CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

A12b. bijlage - Rapportage Effecten- en locatiestudie mogelijk AZC+ Duiven.pdf

Thema avond 15 november 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: College van B&W - Kennisgeving Terugkoppeling effecten- en locatieonderzoek AZC met rapport23.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORTAGE

EFFECTEN- EN LOCATIESTUDIE MOGELIJK AZC+ DUIVEN Oktober 2022

Colofon Titel document: Effecten- en locatiestudie mogelijk AZC+ Duiven Status: Versie 1.0 Datum: 20 oktober 2022 Auteur: Wouter van Boekel

2

Samenvatting 1. Inleiding Het Centraal Orgaan Asielzoekersopvang (COA) loopt tegen de grenzen aan bij de uitvoering van zijn wettelijke taak om asielzoekers op te vangen en te begeleiden. Om dit effectief te blijven kunnen vervullen is er een opgave om 16.000 opvangplekken in Nederland toe te voegen. Het college wil bekijken of gemeente Duiven iets kan betekenen in de opgave waar het COA voor staat. In de bestuursopdracht van 21 juni 2022 heeft het college opdracht gegeven om een onderzoek te doen naar een mogelijk asielzoekerscentrum van circa 200 asielzoekers in combinatie met circa 100 spoedzoekers voor een periode van drie tot vijf jaar. Deze rapportage geeft inzicht in het programma van eisen, mogelijke effecten en een overzicht van locaties die hiervoor in aanmerking kunnen komen met een voorselectie op basis van objectieve criteria. Daarmee is deze rapportage de basis voor een ‘go’ / no go’ besluit door het college. Bij een ‘no go’ komt het project ten einde. Bij een ‘go’ wordt in een volgende fase gewerkt aan een definitieve locatiekeuze. Na besluitvorming worden in een vervolgstap de geschikte locaties nader onderzocht en teruggebracht naar één voorkeurslocatie inclusief medewerkingsvoorwaarden.

2. Programma van Eisen De uitgangspunten voor het beoogde AZC+ zijn: • • •

Realisatie op de korte termijn. Een combinatie van 200 Asielzoekers + 100 spoedzoekers. Voor een periode van drie tot vijf jaar

Doelgroepen Het COA wil in Duiven voor deze periode een algemeen AZC realiseren. Hier komen asielzoekers die in de verlengde asielprocedure zitten, afgewezen asielzoekers en of nareizende familieleden. In Duiven komen dus geen zogeheten ‘Veilige-landers’. De flexwoningen zijn bedoeld voor inwoners uit de gemeente Duiven die door omstandigheden snel naar een andere woning moeten doorstromen en deze in de huidige woningmarkt niet kunnen vinden. Wonen in/op het AZC+ vraagt van bewoners dat ze alle medebewoners accepteren en genoegen nemen met een tijdelijke, vaak kleinere woning. Daarom wordt gezocht naar een passende veerkrachtige doelgroep. Rol van Vivare Vivare is bij het onderzoek geraadpleegd als potentiële verhuurder van de flexwoningen. Gedurende het traject heeft Vivare aangegeven dat zij graag haar rol wil pakken binnen de volkshuisvestelijke opgave die er ligt, maar dat de randvoorwaarden van de bestuursopdracht daarvoor onvoldoende ruimte bieden. Vivare streeft naar een duurzame oplossing voor de beoogde doelgroep, voor een langere termijn en met perspectief op toekomstige huisvesting. Het uitgangspunt is een exploitatietermijn van tenminste tien tot vijftien jaar. Dit is tevens de termijn die nodig is om tot een haalbare business case te komen voor flexwoningen.

3

Programma, locatie en ontwikkelstrategie Voor de 200+100 plaatsen zijn naar schatting circa 100-150 wooneenheden nodig. Hiervoor wordt gezocht naar locaties groter dan 3 hectare nabij de kern van Duiven die veilig en goed bereikbaar zijn. Een mogelijke ontwikkelstrategie binnen de voorwaarden van de bestuursopdracht is dat het COA de hele locatie ontwikkelt en dat een verhurende partij voor de looptijd van de ontwikkeling voor 100 bewoners flexwoningen huurt van het COA.

3. Effectenstudie De bestuursopdracht vraagt om onder het kopje effectenstudie een integraal en concreet antwoord op een reeks vragen. De vragen met antwoorden worden hieronder beknopt toegelicht: Woningnood en volkshuisvesting De realisatie van 100 flexwoningen voor een periode van drie tot vijf jaar zal tijdelijk bij kunnen dragen aan de verlichting van de acute woningnood maar draagt niet structureel bij aan het verminderen van de woningnood binnen de gemeente Duiven. Veel inwoners zoeken naar permanente huisvesting en daar biedt deze strategie geen oplossing voor. Door de korte looptijd ontstaat na drie tot vijf jaar een opgave om te inwoners van de flexwoningen elders te huisvesten bij sluiting van het AZC+. Draagvlak Het is aannemelijk dat de realisatie van flexwoningen bijdraagt aan het draagvlak voor een AZC. Door de beperkte mogelijkheden voor het toepassen van maatwerk bij is het echter maar beperkt mogelijk om inwoners van Duiven voorrang te geven bij het toewijzen van woningen. Taakstellingen Huisvesting van vergunninghouders binnen de flexwoningen geeft een significante bijdrage aan de bijbehorende taakstelling van de gemeente, maar resulteert wel in de opgave om deze bewoners na drie tot vijf jaar elders te huisvesten. Er is op dit moment geen taakstelling voor gemeenten voor de opvang van asielzoekers.

Op dit onderdeel draagt het plan wel bij aan de landelijke opgave. Wanneer de flexwoningen Oekraïners herbergen tellen die mee in de bijbehorende taakstelling. Openbare orde en veiligheid Het handhaven van de veiligheid binnen de opvanglocatie valt onder de verantwoordelijkheid van het COA. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. De burgemeester, officier van justitie en politie maken in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van politie in de gemeente. De politie zou graag zien dat er, nadat de locatie is gerealiseerd, een regulier overleg tussen COA, gemeente en de politie wordt georganiseerd. De politie vraagt aandacht voor de beperkt beschikbare capaciteit aan personeel.

4

Sociaal domein De eventuele komst van een AZC+ zal impact hebben op het brede sociale domein. Vanuit veel organisaties die werkzaam zijn in het sociaal domein komen er signalen dat er op dit moment al problemen zijn met onder meer de bezetting. Voorliggende veld Mikado maakt deel uit van het zogeheten ‘voorliggend veld’, algemene ondersteuning voor bewoners op het vlak van welzijn voordat mensen worden doorverwezen naar gespecialiseerde hulp. Mikado heeft behoefte om vooraf met de gemeente, het COA en de verhurende partij samen afspraken te maken over rollen en verantwoordelijkheden en onderlinge samenwerking. Dit kan het beste georganiseerd worden in een basisgroep. Als het AZC+ er komt heeft Mikado meer mensen nodig. Daarvoor zal Mikado ook de samenwerking zoeken met andere partijen. Vluchtelingenwerk is positief over de beoogde ontwikkeling in Duiven en over de realisatie van kleinschalige AZC’s in het algemeen. Reguliere opvang in een AZC is te prefereren boven de crisis- en noodopvang die op dit moment gerealiseerd wordt. Onderwijs Scholen en kinderdagverblijven in Duiven zitten momenteel allemaal al aan de maximale capaciteit en kampen met een personeelstekort. Uitgangspunt van de ontwikkeling is dan ook het COA zelf voor invulling van onderwijs zorgt. Zorg Huisartsen, tandartsen zitten momenteel allemaal al aan de maximale capaciteit en kampen met een personeelstekort.

