CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

A18c. 201578503 -Transitievisie Warmte gemeente Duiven.pdf

Raadsavond 4 oktober 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: - informatie van het college ter kennisname21.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Lo

De WarmteTransitieMakers. – Atoomweg 50, 3542 AB Utrecht – info@dwtm.nl KVK 71166645 - BTW NL85606227B01 - NL60TRIO0338946349

Transitievisie Warmte Definitief Opdrachtgever: 1Stroom Projectnummer: GV19132-1Stroom Auteurs: De WarmteTransitieMakers Datum: 14-09-2021

De WarmteTransitieMakers. – Atoomweg 50, 3542 AB Utrecht – info@dwtm.nl KVK 71166645 - BTW NL85606227B01 - NL60TRIO0338946349 2

Samenvatting Waarom een Transitievisie Warmte en wat is het? Al tientallen jaren is het verbruik van aardgas een gemakkelijke manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Het klimaat verandert echter door de CO 2-uitstoot van het verbruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas. Om de klimaatdoelen te behalen hebben we in het klimaatakkoord afgesproken dat we uiterlijk in 2050 afscheid moeten nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het verbruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dat plan presenteren we in deze Transitievisie Warmte. Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd. De Transitievisie Warmte beschrijft hoe alle gebouwen, buurten en bedrijventerreinen in gemeente Duiven voor 2050 duurzaam verwarmd kunnen worden. We onderbouwen welke warmtevoorzieningen als alternatieven voor aardgas in 2050 in de verschillende wijken mogelijk voor de hand liggen. We selecteren vervolgens een aantal “startwijken” waar we samen met bewoners de eerste vervolgstappen willen zetten door naar een “wijkuitvoeringsplan” toe te werken. In het wijkuitvoeringsplan worden uiteindelijk de meest geschikte warmteoplossing(en) opgenomen en een planning voor de overstap vastgelegd.

In het laatste hoofdstuk van deze visie leggen we globaal uit wat die stappen richting het wijkuitvoeringsplan inhouden. Wie zijn betrokken bij het opstellen van de transitievisie? Deze Transitievisie Warmte is door de gemeente Duiven gemaakt, in overleg met de woningcorporatie Vivare en netbeheerder Liander. Energiebedrijf Vattenfall is geconsulteerd over de mogelijkheden die het bestaande warmtenet biedt. Het doel De Transitievisie Warmte heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. De weg daar naartoe vraagt een aantal veranderingen en keuzes. Onderstaande criteria staan bij deze keuzes centraal: • Laagste totale nationale kosten en laagste kosten voor bewoners en bedrijven • Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie • Natuurlijke momenten benutten • Inzetten op besparing (primaire energie & CO -uitstoot) • Zorgvuldig en transparant proces gericht op breed draagvlak (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie) • Volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen • Ruimte en rekening houden met nieuwe technologieën en accepteren van tussentijdse oplossingen Toekomstig beleid en de toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen we steeds toetsen aan deze uitgangspunten. 2

Waar staan we nu? In de gemeente Duiven zijn in totaal 10.731 woningen en 732 bedrijfspanden. Het totale aardgasverbruik in gemeente Duiven in 2018 was 351 TJ (11 miljoen m3 aardgas). Meer dan de helft van het gasgebruik (193 TJ; 6 miljoen m3 aardgas) werd gebruikt in woningen, de rest (158 TJ; 5 miljoen m3 aardgas) ging naar bedrijven en industrie. Het grootste gedeelte van de woningen en de bedrijven (58%) is al aangesloten op een warmtenet. De huishoudens die nog aardgas verbruiken, halen aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%). , Warmtevraag in de toekomst Bij het zoeken naar duurzame warmte kijken we enerzijds naar verminderen van de vraag naar warmte door besparing via isolatie, anderzijds naar het inzetten van nieuwe duurzame warmtebronnen en

3

technieken. Voor de bestaande woningvoorraad lijkt door isolatie een beperking van de warmtevraag van circa 18% realistisch haalbaar. De besparingspotentie van bedrijfsgebouwen laat zich moeilijker voorspellen. Hiervoor gaan we uit van een besparingspotentie van 30%, het landelijk gemiddelde. Beschikbare warmtebronnen De warmtebronnen die het meest voorhanden zijn voor de gemeente Duiven zijn: • Bodemenergie (warmte-koude opslag in de bodem en bodemwarmtepompen); • Luchtwarmtepompen; • Restwarmte van de AVR afvalverbrandingscentrale; • Warmte uit het water van het Pannerdensch Kanaal door middel van aquathermie (ook wel Thermische Energie uit Oppervlaktewater, TEO, genoemd); • Restwarmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Nieuwgraaf door middel van aquathermie; • Zonnewarmte van daken en veldopstelling. De inzet van warmtebronnen en technieken wordt aan de hand van de uitgangspunten van deze transitievisie in de wijkuitvoeringsplannen verder onderzocht, onderbouwd en uiteindelijk vastgesteld. Kansrijke warmtevoorziening per buurt Door de warmtevraag en de aanwezige warmtebronnen aan elkaar te koppelen is een eerste warmtevisie gemaakt, die aangeeft welke warmteoplossingen per wijk (of cluster gebouwen) op dit moment voor de hand lijken te liggen. Warmtenet kansrijk In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie.

