoor worden naturebased en technische oplossingen onderzocht, toegepast en gemonitord. Het netwerk bestaat uit schaduwroutes met minimaal 40% schaduw.
Dwarsverbanden andere Regiodeal programmalijnen en landelijke programma’s De programmalijn Toekomstbestendig Wonen heeft nadrukkelijk relaties met de andere programmalijnen: 1. Gezond Leven: de aanvliegroute kan verschillen, maar in de wijkaanpak worden een gezonde leefomgeving, woning/binnenklimaat, klimaat, bestrijding van energiearmoede, sociale cohesie, etc. nadrukkelijk gecombineerd om de kwaliteit van leven van bewoners te verbeteren. 3. Sterke Bedrijvigheid: het organiseren van de keten van biobased en circulaire materialen, hergebruik van materialen, energietransitie en verduurzaming van de woonomgeving bieden volop perspectieven voor innovaties en nieuwe verdienmodellen voor bedrijven.
10
4. Werkende Arbeidsmarkt: de transitie in wonen vergt ook aanpassing van de kennis en vaardigheden van zowel medewerkers in de hele keten als de instroom van jong talent, waarvoor VIA-T een belangrijk kristallisatiepunt vormt. 5. Grenzeloos Samenwerken: voor het opbouwen van de keten van biobased en circulaire bouwmaterialen is ook het potentieel van onze oosterburen belangrijk, maar ook andere relevante kennis en ervaring die in Duitsland wordt opgedaan. De opgaven die we met deze programmalijn in de Regio Deal aanpakken, bieden veel leereffecten voor de grote nationale woningbouw-, energietransitie-, klimaatadaptatie- en circulaire opgaven.
3
Sterke bedrijvigheid
Ambitie Uit analyses van de Rabobank blijkt dat de toegevoegde waarde (BRP) in de regio Arnhem-Nijmegen minder snel groeit dan die in Nederland als geheel en de achterstand in de loop van de tijd nog verder toeneemt. De Groene Metropoolregio staat voor een kwalitatieve economische groei met een goede balans tussen levendige stedelijkheid en ontspannen kwaliteit van leven. We zijn sterk in Health (en de cross-over met food), Hightech en Energy. Deze regionale topsectoren zijn momenteel (samen met logistiek) goed voor circa 30% van de bedrijven en 50% van de banen. Met de crossovers tussen deze topsectoren kan de regio het verschil maken en daar zetten we dan ook krachtig op in de komende jaren. Niet alleen voor onze regio maar voor de brede welvaart in heel Nederland. We gaan de topsectoren nog meer inzetten voor de maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie en groei van banen op alle niveaus en op een volledig ingerichte circulaire economie. Tegelijkertijd zetten we in op het stimuleren van nieuw en innovatief ondernemerschap, ondersteunen we het MKB om toekomstbestendig te worden en versnellen wij met de projecten in de regiodeal de verduurzaming van onze werklocaties. Daarmee maken we met een sterke bedrijvigheid in het dagelijkse leven van mensen hét verschil.
Economische ontwikkeling en innovaties zijn belangrijke aanjagers voor versterking van de regio, de grensoverschrijdende samenwerking, het oplossen van de energietransitie en schulden-, armoede- en gezondheidsproblemen. In het samenspel tussen Health, Hightech & Food, Energy ontwikkelen we oplossingen voor verschillende doelgroepen die bijdragen aan het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit, de kwaliteit van leven en de brede welvaart. Daardoor hebben we gelukkige en gezonde inwoners. Economische structuurversterking in de regio is meer en meer in ontwikkeling , zowel ruimtelijk, economisch als maatschappelijk. We zien de synergie tussen de twee steden en omliggende gemeenten groeien. Echter, meer synergie tussen de verschillende verzorgingsgebieden, werklocaties en woonlocaties is nodig om tot gezamenlijke oplossingen te komen voor de verduurzaming en toekomstbestendig maken van onze economie. Vanuit de versterkte regionale samenwerking kunnen we op een aantal thema’s bijdragen aan deze structuurversterking, het innovatieve vermogen van onze economie en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Innovatiekracht en banengroei in de regio Arnhem en Nijmegen creëert ruim 70% van het Gelderse aandeel in het Bruto Binnenlands Product (BBP). Er zijn echter ook de nodige uitdagingen waarbij we in publiek-private samenwerkingen moeten optrekken.
