A1b. 201685830-Totaalrapport online raadpleging Samenleven met vluchtelingen (Populytics)
Tekst van het document
Basisrapport: Hoofdresultaten van een inwonersraadpleging over samenleven met vluchtelingen Een onderzoek voor de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar
Januari 2025
Colofon Deze PWE-raadpleging is uitgevoerd door Populytics, een spinoff van de TU Delft, in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Bij dit basisrapport met hoofdresultaten zijn drie bijlages gepubliceerd met resultaten per gemeente.
2
Auteurs
Mark Beumer (mark@populytics.nl) Tom Geijsen (tom@populytics.nl) Jetske Mulder (jetske@populytics.nl)
Datum
Januari 2025
Versie
1.0 (Definitief)
Contact
Populytics b.v. Frambozenweg 139 2321 KA Leiden info@populytics.nl www.populytics.nl
Photo by Sander Weeteling on Unsplash
Samenvatting (1/2): Een raadpleging onder inwoners van Duiven, Westervoort en Zevenaar over het onderwerp 'samenleven met vluchtelingen’ laat brede steun zien voor drie beleidsdoelen • Raadpleging over samenleven met vluchtelingen: In november en december 2024 hebben 2.562 inwoners van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar deelgenomen aan een raadpleging volgens de methode PWE (Participatieve Waarde Evaluatie). Zij hebben hun gemeenten geadviseerd over het vraagstuk hoe inwoners en vluchtelingen goed samen kunnen leven. De kern van de raadpleging was dat zij prioriteiten konden stellen tussen tien mogelijke beleidsdoelen van de gemeenten bij het samenleven met vluchtelingen. De uitkomsten in Figuur 1 zijn representatief voor de drie gemeenten op de kenmerken leeftijd, gender, opleiding en woonplaats. De algemene uitkomsten verschillen niet substantieel tussen de drie gemeenten. De bijlages bij dit rapport bevatten de uitkomsten per gemeente. Hier laten we de resultaten voor de drie gemeenten bij elkaar zien. De algemene conclusies in dit basisrapport zijn van toepassing op zowel Duiven, Westervoort als Zevenaar. • Hoofduitkomst – Brede steun voor drie hoogste prioriteiten: De raadpleging laat zien dat verschillende (groepen) inwoners soms verschillende prioriteiten stellen op de hoofdvraag wat goed samenleven is.
Maar de drie doelen met de hoogste prioriteit worden gedeeld door alle inwoners, ongeacht hun houding tegenover vluchtelingen (positief, negatief of daartussenin) en ongeacht hun migratieachtergrond (ook vluchtelingen delen deze drie doelen). Het gaat om de doelen ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’ (Figuur 1).
• Gedeelde visie – Zorg dat vluchtelingen op eigen benen kunnen staan en een bijdrage kunnen leveren: Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvang van vluchtelingen moet erop gericht zijn dat zij zo snel mogelijk zelfstandig zijn en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving. Dat moet bereikt worden door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk te gaan. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, wat veel deelnemers noemen als randvoorwaarde. 3
Figuur 1. Prioritering doelen – Totaal
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.7
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.7
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.6
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.8
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.3
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Samenvatting (2/2): Naast de gedeelde basis zijn er verschillen tussen inwoners op basis van hun houding tegenover vluchtelingen, en dan met name op twee beleidsdoelen • Verschillen (1) – Extra informeren over de komst en opvang van vluchtelingen: Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houding (gem. 9,4 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (gem. 2,9 punten). Voor de laatste groep is informeren belangrijk, maar ‘extra’ hoeft niet. Een deel van de groep met een negatieve houding wil überhaupt geen opvang van vluchtelingen, dus informeren hoeft dan niet. Maar een ander deel met een negatieve houding accepteert opvang ‘als het dan moet’, op voorwaarde van transparantie. • Verschillen (2) – Verdeling van woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer woningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (gem. 2,0 punten). Inwoners met een negatieve houding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. Inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen op sociale huurwoningen, vooral jongeren.
Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag worden tussen vluchtelingen en autochtone inwoners. • Handelingsperspectief voor verdere beleidsvorming: De raadpleging laat zien dat er gedeelde prioriteiten zijn: taal en cultuur, werk en opleiding, veiligheid – en ook de behoefte aan meer woningen. Dat biedt een brede basis voor verdere beleidsvorming binnen de gemeenten. Naast gedeelde prioriteiten zijn er ook prioriteiten die vooral binnen specifieke groepen bestaan. Voor sommige inwoners zijn extra informeren en de verdeling van woningen van bijzonder belang. Het kan raadzaam zijn op zoek te gaan naar oplossingen in beleid die ook deze prioriteiten adresseren zonder de verschillen tussen groepen te vergroten. 4
Figuur 2. Prioritering doelen – Naar houding
Negatief
Positief
(0-19)
(81-100)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
10,7
6,9
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6,4
6,5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
9,1
5,1
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
9,4
2,9
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
6,2
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,3
3,9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,7
4,1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
4,7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,5
4,5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
4,1
Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code)
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Inhoudsopgave Aanleiding Opzet
Aanleiding & Opzet
Deel 1. Over de deelnemers
Deel 1. Over de deelnemers
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Deel 3. Overige vragen
Deel 3. Overige vragen
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Deel 4. Over de raadpleging
Handelings-perspectief
Handelingsperspectief
5
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
6
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen samen met inwoners en vluchtelingen nadenken over de vraag hoe zij willen samenleven Over de aanleiding en hoofdvraag
• Aanleiding: Elk jaar komen er vluchtelingen naar Nederland. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen helpen bij het opvangen van deze mensen. En bij het zorgen dat zij mee kunnen doen in onze gemeenten. In één woord: samenleven.
• Wetenschappelijk gevalideerd: De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een participatiemethode die Populytics vaak inzet om mensen te betrekken bij beslissingen die hen gaan raken. De methode is ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers, onder andere van de TU Delft.
• Participatie: Om het perspectief van inwoners te betrekken bij het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen, heeft Populytics een raadpleging uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deze raadpleging volgt de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE)-methode.