Uitgangspunt van de ontwikkeling is dan ook dat het COA zelf voor invulling van zorg zorgt. Voor huisartsenzorg gaan asielzoekers naar Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), een landelijke huisartsenpraktijk van Arts en Zorg. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp aan kinderen die in een AZC wonen en krijgen hiervoor een vergoeding. Gemeentelijk begroting Voor de gemeente is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van een AZC+ voor de gemeentelijke organisatie budgetneutraal uitgevoerd moet worden. De gemeente kan kosten voor het AZC verhalen op het COA of op de Rijksoverheid. Tegelijkertijd moet ook geconcludeerd worden dat nooit helemaal uitgesloten kan worden dat de gemeente bij o.a. inzet van personeel, beantwoording van vragen van bewoners et cetera bepaalde kosten zal maken. Coalitieakkoord Inhoudelijk is er geen conflict tussen de ambities in het coalitieakkoord en de realisatie van een AZC+. Maar voor alle ambities is inzet van medewerkers nodig en deze capaciteit is beperkt op dit moment. Het maken van duidelijke keuzes over inzet van medewerkers is daarom nodig.

Succesfactoren combinatie AZC en Flexwonen De volgende succesfactoren zijn meegenomen zijn in de vaststelling van de doelgroepen en de eisen aan de locatie: • Voor het AZC mensen in de asielprocedure en geen AMV’ers; • Voor de flexwoningen een veerkrachtige doelgroep; • Elk van de groepen clusteren binnen de gedeelde ontwikkeling; • Zoeken naar voorzieningen die ook gebruikt kunnen worden door bewoners van de flexwoningen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een voetbalveld, bushalte en vergelijkbare voorzieningen.

5

4. Locatiestudie In de locatiestudie zijn dertig locaties onderzocht die door de gemeente en derden op een groslijst zijn geplaatst. In een eerste selectiestap vallen achttien locaties af die niet groot genoeg zijn of niet beschikbaar zijn. In een tweede stap is gekeken naar grondeigendom, lopende ontwikkelingen op de locatie en de nabijheid van voorzieningen. In deze stap vallen nog eens zeven locaties af. In een derde stap is voor de resterende vijf locaties nader geïnventariseerd welke factoren naar verwachting invloed zullen hebben op de snelheid van procedures en realisatie en of en op welke manier rekening moet worden gehouden met verwachtingen van omwonenden. Dit is voor deze vijf locaties in beeld gebracht in onderstaande tabel: #

Naam

4

De Eng

9

Ploen-Noord Oost

25

Veldstraat

28

Biezenkampen

Verwachte snelheid van procedures en realisatie + Grond eigendom gemeente + Minste omwonenden - Afstemming met burgerinitiatief - Grotere afstand naar voorzieningen - Route naar centrum over Westsingel - Grond eigendom particulier - Relatie dorp-landschap - Geluidscontour Westsingel - Verkeer door Duiven - Grond eigendom particulier - Dicht bij spoor - Verkeer door Duiven - Naar centrum over spoorwegovergang - Veel omwonenden - in nabijheid van huisvesting arbeidsmigranten + Grond eigendom gemeente - Dicht bij Natura2000, stikstof mogelijk belemmering - Verkeer door Duiven - Veel omwonenden

Gewekte verwachtingen omwonenden 0 Invulling burgerinitiatief kan veel kanten op gaan - Beleid is waardevolle relatie dorp-landschap

- Beleid is gebied open houden

-- Brief aan omwonenden: voorlopig geen woningbouw

5. Casestudy’s In hoofdstuk 5 wordt een tweetal casestudy’s in Houten en Ede bekeken. Enkele leerpunten uit deze casestudy’s zijn: • Heldere en transparante communicatie met bewoners is cruciaal. • Vanuit de bevolking kan er weerstand ontstaan: Blijf met bewoners in gesprek en probeer ze echt te horen. • Financiële haalbaarheid flexwonen vraagt om een langjarige business case en over aankomende financiële ondersteuning vanuit de overheid is op dit moment nog veel onzeker. • Indien beschikbaar wordt te transformeren bestaand vastgoed door bewoners als minder ingrijpend ervaren dan realisatie nieuwe bebouwing. • Realisatie van een AZC vraagt om inzet van de gemeente op verschillende vlakken. Houten en Ede hebben ervoor gekozen deze inzet te accepteren en hebben geen gedetailleerde voor- of nacalculatie gedaan van de totale inzet.

6

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................................. 3 1. Inleiding........................................................................................................................................................... 3 2. Programma van Eisen ..................................................................................................................................... 3 3. Effectenstudie ................................................................................................................................................. 4 4. Locatiestudie ................................................................................................................................................... 6 5. Casestudy’s...................................................................................................................................................... 6 1.

Inleiding ................................................................................................................................................. 9 1.1 Achtergrond en aanleiding..................................................................................................................... 9 1.1.1 Aanleiding .......................................................................................................................................... 9 1.1.2 Coalitieakkoord Gemeente Duiven 2022-2026 ................................................................................. 9 1.1.3 Bestuursopdracht ............................................................................................................................ 10 1.1.4 Asielakkoord augustus 2022 ............................................................................................................ 10 1.2 Werkwijze ............................................................................................................................................ 12 1.2.1 Projectorganisatie ........................................................................................................................... 12 1.2.2 Aanpak ............................................................................................................................................. 12 1.3

2.

Leeswijzer ............................................................................................................................................. 13

Programma van eisen ........................................................................................................................... 14 2.1

Gemeentelijke kaders uit de bestuursopdracht ................................................................................... 14

2.2

Concept AZC+ Duiven ........................................................................................................................... 14

2.3 Doelgroepen......................................................................................................................................... 16 2.3.1 Doelgroepen AZC ............................................................................................................................. 16 2.3.2 Doelgroepen flexwoningen ............................................................................................................. 17 2.3.3 Succesfactoren combinatie ............................................................................................................. 19 2.4 Ontwikkelstrategie en procedure ......................................................................................................... 20 2.4.1 Ontwikkelstrategie .......................................................................................................................... 20 2.4.2 Subsidiemogelijkheden.................................................................................................................... 21 2.4.3 Planologische procedure ................................................................................................................. 22 2.5 Programma en locatie..........................................................................................................................

23 2.5.1 Woningbouwprogramma ................................................................................................................ 23 2.5.2 Ruimtelijke eisen ............................................................................................................................. 24 2.5.3 Bestaand vastgoed of tijdelijke eenheden ...................................................................................... 25 2.5.4 Overige aspecten van locatie en omgeving ..................................................................................... 27 2.6 Besproken variaties .............................................................................................................................. 29 2.6.1 Sluiting AZC+ koppelen aan oplevering Ploen Noord en Plakse Weide ........................................... 29 2.6.2 Tussentijdse evaluatie met kans op verlenging ............................................................................... 30 2.6.3 Andere verhouding AZC en flexwonen ............................................................................................ 30 2.6.4 Splitsen over twee locaties .............................................................................................................. 31 3.