11
De ambitie van de regio Arnhem-Nijmegen is door te groeien tot een groene metropoolregio van internationale betekenis die: • •
•
Hét voorbeeld is van een regio met kwalitatieve groei en een goede balans tussen economische ontwikkeling, levendige stedelijkheid en ontspannen kwaliteit van leven. Dit doen we door in te zetten op de genoemde clusters van Lifeport en op het brede MKB. Economisch tot de best presterende regio’s van Nederland behoort, met zijn innovatiekracht op de sectoren Health, Hightech, Energy en Slimme Duurzaamheid bijdraagt aan de grote maatschappelijke opgaven en tegelijkertijd aan productiviteit en werkgelegenheid van de regio, een optimale verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bewerkstelligt en daarbij komt tot innovatieve oplossingen voor grote maatschappelijke- en productiviteitsvraagstukken. Uitgroeit tot dé circulaire topregio in Nederland. Waar duurzame economie is gerealiseerd in alle facetten van de leefomgeving en we een internationale voorbeeldfunctie vervullen op het gebied van energieneutraal, klimaatbestendige samenleving, gezondheid en technologie;
Strategie: samen werken aan slimme en duurzame ketens en werklocaties De regio streeft naar het verbeteren van het vestigingsklimaat om zo bestaande bedrijvigheid te verankeren, nieuwe start-ups te faciliteren, bedrijvigheid van elders naar deze regio te halen en de exportpositie te versterken. Daarnaast is er een bouwopgave van 50.000-60.000 woningen tot 2040, waar ook per woning werkgelegenheid voor gecreëerd moet worden. Daarmee willen we de enorme pendel (woonwerkverkeer) in de regio verminderen en bijdragen aan ons leefklimaat. Hiervoor is ook een goede en duurzame bereikbaarheid van de bedrijventerreinen essentieel. Om tot een versnelling te komen van onze maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, de klimaatopgave en de woningbouwopgave willen wij volop inzetten op versterking van de clustervorming van onze topsectoren Health, Hightech en Energy. Met een sterkere samenwerking willen wij de crossovers tussen deze sectoren stimuleren en daarmee toepasbare innovaties versnellen. Wij zetten met onze projecten ook in op een toekomstbestendig en veerkrachtig MKB in de volle breedte via digitalisering, ondersteuning bij CO2-reductie, circulariteit en innovatie. Bedrijventerreinen in de regio Arnhem-Nijmegen herbergen zo’n 20% van de bedrijvigheid, 33% van de werkgelegenheid en circa 50% van het gasverbruik in de regio.
Belangrijk voor de groei van ons (innovatieve) MKB en voor de regionale topsectoren is dat er voldoende passende ruimte beschikbaar is op bedrijventerreinen. Voor het goed kunnen functioneren van de topsectoren zijn goede logistieke randvoorwaarden, zoals voldoende ruimte voor opslag, goederenhandling en vervoer van essentieel belang. Voor het transport van goederen wordt waar mogelijk zoveel mogelijk gebruik gemaakt van water en spoor. Natuurlijk doen wij dat vanuit principes als zuinig ruimtegebruik, duurzaamheid en gebruik makend van eventuele koppelkansen. Wij zetten in op een versnelling van de verduurzaming van werklocaties. Deze werklocaties bieden dus naast werkgelegenheid een belangrijke bijdrage aan het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire transitieambities waar inwoners profijt van hebben. Anders gezegd, we werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen en bedrijven en dat leidt tot reductie van de stikstof, CO2 en fijnstof uitstoot, en een gezonder woon-, leef en werkklimaat voor onze inwoners. Bedrijventerreinen krijgen in de vorm van goederenhubs ook steeds meer een functie als tussenbuffer voor de woonomgeving, zodat er efficiënt en effectief transport in een woonomgeving plaatsvindt. 12
