A12b. bijlage - Rapportage Effecten- en locatiestudie mogelijk AZC+ Duiven.pdf
Tekst van het document
10
Zie onderstaande link voor meer informatie en aanmelding: € 100 miljoen beschikbaar voor versnellen flex- en transformatieprojecten; aanmeldloket voor hulp bij realisatie projecten geopend | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl 11 Bron: Handreiking Gemeentelijke Opvang Oekraiense vluchtelingen
22
2.5
Programma en locatie
2.5.1 Woningbouwprogramma Met het COA is in een gesprek gesproken over wat hun programma van eisen is voor het AZC. De gemeente heeft met Vivare verkend wat een programma van eisen zou kunnen zijn voor de flexwoningen. De gemeente, COA en Vivare hebben gesproken over de eisen aan een locatie voor het AZC+. De effecten- en locatiestudie gaat uit van de programma’s van eisen zoals ze in deze paragraaf worden toegelicht. Programma van eisen flexwoningen/AZC De opvangplekken voor asielzoekers worden door het COA gerealiseerd. Verschillende bouwbedrijven in Nederland zijn bekend met de eisen van het COA. Zij kunnen op korte termijn standaard woonunits produceren die aansluiten op de wensen van het COA. Programma flexwoningen Aan de flexwoningen worden de volgende eisen gesteld: • Woningen geschikt voor doelgroep 1-2 persoons huishoudens; • Huurklasse onder de 1e aftoppingsgrens (prijsniveau 2022 maandelijkse huurprijs € 633,25); • Tijdelijke kleine grondgebonden woningen; - PMC12 11 (GO13 min 15 m2) - PMC 12 (GO min 30 m2) - Eventueel PMC 13 (GO 45 m2) • Buitenruimte conform bouwbesluit; • Individuele bergingen 5m2 conform bouwbesluit; Deze eisen zijn momenteel de landelijke standaard voor flexwoningen. Grondgebonden - appartementen In de sociale sector is een grote behoefte aan grondgebonden woningen omdat Vivare in Duiven al een groot aanbod heeft aan appartementen.
De gemeente begrijpt de vraag naar grondgebonden woningen maar constateert ook dat dit kan leiden tot een groter ruimtebeslag. De gemeente heeft daarom besloten dat voor de locatiestudie het geen harde randvoorwaarde is dat de flexwoningen een grondgebonden karakter hebben. Aantal eenheden In de bestuursopdracht wordt gesproken over 200 opvangplekken voor asielzoekers en tijdelijke huisvesting voor 100 mensen. Het COA gaat bij huisvesting uit van 4-8 bewoners per eenheid. Hiervoor zijn 25-50 eenheden nodig. Voor de flexwoningen is de doelgroep voornamelijk 1-2 persoonshuishoudens en gaan we uit van in totaal 75 eenheden. Hiermee is het beoogde programma voor de ontwikkeling circa 100-150 woningen of wooneenheden.
12
Product Markt Combinatie, een standaard woningtype dat is afgestemd op een specifieke doelgroep. Beschrijving overgenomen uit de Woonstandaard 2.0. 13 GO, Gebruiksoppervlak van een woning
23
PMC’s voor flexwonen in de Woonstandaard Voor woningen in de sociale sector zijn op landelijk niveau omschrijvingen gemaakt van basiskwaliteit van woningen in verschillende categorieën. De verschillende categorieën worden Product-Markt-Combinaties (PMC’s) genoemd. Deze zijn vastgelegd in De Woonstandaard 2.0. Deze omschrijvingen worden breed gebruikt door alle partijen in de sector. De Woonstandaard omschrijft een basiskwaliteit voor grondgebonden woningen voor jongeren, eenpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens, gezinnen (PMC 1 t/m 4), voor appartementen in dezelfde vier categorieën (PMC 5 t/m 8) en voor woningen in de vrije sector (PMC 5 en 10). Versie 2.0 van de Woonstandaard geeft ook omschrijving voor tijdelijke wooneenheden voor jongeren, eenpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en gezinnen. Dit zijn PMC 11 t/m 14. Aan deze tijdelijke wooneenheden worden andere eisen gesteld dan aan permanente woningen. •
Het gebruiksoppervlak (GO) voor PMC 2 (een appartement in de huurklasse onder de 1e aftoppingsgrens (prijsniveau 2022 maandelijkse huurprijs € 633,25) is minimaal 60 m2.
•
Het gebruiksoppervlak (GO) voor PMC 12 (een tijdelijk appartement in de huurklasse onder de 1e aftoppingsgrens (prijsniveau 2022 maandelijkse huurprijs € 633,25) is minimaal 30 m2.
Dit betekent dat een tijdelijke woning in dezelfde huurklasse kleiner kan zijn dan een vergelijkbare permanente woning.
2.5.2 Ruimtelijke eisen Bruto Vloer Oppervlak (bestaande bouw) Bij transformatie van bestaand vastgoed is er voor deze ontwikkeling ongeveer 4 tot 5.000 m2 BVO (Bruto Vloer Oppervlak) nodig. Het COA heeft voor 200 opvangplekken een gebruiksoppervlak nodig van ongeveer 2.000 m2 BVO. Het programma van de flexwoningen vraagt om 2 tot 3.000 m2 BVO. Dit komt overeen met 75 wooneenheden van gemiddeld 30 m2 GO (gebruiksoppervlak) of 40 m2 BVO (bruto-vloer-oppervlak) voor 100 bewoners (veel 1 en 2-persoonshuishoudens). Grondoppervlak (nieuwbouw) Bij een ontwikkeling van een braakliggend of leeg terrein is er voor deze ontwikkeling ongeveer 3 hectare nodig. Voor terreinen vraagt het COA voor 300 opvangplekken om gebieden groter dan 3 hectare (30.000 m2) die makkelijk aan te sluiten zijn op water, elektriciteit en riolering. In Duiven kijken we naar 200 opvangplekken AZC plus 100 plaatsen in flexwoningen, samen dus ook 300 plaatsen. In het verleden (200-2003) zijn er op de locatie Rijksweg circa 350 asielzoekers opgevangen op een locatie van ongeveer 2 ha (zie ook paragraaf 3.2.1). Door nieuwe eisen bij het COA is het uitgangspunt nu dat er meer ruimte nodig is dan twintig jaar geleden. Daarnaast wordt er voor een combinatie van asielzoekers en flexwonen ook gezocht naar een inrichting waarbij beide
24
doelgroepen op voldoende afstand van elkaar gehuisvest kunnen worden. Ook hier is ruimte voor nodig. Duurzaamheid en energie De woningen voldoen allemaal aan de kwaliteitseisen volgens het geldende tijdelijke bouwbesluit. Het aanbod aan flexwoningen omvat ook woningen die gasloos gebouwd zijn met energielabel A. In onderdeel C worden de eisen met betrekking tot duurzaamheid definitief vastgesteld. Basisvereisten voor een opvanglocatie14 Potentiële opvanglocaties moeten voldoen aan de volgende basisvereisten: 1. Leegstaand vastgoed vanaf 3.000 m2 bruto vloeroppervlak, geschikt voor minimaal 300 opvangplaatsen. Minimale looptijd van een half jaar. 2. Leegstaand vastgoed van 1.500 tot 4.500 m2 bruto vloeroppervlak voor 100– 250 plaatsen, waarbij de eigenaar de locatie exploiteert en geschikt maakt als aanvullende opvanglocatie of waarbij de locatie in de nabijheid van een bestaand AZC ligt (ongeveer 7 km) van waaruit aansturing kan plaatsvinden. Minimale looptijd van een half jaar. 3. Terreinen groter dan 3 hectare die gemakkelijk zijn aan te sluiten op water, elektriciteit en riolering (bij voorkeur bouwrijpe grond). Minimale looptijd van een half jaar. 4. Kleinschalige locaties onder de 100 plaatsen alleen waar direct, zonder werkzaamheden, asielzoekers veilig en leefbaar kunnen worden gehuisvest (bijvoorbeeld hotels en vakantieparken). Minimale looptijd van een half jaar. 5.
Kleinschaligere locaties (voor 30–100 plaatsen) voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Minimale looptijd van een half jaar.
