CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

A4b. 201622636-Standplaatsenbeleid gemeente Duiven 2023

Raadsavond 26 september 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: - informatie van het college ter kennisname2.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels Standplaatsen gemeente Duiven 2023

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent standplaatsenbeleid. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven, Overwegende: dat vanuit het oogpunt van het bieden van rechtszekerheid, het vereenvoudigen van de vergunningverlening en handhaving het gewenst is beleidsregels voor vergunningverlening voor standplaatsen vast te stellen; gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en op de artikelen 5:17 tot en met 5:20 van de Algemene plaatselijk verordening gemeente Duiven 2021 (bij inwerkingtreding van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Duiven (VFL) de artikelen 1:1, 2:16 en 2:17 VFL); Besluiten: vast te stellen de onderstaande beleidsregels. Standplaatsenbeleid gemeente Duiven 2023 Artikel 1 Algemene begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. APV: de actueel geldende Algemene plaatselijke verordening gemeente Duiven; b. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; c. standplaats: standplaats als bedoeld in lid 1 van artikel 5:17 van de APV; d. incidentele standplaats: een gedeelte van de openbare plaats als bedoeld onder b, dat niet vaker dan vier keer per jaar voor niet langer dan twee aaneengesloten dagen kan worden ingenomen als standsplaats; e.

ideële standplaats: een incidentele standplaats voor maatschappelijke niet-commerciële doeleinden; f. seizoensgebonden standplaats: een gedeelte van de openbare plaats als bedoeld onder b, dat gedurende één of meerdere dagen per week kan worden ingenomen als standplaats voor de verkoop van seizoensgebonden producten voor een periode tot maximaal 3 maanden aaneengesloten per jaar; g. vaste standplaats: een gedeelte van de openbare plaats (zie b), dat gedurende één of meerdere dagen per week kan worden ingenomen als standplaats voor een periode van minimaal 3 maanden per jaar op plaatsen genoemd in de tabel van artikel 4; h. standplaats op particulier terrein: standplaats die op particulier terrein wordt ingenomen met toestemming van de rechthebbende; i. vergunning: de vergunning tot het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18, lid 1, van de APV; j. vergunninghouder: degene aan wie door het college een vergunning is verleend om een standplaats in te nemen. Artikel 2 Aanvraag vergunning Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een volledig ingevuld en ondertekend formulier dat daartoe door of namens het college wordt verstrekt. Artikel 3 Beoordeling aanvraag 1. Het innemen van een standplaats wordt geregeld via artikel 5:18 APV.

Hierin is een verbod opgenomen tot het aanbieden van goederen vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Er geldt dus een vergunningsplicht voor het innemen van een standplaats. 2. In artikel 5:18 lid 2 van de APV is opgenomen dat het college de vergunning weigert wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een vergunning aan het bepaalde in artikel 1:8 juncto artikel 5:18, lid 3, van de APV wordt in elk geval getoetst aan de volgende criteria:

Bescherming openbare orde en veiligheid / beperken overlast (artikel 1:8 APV) a. de doorgang van hulpdiensten als politie, brandweer en ambulance wordt niet belemmerd (minimaal doorgang van 3,5 meter); b. de toegang tot gebouwen wordt niet belemmerd; c. geur- of geluidshinder of enig andere vorm van overlast die te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van de in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken kan afdoende worden beperkt door het stellen van voorschriften; d. de aangevraagde standplaats bevindt zich niet op de bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstrook; e. er kan worden voldaan aan de gestelde brandveiligheidsvoorschriften. Waarborgen verkeersveiligheid (artikel 1:8 APV) de aangevraagde standplaats belemmert niet het zicht op kruisingen, fiets- en voetgangersoversteken en blokkeert niet de uitritten van panden; g. de aangevraagde standplaats is in beginsel niet gelegen op een parkeerplaats bestemd voor belanghebbenden (bijvoorbeeld: gehandicapten, elektrische auto of laad- en losplekken); h. de vrije doorgang van het verkeer ter plaatse (voetgangers, fietsers, gemotoriseerd verkeer) wordt niet belemmerd; i. de standplaats werkt niet verstorend of verwarrend op de verkeerskundige inrichting van de wegen, leidt daardoor niet tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag van verkeersdeelnemers op de weg; j.

de standplaats leidt niet tot onaanvaardbare toename van de parkeerdruk in de directe omgeving. f.