Zeker in relatie met de bouwopgave in veelal stedelijk gebied is zowel tijdens de bouw als tijdens het gebruik veel aandacht hiervoor nodig. Met een stijgend inwoneraantal stijgt ook de vraag naar goederen en diensten in de regio. De huisvesting van deze bedrijven bevindt zich meestal op een bedrijventerrein in de nabije regio. Daarnaast komt er meer bedrijvigheid in een woonomgeving in de vorm van o.a. supermarkten, retail, zorg, recreatie, horeca. Daarnaast wordt 'home delivery' steeds belangrijker. Inwoners bestellen via webshops, maar ook lokale leveranciers, dienstverleners (zoals schilders en loodgieters) en zorgverleners leveren aan huis Ook deze bedrijven hebben een aanvoer- en afvoer van goederen, diensten, medewerkers en klanten. Het duurzaam aanpakken van deze opgave is van groot belang voor een goed leefklimaat. Goede, toekomstbestendige bedrijven(terreinen) staan niet op zichzelf, ze gaan verbindingen aan met de stad en regio en wij streven naar een positieve impact op het woon- en leefklimaat. Door op bedrijven(terreinen) stappen te zetten in de circulaire en klimaat & energietransitie, wordt bedrijfsvoering schoner, gaat de uitstoot van bedrijven naar beneden of zelfs naar zero-emissie, worden bedrijventerreinen groener en zal zero-emissie transport en logistiek een steeds groter aandeel zijn in de mobiliteit van bedrijventerreinen.
Ook vergroenen (klimaatadaptatie) van bedrijventerreinen draagt daar op meerdere manieren aan bij: het vermindert hittestress en (risico op schade door) wateroverlast, het bevordert biodiversiteit en het draagt bij aan de gezondheid en het werkplezier van werknemers. Zo ontstaat er met een grootschalige aanpak gezondheidswinst voor omwonenden en werknemers en dragen de bedrijventerreinen bij aan een beter woon- en leefklimaat in de regio. De regio heeft een unieke propositie als het gaat het toekomstbestendig maken van de bedrijven(terreinen). Als enige regio in Nederland hebben we op de drie transitiethema’s circulariteit, energie en klimaatadaptatie kennis en innovatiekracht gebundeld in fysieke clusters, waarin de triple helix samenwerkt. De fysieke clusters, en triple helix samenwerkingen, VIA-T/ KCCB (circulariteit), Connectr (energie), Soil Valley (bodem en klimaatadaptatie) en AI for Life (data) zijn van groot belang voor het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen. Sommige clusters zijn nog volop in ontwikkeling en de inzet van deze clusters voor de bedrijventerreinen en de individuele ondernemers is nog geen vanzelfsprekende. Daarnaast zijn er sterke clusters ter ondersteuning in de regio waaronder Logistics Valley (logistiek), Greenport (agro) en Brick Valley (keramiek en steen).
Door vanuit bedrijven(terreinen) koppelingen te maken met de woningbouwopgave en de bestaande, nabij gelegen woonwijken dragen wij in deze regiodeal slimme oplossingen aan om de energietransitie ook voor inwoners mogelijk te maken. Onze regio kan dit realiseren door betrokkenheid vanuit het ecosysteem van clusters. In deze deal gaan we een stap verder door ook de cross-overs in de regio te benutten. Zo dragen wij niet alleen bij aan de brede welvaart van onze regio maar voor heel Nederland. Ook betrekken wij hierbij slimme oplossingen voor logistiek met bouwhubs voor duurzamere belevering van bouwplaatsen in combinatie met minder transportbewegingen en minder parkeeroverlast. En door goede (stedenbouwkundige) inrichting van woongebieden worden slimme last-mile oplossingen mogelijk met efficiëntere bevoorrading, aandacht voor verkeersveiligheid, minder uitstoot en zo minder overlast in de woonomgeving.
13
Voorbeelden van type projecten Om te komen tot een goede invulling van de programmalijn sterke bedrijvigheid is gekeken naar projecten die al een sterke samenwerkingscoalitie hebben en waar de energie zit om te excelleren in de regio. We zijn tot de volgende soorten projecten gekomen: • Projecten rondom digitalisering en data science, waarbij de crossover met de kennisinstellingen is gemaakt Digitale Werkplaats regio Arnhem Nijmegen (DWAN) Ambitie van DWAN (HAN) is om regionaal kennis- en innovatie te stimuleren op het gebied van brede digitalisering voor het Gelderse mkb (met name in de branches techniek, zorg, commercie) op thema’s als AI en data, digi- en datavaardigheid. MKB-bedrijven worden ondersteund bij het uitbouwen van hun ICT-kennis en -strategie en kunnen een volgende stap in hun vaardigheden maken met behulp van studententeams. De werkplaats is een samenwerking van HAN, ROC’s Rijn IJssel en Nijmegen en RU en regionale partners als Oost NL, RvN@, VNO-NCW en lokale ondernemersverenigingen.
