A18d. 201578504 - Participatiestrategie Circulaire Economie advies.pdf
Tekst van het document
Programma circulaire economie Duiven/Westervoort Participatiestrategie
Inhoud
Opdrachtgever: Samenstellers:
Anja Ahmic
1.
Sylvana Rikkert Datum:
20 juni 2019
2.
3.
Opdracht en aanpak
1
1.1.
Aanleiding
1
1.2.
Actualiteit energietransitie
1
1.3
Participeren in de circulaire economie
2
1.4.
Leeswijzer
3
Methode
4
2.1.
Kwartiermakersfase
4
2.2.
Uitgangspunten
4
Authentiek en typisch
5
Daad bij woord voegen
5
Binnenwereld en buitenwereld in verbinding
5
Meedenken, meebeslissen, meedoen
5
Verschil mag er zijn
6
Samen ontwikkelen
6
Gelijke informatiepositie
6
In samenhang met regio en provincie
7
Bevindingen
8
3.1.
Authentiek en typisch Westervoort en Duiven
8
3.2.
Daad bij het woord voegen
9
3.3.
Binnenwereld en buitenwereld in verbinding en samen ontwikkelen
3.4.
Meedenken, meebeslissen, meedoen en verschil mag er zijn
Lysias Advies
T: 033 464 70 70
IBAN: NL18 ABNA 0574 2170 53
Soesterweg 310d
E: info@lysiasadvies.nl
KvK: 30166304
3812 BH Amersfoort
www.lysiasadvies.nl
BTW: NL809282471B01
10 11
4.
5.
6.
7.
3.5.
Een gelijke informatiepositie
12
3.6.
In samenhang met de regio en provincie
12
3.7.
Aanvullende opbrengsten
13
De organisatie van participatie
15
4.1.
15
Het programma circulaire economie
Advies; participatiestrategie Duiven en Westervoort
17
5.1.
Uitgangspunten
17
5.2.
Van uitgangspunten naar actie
19
Aan de slag!
20
6.1.
Bewustwording vergroten
20
6.2.
Doelgroepen in het vizier
21
6.3.
Denkkracht mobiliseren
22
6.4.
Doekracht mobiliseren
22
Samenvatting
24
7.1 Aanleiding
24
7.2
De 6 uitgangspunten
24
7.3
Actieplan
25
1. Opdracht en aanpak
knoppen gedraaid’. Dat heeft bijna altijd ook effect op gemeentelijk niveau.
1.1. Aanleiding
1.2. Actualiteit energietransitie in Duiven en Westervoort
Nederland is in transitie. We hebben als land onze handtekening gezet onder het klimaatakkoord van Parijs in 2015 en ons daarmee gecommitteerd aan maatregelen die erop zijn gericht de CO2 uitstoot terug te dringen. De maatregelen daarvoor zijn omvangrijk; In wonen, werken, leven en mobiliteit zullen we over moeten stappen
op
schone,
duurzame
en
houdbare
vormen
van
energiegebruik. Deze opgave wordt al wel de grootste verbouwing van Nederland genoemd omdat iedereen er tot achter de voordeur iets van gaat merken. Dat betekent automatisch ook dat iedere Nederlander een belanghebbende of ‘stakeholder’ is; van alle mensen wordt immers verwacht dat zij hun steentje bijdragen.
niveau
wordt
de
laatste
hand
gelegd
aan
een
klimaatakkoord dat binnen enkele maanden van kracht moet gaan. De maatregelen die hierin staan, hebben een groot -maar nog niet helemaal te voorspellen- effect op het lokale niveau. Denk bijvoorbeeld aan de uitwerking van het gasbesluit van Minister Wiebes van Maart 2018; deze zorgde voor een enorme boost in mogelijkheden
voor
schone
manieren
van
verwarming.
om de transitie door te maken naar een duurzame, groene en energie neutrale leefomgeving. Hiertoe hebben de beide gemeenten een breed en samenhangend programma ‘circula ire ontwikkeld.
Dit
energietransitie,
bestaat (2)
uit
drie
klimaatadaptatie
economie’
programmalijnen: en
(3)
(1)
de
circula riteit.
Het
programma circulaire economie is in 2018 behandeld in de beide raden van de gemeenten. Daarmee staan de gemeente n nog in een beginstadium van de transitie naar een circulaire economie. De gemeenten hebben al wel de ambitie om als integraal onderdeel van het programma een participatiestrategie te ontwikkelen. Deze
Verschillende overheden zijn bezig met het klimaatbeleid. Op landelijk
De gemeenten Duiven en Westervoort staan samen voor de opgave
Maar
mogelijk heeft dat besluit ook het draagvlak voor de energietransitie doen afkalven. Kortom, op verschillende plekken; bij overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen wordt aan ‘duurzame
participatiestrategie dient recht te doen aan de ambit ies van beide gemeenten én ruimte te bieden voor verschillende vormen van betrokkenheid en eigenaarschap van inwoners, maatschappelijk partners en bedrijfsleven. Zoals gezegd zijn inwoners per definitie belanghebbende in de circulaire economie. Vroeg of laat zal van hen worden gevraagd om bijvoorbeeld
aanpassingen
te
maken
in
hun
huis,
zoals
zonnepanelen te plaatsen of beter te isoleren. Of ze worden gevraagd mee te werken aan het beter recyclen van hun afval, of het helpen verbeteren van waterberging door het weghalen van tegels uit hun tuin. De overstap naar een duurzame manier van
|1
samenleven gaat dus iedereen raken. Dat brengt kansen met zich
bedrijven, maatschappelijke instellingen of de gemeenten ervoor
mee.
kiezen om niet mee te doen, kan er simpelweg niet genoeg massa en impact gemaakt worden om de doelstellingen te bereiken.
Het is nu van belang om een brede beweging op gang te brengen. Als
iedereen, inwoners, bedrijven, instellingen en overheden
Dit klinkt betrekkelijk recht toe recht aan, m aar meedoen is voor
stappen zet, creëer je een grote beweging in de goede richting; je
velen helemaal geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt om een flinke
inspireert elkaar, helpt en deelt lessen die je leert. Dat is het belang
portie (zelf)bewustzijn en gedragsverandering. En laat dat nou juist
van participatie in de circulaire economie. Er ligt echter geen
ingewikkeld zijn. In de drukte van alledag valt het niet mee om
blauwdruk klaar voor hoe deze participatie er het beste uit kan zien.
dagelijkse routines te doorbreken en dingen echt anders te gaan
In alle gemeenten in het land is men momenteel bezig met dezelfde
doen. Tijd en prioriteit spelen velen van ons parten. Sommige
opgave, lessons learned worden gedeeld, maar er zijn meerdere
mensen willen wel iets doen, maar weten niet goed wat er mogelijk
manieren om participatie vorm te geven en er is niet persé één
is en hoe ze dat het beste kunnen aanpakken. Anderen hebben wel
goede manier. Dat maakt de opgave van Duiven/ Westervoort een
een beeld bij wat ze willen doen, maar vinden het een risico om te
hele uitdagende.
investeren, niet wetend wat ze er precies voor terug zullen krijgen. Daar komt ook bij dat veel mensen niet weten welk verschil ze
1.3. Participeren in de circulaire economie
individueel kunnen maken. De opgave van een duurzame toekomst
Het begrip circulaire economie leeft nog lang niet bij iedereen. Maar ga je met elkaar in gesprek over de energierekening, de manier waarop je afval scheidt, hoe vaak je spullen leent van vrienden en
voelt dan als te groots en te ver-van-mijn-bed-show. Dit kan soms ook verlammend werken en juist als effect hebben dat mensen dichtklappen en niet meedoen.
familie en of je windmolens wel of geen goed idee vindt, dan kom je
Onze ervaring is dat het daarom belangrijk is om te beginnen bij
er achter dat bijna iedereen hier wel een beeld bij heeft. Voor
mensen zelf. Waar en hoe wonen mensen, wat vinden ze belangrijk,
sommige mensen staat het dichterbij dan voor anderen, maar de
welke opvattingen en voorkeuren hebben ze, wat (de)motiveert hen,
meesten zijn er op een bepaalde manier wel mee bezig. En juist dat
waar slaan ze op aan? Een beter begrip van wat mensen drijft, helpt
‘ermee bezig zijn’, dat is waar het in de kern om draait bij
om te kiezen voor manieren van participeren die goed aansluiten en
participatie in de circulaire economie. De duurzaamheidsdoelen
passen bij wat mensen willen en kunnen. En dat vergroot weer de
zullen alleen behaald kunnen worden als iedereen ‘er op een
kans op succes.
bepaalde manier mee bezig
is’ en bijdraagt. Als
inwoners,
|2
Voor participatie geldt daarmee dat er niet één goede manier of
op gang te brengen. We sluiten af met een samenvatting in
aanpak is.
hoofdstuk 7.