2.5.3 Bestaand vastgoed of tijdelijke eenheden Afweging In de aanloop van dit traject is er zowel gesproken over transformatie van bestaand vastgoed als over de bouw van tijdelijke wooneenheden in een weiland of op een braakliggend terrein. Beide opties zijn verkend en beoordeeld voor het specifieke concept van Duiven. Daarbij hebben de volgende argumenten een rol gespeeld: •
Voor bewoners van Duiven en omwonenden kan realisatie van een AZC+ op een vacante locatie ingrijpender zijn dan een transformatie van momenteel leegstaand vastgoed. • Er zijn in de gemeente Duiven geen transformatielocaties die groot genoeg zijn om te voldoen aan de ruimte-eisen van het COA. • Het COA heeft tevens aangegeven dat voor de ontwikkeling van deze tijdelijke (nood)opvang van drie tot vijf jaar het verbouwen van bestaand vastgoed financieel niet haalbaar is. Met de randvoorwaarden van het AZC+ in Duiven heeft het COA een duidelijke voorkeur voor een ontwikkeling met tijdelijke wooneenheden op een weiland, braakliggend terrein of bouwrijpe grond. In de locatiestudie wordt daarom gekeken naar locaties groter dan 3 hectare én naar leegstaand vastgoed groter dan 4.000 m2 BVO dat bruikbaar en op eenvoudige wijze te transformeren is.
14
bron: COA, december 2021
25
26
2.5.4 Overige aspecten van locatie en omgeving Veiligheid Het is belangrijk dat de locatie veilig is zonder gevaarlijke wegen, spoorwegovergangen of waterpartijen in de directe nabijheid. Het COA geeft aan dat in de praktijk is gebleken dat voor de doelgroep van asielzoekers de nabijheid van water tot veiligheidsrisico’s kan leiden (risico op verdrinking). Bereikbaarheid De locatie moet goed bereikbaar zijn voor fiets, auto en openbaar vervoer. Daarnaast zijn veilige en comfortabele routes voor voetgangers en fietsers naar een nabijgelegen kern met voorzieningen essentieel. Onderstaande figuur geeft voor de gemeente Duiven een overzicht van openbaar vervoer / buslijnen.
Figuur 1 - Uitsnede lijnennetkaart openbaar vervoer Arnhem-Nijmegen 2022 Aansluitingen nutsvoorzieningen De locatie moet eenvoudig aan te sluiten zijn op gas-water-licht-riolering (nutsvoorzieningen). Daarnaast moet de locatie op een goede manier bouwrijp te maken zijn. In onderdeel C definitieve locatiestudie kijkt de gemeente ook of er benodigde capaciteit is op het elektriciteitsnetwerk. Op dit moment is er overigens geen reden om aan te nemen dat er een tekort is aan stroomaansluitingen. Bij de woonkernen is er op dit moment geen sprake van een tekort en over deze opgave is al gesproken met netbeheerder Liander. Eigendom Voor de beoogde ontwikkeling op korte termijn is een ontwikkeling alleen mogelijk wanneer de eigenaar van de grond een positieve grondhouding heeft ten opzichte van het plan. Dit kan het geval zijn bij gronden die in eigendom zijn van de gemeente of andere overheden, maar uiteraard ook bij gronden die eigendom zijn van particulieren.
27
Lopende ontwikkelingen De ontwikkeling van het AZC+ mag lopende ontwikkelingen van woningbouw of bedrijventerreinen niet belemmeren. Omdat bewoners van de flexwoningen doorstromen naar de vaste woningbouwlocaties mag de ontwikkeling van het AZC+ de ontwikkeling van deze locaties niet belemmeren. Voorzieningen - nabijheid kern Voor het AZC+ wordt gezocht naar een locatie in de nabijheid van een bestaande grotere woonkern met voldoende voorzieningen zoals winkels, sportvelden. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling niet helemaal los ligt van overige bebouwing en dat voorzieningen te voet en met de fiets goed bereikbaar zijn. De nabijheid van een kern met voldoende voorzieningen wordt gezien als voorwaardelijk voor het functioneren van de beoogde combinatie van circa 200 opvangplekken voor asielzoekers met circa 100 plekken voor ‘spoedzoekers’. In de bestuursopdracht is aangegeven dat het wenselijk is dat het AZC+ kansen oplevert voor lokale ondernemers en kansen op social return. Dit is alleen mogelijk wanneer de voorzieningen en functies van Duiven bereikbaar zijn voor de bewoners van het AZC+. Sociale draagkracht omgeving Voor de partijen is het van belang dat het AZC+ wordt gerealiseerd in of nabij een buurt met voldoende sociale draagkracht. Dit houdt in dat realisatie van een AZC+ in een buurt met veel sociaaleconomische uitdagingen niet passend is.
Milieu en omgeving Ook voor een tijdelijke ontwikkeling is een onderzoek nodig naar ruimtelijke aspecten zoals verkeer, ecologie, archeologie, geluid en trillingen en bodem. In paragraaf 4.4 is een eerste brede verkenning opgenomen voor enkele mogelijke locaties. Bij een eventueel vervolg wordt deze analyse in onderdeel C nader uitgediept als onderdeel van de multicriteria-analyse (mca). Hierbij wordt voor de overgebleven locatie ook een inventarisatie gemaakt van wat er nodig is voor de vergunningverlening. Ruimtelijke kaders In onder andere de omgevingsvisie van Duiven en in raadsbesluiten zijn er keuzes gemaakt over gebieden in de gemeente die bestemd zijn als groene buffer of als groen-blauw raamwerk. In deze gebieden staat het behouden en versterken van karakteristieke kwaliteiten centraal. Locaties die liggen in een groene buffer of groen-blauw raamwerk worden niet vooraf uitgesloten omdat het hier een tijdelijke ontwikkeling betreft.
28
2.6
Besproken variaties
In de gesprekken in de gemeentelijke stuurgroep en in de gesprekken met COA en Vivare zijn enkele mogelijke variaties op de uitgangspunten besproken. Het gaat over: de kans op verlenging, andere verhouding AZC en flexwonen en het scheiden van AZC en flexwonen over twee locaties. Deze variaties worden hier kort toegelicht maar zijn verder geen onderdeel van het programma van eisen.
2.6.1 Sluiting AZC+ koppelen aan oplevering Ploen Noord en Plakse Weide Het AZC+ betreft een tijdelijke ontwikkeling voor een periode van drie tot vijf jaar. De gemeente wil voor deze periode haar bijdrage graag leveren aan de landelijke asielproblematiek en zorgen voor tijdelijke huisvesting voor haar eigen bewoners. Duiven werkt ondertussen hard aan nieuwe woningbouwprojecten op verschillende locaties. De grootste woningbouwlocaties in de gemeente zijn Ploen Noord en Plakse Weide. Het moment van oplevering van deze wijken is nog niet bekend, maar kan niet verwacht worden voor 2025. In Ploen Noord komen naar verwachting 80 tot 100 woningen waarvan 15% sociale huur. In Plakse Weide komen 280-300 woningen waarvan 15% sociale huur. In totaal komen er 55-60 woningen sociale huur in deze nieuwe ontwikkelingen. De gedachte is besproken dat wanneer de sluiting van de flexwoningen overeenkomt met de realisatie van deze woningen bewoners dan wellicht zouden kunnen doorstromen naar reguliere huisvesting in Ploen Noord en/of Plakse Weide. In de praktijk ontstaan hierbij echter verschillende problemen. Het aantal woningen in deze wijken in een vergelijkbare categorie is te weinig voor alle flexwoningen.
Zelfs wanneer een deel van de bewoners van de flexwoningen op eigen kracht een andere woning vindt dan nog is vrijwel de gehele woningbouwproductie van de nieuwe wijken in de categorie sociale huur nodig voor het herhuisvesten van de bewoners van de flexwoningen. Partijen vinden het maatschappelijk niet wenselijk dat bij oplevering van de nieuwbouwwijken in Duiven deze woningen volledig gereserveerd zouden zijn voor de bewoners van de flexwoningen. Daarnaast is deze toewijzing ook niet mogelijk binnen de regels omtrent toewijzing (maximaal 20% maatwerk).
