CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

A4d. Bijlage - Concept Ontwerp Omgevingsvisie Duiven.pdf

Raadsavond 20 april 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: - informatie van het college ter kennisname12.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Versterking van circulariteit in bedrijfsprocessen

3.4 Bereikbaarheid <KAART #13: VISIEKAART MOBILITEIT EN INFRASTRUCTUUR> Op lokaal niveau, zoals geïllustreerd op de kaart mobiliteit en infrastructuur (zie kaart 13), is er een kans om het netwerk verder te optimaliseren voor langzaam verkeer. We zetten in op meer lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer. Daarom zullen we de loop- en fietsroutes onder de loep nemen en verbeteren. Verbeteringen kunnen onder andere worden gezocht op het gebied van verkeersveiligheid, weginrichting, maar ook herkenbaarheid van routes en de bereikbaarheid van het buitengebied. Daarnaast hebben we aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van voorzieningen voor verkeersdeelnemers met een beperking in welke vorm dan ook, zoals zij die gebruik maken van een rolstoel of rollator. We vinden het belangrijk dat iedereen in onze samenleving mobiel kan zijn. Er mag geen ‘vervoersarmoede’ optreden waardoor inwoners worden uitgesloten op het gebied van werk of sociale activiteiten. Parkeren op eigen terrein heeft, wanneer fysiek mogelijk, de voorkeur. Met de realisatie van parkeerplaatsen op openbaar terrein wordt terughoudend omgegaan.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte wordt beschouwd in hoeverre het aantal parkeerplaatsen voldoende is om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte om daarmee oog te hebben voor de parkeerdruk in de directe omgeving. We houden als gemeente ook de doorstroming van het verkeer in de gaten. Op de doorgaande wegen in Duiven en Westervoort is het druk (intensiteiten zijn hoog). Bij de ontwikkeling van inbreidings- en uitbreidingslocaties voor bijvoorbeeld woningen en bedrijven hebben we aandacht voor de impact op de bereikbaarheid en de benodigde ruimte voor aanpassing of uitbreiding van de infrastructuur. We ontmoedigen doorgaand verkeer door gebruik te maken van 30km-zones. Daarbij hoort ook het beperken van regionaal sluipverkeer. Daartoe hebben we oog voor de relatie tussen de aanleg van de A15 en de lokale-regionale bereikbaarheid van de regio Arnhem Nijmegen met de auto en via de nieuwe snelfietsroute. Voor de langere termijn volgen we de nationale plannen voor transitie naar duurzame mobiliteit. Het aantal elektrische personenauto’s stijgt volgens het Klimaatakkoord van ongeveer 160.000 nu naar 1,9 miljoen in 2030. Het aantal elektrische personenauto’s in bezit van inwoners in Duiven stijgt volgens eigen prognoses naar meer dan 6.000 in 2030, waarvan een deel laadbehoefte heeft in de openbare ruimte.

In het tijdig opschalen van laadpunten in de openbare ruimte ligt een belangrijke rol voor de gemeente. Hiervoor stellen we, samen met de netbeheerder, exploitanten en inwoners, een integrale visie laadinfrastructuur op en een plaatsingsbeleid. Hiermee faciliteren we een slim, toegankelijk, dekkend en betaalbaar laadnetwerk. Voor zwaardere voertuigen is nog niet zeker welk alternatief (elektrisch, waterstof, etc.) de fossiele brandstoffen gaat vervangen. We zetten in op clustering van voorzieningen voor de duurzame mobiliteit. Op deze wijze behouden we een kwalitatieve, schone en gezonde leefomgeving.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: •

De verkeersveiligheid in woongebieden vergroten

•

Verbeteren van loop- en fietsroutes, waar nodig uitbreiden van de fietsinfrastructuur

•

Toegankelijkheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van voorzieningen voor mensen met een beperking in welke vorm dan ook behouden en waar mogelijk versterken

24

•

Doorgaand (sluip)verkeer ontmoedigen door 30km-zones in te stellen of de inrichting van bestaande 30kmzones te verbeteren

•

Optimaliseren van de mobiliteitsketen door het verbeteren van de aansluitingen en nieuwe vervoersconcepten

•

Zorgen voor voldoende laadvoorzieningen voor elektrisch vervoer en waterstofvoorziening voor wegtransport

•

Versterken van OV-knooppunten, onder andere door aanvullende voorzieningen

Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: •

Bereikbaarheid integraal meenemen bij ontwikkelingen in de leefomgeving

•

Alleen nieuwbouw als bereikbaarheid is gegarandeerd en past in de verduurzaming van de mobiliteit