Het centrumgebied van Duiven is kansrijk om een warmtenet aan te leggen. Dit gebied heeft een redelijk hoge warmtevraagdichtheid en dat maakt een warmtenet mogelijk kostenefficiënter dan andere oplossingen. De gebouwen kunnen dan van warmte worden voorzien door bijvoorbeeld de AVR of de RWZI. Daarnaast is een deel in Groessen kansrijk voor de aanleg van een warmtenet vanwege de redelijk hoge warmtevraagdichtheid en hogere temperatuur warmtevraag. Ook Loo heeft een kleine cluster waar een warmtenet wellicht kansrijker is dan andere oplossingen. Vanwege de grote afstand van Groessen en Loo tot de restwarmte van de AVR en RWZI zal voor dit deel een andere bron moeten worden gezocht, zoals zonthermie, aquathermie of misschien zelfs aardwarmte. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning in het gebied kan het aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel/ Warmtenet kansrijk In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. De warmtevraagdichtheid is hier niet zo hoog dat een warmtenet direct het meest kansrijk lijkt, maar het is zeker de moeite waard om het als één van de opties te onderzoeken. Dit is met name van toepassing op de gebieden die om het centrumgebied heen liggen, en in delen van de Vergert en Oud Zuid. Daarnaast geldt dit voor een deel van Loo en Groessen.

Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar draagvlak, de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten. Individueel Als woningen redelijk goed geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden, zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een miniwarmtenet). Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen of de warmtevraag van de huizen laag is.

4

Individueel/ groen gas In een aantal wijken staan veel oudere woningen, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar groen gas mogelijk de beste optie is in 2050, mogelijk in combinatie met een hybride warmtepomp. De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook andere individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden.

5

Bestaand warmtenet In Duiven is al op veel plekken een warmtenet aanwezig. In de volgende wijken bevindt zich al een warmtenet: Bedrijventerrein Innofase, Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf, De Ploen, Lommerweide, West, Zuidwest, Zuidoost en De Nieuweling. De aanwezigheid van dit warmtenet biedt kansen voor de nabij gelegen gebieden. Door toekomstige ontwikkelingen komt er waarschijnlijk nog capaciteit vrij op de huidige warmtenetten om andere gebouwen ook bij aan te sluiten. Ook de andere gemeenten in de regio kijken naar de restwarmtebronnen als alternatief voor aardgas in hun gebouwde omgeving. Uit analyses is gebleken dat de potentie van deze bovenlokale bronnen niet toereikend is voor de warmtevraag van de hele regio. Het is dan ook van belang te sturen op een efficiënte verdeling van deze restwarmte om de maatschappelijke kosten voor de warmtetransitie zo laag mogelijk te houden. Met de gemeenten binnen het warmtecluster (Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort, Zevenaar en Montferland) wordt overleg gevoerd over dit verdelingsvraagstuk. Bedrijventerreinen Bedrijven die gevestigd zijn in wijken met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de wijk. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn in sommige gevallen aparte plannen nodig.

Zo werken we met bedrijventerrein Synergiepark Innofase aan het verduurzamen maken van de bedrijven door uitwisseling van warmte, elektra, biogas, biomassa, water en restmaterialen. Met bedrijventerrein ’t Holland doen we onderzoek naar verduurzamingsmogelijkheden. De bedrijven in Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf zijn voor een aanzienlijk gedeelte aangesloten op het bestaande warmtenet, maar er wordt ook nog veel aardgas verbruikt. De aanwezigheid van het bestaande warmtenet maakt aansluiting hierop in ieder geval een logische optie. Wanneer zetten we vervolgstappen? Om in 2050 aardgasvrij te zijn moeten we nu starten. We willen daarbij tot een logische volgorde komen om wijk voor wijk over te stappen naar andere warmtevoorzieningen. De volgende figuur laat zien in welke wijken zich kansen voordoen om de overstap naar aardgasvrij serieus te verkennen. De fasering is gebaseerd op natuurlijke vervangingsmomenten, lokale kansen en initiatieven die in specifieke wijken zijn opgezet door bewoners of lokale partijen. In hoofdstuk 6 vertellen we meer over kansen die zich voordoen in de verschillende buurten. Bewoners en andere belanghebbenden betrekken we intensief zodra we samen concrete plannen gaan maken voor hun wijk. Voor bewoners in wijken die later aardgasvrij worden, is het fijn om te weten dat er nog geruime tijd aardgas is.

Bewoners in deze wijken kunnen op voor hun logische momenten – zoals bij verhuizen en verbouwingen – hun woning aardgasvrij maken of daarop voorbereiden. Het Rijk ondersteunt dit via subsidies op bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen en voor de financiering ervan via goedkope leningen. Tegelijkertijd heeft de landelijke overheid aangekondigd via belastingen de aardgasprijs te laten stijgen. Dus ook in buurten waar nog geen concrete aanpak is gestart om aardgasvrij te worden, stimuleren we bewoners om minder aardgas te verbruiken. We gaan komende jaren met de bewoners van De Vergert (oost), aan de slag om vervolgstappen te onderzoeken en te zetten. Daarna volgt het noordelijke gedeelte van Oud Zuid gecombineerd met het westelijke deel van het centrum. Deze gebieden zijn logisch omdat er koppelkansen liggen met andere werkzaamheden. In hoofdstuk 6 wordt de keuze en exacte afbakening van deze gebieden verder toegelicht. Met de andere wijken starten we na 2030. De bewoners van andere wijken stimuleren we om hun woning stapsgewijs te isoleren.

6

Aanpak en volgende stappen De volledige overstap naar duurzame warmtevoorzieningen is zowel een sociale als een technische opgave. De gemeente heeft in deze transitie een regierol en werkt samen met andere partijen aan een gerichte aanpak die aanpassingen aan gebouwen afstemt op het sociale speelveld in een buurt en de benodigde aanpassingen van de infrastructuur. Hiervoor zet de gemeente in op: 1.