29
2.6.2 Tussentijdse evaluatie met kans op verlenging Uitgangspunt van de bestuursopdracht is een maximale looptijd van 3 tot 5 jaar. In de gesprekken hebben COA en Vivare beide aangegeven interesse te hebben in een langere looptijd. Een mogelijkheid zou zijn om in bestuursafspraken een evaluatie in te plannen na 3 tot 5 jaar met gemeente en omwonenden en bij een positieve tussentijdse evaluatie de mogelijkheid open te laten om de looptijd te verlengen tot 10 jaar. Uitgangspunt van deze studie blijft 3 tot 5 jaar. Wanneer partijen samen tot een andere afspraak komen dan is tijdige communicatie hierover cruciaal. Een eventuele verlenging heeft impact op de volgende aspecten: • De business case: Een langere doorlooptijd leidt tot een betere business case. • Het draagvlak: Eerlijke communicatie en het nakomen van beloftes is essentieel voor draagvlak onder de bevolking. • Doorstroming: de beëindiging van het AZC+ is nu gekoppeld aan de oplevering van woningen in de nieuwe woonwijken van Duiven. Wanneer de flexwoningen langer blijven staan kunnen bewoners niet meer doorstromen naar deze woningen.
2.6.3 Andere verhouding AZC en flexwonen De bestuursopdracht noemt voor de ontwikkeling circa 200 opvangplekken voor asielzoekers in combinatie met circa 100 andere opvangplekken voor lokale spoedzoekers en/of vergunninghouders dan wel Oekraïners. Deze aantallen en deze verhouding zijn als vast uitgangspunt gehanteerd voor de effecten- en de locatiestudie. Verhouding 250-50 Tijdens het traject is gebleken dat een herhuisvesting van 100 bewoners uit flexwoningen op na drie tot vijf jaar niet haalbaar en realistisch is. Met een verhouding van 250 plaatsen AZC en 50 plaatsen in flexwoningen sluiten de aantallen beter aan op de mogelijkheden voor herplaatsing van bewoners. Dit zou ook kunnen variëren in tijd. In het begin kan er gekozen worden voor de verhouding 200-100 uit de bestuursopdracht. De laatste twaalf maanden kan het percentage asielzoekers toe nemen en het percentage lokale spoedzoekers afnemen. Dit maakt de herhuisvestingsopgave bij sluiting minder uitdagend. Vivare heeft echter aangegeven dat ook met een verhouding van 250 plaatsen AZC en 50 plaatsen in flexwoningen voor drie tot vijf jaar de corporatie niet kan voldoen aan de volkshuisvestelijke opgave.
Effecten Wanneer in de uitwerking de wens zou ontstaan om naar een andere verhouding toe te gaan heeft dat impact op de volgende aspecten: • De business case: Als vuistregel geldt dat meer flexwoningen en minder opvangplekken in het AZC leiden tot een negatief effect op de business case en andersom. • Het draagvlak: Eerlijke communicatie en het nakomen van beloftes is essentieel voor draagvlak onder de bevolking. • Woningnood: Meer flexwoningen kunnen bijdragen aan het tegengaan van woningnood in Duiven, bijvoorbeeld om een tijdelijke extra behoefte op te vangen. Andersom kunnen (tijdelijk) meer opvangplekken in het AZC ten koste van flexwoningen bijdragen aan extra verlichting van een crisis in de asielprocedure. Hierbij is het essentieel om op voorhand duidelijke afspraken te maken en deze ook duidelijk te communiceren met bewoners van Duiven en omwonenden van een eventueel AZC+. 30
Meer eenheden Dezelfde afwegingen gelden op hoofdlijnen wanneer er gekozen zou worden voor meer eenheden in totaliteit. Het is denkbaar dat de komende periode er een nog grotere vraag ontstaat naar zowel opvangplekken in een AZC als flexwoningen. Wanneer partijen zouden besluiten om eenheden toe te voegen bovenop de genoemde 200 plus 100 plaatsen is duidelijke communicatie met bewoners erg belangrijk. Daarnaast moet het uiteraard passen op de locatie maar draagt het wel bij aan het verlichten van de asielcrisis, aan de lokale woningnood en aan de haalbaarheid van de business case.
2.6.4 Splitsen over twee locaties Uitgangspunt van de ontwikkeling is om te komen tot één ontwikkeling op één locatie waar asielzoekers en lokale spoedzoekers naast elkaar komen te wonen. In overleggen is ook de variant ter sprake gekomen om in te zetten op twee separate ontwikkelingen op twee locaties. Deze variant is in principe voor alle betrokken partijen bespreekbaar. Wel is duidelijk geworden dat twee locaties leiden tot dubbele kosten voor bouwrijp maken, dubbele kosten voor aansluitingen voor gas-water-licht en mogelijk ook tot dubbele kosten en inspanningen voor planvoorbereiding, participatie en exploitatie. Ook is de inschatting vooraf dat het splitsen van de twee doelgroepen niet automatisch leidt tot meer draagvlak. Het is niet uit te sluiten dat er hiermee op twee locaties weerstand gaat ontstaan. Tot slot kan door praktische problemen of weerstand de ontwikkeling van 1 van de 2 locaties stil komen te staan. Daarmee ontstaat de situatie dat op enig moment (tijdelijk) alleen realisatie van de flexwoningen of alleen het AZC haalbaar is. Hiermee vervalt dan het fundament onder de ontwikkeling. Voor de business case en ontwikkelstrategie van de flexwoningen is de combinatie met het AZC cruciaal. En andersom is voor het draagvlak van het AZC de combinatie met de flexwoningen van belang.
Uitgangspunt van deze studie is om uit te gaan van een gecombineerde ontwikkeling op één locatie.
31
3. Effectenstudie 3.1
Gemeentelijke vragen uit de bestuursopdracht
De bestuursopdracht vraagt om een onderzoek naar onderstaande effecten voor de komst van een mogelijk AZC+ in Duiven (zie kader). Hiervoor is gesproken met het COA, Vivare, de gemeente Duiven, Mikado, Vluchtelingenwerk en de politie. De agenda van deze gesprekken is gebaseerd op de vragen uit de bestuursopdracht. Dit hoofdstuk is een weergave van gesprekken met deze partijen gecombineerd met informatie uit publieke bronnen. Daarbij is voor de leesbaarheid de effectenstudie opgedeeld in twee paragrafen. Paragraaf 3.2 geeft inzicht in de effecten op de gemeentelijke organisatie, ambitie en taakstellingen. Paragraaf 3.3 gaat in op de maatschappelijke effecten. Effectenstudie in de bestuursopdracht Geef in de effectenstudie integraal en concreet antwoord op de volgende vragen: • In hoeverre draagt de andersoortige opvang bij aan het terugdringen van de woningnood binnen de gemeente Duiven en het draagvlak voor een AZC+? • Wat voor gevolgen heeft de vestiging van AZC+ verder voor de gemeente Duiven (intern en extern) en gemeentegrens-overstijgend? o Openbare orde en veiligheid (zowel intern als politie); o Verkeersaantrekkende werking; o Voorliggende veld (bijvoorbeeld Vluchtelingenwerk Duiven-Westervoort en Mikado); o Primair onderwijs, voortgezet onderwijs en leerlingenvervoer; o Jeugdzorg, gezondheidszorg en Wmo; o Gemeentelijke begroting.
• In hoeverre kunnen doelgroepen gemengd op één locatie worden opgevangen en welke succesfactoren gelden hierbij? • In hoeverre worden de (opvang)taakstellingen voor Duiven aangepast indien de gemeente meewerkt aan het initiatief van het COA? • Wat is de rol- en kostenverdeling tussen met name COA, gemeente en Vivare rondom en na de realisatie van een mogelijk AZC+ (bijvoorbeeld exploitatie en inburgering)? • Wat is de impact op de overige ambities uit het coalitieakkoord? • Wat is de impact op de workload van de ambtelijke werkorganisatie 1Stroom?
32
3.2
Eerder AZC Duiven
In Duiven zijn al eerder vluchtelingen opgevangen in een AZC. De gemeente kijkt met een tevreden gevoel naar die opvangperioden terug. Van onoverkomelijke overlast was hierbij geen sprake. -
-
-
Van medio juli 2022 tot en met eind januari 2023 vangt het COA nareizigers op in hotel Van der Valk en Hotel Gieling. In totaal zijn 85 kamers gereserveerd voor mensen die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen en nog een verkorte procedure bij de IND in Zevenaar moeten doorlopen. Van december 2021 tot en met april 2022 heeft het COA 50 alleenstaande minderjarige asielzoekers opgevangen in Regina Pacis aan de Rijksweg 56/56a. Dit pand wordt momenteel verbouwd tot appartementencomplex. In 2015 heeft de gemeente crisisopvang verzorgd in de sporthal Triominos. Dat was voor 72 uur en ging om zo’n 45 asielzoekers. Rond het jaar 2000 heeft de gemeente enkele jaren asielopvang geboden op een locatie vlakbij de kruising Rijksweg/ Westsingel. Dat ging om ongeveer 350 asielzoekers, die in tijdelijke huisvesting werden opgevangen.