De kunst van een goede participatiestrategie is dat deze zo veel mogelijk aansluit bij de belevingswereld van mensen en als vanzelfsprekend verschillende vormen en manieren van meedoen mogelijk maakt. Flexibel kunnen inspelen op wat nodig is, vergroot de kans op een effectieve participatiestrategie en daarmee op het meedoen van zoveel mogelijk verschillende mensen en partijen aan een duurzame toekomst.
1.4. Leeswijzer Om een beeld te krijgen bij de uitgangspositie van participatie in de gemeenten Duiven en Westervoort hebben wij een korte kwartiermakersfase ingericht, die van januari tot en met maart 2019 liep. In deze fase hebben we aan de hand van interviews, veldwerk en een tweetal raadsbijeenkomsten in beeld gebracht welke kaders en uitgangspunten voor Duiven/Westervoort van belang zijn in het participeren. In
deze
rapportage
staan
de
opbrengsten
van
de ze
kwartiermakersfase centraal. In hoofdstuk twee zetten we kort uiteen op welke manier we te werk zijn gegaan. In hoofdstuk drie beschrijven we de bevindingen van de kwartiermakersfase. In hoofdstuk
vier
zoomen
we
in
op
de
wijze
waarop
een
participatieproces georganiseerd kan worden. In hoofdstuk vijf en zes geven we tot slot aan welke acties genomen kunnen worden om de beweging richting een circulaire economie in Duiven/Westervoort |3
2. Methode
aan
een
beter
•
beeld
te
krijgen
van
hoe
de
‘werken’,
hebben
we
een
zogenaamde
zicht te krijgen in de ‘aard’ van de Duivenaar en Westerv oorter, een beeld te krijgen van welke ervaringen er zijn met participeren, de en behoeften van alle betrokkenen als het gaat om
participatie beter te doorgronden. En te achterhalen hoe er aangekeken
wordt
Radenbijeenkomsten in Duiven en Westervoort waarbij ook
tegen
circulaire
economie
uitgangspunten van participatie.
gemeenten
‘kwartiermakersfase’ ingericht. Doel van deze fase was om beter in
wensen
op een doordeweekse avond in
inwoners uitgenodigd waren om het te hebben over de
Duiven/Westervoort, haar bedrijven, instellingen en inwoners op dit moment
voetbaltraining
Groessen.
2.1. Kwartiermakersfase Om
een
en
welke
‘succesfactoren’ er in de gemeenten te vinden zijn die de beweging kan stimuleren. De bevindingen van deze fase zetten we uiteen in het volgende hoofdstuk.
2.2. Uitgangspunten Zoals we in het vorige hoofdstuk hebben aangestipt, is er niet één goede manier van participeren. Een participatiestrategie kan op verschillende manieren worden vormgegeven, naar gelang wat de betrokkenen daarbij belangrijk vinden. Om het nadenken hierover te stimuleren, hebben we in de kwartiermakersfase, bij de gesprekken met het programmateam, de wethouders en bij de thema-avonden met de raden gebruik gemaakt van de acht uitgangspunten voor participatie van Lysias. Deze acht uitgangspunten zijn geformuleerd aan de hand van eigen ervaringen met participatietrajecten. In
In de kwartiermakersfase hebben we bovenstaand beschreven
figuur 1. staan deze uitgangspunten opgesomd. Onze ervaring is dat het enorm kan helpen als de betrokken partijen zichzelf en
beeld gekregen door:
elkaar committeren aan een of meerdere uitgangspunten. Zo weet •
Interviews met leden programmateam en binnen organisatie;
je van elkaar wat je belangrijk vindt en hoe je participatie samen wilt
•
Interviews met de verantwoordelijk wethouders Tiedink (Duiven)
vormgeven. We benoemen in dit hoofdstuk de acht uitgangspunten
en Breunissen (Westervoort);
op
•
Stakeholder
gesprekken
met
de
wijkraad,
een
woningbouwvereniging en bedrijven(vertegenwoordigers) •
hoofdlijnen.
In
het
volgende
hoofdstuk
werken
we
elk
uitgangspunt uit naar de lokale context van Duiven en Westervoort. We gebruiken hiervoor de input uit alle gesprekken en het veldwerk.
Veldwerk, waarbij ongeveer 35 mensen geïnterviewd werden in winkelcentrum Duiven en markt Westervoort en voorafgaand
|4
essentieel voor een goed participatieproces. Als je als gemeente vraagt om een integrale benadering van verschillende thema’s, een open dialoog en denken in mogelijkheden, moet je zelf diezelfde waarden ook laten zien in je dagelijkse handelen.
Binnenwereld en buitenwereld in verbinding De werkelijkheid van de binnenwereld van de gemeente is vaak anders dan de ervaringen en belevenissen in de buitenwereld, de wereld van de inwoner. De taal van beleid en van ambtenaren is vaak niet de taal van de inwoner. Daarom is het belangrijk om een continue dialoog te organiseren tussen binnen - en buitenwereld. In
Figuur 1. Lysias uitgangspunten bij Participatie
een participatieproces wisselen deelnemers uit beide werelden hun kennis, ervaring en ideeën met elkaar. Als gemeente is het belangrijk om open te communiceren over wat je met al die
Authentiek en typisch
informatie doet. De realiteit is dat niet alle ideeën en wensen uit de
Bij het participatief ontwikkelen van het programma circulaire economie is het belangrijk om verleden, heden en toekomst aan elkaar te verbinden. Wat zijn Duivenaren en Westervoorters voor mensen, wat typeert het gebied, de historie, het karakter en de identiteit van de bewoners? Nadenken over passende vormen van participatie begint dus bij nadenken over: wat is authentiek voor onze gemeenten en wat past bij ons?
participatief
ontwikkelproces
mogelijk
participatieproces
ook
of is,
wenselijk als
lokale
zijn.
Hoe
overheid
breed
blijf
je
het a ltijd
verantwoordelijk voor het maken van afwegingen over doel rechtmatigheid,
kwaliteit,
continuïteit
en
inclusiviteit.
Hoe
transparanter de communicatie hierover vanuit de binnenwereld, des te meer begrip en acceptatie zal er zijn vanuit de buitenwereld.
Meedenken, meebeslissen, meedoen
Daad bij woord voegen Een
gemeenschap
Welk appèl doe je als gemeente op inwoners en partners? Denken aangaan
met
inwoners
en
partners, vraagt veel van beide gemeenten. Geloofwaardigheid is
ze mee, beslissen ze mee, doen ze mee, of is het een combinatie? Meedenken betekent dat je een beroep doet op de kennis, ervaring en creatieve oplossingen die deze partijen hebben. Op basis van |5
een open en brede dialoog inventariseer je alle wensen en ideeën
de ene inwoner praat het liefst mee in een groep aan een ronde
en je benut deze om je eigen denkwijze en keuzes aan te scherpen.
tafel, de ander deelt liever individueel zijn verhaal, of online.
Maar het betekent nog niet dat je er concreet iets mee hoeft te
Mensen
doen. Meebeslissen betekent dat je een beroep doet op de
participeren: verschil mag er zijn.