Effectenstudie ...................................................................................................................................... 32 3.1

Gemeentelijke vragen uit de bestuursopdracht ................................................................................... 32

3.2 Eerder AZC Duiven................................................................................................................................ 33 3.2.1 Ervaringen AZC Rijksweg ................................................................................................................. 33 3.2.2 Ervaringen opvang Regina Pacis ...................................................................................................... 34

7

3.3 Gemeentelijke organisatie, ambitie en taakstellingen......................................................................... 34 3.3.1 Financieel......................................................................................................................................... 34 3.3.2 Taakstellingen .................................................................................................................................. 35 3.3.3 Coalitieakkoord – ambtelijke organisatie ........................................................................................ 37 3.4 Maatschappelijke effecten ................................................................................................................... 39 3.4.1 Maatschappelijk draagvlak en leefbaarheid .................................................................................... 39 3.4.2 Volkshuisvesting en woningnood .................................................................................................... 39 3.4.3 Veiligheid ......................................................................................................................................... 40 3.4.4 Onderwijs ........................................................................................................................................

41 3.4.5 Gezondheidszorg ............................................................................................................................. 42 3.4.6 Mikado............................................................................................................................................. 43 3.4.7 Vluchtelingenwerk ........................................................................................................................... 44 4.

Locatiestudie ........................................................................................................................................ 45 4.1 Groslijst ................................................................................................................................................ 45 4.1.1 Samenstelling groslijst ..................................................................................................................... 45 4.1.2 Locaties groslijst .............................................................................................................................. 46 4.2

Stap 1: Beschikbaarheid en afmetingen............................................................................................... 48

4.3 Stap 2: Ontwikkelingen, eigendom en ligging ...................................................................................... 49 4.3.1 Toelichting ....................................................................................................................................... 49 4.3.2 Impact op geplande ontwikkelingen ............................................................................................... 50 4.3.3 Verwachte grondhouding eigenaar ................................................................................................. 51 4.3.4 Ligging en locatie ............................................................................................................................. 51 4.3.5 Overblijvende locaties ..................................................................................................................... 52 4.4 Stap 3: Verwachtingen omwonenden en snelheid procedures ............................................................ 53 4.4.1 Toelichting ....................................................................................................................................... 53 4.4.2 Locatie 4 De Eng ..............................................................................................................................

55 4.4.3 Locatie 9 De Ploen Noord Oost ....................................................................................................... 57 4.4.4 Locatie 25 Veldstraat ....................................................................................................................... 59 4.4.5 Locatie 28 Biezenkampen ................................................................................................................ 61 4.4.6 Conclusie ......................................................................................................................................... 63 5.

Case-studies ......................................................................................................................................... 64 5.1 Toelichting ........................................................................................................................................... 64 5.1.1 Leerpunten ...................................................................................................................................... 64 5.2

Houten ................................................................................................................................................. 64

5.3 Ede ....................................................................................................................................................... 66 5.3.1 Kop van Deelen ................................................................................................................................ 66 5.3.1 Harskamp......................................................................................................................................... 67 5.3.2 Effecten ........................................................................................................................................... 67 6.

8

Bronnen ............................................................................................................................................... 69

1. Inleiding 1.1

Achtergrond en aanleiding

1.1.1 Aanleiding Capaciteit COA Het Centraal Orgaan Asielzoekersopvang (COA) loopt tegen de grenzen aan bij de uitvoering van zijn wettelijke taak om asielzoekers op te vangen en te begeleiden. Er is al te lang een groot tekort aan opvangplekken voor asielzoekers. Medio mei van dit jaar waren er 45.000 opvangplekken beschikbaar. Het COA verwacht dat de capaciteitsopgave de komende periode hoog zal blijven en heeft daarom ook de gemeente Duiven om hulp gevraagd. Het doel van het COA is om binnen anderhalf jaar door te groeien naar 61.000 opvangplekken. De situatie in het aanmeldcentrum Ter Apel is nog steeds erg nijpend. Thema-avond gemeenteraad De oproep van het COA is aan de gemeenteraad overgebracht tijdens de thema-avond ‘Vluchtelingen Oekraïne en asielzoekers’ op 12 april 2022. De burgemeester (portefeuillehouder Asielopvang) stelde toen voor om samen met het COA te onderzoeken of de asielopvang gecombineerd kan worden met de opvang van vergunninghouders (voorheen ook wel statushouders genoemd) en andere (lokale) spoedzoekers. Het college heeft mede op basis van de reacties van de gemeenteraad deze avond daarom besloten te onderzoeken of de gemeente Duiven aan deze hulpvraag tegemoet kan komen en zo ja, op welke manier.

Persbericht Op 13 april 2022 verscheen het volgende persbericht: ‘’De gemeente Duiven en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verkennen een nieuwe vorm van samenwerking. Het COA wil met de gemeente Duiven onderzoeken of een tijdelijke huisvestingslocatie voor enkele jaren mogelijk is. Het zou moeten gaan om een locatie voor zowel de huisvesting van asielzoekers als voor tijdelijke woningen voor bestaande inwoners. Mogelijk kunnen dan zo’n 200 tot 300 mensen worden geholpen met tijdelijke wooneenheden die enkele jaren blijven staan.’’

1.1.2 Coalitieakkoord Gemeente Duiven 2022-2026 Op 10 mei 2022 is er een nieuw college geïnstalleerd. In het coalitieakkoord is op pagina 10 het volgende opgenomen: ‘’Oriënterend is met de gemeenteraad gesproken over de mogelijkheid een asielzoekerscentrum te vestigen in onze gemeente. We onderschrijven de noodzaak om mee te werken aan oplossingen voor het nijpende probleem op dit vlak maar ook wat betreft de huisvesting van statushouders. We onderzoeken de mogelijkheden van meerdere locaties en bepalen dan of en voor welke locatie we hieraan willen meewerken. We willen dan graag komen tot een centrum dat ook bijdraagt aan tijdelijke huisvesting van statushouders en spoedzoekers.’’

9

1.1.3 Bestuursopdracht Het college wil bekijken of en zo ja onder welke voorwaarden de gemeente Duiven iets kan betekenen in de opgave waar het COA voor staat. In de bestuursopdracht van 21 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: het college) opdracht gegeven voor de volgende drie onderdelen: A. Het in beeld brengen van de effecten (waaronder wenselijkheid en haalbaarheid) van een mogelijk asielzoekerscentrum, van circa 200 asielzoekers, in combinatie met circa 100 andersoortige spoedzoekers (hierna: AZC+) voor de gemeente Duiven. B. Het in beeld brengen van locaties die hiervoor in aanmerking kunnen komen en het uitvoeren van een voorselectie op basis van objectieve criteria (van circa 10-15 naar circa 3). C. Het nader analyseren van de geschikte locaties en het terugbrengen (van circa 3) naar één voorkeurslocatie inclusief medewerkingsvoorwaarden. Deze rapportage gaat in op onderdelen A en B en is daarmee de basis voor een ‘go’ / no go’ besluit door het college. Bij een ‘no go’ komt hiermee het project ten einde. Bij een ‘go’ wordt in een volgende fase (onderdeel C) gewerkt aan een definitieve locatiekeuze. Wanneer fase C leidt tot een definitieve locatiekeuze, werken gemeente Duiven, COA en een verhurende partij nadere afspraken uit in een bestuursovereenkomst met aanvullende werkafspraken.

