A11l. Bijlage 11 - Bijlage 9 Factsheet bijzondere kosten jeugdbescherming (201526649) (1).pdf
Tekst van het document
FACTSHEET
Bijzondere kosten Jeugdbescherming 1 Inleiding Met de invoering van de Jeugdwet bent u als gemeente verantwoordelijk geworden voor jeugdhulp in het gedwongen kader en de bekostiging ervan. Over de diverse varianten en tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering verscheen in 2014 een uitgebreide brochure. http://www.voordejeugd.nl/actueel/ nieuwsberichten/1410-handreiking-tarieven-2014-jeugdbescherming-en-jeugdreclassering-beschikbaar. Het jeugdbeschermingstarief is opgebouwd uit een aantal onderdelen: urenbesteding voor directe uitvoering, opslagkosten, personele overhead kosten en bijzondere kosten. Deze factsheet gaat over de bijzondere kosten. Bijzondere kosten zijn specifieke kosten die gemaakt worden voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel (voogdij of ondertoezichtstelling) die uit huis zijn geplaatst en in een residentiële voorziening of zelfstandig wonen. De bijzondere kosten van pleegkinderen blijven in deze factsheet buiten beschouwing. Deze worden geregeld via de pleegvergoeding waarover u meer kunt lezen in de recent verschenen Handreiking Pleegvergoeding. http://www.voordejeugd.nl/actueel/nieuwsberichten/1599-handreiking-vergoeding-pleegzorg-voorgemeenten-beschikbaar. Bijzondere kosten hebben geen betrekking op de dagelijkse kosten voor opvoeding en verzorging van een jeugdige.
Het gaat om specifieke kosten die kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: 1
Algemene bijzondere kosten: denk aan kosten van schoolkeuze-advies, naamswijziging, identiteitsbewijs etc.
2
Ziektekosten: hier gaat het met name om de vergoeding van de aanvullende zorgverzekering en eventuele ziektekosten die niet door de zorgverzekering worden gedekt. Ook de ziektekosten van illegale jeugdigen onder voogdij vallen onder deze kostenpost.
3
Kosten forensische diagnostiek: hier gaat het om forensisch onderzoek dat de jeugdbescherming aanvraagt ten behoeve van een justitiële beslissing van een rechterlijke instantie.
April 2016
In artikel 303 van het Burgerlijk Wetboek staat dat - voor zover de wet niet anders bepaalt - de met voogdij belaste stichting dezelfde bevoegdheden en verplichtingen heeft als andere voogden. Als gemeente moet u hiervoor de voorwaarden scheppen. De bijzondere kosten werden tot 2015 vergoed vanuit de provinciale doeluitkering die geheel is opgegaan in de integratie-uitkering Sociaal Domein. De vergoeding voor de bijzondere kosten is eind 2013 vastgesteld op € 255 per maatregel (en als component toegevoegd aan het door het Rijk vastgestelde integrale tarief voor zowel de maatregel van voogdij als de ondertoezichtstelling. Voor jeugdigen van de William Schrikker Groep (WSG) gold een hoger tarief van € 462 aangezien de zorg voor jeugdigen met een beperking hogere bijzondere kosten met zich meebrengt. De bijzondere kosten maken deel uit van het integrale tarief voor de OTS en voogdij zoals deze is opgenomen in de factsheet ‘Tarieven Voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering’. Als gemeente heeft u een financiële zorgplicht en dient u afspraken te maken met gecertificeerde Instellingen (GI’s) over de vergoeding van bijzondere kosten.
Welke kosten komen al dan niet in aanmerking voor vergoeding? Bepaalt u dat samen met de GI of laat u de GI hierin vrij? Hoe groot is het beschikbaar budget? Op welke wijze worden de bijzondere kosten gefinancierd; lumpsum of maakt u andere afspraken? Deze factsheet voorziet u van input voor dit gesprek. U krijgt informatie over uw wettelijke zorgplicht en krijgt een overzicht van veelvoorkomende bijzondere kosten in de praktijk. Overigens gaat het om aan te bevelen richtlijnen, dus niet om wettelijk voorgeschreven normen. In de slotparagraaf vindt u aandachtspunten voor samenwerking met de GI.
