A4b. 201694816-Evaluatie inzet extra jongerenwerker en boa met taakaccent jeugd
Tekst van het document
Evaluatie extra inzet jongerenwerker en boa met taakaccent jeugd ten behoeve van de lokale aanpak jeugdoverlast gemeente Duiven en Westervoort 2024
Samenvatting Sinds 15 maart 2023 zijn in de gemeente Duiven en Westervoort een extra (jeugd)boa en een extra jongerenwerker actief als onderdeel van een integrale aanpak tegen jeugdoverlast. De boa met taakaccent jeugd richt zich op het signaleren en aanpakken van jeugdoverlast en fungeert als schakel tussen inwoners, politie, jongerenwerk en de gemeente. De jongerenwerker legt laagdrempelig contact met jongeren en ondersteunt hen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Uit de evaluatie blijkt dat beide functies van grote meerwaarde zijn: • De zichtbaarheid en effectiviteit van het jongerenwerk zijn vergroot. • De boa met taakaccent jeugd levert waardevolle informatie en werkt preventief in de aanpak van overlastgevende jeugdgroepen. Conclusie: Vanwege de meerwaarde wordt geadviseerd om de inzet van de boa met taakaccent jeugd en de jongerenwerker te continueren. De toegekende incidentele middelen zijn niet meer nodig, omdat de kosten op een andere manier zijn gedekt.
2
1. Inleiding Hierbij ontvangt u de evaluatie van de inzet van de extra jongerenwerker en een extra boa met taakaccent jeugd in de gemeenten Duiven en Westervoort voor de periode 2023-2024. Sinds begin 2022 is de overlast door jeugdgroepen toegenomen, waarbij zelfs sprake was van criminele activiteiten. Dat was aanleiding voor de driehoek (burgemeesters – politie – OM) om de aanpak van jeugdgroepen op Liemers niveau te prioriteren. De gemeenteraden van Duiven en Westervoort hebben bij de Voorjaarsnota 2022 (juli 2022) in het kader van de problematiek rond overlastgevende jeugd voor drie jaar (2023 t/m 2025) budget beschikbaar gesteld voor het aantrekken van een boa met taakaccent jeugd en voor een extra jongerenwerker. Daarbij was afgesproken dat de extra inzet bij de voorjaarsnota 2025 geëvalueerd zou worden. In deze evaluatie leest u hoe de extra middelen zijn ingezet en tot welke resultaten dat heeft geleid. De extra inzet betreft: - 0,8 fte (Duiven) en 0,2 fte (Westervoort) jeugdboa - 0,7 fte (Duiven) en 0,3 fte (Westervoort) jongerenwerker Deze evaluatie is gebaseerd op interviews met betrokken ketenpartners en interne partijen. Omdat de extra inzet nog relatief kort loopt, is het nog wat vroeg om de volledige effecten in kaart te kunnen brengen. 2.
De huidige rol van de jongerenwerker en de boa met taakaccent jeugd binnen de lokale aanpak in de gemeente Duiven en Westervoort Bij de aanpak van jeugdoverlast in de gemeenten Duiven en Westervoort spelen de jongerenwerker en boa met taakaccent jeugd een cruciale rol, met name door hun directe contact op straat. Dit contact maakt hen zichtbaar en benaderbaar voor jongeren en biedt een waardevolle mogelijkheid om te signaleren en te interveniëren waar nodig. 2.1 Invulling jongerenwerker De werving van de extra jongerenwerker is in de loop van 2023 gerealiseerd, maar door arbeidsmarktproblematiek niet direct voor de volledige 1 fte. De jongerenwerker is in dienst bij Santé Partners en wordt gesubsidieerd door de gemeenten. De jongerenwerker is in loop van 2024 meer gaan werken. Niet lang na aanstelling van de extra jongerenwerker is een andere jongerenwerker bij Santé vertrokken. Deze is vervolgens niet vervangen. Om deze reden zijn de extra budgetten in 2023 en 2024 niet volledig benut. Kortom: de extra middelen zijn niet of nauwelijks ingezet, de resultaten zijn vooral toe te schrijven aan de effectievere, meer ambulante, aanpak én vermindering van overlastmeldingen. Door deze omstandigheden kan er niets extra’s gevraagd worden van de jongerenwerkers. Zoals ze zelf ervaren: ‘Ze zitten aan hun maximale inzet gezien de beperkte capaciteit’.