•
Projecten rondom CO2 reductie (biovergisting en gebruik van groen gas in bouwkeramiek, logistieke hubs+laad en agro) om bij te dragen aan de ambitie van een groene metropoolregio. Biogas voor bouwkeramiek Realiseren van meerdere biogashubs om door middel van biogas uit mest de bouwkeramische industrie (steenfabrieken) van duurzaam gas te voorzien. Het project zit momenteel in de ontwikkelfase waarbij voor de biogashubs op boerderijschaal een simpele melding volstaat. Er ligt echter een belangrijke uitdaging bij de vergunning van een grotere mestvergister. Om die reden wordt binnen dit project vanuit twee sporen gewerkt waarbij voor de biogashubs bij boerderijen wordt toegewerkt naar definitief ontwerp en vervolgens naar concrete ingebruikname van de vergister. Voor de centrale mestvergister wordt gewerkt aan het afronden van de vergunningsprocedure. Op deze wijze wordt gewerkt aan zowel oplossing van het mest-/stikstofprobleem van een aantal boeren, als aan het voorzien in meer duurzaam en betaalbaar gas voor de steenfabrieken in de regio.
•
Projecten rondom het sluiten van grondstofketens, waardoor zorg, bouw en maakindustrie circulair worden Green Deal Duurzame Zorg 3.0 regio Arnhem-Nijmegen De Nederlandse zorgsector wil haar voetafdruk op het milieu verkleinen door de CO2-uitstoot te verminderen, het circulair werken te stimuleren, de medicijnresten in oppervlakte-/grondwater te verminderen en de gezondheid te bevorderen door een goede werkomgeving in zorginstellingen. Naar verwachting wordt de nationale Green Deal Duurzame Zorg 3.0 in 2022 nog ondertekend, waarna de regio deze wil uitwerken in een concreet uitvoeringsplan voor Arnhem-Nijmegen voor de periode 20232026. Daarin worden concrete projecten op het gebied van verminderen van de CO2-uitstoot en afval, het stimuleren van circulariteit, en de integratie van duurzaamheid in het onderwijs geïmplementeerd. Tevens wordt de kennisuitwisseling en samenwerking tussen regionale zorginstellingen verstevigd. Hierbij werken regionale en lokale overheden samen met zorginstellingen in Arnhem-Nijmegen.
14
•
Projecten gericht op energietransitie, klimaatadaptatie en vergroenen van werklocaties, die bijdragen aan duurzame opwek, besparing en hergebruik van energie, vermindering van hittestress en wateroverlast, het vasthouden van water, het bevorderen van de biodiversiteit en het verbeteren van de gezondheid en het werkplezier van werknemers. Toekomstbestendige bedrijventerreinen regio Arnhem-Nijmegen De regio Arnhem-Nijmegen streeft naar bevordering van de regionale aantrekkelijkheid om zo bestaande bedrijvigheid te verankeren en nieuwe bedrijvigheid naar deze regio te halen en de exportpositie te versterken. Aangezien circa 33% van de werkgelegenheid, 20% van de bedrijvigheid en 50% van het gasverbruik in de regio zich herbergt op bedrijventerreinen wil het consortium van het project toekomstbestendige bedrijventerreinen op minimaal 7 bedrijventerrein in de regio (o.a. in Duiven, Wijchen, Huissen, Elst, ’s Heerenberg, Arnhem en Nijmegen) werken aan de toekomstbestendigheid (en daarmee de aantrekkelijkheid) van het terrein. Hierbij wordt tegelijkertijd een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de energie-, klimaat en circulaire transitieambities.
De activiteiten bestaan uit het versterken van de organisatiegraad en de vergroening van de bedrijventerreinen, inclusief stimulering van duurzame energie, recycling, veiligheid, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en een goede balans tussen leefomgeving en bedrijvigheid.