2 Wat schrijft de wet voor? Voor jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel geldt dat de biologische ouders onderhoudsplichtig zijn en bijzondere kosten zelf moeten vergoeden. Deze onderhoudsplicht, de wettelijke verplichting van iemand om een ander te onderhouden, vloeit voort uit artikel 1:392 BW. Onderhoudsplicht houdt in dat ouders er in ieder geval voor moeten zorgen dat de jeugdige basale zaken als onderdak, kleding, voeding, scholing, medische hulp en verzekeringen krijgt. In de praktijk komt het echter geregeld voor dat in het belang van het kind bijzondere kosten voor een jeugdige gemaakt moeten worden die niet op de ouders (kunnen) worden verhaald, die ook niet uit een andere regeling vergoed kunnen worden en waarbij het wel in het belang van de jeugdige is dat deze kosten worden gemaakt. Het ministerie heeft daartoe een vergoeding voor deze bijzondere kosten opgenomen in het integrale tarief van de OTS en de voogdij. Deze middelen zijn overgeheveld aan de gemeenten. De gemeente heeft vanuit de Jeugdwet een zorgplicht in dergelijke gevallen. Het maakt wel uit welke kinderbeschermingsmaatregel is uitgesproken. Hieronder leest u hierover meer. Zorgplicht gemeente bij voogdij De GI die met de voogdij van een jeugdige is belast, heeft in principe dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als andere (reguliere) voogden.
Dit is bepaald in artikel 1:303 Burgerlijk Wetboek (BW). De GI is als voogd verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van de jeugdige, is diens wettelijk vertegenwoordiger en beheert diens vermogen. De GI heeft als voogd geen onderhoudsplicht omdat deze in principe nog bij de ouders ligt. Als er geen onderhoudsplichtigen zijn of als deze niet in staat zijn om aan deze plicht te voldoen (b.v. als gevolg van beperkte financiële omstandigheden), kan1 de GI als voogd besluiten bepaalde bijzondere kosten, in het belang van de jeugdige te vergoeden. In de praktijk blijkt dat ouders van wie het gezag beëindigd is vaak niet aan hun onderhoudsplicht gehouden kunnen worden. Voor deze kosten voor voogdijkinderen t.a.v. de onderhoudsplicht wordt er een beroep gedaan op gemeenten. In aanvulling hierop. Voor pleegkinderen met een kinderbeschermingsmaatregel (gedwongen kader) en pleegkinderen onder pleegoudervoogdij geldt voor de overheid een bijzondere onderhoudsplicht die pleegouders in staat stelt deze
1
Er wordt gesproken over ‘kan’ omdat in eerste instantie getracht moet worden de kosten op de ouders te verhalen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
pleegkinderen adequaat te verzorgen en op te voeden. Grondslag voor deze bijzondere onderhoudsplicht van de overheid is de uitspraak van de Hoge Raad op 30 november 2007 (ECLI:NL:2007:BA8447). Zorgplicht gemeente bij ondertoezichtstelling (OTS) In het geval van een ondertoezichtstelling ligt de onderhoudsplicht en wettelijke vertegenwoordiging bij de ouder(s) met gezag, ongeacht of de jeugdige in het kader van een ondertoezichtstelling met een machtiging uithuisplaatsing in een residentiële voorziening is geplaatst. Het kan ook bij de OTS desondanks voorkomen dat noodzakelijke bijzondere kosten niet op de ouders (kunnen) worden verhaald, terwijl het wel in het belang van de jeugdige is dat deze kosten worden gemaakt. De GI kan dan besluiten om deze kosten te maken en zal voor vergoeding een beroep doen op de gemeente. Bijzondere kosten komen derhalve voor vergoeding in aanmerking als: a
de kosten door de GI/gemeente als noodzakelijk en bijzonder worden beoordeeld,
b
er sprake is van een uithuisplaatsing op grond van een machtiging,
c
er voor deze kosten geen uitkering op grond van een andere regeling kan worden verstrekt en
d
de kosten redelijkerwijs niet zijn te verhalen op de onderhoudsplichtige ouders.