3.2.1 Ervaringen AZC Rijksweg Tussen 2000 en 2005 heeft er een AZC gestaan op de locatie Rijksweg (Locatie 10 op de groslijst in hoofdstuk 4). De gemeente kijkt zelf tevreden terug naar deze opgang. Ook uit de raadsmotie uit 2015 blijkt dit beeld voor de asielopvang op de Rijksweg. Vluchtelingenwerk Vluchtelingenwerk Duiven geeft aan dat bij het voormalige AZC aan de Rijksweg in Duiven (omstreeks 2000-2005) er weinig tot geen incidenten zijn geweest. In de herinnering van Vluchtelingenwerk waren er enkele kleine incidenten met winkeldiefstal en de aanwezigheid van 1-2 personen met psychische problemen door het COA en Vluchtelingenwerk. Beide kwesties zijn door het COA en Vluchtelingenwerk snel opgelost met extra voorlichting en een enkele overplaatsing naar een AZC gespecialiseerd in psychische ondersteuning. Vluchtelingenwerk geeft aan dat het AZC op deze locatie bij bewoners van Duiven en Westervoort niet tot weerstand heeft geleid. Bewoners van Duiven en Westervoort waren ook betrokken bij het AZC en hebben bijgedragen aan de integratie van asielzoekers. Er was grote belangstelling in Duiven en Westervoort voor een vraag naar gastgezinnen. Hierbij werden lokale gezinnen en asielzoekers gekoppeld voor activiteiten (samen wandelen, samen eten, etc.). Dit AZC is uiteindelijk ook vrijwel geruisloos gesloten.
Omwonenden Uit de gesprekken met omwonenden van die opvang (aan de Rijksweg) ontstaat wel een ander beeld van deze opvangperiode. Door omwonenden is er wel overlast ervaren van bijvoorbeeld asielzoekers die door de tuin lopen. Overlast is destijds ook gemeld door omwonenden aan de gemeente. Helaas heeft de gemeente door de archiefwetgeving de toen genoteerde meldingen moeten vernietigen. Daarom is het nu niet mogelijk om aard en aantal van de toen genoteerde meldingen te beoordelen.
33
3.2.2 Ervaringen opvang Regina Pacis Recenter zijn er nog AMV’ers (Alleenreizende Minderjarige Vreemdelingen) opgevangen in Regina Pacis. Tijdens deze periode is er zo goed als geen overlast door omwonenden ervaren. Daarbij moet wel aangegeven worden dat door lockdowns in verband met COVID 19 de bewegingsvrijheid van de vluchtelingen vaak beperkt was. Politie Dit beeld wordt ook bevestigd door de politie Rivierenland Oost. De eerdere ervaringen met de opvang van AMV’ers in Regina Pacis in Duiven waren positief. Dit is in het algemeen goed verlopen en er zijn geen grote incidenten geweest. Voor de opvang in Regina Pacis is een regelmatig (in eerste instantie tweewekelijks) veiligheidsoverleg ingesteld. Dit overleg werd door de politie gewaardeerd. Binnen de politie is er geen actuele kennis meer beschikbaar over het eerdere AZC in Duiven aan de Rijksweg.
3.3
Gemeentelijke organisatie, ambitie en taakstellingen
3.3.1 Financieel Budgetneutraal Voor de gemeente is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van een AZC+ voor de gemeentelijke organisatie budgetneutraal uitgevoerd moet worden. In de Voorjaarsnota Duiven 2022 staat op pagina 32: “Zodra de plannen definitief zijn, zullen de financiële gevolgen ook worden vastgesteld. Voorlopig gaan we uit van budgettaire neutraliteit. Te zijner tijd zullen naar aanleiding van het raadsbesluit de ramingen moeten worden aangepast.” In deze effectenstudie wordt op meerdere thema’s het financiële aspect toegelicht. Uit deze brede analyse ontstaat het algemene beeld dat de gemeente in principe kosten kan verhalen op het COA of op de Rijksoverheid, of dat daar in ieder geval afspraken over te maken zijn. Tegelijkertijd moet ook geconcludeerd worden dat nooit helemaal uitgesloten kan worden dat de gemeente bij o.a. inzet van personeel, beantwoording van vragen van bewoners et cetera bepaalde kosten zal maken. Voor deze kosten draagt Duiven bij aan de landelijke asielproblematiek én krijgt de gemeente Duiven ook flexwoningen voor eigen bewoners. Of er kosten zijn voor de gemeente, en hoe hoog deze naar inschatting zullen zijn kan in onderdeel C van het onderzoek worden ingeschat. Leges en kostenverhaal De gemeente gaat uit van een reguliere legesvergoeding voor een vergunning.
Wanneer er een ruimtelijke onderbouwing of bestemmingsplan nodig is gaat de gemeente uit van regulier kostenverhaal.
34
Financiële regelingen voor de gemeente Gemeenten met een asielopvang hebben recht op verschillende financiële vergoedingen. De uitkering van die vergoedingen loopt via het COA. Enkele van de vergoedingen zijn hieronder opgesomd. • Voor bewoners van een COA-locatie die niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) heeft een gemeente recht op een vergoeding voor algemene voorzieningen zoals openbaar vervoer en infrastructuur. • Ter compensatie van gemiste inkomsten vanuit de onroerendezaakbelasting (ozb) hebben gemeenten recht op de vergoeding Wooneenheden. • Voor de reguliere voorbereidingskosten vanwege de vestiging van een nieuw opvangcentrum ontvangen gemeenten een eenmalige tegemoetkoming. 15 In het perspectief van de gemeente dekken deze regelingen onvoldoende de kosten. De gemeente streeft daarom naar vergelijkbare afspraken als bij de eerdere AMV-opvang in Regina Pacis. Hierover moeten dan nadere afspraken gemaakt worden in het kader van de bestuursovereenkomst en de aanvullende werkafspraken. Daarbij horen ook afspraken over vergoeding voor de kosten voor de aanloopperiode.
3.3.2 Taakstellingen Gemeenten krijgen verschillende taakstellingen opgelegd voor opvang en huisvesting van verschillende groepen uit de asielprocedure. De realisatie van een AZC+ draagt bij aan taakstellingen wanneer er ook daadwerkelijk opvang of huisvesting wordt gerealiseerd voor doelgroepen waarvoor een taakstelling geldt. De verschillende taakstellingen worden in deze paragraaf kort toegelicht. Taakstelling huisvesting vergunninghouders Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krijgen gemeenten een taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders of vergunninghouders. Hierbij gaat het niet om opvang maar om huisvesting. Deze taakstelling wordt (mede) ingevuld door prestatieafspraken van de gemeente met corporaties. Vanuit de Veiligheids- en Gezondsregio Gelderland Midden (VGGM) wordt Duiven daarnaast op dit moment gevraagd om versnelde huisvesting voor vergunninghouders. Wanneer er vergunninghouders komen te wonen in de flexwoningen is het uitgangspunt dat deze bijdragen aan de taakstelling omdat het hier gaat om huisvesting, ook al is het voorlopig in tijdelijke wooneenheden. Door de sluiting van het AZC+ te koppelen aan de oplevering van de nieuwe woonwijken in Duiven kunnen deze vergunninghouders daarna doorstromen naar een permanente woning.