• Op de stoel van: De essentie van een PWE-raadpleging is om deelnemers in een online omgeving 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten, in dit geval van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deelnemers krijgen een zogeheten keuzetaak te zien. Deze keuzetaak modelleert de situatie van beleidsmakers die bezig zijn met het vormen en uitvoeren van migratie- en vluchtelingenbeleid. Deelnemers zien realistische beleidsopties die de beleidsmakers overwegen en ze zien dat er beperkingen zijn. Zij ervaren zodoende dezelfde keuze. Wat adviseren ze vervolgens als zij in de schoenen van een beleidsmaker staan? Deelnemers kunnen hun advies motiveren.
• Hoofdvraag van de raadpleging: De hoofdvraag van de PWE-raadpleging was welke doelen inwoners belangrijk vinden bij het samenleven met vluchtelingen. Wat moet er bijvoorbeeld geregeld worden bij opvanglocaties? • Buiten scope: De raadpleging ging niet over de vraag hoeveel vluchtelingen er komen en waar ze worden opgevangen. Over de keuze voor locaties en het aantal op te vangen vluchtelingen beslissen uiteindelijk de burgemeester en wethouders. Deze informatie is in de raadpleging gedeeld met deelnemers. • Deelname: 2.562 inwoners hebben meegedaan aan de raadpleging. Deelnemers gaven de raadpleging gemiddeld het rapportcijfer 6,9.
7
Over de methode PWE
• Door mee te doen aan een PWE-raadpleging begrijpen deelnemers beter de complexiteit van de beleidskeuze. En de resultaten stellen beleidsmakers in staat om hun keuzes beter aan te laten sluiten op voorkeuren, waarden en zorgen van deelnemers. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar hadden ieder een eigen versie van deze keuzetaak. Deze bevatten dezelfde vragen en (antwoord)opties, maar verschilden van elkaar in de toelichting die bij de verschillende doelen werd gegeven. Elke toelichting was gemeente-specifiek.
De raadpleging kende twee varianten: de eerste variant had als doel om representatieve uitspraken te kunnen doen, de tweede om de inclusiviteit van het traject te verhogen Kaart met code • Deze deelnemersgroep is proactief benaderd, middels een aantal verschillende methoden. Deze proactieve benadering voorkomt selectiebias: een oververtegenwoordiging van inwoners met een uitgesproken mening over het onderwerp en een ondervertegenwoordiging van deelnemers met een minder uitgesproken mening of die aan zelfselectie doen. • Ansichtkaart met code: In Duiven en Westervoort hebben alle huishoudens een uitnodiging ontvangen middels een ansichtkaart met code. In Zevenaar zijn 12.784 huishoudens willekeurig geselecteerd. Op iedere kaart stond een unieke code, waarmee één keer kon worden deelgenomen aan de raadpleging. • Papieren versie: In alle gemeenten konden mensen die de kaart met code hadden gekregen, de papieren versie aanvragen. Als pilot is naar 1.800 adressen in Zevenaar proactief een papieren versie van de raadpleging gestuurd. • Op straat: De raadpleging is in alle drie de gemeenten op straat afgenomen. Inwoners hebben via een tablet deelgenomen aan een verkorte versie van de raadpleging. • Samen vormen deze deelnemers een groep die op leeftijd, gender en opleidingstype ongeveer gelijk is aan de bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar.
Een belangrijk doel is om hiermee representatieve conclusies te kunnen trekken voor de bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Zie de methodologie voor een verdere toelichting. De resultaten die we laten zien die gemarkeerd zijn met het label ‘kaart met code’ zijn representatief voor de bevolking.
• Er hebben 1.457 mensen meegedaan aan deze variant. Door de routing in de raadpleging hebben niet alle deelnemers alle vragen beantwoord. Daardoor kunnen de deelnemersaantallen per vraag verschillen. 8
Open raadpleging
• De open raadpleging stond open voor alle inwoners van de drie gemeenten die ouder zijn dan 16. Daarmee verhoogt de open raadpleging de inclusiviteit van dit traject. • Een open raadpleging is per definitie niet representatief. Een open raadpleging trekt typisch gezien meer deelnemers met een uitgesproken mening en/of een expliciet belang/interesse bij het onderwerp. Naast de verhoogde inclusiviteit is een belangrijke positieve bijdrage van de open raadpleging dat deelnemers vaak veel uitgebreidere onderbouwingen bij hun keuzes geven. Dit geeft meer inzicht in de waarden die achter voorkeuren liggen.
• Er hebben 1.086 mensen deelgenomen aan de open raadpleging verdeeld over de drie gemeenten. Hiervan kwamen 31 deelnemers van buiten een van de drie gemeenten. Deze konden de raadpleging wel invullen, maar zijn niet meegenomen in de analyses. Er waren geen deelnemers jonger dan 16. • Omdat de open raadpleging geen representatieve uitkomsten biedt, laten we in deze rapportage voornamelijk de kwantitatieve resultaten zien van de kaart met code. Waar wij deelnemers citeren kunnen deze uit zowel de open raadpleging komen, als uit de versie kaart met code.
9
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Overzicht deelnemers Figuur 3. Samenstelling van de respondenten naar gender, leeftijd en opleidingstype Uitsplitsing Duiven, Westervoort en Zevenaar
Duiven
Westervoort
Zevenaar
Gender
Aandeel gemeente Duiven*
Kaart met code (n=565)
Open raadpleging** (n=339)
Aandeel gemeente Westervoort*
Kaart met code (n=337)
Open raadpleging** (n=232)
Aandeel gemeente Zevenaar*
Kaart met code (n=555)
Open raadpleging** (n=484)
Vrouw
50,9%
41,1%
53,4%
51,6%
51,0%
54,3%
50,8%
47,0%
50,2%
Man
49,1%
56,3%
43,1%
48,4%
46,0%
43,1%
49,2%
48,8%
47,5%
16 tot 24 jaar
12,2%
5,0%
3,2%
10,5%
2,7%
1,3%
2,0%
6,4%
25 tot 44 jaar
24,5%
19,4%
19,5%
28,5%
27,0%
20,3%
11,0% 26,0%
22,2%
30,8%
45 tot 64 jaar
37,2%
43,9%
45,1%
33,5%
33,8%
41,4%
33,2%
35,7%
31,8%
65 tot 79 jaar
20,2%
28,6%
28,3%
22,3%
31,8%
33,2%
22,6%
33,9%
27,5%
80 en ouder
5,8%
2,8%
2,4%
5,3%
3,9%
3,4%
73%
5,2%
2,9%
Praktisch
26,7%
7,7%
6,3%
30,7%
7,4%
6,0%
32,0%
7,6%
7,2%
Toegepast
47,1%
25,7%
27,0%
45,9%
24,6%
30,2%
45,6%
27,2%
21,3%
Theoretisch
26,2%
62,4%
61,3%
23,4%
56,7%
53,0%
22,5%
54,6%
59,9%
Leeftijd
Opleiding
10
Inwoners wijken qua houding tegenover vluchtelingen niet substantieel af van een landelijke referentie. Er is een grote diversiteit aan perspectieven vertegenwoordigd
Kaart met code
Figuur 4. Houding van deelnemers tegenover vluchtelingen
“Hoe kijk jij aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?” Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
100% 19%
15%
14%
14%
23%
27%
• Houding: We hebben deelnemers aan de raadpleging de vraag gesteld: ‘Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?’ Zij konden antwoorden op een schaal van 0 (negatief) tot 100 (positief). Scores rond de 50 geven een min of meer neutrale houding weer.