Waarborgen redelijke eisen welstand (artikel 5:18, lid 3, sub a APV)

k. Artikel 5:18, lid 3, sub a APV bevat als mogelijke weigeringsgrond het niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand door de standplaats zelf of in verband met de omgeving.

l.

Redelijk verzorgingsniveau (artikel 5:18, lid 3, sub b APV) Er is geen sprake van dat consumenten afhankelijk zijn van slechts één winkel in een betreffende branche en dat deze mogelijk zal verdwijnen door het verlenen van de vergunning voor het innemen van een standplaats.

4. De gemeente bepaalt de locaties waar de standplaatsen mogen worden ingenomen en bij de vergunning wordt een locatiekaart toegevoegd waarop de locatie nader is aangegeven. 5. Op een standplaatslocatie mag maximaal één aanbieder per branche tegelijkertijd een standplaats innemen. 6. Indien een aanvraag wordt ingediend voor een locatie waarop het maximaal aantal te verstrekken vergunningen is bereikt, wordt een vergunning geweigerd. Artikel 4 Vaste standplaatsen 1. Het college verstrekt een maximaal aantal vergunningen per locatie voor vaste standplaatsen op grond van de in artikel 3 genoemde criteria, op de gemeentelijke locaties zoals opgenomen in tabel 1, op de beschikbare dagen en voor zover nog niet is voldaan aan het maximumaantal tegelijkertijd ingenomen standplaatsen: Tabel 1 Plaats

Locatie

Soort locatie

Tijdstip

Duiven centrum

Rijksweg

Vaste standplaats

Alle dagen 4 mogelijk

Ja

Duiven centrum

Wethouder Thijssenplein

Vaste standplaats

Alle dagen 4 mogelijk

Ja

Duiven

Eilandplein (parkeerplaats)

Vaste standplaats

Alle dagen 3 mogelijk

Ja

Maximum aantal Stroom vergunningen

Groessen

Schuttersplein

Vaste standplaats

Alle dagen 3 mogelijk

Nee

Loo

Loostraat t.h.v. nummer Vaste standplaats 38

Alle dagen 3 mogelijk

Nee

Duiven

Parkeerterrein AH/Thuvinestraat

Seizoensgebonden Alle dagen 1 standplaats mogelijk

Nee

Duiven

Eilandplein

Seizoensgebonden Alle dagen 1 standplaats mogelijk

Ja

2. Locaties kunnen wijzigen en/of vervallen. Duiven centrum is onderhevig aan herindeling(en)

waardoor locaties, ook gedurende de looptijd van vergunningen, kunnen wijzigen. 3. Voor seizoensgebonden en incidentele standplaatsen kunnen andere locaties worden aangewezen dan in de bovenstaande tabel weergegeven. De locaties moeten voldoen aan de criteria genoemd in artikel 3. 4. Een vergunninghouder met een vaste standplaats mag maximaal twee dagen per week op één locatie staan om te voorkomen dat de standplaats het karakter krijgt van een reguliere winkel. 5. Aanvragen voor standplaatsen die op particulier terrein staan maar wel vergunningsplichting zijn, worden getoetst aan de criteria genoemd in artikel 3. 6. Voor ideële standplaatsen met een omvang tot 10 m2 en een duur van maximaal twee aaneengesloten dagen geldt geen vergunningplicht, maar een meldingsplicht.