(ervarings-)
deskundigheid
en
het
oordeel
van
inwoners
en je accepteert dat de uitkomst van de keuze mogelijk iets anders is dan wat je als gemeente voor ogen had. Meedoen betekent dat je beroep
doet
op
de
eigen
verantwoordelijkheid
en
verschillend
en
kunnen
op
diverse
manieren
en
partners. Je geeft als het ware een deel van je mandaat uit handen
een
zijn
het
organisatievermogen van inwoners en partners. De uitvoering van een idee of oplossing, of een deel daarvan, komt bij hen te liggen. Je moet als gemeente heel goed weten om welke M of mix van M’en het je te doen is en hoe je inwoners en partners daarop bevraagt. Twee zaken zijn daarbij cruciaal: (1) verschillende mensen willen op verschillende manieren betrokken zijn, wat kan pleiten voor een mix van M’en. En (2) kiezen voor enkel één ‘M’ is niet persé minder of slecht, zolang je er helder over communiceert. Mensen moeten weten wat er van ze verwacht wordt en waar ze aan toe zijn.
Samen ontwikkelen Als je als gemeente aan de slag gaat met een participatiestrategie, is de verleiding groot om zelf al een (groot) deel in te gaan vullen. Maar als mensen activeren en mee laten doen het doel is, dan past het om de participatie ook met elkaar te ontwikkelen. Inwoners, partners en bedrijven kunnen zelf het beste aangeven op welke manier zij het proces voor zich zien: op kleine schaal in wijke n en buurten, op grote schaal met heel de gemeente, wel of geen gebruik maken van online mogelijkheden, een serie van meerdere bijeenkomsten, of in één grote oploop? De waarschijnlijke uitkomst is een combinatie van deze en mogelijk andere organisatievorme n. Door inwoners en partners vroegtijdig te betrekken, worden ze volwaardig deelgenoot van het proces. Naast het betrekken van de
Verschil mag er zijn
‘buitenwereld’ is het ook belangrijk om de ‘binnenwereld’ in positie
Hoe bereik je inwoners, maatschappelijk partners en bedrijven? De
colleges verdienen ook een plek in het participatieproces.
te brengen. Verschillende beleidsafdelingen, de raden en de
een is al jaren actief in de gemeente en praat maar wat graag mee, de ander opereert meer op de achtergrond of is helemaal niet in beeld. De kunst is om niet alleen de ‘usual suspects’ te mobiliseren, maar juist ook de inwoners en partners die niet zo luid en duidelijk van zich laten horen. Differentiëren in inhoud en vorm van de boodschap en in vormen van betrokkenheid is daarom cruciaal. En
Gelijke informatiepositie Iedere deelnemer aan het participatieproces brengt zijn eigen kennis en ervaring mee, en daar zitten grote verschillen tussen. Het helpt daarom wanneer de deelnemers in het participatieproces een vergelijkbare informatiepositie hebben. De indeling in ‘grijs’ en |6
‘groen’, ligging van bebouwd gebied en open terrein, verkeersaders en bedrijventerreinen, ontwikkeling van landbouwgrond, opties voor verduurzaming van energie, bestemmingsplannen, etc. Maar ook, wat bedoelen we met termen als energietransitie, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulaire economie. Als iedereen op zijn minst dezelfde ‘kaart’ van de gemeente voor ogen heeft, helpt het om samen na te denken over ontwikkelingskansen voor de toekomst.
In samenhang met regio en provincie Het lokale niveau is onlosmakelijk verbonden met de omgeving: de buurgemeenten, de Liemers, de bredere regio en de provincie. Regenval, droogte of CO2 uitstoot houden zich immers niet a an gemeentegrenzen. Met het oog op leren van elkaar en samenhang van (toekomstig) beleid is het daarom waardevol om een kijkje over de gemeentegrenzen te nemen. De Regionale Energiestrategie zal daarbij van belangrijke invloed zijn. Een succesvolle samenwe rking in de regio begint bij een doorleefde visie op de eigen ambities en rolneming.
|7
3. Bevindingen
kent dezelfde grootstedelijke problematiek als Arnhem. Relatief veel inwoners hebben een LBO/MBO opleidingsniveau.
In hoofdstuk 2 hebben we uiteen gezet op welke wijze we te werk zijn gegaan tijdens de kwartiermakersfase. Om de gesprekken op gang
te
brengen,
hebben
we
tijdens
interviews
en
de
radenbijeenkomsten de acht participatie uitgangspunten centraal gezet. Deze uitgangspunten gebruiken we in dit hoofdstuk ook o m de opbrengst van de verschillende bijeenkomsten en gesprekken te ordenen en te duiden. Daarbij zijn sommige uitgangspunten al
Een belangrijke recente ontwikkeling is de re vitalisatie van de wijk Mosterdhof. Een groep van ongeveer dertig inwoners heeft zich verenigd om samen te werken aan een duurzame wijk. Ook heeft bouwbedrijf
Koenders
een
zogenaamd
Energiebespaarhuis
ingericht, waarin wijkbewoners kunnen leren over energiebesparing in huis. Diverse voetbalclubs zetten zich in om zwerfafval op te ruimen.
samengevoegd, waar dat voor de context van Duiven/Westervoort logisch is. Een nadere analyse van de opbrengsten en een vertaling
In Westervoort zijn er
naar
ondernemersfamilies. Van oudsher spelen de diverse wijkraden een
uitgangspunten
voor
de
participatiestrategie
van
Duiven/Westervoort is beschreven in hoofdstuk 5.
3.1. Authentiek en typisch Westervoort en Duiven Westervoort Aan de oevers van de IJssel ligt Westervoort, grenzend aan het water met Arnhem. Van oorsprong is Westervoort een katholiek dorp waarbij veel voorzieningen informeel georganiseerd zijn. Westervoort kent een actieve carnavalsvereniging. In de jaren ‘80 werd Westervoort aangewezen als groeikern, bedoeld om inwoners op te vangen die de dure woningen in Arnhem en omstreken niet konden betalen. Daarmee werden er in het dorp veel huurwoningen in zogenaamde bloemkoolwijken gebouwd. Nog steeds is er relatief veel sociale huur in Westervoort. Westervoort
een aantal, door
iedereen
gekende,
belangrijke rol in het dorpsleven. De komende tijd voert de gemeente gesprekken met alle wijkraden om te verkennen hoe zij in de toekomst hun rol kunnen blijven vervullen. Het beeld bestaat dat niet alle wijkraden even representatief zijn voor alle inwoners en soms processen kunnen stagneren. Duiven Duiven is ooit aangewezen als ontwikkelgemeente langs de A12. Typerend voor Duiven is het rijke ondernemingsleven, met vele bedrijven die gevestigd zijn op het industrieterrein langs de snelweg. Duiven heeft onder andere een IKEA, Hornbach en de grootste Intratuin van Nederland. Innofase is een bedrijventerrein dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan.
In het
winkelcentrum van Duiven is sprake van leegstand (retail). Veel
|8
mensen gaan voor het gemak langs de grote winkels/ketens.
op het gebied van duurzaamheid en zich er bewust van zijn dat ze
Sommige kleine lokale ondernemers hebben het daardoor moeilijk.
hierin een voorbeeldrol hebben naar de gemeenschap toe.
Duiven heeft relatief veel koopwoningen, ook in het duurdere
Of de gemeenten ook daad bij woord voegen als het gaat om de
segment.
participatiekant, is iets waar we nog onvoldoende een vinger achter
De
meeste
inwoners
hebben
een
MBO/HBO
opleidingsniveau.
hebben kunnen krijgen.
In hoeverre is het gedrag van de
gemeentelijke organisatie congruent aan dat wat van de inwoners en partners gevraagd wordt? In de dorpen Loo en Groessen is sprake van een grote sociale
Het
cohesie, bruisend verenigingsleven en ‘ons kent ons’ gevoel.
beginnen, dus het zegt nog niet zo veel dat we daar geen sc herp
Inwoners identificeren zichzelf meer met het dorp zelf dan met
beeld van hebben. Als we kijken naar het optreden van de
Duiven. De afgelopen jaren heeft de participatie rondom grote
wethouders, raadsleden en het programmateam tijdens de thema -
infrastructurele werken in deze dorpen, niet altijd opgeleverd wat
avonden, hebben we er vertrouwen in dat men inziet hoe belangrijk
men (inwoners en ambtenaren) ervan gehoopt hadden. Mensen zijn
een passende rol van de gemeente is tijdens een participatieproces.
daar teleurgesteld over.