Een traject voor de startwijken; voor de startwijken werken we toe naar een wijkuitvoeringsplan. Daarin brengen we alle kosten, baten, voor- en nadelen in kaart, we betrekken bewoners actief en

7

2.

we beschrijven het besluitvormingsproces (met inspraak van bewoners). Pas als voor de wijk voldaan is aan de nodige financiële, sociale, wettelijke en technische randvoorwaarden en er draagvlak is voor de oplossing(en), leggen we dit vast in beleid. Het stimuleren en faciliteren van verduurzaming overige wijken; a. Energieloket voor advies en vragen: dit is het gemeentelijk energieloket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier fysiek of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden. b. Informatie en inspiratie via www.samen1nergie.nl: op deze website geven we goede voorbeelden, tips en adviezen voor onder andere de verduurzaming van woningen en de opwek van duurzame energie. Ook verwijzen we slim naar landelijke informatiebronnen zoals www.verbeterjehuis.nl en www.milieucentraal.nl c. Collectieve inkoopacties: Door met een grote groep hetzelfde product in te kopen kan er bespaard worden op de kosten. Voor de toekomst staan er nieuwe collectieve inkoopacties gepland, deze worden bekendgemaakt op de website van het duurzaamheidsprogramma Samen1Nergie. d.

Energiecoaches: Een andere manier om aan de slag te gaan met energiebesparing is door een afspraak in te plannen met één van de Duivense & Westervoortse energiecoaches. Dit zijn enthousiaste inwoners die met behulp van cursussen zijn opgeleid om hun medebewoners advies aan huis te geven om te verduurzamen. e. Energiecoöperatie De Liemers: Sinds kort is energiecoöperatie De Liemers actief in onze gemeente. We gaan graag in gesprek met de coöperatie om hun mogelijke rol en inzet in de warmtetransitie te verkennen.

Voor de meeste woningeigenaren geldt dat een natuurlijk vervangingsmoment van de huidige cv-ketel aangegrepen kan worden om de overstap te maken naar een hybride warmtepomp. Deze maatregel kan het gasverbruik aanzienlijk terugdringen en is voor veel woningen (vooral met energielabels E, D en C) ook financieel aantrekkelijk. De levensduur van een hybride warmtepomp systeem is ongeveer 15 jaar, waarna de overstap naar een volledig aardgasvrije oplossing gemaakt kan worden. Wat betekent de transitievisie voor inwoners van de gemeente Duiven? Deze transitievisie geeft een doorkijk naar wat er binnen de hele gemeente gaat gebeuren in de komende dertig jaar. Inwoners kunnen zien op welke termijn we in hun wijk kansen zien voor een overstap naar aardgasvrij. Tussentijds kunnen zij aan de slag met het verduurzamen van hun eigen woning om de toekomstige overstap naar duurzame warmte makkelijker te maken. Communicatie- en participatie Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie zijn: In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite.

En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. Elke wijk is anders. De diversiteit van wijken vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak. We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen zoals het Energieloket, www.samen1nergie.nl en sociale media. Voor het organiseren van de participatie is een participatiestrategie opgesteld. De uitgangspunten hierin zijn: als één gemeenschap samenwerken aan circulaire economie; iedereen doet mee op een manier die

8

past; alles draait om goede communicatie; klein beginnen, slim aansluiten en stap voor stap uitbouwen; meedoen betekent resultaat boeken, en; waardering voor elkaar en elkaars inzet. Hoe gaan we om met voortschrijdend inzicht en innovatie? Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te vernieuwen, zoals voorgesteld in het landelijke Klimaatakkoord. Volgende versies van de transitievisie zullen in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossingen realiseerbaar zijn in de verschillende wijken van de gemeente Duiven. We hopen dat de Transitievisie Warmte iedereen in onze gemeente helpt zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas.

9

Inhoud Samenvatting.................................................................................................................................................. 3 Voorwoord ....................................................................................................................................................12 1.

Inleiding ..........................................................................................................................................13 1.1

Waarom een warmtevisie? ......................................................................................................................................... 13

1.2

Doel van de visie ............................................................................................................................................................ 13

1.3

Wie heeft deze visie gemaakt? ................................................................................................................................. 14

1.4

Hoe gaat het hierna verder? ...................................................................................................................................... 14

2.

Wat is de impact? ..........................................................................................................................16

3.

Isoleren ............................................................................................................................................................................... 16 Koken .................................................................................................................................................................................. 16 Verwarming en warm water ...................................................................................................................................... 16 Hoe maken we keuzes?.................................................................................................................20 3.1 Algemene uitgangspunten ............................................................................................................................................. 20 3.2 Hoe kiezen we de startwijken? ...................................................................................................................................... 21 3.3 Hoe kiezen we de aardgasvrije techniek? ................................................................................................................. 22

4. Warmtevraag en warmtebronnen .........................................................................................................25 4.1 Warmtevraag......................................................................................................................................................................... 25 Huidig aardgasverbruik ............................................................................................................................................... 25 Energiebesparing ........................................................................................................................................................... 26 Toekomstige warmtevraag ........................................................................................................................................ 28 Hoge, midden- of lage temperatuur ..................................................................................................................... 28 Wijken en dorpen die nog aardgas verbruiken ................................................................................................. 31 Concentratie van de warmtevraag ..........................................................................................................................