Artikel 5 Voorwaarden standplaatsvergunning 1. Een standplaatsvergunning bevat in ieder geval: a. De naam en voornamen en correspondentieadres van de vergunninghouder; b. de toegewezen standplaats met vermelding van de afmetingen ervan inclusief een tekening waarop de opstelling van de kraam is aangegeven; c. de branche die de vergunninghouder voert; d. indien het een vaste of incidentele standplaats betreft, de verplichting dat de vergunninghouder de standplaats na beëindiging van de verkoop of andere vergunde activiteiten de standplaats schoon achterlaat; e. de voorschriften van de brandweer die in acht genomen moeten worden. 2. Het college kan extra voorschriften aan de vergunning verbinden ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 3. Een vergunning voor een vaste standplaats wordt in beginsel voor maximaal 12 jaar verleend. 4. Een vergunning voor seizoensgebonden en incidentele standplaatsen wordt in beginsel voor de duur van de gevraagde periode verleend. 5. Het college kan gemotiveerd de geldigheidsduur van de/een vergunning, in afwijking van het gestelde in lid 3 en 4 van dit artikel beperken. 6. Een standplaatsvergunning is niet overdraagbaar. Artikel 6 Inschrijving en procedure 1.

De gemeente Duiven maakt het openbaar bekend via de gemeentelijke website en de gemeentelijke Duiven Post als er één of meer vergunningen voor standplaatsen zijn vrijgekomen. Belangstellenden kunnen zich inschrijven voor de vrijkomende standplaats(en) voor een nader te bepalen datum. Bij meer dan één gegadigde voor een standplaatsvergunning op een bepaalde locatie wordt via een puntentoekenning aan de hand van kwalitatieve criteria (zie lid 6) de standplaats toegewezen. In de bekendmaking staan: • de locatie; • de beschikbare tijden; • de begindatum voor aanvragen (vanaf die datum kan een aanvraag worden ingediend); • de einddatum voor aanvragen (tot die datum kan een aanvraag worden ingediend); • hoe een aanvraag kan worden ingediend. 2. Het aanvragen van een standplaatsvergunning garandeert niet dat een vergunning ook daadwerkelijk wordt verleend. Om voor een vergunning voor een vaste en/of een seizoensgebonden standplaats in aanmerking te komen dient zich geen weigeringsgrond, zoals genoemd in de APV, voor te doen. Daarnaast dient de aanvraag in overeenstemming te zijn met deze beleidsregel.

3. De gemeente behandelt alleen volledige aanvragen, inclusief de op het formulier gevraagde bijlagen. 4. Aanvragen die vóór de aanvang en ná de sluiting van de inschrijvingstermijn worden ontvangen worden geweigerd. 5. Een aanvrager die een onvolledige aanvraag heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn aanvraag aan te vullen (artikel 4:5, lid 1, sub c, Awb), mits de aanvraag minimaal één week voor de einddatum is ingediend. De aanvulling moet vóór de einddatum worden ingediend. Als de aanvraag daarna nog niet volledig is, dan wordt deze buiten behandeling gelaten. 6. Indien er meer aanvragen dan uit te geven vergunningen zijn, worden voor de afhandeling van vergunningaanvragen aan de hand van de onderstaande kwalitatieve criteria en de selectieleidraad zoals aangegeven in bijlage 2, punten toegekend tot het daarbij vermelde aantal maximumpunten (zie tabel 2); Tabel 2 Toetsingscriterium