•

Infrastructuur aanpassen op verschillende (duurzame) modaliteiten

3.5 Klaar voor de toekomst <KAART #14: VISIEKAART ONTWIKKELINGEN 2050> Als gemeente staan we voor tal van uitdagingen. We moeten CO2-uitstoot vergaand reduceren, ons aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, er is een grondstoffentransitie nodig naar een circulaire economie en de biodiversiteit staat onder druk. Met andere woorden: we staan voor complexe opgaven die bij voorkeur integraal en in samenhang aangepakt moeten worden (zie kaart 14). In deze omgevingsvisie scharen wij ze onder het verbindende thema ‘Klaar voor de toekomst’. Hieronder worden de afzonderlijke opgaven nader toegelicht.

3.5.1 Energietransitie <KAART #15: VISIEKAART ENERGIE> Onze inzet is dat de gemeente in 2050 energieneutraal is in aansluiting op regionaal en nationaal beleid en wetgeving (Klimaatakkoord/Klimaatwet). Dat vraagt enerzijds om vergaande energiebesparing waarbij op de doelstelling van 1,5% besparing per jaar wordt ingezet. Anderzijds is er meer opwek van duurzame (hernieuwbare) energie nodig, zoals het benutten van zo veel mogelijk dakoppervlak voor zonnepanelen. Daar ligt nog een aanzienlijke opgave, zeker op de bedrijventerreinen. In deze opgave werken we samen in met de regio aan de Regionale Energiestrategie (RES) waarin zoekgebieden voor grootschalige opwek zijn aangewezen (zie kaart 15). De gemeenteraad van Duiven heeft hiervoor een ‘lokaal aandeel’ voor de concept-RES vastgesteld. Ook het opstellen van een regionale warmte-infrastructuur voor de gebouwde omgeving valt onder de RES. We stellen in 2021 een gemeentelijke transitievisie warmte op met een tijdpad tot 2030-2050 om planmatig toe te werken naar aardgasvrije wijken. De inzet is om het bestaande warmtenet uit te breiden. In aansluiting op de warmtevisie moeten op wijk- en buurtniveau warmteuitvoeringsplannen worden opgesteld en deze krijgen een verplichte uitwerking in omgevingsplannen.

3.5.2 Klimaatadaptatie <KAART OVERIG: VISIEKAART WATER> Onze inzet is om van de nood een deugd te maken door klimaatproblemen op het gebied van droogte, hitte(stress) en wateroverlast te voorkomen. Deze opgave noemen we klimaatadaptatie. Daarbij werken de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar intensief samen met het Waterschap Rijn en IJssel. Wij volgen de systematiek van het DPRA, het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Eerste stap was het uitvoeren van een zg. stresstest waarin kwetsbaarheden in beeld zijn gebracht. Daarna is in 2020 een risicodialoog gevoerd met experts en met de samenleving. De uitkomsten van deze dialoog maken onderdeel uit van de strategische kaders

25

die voorjaar 2021 aan de raad zijn voorgelegd. Voorbeeld van deze kaders is het benutten de (bergings-) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem. De strategie wordt vervolgens concreter uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.

Rivierklimaatpark IJsselpoort In het Rivierklimaatpark IJsselpoort werkt de gemeente Duiven, samen met andere overheden en met inbreng van inwoners, belangenvertegenwoordigers, agrariërs, andere ondernemers en Natuurmonumenten, aan een robuuste en klimaatbestendige inrichting van de IJssel en de uiterwaarden van Arnhem tot Giesbeek. Met dit plan worden de gevolgen van de klimaatverandering voor langere tijd het hoofd geboden. De IJssel krijgt de noodzakelijke extra ruimte én we werken meteen aan meer biodiversiteit, agrariërs in het gebied krijgen meer toekomstperspectief door natuurinclusieve landbouw, er is ruimte voor bedrijvigheid en we geven recreatie een impuls. Het biedt ook mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie in de toekomst. Zo dragen we bij aan de klimaatdoelen: verminderen van broeikasgassen om onze planeet leefbaar te houden. In oktober 2020 hebben alle samenwerkende partijen ingestemd met dit plan. De gemeenteraden hebben hiervoor de intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort vastgesteld (ga naar rivierklimaatpark.nl).