31 Warmtenetten ..............................................................................................................................................33 4.2 Warmtebronnen .................................................................................................................................................................. 33 Ruim beschikbare warmteoplossingen ................................................................................................................. 33 Beschikbare kleinschalige / lokale warmteoplossingen ................................................................................. 35 Opkomende technieken .............................................................................................................................................. 35 Waterstof, groen gas en biomassa ............................................................................................................36 5. Kansrijke warmtevoorziening per wijk in 2050 ...................................................................................37 5.1 Woonwijken ........................................................................................................................................................................... 37 5.2

Bedrijven en kantoren .................................................................................................................................................. 40

5.3

Bedrijven ............................................................................................................................................................................ 40 Kantoren ............................................................................................................................................................................ 40 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing ................................................................................................................ 40

6. Wanneer worden de wijken aardgasvrij? .............................................................................................41 6.1 Startwijken .............................................................................................................................................................................. 43 6.2 Natuurlijk tempo (2022-2050) ....................................................................................................................................... 45 6.3 Middellange termijn (2030-2040) ................................................................................................................................ 45

10

6.4 Lange termijn (2040-2050) .............................................................................................................................................. 46 6.5 Middellange termijn (2030-2040) of natuurlijk tempo........................................................................................ 46 6.6 Bedrijventerreinen ............................................................................................................................................................... 47 7. Uitvoeringsstrategie ................................................................................................................................48 7.1 Procesonderdelen ............................................................................................................................................................... 48 7.2 Aanpak startwijken ............................................................................................................................................................. 49 7.3 Aanpak overige wijken ...................................................................................................................................................... 50 7.4 Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed ................................................................

51 7.5 Rol van de gemeente in warmtenet ontwikkeling ................................................................................................ 51 7.6 Communicatie- en participatiestrategie .................................................................................................................... 53 7.7 Financiering en betaalbaarheid ..................................................................................................................................... 54 7.8 Doorontwikkeling Transitievisie Warmte .................................................................................................................. 55 Bijlage A Bouwjaren en energielabels .......................................................................................................56 Bijlage B Toelichting technische analyse ..................................................................................................58 Voorspelling toekomstig energielabel .................................................................................................................. 58 Toekenning temperatuurniveau ..............................................................................................................................

58 Bedrijfspanden ................................................................................................................................................................ 59 Bijlage C Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen ............................................................................61 Bijlage D Toelichting Startanalyse Leidraad .............................................................................................62 De Startanalyse van de Leidraad – versie september 2020 .......................................................................... 62 Buurt analyse Liander ................................................................................................................................................... 65 Bijlage E Infographic individuele oplossingen .........................................................................................69 Bijlage F Participatiestrategie Circulaire Economie.................................................................................70 Bijlage G planning Integraal Beheer Openbare Ruimte .........................................................................71 Bijlage H Communicatie- en participatieplan Transitievisie Warmte...................................................72

11

Voorwoord We gaan de komende tijd over van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Een overgang die gepaard gaat met emoties. Logisch, want we zijn verbonden met het landschap waar windmolens en zonneparken een plek krijgen en als het gaat om het op een andere manier verwarmen van onze huizen en bedrijven komen we zelfs bij u thuis. Daarom vind ik het belangrijk dat we elke stap in deze overgang samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven zetten. We kunnen als overheid simpelweg niet anders. We hebben iedereen nodig in dit proces. Niet alleen de techneuten onder ons, maar u ook. Voor u ligt de Transitievisie Warmte. Het is toch een behoorlijk technisch verhaal geworden. Er is veel aan gerekend en er staan veel beschikbare technieken voor duurzame verwarming van woningen en bedrijven in vermeld. Dat is ook nodig om in kaart te brengen wat een haalbaar plan is in een realistisch tijdspad. Het is nodig om u duidelijkheid te geven over wat er de komende tijd nodig is. Toch ben ik blij met de gesprekken die we met raadsleden en de klankbordgroep Samen1nergie voerden om te peilen of we op de goede weg zaten en of het nog wel te begrijpen was. Daarnaast hebben we de stappen die we zetten ook gezet in berichten die we deelden op ons platform Samen1nergie.nl en de (social) media kanalen van gemeente Duiven.

Met berichten als ‘bouwjaar van belang bij aardgasprijs wonen’ en ‘hoeveel energie kunnen we eigenlijk besparen’ nemen we u mee in de afwegingen die we in de Transitievisie Warmte moeten maken. En we gaan hiermee door, ook in de volgende stappen waarin we per buurt-, en wijk aan de slag gaan met isoleren van woningen en het maken van wijkuitvoeringsplannen. Zo zetten we stappen van fossiele brandstoffen naar duurzaam verwarmen en van meedenken naar meedoen. Met het vaststellen van deze visie start het traject van de wijkuitvoeringsplannen. Dat doen we zorgvuldig en daarvoor nemen we de tijd. Samen met alle betrokkenen. Samen werken we aan duurzame energie. Doe jij mee? Daar krijg je zelf ook energie van.

Gemma Tiedink Wethouder

12

1. Inleiding In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in gemeente Duiven zullen we tussen nu en 2050 het aardgas verder vervangen door duurzame warmte. Met onze aanwezige warmtenetten zijn we al een eind op weg, maar we hebben ook nog stappen te gaan. Die zetten we wijk voor wijk. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam gemeente Duiven, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.

1.1 Waarom een warmtevisie? Al tientallen jaren is het verbruik van aardgas een gemakkelijke manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Het klimaat verandert echter door de CO 2-uitstoot van het verbruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas. Tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten bijna 200 landen overeenstemming over een klimaatakkoord. Afgesproken is dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Vervolgens ondertekenden in Nederland in 2019 meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn ten opzichte van 1990. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen. Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een visie maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Die presenteren we in deze Transitievisie Warmte. Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd.