Positie jongerenwerker De jongerenwerker heeft een centrale positie in het ondersteunen van jongeren bij hun ontwikkeling naar volwassenheid. Door middel van contact leggen, signaleren, motiveren, opvoeden en activeren draagt de jongerenwerker bij aan het voorkomen van overlast en het versterken van sociale verbindingen. Hij werkt hierbij nauw samen met ouders, scholen, jeugdhulp, wijkteams, politie, jeugdboa en andere betrokken partners. Dankzij zijn aanwezigheid op straat en op scholen bouwt de jongerenwerker vertrouwen op bij jongeren en in de buurt. Hij spreekt de taal van de jongeren en biedt hen begeleiding, maar stelt ook grenzen. 3
Mooie voorbeelden hiervan zijn: 1. Een situatie waarbij de jongerenwerker een jongere op straat zag, die een gejaagde indruk maakte en bij wie angst in zijn ogen was af te lezen. De jongerenwerker kende deze jongere al en kon goed het verschil zien. In het voorbijgaan vroeg hij of alles in orde was. De jongere gaf aan dat er een groep op hem stond te wachten om hem in elkaar te slaan. De jongerenwerker heeft direct met de jeugdboa en het Candea College geschakeld en zij zijn een aantal uren lang tussen de locatie Candea College Eltensestraat, station en het Eilandplein zichtbaar aanwezig geweest. De boa vanuit zijn rol en de jongerenwerker ging steeds het gesprek aan met alle groepjes die hij tegenkwam. Dit om actueel te blijven en de sfeer te peilen. Hij is hierbij ook een aantal keer in school geweest om informatie uit te wisselen. Dit heeft erin geresulteerd dat de sleutelfiguren eruit zijn gepikt en het geschil in school is uitgepraat en opgelost. 2. Een ander voorbeeld waarom direct contact met het ambulant jongerenwerk goed kan werken, is vanuit de kinderdagopvang Happy Faces waarmee het jongerenwerk, de boa en politie goed contact hebben. Zo kregen de boa en de jongerenwerker een appje van de manager dat er jongeren heel vervelend waren voor het hek en of zij even wilden gaan kijken.
Er werd een, voor de jeugdboa, jongerenwerker en de politie, groep bekende jongeren aangetroffen. Zij zijn in eerste instantie door de jongerenwerker aangesproken en hij heeft de zaken in perspectief gezet. Samen met de boa is hen in een stevig gesprek verteld wat de consequenties gaan zijn van hun gedrag en waarom zij wel worden aangepakt maar peuters van 2 jaar niet. De jongeren gebruikten het lawaai van de peuters buiten om de boel zelf ook op stelten te zetten. De zaken zijn ook hier goed uitgepraat, waarna iedereen met een glimlach zijn weg vervolgde. Dit heeft al met al een minuut of 30 geduurd vanaf het eerst appje met de melding totdat de groep vertrok. In 2024 is extra ingezet op zichtbaarheid op scholen, het in kaart brengen van hotspots (plekken waar problematisch/overlastgevend gedrag wordt waargenomen), samenwerken met jongeren aan oplossingen voor overlastlocaties en activiteiten zoals gezamenlijke maaltijden. De jongerenwerker (en Santé) werkt meer resultaatgericht en wordt ingezet op basis van informatie die vanuit de samenwerking met elkaar gedeeld wordt. Dit maakt hem een waardevol instrument om de veiligheid en de leefbaarheid in de wijken te vergroten en om kwetsbare jongeren te ondersteunen bij hun groei naar zelfstandigheid. Daarnaast is de jongerenwerker ook vaste deelnemer van de pré-weegtafel Duiven-Westervoort.