3 Algemene bijzondere kosten Tot 2015 werden door Bureaus Jeugdzorg – thans GI - uiteenlopende algemene bijzondere kosten vergoed. Deze zijn geïnventariseerd en vindt u in het onderstaande overzicht. Dit overzicht is niet voorschrijvend of uitputtend; een GI kan in het belang van het kind andere kosten vergoeden. Als gemeente dient u hierover afspraken te maken met de GI. Ook kunt u afspraken maken over eventuele aanvullende voorwaarden per kostenpost. Denk aan het opnemen van een maximumbedrag per kostenpost of het vaststellen van bedragen per leeftijdscategorie en/of bedragen per periode. Daarnaast kunnen voorwaarden worden opgenomen die verband houden met de administratieve afwikkeling zoals de wijze van declareren. In het onderstaande overzicht vindt u ook nog aanvullende vergoedingen voor twee speciale categorieën jeugdigen: jeugdigen die in een voormalige AWBZ-instelling zijn geplaatst en minderjarigen die zelfstandig wonen. Inventarisatie algemene bijzondere kosten Aansprakelijkheidsverzekering Bij aansprakelijkheid is de leeftijd van de jeugdige van belang: •
De wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige (ouder met gezag of voogd) is aansprakelijk voor de schade die een minderjarige jonger dan 14 jaar aanricht. Dit wordt risicoaansprakelijkheid genoemd.
•
Als een jeugdige tussen de 14 en 16 jaar schade veroorzaakt, dan is zowel de jeugdige zelf als de wettelijk vertegenwoordiger aansprakelijk. De wettelijk vertegenwoordiger kan echter niet aansprakelijk gesteld worden als deze kan aantonen dat hij/zij de schade toebrengende gedraging niet had kunnen voorkomen.
•
Een jeugdige van 16 jaar en ouder is zelf aansprakelijk, tenzij het de wettelijk vertegenwoordiger verweten kan worden dat deze de schade toebrengende gedraging niet heeft belet.
•
De aansprakelijkheidsverzekering keert niet uit als er opzet in het spel is, tenzij de jeugdige jonger dan 12 jaar is.
De GI heeft voor jeugdigen onder voogdij en voor uit huis geplaatste jeugdigen met een ondertoezichtstelling een secundaire AVP (Aansprakelijkheidsverzekering Particulieren) afgesloten. ‘Secundair’ betekent hier dat de AVP van de ouders of de pleegouders aangesproken wordt, voordat de verzekering van de GI aangesproken kan worden. In geval van een schade veroorzaakt door een jeugdige die onder toezicht staat, moet bepaald worden of de eigen ouders- of pleegouders verzekerd zijn en bij voogdij de pleegouders. Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Naamswijziging Als de GI een naamswijziging voor een jeugdige noodzakelijk acht, kan deze de kosten (deels) vergoeden. Reiskosten in verband met onderwijs Noodzakelijke reiskosten die in verband met het volgen van lessen met het openbaar vervoer worden gemaakt, komen in aanmerking voor een vergoeding. De vergoeding wordt voor een bepaalde periode verstrekt (bijvoorbeeld voor een maand) en er kan sprake zijn van een eigen bijdrage. Ook kunnen er voorwaarden worden gesteld aan de administratieve afwikkeling of aan het te reizen traject. Reiskosten ouders Reiskosten van ouders voor bezoeken aan hun elders geplaatste kind(eren) kunnen periodiek (bijvoorbeeld eenmaal per maand) worden vergoed. Ook aan deze vergoeding kunnen voorwaarden worden verbonden, zoals het inkomensniveau van de ouders, het vervoermiddel, de maximale hoogte van de vergoeding en de wijze van administratieve afwikkeling. Aanschaf (brom)fiets of scooter De vergoeding voor de aanschaf van een fiets, bromfiets, regenpak, bromfietscertificaat, helm, reparaties en dergelijke kan per leeftijdscategorie worden geregeld, per periode (bijvoorbeeld per 2 jaar) of beiden. Binnen de genoemde periodes of leeftijdscategorieën kunnen de bedragen eventueel verdeeld worden over meerdere aanschaffen. Aanvullende voorwaarden kunnen zijn: •
Bedragen die in een periode niet volledig zijn benut, kunnen niet worden overgeheveld naar een volgende periode.
•
Betaling vindt uitsluitend plaats aan de hand van de originele bon of nota.