1.2 Doel van de visie De Transitievisie Warmte (verder in dit document: de transitievisie) heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. We gaan daartoe in op drie hoofdvragen: ● Welke alternatieven voor aardgas zijn geschikt in de verschillende wijken in de gemeente Duiven? Een warmtenet, warmtepomp of duurzaam gas? ● Wanneer gaan de verschillende wijken van het aardgas af? We schetsen een globaal tijdpad tussen nu en 2050. ● Welke stappen gaan we de komende jaren zetten? (De uitvoeringsstrategie.) Wij voeren de warmtetransitie samen met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven uit. De Transitievisie Warmte is dan ook geen dichtgetimmerd plan, maar het geeft de kaders waarbinnen de komende jaren projecten worden opgestart. Het uiteindelijke resultaat is een Transitievisie Warmte die begrepen en gedragen wordt en die goed onderbouwt welke warmteopties interessant zijn.

13

1.3 Wie heeft deze visie gemaakt? De gemeente Duiven heeft de visie niet alleen opgesteld. We spraken met allerlei partijen om hun mogelijkheden en wensen in kaart te brengen. We werkten vooral samen met netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare. Liander beheert het elektriciteits- en gasnet en doet continue investeringen om onze energievoorziening betrouwbaar en veilig te Wilt u meedenken? houden. De woningcorporatie heeft veel woningen in We zijn benieuwd naar uw mening na het lezen bezit en zijn daarom een belangrijke partij. van de Transitievisie Warmte. U kunt uw reactie Energiebedrijf Vattenfall is geconsulteerd over de achterlaten via samen1nergie.nl Ook kunt u mogelijkheden die het bestaande warmtenet biedt. hier uw e-mailadres achterlaten, als u op de Ideeën en zorgen van bewoners en ondernemers hoogte wilt worden gehouden van de haalden we op door communicatie en interactie via ontwikkelingen. ons platform Samen1nergie. Ook spraken we met Klankbordgroep Samen1nergie over onze aanpak en overwegingen in de Transitievisie Warmte. Dit combineerden we met gedegen onderzoeken en technische informatie over de wijken.

1.4 Hoe gaat het hierna verder? Deze transitievisie geeft een doorkijk naar wat er in de gemeente gaat gebeuren de komende dertig jaar. Bewoners weten daardoor waar ze aan toe zijn, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen. Dit is de start van een proces om de gemeente Duiven verder aardgasvrij te maken. Met de aanwezigheid van het bestaande warmtenet zijn we al flink op weg, maar toch verwarmen we nog ongeveer 40% van onze gebouwen met aardgas. Om dit de komende jaren verder omlaag te brengen selecteren we in deze transitievisie een aantal startwijken (of delen daarvan), die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan. We kijken daarbij over wijk- en buurtgrenzen heen en selecteren gebieden die een logische afbakening hebben. Hier starten we met vervolgstappen voor 2030. Voor deze wijken worden de komende jaren ‘wijkuitvoeringsplannen’ gemaakt, zie Figuur 1. Hierin worden de plannen concreter, en zal per wijk, buurt of zelfs per huishouden worden gekeken wat er mogelijk is. Deze wijkuitvoeringsplannen maken we samen met bewoners en andere betrokkenen – hiervoor volgt per wijk een participatietraject. Het vaststellen van dit wijkuitvoeringsplan gebeurt pas als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers, er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond en er voldoende draagvlak is.

Als het aardgas in een wijk wordt afgesloten, krijgen bewoners dat ruim van tevoren (circa 8 jaar) te horen1. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.

Figuur 1 Na de Transitievisie Warmte (TVW) volgen wijkuitvoeringsplannen. De Transitievisie Warmte wordt iedere 5 jaar geüpdatet. De transitievisie zal eens in de vijf jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossing het beste past in elke wijk. Daarnaast is de gemeente bezig met het

1

De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.

14

opstellen van een Omgevingsvisie. Dit is een overkoepelende visie op de fysieke leefomgeving van de gemeente Duiven. Deze wordt opgesteld als onderdeel van de (nog in te voeren) Omgevingswet. De tijdspaden van de Transitievisie Warmte en de Omgevingsvisie lopen niet synchroon.

Samenhang met de Regionale Energiestrategie Uiteraard kijken we verder dan de gemeentegrenzen. De puzzel van warmte-opwek, -opslag en -gebruik maken we samen met andere gemeenten in de regio. We werken toe naar de Regionale Structuur Warmte, als onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) van regio Arnhem-Nijmegen. Bovenlokale bronnen ontoereikend voor hele regio De TVW geeft inzicht in de mogelijke warmteoplossingen per wijk/gebied en in de beschikbare duurzame warmtebronnen. Van deze warmtebronnen liggen twee grote bronnen (de AVR en de RWZI Nieuwgraaf) binnen de gemeentegrens. Ook de andere gemeenten in de regio kijken naar deze bronnen als alternatief voor aardgas in hun gebouwde omgeving. Uit analyses is gebleken dat de potentie van deze bovenlokale bronnen niet toereikend is voor de warmtevraag van de hele regio. Het is dan ook van belang te sturen op een efficiënte verdeling van deze restwarmte om de maatschappelijke kosten voor de warmtetransitie zo laag mogelijk te houden. Met de gemeenten binnen het warmtecluster (Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort, Zevenaar en Montferland) wordt overleg gevoerd over dit verdelingsvraagstuk.