Nadat deze overeenkomst is ondertekend wordt er gestart met, indien nodig, de aanvraag van alle benodigde vergunningen en daarna met de realisatie.1

1.1.4 Asielakkoord augustus 2022 Op 26 augustus 2022 hebben het kabinet, VNG2, IPO3 en het Veiligheidsberaad4 afspraken gepresenteerd om de opvang van asielzoekers onder controle te krijgen. De Veiligheidsregio’s spannen zich maximaal in om elk 225 aanvullende plekken op de bestaande taakstelling van 225 crisisnoodopvangplekken per regio te realiseren. Om de doorstroom verder op gang te krijgen zetten gemeenten zich in om 20.000 vergunninghouders te huisvesten. Om verdringing zoveel mogelijk te voorkomen moeten er extra sociale huurwoningen gebouwd worden. De snelste manier om dat te doen is het bouwen van meer flexwoningen in de periode 2022-2024. Deze opdracht zou hier dan ook aan bijdragen. Samen met gemeenten en provincies is er een pakket uitgewerkt waarin partijen zekerheden krijgen voor de plaatsing en herplaatsing van flexwoningen. Deze zekerheid dragen bij aan de haalbaarheid van deze opgave in Duiven. 5

1

Meer info over een dergelijke overeenkomst en aanvullende werkafspraken is te vinden op: https://www.coa.nl/nl/nieuws/model-bestuursovereenkomst-opvanglocaties-beschikbaar 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Interprovinciaal Overleg 4 Voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s 5 Bron: rijksoverheid.nl https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-justitie-enveiligheid/nieuws/2022/08/26/kabinet-vng-ipo-en-het-veiligheidsberaad-maken-afspraken-om-opvangasielzoekers-onder-controle-te-krijgen

10

Kader: Opvanglocaties tijdens de asielprocedure Het COA vangt asielzoekers op. Daarvoor heeft het COA verschillende soorten opvanglocaties voor verschillende momenten in de asielprocedure. Het mogelijke AZC in Duiven is beschreven onder punt 3. 1. Centrale ontvangstlocatie Asielzoekers die Nederland binnenkomen, melden zich in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Direct na hun aanmelding krijgen ze 3 tot 10 dagen onderdak in de ‘centrale ontvangstlocatie’ (col) van het COA in Ter Apel of Budel. Daar krijgen ze onder andere een medische intake en een gesprek (het aanmeldgehoor). Op deze locaties komen alle mensen die voor een asielprocedure binnenkomen in Nederland. In een beoogd AZC+ in Duiven komen alleen mensen die in de asielprocedure zitten (zie onder punt 3). 2. Procesopvanglocatie Na het aanmeldgehoor verhuizen asielzoekers naar een ‘procesopvanglocatie’ (pol). Daar doorlopen zij de algemene asielprocedure. COA-medewerkers begeleiden asielzoekers tijdens het verblijf in de procesopvanglocatie. Ze geven praktische informatie over het wonen in Nederland en in een AZC. In de procesopvanglocaties krijgen bewoners meestal eetgeld, zodat ze zelf kunnen koken. Vanwege de beoogde korte verblijfsduur is het activiteitenaanbod in de procesopvang-locatie beperkt. Kinderen gaan naar school. Asielzoekers met een grote kans op een vergunning beginnen hier al met integratie en participatie.

Spoor 2: Asielzoekers uit veilige landen Asielzoekers uit een veilig land van herkomst vragen soms toch asiel aan in Nederland. Deze noemen we in de asielketen ook wel 'spoor 2-asielzoekers'. Zij maken weinig kans op een verblijfsvergunning en hun asielaanvraag wordt behandeld in een versnelde procedure. Asielzoekers in spoor 2 verblijven tijdens hun versnelde asielprocedure in Ter Apel en Budel-Cranendonck in sober ingerichte en afgescheiden gebouwen. Alle andere asielzoekers vormen spoor 1. 3. Asielzoekerscentrum (AZC) Na de algemene asielprocedure gaan de meeste volwassen asielzoekers eventueel met meegereisde kinderen naar een AZC. Dit is het soort opvanglocatie dat beoogd is in Duiven. Een AZC is voor de volgende doelgroepen: • Asielzoekers die in de verlengde asielprocedure zitten. • Afgewezen asielzoekers. Zij hebben nog maximaal 28 dagen recht op opvang in een AZC. In die tijd kunnen ze hun vertrek voorbereiden. Als ze niet zelfstandig binnen die termijn vertrekken, kunnen ze verhuizen naar een locatie voor terugkeer. • Asielzoekers met een verblijfsvergunning, ook wel ‘vergunninghouders’ wonen nu ook in een AZC door gebrekkige doorstroming. Zij mogen in een AZC wonen totdat zij woonruimte krijgen in een gemeente. In een AZC krijgen de bewoners eet- en leefgeld en koken ze zelf.

Het COA biedt in het AZC veel activiteiten en diverse programma’s aan waarmee asielzoekers zich kunnen voorbereiden op hun toekomst. 4. Overige locaties Naast de hierboven genoemde opvanglocaties heeft het COA nog aparte locaties voor Alleenreizende Minderjarige Vreemdelingen, vrijheidsbeperkende locaties en gezinslocaties. bron: https://www.coa.nl/nl/opvanglocaties-tijdens-de-asielprocedure.nl 11

1.2

Werkwijze

1.2.1 Projectorganisatie Voor (de begeleiding van) dit onderzoeksproject is een projectorganisatie ingesteld met een stuurgroep, klankbordgroep en ambtelijke begeleidingsgroep. Bestuurlijk opdrachtgever van het project is wethouder Dominique van Dam (portefeuillehouder Wonen en asielopvang). Ambtelijk opdrachtgever is gemeentesecretaris Rutger den Haan. De stuurgroep bestaat naast de bovengenoemde opdrachtgevers uit Huub Hieltjes (portefeuillehouder opvang Oekraïners), Marjanneke Wieringa (afdelingsmanager Sociaal Domein), Johan Sikes (afdelingsmanager R&B), Esther Groenewegen (communicatieadviseur) en Sander Geertsen (projectleider). In de ambtelijke begeleidingsgroep zitten gemeentelijke medewerkers vanuit de disciplines wonen, ruimte, onderwijs, sociaal domein, milieu, vergunningverlening en toezicht, verkeer, zorg, realisatie en beheer, openbare orde en veiligheid, participatie en communicatie en financiën. Met COA en Vivare heeft regelmatig afstemming plaatsgevonden. COA is het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het COA is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in Nederland. Als er een AZC komt in Duiven is het COA hier dan ook verantwoordelijk voor. Vivare is een woningcorporatie die actief is in de gemeenten Arnhem, Duiven, Westervoort, Overbetuwe, Renkum en Rheden.