Wanneer er conform de afspraken uit het asielakkoord van 26 augustus 2022 voor wordt gekozen om een derde van de flexwoningen toe te wijzen aan vergunninghouders gaat dit om circa 30 woningen. Ter vergelijking: Voor de eerste helft van 2022 heeft de gemeente Duiven een huisvestingstaakstelling voor 15 vergunninghouders. De taakstelling voor de tweede helft van 2022 is hoger. De verwachting is dat de taakstelling voor 2023 verdubbelt ten opzichte van 2022. In de bevestiging van de Bestuurlijke afspraken, opgave asielopvang en huisvesting Vergunninghouders door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 7 september 2022 is voor alle gemeenten een Overzicht opgave huisvesting vergunninghouders opgenomen. Daarin staat dat Duiven een opgave voor huisvesting Vergunninghouders heeft per 1 september 2022 van 30. 15
Meer informatie is te vinden via: https://www.coa.nl/nl/financiele-regelingen-voor-gemeenten
35
Met ontwikkeling van het AZC+ alleen kan Duiven niet voldoen aan de volledige taakstelling. Het draagt hier echter wel aan bij. Eventuele opvang van vergunninghouders binnen het AZC draagt niet bij aan de taakstelling huisvesting vergunninghouders.16 Hotel en accomodatieregeling (HAR) inzetten ten behoeve van tijdelijke opvang vergunninghouders Om de druk op de opvangcapaciteit van het COA te verkleinen, is de hotel- en accommodatieregeling (HAR) voor vergunninghouders in het leven geroepen. Vergunninghouders in een azc die op definitieve huisvesting wachten, kunnen via de HAR alvast tijdelijk in hun toekomstige gemeente gaan wonen. Bijvoorbeeld in een hotel of recreatiewoning. Een vergunninghouder binnen de regeling telt mee voor de taakstelling van die gemeente. Vergunninghouders die binnen de HAR naar de gemeente verhuizen keren niet terug naar de COA-opvang. Gemeenten die gebruik maken van de HAR ontvangen per vergunninghouder eenmalig een vast bedrag. Het COA verstrekt aan de gemeente per gehuisveste vreemdeling een eenmalige financiele toelage van €8280,- ten behoeve van de bekostiging van het tijdelijk onderdak en €1000,- ten behoeve van de begeleiding van de vreemdeling.
Indien de vreemdeling is gehuisvest in een voorziening waar hij zelf niet zijn eigen maaltijden kan verzorgen, verstrekt het COA aan de gemeente een eenmalige additionele toelage van €5520,- per gehuisveste vreemdeling. Met dat bedrag kan de gemeente tot zes maanden het tijdelijke onderdak en adequate begeleiding (als substituut van de COA-begeleiding) bekostigen. De gemeente kan in onderdeel C in overleg met COA bespreken of deze regeling ook van toepassing kan zijn op huisvesting in de flexwoningen van het AZC+. Crisis en Noodopvang Asielzoekers De Veiligheids- en Gezondsregio Gelderland Midden (VGGM) heeft een opdracht voor de Crisis- en Noodopvang van Asielzoekers. Hierin wordt de gemeente Duiven ook om een bijdrage gevraagd. Onderdeel van het asielakkoord van 26 augustus is dat de taakstelling crisis- en noodopvang asielzoekers (CNO-plekken) voor de Veiligheidsregio verdubbelt van 225 plekken naar 450 plekken. De doorvertaling naar aantallen voor Duiven moet nog komen. Opvanglocaties voor vluchtelingen uit Oekraïne Gemeenten, veiligheidsregio’s en andere betrokken partijen werken samen met de Rijksoverheid om vluchtelingen uit Oekraïne veilige en humane opvang te bieden. De Veiligheids- en Gezondsregio Gelderland Midden (VGGM) heeft de opgaven om 2.000 opvangplekken te realiseren.
Aanvullend heeft het Veiligheidsberaad ingestemd met de vraag om nog eens 25.000 opvangplekken te realiseren. Ook hierin wordt de gemeente Duiven ook om een bijdrage gevraagd. Vanuit het VGGM is de taalstelling voor 3000 opvangplekken binnen de veiligheidsregio als volgt vertaald voor Duiven: 90 plekken als ‘’resultaatsverplichting’’ en 34 plekken als een ‘’inspanningsverplichting’’. Samen dus 124 plekken. In Duiven zijn er momenteel 24 opvangplekken (De Stek – locatie De Bomgaard). Het is de bedoeling om dit per 1 december toe te laten nemen met in elk geval 48 opvangplekken (De Stek – locatie De Groene Ring).
16
bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/documenten/brieven/2021/10/01/taakstellinghuisvesting-vergunninghouders-eerste-helft-2022
36
Wanneer het AZC+ Oekraïners herbergt tellen die mee in de bijbehorende taakstelling. Het lijkt er echter met de huidige planning van het AZC+ op dat het te laat komt voor de regionale druk tot meer opvangplekken in GOO’s (Gemeentelijke Opvang Oekraïners). Hoe de situatie is bij realisatie van het AZC+ is op dit moment niet te voorspellen. Wanneer er tijdelijk Oekraïners komen te wonen in de flexwoningen draagt dit bij aan deze taakstelling voor de veiligheidsregio. Asielzoekers Er is op dit moment geen taakstelling voor gemeenten voor de opvang van asielzoekers. Ook in de asielafspraken van 26 augustus is dit niet opgenomen. Wel wordt op dit vlak aan alle gemeenten een bijdrage gevraagd. Binnen de groep asielzoekers zijn er nog verschillende deelgroepen zoals alleenstaande minderjarige vreemdelingen, nareizigers, alleenreizende mannen etcetera. Ook voor deze doelgroepen is er geen specifieke taakstelling. Op dit onderdeel draagt het plan bij aan de landelijke opgave, maar is er dus geen taakstelling.
3.3.3 Coalitieakkoord – ambtelijke organisatie De coalitie ziet drie belangrijke opgaven voor de komende periode: 1) versnelling woningbouw, 2) duurzaamheid en 3) verdere transformatie van het sociaal domein. Daarnaast staat de coalitie voor transparant besturen, inzet op participatie en communicatie, opgavegericht werken en financieel gezond blijven. De gemeente wil graag weten of de realisatie van AZC+ impact heeft op deze ambities. De mate waarin het AZC+ impact heeft op deze ambities heeft vooral te maken met de workload (werkdruk) van de ambtelijke werkorganisatie. Inhoudelijk is er geen conflict tussen de ambities in het coalitieakkoord en de realisatie van een AZC+. Maar voor alle ambities is inzet van medewerkers nodig en deze capaciteit is begrensd. Zeker in de huidige arbeidsmarkt. De inschatting is dat niet aan alle bestuurlijke ambities en de realisatie van het AZC+ tegelijkertijd gewerkt kan worden. Het maken van duidelijke keuzes over inzet van medewerkers is al nodig in onderdeel C van de bestuursopdracht. 1) Versnelling woningbouw Een mogelijk effect op de versnelling woningbouw hangt vooral samen met de capaciteit van de organisatie. Ontwikkeling van een AZC+ vraagt inzet van dezelfde mensen die bezig zijn met woningbouw. Hier is een negatief effect niet uit te sluiten.
Dit effect kan niet opgevangen worden met geld alleen: daarvoor is de arbeidsmarkt momenteel te krap. Voor taken zoals vergunningverlening is het daarnaast moeilijk om scherpe keuzes te maken omdat de gemeente onder meer vergunningen wettelijk in behandeling dient te nemen. Om te beginnen met realisatie moet er binnen de organisatie 1Stroom een afweging worden gemaakt tussen de realisatie AZC+ en andere werkzaamheden en bestuurlijke prioriteiten. Hier staat tegenover dat realisatie van een AZC+ wel een bijdrage levert aan lokale en nationale doelen. Zeker wanneer het AZC+ snel gerealiseerd kan worden kan het bijdragen aan het overbruggen van de woningnood in de gemeente totdat de nieuwe woningbouwprojecten gereed zijn. 2) Duurzaamheid Op het vlak van duurzaamheid is niet de verwachting dat de realisatie van het AZC+ impact heeft op andere doelen in het coalitieakkoord. Wel is het in zijn algemeenheid zo dat hergebruik van bestaand vastgoed en een langere opvangperiode een duurzamere oplossing biedt dan nieuwbouw.
37
3) Transformatie sociaal domein opgave Voor de transformatie in het sociaal domein geldt hetzelfde als voor de woningbouwopgave. Ontwikkeling van een AZC+ vraagt inzet van dezelfde mensen die bezig zijn met deze transformatie. Hier is een negatief effect niet uit te sluiten. Dit effect kan beperkt worden wanneer het COA meer taken zelf oppakt. Wanneer er veel inzet wordt verwacht van lokale partijen kan er ook bij organisaties in het maatschappelijk middenveld een tekort aan personeel ontstaan. Participatie Het project legt ook enige extra druk op inwoners. De wens tot participatie op dit project komt naast vragen op participatie op andere projecten. Dit alles bij elkaar vraagt veel tijd en energie van inwoners. Ook hier is de inzet van gemeentelijke medewerkers noodzakelijk. Met de huidige bezetting van 1Stroom is de verwachting dat inzet voor een eventueel AZC+ ten koste gaat van andere projecten.