Dit is een periodiek overleg waar signalen van overlastgevende groepen/jongeren worden besproken. Mede door zijn deelname worden hotspots in kaart gebracht en kan er vroegtijdig geïntervenieerd worden. De jongerenwerker neemt deze plekken, net als de boa’s en de politie, mee in zijn rondes door de beide gemeenten. De aangestelde jongerenwerker op straat werkt gemiddeld 36 uur per week, meestal alleen. Een enkele keer wordt er een stagiaire meegenomen. De jongerenwerker werkt op doordeweekse dagen en weekenden meestal vanaf 14.00 uur tot 22:00 uur. Voor deze tijden is gekozen, omdat dan de meeste jeugd op straat is en het de beste aanvulling is op de roosters van de politie. Deze tijden variëren echter met het seizoen en met de schoolvakanties. In drukke tijden kan er meer inzet worden gepleegd en ook de dagen en tijden kunnen worden aangepast. De jongerenwerker is in praktijk meer aanwezig geweest in Duiven dan in Westervoort. Dat is conform de financiële verdeling. Bovendien heeft Westervoort nog het jongerencentrum Creon.
4
Geconstateerd is dat de jongerenwerker pro-actiever aan ketenpartners terug mag koppelen over de resultaten van zijn werkzaamheden. Daarnaast gaat de jongerenwerker – door de beperkte capaciteit – vaak alleen op pad, wat kwetsbaar is. Werken in duo’s zou niet alleen de veiligheid vergroten, maar ook een breder bereik en dus een gelijkmatige aanpak over beide gemeenten mogelijk maken. 2.2 Invulling boa met taakaccent jeugd De extra boa met taakaccent jeugd is per medio maart 2023 begonnen en heeft per september 2024 een vrijgekomen reguliere vacature ingevuld. Hij richt zich in hoofdzaak op het taakaccent jeugd en is ook kwartiermaker voor het doorontwikkelen/professionaliseren van de andere handhavers op dat vlak. Daarnaast draait de boa met taakaccent jeugd mee in de reguliere handhavingswerkzaamheden. Door het gaan invullen van een reguliere functie zou een vermindering van het aantal uren ontstaan waardoor reguliere handhavingstaken in de knel zouden kunnen komen. Om voldoende capaciteit te houden en ook om invulling te kunnen geven aan de wens van de gemeenteraden met betrekking tot jeugd, is daarnaast een parttime junior-handhaver in tijdelijke dienst aangenomen gefinancierd vanuit specifieke rijksmiddelen voor handhaving en veiligheid.
De boa met taakaccent jeugd levert een belangrijke preventieve bijdrage door jongeren actief aan te spreken op hun gedrag, zoals middelengebruik, en informatie te delen over jeugdgroepen. Hij is zichtbaar op ontmoetingsplekken en deelt structureel zijn bevindingen in overleggen, zoals bij de pré-weegtafel, samen met de politie en jeugdconsulent. Hierdoor ontstaat een completer beeld van de problematiek en worden signalen sneller opgepakt. De boa met taakaccent jeugd wordt door ketenpartners als waardevol ervaren, vooral bij gesprekken met jongeren en hun ouders of bij het uitdelen van waarschuwingsbrieven. Aandachtspunt blijft het voorkomen van het ondersneeuwen van de aandacht voor jeugdproblematiek door de reguliere handhavingstaken, omdat dat de focus op jeugd kan belemmeren. Opmerking hierbij is dat er weliswaar één handhaver is met de specialisatie jeugd (en daarom ook boa met taakaccent jeugd wordt genoemd), maar dat feitelijk alle handhavers in hun dagelijkse werk met jeugd te maken hebben, bijvoorbeeld bij het afhandelen van meldingen of tijdens surveillances. In 2025 zullen naast de jeugd boa ook de andere handhavers een training boa met taakaccent jeugd krijgen. 3. Cijfers boa met taakaccent jeugd Tot het moment van aanstellen van de boa met taakaccent jeugd werden door de gemeente geen specifieke cijfers over jeugd bijgehouden.
Een vergelijk met de jaren voor 2023 kan daarom niet worden gemaakt. In twee systemen vindt nu registratie plaats: • Fixi Dit is een meldingenplatform voor gemeenten. Hiermee kunnen bewoners meldingen doen van schade of overlast in de openbare ruimte. • CityControl In dit registratiesysteem houden de handhavers hun interventies bij. Het gaat hierbij om eigen waarnemingen, waarschuwingen en processen-verbaal. In Fixi werden in 2023 72 meldingen geregistreerd die direct gerelateerd kunnen worden aan jeugd (onder meer vuurwerkoverlast en overlast door jongeren). Dit komt neer op 6% van het totaal aantal door dit team afgehandelde meldingen. Tot en met het derde kwartaal werden 32 jeugdgerelateerde meldingen ontvangen, zo’n 3% van het totaal.