Vivare is bij het onderzoek geraadpleegd als de beoogde partij voor toewijzing en verhuur van de flexwoningen. Gedurende het traject heeft Vivare aangegeven dat zij graag haar rol wil pakken binnen de volkshuisvestelijke opgave die er ligt, maar dat de randvoorwaarden van de bestuursopdracht daarvoor onvoldoende ruimte bieden. Vivare streeft naar een duurzame oplossing voor de beoogde doelgroep, voor een langere termijn en met perspectief op toekomstige huisvesting. Het uitgangspunt is een exploitatietermijn van tenminste tien tot vijftien jaar. Dit onderzoek is gebaseerd op de doelstelling uit de bestuursopdracht en de daarin opgenomen periode van drie tot vijf jaar en gaat er van uit dat een andere partij de woningen gaat verhuren (verhurende partij).

1.2.2 Aanpak Deze rapportage is de weergave van onderdeel A en B uit de bestuursopdracht. De rapportage is opgesteld door Ruimtemanagers in opdracht van de gemeente en in overleg met COA en Vivare. Ruimtemanagers heeft voor de opdracht nauw samengewerkt met de gemeente Duiven. In twee gesprekken met COA en Vivare is informatie opgehaald over het Programma van Eisen voor de ontwikkeling. In twee brede brainstormsessies met ambtelijke begeleidingsgroep van de gemeente zijn locaties verkend en mogelijke effecten in beeld gebracht. In interviews is er gesproken met de Politie Rivierenland Oost, met stichting Mikado (Welzijnsorganisatie Duiven en Westervoort) en met Vluchtelingenwerk locatie Duiven. Gemeente Ede en gemeente Houten zijn door Ruimtemanagers geïnterviewd over hun ervaringen met een AZC in deze gemeentes. De relevante opbrengst van deze gesprekken en brainstormsessies is weergegeven in dit rapport. De gesprekken hebben bijgedragen aan het aanscherpen van het Programma van Eisen (hoofdstuk 2 in dit rapport) en de effectenstudie (hoofdstuk 3 in dit rapport).

12

1.3

Leeswijzer

•

Hoofdstuk 1 beschrijft achtergrond en aanleiding van het project, de wijze waarop er aan het project gewerkt is en de inhoud van deze rapportage.

•

Hoofdstuk 2 legt de kaders van de opgave vast. Dit hoofdstuk moet gelezen worden als een programma van eisen van het project.

•

Hoofdstuk 3 is een weergave van gesprekken die er met partijen zijn gevoerd over mogelijke effecten van het project voor de gemeente Duiven.

•

Hoofdstuk 4 beschrijft locaties die hiervoor in beeld komen en brengt door middel van een voorselectie deze groslijst terug tot circa 3 locaties. Hiermee geeft dit hoofdstuk antwoord op onderdeel B uit de bestuursopdracht.

•

Hoofdstuk 5 geeft achtergrondinformatie door de beschrijving van twee casestudy’s in andere gemeenten.

Kaders In de hoofdstukken zijn in blauwe kaders blokken opgenomen met achtergrondinformatie. In rode kaders is informatie opgenomen uit de bestuursopdracht.

13

2. Programma van eisen 2.1

Gemeentelijke kaders uit de bestuursopdracht

Voor de komst van een mogelijk AZC+ in Duiven zijn door het college van burgemeester en wethouders van Duiven in de bestuursopdracht onderstaande kaders meegegeven: Gemeentelijke kaders uit de bestuursopdracht: a) Bijdrage aan het gemeentelijke huisvestingsprogramma b) Circa 200 opvangplekken voor asielzoekers1 c) In combinatie met circa 100 andere opvangplekken voor lokale spoedzoekers2 en/of vergunninghouders dan wel Oekraïners d) Gedurende een periode van 3-5 jaar3 e) De locatie voldoet aan de eisen van het COA (bijvoorbeeld afstand tot voorzieningen en openbaar vervoer) f) Het AZC moet verbinding maken met de Duivense samenleving (kansen voor lokale ondernemers, social return) g) De veiligheid van omwonenden, asielzoekers en andere betrokkenen is gewaarborgd ______________

1 Dit is het minimale aantal opvangplaatsen voor het COA om samen met een andere in de buurt gelegen locatie van vergelijkbare omvang een gezamenlijke beheerorganisatie op te zetten. 2 Wat er in deze ontwikkeling wordt bedoeld met een spoedzoeker wordt in deze rapportage toegelicht in paragraaf 2.3.2 Doelgroepen flexwoningen 3 Het COA ziet opvang tot 1 jaar als noodopvang, en opvang langer dan 3 jaar als reguliere opvang.

2.2

Concept AZC+ Duiven

In het onderzoek voor deze rapportage zijn op basis van de gesprekken met het COA, Vivare, de gemeente, Mikado, de politie en Vluchtelingenwerk de kaders van de opgave verder ingekleurd. In dit hoofdstuk worden de kaders voor het type opvang en dus het concept waar deze rapportage over gaat meer in detail toegelicht. De hoofdprincipes zijn: 1. Op korte termijn Het uitgangspunt is om op korte termijn een tijdelijke opvang te realiseren. Realisatie op korte termijn is wenselijk gezien de actuele nood in de asielketen én de woningnood bij onder andere inwoners van Duiven. Het COA geeft aan na een akkoord van de gemeente op zeer korte termijn te kunnen starten. De gemeente maakt graag concrete afspraken in een bestuursovereenkomst en bijbehorende aanvullende werkafspraken. 2. Combinatie 200 plus 100 De combinatie van 200 plaatsen AZC met 100 bewoners in flexwoningen is van belang voor het maatschappelijk draagvlak. De gemeente Duiven wil haar steentje bijdragen aan de landelijke nood 14

op het gebied van asiel, maar wil tegelijkertijd ook iets kunnen doen voor lokale inwoners die op korte termijn een woning zoeken. Om tot een succesvolle combinatie te komen staan er in dit programma van eisen voorwaarden voor de doelgroepen voor het AZC en de flexwoningen. 3. Voor een periode van drie tot vijf jaar Het betreft een tijdelijke ontwikkeling voor een periode van drie tot vijf jaar. De gemeente wil voor deze periode haar bijdrage graag leveren aan de landelijke asielproblematiek en zorgen voor tijdelijke huisvesting.

Alternatief concept In gesprekken met het COA, met Vivare en intern binnen de gemeente is ook een alternatief concept verkend. In de verkennende gesprekken werden door het COA voorbeelden aangedragen van Doetinchem en Burgum, waar een tijdelijk AZC na een bepaalde periode transformeert naar een permanente woonwijk (zie link onderaan kader). Een ontwikkeling langs deze lijnen sluit aan op de ambities van COA en Vivare. Beiden hebben namelijk de ambitie aangegeven een ontwikkeling met een maximale maatschappelijke meerwaarde en connectie met de gemeenschap van Duiven te willen realiseren. Vivare heeft daarnaast nog aan de gemeente gevraagd om niet alleen een focus te hebben op de korte termijn maar om ook te zoeken naar bijdrage aan een lange termijn oplossing voor verschillende spoedzoekers door bijvoorbeeld permanente flexwoningen te realiseren voor deze doelgroep. In de uitwerking is niet voor dit concept (een tijdelijk AZC+ die transformeert naar een permanente woonwijk) gekozen. Een tijdelijk AZC+ realiseren kan via een spoedprocedure. Een permanente woonwijk moet gewoon de reguliere planologische procedure doorlopen.