80% 30%
31%
Positief (81-100%)
60%
Licht positief (61-80%) 15% 40%
29%
19%
16%
14%
18%
26%
20%
17%
19%
Zevenaar
Landelijk*
0% Duiven 11
Circa neutraal (40-60%) Licht negatief (20-39%)
14%
20%
21%
Westervoort
Negatief (0-19%)
• Diversiteit aan perspectieven vertegenwoordigd: In alle drie gemeenten zijn groepen vertegenwoordigd met een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen, een (licht) negatieve houding, en een circa neutrale positie daartussenin. De verhouding van deze groepen wijkt niet substantieel af van een landelijke referentie*.
• Houding als belangrijkste voorspellende kenmerk: Verschillende inwoners stellen verschillende prioriteiten op de hoofdvraag wat goed samenleven is. Hun antwoord op deze houding-vraag blijkt het belangrijkste kenmerk om verschillen te verklaren. Aanvullende analyses laten zien dat andere kenmerken van inwoners (zoals leeftijd, gender en opleiding) geen substantiële voorspellende waarde hebben. Deze laten we verder niet zien in deze rapportage. *Bron: Cordaid 2023
Er zijn inwoners die negatief staan tegenover vluchtelingen, maar wel mee willen denken over opvang. Ook zijn er positieve inwoners die voorbehouden plaatsen Motivaties van deelnemers over vluchtelingen Duiding bij Figuur 4 (vorige slide)
• Binnen de groep inwoners die zeggen negatief te staan tegen over vluchtelingen zijn drie (deel)perspectieven op het thema zichtbaar. Een eerste perspectief zien we bij inwoners die de raadpleging hebben voltooid, maar niet inhoudelijk mee hebben willen denken over het onderwerp ‘samenleven met vluchtelingen’. Zij geven veelal aan dat zij geen enkele vorm van opvang willen. Zij doen niet mee met het inhoudelijke deel van de raadpleging omdat zij weinig vertrouwen hebben dat hun deelname invloed heeft op het besluit van de gemeente. Een tweede perspectief is een groep die geen enkele vorm van opvang wil, maar wel meedoet aan de raadpleging en dus het contact aangaat met de gemeente. Zij zijn vaak uitgesproken tegen opvang en voor remigratie. Een derde perspectief is een groep die wel openstaat voor tijdelijke opvang en/of opvang van bepaalde groepen vluchtelingen (zoals mensen uit oorlogsgebieden). Er is een mate van terughoudendheid over opvang, soms sterk, maar ook de wens om mee te denken ‘als het dan toch moet’ of mee te denken hoe het beter kan vanuit bepaalde sterk gevoelde zorgen. • Bij inwoners die positief staan tegenover vluchtelingen bestaan twee perspectieven. Er is een groep die wijst op de morele plicht om alle mensen een veilig heenkomen te bieden. Zij wijzen op humanitaire gronden, op fatsoen en op de welvarendheid van ons land.
Een tweede groep staat ook positief tegenover vluchtelingen, maar maakt wel voorbehouden en heeft duidelijke verwachtingen van vluchtelingen voor hun inzet voor de Nederlandse samenleving. • Inwoners die qua houding tussen positief en negatief zitten gebruiken argumenten van de groep waar zij dichtbij zitten qua houding. Zo gebruiken inwoners met een licht negatieve houding vaker argumenten uit de negatieve groep. We zien geen verschillen in de gebruikte argumenten tussen inwoners van de drie gemeenten. 12
Kaart met code
Open raadpleging
Goed onderscheid dient gemaakt te worden tussen vluchteling en gelukzoekers. En tijdelijk verblijf met verplichte terugkeer. Gelukzoekers gelijk weg, raddraaiers gelijk weg. Blijvers: verplicht integreren.
Het wordt tijd dat de gemeente Duiven eens naar eigen inwoners gaat kijken. Ik ben 30 jaar heb een meettijd van 11 jaar en kan geen sociale huurwoning in Duiven vinden. We zijn het zat.
Het zijn er te veel, zelfs nu in de dorpen. Ze passen hier niet, met uitzondering van Europeanen zoals Oekraïners, die begrijpen onze leefstijl en blenden makkelijk.
Ik hoor bij de groep 'Nimby'. Het dorpse gevoel verdwijnt langzaam door de komst van Westerlingen (huizenprijzen) en vluchtelingen/asielzoekers.
Het is een morele plicht om vluchtelingen op te nemen
In verband met vergrijzing van de bevolking zijn ze een aanwinst voor onze economische welvaart
We zijn allemaal mensen en moeten elkaar helpen. Vluchten doe je niet voor niks.
Ik wil in een sociale wereld/land leven
Oorlogsvluchtelingen MOETEN we helpen, de andere soorten niet.
Ik denk dat andere culturen een positieve bijdrage aan de samenleving geven en je eigen cultuur verrijken
13
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
De hoofdvraag van de PWE-raadpleging was welke doelen inwoners belangrijk vinden bij het samenleven met vluchtelingen Ontwerp van het beleidsdilemma • Doel: Inzicht krijgen in de waarde die inwoners toekennen aan verschillende beleidsdoelen voor samenleven met vluchtelingen.