Er is een grote mate van zelfbewustzijn aanwezig als het gaat om
participatieproces
rondom
circulaire
economie moet
nog
zaken niet voor de mensen invullen, niet overnemen, niet denken
3.2. Daad bij het woord voegen
zelf de wijsheid in pacht te hebben enzovoorts. De ervaring leert
Van diverse kanten hebben we gehoord dat de gemeente n zelf het goede voorbeeld moet geven. Zo werd tijdens beide thema -avonden
echter wel dat alle goede voornemens ten spijt, het voor lokale overheden best lastig kan zijn om deze woorden ook te effectueren
in de raden benadrukt dat je als gemeente beloftes na moet komen
in gedrag. Daarom denken we dat dit thema voor de interne
en moet laten zien wat je als lokale overheid zelf allemaal doet om
gemeentelijke organisatie extra belangrijk zal zijn wanneer het
de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Als de gemee nte bijvoorbeeld
investeert
in
zonnepanelen
op
daken
participatieproces eenmaal gaat lopen.
van
verenigingsgebouwen, of zelf bewust bezig is met afval recyclen, zou dit veel meer naar buiten toe gecommuniceerd kunnen worden. We hebben de indruk dat beide gemeenten initiatieven ontplooien
|9
3.3. Binnen- en buitenwereld in verbinding en samen
aan de orde, maar mensen kijken juist ook naar de gemeente voor het goede voorbeeld, sturing en doorzettingskracht.
ontwikkelen Deze twee uitgangspunten is op suggestie van de input van de thema-avond in Westervoort samengevoegd tot één uitgangspunt. De deelnemers aan die bijeenkomst constateerden dat er veel overlap is. Daarnaast werd tijdens de thema-avond in Duiven geopperd om de termen ‘binnenwereld’ en ‘buitenwereld’ helemaal
Als hoeder van het algemeen belang en investeerder van publieke middelen past het om niet altijd te bescheiden of terughoudend te willen zijn en af en toe krachtig je rol te pakken. De kunst is dan echter wel om dit handelen uit te leggen aan de gemeenschap en mensen mee te nemen in waarom je doet wat je doet. En daar komt de verbinding tussen binnen- en buitenwereld om de hoek kijken.
los te laten. De volgende quote illustreert dat mooi:
De taal die binnen de gemeente wordt gebezigd, is vaak niet de taal ‘Zullen we beginnen om de binnen- en buitenwereld los te laten? We zijn 1
van de mensen buiten. Dit is ons ook opgevallen tijdens het
gemeenschap. Wat kunnen wij als gemeenschap van Duiven doen?’
veldwerk. Inwoners geven heel andere woorden en betekenissen aan thema’s zoals de energietransitie. Het is niet eenvoudig om
Het denken en handelen als 1 gemeenschap past bij beide dorpen. Op
basis
van
gelijkwaardigheid
en
partnerschap,
vanuit
de
gedachte dat je als gemeente ‘maar’ een van de partijen bent die
daarbij aan te sluiten, maar wel heel erg nodig wil je de verbinding goed vast blijven te houden.
verschil kan maken in het programma circulaire e conomie. Het gaat
We bedoelen hier niet dat je naar buiten toe maar moet
om samenwerking.
benadrukken hoe anders je bent als gemeente.
Toch denken we dat het voor een deel wensdenken is om het
Integendeel, in alle communicatie uitingen naar inwo ners en
onderscheid tussen binnenwereld en buitenwereld helemaal los te
partners toe zou moeten doorklinken dat je het samen als 1
laten. Om te beginnen is het nou eenmaal een feit dat je als
gemeenschap doet en dat iedereen daar een rol in en belang bij
gemeente een bepaalde rol te vervullen hebt in de gemeenschap.
heeft. Zolang je er maar bewust van bent dat je als gemeente nou
Dit is wat mensen ook verwachten. Veel gemeenten vinden het
eenmaal een net wat andere rol hebt en die rol af en toe ook pakt.
ingewikkeld om krachtig of met gezag op te treden, vanuit de
Zolang je daar open over communiceert, zullen mensen meer begrip
gedachte dat ze in gelijke partnerschappen samenwerken en
opbrengen dan je vooraf misschien denkt of verwacht.
moeten faciliteren en ondersteunen waar nodig. Dat is zeker vaak Tot slot valt op dat iedereen zich kan vinden in het idee dat je een participatieproces niet voor, maar met inwoners en partners | 10
ontwikkelt. Hiervoor worden ook al veel concrete ideeën geopperd,
zeggen en helemaal niets doen is eigenlijk geen optie. De insteek is
bijvoorbeeld gesprekken voeren met woningbouwcorporaties, het
dus om iedereen op een bepaalde manier mee te krijgen. Het
organiseren van informatieavonden voor bewoners, het instellen
programmateam ondersteunt dit beeld en voegt eraan toe dat het in
van een klankbordgroep. We komen hier later in dit hoofdstuk nog
het begin niet zo zinvol is om veel tijd en energie te steken in de
op terug.
‘weigeraars.’ Veel beter is het om te beginnen bij enthousiaste koplopers die toch al willen meedoen, vanuit de gedachte dat er dan
3.4. Meedenken, meebeslissen, meedoen en verschil mag er
een olievlekwerking kan ontstaan naar anderen toe. Dit lijkt ons een logische aanpak.
zijn de
Het programmateam voelt er veel voor om per deelproject en deel -
radenbijeenkomsten door aanwezigen geconstateerd dat er overlap
participatieproces te bekijken welk appèl wordt gedaan op i nwoners
zit. Als je accepteert dat er verschil mag zijn in hoe mensen
en partners: meedenken, meebeslissen of meedoen. Per fase van
participeren, betekent dat automatisch dat er sprake zal zijn van
het participatieproces kan dit ook veranderen. Als we kijken naar de
een mix van M’en. Vrijwel alle betrokkenen die we hebben
opbrengsten van het veldwerk en de gesprekken met stakeholders
gesproken onderstrepen dat geen inwoner of partner hetzelfde is en
denken we dat dit een passende aanpak zou zijn. Mensen willen op
dat het dus nodig is om per groep of subgroep te kijken naar wat
allerlei uiteenlopende manieren betrokken worden. Ervaring leert
past. Het veldwerk onderstreept dit nog eens, ook daaruit bleek op
dat sommigen door het meedenken automatisch ook in de meedoen
hoeveel verschillende manieren mensen betrokken willen worden.
stand komen.
Ook
bij
deze
twee
uitgangspunten
werd
tijdens
De een laat met gemak een e-mailadres achter en wil naar een bijeenkomst komen, de ander voelt zich veel prettiger bij het meedoen aan een online vragenlijst, en weer een ander wil er niets van weten. Vooral dit laatste punt is interessant. Hoever mogen die verschillen oplopen? Wat vind je ervan als gemeente als mensen ervoor kiezen om helemaal niet mee te doen?