Bril en contactlenzen Als een bril niet wordt vergoed door de zorgverzekeraar, kan een vergoeding per periode plaatsvinden voor de aanschaf van een montuur tot een maximumbedrag. Brilglazen kunnen worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar. De maximale vergoeding voor lenzen, vloeistof, controle en eventuele verzekering kan afhankelijk worden gesteld van leeftijd, periode en medische indicatie. De bedragen kunnen eventueel verdeeld worden over meerdere aanschaffen. Let op aftrek van de vergoeding door de zorgverzekeraar. Begrafenis of crematie De aan een begrafenis of crematie verbonden kosten die redelijkerwijs moeten worden gemaakt, kunnen na overleg ten laste van de GI worden gebracht. Identificatiebewijs (paspoort of identiteitskaart) Krachtens de Wet op de Identificatieplicht geldt voor alle personen vanaf 14 jaar een identificatieplicht. Voor uithuisgeplaatste minderjarigen van 14 jaar en ouder kunnen de kosten voor aanschaf van een identificatiebewijs (inclusief eventueel benodigde pasfoto’s ) volledig gedeclareerd worden bij de GI. Als voorwaarde kan worden opgenomen dat vermissings- en spoedkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Uittreksel geboorteregister BPR De kosten voor het verkrijgen van een uittreksel uit het persoonsregister en/of geboorteregister ten behoeve van het voldoen aan wettelijke verplichtingen komen voor vergoeding in aanmerking.
Kosten verbonden aan onder curatele stelling, bewindsvoering of mentorschap Deze kosten worden sporadisch opgevoerd en bekostigd voor jeugdigen met een verstandelijke beperking omdat deze kosten niet langs andere weg worden vergoed. Vereniging van Nederlandse Gemeenten
School- en beroepskeuzeonderzoek De kosten van school- of beroepskeuzeonderzoek kunnen voor een minderjarige vanaf een bepaalde leeftijd (veelal 12 jaar) worden vergoed tot een bepaald maximum. Verblijfsvergunning De kosten van een verblijfsvergunning komen voor vergoeding in aanmerking, mits deze inhoudelijk zijn onderbouwd door de voogd. Tolk Tolkkosten kunnen worden vergoed als deze noodzakelijk worden geacht voor de hulpverlening. Algemene onderwijskosten Het uitgangspunt is dat de kosten verbonden aan het volgen van regulier onderwijs, niet zijnde basisonderwijs, (zoals les- en cursusgeld) worden vergoed. Onder regulier onderwijs worden opleidingen verstaan die: •
door de overheid worden bekostigd (rijks- of gemeentelijke scholen)
•
door de overheid worden aangewezen (bijvoorbeeld bijzonder onderwijs)
•
erkend zijn op grond van de Wet op de erkende onderwijsinstellingen (particuliere scholen)
Als een minderjarige in het kader van voorbereiding op zelfstandigheid is aangewezen op het volgen van niet regulier onderwijs, worden de hieraan verbonden kosten, zoals lesgelden en boeken, in principe vergoed. Specifieke onderwijskosten Onder deze kosten vallen: •
Boeken en leermiddelen voortgezet onderwijs tot een maximumbedrag per schooljaar (inclusief pennen, schriften, agenda, schooltas, rekenmachine)
•
Ouderbijdrage en schoolreizen basisonderwijs tot een maximumbedrag per schooljaar
•
Ouderbijdrage en schoolreizen voortgezet onderwijs tot een maximumbedrag per schooljaar
•
Lesmateriaal beroepsopleiding
•
Als in het kader van een beroepsopleiding materialen en/of duurzame goederen moeten worden aangeschaft, kan per periode (bijvoorbeeld twee schooljaren) een vergoeding worden toegekend.
Kleding Bij een eerste uithuisplaatsing kan een bedrag worden vergoed voor een kledinguitzet. Deze vergoeding is niet van toepassing voor gezinnen die kinderen in een crisissituatie opvangen; voor hen geldt namelijk de regeling pleegvergoeding. Aanvullende vergoedingen voor jeugdigen in een voormalige AWBZ-voorziening2 Voor jeugdigen die in een voormalige AWBZ-voorziening worden geplaatst, gelden de onderstaande aanvullende vergoedingen: Zak-, kleed- en wasgeld Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige wordt een bedrag per dag uitgekeerd. Bij het bepalen van de te declareren periode telt zowel de dag van aankomst als de dag van vertrek mee. Vakantiekampen voor jeugdigen met een beperking Als een minderjarige met een beperking op aanwijzing van de GI een vakantiekamp speciaal aangepast aan zijn/haar beperking bezoekt, kunnen de hieraan verbonden kosten tot een bepaald bedrag worden vergoed.