38
3.4
Maatschappelijke effecten
3.4.1 Maatschappelijk draagvlak en leefbaarheid De ontwikkeling van een AZC kan in gemeenten een aanleiding zijn voor maatschappelijke protesten of onrust. Hierover is ook gesproken met het COA, met de ambtelijke werkgroep en met andere gemeenten (zie hoofdstuk 5 Case studies). Heldere en transparante communicatie is cruciaal voor maatschappelijk draagvlak. Hiervoor is een communicatie en participatiestrategie opgesteld. Om het maatschappelijk draagvlak te vergroten is er daarnaast gekozen voor een combinatie met flexwonen en een termijn van drie tot vijf jaar. In de locatiestudie wordt er daarnaast rekening gehouden met de gewekte verwachtingen bij omwonenden en de sociale draagkracht van de omgeving. Uit de gesprekken met onder meer COA blijkt dat bij reguliere AZC’s zoals beoogd in Duiven ervaringen in de omgeving na realisatie overwegend neutraal tot positief zijn.
3.4.2 Volkshuisvesting en woningnood De realisatie van 100 flexwoningen voor een periode van drie tot vijf jaar zal tijdelijk bij kunnen dragen aan de verlichting van de acute woningnood. De Liemerse woonagenda 2020-2025 geeft aan dat de groei in huishoudens het grootst is in de komende vijf jaar. Het AZC+ draagt echter niet structureel bij aan het verminderen van de woningnood binnen de gemeente Duiven. Veel inwoners zoeken naar permanente huisvesting en daar biedt deze strategie geen oplossing voor. Opgave Vivare in Duiven Vivare heeft in Duiven een opgave om 130 woningen toe te voegen en nog eens 105 woningen te transformeren. Dit brengt de totale opgave van Vivare in Duiven op 130-235 woningen. Daarbij heeft Vivare een tekort aan grondgebonden woningen (klein en regulier) en overschot aan appartementen. Toepassen maatwerk Omdat corporaties jaarlijks maar maximaal 20% afwijkend mogen toewijzen kan niet gegarandeerd worden dat de woningen ten gunste komen van inwoners van Duiven. Momenteel wordt op landelijk niveau gesproken over het verruimen van de mogelijkheden naar 50% maatwerk. Het is nu echter nog niet te zeggen of aangepaste wet- en regelgeving op tijd is ingevoerd voor een AZC+ in Duiven. Daarbij gaat extra maatwerk ook in alle gevallen ten koste van regulier woningzoekenden.
De gemeente heeft ervaringen met toewijzing binnen het leefstijlexperiment.17 Hiermee wordt er toegewezen aan mensen met een bepaalde leefstijl. De kenmerken van een leefstijl kunnen bijvoorbeeld omvatten of huurders een woning achterlaten in Duiven. Herhuisvesting na sluiting locatie Aan het einde van de looptijd van het AZC+ moet voor de inwoners van de flexwoningen gezocht worden naar alternatieve huisvesting. Vivare krijgt in de huidige situatie binnen de volledige woningvoorraad ongeveer 150 woningen beschikbaar per jaar. Wanneer het AZC+ gesloten wordt dan moeten er bij sluiting ineens ongeveer 75 huurders doorstromen naar een andere woning. Vivare geeft aan dat ze op dat moment niet voor alle huurders een alternatieve woning heeft.
17
Zie ook: https://www.nul20.nl/dossiers/experiment-met-toewijzing-op-woonstijlen-levert-omstredenresultaat-op
39
Duiven werkt hard aan nieuwe woningbouwprojecten op verschillende locaties. De grootste woningbouwlocaties in de gemeente zijn Ploen Noord en Plakse Weide. Oplevering van deze wijken kan verwacht worden vanaf ongeveer 2025. In Ploen Noord komen naar verwachting 80 tot 100 woningen waarvan 15% sociale huur. In Plakse Weide komen 280-300 woningen waarvan 15% sociale huur. In totaal komen er 55-60 woningen sociale huur in deze nieuwe ontwikkelingen. Gemeente en Vivare willen deze woningen echter niet allemaal reserveren voor bewoners van de flexwoningen. Een verhurende partij kan onderzoeken hoeveel of er ook enkele woningen met een tijdelijk huurcontract verhuurd kunnen worden. Wanneer bewoners er wonen onder een tijdelijk huurcontract hoeft de verhurende partij aan het einde van de looptijd geen vervangende woonruimte aan te bieden. Daarmee vervalt echter de bijdrage die het project wil leveren aan permanente huisvesting van inwoners. Voor de 200 asielzoekers verwacht het COA de opvang na sluiting van deze locatie op andere vestigingen te kunnen voortzetten.
3.4.3 Veiligheid Rollen en verantwoordelijkheden De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. De burgemeester, officier van justitie en politie maken in het driehoeksoverleg afspraken over de inzet van politie in de gemeente. Het handhaven van de veiligheid binnen de opvanglocatie valt onder de verantwoordelijkheid van het COA. De politie zorgt voor het handhaven van de veiligheid buiten de opvanglocatie. Wanneer een locatie is gerealiseerd wordt er een regulier overleg ingesteld tussen COA, gemeente en de politie om eventuele incidenten snel te bespreken en hier op in te kunnen spelen. In een bestuursovereenkomst en aanvullende werkafspraken worden afspraken gemaakt over leefbaarheid en veiligheid rond de opvanglocatie en de manier waarop die gemonitord gaan worden. Indien incidenten binnen de opvanglocaties gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde wordt door het COA in eerste instantie de politie geïnformeerd en indien nodig de burgemeester. Wanneer er in onderdeel C meer duidelijk is over de beoogde locatie wordt hierover gesproken met de politie.18 Gesprek politie Ruimtemanagers heeft gesproken met de politie team Rivierenland-Oost over mogelijke effecten van een AZC+ voor de openbare orde en veiligheid in Duiven. Belangrijke inzichten zijn hieronder opgesomd.
De informatie uit het gesprek is ook meegenomen bij het opstellen van het programma van eisen in hoofdstuk 2. De belangrijkste punten uit het gesprek zijn: -
18
De politie vraagt aandacht voor de combinatie van flexwonen en AZC en adviseert voor de flexwoningen geen kwetsbare groepen te combineren met een AZC. Dit is advies is meegewogen in het vaststellen van de doelgroepen voor het flexwonen (zie paragraaf 2.3.2). Idealiter kunnen de bewoners van de flexwoningen iets betekenen voor het AZC of andersom. Denk hierbij aan een rol in inburgering, taalonderwijs, sport of anderszins.
Uitgebreide informatie over veiligheid op een opvangcentrum staat op: https://www.coa.nl/nl/veiligheidenrond-AZCs en https://www.coa.nl/nl/overlast-en-maatregelen.
40
-
-
-
-
Voor het AZC is de verwachting vanuit de politie dat een doelgroep die niet in spanning zit over een procedure en een bezetting met meer gezinnen met kinderen tot minder incidenten kan leiden. Onzekerheid over een procedure kan spanningen veroorzaken bij bewoners van het AZC. De politie vraagt ook specifiek aandacht voor verkeersveiligheid. Specifiek bij gezinnen met kinderen kan de nabijheid van grotere wegen een aandachtspunt zijn. Uiteraard moet de locatie wel goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten en het openbaar vervoer. De politie maakt graag duidelijke afspraken met het COA over beveiliging. Ook bij de politie is de bezetting en een personeelstekort een aandachtspunt. Voldoende toezicht en beveiliging van het COA op het eigen terrein is een voorwaarde voor realisatie. De politie zou graag zien dat er, nadat de locatie is gerealiseerd, een regulier overleg tussen COA, gemeente en de politie wordt georganiseerd.