• Keuzesituatie: Deelnemers verdeelden 50 punten over tien opties. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder doel. Onder de Help-knop rechtsboven konden mensen overige aanvullende informatie lezen, bijvoorbeeld over vluchtelingenopvang in de drie gemeenten, vluchtelingenopvang in het algemeen in Nederland, en verschillende typen vluchtelingen. • Motivatie: Deelnemers konden hun keuzes toelichten. • Looptijd: De PWE-raadpleging stond online tussen 4 november en 1 december 2024. Mensen konden meedoen in het Nederlands. Mensen konden ook meedoen via een papieren versie van de raadpleging. • Drie gemeenten, één keuzetaak: De afbeelding hiernaast laat de keuzetaak zien voor de gemeente Zevenaar. De keuzetaken van de gemeenten Duiven en Westervoort waren identiek op enkele specifieke situatiekenmerken na achter de roze informatieknoppen. 14
Drie beleidsdoelen krijgen brede steun van inwoners van alle drie gemeenten. Ongeacht houding of migratieachtergrond. Er is een gedeelde basis voor de vraag ‘hoe samen verder?’ • Brede steun voor drie hoogste prioriteiten: De raadpleging laat zien dat drie doelen gemiddeld genomen prioriteit krijgen (meer dan 5 punten). Het gaat om de doelen ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’. We zien dezelfde prioriteiten in de drie gemeenten. En deze prioriteiten worden gedeeld door alle inwoners, ongeacht hun houding tegenover vluchtelingen (positief, negatief of daartussenin) en ongeacht hun migratieachtergrond (ook vluchtelingen delen deze drie doelen). Andere kenmerken, zoals leeftijd, gender en opleidingstype, leverden geen substantiële verschillen op in de prioritering. Wel voeren inwoners verschillende redenen aan voor hun keuzes. Deze werken we uit in de aparte rapportages per gemeente. • Prioriteiten naar gemeente → Figuur 6 en figuur 7 • Prioriteiten naar houding → Figuur 8 • Prioriteiten naar migratieachtergrond → Figuur 9 • Gedeelde visie – Zorg dat vluchtelingen op eigen benen kunnen staan en een bijdrage kunnen leveren: Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvang van vluchtelingen moet erop gericht zijn dat zij zo snel mogelijk zelfstandig zijn en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving.
Dat moet bereikt worden door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk te gaan. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, voor veel deelnemers een randvoorwaarde.
15
Figuur 5. Prioritering van de tien doelen
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.7
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.7
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.6
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.8
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.3
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Figuur 6. Prioritering van de doelen – Naar gemeente
Kaart met code
Vergelijking Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
Duiven (n=565)
Westervoort (n=337)
8.4
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
9.1
8.6
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.5
6.3
6.4
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.3
5.9
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.8
5.0
4.5
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
4.6
4.3
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.7
4.3
4.9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
3.9
4.9
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.7
3.8
3.8
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.2
3.7
3.5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.8
Legenda
16
Zevenaar (n=555)
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
0
2
4
2.7
6
8
10
0
2
4
2.6
6
8
10
0
2
4
6
8
10
Figuur 7. Prioritering van de doelen – Naar gemeente
Open raadpleging
Vergelijking Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie open raadpleging, n=1.055)
Duiven (n=339)
Westervoort (n=232)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.8
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
8.5
8.3
6.8
6.7
6.2
6.8
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
5.0
4.7
4.8
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
5.0
5.1
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.4
4.9
4.4
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.8
4.5
4.5
4.1
4.1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.6
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.1
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
2.7
2.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
17
Zevenaar (n=484)
0
2
4
3.4
2.5
6
8
10
0
2
4
2.3
6
8
10
0
2
4
6
8
10
Figuur 8. Prioritering van doelen – Naar houding tegenover vluchtelingen
Kaart met code
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
Negatief (0-19)
Licht negatief
Circa neutraal
Licht positief
Positief
(40-60)
(61-80)
(20-39)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
10,7
9,7
9,3
7,6
6,9
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6,4
6,2
6,7
6,7
6,5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
9,1
7,6
6,2
5,8
5,1
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
9,4
5,6
4,1
3,9
2,9
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
3,4
4,6
5,7
6,2
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,3
5,1
5,4
4,0
3,9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,7
5,5
4,8
4,2
4,1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
3,4
3,7
4,6
4,7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,5
1,9
2,6
4,2
4,5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
1,4
2,3
3,2
4,1
Legenda
18
(81-100)
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Overeenstemming over deze drie prioriteiten... … en verschillen op met name deze twee doelen. Deze werken we op pagina 20 uit.
Figuur 9. Prioritering van doelen naar vluchtelingenachtergrond
Kaart met code
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n= 1.457)
Niet-gevlucht (n=1.390)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.7
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.7
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.6
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
19
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
6.8
7,5 punten of meer
3.8
5.4 4.1 5.0 3.8 4.3
2.3
0
2
4
• De groep ‘Vluchteling’ bevat deelnemers die antwoordden ‘Ik ben zelf gevlucht’ en/of ‘Iemand uit mijn familie is gevlucht’.
5.6
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente 0 tot 2,5 punten
7.7
3.8
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
Legenda
Vluchteling (n=86)
3.2
6
8
10
0
2
4
6
8
• De raadpleging bevatte de vraag ‘Ben jij zelf gevlucht? Of is iemand uit je familie gevlucht?’ Deelnemers konden meerdere antwoorden aanvinken.
10
• Gelijktijdig met de PWE-raadpleging heeft Bureau AM gesprekken gevoerd met vluchtelingen. Deze gesprekken geven inzicht in redeneringen en praktische realiteit van vluchtelingen. De resultaten zijn in een separaat rapport gevat.
Naast de gedeelde basis zijn er verschillen tussen inwoners op basis van hun houding tegenover vluchtelingen, met name op twee doelen • Verschillen (1) – Extra informeren over de komst en opvang van vluchtelingen: Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houding (gem. 9,4 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (gem. 2,9 punten). Voor de laatste groep is informeren belangrijk, maar ‘extra’ hoeft niet. Een deel van deze groep wil überhaupt geen opvang van vluchtelingen, dus informeren hoeft dan niet. Een ander deel met een negatieve houding accepteert opvang ‘als het dan moet’, maar dan is volledige, proactieve transparantie belangrijk. • Verschillen (2) – Verdeling van woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer woningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (gem. 2,0 punten). Inwoners met een negatieve houding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. Inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen op sociale huurwoningen, vooral jongeren.
Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag worden tussen vluchtelingen en autochtone inwoners.