Punten

Richtlijn punten

1

Aanvullend karakter

0-20

Criteria ten aanzien van het artikel /product

2

Gegadigde

0-40

Criteria ten aanzien van de gegadigde

3

Ruimtelijke omgeving

0-40

Criteria ten aanzien van de uitstraling van de

aspecten/

voor

beoordeling/toekenning

uitstalling

7. Aanvragers komen in aanmerking in de volgorde van het aantal toegekende punten. Bij een gelijk aantal punten zal geloot worden. 8. De punten zullen worden toegekend door een selectiecommissie zoals beschreven in bijlage 2 die wordt benoemd door de gemeentesecretaris. Artikel 7 Voorwaarden innemen standplaats 1. Het college verleent uitsluitend een vergunning aan handelingsbekwame, natuurlijke personen. Een vergunninghouder dient de standplaats persoonlijk in te nemen en mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2. De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan door derden. 3. Indien door ziekte de vergunninghouder zijn standplaats niet kan innemen en een vervanger daarvoor in de plaats wilt sturen, deelt hij dit schriftelijk mee aan de behandelend ambtenaar. Vervanging bij plotselinge verhindering wordt mondeling aan de behandelend ambtenaar gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan. 4. In tegenstelling tot het gestelde in lid 1 van dit artikel mag de vergunninghouder voor een vaste standplaats zich laten vervangen voor een maximale periode van 6 weken. 5. Indien de vergunninghouder van een vaste standplaats zijn standplaats 6 weken achtereenvolgend niet inneemt zonder schriftelijke opgaaf van redenen kan de vergunning door het college worden ingetrokken. Artikel 8 Standplaats op particulier terrein 1.

Een standplaats op particulier terrein met de maximale duur van twee dagen moet worden gemeld. 2. Een standplaats op particulier terrein met een duur van langer dan twee dagen heeft een vergunningsplicht. 3. Aanvragen voor standplaatsen die op particulier terrein staan die vergunningsplichtig zijn, worden getoetst aan de criteria genoemd in artikel 3. 4. De tijden uit de Winkeltijdenverordening zijn overeenkomstig van toepassing op standplaatsen op particulier terrein. 5. Een standplaats op eigen particulier terrein voor de verkoop van eigen gekweekte of geteelde producten is meldings- en vergunningsvrij. 6. Per bedrijventerrein (zie tabel 3) zijn maximaal 4 vaste en/of seizoensgebonden standplaatsen mogelijk. 7. Een vergunning voor een standplaats op particulier terrein wordt in beginsel voor maximaal één jaar verleend. 8. De genoemde termijn in artikel 8, lid 7 wordt één jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregels heroverwogen naar aanleiding van een evaluatie van de effecten.

Tabel 3 Plaats Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven

Naam bedrijventerrein Seingraaf Innofase Centerpoort-Nieuwgraaf Centerpoort Noord Centerpoort Zuid Graafstaete Truckerparking Centerpoort Noord Visserlaan ‘T Holland De Nieuweling Helhoek

Artikel 9 Omvang en gebruik van de standplaats 1. De oppervlakte van de in te nemen standplaats, inclusief uitstallingen bedraagt ten hoogste 30 m2 mits kan worden voldaan aan de criteria in artikel 3, lid 1. 2. Per standplaats zijn maximaal twee reclame-objecten binnen de maximale afmetingen van de standplaats toegestaan. 3. De reclame-objecten genoemd in het tweede lid mogen maximaal 90 centimeter breed en 125 centimeter hoog zijn en mogen niet geplaatst worden op het naar oordeel van het college verkeersonveilige plaats. 4. Een vergunninghouder mag objecten bij zijn standplaats plaatsen als deze binnen de maximale afmetingen van de standplaats worden geplaatst. 5. De objecten als genoemd in het vierde lid mogen geen tafels of stoelen zijn. Maximaal twee statafels of één statafel en één bank zijn wel toegestaan. 6. De vergunninghouder mag geen gebruik maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid. 7. Het is in beginsel niet toegestaan bijbehorende (vracht-)voertuigen nabij de standplaats te parkeren anders dan tijdens de op- en afbouw tenzij anders bepaald in de vergunning. 8. Als de objecten in het tweede en vierde lid buiten de aangewezen standplaatslocatie vallen of de standplaatshouder andere voorwerpen wil plaatsen, moet de standplaatshouder hiervoor een aparte vergunning aanvragen op grond van artikel 2:10 van de APV.