3.5.3 Circulariteit We moeten onze ambitie voor de omslag naar een circulaire economie nog bepalen. Dat doen we met de ‘roadmap circulariteit’. Tegelijkertijd wordt op concreet niveau gewerkt aan circulaire pilots rondom bijvoorbeeld de inkoop van meubilair, de aanbesteding van de openbare verlichting en het boom- en sportveld-onderhoud. Ook binnen de sector grond, weg- en waterbouw zien we kansen voor circulair aanbesteden. In ons gemeentelijk grondstoffenplan volgen we de doelstellingen van het landelijk Afvalbeheerplan. Verder wordt de ingezette koers op preventie, scheiding en hergebruik geïntensiveerd.

3.5.4 Biodiversiteit Onze inzet is om de waarde van biodiversiteit te behouden en te versterken. Daarvoor is het nodig om uit te dragen welke functies het vervult voor milieu, luchtkwaliteit, waterberging, voedselproductie, gezondheid, sociale activering, recreatie en beeldkwaliteit. Er moet meer natuur-inclusief gewerkt en ontwikkeld worden. Meer en robuustere natuur in de dorpen, de bedrijventerreinen en buiten de woonkernen vraagt om extra gemeentelijke aandacht, inzet en middelen en in gezamenlijkheid met bedrijven, instellingen en bewoners. Waar mogelijk wordt aangesloten bij initiatieven uit de samenleving. In de visiekaart ontwikkelingen (kaart 10) staan suggesties voor het koppelen van biodiversiteit aan gebiedsontwikkeling. De ambities vragen om uitwerking in een actieplan.

3.5.5 Bodem en ondergrond Ontwikkelingen (zoals de toename van woningen, bedrijfsruimten en kantoren, infrastructuur, energieopwekking en -opslag, water en recreatie) vragen ruimte, zowel boven- als ondergronds. Voor een groot aantal maatschappelijke opgaven in stedelijk en landelijk gebied wordt een beroep gedaan op de ondergrond of moet rekening worden gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van de ondergrond. Boven- en ondergrond moeten daarom in samenhang worden bezien. De benoemde ontwikkelingen vragen daarbij om een zorgvuldig beheer, en zo nodig bescherming, van de bodem en ondergrond.

26

Gezien integrale ruimtelijke ordening steeds belangrijker wordt, dienen er in relatie tot bodem en ondergrond verschillende disciplines bij projecten betrokken te zijn. Daarnaast moeten beheer en uitvoering van de openbare ruimte veel meer met het beleid van het fysiek domein verbonden worden. Kansen en risico’s in de ondergrond worden zo eerder benut en/of gesignaleerd en betrokken worden bij de plan- of beleidsvorming. Basisregistratie Ondergrond (BRO) Met alle opgaven die oplossingen zoeken in de ondergrond, waar het al heel druk is, spelen betrouwbare ondergrondgegevens een steeds belangrijkere rol. Daarom is er een Basisregistratie Ondergrond (BRO). De BRO staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het stelsel basisregistraties. De Wet Bro bepaalt dat bestuursorganen verplicht zijn om gegevens over de ondergrond aan te leveren wanneer deze zijn ontstaan door zelf uitgevoerde onderzoeken of onderzoeken die in opdracht van een overheid zijn uitgevoerd. Daarbij zijn overheden ook verplicht om de gegevens te gebruiken. Als een bestuursorgaan vermoedt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan is het verplicht dat te melden bij de beheerder van de BRO. Als een bronhouder vervolgens de melding ontvangt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan moeten zij deze melding controleren en indien nodig aanpassen. Daarnaast kan iedereen een terugmelding doen op de BRO.

Ook dan is de bronhouder verplicht deze melding te onderzoeken in geval van gerede twijfel en indien nodig de gegevens aan te passen. De ontwikkelingen staan niet stil. De basisregistraties zijn op zichzelf nu al nuttige en veelgebruikte instrumenten voor tal van processen binnen en buiten de overheid. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het initiatief genomen om voor de geobasisregistraties (BAG, BRT, BGT, BRK en ook de BRO) verschillende ontwikkelingen op dit gebied gecombineerd op te pakken. Dit gebeurt onder de naam Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-GEO). De BRO is op 1 januari 2018 in werking getreden, maar wordt op dit moment nog geïmplementeerd in de gemeente Duiven. Verwacht wordt dat deze achterstand eind 2021 volledig is ingelopen.