15

2. Wat is de impact? Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. In dit hoofdstuk omschrijven we in het kort welke technische mogelijkheden er zijn en wat de keuze voor die technieken betekent in het dagelijks leven van bewoners en ondernemers. Ongeveer 42% van de woningen en gebouwen in de gemeente Duiven gebruiken aardgas. De overige 58% van de gebouwen zijn aangesloten op het warmtenet. Aardgas wordt gebruikt om het huis of gebouw te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.

Isoleren Om aan de klimaatdoelstelling te voldoen, is energie besparen een belangrijke eerste stap. Veel duurzame warmtebronnen zijn schaars. Het is daarom goed om eerst het energiegebruik terug te dringen, voordat op een duurzame warmtebron wordt overgestapt. Daarom is het belangrijk om huizen beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening, en verbetert het comfort in de woning. Het isoleren van de buitenmuur, dak en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Daarna kan ook de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter en zorgt voor extra besparing en een lagere vraag naar beperkt beschikbare duurzame warmte. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart.

Koken Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen.

Verwarming en warm water De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen: • Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Denk bijvoorbeeld aan: een warmtepomp, soms infraroodpanelen of een pelletkachel • Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele wijk. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. • Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof, en gebruiken hiervoor de bestaande gasleidingen. Het hangt onder andere van het type woning en type wijk af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. In Figuur 2 t/m 4 is dit schematisch weergegeven. In hoofdstuk 4 en 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende wijken in gemeente Duiven. De investeringen die gepaard gaan bij de maatregelen in onderstaande figuren zijn bewust nog niet inzichtelijk gemaakt. Het stookgedrag van bewoners, de staat van de woning en het woningtype hebben veel impact op de hoogte van investeringen. Daarmee ook op de terugverdientijd van de verschillende warmtesystemen en eventueel benodigde isolatiemaatregelen. Daarnaast is het nog niet duidelijk wie deze investeringen zal gaan dragen.

16

Figuur 2 Individuele warmteoplossingen

17

Figuur 3 Warmtenetten

18

Figuur 4 Duurzaam gas

19

3. Hoe maken we keuzes? We hebben ons in Nederland tot doel gesteld om in 2050 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening te hebben zonder aardgas. Dit betekent dat we keuzes moeten maken. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. We hanteren drie soorten uitgangspunten: 1. Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie, die het hele proces leidend zijn; 2. Criteria voor het bepalen van de startwijken; 3. Criteria voor het kiezen van aardgasvrije technieken.

3.1 Algemene uitgangspunten Elke wijk is anders, met een andere samenstelling van bewoners, gebouwen, omgeving en warmtebronnen. De benadering per wijk zal dus op maat zijn en niet de wijkgrenzen volgen. Toch streven we in de hele gemeente hetzelfde doel na, en willen we overal zorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We hebben daarom een aantal uitgangspunten benoemd die gedurende het hele proces centraal zullen staan: Laagste totale nationale kosten en laagste kosten voor bewoners en bedrijven Wij streven naar de laagste kosten voor bewoners en bedrijven, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Daarbij kijken we niet alleen naar kosten die direct op één woning te betrekken zijn (zoals de aanleg van vloerisolatie), maar ook naar de kosten die bijvoorbeeld een netbeheerder maakt. Wanneer bijvoorbeeld veel mensen een warmtepomp inzetten om het huis te verwarmen, betekent dit dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard. Deze kosten wegen uiteindelijk ook mee in de energierekening per woning. Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie De stap van het aardgas af moet voor bewoners en betrokkenen zo simpel mogelijk zijn. Bewoners moeten meegenomen worden in het proces en geholpen worden om zo makkelijk mogelijk over te schakelen.

De Gemeente Duiven wil inwoners onder andere faciliteren door informatie voor iedereen beschikbaar te maken. Meer over de rol van de gemeente in hoofdstuk 7. Natuurlijke momenten benutten Naast de energietransitie zijn er andere belangrijke opgaves voor de gemeente, de betrokkenen en de bewoners. Er moet worden gekeken naar de regionale energiestrategie, regionale ruimtelijke ontwikkeling, plannen van woningbouwcorporatie, weg- en waterbeheer en netbeheer planningen. Al deze planningen én ook plannen van individuele inwoners kunnen momenten zijn om ook de stap te maken naar aardgasvrij. We streven ernaar deze ‘natuurlijke momenten’ waar mogelijk te benutten in de transitievisie. Inzetten op besparing (primaire energie & CO -uitstoot) Het aardgasvrij maken is niet de enige doelstelling; we willen in de eerste plaats de CO -uitstoot terugdringen. Dat betekent prioriteit geven aan isolatie en het veranderen van gedrag. Dat is van belang om het primaire energieverbruik en dus de CO uitstoot omlaag te brengen. 2

2

2

Zorgvuldig en transparant proces gericht op breed draagvlak (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie) We willen een breed participatieproces inzetten tijdens de hele warmtetransitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Dat betekent transparante informatie en regelmatige aanspreekmomenten op gemeente, wijk- en buurtniveau. We willen de bewoners vroegtijdig betrekken en op een eerlijke en begrijpelijke manier in gesprek gaan over de geschikte alternatieven voor aardgas.