Verantwoordelijkheid COA Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA huisregels die asielzoekers moeten naleven. Laten zij hun medebewoners of COA-medewerkers niet in hun waarde of overtreden ze op een andere manier de huisregels? Dan treft het COA maatregelen. Strafbare feiten meldt het COA altijd bij de politie. Samen met de partners uit de bestuursrecht- en strafrechtketen treft het COA maatregelen tegen overlastgevers. Buiten het COA is de politie verantwoordelijk voor de openbare orde. Voor zowel incidenten binnen als buiten de grenzen van het AZC is het COA eerste aanspreekpunt. Screening door COA Het COA zorgt voor een screening en selectie van asielzoekers die in het AZC komen. Het COA houdt met de plaatsing van asielzoekers rekening met eventuele spanningen tussen groepen asielzoekers van bijvoorbeeld verschillende nationaliteiten. Voor het AZC+ in Duiven is het belangrijk dat er ook afstemming is over de doelgroepen in het AZC en de flexwoningen. Goede communicatie en duidelijke regels Een goede communicatie tussen COA, gemeente en andere belanghebbenden zorgt er voor dat het gevoel van sociale veiligheid zo optimaal mogelijk is. Door elkaars verwachtingen uit te spreken, afspraken vast te leggen en te toetsen, kan het onderling vertrouwen gewaarborgd worden. Ook moet gedacht worden aan fysieke maatregelen zoals voldoende verlichting.
Asielzoekers die in een AZC verblijven, hebben zich te houden aan de huisregels van het COA. Daarbuiten moet zij zich houden aan de regels die gelden voor iedereen.
3.4.4 Onderwijs Een komst van een AZC kan tot extra druk leiden op scholen in de omgeving. Voor jongere kinderen is het soms mogelijk dat ze instromen in een lokale basisschool. Voor oudere kinderen is het waarschijnlijker dat ze naar een Engelstalige of meertalige school gaan. In veel gevallen zal dit in Arnhem zijn. De kosten voor onderwijs worden gedragen door het OHBA (onderwijshuisvestings-budget asielzoekers). Ouders van kinderen in het AZC worden geïnformeerd over de leerplicht. Het COA maakt afspraken met de gemeente over het onderwijs voor kinderen in het AZC en over eventueel vervoer of huisvesting. De gemeenten blijven verantwoordelijk voor het naleven van de leerplicht. Scholen kunnen bij het organiseren van huisvesting en van het onderwijs zelf ondersteund worden door het Lowan (ondersteunt onderwijs aan nieuwkomers). Als de leerplichtige kinderen op de opvanglocatie zijn, moet het onderwijs zo spoedig mogelijk geregeld zijn. De besturen van de basisscholen in Duiven hebben aangegeven geen of niet veel extra leerlingen meer aan te kunnen 41
nemen. Uitgangspunt van de ontwikkeling is dan ook het COA zelf voor invulling van onderwijs zorgt.19 Kinderopvang De kinderopvang in Duiven is momenteel overbezet. Vanuit het AZC is geen extra vraag naar kinderopvang verwacht. Met het COA wordt afgesproken dat eventuele vraag naar kinderopvang vanuit het COA zelf wordt ingevuld. Vanuit de flexwoningen kan er een vraag ontstaan naar kinderopvang. Maar omdat het vooral woningen betreft voor 1 en 2-persoonshuishoudens is geen grote druk te verwachten.
3.4.5 Gezondheidszorg Asielzoekers hebben recht op toegang tot medische zorg. Het is de taak van het COA om de toegang tot die zorg te organiseren. Het COA werkt hierin nauw samen met de verschillende betrokken organisaties. Voor huisartsenzorg gaan asielzoekers naar Gezondheidszorg Asielzoekers (GZA), een landelijke huisartsenpraktijk van Arts en Zorg. Er is een centrum in, of dichtbij, elk AZC. Als het nodig is, verwijst de huisarts door naar andere zorgverleners zoals een medisch specialist. Als een asielzoeker onvoldoende Nederlands (of Engels) spreekt, kan een zorgverlener een professionele tolk inschakelen. Het COA vergoedt dan de kosten. Sociaal domein De eventuele komst van een AZC+ zal impact hebben op het brede sociale domein. Vanuit veel organisaties die werkzaam zijn in het sociaal domein komen er signalen dat er op dit moment al problemen zijn met onder meer de bezetting. Dit speelt in verschillende werkvelden die hieronder kort worden toegelicht. Huisartsenzorg De huisartsenzorg in Duiven is momenteel overbezet. De gemeente zal in de vervolgfase duidelijke afspraken moeten maken met het COA dat de toegang tot medische zorg niet tot extra belasting van de huisartsenzorg in Duiven leidt. Eenzelfde situatie geldt voor tandartszorg in Duiven. Uitgangspunt van de ontwikkeling is dan ook het COA zelf voor invulling van gezondheidszorg zorgt.
Hierbij is het een aandachtspunt dat juist de lokale huisartsen vaak de beste kennis hebben over het lokale netwerk van aanvullende hulpverleners. GGD Net als voor alle andere inwoners van Nederland is de GGD verantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers. Deze zorg omvat onder meer infectie-ziektepreventie en bestrijding, gezondheidsvoorlichting en jeugdgezondheidszorg (JGZ). Ook voert de GGD bij aankomst in Nederland de verplichte controle op tuberculose uit, voor asielzoekers uit landen waar tbc veel voorkomt.20 Jeugdhulp Sinds 1 januari 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan kinderen die in een AZC wonen en aan Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV). Gemeenten krijgen hiervoor een vergoeding op basis van de aantallen kinderen die op de opvanglocatie verblijven. De
19
Meer informatie over het organiseren van onderwijs aan asielzoekerskinderen staat op https://www.coa.nl/nl/onderwijs-kinderen. 20 Meer informatie over gezondheidszorg staat op https://www.coa.nl/nl/medische-zorg-aan-asielzoekers en https://www.coa.nl/nl/vergoeding-van-medische-zorg
42
jeugdverpleegkundige van de gecontracteerde Jeugdgezondheidszorg (JGZ) instelling is de schakel tussen het COA en de gemeentelijke (of regionale) jeugdhulpstructuur.21 In het AZC in Duiven komen in principe geen Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen waarvoor waarschijnlijk veel specifieke jeugdhulp nodig is maar wel gezinnen met kinderen. De eventuele komst van een AZC+ impact zal hebben op de jeugdhulpverlening. Ambtelijk vanuit de gemeente is aangegeven dat deze nu al kampen met problemen in de uitvoering (bezetting).
3.4.6 Mikado Gesprek Mikado Ruimtemanagers heeft gesproken met Mikado over mogelijke effecten van een AZC+ voor de welzijnsorganisatie. Belangrijke inzichten zijn hieronder opgesomd. De informatie uit het gesprek is ook meegenomen bij het opstellen van het programma van eisen in hoofdstuk 2. Stichting Mikado is een brede welzijnsorganisatie die projecten en diensten aanbiedt voor mensen in Duiven en Westervoort. Mikado is een onderdeel van Santé Partners. Dit is een grote zorgorganisatie die in 32 gemeentes werkt. Mikado is het zogeheten ‘voorliggend veld’, algemene ondersteuning voor bewoners op het vlak van welzijn voordat mensen worden doorverwezen naar gespecialiseerde hulp. Mikado is niet de enige organisatie in het voorliggend veld maar wel de grootste in Duiven. Met andere organisaties is op dit moment niet gesprek. Doelgroepen Mikado geeft aan dat het veel uitmaakt wat de doelgroep is voor het AZC en de flexwoningen. Mikado geeft aan voor het AZC meer te kunnen betekenen wanneer bewoners er langer blijven. Wanneer bewoners er maar enkele weken tot enkele maanden blijven kan Mikado weinig betekenen. Mikado adviseert om voor de flexwoningen ook mensen vanuit de veerkrachtige doelgroep in aanmerking te laten komen. Vanuit het opbouwwerk weten we dat dit de leefbaarheid ten goede kan komen.