Artikel 10 Schoonhouden en ontruimen standplaats 1. De vergunninghouder zorgt ervoor dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt. 2. De vergunninghouder draagt zelf zorg voor de inzameling en afvoer van afval en levert de standplaats schoon op. 3. Aan het eind van elke dag moet de directe omgeving van de standplaatsen schoon opgeleverd worden. Is hier naar het oordeel van het college geen sprake van dan wordt de locatie door of in opdracht van de gemeente schoongemaakt en worden de kosten in rekening gebracht bij de vergunninghouder met een minimaal bedrag van € 250,00. Artikel 11 Evenementen 1. Tijdens evenementen mag een standplaats waarvoor vergunning is verleend niet worden ingenomen, als de evenementen en/of activiteiten plaatsvinden op de betreffende locatie tenzij de vergunninghouder schriftelijk toestemming heeft van de organisator van het evenement/ de activiteit. 2. Het college kan bij situaties als bedoeld in lid 1 van dit artikel besluiten een alternatieve dag of locatie aan te wijzen waarop de standplaatslocatie kan worden ingenomen. Artikel 12 Tijdstip innemen standplaats 1. Een standplaatsvergunning wordt verleend voor de tijd van 08:00 uur tot maximaal 22:00 uur. 2. Binnen de tijden genoemd in lid 1 en 2 dient ook de op- en afbouw van de standplaats plaats te vinden.

Artikel 13 Tijdelijk andere locatie of dag(deel) of andere eindtijd 1. Het college kan, als dringende redenen of bijzondere omstandigheden dit noodzakelijk maken, in afwijking van de vergunning besluiten: a. tijdelijk een andere locatie voor het innemen van een vaste of tijdelijke standplaats aan te wijzen; b. als een daartoe aangewezen locatie niet beschikbaar is, een ander(e) dag(deel) aan te wijzen voor het innemen van een vaste of tijdelijke standplaats; c. een eerdere eindtijd voor een dag(deel) te bepalen voor het gebruik van de vaste of tijdelijke standplaats. 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met c wordt tijdig aan vergunninghouder en eventuele belanghebbenden medegedeeld. Artikel 14 Kosten Voor het aanvragen van een vergunning zijn leges verschuldigd. De hoogte hiervan wordt jaarlijks vastgesteld in de legesverordening. Voor zover men gebruik wil maken van gemeentelijke stroomvoorziening, wordt een vergoeding van € 3,50 per dag in rekening gebracht. Daarnaast is voor het gebruik van een standplaats op gemeentegrond een vergoeding verschuldigd van € 4,00 per dag. Ten behoeve van de vaste standplaats wordt een huurovereenkomst (zie bijlage 3) afgesloten met de standplaatshouder voor het gebruik van de grond en eventueel gebruik van stroomvoorziening. Artikel 15 Overgangsbepaling 1.

Op de voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels ingediende aanvragen waarop nog niet is beslist, zijn deze beleidsregels van toepassing. 2. Vergunningen die zijn verleend voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels blijven van kracht. Artikel 16 Inwerkingtreding 1. Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking. 2. Het standplaatsenbeleid gemeente Duiven 1990 met daaropvolgende wijzigingen wordt ingetrokken. 3. Bij inwerkingtreding van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Duiven (VFL) worden de volgende artikelen in dit beleid vervangen: - Artikel 1:6 APV wordt vervangen door artikel 5:17 VFL; - Artikel 1:8 APV wordt vervangen door artikel 2:1 VFL; - Artikel 5:17 APV wordt vervangen door artikel 1:1 VFL; - Artikel 5:18 APV wordt vervangen door artikel 2:16 VFL; - Artikel 5:19 APV wordt vervangen door artikel 2:17 VFL; - Artikel 2:10 APV wordt vervangen door artikel 2:2 VFL. Artikel 17 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Standplaatsen gemeente Duiven 2023. Duiven, 27 juni 2023 Het college van burgemeester en wethouders De burgemeester, De secretaris,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=e8e164a5-fe18-495f-9b4d-7470e6150a26