Door eerst medewerking te verlenen aan een ontwikkeling waar onder een spoedprocedure een tijdelijke ontwikkeling wordt gerealiseerd, die later met een reguliere procedure wordt geformaliseerd tot een permanente woonwijk ontneemt de gemeente omwonenden de kans op inspraak. Dit is niet eerlijk ten opzichte van inwoners, en met name de omwonenden van de mogelijke locatie die gekozen wordt. Direct een reguliere (en dus uitgebreidere) procedure doorlopen sluit niet aan op de urgentie van de opgave. Tot slot is de verwachting dat een tijdelijk AZC+ dat later transformeert naar een permanente woonwijk een complexer traject tot gevolg heeft. Het is de verwachting dat een dergelijk traject meer capaciteit vraagt van de ambtelijke organisatie van Duiven. De gemeente wil niet dat de beperkte beschikbare ambtelijke capaciteit te veel verdeeld wordt. Wanneer de sluiting van het AZC+ wordt gekoppeld aan de oplevering van nieuwbouwprojecten kan hetzelfde doel eenvoudiger bereikt worden. Voorbeeld In Burgum kunnen de huizen van het AZC in de toekomst als een normale woonwijk functioneren: https://www.coa.nl/nl/locatie/burgum-elingsloane

15

2.3

Doelgroepen

De opgave voor het AZC+ zet in op een combinatie van circa 200 plaatsen voor asielzoekers met circa 100 plekken voor inwoners uit Duiven die met spoed een woning nodig hebben. Uitgangspunt van de combinatie is dat het mogelijk is om bij te dragen aan een oplossing voor het tekort aan opvangplekken voor asielzoekers, en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke woningbouwopgave.

2.3.1 Doelgroepen AZC Algemeen AZC Het COA zou in Duiven voor deze periode graag een algemeen AZC realiseren. Dit is een locatie waar de meeste volwassen asielzoekers eventueel met meegereisde kinderen naar toe gaan. In een AZC zitten de volgende asielzoekers: • Asielzoekers die in de verlengde asielprocedure zitten. • Afgewezen asielzoekers (zij hebben nog maximaal 28 dagen recht op opvang in een AZC. In die tijd kunnen ze hun vertrek voorbereiden. Als ze niet zelfstandig binnen die termijn vertrekken, kunnen ze verhuizen naar een locatie voor terugkeer). • Nareizende familieleden kunnen soms ook worden opgevangen bij het COA in een gemeente nabij de familie . In Duiven komen dus geen zogeheten ‘Veiligelanders’ of mensen die aan het begin van de asielprocedure zitten met de bijbehorende onzekerheid (zie ook Kader: Opvanglocaties tijdens de asielprocedure, pagina 11). Ook alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen ofwel AMV’ers zijn geen beoogde doelgroep van het eventuele AZC+ in Duiven. Duiven wordt ook geen locatie waar asielzoekers zich aanmelden zoals in Ter Apel. Op dit moment zitten er vanwege gebrekkige doorstroming soms ook vergunninghouders in een AZC. Specifieke doelgroepen In de op te stellen bestuursovereenkomst en aanvullende werkafspraken kunnen afspraken gemaakt worden tussen gemeente en COA over specifieke doelgroepen.

Hierbij kan gedacht worden aan evident kansrijke asielzoekers die in het kader van de taakstelling aan Duiven/Westervoort gekoppeld worden. Zij hebben een binding met de lokale gemeenschap en voor hen kan tijdens het verblijf in het AZC al direct de inburgering beginnen. Vergunninghouders zijn geen doelgroep van het AZC. Gezinnen Sommige gemeenten stellen aanvullend aan het COA de eis alleen of voornamelijk gezinnen met kinderen te willen huisvesten in een AZC en geen alleenstaande mannen. Dit leidt op landelijk niveau tot problemen in de asielketen met alleenreizende mannen. Voor Duiven zijn op dit punt geen afspraken gemaakt maar is de verwachting dat er geen grote groepen alleenreizende mannen komen. Aantal plaatsen Om personeel effectief in te zetten hanteert het COA in principe een ondergrens van 300 opvangplekken per AZC. Met 300 bewoners is het voor COA in de dagelijkse bedrijfsvoering mogelijk om op de locatie het volledige pakket aan diensten aan te bieden. Voor Duiven heeft het COA aangegeven dat het de exploitatie van 200 opvangplekken sluitend kan maken door de bedrijfsvoering te combineren met nabijgelegen andere AZC’s.

16

2.3.2 Doelgroepen flexwoningen De gemeente wil dat de flexwoningen zijn bedoeld voor inwoners uit de hele gemeente Duiven die door omstandigheden snel naar een andere woning moeten doorstromen en deze in de huidige woningmarkt niet kunnen vinden. Veerkrachtige doelgroepen In de combinatie van asielzoekers met lokale spoedzoekers zoeken alle partijen samen naar een combinatie van doelgroepen die elkaar versterkt. Voor de 100 bewoners van de flexwoningen wordt daarom gezocht naar ‘veerkrachtige’ doelgroepen. Wonen in/op het AZC+ vraagt van bewoners dat ze alle medebewoners accepteren en genoegen nemen met een tijdelijke, vaak kleinere woning. Ook vraagt het van bewoners dat ze accepteren dat ze aan het einde van de tijdelijke situatie weer op een andere plek moeten gaan wonen. Bewoners die aan deze eisen voldoen passen binnen de doelgroep van de flexwoningen. Spoedzoekers De bestuursopdracht gebruikt voor de flexwoningen de term ‘spoedzoekers’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties definieert spoedzoekers als woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak en geeft daarbij de volgende voorbeelden: • Huisuitzettingen en gedwongen verkoop. (vanwege bv. huurachterstanden, wangedrag of baanverlies). • Tijdelijke herhuisvesting als gevolg van ingrijpende werkzaamheden aan hun woning. • Economisch daklozen.