Soil Valley Soil Valley is een innovatie-ecosysteem, waarmee de transitie naar een gezonde bodem wordt gestimuleerd. Mede dankzij bevolkingsdruk en intensieve landbouw is de bodem de afgelopen decennia sterk gedegradeerd. Een rijk bodemleven met veel organische stof is essentieel voor biodiversiteit, vasthouden van water en natuurinclusieve landbouw. Het Soil Valley ecosysteem onderzoekt in een living lab van 6,5 hectare in Giesbeek strategieën om de bodem te herstellen, kennis uit te wisselen en goede voorbeelden uit te rollen. Het programma omvat meerdere werkpakketen met verschillende partners en thema’s waaronder projecten rondom: bewustwording , kennisdeling, start-ups, human capital, digitalisering, programmamanagement en een innovatieagenda.
Dwarsverbanden met andere programmalijnen Regio Deal 1. Gezond leven: De projecten die voortkomen uit de programmalijnen sterke bedrijvigheid hebben allen tot doel een prettige leefomgeving te creëren voor inwoners van de regio. Door te werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen die in of in de directe nabijheid van woonwijken liggen ontstaat er gezondheidswinst voor omwonenden, door significante CO2, stikstof en fijnstof reducties, en vergroening van de terreinen. Ook worden bepaalde decentrale energieoplossingen door slimme combinaties tussen bedrijventerreinen en woonwijken te maken, voor de inwoners van aanpalende woonwijken haalbaar. Daarmee wordt een directe bijdrage gerealiseerd aan het tegengaan van energiearmoede van de inwoners van deze wijken. 2. Toekomstbestendig wonen: In deze Regio Deal geven we een duidelijke plus op de Woondeal doordat we circulariteit, met zorg concepten, klimaat en de energietransitie integreren in de verstedelijkingsopgave. We ontwikkelen nieuwe ketensamenwerkingen, ecosystemen, businesscases, en leren met elkaar in de triple helix wat slimme samenwerkingen en slimme oplossingen zijn. Een sterke bedrijvigheid is hiervoor essentieel en daarmee ook een publiek private samenwerking om te komen tot samenwerkingen en oplossingen die schaalbaar en 15
toepasbaar zijn binnen en buiten de regio. In die samenwerkingen en kennisuitwisseling spelen de fysieke clusters Briskr, Connectr, VIA-T/ KCCB en AI for Life een belangrijke rol. In die aanpak zijn we uniek. Op de bedrijventerreinen zijn er bedrijven die werken aan circulaire, zorg of energie- en klimaatoplossingen die hun toepassingen in de woonopgave vinden. Innovaties op deze thema’s vanuit het bedrijfsleven en de fysieke clusters leiden tot toekomstbestendige bedrijven én toekomstbestendige en gezonde oplossingen in de woningbouw. Met inzet op sterke bedrijvigheid kan het bedrijfsleven impact realiseren voor veel verschillende doelgroepen, zoals de koper/ huurder van nieuwbouwwoningen, de huurder in bestaand corporatiebezit in achterstandswijken en tijdelijke woningen voor starters, studenten, vluchtelingen en expats. 4. Werkende arbeidsmarkt: Voor innovatie en uitbouw van sterke bedrijvigheid is een goed werkende arbeidsmarkt cruciaal. Via het regionale Human Capital Akkoord en daaruit voortkomende initiatieven wordt gewerkt aan bijscholing van medewerkers, aantrekken en vasthouden van talent en inzet van ongezien talent. 5.