20

Volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen Er is ook oog voor impact op mens en milieu. Elke warmtetechniek heeft hierin zijn voor- en nadelen. In het kiezen van warmtetechnieken in de wijkuitvoeringsplannen wordt de impact van warmtetechnieken in kaart gebracht op lucht, water en bodem niveau. Ruimte en rekening houden met nieuwe technologieën en accepteren van tussentijdse oplossingen Alle gemeenten in Nederland werken aan het aardgasvrij maken van woningen. De ontwikkelingen op het gebied van aardgasvrije innovaties gaan daardoor snel. Elke vijf jaar wordt deze transitievisie vernieuwd en willen we eventuele nieuwe technologieën meenemen als optie voor wijken die nog aardgasvrij moeten worden. We anticiperen zoveel mogelijk op toekomstige mogelijkheden en, in gevallen dat nog veel onzeker is, sluiten we zo min mogelijk toekomstige mogelijkheden uit. Daarnaast accepteren we dat in sommige gevallen tussentijdse oplossingen nodig zijn richting een duurzaam verwarmd 2050. Bijvoorbeeld de hybride warmtepomp, gasgestookte piekvoorzieningen voor warmtenetten of de verbranding van afval voor warmte. Toekomstig beleid en de toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen we steeds toetsen aan deze uitgangspunten.

3.2 Hoe kiezen we de startwijken? In deze transitievisie worden “startwijken” aangewezen: clusters van huizen/bedrijfspanden waar de gemeente kansen ziet om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan. In de wijken die als startwijk zijn aangewezen, onderzoeken we vervolgens de haalbaarheid. Daarna wordt definitief bepaald welke “startwijken” voor 2030 starten met vervolgstappen. De volgende criteria wegen mee bij het kiezen van de startwijken: Koppelkansen: Waar we werkzaamheden kunnen combineren, doen we dat. De onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties, de vervanging van delen van het aardgasnet of werkzaamheden aan de openbare ruimte (riolering, verkeersveiligheid etc.) kunnen aanleiding zijn om direct ook de energieinfrastructuur in een gebied aan te pakken. Een ander soort koppelkans is de sociale ontwikkeling van een wijk of wijk waarin de gemeente bijvoorbeeld graag de sociale cohesie of veiligheid wil verbeteren. Concrete kansen voor inzet van restwarmte: gebieden die in de nabijheid liggen van een bestaande warmtebron of warmtenet zijn vaak makkelijker aardgasvrij te maken. Door deze gebieden eerst op te pakken kunnen we meer aandacht besteden aan het participatieproces en is er minder inspanning nodig voor de relatief makkelijke weg naar de techniek.

Gelijkvormige woningen en de aanwezigheid van woningcorporatie bezit: De aanwezigheid van woningcorporatiebezit is voordelig omdat de woningen in beheer zijn van één partij. Dat heeft als voordeel dat er relatief minder besluitende partijen zijn en er soms snel meters gemaakt kunnen worden. Daarnaast kan worden aangesloten op de onderhoudsplanning van deze woningen. Wanneer een groot deel in de wijk of buurt tegelijk aangepakt kan worden, wordt het interessant om de rest van de wijk hierbij te betrekken. Bijvoorbeeld met grootschalige isolatieprojecten of de aanleg van een warmtenet. Voor gebieden met veel dezelfde woningen is het makkelijker een aanpak op te stellen. Hetzelfde geldt voor uniforme bedrijfsterreinen met gelijksoortige gebouwen. Is er aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed? Dan kan dit een extra reden zijn om eerder met een wijk aan de slag te gaan. Initiatief bewoners of vastgoedeigenaren: Wijken waar bewoners en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te worden (of open staan voor een collectieve oplossing), kunnen vooroplopen. Kansrijke initiatieven worden door de gemeente ondersteund en gestimuleerd.

21

3.3 Hoe kiezen we de aardgasvrije techniek? In de transitievisie geven we per wijk aan welke aardgasvrije techniek de voorkeur heeft. Later, tijdens het opstellen van het wijkuitvoeringsplan, bekijken we de haalbaarheid van deze techniek in meer detail. Er wegen dan allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid van de techniek en draagvlak onder bewoners en bedrijven. Maar ook hoeveel overlast het geeft om de techniek aan te leggen, wat de ruimtelijke impact is en hoe het draagvlak in de wijk is voor een oplossing. We maken in de wijkuitvoeringsplannen de keuze voor een techniek op grond van de criteria in Figuur 5: duurzame, sociale, economische en technologische criteria. Deze worden hieronder verder toegelicht.

Figuur 5 Criteria waaraan een techniek wordt getoetst om te kijken of deze geschikt is om toe te passen in een bepaalde wijk.

Duurzaamheid, milieu Benodigde primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om de uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm. CO -uitstoot – De totale uitstoot van CO -equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO -uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. 2

2

2

Omgevingsimpact, ruimtegebruik – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de wijk?

22

Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: • Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden. • Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie. • Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen?

Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de wijk voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig? Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: • Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? • Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? • Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief of positief) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden?

Economisch Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers). Kwaliteit business case – Een gezonde en robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld?

Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst?

23

Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Combinatie met andere werkzaamheden - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de wijk? Zijn er qua timing combinaties mogelijk, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij een gebiedsontwikkeling?

24

4. Warmtevraag en warmtebronnen Dit hoofdstuk beschrijft de warmtevraag van woningen en bedrijven, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Daarna beschrijven we het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Duiven. Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de kosten voor verschillende oplossingen. In bijlage D vergelijken we de resultaten van de Startanalyse (PBL) en de resultaten van de buurtanalyse van Liander met de uitkomsten van deze transitievisie.