Dat zijn mensen die redelijk zelfredzaam zijn, soms zelfs werken, maar door pech of (relatief kleine) problemen op straat belanden. • Echtscheidingen en andere verbroken relaties. • Ex-gedetineerden. Voor de flexwoningen in Duiven wordt niet deze definitie van het ministerie gebruikt. De doelgroep van de flexwoningen zijn mensen die in de huidige woningmarkt geen woning kunnen vinden én die behoren tot de omschreven veerkrachtige doelgroep. Urgentieverklaring Mensen die met spoed een andere woning nodig hebben kunnen een urgentieverklaring aanvragen. Personen met een urgentieverklaring die passen binnen de omschreven veerkrachtige doelgroep zijn ook een doelgroep van de flexwoningen, maar het is niet zo dat alle flexwoningen gebouwd worden voor mensen met een urgentieverklaring. De doelgroep van de flexwoningen is breder en omvat ook personen die normaliter zelf een woning kunnen zoeken maar deze in de huidige woningmarkt niet kunnen vinden. Urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: De urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: a. woningzoekende vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet; deze woningzoekenden worden door een corporatie bemiddeld naar een woonruimte. b.

woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, 17

blijkens een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring; deze woningzoekenden zoeken zelf een woonruimte binnen vier maanden na afgifte van deze verklaring. Een corporatie kan toestaan, dat deze termijn met drie maanden wordt verlengd. c. woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden zoeken zelf een woonruimte. d. woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte. e. woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is verstrekt; deze woningzoekenden zoeken zelf naar een woonruimte. Toewijzen woningen sociale huur Zoals vastgelegd in Huisvestingsverordening van Duiven, bieden corporaties vrijkomende zelfstandige woonruimten (met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens) aan volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel. De aangewezen woonruimte wordt door de corporatie bekendgemaakt door publicatie op een toegankelijk, bij voorkeur gemeenschappelijk, digitaal platform. In de regio Arnhem-Nijmegen is dit met name Entree. Entree is een samenwerkingsverband van bijna 20 woningcorporaties. Corporaties mogen jaarlijks maximaal 20% van het totale vrijkomende woningaanbod afwijkend toewijzen.

Dit is in de eerste plaats ten behoeve van de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Maar daarnaast kan het gaan om specifieke beleids- en toewijzingsexperimenten en labeling. In het geval van beleids- en toewijzingsexperimenten gaat het per definitie om maatregelen van tijdelijke aard. De betreffende corporatie stelt burgemeester en wethouders hiervan in kennis en maakt zo nodig nadere afspraken met betreffende burgemeester en wethouders. Het huisvesten van urgent woningzoekenden is geen maatwerk en valt dan ook niet binnen de genoemde 20%. De gemeente wil voor de flexwoningen graag toewijzen aan inwoners van Duiven en de gewenste veerkrachtige doelgroep. Vivare geeft aan dat deze ambities over toewijzing buiten deze omschreven 20% vallen en dat deze ambitie daarmee voor hen niet haalbaar is. Huurperiode De flexwoningen zullen kleiner zijn dan een reguliere woning. Voor veel bewoners zal het daarom wenselijk zijn om hier maar kort te wonen en wanneer mogelijk door te stromen naar een vaste woning. Hoe lang bewoners er zullen wonen is vooraf lastig in te schatten en ook afhankelijk van de situatie op de woningmarkt. Bij sluiting van het AZC+ moeten de bewoners van de flexwoningen doorstromen naar andere woningen. Inwoners Duiven De gemeente wil dat de 100 plaatsen in flexwoningen beschikbaar komen voor inwoners van de gemeente Duiven.

Vergunninghouders en vluchtelingen uit Oekraïne Huisvesting van vergunninghouders wordt gezocht binnen de 100 plaatsen in flexwoningen. In de ‘Brief besluitvorming Opvangcrisis’ van 26 augustus aan de Tweede Kamer schrijft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid E. van der Burg mede namens de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, over afspraken die gemaakt zijn met gemeenten, provincies en corporaties. Het uitgangspunt in deze brief is dat voor flexwoningen die nu versneld gebouwd worden, een derde beschikbaar komt voor mensen met een verblijfsvergunning en tweederde voor mensen die om andere redenen met spoed op zoek zijn naar een huis, bijvoorbeeld omdat ze door een scheiding hun

18

huis verloren hebben of door sociale of medische omstandigheden urgent een woning nodig hebben. Dit principe is ook de basis voor Duiven.6 Vluchtelingen uit Oekraïne Huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne wordt in de bestuursopdracht genoemd als mogelijkheid voor de flexwoningen. Of hier vraag naar is hangt ook sterk af van hoe de situatie in Oekraïne zich komend jaar ontwikkeld. Voor de huisvesting van Oekraïners zijn er nu onvoldoende locaties beschikbaar. Huisvesting van vluchtelingen uit Oekraïne is daarmee ook een doelgroep voor de geplande flexwoningen. Studentenhuisvesting Studentenhuisvesting is geen prioriteit in Duiven. Daarom wordt niet naar deze doelgroep gekeken.

2.3.3 Succesfactoren combinatie Met betrokken partijen is geïnventariseerd welke succesfactoren een rol spelen bij de combinatie van asielzoekers met lokale spoedzoekers. Daarin zijn de volgende factoren genoemd: • Voor het AZC mensen in de asielprocedure en geen AMV’ers; • Voor de flexwoningen een veerkrachtige doelgroep; • Elk van de groepen clusteren binnen de gedeelde ontwikkeling; • Zoeken naar voorzieningen die ook gebruikt kunnen worden door bewoners van de flexwoningen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een voetbalveld, bushalte en vergelijkbare voorzieningen. Deze factoren zijn allemaal meegenomen zijn in de vaststelling van de doelgroepen en de eisen aan de locatie. Daarmee zijn de factoren verwerkt in het programma van eisen.

6

bron: Brief besluitvorming Opvangcrisis’ van 26 augustus aan de Tweede Kamer van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid E. van der Burg

19

2.4

Ontwikkelstrategie en procedure

2.4.1 Ontwikkelstrategie Om een inschatting te maken van de haalbaarheid van een AZC+ is ook met het COA en Vivare verkend op welke wijze het AZC+ ontwikkeld zou kunnen worden. Het beoogde ontwikkelmodel wordt in deze paragraaf toegelicht en is uitgangspunt voor de effecten- en locatiestudie. COA ontwikkelt hele locatie Uitgangspunt van de ontwikkeling is dat het COA de hele locatie ontwikkelt en dat een verhurende partij voor de looptijd van de ontwikkeling voor 100 bewoners flexwoningen huurt van het COA. Dit betekent dat alle wooneenheden of gebouwen in het AZC+ eigendom zijn van het COA. Dit is het voorkeursmodel dat haalbaar is binnen de randvoorwaarden van de bestuursopdracht, de financiële randvoorwaarden en de eisen van de betrokken partijen. Korte exploitatieperiode Vivare geeft aan dat voor een woningcorporatie de flexwoningen voor 100 lokale spoedzoekers de exploitatieperiode van 3-5 jaar financieel niet haalbaar is. Vivare geeft aan dat zij voor flexwoningen minimaal een exploitatietermijn van 15 jaar nodig hebben om een haalbare business case te kunnen maken, en de voorkeur hebben voor een langere termijn van 20-30 jaar. Daarbij leidt tussentijdse verplaatsing van units tot extra kosten. In een review van een vergelijkbare casus in Arnhem (Merwedeterrein, VHV) is sprake van dezelfde termijnen. Het COA opereert binnen andere financiële randvoorwaarden.