5
Het aantal registraties in CityControl rondom jeugd bedroeg in 2023 103 (7% van het totaal). Dit betrof onder meer bekrassen/kladden, hinderlijk gedrag, jeugdoverlast, samenscholen en vernieling/baldadigheid. In 2024 (t/m het derde kwartaal) ging het om 152 interventies (10% van het totaal). Conclusie uit de cijfers: Het aantal direct aan jeugd te relateren meldingen door burgers daalt van 6% in 2023 naar 3% in 2024. De interventies stijgen daarentegen in 2024 . Hieruit blijkt het meer proactieve karakter van de inzet rondom jeugd. Kanttekening hierbij is dat naar verwachting onder meer het aantal meldingen en interventies rondom vuurwerkoverlast in het vierde kwartaal zal oplopen. Deze cijfers laten zien dat de inzet van handhavers op het taakveld jeugd nodig is en blijft. 4. Eindconclusie ten aanzien van de inzet De inzet van de ambulante jongerenwerker en boa met taakaccent jeugd wordt alom gewaardeerd en als een meerwaarde gezien binnen de lokale aanpak van jeugdoverlast. Het advies is om de inzet van de boa en de jongerenwerker te continueren. Aandachtspunten: - Ten aanzien van de jongerenwerker wordt geadviseerd om pro-actiever aan ketenpartners terug te koppelen over de resultaten van zijn werkzaamheden. - Daarnaast gaat de jongerenwerker vaak alleen op pad. Werken op straat in de avonden is een kwetsbaarheid. Dat vraagt bij voorkeur om een duo/koppel.
Gezien de middelen én de keuzes die de jongerenwerkers nu moeten maken, is dat maar beperkt mogelijk. Werken in duo’s vergroot niet alleen de veiligheid, maar draagt ook bij aan een breder bereik en maakt een gelijkmatige aanpak mogelijk. 5. Conclusie ten aanzien van de extra incidentele financiële middelen Extra boa met taakaccent jeugd Voor de continuering van de inzet van de boa met taakaccent jeugd zijn geen extra financiële middelen vanuit de gemeenten meer nodig. De Tweede Kamer heeft in de tussentijd namelijk extra middelen vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de decentralisatie uitkering die vanuit het rijk beschikbaar is gekomen om de handhaving in de openbare ruimte te versterken. Uitkering vindt plaats via het gemeentefonds aan de gemeenten. De uitkering is bestedingsen beleidsvrij en mag dus bijvoorbeeld worden gebruikt voor extra capaciteit, werving & selectie, registratiesystemen of andere digitale middelen om administratieve werkzaamheden te verminderen of het aangaan van samenwerkingsconvenanten voor de uitwisseling van boa’s. Nu de boa met taakaccent jeugd, zoals eerder aangegeven, is ingestroomd in de reguliere formatie, wordt de decentralisatie uitkering ingezet voor de junior-handhaver. Dit betekent dat het door de gemeenteraden beschikbaar gestelde budget voor de boa met taakaccent jeugd niet meer nodig is per 2025.
Extra jongerenwerker In eerste instantie is er ingezet op een extra jongerenwerker. Na een personele wisseling en een verschuiving van focus bleek dat het jongerenwerk uitgevoerd kon worden binnen de huidige budgetten. Met zelfs meer resultaat tot gevolg. Het toegekende budget voor de extra jongerenwerker werd daardoor in 2023 niet gebruikt en is bij de najaarsnota 2024 ingetrokken.
6
Het werken met één ambulante jongerenwerker is vooral ’s avonds kwetsbaar in verband met de veiligheid. Extra capaciteit van 0,5 fte is wenselijk. Vanwege de financiële situatie bij de gemeenten, wordt er nu van afgezien om met een voorstel hiervoor te komen.
7