In relatie tot de wijkraden in Duiven geeft de wethouder mee dat het goed zou zijn om binnen de wijkraad onderscheid te maken tussen ambassadeurs, meedenkers en meedoeners. Dit vanuit de gedachte dat
sommige
wijkraden
zich
opstellen
als
een
soort
‘mini
gemeenteraden’ en denken dat hun rol alleen ligt in het nadenken en praten. Terwijl doekracht juist belangr ijk is. De wethouder voegt
De wethouders hebben hier een heldere opvatting over. Mensen
daaraan toe dat ze het liefste zou zien dat inwoners en partners in
staan in hun recht om nee te zeggen tegen iets, maar dan moeten
Duiven meedoen. Alleen meedenken is te vrijblijvend, zo zullen de
ze wel zelf met een alternatief idee of voorstel komen. Zomaar nee
doelen niet behaald kunnen worden.
| 11
Dan nog het aspect van meebeslissen. Op welke onderwerpen e n
gemeente en inwoners en partners. Dit merken we bijvoorbeeld op
op welke momenten in het participatieproces is er sprake van
in
gezamenlijke besluitvorming? En wie zijn dan allemaal mede -
stakeholders aangeven nog geen of onvoldoende beeld te hebben
beslissers? We hebben het idee dat de gedachtenvorming hierover
van waar de gemeente staat. Daarnaast blijkt uit de gesprekken met
nog niet zo ver is en misschien wel zelfs wat uiteen loopt. Tijdens
inwoners en ondernemers ook dat het kennisniveau over circulaire
de thema-avonden werden bijvoorbeeld verschillende beelden
economie enorm uiteen ligt. En dat onduidelijk is wat er precies toe
gedeeld hierover. Enerzijds was er de oproep om als gemeente
behoort. Tot slot kunnen we ons ook goed voorstellen dat
projecten aan te wijzen, die te delen met de gemeenschap en
verschillende stakeholders, verschillende belangen hebben en ook
mensen erop in te laten tekenen. Dit vanuit de gedachte dat
om die reden een andere informatiepositie hebben en innemen. Ons
mensen het ingewikkeld vinden om blanco bij 0 te beginnen en dat
advies is om als gemeente een duidelijke rol te pakken in de
het dan helpt als de gemeente alvast concrete voorstellen doet.
informatievoorziening over circulaire economie. Dat hoeft absoluut
Anderzijds werd juist geopperd dat de gemeente het zo veel
niet door alle informatie zelf te schrijven en maken, maar
mogelijk aan de inwoners en partners moet overlaten. Ideeën
bijvoorbeeld wel door te zorgen voor een betrouwbaar platform
ontstaan dan van onderop en het maakt in principe niet zo veel uit
waarop mensen kennis over verschillende deelthema’s kunnen
wat voor ideeën dat zijn, zolang de uitvoering ervan maar bijdraagt
vinden. De website van de groene allianties De Liemers zou zich
aan
goed
het
behalen
van
duurzaamheid.
We
nadrukkelijker
gevoerd
de
gezamenlijke
verwachten
dat
gaat
de
worden
doelstellingen discussie zodra
de
op
hierover
het
veldwerk
kunnen
en
lenen
de
interviews,
voor
als
verdere
inwoners
of
andere
informatieverspreiding
bijvoorbeeld.
eerste
participatieprocessen concreet vorm gaan krijgen. Dan gaan vragen spelen over wie welke keuze kan maken, en wat je als gemeente doet als er een afwijkende beslissing wordt gemaakt dan wat jij voor ogen had.
3.6. In samenhang met de regio en provincie Werken
aan
duurzaamheid
in
samenhang
met
reg ionale
ontwikkelingen is iets wat vanzelfsprekend is voor bijvoorbeeld het bedrijfsleven
en
woningbouwcorporatie
Vivare.
Zij
opereren
3.5. Een gelijke informatiepositie
dagelijks over gemeentegrenzen heen.
Een gelijke informatiepositie voor alle betrokkenen is een punt waar
Ook voor de gemeenten speelt de regio een hele belangrijke rol. De
nog veel op te winnen valt. We hebben de indruk dat er nog maar
programmamanager van het team vervult een belangrijke positie in
mondjesmaat
de regionale samenwerking en besteed hier veel tijd en energie
informatie
wordt
gewisseld
tussen
bijvoorbeeld
| 12
aan. Ook bestuurlijk is er voldoende aandacht voor de regionale
Beginnen bij de inwoners
component van het duurzaamheidsvraagstuk. Ons advies is om ambtelijke en bestuurlijke energie ook in te blijven zetten op het
Deze
bestendigen van relaties in de Regio om zo als gelijkwaardig
uitgangspunten
partner te kunnen blijven optreden in de Regionale Energie
boodschap om niet langer te treuzelen, maar al in deze fase naar
Strategie en andere samenwerkingsverbanden omtrent circulaire
de inwoners toe te gaan, ook voor er een concrete vraag is. Het
economie. Op deze niveaus (en landelijk) zullen beslissingen
gesprek zou dan op gang gebracht kunnen worden met de vraag :
genomen gaan worden die de gemeente soms voor een lastig
wat kunnen wij samen als gemeenschap doen op thema’s binnen
parket stellen of in een ingewikkelde positie brengen. Dan is het
circulaire economie, wat kan jij daarin betekenen en wat heb je
belangrijk hiervan goed op de hoogte te zijn, om hier invloed op te
daarbij nodig?
kunnen uitoefenen en om de communicatie met stakeholders in de gemeente hierop aan te passen.
uitgangspunten voor
de
verwerken beide
wij
in
gemeenten.
de
uiteindelijke
Daarbij
was
de
Ook in Westervoort was de oproep om naar de inwoners toe te gaan.
Daarbij
werd
nog
extra
onderscheid
gemaakt
tussen
3.7. Aanvullende opbrengsten
doelgroepen. Zo werden jongeren en 25-45 jarigen genoemd als
Naast de bevindingen op de voorgaande uitgangspunten, is er
en raadsleden gaven ook aan dat communicatie cruciaal was voor
aanvullende opbrengsten van de thema-avonden. Inwoners en
het laten slagen van de participatie. Daarbij was de boodschap om
raadsleden hebben diverse suggesties gedaan die wij graag
vooral eerlijk te zijn over waar de participatie wel en niet over gaat.
meenemen in het verder aanscherpen van de uitgangspunten. In
Mensen hebben eigenlijk niets meer te zeggen over wát er moet
Duiven was de oproep om vooral geen keuze te maken tussen de
gebeuren,
verschillende uitgangspunten. De deelnemers vonden ze allemaal
internationaal) niveau al bepaald. De participatie gaat dus eigenlijk
even belangrijk. Daarnaast werden er verschillende uitgangspunten
over het hóe. Het is belangrijk dat de gemeente daar eerlijk en
toegevoegd:
transparant in is.
Communicatie
Het programmateam en beide wethouders hebben ook aangegeven
Draagvlak
wat zij aanvullend van belang vinden in de uitg angspunten. Dat zijn
Vertrouwen
de volgende punten:
Waardering en beloning
groepen waar extra aandacht aan besteed moet worden. Inwoners
want
de
doelstellingen
zijn
op
nationaal
(zelfs
| 13
Maximaal passende participatie
Klein beginnen, aansluiten bij waar al energie zit
Slim benutten van expertise die er al is bij inwoners en partners
We werken met verschillende aanpakken, per deelproject bepalen we wat passend is
Weigeren om ergens aan mee te doen mag, maar dan moet er wel een alternatief komen
Participatie moet resultaat opleveren
Financiële participatie is belangrijk om het voor mensen aantrekkelijk te maken, mensen willen weten wat ze ervoor terugkrijgen
Ook deze aanvullingen nemen wij mee in de uiteindelijke participatiestrategie.
| 14
4. De organisatie van participatie
organisatie,
vertaald naar aanbevelingen voor de participatiestrategie van Duiven/W estervoort. Voordat we deze aanbevelingen doen, willen we in dit hoofdstuk graag nog enkele opmerkingen maken over de wijze waarop de participatiestrategie georganiseerd kan worden. We bemerkten door de samenwerking met het programmateam gedurende de voorbereidingen van de themabijeenkomsten onder dat
er
soms
onduidelijkheid
is
informatie
en
tijd.
Er
kan
ook
verantwoordelijkheid aangegaan worden voor het resultaat.
De bevindingen in hoofdstuk drie worden in het volgende hoofdstuk
andere,
kwaliteit,
over
wat
zo’n
participatiestrategie nou eigenlijk is. Gedurende het proces werd bijvoorbeeld de term participatieplan verworpen omdat dit de suggestie zou wekken dat het duidelijk zou zijn wat de participatie precies zou opleveren. In dit hoofdstuk staan we daarom kort stil bij het verschil tussen verschillende manieren van ‘planmatig’ werken.
4.1. Het programma circulaire economie Het programma circulaire economie is georganiseerd als een programma. Wij staan er hier graag even bij stil wat dat in de praktijk betekent en wat het verschil is tussen iets als een project aanvliegen of als een programma of als een proces.