Grenzeloos samenwerken: de economische potenties van de ligging nabij Duitsland blijven onderbenut en door meer intensieve samenwerking rond de speerpuntsectoren Energy, Health & Hightech en Slimme Duurzaamheid zijn verdergaande kennisontwikkeling, innovatieve aanpakken en handel met onze oosterburen mogelijk. Circulaire economie Circulaire economie is een transitievraagstuk waar de hele samenleving in komend decennium mee te maken krijgt, in overheidsbeleid en -eisen en vragen van bedrijven. De Groene Metropoolregio wil voorsorteren op de toekomst waarin schaarste aan materialen en grondstoffen wordt verwacht en anticiperen op Rijks- en overheidsbeleid. Een individuele gemeente kan dit niet alleen, de regio Arnhem Nijmegen ook niet, het Rijk is daar bij nodig. De regio Arnhem Nijmegen heeft de ambitie uitgesproken om koploper te zijn en samen met de provincie Gelderland 50% circulair in 2030 te zijn. We willen ketens beïnvloeden en we streven naar hogere treden op circulariteitsladder (bouwt voort op de Ladder van Lansink). Er zijn al veel goede voorbeelden van projecten waar de reststromen niet meer worden verbrand, zoals de luierverwerkingsinstallatie bij ARN in Weurt, de electronicahub bij Dar/Road2Work in Nijmegen en de CO2 afvanginstallatie bij AVR in Duiven.
De regio wil een aantal stromen die marktklaar en impact hebben verder uitbouwen, zoals de recycling van zonnepanelen en betere verwerking van zorgafval van ziekenhuizen. Op circulair bouwen worden al stappen gezet, die zijn beschreven in Toekomstbestendig Wonen. De Groene Metropoolregio heeft afgesproken zich in te spannen om de reststromen regionaler te organiseren en de grondstoffen nog hoger op de R-ladder te behandelen. Uiteindelijk gaat het om verspilling voorkomen, anders ontwerpen, productlevensduur verlengen en producten leasen, hergebruiken en recyclen. Dit is hard nodig, want er raken nog veel grondstoffen verloren omdat ze bij voorbeeld nog onnodig worden verbrand. De transitie naar een kringloopeconomie gaat niet alleen over techniek maar om opleiden van mensen, gedragsverandering, betere benutting van aanwezige kennis en disseminatie bij MKB en goed organiseren. erspreid binnen de Groene Metropoolregio is een groeiend aantal initiatieven die bijdragen aan de circulaire transitie van consumptiegoederen met sociale inclusiviteit als uitgangspunt (o.a. Presikhaaf Meubelen, Scalabor, D-Two, Mooi Werk Nijmegen, Stadsboom Nijmegen, electronicahub). Met name binnen de sectoren meubels, hout, consumentenelektronica en huishoudelijke apparaten. Deze beweging heeft versterking nodig om de transitie te versnellen.
Hiervoor is een goed functionerend regiobreed ecoysteem nodig waarin deze initiatieven op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Dit biedt kansen voor MKB Ondernemers, een hogere arbeidsparticipatie, MBO scholen en de consument.
16
Die transitie staat nu nog in de kinderschoenen en overheden, bedrijven en burgers ontbreekt het aan voldoende kennis en ervaring op dit gebied. Pioniers in het bestuur en het bedrijfsleven laten in onze regio zien hoe het anders kan en ook onze kennisinstellingen spelen hierin een voortrekkersrol. En juist in de regio Arnhem Nijmegen is er sprake van een ambitieus bestuur, bewuste inwoners, koplopende bedrijven en zorginstellingen en vooral veel kennis bij universiteiten en hogescholen. We willen met behulp van de Regiodeal onze koplopersrol in de circulaire economie verder versterken, kansen voor nieuwe circulaire ketens te benutten en te leren van succesvolle projecten. In 2018 is de regio uitgeroepen tot beste circulaire regio, omdat de regio potentie heeft, in 2019 en 2020 zijn resp Bedrijventerreinen IPKW en Innofase uitgeroepen tot meest circulaire bedrijventerrein van Nederland. Dit is een goede uitgangspositie. Het Rijk is ook nodig om te kunnen doorontwikkelen, zowel bij niet financiele vraagstukken, als bij financiële vraagstukken. de casussen elders niet gefinancierd kunnen worden. Het gaat vooral om te leren van best practices in Nederland, kennis te ontsluiten, Omgevingsdiensten bij te staan in vergunning trajecten en andere barrières te slechten.