NOVI Wij volgen de uitgangspunten die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden beschreven. In de NOVI wordt benadrukt dat een draagkrachtige bodem en een goed functionerend bodemwatersysteem zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied van belang is, mede met het oog op het verminderen van de bodemdaling. Denk aan de zomer van 2018, die extreem droog was en waarbij de waterstanden in de Rijn en de IJssel historisch laag waren. Door de lage grondwaterstanden is op sommige plaatsen de deklaag van klei drooggevallen, waardoor de klei is gaan inklinken (krimpen). Ook tijdens de extreem droge jaren 1994 en 2006 zagen we schade door verzakking. Met het oog op klimaatverandering is het aannemelijk dat we in de toekomst vaker met extreem droge perioden te maken krijgen. Met andere woorden: de NOVI stelt terecht dat draagkracht van de bodem en de waterhuishouding belangrijke aandachtspunten zijn.

In de openbare ruimte zijn nu al een groot aantal ondergrondse kabel- en leidingnetten aanwezig. Naast de netten die door de gemeente worden beheerd, zoals riolering, is er sprake van ondergrondse infrastructuur die in beheer is van derden. Denk aan netbeheerders zoals het drinkwaterbedrijf en telecom. Vanwege bovengenoemde ontwikkelingen wordt de intensiteit van het gebruik van de ondergrond en het aantal gebruiksfuncties van de ondergrond steeds groter en ontstaat een almaar groter wordende druk op de beperkt beschikbare ruimte c.q. op de bodemkwaliteit. Daarnaast hebben werkzaamheden in de ondergrond meestal effect op de bovengrondse gebruiksfuncties van de openbare ruimte, zoals verkeerscirculatie, bereikbaarheid van gebouwen en groen. Dit is

27

de reden dat bij bijvoorbeeld projecten vooraf een zogenaamde klic-melding plaatsvindt. Door deze meldingen krijgen initiatiefnemers zicht op wat er in de ondergrond ligt en waar zij rekening moeten houden. De regelgeving is onder andere verwerkt in de Telecommunicatiewet en is meegenomen in de door het college en gemeenteraad vastgestelde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI). In de verdere programmering wordt altijd de dimensie van de ondergrond meegenomen als het om projecten van de gemeente gaat, zoals dit ook wettelijk is vastgelegd in de Wet Bro. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ook een aspect dat dient te worden meegenomen, in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Overwogen zal worden of er een apart programma “Ondergrond, bodem en waterkwaliteit” opgezet wordt om te waarborgen dat de kwaliteit van de bodem en waterhuishouding voldoende in beeld is en er sprake is van een evenwichtige belangenafweging tussen de verschillende, bestaande en nieuwe, gebruiksfuncties in de ondergrond.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: •

Bijdragen aan de RES (energie- en warmtetransitie)

•

Biodiversiteit versterken

•

Grondstoffen hergebruiken

•

Water als kwaliteit inzetten

•

Duurzaamheid als uitgangspunt hanteren in beleidsuitwerking en uitvoering

Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: •

Periodieke herijking van de RES

•

Klimaatadaptatie en klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkelen

•

Natuur-inclusief werken en ontwikkelen

•

Ruimte voor waterberging creëren

<KAART #10: VISIEKAART KANSEN VOOR INTEGRALE ONTWIKKELING>

28

4. Van visie naar uitvoering De omgevingsvisie anticipeert op invoering van de nieuwe Omgevingswet en is een samenhangende visie met strategische hoofdkeuzes op beleidsniveau over de fysieke leefomgeving. Deze visievorming wordt gezien als beleidsontwikkeling en is de start van een doorlopend proces. Zodra de visie is vastgelegd kan de gemeente onderdelen concreter maken en stevig juridisch vastleggen door middel van beleidsdoorwerking. Daarmee kunnen ook andere overheden worden gebonden om mee te werken aan de realisatie van het beleid. Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden of door een programma vast te stellen. De uitvoering vindt plaats door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen. Met toezicht en handhaving ziet de overheid vervolgens toe op naleving van de algemene regels en vergunningvoorschriften. De keuze voor de instrumenten bepaalt de monitoring en het soort terugkoppeling.

4.1 Vertaling in programma’s Het vervolg op de omgevingsvisie (beleidsdoorwerking) is het schrijven van programma’s die zorgen voor de vertaling van de omgevingsvisie naar uitvoering. Het programma is één van de zes kerninstrumenten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet. Het betreft, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument dat flexibel van aard is en kan worden toegepast in de verschillende fases van de beleidscyclus. De te schrijven programma’s zullen voortborduren op de vijf thema’s uit deze omgevingsvisie. Vanuit de ambities en doelen wordt een programma vormgegeven. Het gaat hierbij veelal om nieuw of veranderend (bestaand) beleid. Belangrijk is om te kijken naar alle thema’s en de ambities die worden bepaald. Hieruit zal, op basis van prioritering, een uitvoeringsprogramma worden geschreven. Dit uitvoeringsprogramma is de basis om programma’s op (sub)thema niveau te schrijven.