Indien het nog niet helder is wat het doel precies is van een opgave, of indien deze niet voor alle betrokken partijen (die een aandeel hebben in de opgave) dezelfde is, en wanneer er daarom ook geen concreet resultaat geformuleerd kan worden, dan is er mogelijk sprake van een ‘proces’. In dat proces wordt gezocht naar een doel, maar is het niet mogelijk om een heel stappenplan naar dat doel te maken; alleen de volgende stap is concreet genoeg om te zetten. Daarnaast is het in een proces veel belangrijker om te werken aan draagvlak onder stakeholders. Er kan gestuurd worden op de uitkomsten van een proces door met elkaar bepaalde waarden (uitganspunten) af te spreken die gedeeld worden door alle betrokken partijen en die de leidraad vormen voor de manier waarop wordt samengewerkt. In een programma wordt gewerkt aan verschillende doelen, en worden inspanningen gebundeld richting een bepaald ‘resultaat’. Er kan gestuurd worden op de uitkomsten van een programma door te ‘draaien’ aan de knoppen van tempo, haalbaarheid, efficiëntie, flexibiliteit en doelgerichtheid. Een programma kan een bundeling zijn van projecten en processen. In figuur 2 hebben we de
Indien een opgave een helder doel heeft en een duidelijk result aat
verschillen tussen de verschillende typen aanpakken no g eens op
waar aan gewerkt kan worden, dan kan deze opgave als een project
een rij gezet.
georganiseerd worden. Er kan gestuurd worden op de resultaten van een project door te ‘draaien’ aan de knoppen/ criteria van g eld,
| 15
belang van de overeen te komen waarden/uitgangspunten, die alle betrokken partijen houvast geven in de vormgeving van het proces. Dit
zijn
de
waarden
waarop
de
samenwerking
rondom
de
participatie vorm krijgt. We adviseren daarnaast om samen met het programmateam
de
bespreken
elkaar,
met
verschillen zodat
in
manieren
helder
is
van
voor
de
werken
te
betrokken
ambtenaren én bestuurders, op welke wijze je samenwerkt en wat 1
je daarin wel en niet kan/mag verwachten .
Figuur 2. Verschillen tussen procesmatig, programmatisch - of projectmatig werken. Wij maken dit onderscheid zo expliciet omdat werken volgens de voorwaarden van een proces of volgens de voorwaarden van een project,
wezenlijk
participatiestrategie,
verschilt
van
elkaar.
als
integraal
Wij
zien
onderdeel
dat van
de het
programmateam circulaire economie, georganiseerd dient te worden als een proces. Het is immers nog niet duidelijk of alle betrokkenen wel
hetzelfde
doel
nastreven,
de
opgave
ontwikkelt
zich
onvoorspelbaar, de relevante omgeving (actoren, programma’s en interventies van andere overheden/partners) is continu in beweging en er
is
geen blauwdruk
of routekaart richting de ultieme
participatie. Daarmee onderstrepen we in dit participatieproces het
1
Voor aanvullende informatie over hoe je op een goede wijze een proces vorm kan geven, verwijzen wij graag naar het boek Value Based Project Management van Nicolien Mulder.
| 16
5. Advies;
participatiestrategie
Duiven
en
Westervoort
ervaring, kennis en rol. Centraal staat de vraag: wat kunnen wij als gemeenschap doen en wat hebben we daarvoor nodig? Daarbij wordt scherp gekeken naar wat authentiek en typisch is voor de gemeenschappen van Duiven en Westervoort. Elk afzonderlijk
Wat betekenen de bevindingen die we in de vorige hoofdstukken
participatieproces wordt vanaf de voorkant samen ontwikkeld, niet
uiteen hebben gezet voor de participatiestrategie van Duiven en
voor elkaar, maar met elkaar. Zo blijft iedereen zich erin herkennen
Westervoort? Ons advies bestaat uit drie onderdelen. Allereerst
en wordt meedoen voor iedereen makkelijker en leuker.
stellen wij een set uitgangspunten voor die belangrijk zijn voor Duiven en Westervoort. Het is een verzameling van waarden, opvattingen
en
perspectieven
waarmee
elk
afzonderlijk
participatieproces vormgegeven kan worden. Deze set vormt als het ware het fundament onder de participatiestrategie en doet recht aan de lokale inkleuring in Duiven en Westervoort. Waar het past, brengen we elementen uit de acht uitgangspunten onder in deze nieuwe verzameling uitgangspunten. Ten tweede geven we een advies
voor
de
manier
waarop
de
participatiestrategie
2.
Iedereen doet mee op een manier die past
Er is niet één goede manier van meedoen. Het doel is dat iedereen een steentje bijdraagt, maar wel op een manier die past. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen en binnen de diverse
doelgroepen.
Speciale
aandacht
is
er
voor
diverse
leeftijdsgroepen en mensen met lagere inkomens die in een sociale huurwoning wonen.
georganiseerd kan worden. Tot slot doen wij suggesties voor acties
Geen inwoner, ondernemer of partner is hetzelfde. Daarom komt er
die opgepakt kunnen worden door het programmateam. Deze
ook niet één aanpak voor participatie. Per deelproject wordt
werken we nader uit in het volgende hoofdstuk.
gekeken hoe verschillende partijen maximaal betrokke n kunnen worden. Daar hoort ook een afweging bij tussen meedenken,
5.1. Uitgangspunten 1.
meebeslissen, meedoen of een mix van deze drie. Maximaal
Als één gemeenschap samenwerken aan circulaire economie
passende participatie: zo veel mogelijk mensen op een zo passend mogelijke manier mee laten doen. Door te variëren in verschillende
Op basis van wederzijds vertrouwen en partnerschap werken
manieren en vormen van participatie, komt er voor ieder wat wils.
inwoners,
partners,
Het gebruik van taal die aansluit bij de beleveniswereld van
woningbouwcorporaties en de gemeente aan het verwezenlijken van
inwoners, ondernemers, maatschappelijk partners is daar essentieel
de doelen op het gebied van de circulaire. Ieder vanuit zijn unieke
onderdeel van.
ondernemers,
maatschappelijk
| 17
Door klein te beginnen, wordt het voor iedereen een stuk beter te volgen en te behappen. Ook voor mensen die op meer afstand 5.1.3. Alles draait om goede communicatie
staan. Daar waar energie zit, kan stap voor stap uitgebouwd
Herkenbare taal en open en eerlijke communicatie zijn de basis. Eerlijk
zijn
over
wat
en
niet
kan,
op
tijd
beginnen
met
worden. 5.1.5. Meedoen betekent resultaten boeken
communiceren, verschillende middelen inzetten om verschillende groepen te bereiken, actief aan verwachtingsmanagement blijven
Niemand participeert om het participeren. Meedoen betekent een
doen, altijd in verbinding blijven staan met de betrokkenen in de
verschil maken, concreet iets veranderen, resultaten boeken.
gemeenschap. Ook al weet je als gemeente nog niet precies hoe of
Meedoen is daarmee dus ook niet helemaal vrijblijvend. Aan elke
wat, dan nog is het beter om íets te zeggen, in plaats van niets.
deelnemer wordt gevraagd: wat kan jij doen? Meepraten en
Daarbij is het extra belangrijk om zorg te dragen voor een goede
meedenken wordt gewaardeerd, maar zelf de handen uit de
informatiepositie van alle betrokkenen. Daar waar het kan, moet het
mouwen steken, dat maakt pas echt verschil. Als mensen niet mee
gesprek zo veel mogelijk plaatsvinden op basis van dezelfde feiten
willen doen, dan is dat hun goed recht. Maar dan worden ze wel
en gegevens.
uitgenodigd om met een alternatief te komen, waar ze wel achter staan. Zo wordt eigen initiatief zo veel mogelijk aangeboord.