!
20
Gradaties en tussenposities: Hoewel we soms spreken in termen van de ‘positieve groep’ of de ‘negatieve groep’ is er veel variatie binnen groepen en veel overlap tussen groepen. Ter illustratie, we zien in de groep mensen met een negatieve houding als meest voorkomende opvatting dat autochtone inwoners voorrang zouden moeten hebben bij woningen. Maar in deze groep zijn ook inwoners die voor gelijke behandeling zijn. En vice versa zien we in de groep mensen met een positieve houding ook inwoners die vinden dat autochtone Nederlanders voorrang zouden moeten hebben bij een woning, hoewel dat niet de kenmerkende houding in die groep is. Deze gradaties en tussenposities zien we bij alle opties. Met citaten van deelnemers illustreren we kenmerkende perspectieven, maar ook afwijkende meningen binnen groepen.
Figuur 10. Prioritering doelen – Naar houding
Kaart met code
Negatief
Positief
(0-19)
(81-100)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
10,7
6,9
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6,4
6,5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
9,1
5,1
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
9,4
2,9
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
6,2
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,3
3,9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,7
4,1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
4,7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,5
4,5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
4,1
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
21
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Enkele aanvullende vragen laten onder andere zien dat bijna 80% van de inwoners vindt dat goed samenleven een kwestie van wederkerigheid is
Kaart met code
Figuur 11. Overige stellingen over samenleven met vluchtelingen Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
Goed samenleven moet van twee kanten komen: van vluchtelingen en van inwoners
8% 4% 9%
Ik kan meer mijn best doen om in contact te komen met vluchtelingen
18%
Vluchtelingen kunnen meer hun best doen om in contact te komen met inwoners
6% 6%
Vluchtelingen moeten hulp krijgen om hun weg te vinden in de zorg, het onderwijs en binnen de overheid
11% 4% 13%
Vluchtelingen moeten zich welkom voelen in onze gemeente
12% 6%
0% Helemaal mee oneens
22
Mee oneens
35%
12%
31%
30%
39%
20% Neutraal
Bijna 80% van de deelnemers vindt dat goed samenleven van twee kanten moet komen.
43%
7%
33%
15%
41%
21%
Mee eens
Bijna de helft van de inwoners (48%) vindt dat vluchtelingen meer hun best kunnen doen om in contact te komen met inwoners.
29%
34%
40%
Een op de drie inwoners (37%) vindt dat ze meer hun best kunnen doen om in contact te komen met vluchtelingen. Circa 30% ziet geen rol voor zichzelf.
60%
Een meerderheid van inwoners (60%) vindt dat vluchtelingen zich welkom moeten voelen.
26%
80%
Helemaal mee eens
100%
23
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd?
Kaart met code
Figuur 12. Vragen over de raadpleging
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
• Deelnemers zijn positief over de raadpleging: 87% van de deelnemers geeft een voldoende. Deelnemers die meededen via de kaart met code beoordelen de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 6,9. Dit is vergelijkbaar met andere PWE-raadplegingen.
• Driekwart van de deelnemers (75%) geeft aan er op te vertrouwen dat de raadpleging eerlijk is. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Deelnemers geven bijv. aan het fijn te vinden dat er ruimte was om hun antwoorden toe te lichten.
Ik kon mijn mening kwijt in deze raadpleging 6%
7% 17%
18%
74%
75%
Ik vond het een belangrijk onderwerp om mijn mening over te geven
• Driekwart van alle deelnemers (79%) vindt de raadpleging makkelijk te begrijpen. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Er zijn ook deelnemers die aangeven het hier (helemaal) mee oneens te zijn. Zij zeggen bijvoorbeeld dat het lastig is de raadpleging online in te vullen, of dat het veel werk is.
Ik vond de raadpleging moeilijk te begrijpen
2%
9%
15%
4% (Helemaal) mee oneens Neutraal
88%
24
Ik vertrouw erop dat deze raadpleging eerlijk is
79%
(Helemaal) mee eens
25
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Tot slot, handelingsperspectief voor verdere beleidsvorming is allereerst te vinden bij de beleidsdoelen die prioriteit krijgen van een brede groep inwoners Brede basis
Handelingsperspectief voor gedeelde prioriteiten
• De raadpleging laat zien dat inwoners van verschillende achtergronden drie doelen prioriteit geven (meer dan 5 punten): taal en cultuur, werk en opleiding en veiligheid. Als (bijna) alle subgroepen prioriteit geven aan optie in een PWE-raadpleging, dan noemen we dat een brede basis. Die brede basis is zowel te zien als we kijken naar de aparte gemeentes, naar houding, en naar migratieachtergrond:
• Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren: Er zijn diverse opties voor gemeenten, zoals het aanbieden van extra taallessen en lessen over leven in Nederland. Ook het stimuleren van ‘natuurlijke’ momenten om de taal te leren, zoals werk en opleiding, zijn behulpzaam en door veel inwoners genoemd.
• Inwoners van de drie gemeenten stellen deze prioriteiten (Figuren 6 en 7). • Ook inwoners met een positieve of juist negatieve houding geven prioriteit aan deze drie doelen (Figuur 8). • Evenals autochtone inwoners en inwoners met een vluchtelingenachtergrond (Figuur 9).
• Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen: Gemeenten kunnen actief bemiddelen om plekken voor opleiding, stage of werk te vinden. Er zijn meerdere praktische obstakels, bijvoorbeeld in het proces van BSN-aanvraag of tewerkstellingsvergunning. Ook een gebrek aan kinderopvangplekken dat sommige statushouders verhindert (voltijds) aan het werk te gaan.
• Dat biedt een brede basis voor verdere beleidsvorming binnen de gemeenten. Inwoners delen de visie dat vluchtelingen zelfstandig mee kunnen draaien in de Nederlandse maatschappij. Gemeenten hebben handelingsperspectief op het verwerkelijken van deze visie, hoewel andere instituties daar ook van doorslaggevend belang voor zijn. • Tot slot is het doel over meer woningen ook een duidelijke gedeelde prioriteit, ondanks het puntenverschil tussen inwoners met een negatieve en positieve houding. Het meningsverschil gaat niet over het realiseren van meer woningen, wel over de verdeling van de bestaande voorraad. 26
• Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt: Voor veel inwoners een randvoorwaarde. In de raadpleging geven weinig tot geen deelnemers echter concrete voorbeelden van onveiligheid in de gemeentes. Het gaat vaker over een gevoel van onveiligheid. • Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen: De gemeente en de woningcorporaties kunnen onderzoeken hoe er meer mensen kunnen wonen in bestaande woningen. Bijvoorbeeld doordat meer mensen één woning delen, met eigen kamers. Of door één grote woning te splitsen in meerdere, kleinere woningen. Ook kan een gemeente zorgen voor plekken waar vluchtelingen langere tijd kunnen blijven.