Figuur 4. Van visie naar uitvoering op basis van thema’s en gebieden

De omgevingsvisie kent een lange doorlooptijd, terwijl het programma bedoeld is om inzichtelijk te maken hoe we kunnen komen tot uitvoering, gelet op benodigde middelen en weggezet in een duidelijk tijdspad.

29

Programma’s onder de omgevingsvisie De programma’s borduren, zoals gezegd, voort op de vijf thema’s uit deze omgevingsvisie. Daartoe is vooraf, voor al het bestaand beleid, beoordeeld of het verlaten, vastgehouden, versterkt of vernieuwd dient te worden. Daarnaast is gekeken hoe de ambities uit deze omgevingsvisie, geconcretiseerd kunnen worden in doelstellingen. De programma’s zijn zelfbindend en beogen zo te garanderen dat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving daadwerkelijk wordt bereikt. Daarbij maken we een onderscheid tussen drie soorten programma’s: •

Voor omgevingswaarden uit het gemeentelijke omgevingsplan dient een verplicht programma te worden opgesteld indien gestelde omgevingswaarden worden overschreden;

•

Een programmatische aanpak voor samenhangende activiteiten en maatregelen in een gebied waar omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving onder druk staan;

•

Een vrijwillig programma voor het gemeentelijk rioleringsprogramma, multi-sectoraal beleid, gebiedsgericht beleid of een combinatie van het voorgaande.

Proces Na het vaststellen van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie kan worden gestart met enkele prioritaire programma’s. In overleg met de gemeenteraad zal worden bepaald welke thema's en programma's prioriteit krijgen. Immers,, door beperkingen in capaciteit en middelen kunnen we niet met alles tegelijk beginnen. In het vierde kwartaal van 2021 wordt een uitvoeringsprogramma voor de programma’s Omgevingswet gepresenteerd aan het college en de gemeenteraad. Het uitvoeringsprogramma is een eerste stap om te komen tot uitvoeringsdocumenten om ambities, doelen en uitgangspunten te vertalen naar de praktijk. Hierin zal onder andere een afwegingskader worden gepresenteerd om prioritering mogelijk te maken.

4.2 Monitoring en herijking van de omgevingsvisie De gemeenteraad wordt jaarlijks en waar nodig vaker geïnformeerd over de vorderingen bij de uitvoering van dit programma. We ontwikkelen daartoe een eenvoudig monitoringsysteem waarmee de voortgang van de realisatie van de ambities inzichtelijk gemaakt kan worden. Een voorstel hiervoor is onderdeel van het uitvoeringsprogramma van de programma's Omgevingswet.

4.3 Financiën Uitvoering van de ambities vraagt om extra middelen. Voor een belangrijk deel zijn deze middelen gekoppeld aan reeds lopende trajecten (zoals de Woondeal). Maar ook binnen de eigen begroting zal aanvullend ruimte moeten worden gereserveerd. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven hoe de financiën onderdeel worden van de programma's Omgevingswet.

Kostenverhaal en financiële bijdragen uit particuliere ruimtelijke projecten Onder de huidige Wet ruimtelijke ontwikkelingen is het mogelijk om het kostenverhaal te regelen en financiële bijdragen te vragen uit particuliere projecten ten faveure van bestedingsdoeleinden voor sociale huisvesting,

30

infrastructuur, groen, e.d. Deze mogelijkheid is inhoudelijk verankerd in de nog geldende Structuurvisie 2015, maar zodra de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt vervalt de huidige regeling. De Omgevingswet biedt een geheel nieuw instrumentarium voor zowel privaat- als publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen. Het wetgevingsproces over de inhoud en vorm van dit nieuwe instrumentarium loopt op het moment van schrijven nog (februari 2021). Door het momenteel demissionaire Kabinet is op 8 januari 2021 een ontwerp-algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer aangeboden betreffende publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in het kader van de zogenoemde voorhangprocedure. Nadat dit wetgevingsproces is afgerond, kan in het kader van de omgevingsvisie (of eventueel in een programma) worden toegespitst op de invulling van een privaat- en publiekrechtelijk afdwingbaar kostenverhaal en financiële bijdragen bij gebiedsontwikkelingen.