5.1.4. Klein beginnen, slim aansluiten en stap voor stap uitbouwen 5.1.6. Waardering voor elkaar en elkaars inzet De ambities binnen de gemeenten zijn hoog, maar realiteitszin is geboden. Wat is een eerlijke en realistische belofte aan de
Inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners doen al heel
gemeenschap? Wat kan je als gemeente waarmaken? Het is slim
veel. Dat mag gezien en gewaardeerd worden. Goede initiatieven
om klein te beginnen. Aansluiten bij enthousiaste inwoners,
verdienen het om in het zonnetje gezet te worden. Beloning is er in
ondernemers of andere partijen die als koplopers zelf al ac tief zijn
verschillende vormen en maten. Ook hier wordt gekeken naar wat
of ideeën hebben over hoe ze kunnen meedoen. Er gebeurt al heel
het meeste past. Waar hebben de initiatiefnemers het meeste aan?
veel. Het is een kwestie van de aanwezige kennis en ervaring goed
Financiële beloning kan een extra stimulans zijn. Het kan mensen
in beeld brengen en kijken hoe je daar slim op kan aansluiten door
verleiden om aan de voorkant mee te doen. En het kan dienen als
bijvoorbeeld
tegemoetkoming bij het maken van grote keuzes.
initiatiefnemers
aan
elkaar
te
koppelen
en
te
ondersteunen.
| 18
5.2. Van uitgangspunten naar actie
aan de oproep van beide raden: ga naar de mensen toe. Door met verschillende (groepen) inwoners, ondernemers en maatschappelijk
Zoals in hoofdstuk 4 aangegeven houden we in ons advies niet
partners in gesprek te gaan, ontstaat er vanzelf een beeld van waar
alleen rekening met wat inhoudelijk de beste aanpak is, maar kijken
de koplopers zitten en wat de verschillende groepen vinden, kunnen
we ook naar wat organisatorisch mogelijk is. We hebben de
en willen met betrekking tot participatie. Zo zullen de eerste
suggestie gedaan om te werken met een procesaanpak waarbij
contouren van de eerste participatietrajecten zich vanzelf gaan
realisme met oog op de beschikbare capaciteit geboden is. Werken
aftekenen.
op basis van een olievlek aanpak kan daarbij helpen. Pragmatisch aan de slag gaan met de eerste prioriteiten. Klein beginnen, in
Vervolgens kan het goed zijn om de energie te richten op het
contact komen met inwoners en partijen die al een paar stappen
mobiliseren van denk- en doekracht. Daarbij gaat het enerzijds om
gezet hebben, en kijken hoe je die slim verder kan helpen .
het vinden en aanhaken van mensen met een bepaalde ervaring,
Temporiseren is heel belangrijk. Het is misschien verleidelijk om
expertise of kijk op de zaak en deze laten meedenken en praten
met grootste gebaren te komen, maar we denken dat het beter past
over de koers en anderzijds over het aanhaken van de doeners;
om rustig te bouwen aan het programma en hier en daar een
mensen die al aan de slag zijn met duurzaamheid, of dat graag
spreekwoordelijke steen in de vijver te gooien
om de boel een
willen en daar eventueel al eigen ideeën bij hebben. Zo creëer je
beetje wakker te schudden. We doen bij deze graag een voorzet
stap voor stap een netwerk van mensen die op verschillende
voor een ‘werkplan’ voor 2019. Dat bestaat uit vier ringen:
manieren een steentje bijdragen aan de inhoudelijk doelstellingen op circulaire economie.
Bewustwording vergroten
Doelgroepen in het vizier krijgen
Denkkracht mobiliseren
Doekracht mobiliseren
We
denken
dat
de
grootste
prioriteit
ligt
de
bij
punten
‘bewustwording vergroten’ en ‘doelgroepen in het vizier krijgen’ . Met kleine communicatie-uitingen kan gewerkt worden aan het vergroten van het bewustzijn onder met name de inwoners van beide gemeenten. Parallel daaraan is het goed om opvolging te geven
| 19
6. Aan de slag! In dit hoofdstuk geven we een aanzet voor een actieplan. De 4 ‘actielijnen’ die we voorstellen om een beweging te creëren, zijn naar buiten toe gericht, en deze zetten we vanaf paragraaf 6.1 uiteen. Maar de acties vragen ook om een stevige interne organisatie. Daarbij willen we nogmaals onderstrepen dat de participatie bij de energietransitie georganiseerd dient te worden als een
proces.
Dat
betekent
dat
het
programmateam
en
de
opdrachtgevers moeten proberen de zogenaamde ‘regelreflex’ een beetje te vermijden; Uiteraard kunnen sommige acties prima als project worden aangevlogen, maar het totaal zal altijd een zekere ontwikkelbenadering vragen.
Figuur
3.
Visualisatie
van
de
verschillende
actielijnen
die
gezamenlijk een olievlek werking hebben. In onderstaande paragrafen zetten de we actielijnen uiteen, zonder daarbij de diepte in te gaan. We hebben een voorzet gedaan voor mogelijke
acties
binnen
de
verschillende
actielijnen.
Deze
6.1. Bewustwording vergroten
actielijnen lopen door elkaar heen en geven in principe geen
De eerste ring gaat over het informeren over de opgave op h et
volgorde of prioritering weer. Activiteiten uit ringen 1 en 3 kunnen
gebied van de circulaire economie waar de gemeente Duiven en
tegelijkertijd plaatsvinden en er kan ook prima gestart worden met
Westervoort voor staat, en mogelijke oplossingen voor die opgave.
activiteiten uit ring 4. Aan de actielijnen kunnen uiteraard andere
Dat kan op de volgende manieren:
actielijnen worden toegevoegd door het programmateam. Actief informeren over duurzaamheid & energie
Wat is het? (Definitie)
Wat
betekent
het?
(Impact
op
je
omgeving
en
op
je
portemonnee)
Wat gebeurt er als we stil blijven zitten? (no go scenario)
| 20
Wat kun je zelf doen? (Oplossingen in en rondom huis/buurt)
Kaart van Duiven en Westervoort: waar gebeurt wat?
Wat kun je samen doen? (Ideeën/inspiratie voor collectieve
Agenda met aankondigingen van belangrijke momenten en
vormen van inzet)
gebeurtenissen rondom duurzaamheid & energie
Wie of wat kan je daarbij helpen? (Middelen en ondersteuning)
Wat kost het? (investering)
Wat levert het op? (opbrengst)
Makkelijk te volgen informatie in hapklare brokken (‘jip en janneketaal’)
Beloningsbeleid ontwikkelen
Actief inspireren met goede voorbeelden
Ervaring leert: als je er iets leuks voor kan krijgen, doen meer (verschillende) mensen mee
Doe goed, begin bij jezelf: laten zien wat beide gemeenten al doen (voorbeeldgedrag)
Materieel en immaterieel
Communicatiestrategie via lokale kranten, posters & flyers,
Budget om initiatief/idee verder te brengen werkt het beste
website en social media
Maar ook: weggeefacties, excursies/uitjes, materialen
Campagne ‘Doe mee voor duurzaam?’
Consult van een expert (denkkracht)
Doelgroepen aansporen om hun goede voorbeeld aan te
Handjes uit de mouwen (doekracht)
dragen
Sportverenigingen, wijkverenigingen, kerken, winkelcentra
Belonen
Voorbeelden en initiatieven ophalen en in het zonnetje zetten
6.2. Doelgroepen in het vizier
(misschien zelfs belonen)
Al eerder constateerden we dat het voor een effectieve benadering
Informatieavonden
van stakeholders en goede communicatiestrategie essentieel is de verschillende partijen en (groepen/typen) inwoners goed in beeld te
Platform ontwikkelen
hebben.
Kennis en ervaring centraal beschikbaar stellen voor iedereen
‘Vraag’
naar
ideeën/oplossingen
en
‘aanbod’
van
Definieer de doelgroepen
ideeën/oplossingen bij elkaar brengen
Bedrijfsleven (lokaal MKB en grote jongens)
Interactief: hét communicatieplatform over duurzaamheid &
Maatschappelijk middenveld (sport- en cultuurverenigingen,
energie
kerken, scholen)
| 21
Woningbouwcorporaties
Collectieven
van
inwoners
6.3. Denkkracht mobiliseren (dorps-
en
wijkverenigingen,
georganiseerde initiatieven)
Wanneer je stakeholders in beeld hebt en de communicatie met ze
Individuen (gebruik persona’s of archetypen)
bent opgestart, kan je met ze optrekken door ze te betrekken als klankbord. Bepaal wie, op welk moment, en in welke rol geschikt is
In gesprek met elkaar
om mee te denken met het proces. Op welke manier kan je als
gemeente ook een klankbord zijn voor andere partijen?