Het kan ook raadzaam om beleidsdoelen te overwegen die voor specifieke groepen inwoners prioriteit krijgen. Deze zijn van bijzonder belang Bijzonder belang • Naast gedeelde prioriteiten zijn er ook prioriteiten die vooral binnen specifieke groepen bestaan. Voor deze inwoners zijn ze van bijzonder belang. We kijken daarvoor in eerste instantie naar opties die hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten) krijgen van een specifieke subgroep. In deze raadpleging gaat dat met name om de optie ‘extra informeren’ die hoge prioriteit krijgen van inwoners met een negatieve houding. • Het kan raadzaam zijn op zoek te gaan naar oplossingen in beleid die ook deze prioriteiten adresseren zonder de verschillen tussen groepen te vergroten.
Handelingsperspectief • Voor de inwoners met een negatieve houding is de optie ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’ van hoge prioriteit (gem. 9,4 punten in deze groep). De raadpleging laat zien dat binnen deze groep inwoners verschillend over deze optie nadenken. Er is een groep die aangeeft extra contactmomenten te zien als kans om te protesteren. Er is ook een groep die aangeeft verrast te zijn geweest in het verleden door ontwikkelingen en zorgen te hebben over de huidige situatie. Deze tweede groep hecht hoge prioriteit aan extra informatie. De vraag is of deze groepen te scheiden zijn. Een andere vraag is of de aanwezigheid van de eerste groep een belemmering mag zijn voor de behoefte van de tweede groep. De groep inwoners met een negatieve houding is 18% in Duiven, 26% in Westervoort en 17% in Zevenaar, wat substantieel is. • Voor inwoners met een positieve houding is informeren belangrijk, maar extra informeren niet nodig. Het gaat goed zoals het is. Inwoners in deze groep dragen weinig argumenten aan tegen extra informeren.
27
Methodologie en onderzoeksverantwoording
De keuzes die we beschrijven in deze sectie hebben geleid tot de raadpleging die vindbaar is op de website samenverder.raadpleging.net. Alle originele teksten zijn hier na te lezen. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd.
Ontwerp, uitvoering en analyse van deze raadpleging vond plaats in drie fases Overzicht van het proces: Welke stappen zijn doorlopen?
Ontwerp van de PWEraadpleging September – oktober 2024
Stap 1
Stap 2
Ontwerpsessies met stakeholders en beleidsmakers
Samenstellen van de PWE-raadpleging
Stap 3
Openstelling en dataverzameling
Dataverzameling op verschillende manieren
November – december 2024
Analyse en rapportage December 2024 – Januari 2025 29
Stap 4
Stap 5
Data cleaning en multiplicatieve weging
Schrijven van het rapport
Stap 1. Ontwerpsessies met stakeholders en beleidsmakers • Ontwerpsessies: In twee ontwerpsessies hebben we in diverse samenstellingen meerdere varianten van de PWE-raadpleging besproken. Het doel van de sessies was om het beleidsdilemma rond het vraagstuk samenleven met vluchtelingen scherp te definiëren. Over welke vragen willen en kunnen inwon ers van Duiven, Westervoort en Zevenaar participeren en meedenken? • 28 augustus 2024, Westervoort: Ontwerpsessie met medewerkers van gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar; • 10 september 2024, Zevenaar: Ontwerpsessie met stakeholders, zoals politie, het COA, Vluchtelingenwerk, woningbouwverenigingen en kerken; • Output: Als conclusie van de ontwerpsessies hebben we de onderzoeksvraag geformuleerd ‘hoe inwoners en vluchtelingen met elkaar sam en willen leven’. Voorafgaande aan de ontwerpsessies hebben de gemeenten aangegeven dat raadpleging niet zal gaan over de vraag hoeveel vluchtelingen er komen en waar ze worden opgevangen. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen helpen om vluchtelingen een veilige plek te bieden, deze keuze is reeds gemaakt. Over de keuze voor locaties en het aantal op te vangen vluchtelingen beslissen uiteindelijk de burgemeester en wethouders. Deze argumentatie is ook aangeboden i n de raadpleging.
In de raadpleging konden deelnemers wel aangeven wat hun houding is tegenover vluchtelingen (op een schaal van 0/negatief tot 100/positief) en motiver en waarom. • Definitie keuzetaak: Een keuzetaak volgens de PWE-methode is een experimentele opzet om voorkeuren van deelnemers te achterhalen, vaak over maatschappelijke vraagstukken. Een keuzetaak kenmerkt zich door vier elementen: (1) een onderzoeksvraag over de voorkeuren van de deelnemer rond een bepaald thema, (2) een aantal opties die de deelnemer gelijktijdig en in samenhang afweegt, (3) uitgebreide informatie over de opties, zoals het handelingsperspectief van de overheid, en (4) een beperking zodat de deelnemer niet alle opties kan minimaliseren of maximaliseren, een deelnemer ervaart ‘keuzepijn’.
30
Stap 2. Samenstellen van de PWE-raadpleging • Keuze voor puntenmodus: Een raadpleging volgens de PWE-methodiek kan op drie verschillende manieren geïmplementeerd worden: puntenmodus, schuifjesmodus en keuzemodus. De keuze tussen deze drie opties maken we aan de hand van twee beslisvragen. De eerste vraag is in hoeverre er sprake is van de verdeling van een schaars publiek goed of middel, zoals geld of uitvoeringscapaciteit. Dat is niet het geval bij dit vraagstuk. De vraag over doelen en principes bij het samenleven met vluchtelingen is in essentie een waardenvraagstuk. Het antwoord op deze eerste vraag leidt automatisch tot een puntenmodus. De tweede selectievraag is daarmee niet relevant. • Keuzesituatie: Dat betekende concreet dat deelnemers 50 punten mochten verdelen over tien keuzeopties, oftewel tien principes en doelen. We kiezen er vrijwel altijd voor om het aantal te verdelen punten gelijk te stellen aan het aantal opties maal vijf. Dit maakt het onder andere mogelijk dat deelnemers een absolute prioritering tussen de opties kunnen maken. Ook maakt dat onderzoeksresultaten tussen verschillende raadplegingen beter vergelijkbaar. • Selectie van opties: We hebben gekozen om tien doelen en principes te laten afwegen. Tijdens de ontwerpsessies zijn aanvullende opties genoemd.