Voor het COA zijn de opvangplekken voor 200 asielzoekers in combinatie met de genoemde exploitatieperiode in principe haalbaar, wanneer het een ontwikkeling met verplaatsbare of demontabele units betreft. COA verhuurt aan verhurende partij Om deze opgave te ondervangen is het COA in principe bereid om ook de flexwoningen te ontwikkelen en deze voor de looptijd te verhuren aan een derde partij. Met deze combinatie is de verwachting dat de financiële uitdagingen van de flexwoningen ondervangen kunnen worden. Daarnaast heeft het Rijk recent nog aangegeven bij te willen dragen aan het overnemen van risico’s bij korte exploitatieperioden van flexwoningen (zie paragraaf 2.4.2). Doelstelling volkshuisvesting Gedurende het traject heeft Vivare aangegeven dat zij graag haar rol wil pakken binnen de volkshuisvestelijke opgave die er ligt, maar dat de randvoorwaarden van de bestuursopdracht daarvoor onvoldoende ruimte bieden. Vivare streeft naar een duurzame oplossing voor de beoogde doelgroep, voor een langere termijn en met perspectief op toekomstige huisvesting. Het uitgangspunt is een exploitatietermijn van tenminste tien tot vijftien jaar. Uitgangspunt van dit onderzoek is daarom dat een andere partij de woningen gaat verhuren. Toekomstige bestemming wooneenheden Uitgangspunt van de ontwikkeling is dat het COA eigenaar is en blijft van de te realiseren wooneenheden.

Het is daarmee ook aan COA om na sluiting van deze locatie te zoeken naar een nieuwe bestemming voor de gebruikte woningen. Vivare geeft aan dat in een andere ontwikkelstrategie waarin Vivare eigenaar of langdurig gebruiker zou zijn van de wooneenheden het ook wenselijk zou zijn om te zorgen dat de gebruikte woningen ook passen in de langetermijnstrategie van de corporatie.

20

2.4.2 Subsidiemogelijkheden Er worden op dit moment verschillende subsidietrajecten opgestart om te ondersteunen bij de realisatie van flexwoningen. De ontwikkelingen op dit vlak volgen elkaar razendsnel op, maar op het moment van schrijven is er ook nog veel onduidelijk. Hieronder een korte opsomming van enkele lopende ontwikkelingen: Asielakkoord augustus 2022 Op 26 augustus 2022 hebben het kabinet, VNG, IPO en het Veiligheidsberaad afspraken gepresenteerd om de opvang van asielzoekers onder controle te krijgen. Onderdeel van deze afspraken is een toezegging over zekerheden voor de plaatsing en herplaatsing van flexwoningen. Deze toezegging is later nog bevestigd door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De uitwerking van deze toezegging gaat de komende periode nader vorm krijgen. Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting De Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting is eind mei 2022 door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ingesteld om overheden en andere woningmarktpartijen actief te ondersteunen bij de versnelde realisatie van tijdelijke huisvesting voor aandachtsgroepen die onvoorzien geen woonruimte hebben.

De taskforce heeft een aparte uitvoeringsorganisatie die gemeenten, provincies, woningcorporaties en bouwbedrijven praktisch ondersteunt met onder andere het opsporen van kansrijke locaties en gebouwen, het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.7 Deze taskforce beschikt niet zelf over budgetten om projecten te ondersteunen of risico’s af te dekken maar kan wel het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseren over de mogelijke toekenning van een financiële bijdrage. Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen Er is door het Kabinet in 2022 € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het versnellen van de bouw van flexwoningen en transformatieprojecten voor ontheemde Oekraïners, vergunninghouders en andere doelgroepen. Alleen projecten die via de website zijn aangemeld, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage. Per te realiseren woning bedraagt de maximale bijdrage €12.000 inclusief BTW, met een maximumbedrag van €10 miljoen inclusief BTW per gemeente.8 Het project moet verder voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze zijn nog niet definitief en worden op een later moment definitief vastgesteld:9 • De subsidie kan alleen worden uitgekeerd aan gemeenten of andere medeoverheden. • Er worden betaalbare woningen toegevoegd aan de bestaande voorraad.

• De woningen dienen gedurende ten minste tien jaar geëxploiteerd te worden (of voor een kortere periode indien overeengekomen met BZK). • Minimaal een derde van de woningen komt beschikbaar voor Oekraïense ontheemden en/of vergunninghouders. • De subsidie is alleen voor een onrendabele top in de business case. • Eerste woningen worden opgeleverd binnen 12 maanden na toekenning van de financiële bijdrage. 7 bron: www.realisatiehuisvesting.nl/over_ons/

8 Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/08/11/100-miljoen-beschikbaar-voor-versnellen-flex--en-

transformatieprojecten-aanmeldloket-voor-hulp-bij-realisatie-projecten-geopend

9 (Bron en aanvullende voorwaarden: https://realisatiehuisvesting.nl/wp-content/uploads/2022/08/Taskforce-Versnelling-

Tijdelijke-Huisvesting_voorwaarden_stimuleringsregeling-flex-en-transformatiewoningen.pdf )

21

Vergunningen en procedures Ook kan er vanuit het Rijk ondersteuning worden geboden bij het doorlopen van juridische procedures (zoals vergunningen) of het rondkrijgen van een businesscase.10

2.4.3 Planologische procedure Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken zijn er verschillende mogelijkheden. Een volledige wijziging van het bestemmingsplan duurt te lang voor deze ontwikkeling en is daarom geen optie. Verkorte planologische procedure De voorkeursvariant voor de ruimtelijke procedure is een verkorte planologische procedure, eerder omschreven als een spoedprocedure. De voorgenomen ontwikkeling kan planologisch mogelijk worden gemaakt door een omgevingsvergunning voor het (tijdelijk) afwijken van het bestemmingsplan. Dit wordt ook wel de kruimelgevallenregeling genoemd. Er zijn verschillende mogelijkheden om af te wijken (binnenplans, buitenplans, tijdelijk afwijken). Welke planologische procedure uiteindelijk de voorkeur heeft is sterk afhankelijk van de uiteindelijke locatie, het geldende bestemmingsplan op deze locatie en eventuele nieuwe ontwikkelingen omtrent planologische procedure voor flexwonen en asielopvang. Wanneer er meer zicht is op een locatie is het aan te bevelen hier nader naar te kijken. Niet handhaven – later legaliseren In de handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraïense vluchtelingen is daarnaast nog een andere methode omschreven waarmee het college een vergunningsprocedure inzake afwijking bestemmingsplan versneld kan doorlopen.

Deze optie kan mogelijk ook worden toegepast in het geval van het plaatsen van tijdelijke chalets/units bedoeld voor de opvang van vergunninghouders of Oekraïense vluchtelingen. Of deze ook ingezet kan worden voor een AZC en flexwoningen voor lokale inwoners is nog niet bekend. ‘Het is van groot belang dat opvanglocaties in korte tijd opgezet en in gebruik genomen kunnen worden. Het college van burgemeester en wethouders kan ervoor kiezen om in deze fase niet handhavend op te treden, mede gezien deze bijzondere omstandigheden. Vervolgens dient het gebruik als opvanglocatie voor gevluchte Oekraïners zo snel mogelijk gelegaliseerd te worden. Hiervoor zal in de regel gebruik gemaakt kunnen worden van de reguliere procedure van maximaal acht weken voor het verlenen van een vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan voor gebruik ten dienste van de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen.’11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=90d85b18-9012-406e-9646-b525ddc306a4