Groepswerk Mikado biedt taalgroepen op diverse niveaus aan en de ontmoetingsgroep Musharake. Deze groep kent een wekelijks programma waar we vragen van deelnemers beantwoorden over de Nederlandse samenleving in eigen taal (Inburgering, gezondheid, financiële zaken/problemen, maatschappelijk en overheidsinformatie.) Tevens biedt Mikado participatiemogelijkheden. Vanuit Mikado/SantePartners wordt ook Algemeen maatschappelijk werk en Sociaal raadsliedenwerk aangeboden. Afspraken en duidelijkheid vooraf Mikado heeft behoefte om vooraf met de gemeente, het COA en de verhurende partij samen afspraken te maken over rollen en verantwoordelijkheden en onderlinge samenwerking. Dit kan het beste georganiseerd worden in een basisgroep. Hierbij heeft Mikado grote behoefte aan duidelijkheid, bijvoorbeeld over wanneer bewoners arriveren, welke doelgroepen er komen en hoe lang ze blijven. Mikado zou ook graag op tijd duidelijk willen weten of het AZC+ er komt of niet om voldoende voor te kunnen bereiden, om de capaciteit en zorgvraag in te kunnen schatten en om te kunnen anticiperen. Mikado wil hiervoor tenminste een half jaar de tijd hebben.
21
Meer informatie over jeugdhulp staat op de website van de VNG https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/asielzoekerskinderen
43
Samen doen Als het AZC+ er komt heeft Mikado meer mensen nodig. Daarvoor zal Mikado ook de samenwerking zoeken met andere partijen. Het is de wens het echt met een team te gaan doen. Mikado heeft zelf goede banden met lokale hulpverleners en zorgverleners zoals bijvoorbeeld praktijkondersteuners van de huisarts. Mikado geeft aan het netwerk en de kennis van de lokale partijen zoals huisartsen erg waardevol te vinden. Mikado wil bij het opstarten van de zorg graag ervaringen uitwisselen met het COA, met andere gemeenten en met andere zorgorganisaties die ervaring hebben met deze opgave. Wat willen mensen zelf Mikado vindt het allerbelangrijkste om te vragen: wat willen deze mensen zelf? In de ervaring van Mikado kunnen de groepen heel divers zijn variërend van mensen met een universitaire studie en sommigen die niet kunnen niet lezen of schrijven. Deze hebben om een hele andere zorgvraag. Voor Mikado is het uitgangspunt: Wat hebben mensen nodig? Kortom: • Kortdurend is lastig, langdurend kan Mikado meer voor betekenen; • 300 extra bewoners is veel voor zo’n kleine organisatie, Mikado heeft hiervoor hulp en ondersteuning bij nodig; • Op tijd informatie over doorgaan van het project over doelgroepen en zorgvraag; • Samenwerking zoeken met partners; • Vooraf informatie ophalen bij ervaringsdeskundigen.
3.4.7 Vluchtelingenwerk Ruimtemanagers heeft gesproken met Vluchtelingenwerk over mogelijke effecten van een AZC+ in Duiven. Belangrijke inzichten zijn hieronder opgesomd. De informatie uit het gesprek is ook meegenomen bij het opstellen van het programma van eisen in hoofdstuk 2. Vluchtelingenwerk is een professionele vrijwilligersorganisatie. Vluchtelingenwerk heeft contracten met gemeenten over ondersteuning bij de huisvesting vergunninghouders (decentrale ondersteuning) en met het ministerie over ondersteuning bij AZC’s. De belangrijkste punten uit het gesprek zijn: • Vluchtelingenwerk is positief over de beoogde ontwikkeling in Duiven en over de realisatie van kleinschalige AZC’s in het algemeen. Reguliere opvang in een AZC is te prefereren boven de crisis- en noodopvang die op dit moment gerealiseerd wordt. • Vluchtelingenwerk ziet de krapte op de arbeidsmarkt maar heeft zelf voldoende personeel en vrijwilligers. Een mogelijk tekort aan personeel of vrijwilligers is voor Vluchtelingenwerk een uitdaging maar op dit moment geen grote zorg. • Vluchtelingenwerk vraagt om veel aandacht voor transparantie en openheid in de communicatie. Het openbaar delen van informatie kan veel frustratie voorkomen. Het is de ervaring van Vluchtelingenwerk dat weerstand verminderd kan worden wanneer mensen zich gehoord voelen.
In communicatie is voor Vluchtelingenwerk een belangrijk uitgangspunt om het verhaal menselijk te maken en het contact te leggen tussen de bewoners van het AZC en de omwonenden, bijvoorbeeld op een informatiebijeenkomsten voor omwonenden. Vluchtelingenwerk wil de gemeente en het bestuur hierin graag adviseren en ondersteunen.
44
4. Locatiestudie Omschrijving locatiestudie uit de bestuursopdracht Op basis van een (bestuurlijk-)ambtelijke brainstorm worden alle mogelijke locaties binnen de gemeente geïnventariseerd. Ook de suggesties die de omwonenden van locatie aan de Rijksweg hebben gedaan worden hierin meegenomen. Al deze locaties komen op een groslijst. Op deze lijst komen in elk geval de gemeentelijke kavel tussen Rijksweg 2 en 4 (alwaar circa twintig jaar geleden eerder tijdelijk een AZC heeft gestaan) en een aantal woningbouwlocaties. Andere locaties kunnen zijn waar gemeente, provincie of rijk grondeigendom hebben of een andere grond-/vastgoedeigenaren die hieraan wil mee werken. Ook bestaande locaties die getransformeerd kunnen worden van kantoor/bedrijfsruimte naar opvang worden bekeken.
4.1
Groslijst
4.1.1 Samenstelling groslijst Om te komen tot een locatiestudie is er eerst breed gekeken naar mogelijke locaties in de gemeente. De gemeente heeft zelf locaties verzameld, met name waar de gemeente of een andere overheid grondeigenaar is. Vervolgens zijn locaties die recent bekeken zijn in de zoektocht naar mogelijkheden voor de opvang van Oekraïners aan de lijst toegevoegd. Daarnaast zijn ook locaties meegenomen die door bewoners zijn aangedragen. Een aantal omwonenden van de mogelijke locatie aan de Rijksweg hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om locaties aan te dragen. Toelichting locaties De gemeente heeft locaties die beoogd zijn als bedrijventerrein maar nog niet zijn ingevuld opgenomen op de groslijst. Daarnaast zijn twee uitbreidingslocaties voor woningbouw en een reserve woningbouwlocatie meegenomen. Ook is het gemeentelijke kavel tussen Rijksweg 2 en 4 waar circa twintig jaar geleden eerder tijdelijk een AZC heeft gestaan meegenomen. Andere locaties kunnen zijn waar een grond-/vastgoedeigenaren bezit heeft die hieraan wil mee werken. Ook bestaande locaties die getransformeerd kunnen worden van kantoor/bedrijfsruimte naar opvang zijn opgenomen op de groslijst. Onderstaande lijst biedt een overzicht van de locaties, het huidige gebruik en de nabijgelegen kern.
Ook is hier te zien of locaties zijn meegenomen in het eerdere onderzoek naar huisvesting Oekraïners (GOO onderzoek). Locaties / zoekgebied Enkele locaties zijn significant groter dan de benodigde 3 ha. In dit onderdeel is nog niet nader onderzocht waar een eventueel AZC+ binnen de contouren van deze locaties het beste geplaatst zou kunnen worden. Voor deze locaties is op onderstaande kaart in lichter blauw een zoekgebied aangeduid. Ter verduidelijking is binnen elk zoekgebied indicatief aangegeven hoe groot een oppervlak van 3 ha daadwerkelijk is. Locaties in Westervoort Gedurende het traject zijn er ook twee locaties aangedragen buiten de gemeente Duiven. Het betreft twee locaties in Westervoort. Het onderzoek naar een eventueel AZC+ is een opgave van de gemeente Duiven. Om die reden zijn locaties buiten de gemeentegrenzen niet meegenomen in de beoordeling (locaties met * en ** op onderstaande kaart). De gemeente Westervoort is hierover geïnformeerd. 45
4.1.2 Locaties groslijst # Naam
Gebruik / bestemming
Kern
1 Seingraaf
Bouwgrond Bedrijventerrein Bouwgrond Bedrijventerrein Bouwgrond Bedrijventerrein Agrarisch Bouwgrond Bedrijventerrein Bedrijf Agrarisch Woningbouwlocatie / Agrarisch Agrarisch Agrarisch Bouwgrond Maatschappelijk
Duiven
Bouwgrond Centrum Maatschappelijk Maatschappelijk Parkeerterrein / Groen Woningbouwlocatie / Agrarisch Parkeerterrein / Groen
Duiven Duiven Duiven Duiven Duiven
Agrarisch
Duiven/Westervoort
Groen Groen