Deze tien opties zijn geselecteerd als afweging tussen overzichtelijkheid en toegankelijkheid (meer opties maakt de raadpleging minder toegankelijk) en het bestrijken van de belangrijkste beleidsdossiers en –vragen. Een eerdere, vergelijkbare raadpleging in de gemeente Eindhoven gaf daarbij richting.
De tien principes en doelen ter afweging (B1-taalniveau)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
31
Stap 3. Dataverzameling op verschillende manieren • Tussen 4 november en 1 december 2024 konden deelnemers meedoen de raadpleging. Deelnemers konden meedoen aan de raadpleging i n het Nederlands. Er waren verschillende manieren om deel te nemen. Er hebben in totaal 2.562 mensen meegedaan. 1. Kaart met code: In Duiven en Westervoort hebben alle huishoudens een uitnodiging ontvangen middels een ansichtkaart met code. In Zevenaar z ijn 12.784 huishoudens willekeurig geselecteerd. Op iedere kaart stond een unieke code, om te garanderen dat iedereen maar één keer mee kan doen. Het proactief benaderen van inwoners vergroot de kans op deelname van inwoners die uit zichzelf minder snel mee zouden doen, bijvoorbeeld omdat zij geen sterke mening hebben over het onderwerp of aan zelfselectie doen (‘mijn mening doet er toch niet toe’). In Zevenaar zijn verder als pilot bij 1.800 adressen papieren versies van de raadpleging meegestuurd met het oogmerk digitaal minder vaardige inwoners te faciliteren. Tot slot is een verkorte versie van de raadpleging op straat afgenomen in de drie gemeenten (data en locaties hieronder). Er waren in totaal 1.457 deelnemers van deze versie van de raadpleging (kaart met code).
• Donderdag 21 november: Liemers College en Jumbo Landeveer • Vrijdag 22 november: Lobith (weekmarkt) en Jumbo Tolkamer • Zaterdag 23 november: Zevenaar Centrum (Jumbo Zonnemaat) • Dinsdag 26 november: Duiven Centrum (op en rond de weekmarkt en het winkelcentrum) • Donderdag 28 november: Candea Collega (9:30-14:00) / Station (14:00-14:30) / Winkelcentrum Eilandplein (14:30-16:00 uur) • Vrijdag 29 november: Westervoort Centrum (op en rond de weekmarkt en het winkelcentrum) • Zaterdag 30 november: Zevenaar Centrum (Aldi Muldershof 25) 2. Open raadpleging: De raadpleging is ook opengesteld onder de gehele bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. De gemeenten D uiven, Westervoort en Zevenaar hebben deze versie onder de aandacht gebracht met een communicatiecampagne (inclusief maar niet gelimiteerd tot: sociale media, artikelen in verschillende lokale kranten, en posters in de openbare ruimte). De samenstelling van deelnemers aan deze versie van de raadpleging kan een selectie bias vertonen. D.w.z. dat er bovengemiddeld veel deelnemers kunnen zijn met een sterke mening of belang bij het onderwerp. Daardoor zijn de resultaten van de open raadpleging niet representatief. Een open raadpleging vergroot echter wel de inclusiviteit van het traject. Er waren 1.086 deelnemers aan de open raadpleging.
3. Focusgroepen: Met het doel de inclusiviteit van het traject verder te vergroten zijn fysieke gesprekken gevoerd met doelgroepen die digitaal minder vaardig zijn en/of de Nederlandse taal minder machtig. Het betreft vier gesprekken met asielzoekers, statushouders, Oekraïners en laaggeletterden. De gesprekken zijn uitgevoerd door Bureau AM. De uitkomsten zijn apart gerapporteerd en geen onderdeel van deze rapportage. 32
Stap 4. Data cleaning en multiplicatieve weging De kaart-met-code-raadpleging is een steekproef van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Waar de samenstelling van deze steekproef afwijkt van de populatie, herwegen we de resultaten. Daardoor zijn de resultaten van de kaart-met-code-raadpleging representatief voor de bevolking in elk van de drie gemeenten. Hoe werkt herwegen? • De samenstelling van deelnemers aan de kaart-met-code-raadpleging komt deels, maar niet geheel, overeen met de bevolkingssamenstelling van de drie gemeenten. Dat kunnen we afleiden met de standaardmethode voor het bepalen van statistische representativiteit: een Chi2-toets. Hiermee hebben we de verdeling van de deelnemers op de kenmerken gender, leeftijd en opleidingstype vergeleken met de verdeling van de drie gemeenten (CBS, 2022). We zien dat de samenstelling van de deelnemers aan de kaart-met-code-raadpleging significant verschilt van de populatie op de demografische kenmerken opleidingstype, leeftijd en deels voor gender. • Omdat er een significant verschil is kunnen we de gegevens herwegen. Het doel hiervan is te zorgen dat alle groepen in de gemeenten een stem naar rato krijgen.
Herwegen betekent dat we in de analyse meer gewicht hebben toegekend aan de antwoorden van deelnemers die ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef en minder gewicht hebben toegekend aan de deelnemers die oververtegenwoordigd zijn. Daarbij zijn geen gegevens of antwoorden weggegooid. • We hebben hiervoor de methodiek multiplicatief wegen* gebruikt (ook wel ‘raking’ genoemd). Kort gezegd hebben we het volgende gedaan. Deze stappen hebben we voor iedere gemeente apart genomen: 1. We delen de deelnemers op in drie groepen voor opleidingstype (praktisch/toegepast/theoretisch), drie groepen voor leeftijd (tot 44 jaar, 45 tot 65 jaar en 65 jaar** en ouder) en twee groepen voor gender (vrouw en man); 2. We hebben de verdeling van de deelnemers over deze groepen vergeleken met de verdeling in de populatie van elk van de drie ge meente; 3. We hebben een wegingsfactor gekoppeld aan elke groep. Deze wegingsfactor zorgt dat de antwoorden van een specifieke groep zwaarder tellen als er relatief weinig deelnemers in de groep zitten. En dat de antwoorden minder zwaar meetellen als er relatief veel deelnemers in deze groep zitten.