4.4 Participatie in de uitvoering van deze visie In het proces van de uitvoering van de visie in (uitvoerings)programma’s sluiten we aan bij de eisen die vanuit de Omgevingswet gelden voor het onderdeel participatie. Hiervoor zal in ieder geval een soortgelijk traject worden gevolgd als voor het opstellen van de Omgevingsvisie, waarbij inwoners, organisaties, ondernemers en andere partijen en belanghebbenden in het voortraject worden betrokken. De gemeente gaat voor nu een onderdeel specifiek voor de implementatie van deze wetgeving opstellen. Hierin wordt ingegaan op onder andere de verplichte kennisgeving en motivatieplicht voor de gemeente bij de diverse instrumenten en is er aandacht voor aanvraagvereiste participatie voor een initiatiefnemer bij de Omgevingsvergunning, waar het gaat om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op deze manier wordt aan de (minimaal noodzakelijke) verplichting voldaan.

31

Wetgeving op het gebied van participatie Waarom participatie bij (uitvoerings)programma’s? Participatie moet ertoe leiden dat maatregelen beter uitvoerbaar zijn. Daarom verkent het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) in een participatietraject welke maatregelen mogelijk zijn, wat de voor- en nadelen ervan zijn en hoe maatregelen worden gewogen en gekozen. Het is goed om de rol van de gemeente bij de uitvoering van de maatregelen onder de loep te nemen. Daarnaast is het belangrijk duidelijk te stellen wat er wordt verwacht van burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen. Werkvormen voor het bedenken van strategieën zijn hierbij een handig hulpmiddel. Motiveringsplicht Bij het maken van een programma moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. En de gemeenten geeft aan hoe ze invulling geeft aan haar eigen participatiebeleid. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. De gemeente neemt de motivering op in het vaststellingsbesluit van het programma. Participatiebeleid Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachting: 1 januari 2022) is het verplicht voor gemeenten participatiebeleid te hebben.

Hierin zal aandacht worden besteed aan de visie op participatie en de uitgangspunten die daarvoor gelden. Bijvoorbeeld over de toegankelijkheid, de representativiteit, de betrokkenheid van( onder)vertegenwoordigde groepen, de eigen rol en hoe het resultaat wordt meegewogen in het uiteindelijke plan. Op deze manier is voor alle betrokkenen inzichtelijk hoe zij kunnen meedenken en meedoen.

Tevens wordt te zijner tijd aansluiting gezocht bij de nieuwe Participatieverordening. Dit betekent dat de huidige Inspraakverordening wordt verbreed door hierin aandacht te geven aan de manier waarop de gemeente inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid gaat betrekken. De verordening heeft alleen betrekking op de juridisch regels. De gemeente besluit zelf hoe ze dit per beleidsfase vormgeeft.

32

Bijlage A: Kaarten <BASISKAART TOPOGRAFIE> <BASISKAART WIJK- EN DORPSINDELING> <BASISKAART ENERGIE EN KLIMAAT> <BASISKAART MILIEU> <BASISKAART INTEGRAAL> <VISIEKAART INTEGRAAL> <BASISKAART LANDSCHAP>

33

Bijlage B: Gerelateerde beleidsdocumenten B.1 Nieuw beleid Op het moment van schrijven is de gemeente bezig met het ontwikkelen van een plan voor Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). De ambities van andere beleidsterreinen worden in dit document vertaald naar een ambitie voor beheer en onderhoud. Per deelgebied worden kwaliteitskeuzes gemaakt en wordt inzichtelijk wat de financiële gevolgen zijn van deze keuzes. Deze kwaliteitskeuzes vormen vervolgens het uitgangspunt voor de beheerplannen of voor een integrale beheerplan. Hierbij wordt gewerkt met een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat groot onderhoud gezamenlijk wordt aangepakt en alle onderdelen in de openbare ruimte waar mogelijk in één keer worden meegenomen (wegen, riolering, groen, etc.). Het IBOR heeft grote raakvlakken met de doelen en ambities die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Uiterlijk in 2029 zal het IBOR deel uit maken dan wel zijn opgenomen in het Omgevingsplan (een van de 6 kerninstrumenten van de Omgevingswet).

34

Colofon Uitgave Gemeente Duiven Koning Willem-Alexanderplein 1 6921 ES Duiven

Datum 23 maart 2021

Redactie en projectleiding Berenschot

Kaartmateriaal SAB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=72b304ac-80e9-45ad-a08a-cea1f6c89704