4.1 Warmtevraag Huidig aardgasverbruik In de gemeente Duiven zijn in totaal 10.731 woningen en 732 bedrijfspanden.2 Woningbouwcorporaties hebben een aanzienlijk deel 21% van de woningen in de gemeente in bezit3. Het totale aardgasverbruik in gemeente Duiven in 2018 was 351 TJ (11 miljoen m3 aardgas).4 Meer dan de helft van het gasgebruik (193 TJ; 6 miljoen m3 aardgas) werd gebruikt in woningen, de rest (158 TJ; 5 miljoen m3 aardgas) ging naar bedrijven, land- en glastuinbouw en industrie, zie Figuur 6.

TJ of terajoule is een eenheid voor de hoeveelheid energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met het gebruik van ongeveer 31.600 m3 aardgas, of de jaarlijkse hoeveelheid warmte-energie voor 21 gemiddelde Nederlandse woningen.

Het grootste gedeelte van de woningen en de bedrijven (58%) is al aangesloten op een warmtenet. De huishoudens die nog aardgas verbruiken, halen aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%).

Figuur 6 Totaal energieverbruik in Terajoule van gemeente Duiven onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik.5 2

Bron: BAG

3

Bron: CBS, 2018 Bron: Klimaatmonitor, 2018 5 Bron: Klimaatmonitor 4

25

De mogelijkheden voor energiebesparing en voor een nieuwe warmtevoorziening, hangen sterk af van het bouwjaar en het energielabel van het gebouw. Het merendeel van de woningen in de gemeente Duiven (6.418 woningen) is gebouwd in de periode 1983-2005. Ongeveer 3% van de woningen zijn vooroorlogse panden. Deze laatste zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief uitdagend.

Energielabels woningen Totaal = 10731 1817

258 356 114 595

G, 2% F, 3% E, 1% D, 6% C, 40% B, 31%

3275

4316

A, 17%

Figuur 7. Energielabels woningen in de gemeente Duiven In bijlage A staat een kaart met de bouwjaren. In Figuur 7 is de verdeling van energielabels van de woningen in de gemeente Duiven te zien. Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. In gemeente Duiven is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de sectoren Commerciële dienstverlening en Landbouw, bosbouw en visserij, zie Figuur 6.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

Energiebesparing Om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen van het aardgas af te halen, is energiebesparing vaak de eerste en belangrijkste stap. Voor woningcorporaties en eigenaren van kantoorpanden gelden strenge isolatie-eisen: deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. De verwachting is daarnaast dat in de komende decennia veel particuliere woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan. Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Zo kan hiermee de energierekening aanzienlijk verlaagd worden. Daarnaast zorgt een lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat. De mogelijkheden voor isolatie verschillen per bouwperiode en type gebouw. Zie Figuur 8 voor een overzicht. In veel woningen (ook de gebruikte voorbeelden in figuur 8) zijn al in meer of mindere mate isolatiemaatregelen getroffen.

26

Mogelijkheden isolatie Slecht geïsoleerd

<1940

Gemiddeld geïsoleerd

Goed geïsoleerd

1941-1964

1965-1982

1983-2005

>2005

F G

E F

C D E

B C D

A B

• Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur • Historisch uiterlijk • Beperkte isolatie mogelijk

• Gebouwd zonder goede isolatie, vaak wel met spouwmuur • Nieuwe uitstraling soms wenselijk • Rendabel te isoleren

• Gebouwd met dak• Gebouwd met en soms gevelisolatie redelijke isolatie • Rendabel te isoleren • Jaren ’80 isolatie vaak kostbaar • Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie

• Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant • Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie • HR++ of triple glas

• Spouwmuur isolatie • Op natuurlijke • Extra isolatie of isolatie gevel aan moment is isolatie meestal niet zinvol de buitenkant (dak, gevel, vloer) • Focus op duurzame goed mogelijk • Op natuurlijke installaties onderhoudsmomen- • Bij voldoende isolatie ten dakisolatie focus op duurzame installaties • HR++ of triple glas

A B C

A B

Energielabel

• Gebouwd met goede isolatie • Lage temperatuur verwarming vaak al mogelijk

Maatregelen • Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer) • Maatwerk bij monumenten • HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen Toekomstig energielabel

B C D

A B

A

Temperatuur nodig in 2050 Hoge temperatuur >70 ͦC

Midden of lage temperatuur tussen 50 ͦC en 70 ͦC

Lage temperatuur <50 ͦC

Passende aardgasvrije technieken • Biomassa • Groen gas • Hoge temperatuur warmtenet

• Warmtenetten op midden- of lage temperatuur • Middentemperatuur warmtepomp

• Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt

Figuur 8 Niet elke woning heeft dezelfde mogelijkheden voor isolatie. Bron: Google Street View

27

Toekomstige warmtevraag Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt van de woningvoorraad in de gemeente Duiven (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). In Tabel 1 is te zien wat landelijk gezien de verwachte energiebesparing is voor een huis uit een bepaalde bouwperiode. Dit gaat uit van de isolatie die economisch rendabel is. Huizen van vóór 1920 bijvoorbeeld, zitten vaak op een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 18%. Voor de verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties. Voor gemeente Duiven leidt dit model tot een totale besparingspotentie van circa 18% van de warmtevraag in bestaande woningen. De woningen in de gemeente Duiven zijn beter geïsoleerd dan het landelijk gemiddelde, en daarom is de besparingspotentie kleiner. Het besparingspotentieel van bedrijfsgebouwen is ca. 30% (het landelijk gemiddelde). Omdat bedrijven meer divers zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheid. Warmtevraagontwikkeling (excl. warmtenet)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=6bd00918-d06d-4a25-bf70-e576645513e3