**Omdat er weinig jongeren hebben deelgenomen aan de raadpleging, is er besloten om de deelnemers onder de 24 samen te trekken met de deelnemers van 25 tot 44 jaar oud. Op deze manier kunnen we uitspraken doen over de meningen, zorgen en verwachtingen van jongere deelnemers.
33
* Zie ook deze publicatie van CBS: Wegen als correctie voor non-respons
Stap 5. Schrijven van de rapportage • De basis voor deze rapportage is de kwantitatieve analyse van deelnemers op de keuzetaak (het verdelen van de 50 punten over de tien opties) en de aanvullende stellingen. • De kwantitatieve resultaten hebben we vervolgens van duiding voorzien op basis van een kwalitatieve analyse van de geschreven reacties van deelnemers. Hierbij analyseren wij honderden reacties en identificeren de meest voorkomende hoofdargumenten die deelnemers gebruiken om aan optie s veel of weinig punten toe te kennen.
• In deze rapportage laten we citaten zien van deelnemers aan de raadpleging. Deze zijn geselecteerd zodat ze illustratief zijn voor de hoofdargumenten. Daarbij geldt steeds dat citaten in het gedeelte van de rapportage over een van de drie gemeenten ook altijd van een inwoner komen uit de betreffende gemeente. • Deze rapportage is opgesteld door Populytics. Er hebben een aantal feedbackrondes plaatsgevonden, waarbij de gemeenten Duiven , Westervoort en Zevenaar input hebben kunnen geven op de resultaten.
34
Omgang met persoonsgegevens • De vragen in deze raadpleging waren allen in overeenstemming met de privacywetgeving (Algemene verordening gegevensbescherming, AVG). Omdat de raadpleging anoniem is zijn de gegevens die we verzamelen geen persoonsgegevens. Dat betekent dat de AVG als uitgangspunt niet van toepas sing is. Een anonieme raadpleging mag vragen stellen over leeftijd, gender en opleidingstype, zonder dat de AVG van toepassing is. • Ook in een anonieme raadpleging kan de AVG in sommige gevallen toch van toepassing zijn. Bijvoorbeeld als het antwoord op een vraag (of de antwoorden op een combinatie van vragen) herleidbaar is (zijn) tot een groep van drie huishoudens of minder. Dan is er sprake van een persoonsgegeven. In dat geval is de AVG van toepassing. Een voorbeeld is vragen naar postcode-4. Er zijn enkele (vaak landelijke) postcode-4-gebieden waarin zich minder dan drie huishoudens bevinden. • In deze raadpleging is geen gegeven, of combinatie van gegevens, verzameld die herleidbaar is (zijn) tot een groep van drie huishoudens of minder in Nederland. • Elke deelnemer aan de raadpleging kon verder zelf bepalen welke informatie hij/zij wilde delen. Alle vragen over persoonlijke kenmerken in de raadpleging waren vrijwillig te beantwoorden (of over te slaan). Elke vraag bevatte daarbovenop ook de antwoordoptie 'zeg ik liever niet'.
• De gegevens voor dit onderzoek blijven bewaard.
35
Bijlage bij basisrapport: uitkomsten gemeente Duiven Resultaten van een inwonersraadpleging over samenleven met vluchtelingen
Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Deel 4. Over de raadpleging
Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Colofon Deze PWE-raadpleging is uitgevoerd door Populytics, een spinoff van de TU Delft, in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deze bijlage met uitkomsten voor de gemeente Duiven horen bij een basisrapport met hoofdresultaten voor de drie gemeentes samen.
38
Auteurs
Mark Beumer (mark@populytics.nl) Tom Geijsen (tom@populytics.nl) Jetske Mulder (jetske@populytics.nl)
Datum
Januari 2025
Versie
1.0 (Definitief)
Contact
Populytics b.v. Frambozenweg 139 2321 KA Leiden info@populytics.nl www.populytics.nl
Photo by Sander Weeteling on Unsplash
Vooraf: hoe de resultaten te lezen?
In het basisrapport is een uitgebreide onderzoeksverantwoording te vinden
39
De oorspronkelijke raadpleging is nog steeds vindbaar op de website samenverder.raadpleging.net. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd.
Vooraf (1/2): We presenteren de gemiddelden van de twee varianten van de raadpleging
Gemiddelden voor alle inwoners van een gemeente • We presenteren voor elke gemeente steeds eerst de resultaten voor alle deelnemers die hun mening hebben gegeven: de gemiddelde punten per optie. We laten de twee varianten zien: de kaart met code en de open raadpleging. • Voor de verdere resultaten laten we met name de representatieve uitkomsten zien die voortkomen uit de raadpleging via de kaart met code. Deze zeggen het meest over de gemeente als geheel.
Uitgangswaarde • Als deelnemers aan alle tien opties evenveel punten toekennen (alles even belangrijk vinden), dan zou elke optie 5 punten krijgen (50 gedeeld door 10). Dit noemen we ook wel de uitgangswaarde.
40
Betrouwbaarheidsinterval • Een steekproef heeft altijd een mate van onzekerheid. Als alle inwoners van de gemeente mee zouden doen, dan bevinden de uitk omsten zich met 95% zekerheid in het waardebereik van dit (lichtblauwe) betrouwbaarheidsinterval. Als er geen overlap zit in het waardebereik van twee doelen, dan is het verschil tussen deze doelen significant. In dit voorbeeld verschilt de optie ‘taal en cultuur’ significant van ‘werk en opleiding’. Maar ‘werk en opleiding’ verschilt echter niet significant van ‘veiligheid’. De volgorde van deze twee doelen zou ook omgekeerd kunnen zijn.
Vooraf (2/2): We tonen ook resultaten uitgesplitst naar subgroepen op basis van houding
Voorspellende kenmerken • Vooral het kenmerk ‘houding tegenover vluchtelingen’ blijkt een belangrijke voorspeller voor verschillende prioriteiten van deelnemers tussen de opties voor samenleven. • De overige kenmerken van deelnemers – zoals leeftijd, gender en opleidingstype – leverden geen substantiële verschillen op in de prioritering van de doelen. Deze laten we verder niet zien.