4
Werkende arbeidsmarkt
Ambitie In de regio Arnhem-Nijmegen is in diverse sectoren sprake van enorme krapte op de arbeidsmarkt. Met name in de sectoren Energy, Health en HighTech zijn grote tekorten aan medewerkers met de juiste skills. Om de blijvende tekorten tegen te gaan, is actie nodig. Als we niets ondernemen, zijn de tekorten over tien jaar nog veel groter: Als gevolg van de energietransitie neemt het aantal arbeidsplaatsen in Gelderland met 15.000 banen toe. In Zorg en Welzijn wordt een arbeidsmarkttekort verwacht van ruim 130.000 banen. De human capital-vraagstukken in de regio zijn zowel kwantitatief als kwalitatief van aard. Ieder talent telt hierbij en kan een bijdrage leveren aan deze arbeidsmarkt. Het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd talent is nodig om de regio economisch en maatschappelijk te versterken. Belangrijk bij al deze vraagstukken is duurzame (inter)regionale samenwerking en kennisdeling om impact te kunnen maken. In de regio Arnhem-Nijmegen bestaat een veelvoud aan initiatieven en projecten rondom onderwijs en arbeidsmarkt. Er is sprake van grote versnippering in partijen en projecten, waarbij veelal gestuurd wordt op projecten die met name lokaal worden uitgevoerd. Het levert onvoldoende impact op voor de regionale arbeidsmarkt.
Projecten die potentie hebben om op te schalen, worden onvoldoende opgemerkt en er is weinig kennisdeling tussen partijen en steden. Daarnaast zijn er veel landelijke interventies, o.a. van sectoren, die beperkt doorwerken en afgestemd zijn op regionale projecten. Kennisinstellingen en werkgevers zijn niet genoeg betrokken bij initiatieven, terwijl banen en het opleiden voor benodigde skills centraal staat in de projecten. De regio Arnhem-Nijmegen heeft een vastgestelde human capital agenda, waarbij in maart/april 2022 besluitvorming is doorlopen binnen The Economic Board, de Provincie en de Groene Metropoolregio. Door middel van deze agenda wordt getracht bestaande initiatieven aan elkaar te verbinden, op te schalen en regionaal commitment te creëren. Hiervoor zijn de volgende speerpunten en doelstellingen opgesteld:
17
Van werk naar werk Leven Lang Ontwikkelen voor iedereen. • •
Bijscholing van werkenden om vaardigheden te laten aansluiten bij arbeidsmarkt nu en in de toekomst; Omscholing van werkzoekenden en werkenden naar kansrijke beroepen in Energy, Health en Hightech.
Van opleiding naar werk Aantrekken en behouden van talent. • •
Aantrekken van (internationale) medewerkers in schaarse profielen als IT, techniek; Behouden van studenten voor de regio.
Van werkloos naar werk Activeren onbenut arbeidspotentieel. • •
Ieder talent telt. Mensen gericht begeleiden naar werk; Deeltijders helpen om meer te gaan werken.
In 2022 wordt deze rollende agenda verder uitgewerkt en vormgegeven in een akkoord. Hierbij streven we naar: •
•
•
• •
Minimaal 25 partners uit onderwijs, overheid, arbeidsmarktregio's en bedrijfsleven ondertekenen het Human Capital Akkoord Arnhem-Nijmegen 2021-2025 om gezamenlijk de regionale arbeidsmarkt toekomstbestendiger te maken en actie te ondernemen in de personeelskrapte. Versterking van de regionale samenwerking middels een platformfunctie en succesvolle uitvoering van aantal projecten als goed voorbeeld voor andere initiatieven: o We benoemen concrete doelstellingen samen met de regio voor de komende vier jaar; o We zetten een dashboard op met real time database informatie en ontwikkelingen in de regionale arbeidsmarkt voor sectoren Energy, Health en Hightech. o Beoogde financiering en bijdragen vanuit partners brengen we in kaart binnen de speerpunten; o De komende maanden zetten we een infrastructuur en governance neer, waarin men elkaar snel kan vinden en tot actie kan overgaan. Richting bestuurders pakken we een agenderende en initiërende rol om tot een regionale strategie voor concrete uitvoering te komen. o voor het akkoord wordt een stuurgroep geformeerd en ambassadeurs gevraagd o per speerpunt wordt een aanjager benoemd o Het eigenaarschap willen we breder beleggen in de regio op uitvoerend niveau via werktafels. Invulling geven aan organisatievorm en uitvoering van een meerjarig programma met vastgestelde speerpunten en regionale opschaling projecten.