Doel: elkaar (beter) leren kennen en samen een begin maken met participatie
Maar ook: bewustwording vergroten en ideeën opdoen
Wat doen jullie met duurzaamheid en energie?
Waar lopen jullie tegenaan?
Wat willen jullie nog meer doen?
Wie of wat hebben jullie daarbij nodig?
Wat kunnen wij als gemeente doen?
Hoe kunnen we gezamenlijk optrekken?
In duo’s van programmateamleden
Organiseer een Klankbord
Club van goed geïnformeerde, betrokken sleutelspelers die op strategisch niveau periodiek
met gemeente
mee kunnen
denken
Klankbord
Critical friend
Reflectie
Handelen we nog in lijn met onze ambities en uitgangspunten?
Doen we wat past bij Duiven en Westervoort?
Maak de opbrengst inzichtelijk
Laten we zelf het goede voorbeeldgedrag zien?
Inzicht in waar wat al gebeurt
Zetten we ons genoeg in om iedereen te bereiken en
Inzicht in ervaren knelpunten
Inzicht in wat van de gemeente verwacht wordt
Scala aan ideeën voor gezamenlijke inzet
Input
voor
participatiestrategie:
betrekken?
hoe
gaan
6.4. Doekracht mobiliseren we
om
met
Sommige partijen en individuen lenen zich niet goed om als
verschillende doelgroepen, welke acties gaan we starten, wat
klankbord te fungeren of hebben daar geen gevoel. Die zijn al aan
wordt ieders rol en bijdrage?
de slag met eigen duurzame initatieven of hebben hiervoor goede plannen. Dit is de doekracht die je kan aanspreken in je gemeenten
| 22
en die bij dragen (veelal op eigen kracht) aan de beweging die je op
•
Niet geografisch, maar thematisch
gang wilt brengen.
De meest duurzame straat van… •
Gezamenlijke inzet van inwoners stimuleren (geografisch)
•
Ideeën vanuit inwoners zelf laten ontstaan, en ondersteunen en faciliteren als gemeenten
•
Competitie-element op een leuke, positieve manier inzetten
•
Inzet met grootste veranderimpact belonen
Ambassadeurs •
Begin bij je interne organisatie; een kick -off zorgt ervoor dat collega’s op de hoogte zijn en in hun eigen werk de circulaire economie gaan betrekken
•
Club van enthousiaste, betrokken inwoners die in de rol van duurzaamheidsambassadeur anderen kunnen inspireren en motiveren
•
Spillover effect: elkaars goede voorbeeld volgen
•
Informatie verstrekken en inspireren
De coöperatie challenge •
Structurele,
collectieve
inzet
van
inwoners
en
bedrijven/partners stimuleren •
Experimenteren met samenwerking tussen verschillende partijen
•
Experimenteren met financieringsvormen
| 23
7. Samenvatting
betrokkenheid en eigenaarschap van inwoners, maatschappelijk partners en bedrijfsleven.
Met het programma circulaire economie geven we invulling aan de opgave die we hebben naar een duurzame, groene en energie neutrale leefomgeving. Om deze opgave uit te kunnen voeren hebben
we
deze
participatiestrategie
totstandkoming
van
de
ingeschakeld.
Samen
strategie met
hen
opgesteld.
hebben hebben
wij
Voor
Lysias
we
de
advies
een
korte
kwartiermakersfase ingericht. In deze fase hebben we aan de hand
De kunst van een goede participatiestrategie is dat deze zo veel mogelijk aansluit bij de belevingswereld van mensen en als vanzelfsprekend verschillende vormen en manieren van meedoen mogelijk maakt. Flexibel kunnen inspelen op wat nodig is, vergroot de kans op een effectieve participatie en daarmee op het meedoen van zoveel mogelijk verschillende mensen en partijen aan een duurzame toekomst.
van interviews, veldwerk en een tweetal raadsbijeenkomsten in Duiven en
Westervoort in beeld gebracht welke kaders en
7.2. De 6 uitgangspunten
uitgangspunten voor Duiven/Westervoort van belang zijn in het participeren. Hieruit is een set van 6 uitgangspunten bepaald
Met de 6 uitgangspunten hebben we een verzameling aan waarden,
waarmee elk participatieproces vormgegeven kan worden. De
opvattingen
strategie sluit af met een actieplan.
uitgangspunten vormt het fundament onder de participatiestrategie
en
perspectieven
vormgegeven.
Deze
set
aan
en doet recht aan de lokale inkleuring in Duiven en Westervoort
7.1. Aanleiding 1.
Als één gemeenschap samenwerken aan circulaire economie
De gemeenten Duiven en Westervoort staan samen voor de opgave
Op basis van wederzijds vertrouwen en partnerschap werken
om de transitie door te maken naar een duurzame, groene en
inwoners,
energie neutrale leefomgeving. Hiertoe hebben we het programma
woningbouwcorporaties en de gemeente aan het verwezenlijken van
‘circulaire
de doelen op het gebied van de circulaire economie.
beide
economie’ ontwikkeld welk in 2018 is behandeld in de
raden.
Daarmee
staan
de
gemeenten
nog
in
ondernemers,
maatschappelijk
partners,
een
beginstadium van de transitie naar een circulaire economie maar
2.
hebben al wel de ambitie om als integraal onderdeel van het
Er is niet één goede manier van meedoen. Het doel is dat iederee n
programma
Deze
een steentje bijdraagt, maar wel op een manier die past. Daarbij
participatiestrategie dient recht te doen aan de ambities van beide
wordt rekening gehouden met verschillen tussen en binnen de
gemeenten én ruimte te bieden voor verschillende vormen van
diverse
een
participatiestrategie
te
ontwikkelen.
Iedereen
doet
doelgroepen.
mee
Speciale
op
een
aandacht
manier
is
er
die
voor
past
diverse
| 24
leeftijdsgroepen en mensen met lagere inkomens die in een sociale
7.3. Actieplan
huurwoning wonen. We gaan aan de slag met 4 zogenaamde ‘actielijnen’. Deze zijn 3.
Alles
draait
om
een
goede
communicatie
naar buiten gericht en creëren een beweging. Deze actielijnen zijn:
Herkenbare taal en open en eerlijke communicatie zijn de basis. met
1.
Vergroten bewustzijn
communiceren, verschillende middelen inzetten om verschillende
2.
Krijg je doelgroepen in het vizier
groepen te bereiken, actief aan verwachtingsmanagement blijven
3.
Mobiliseer denkkracht
doen, altijd in verbinding blijven staan met de betrokkenen in de
4.
Mobiliseer doekracht
Eerlijk
zijn
over
wat
en
niet
kan,
op
tijd
beginnen
gemeenschap.
Met de actielijnen zijn en gaan we de komende jaren aan de slag!
4. Klein beginnen, slim aansluiten en stap voor stap uitbouwen De ambities binnen de gemeenten zijn hoog, maar realiteitszin is geboden. Wat is een eerlijke en realistische belofte aan de gemeenschap? Wat kan je als gemeente waarmaken? Het is slim om klein te beginnen. Aansluiten bij enthousiaste inwoners, ondernemers of andere partijen die als koplopers zelf al actief zijn of ideeën hebben over hoe ze kunnen meedoen. 5.
Meedoen
betekent
resultaat
boeken
Niemand participeert om het participeren. Meedoen betekent een verschil maken, concreet iets veranderen, resultaten boeken. 6.
Waardering
voor
elkaar
en
elkaars
inzet
Inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners doen al heel veel. Dat mag gezien en gewaardeerd worden. Goede initiatieven verdienen het om in het zonnetje gezet te worden.
| 25