2
Vóór 2015 werden deze posten vanuit verschillende financieringsstromen bekostigd, afhankelijk van het type plaatsing: plaatsing in een AWBZ-instelling of plaatsing in een reguliere residentiële voorziening. Dit had te maken met verschillende wetgeving en daaraan gekoppelde financieringssystematieken. Nu er sprake is van één wet en één financieringssystematiek kan voor deze kostenposten hetzelfde beleid worden gehanteerd door de gemeente als voor de andere genoemde kostenposten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Aanvullende vergoedingen in verband met zelfstandige kamerbewoning Minderjarigen die zelfstandig wonen, komen voor de onderstaande aanvullende vergoedingen in aanmerking: Dagvergoeding Een minderjarige van 15 jaar en ouder die op aanwijzing van de GI zelfstandig op kamers woont, kan een dagvergoeding krijgen als aan de volgende voorwaarden is voldaan: •
Er moet een machtiging uithuisplaatsing voor zelfstandige kamerbewoning zijn.
•
De jeugdige moet een kopie van de huurovereenkomst overleggen.
De dagvergoeding kan niet worden verstrekt aan minderjarigen die vanuit een residentiële voorziening op kamers gaan wonen en nog gedurende een bepaalde periode ingeschreven blijven bij deze voorziening. De dagvergoeding wordt na afloop van de maand uitbetaald. Verblijf in het ziekenhuis Als een zelfstandig wonende minderjarige wordt opgenomen in het ziekenhuis kan de GI deze jeugdige voor een periode van maximaal 3 maanden in staat stellen zijn kamer aan te houden en alle uitgaven te doen die redelijkerwijs in deze periode gedaan moeten worden. Inrichtingskosten Minderjarigen die zelfstandig op kamers gaan wonen, kunnen eenmalig een redelijke vergoeding krijgen voor inrichtingskosten. Deze vergoeding wordt niet verstrekt aan minderjarigen die vanuit een residentiële voorziening op kamers gaan wonen en nog gedurende een bepaalde periode ingeschreven blijven bij deze voorziening. Babyvergoeding Er bestaat een dagvergoeding voor een baby gedurende maximaal 6 maanden (of korter als de moeder eerder meerderjarig wordt) en een vergoeding voor de babyuitzet vanaf de zesde maand van de zwangerschap. Beschermingsmaatregel 18+ 18-plussers met een beperking (die veelal onder voogdij staan van WSG) komen vaak in aanmerking voor een beschermingsmaatregel 18+. De kosten om curatele, bewind en mentorschap te regelen worden voor deze jeugdigen vergoed.
4 Ziektekosten en zorgverzekering Er is veel te doen over de zorgverzekering van jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel. Wat is nu precies de verantwoordelijkheid van gemeenten op dit gebied? Deze paragraaf begint met de belangrijkste punten uit deze discussie en sluit af met hoe gemeenten moeten omgaan met de ziektekosten van een speciale categorie jeugdigen: illegale jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel. Discussie verantwoordelijkheid zorgverkering Verleden De provincies stelden in het verleden geld beschikbaar voor de inkoop en financiering van de aanvullende zorgverzekering voor jeugdigen met een voogdijmaatregel. Bureaus Jeugdzorg kochten de zorgverzekering collectief in bij VGZ. Dit leverde volumekorting op. Bovendien werd bij zorgverzekeraar VGZ een zorgaanbod ingekocht dat past bij deze doelgroep. Voor jeugdigen met een (voorlopige) OTS vergoedden provincies in voorkomende gevallen een aanvullende zorgverzekering ook al gold ook toen de basisregel dat deze kinderen verzekerd moesten worden via hun biologische ouders.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Huidige situatie Gemeenten hebben de middelen voor het financieren van de aanvullende zorgverzekering voor jeugdigen met een voogdijmaatregel overgeheveld gekregen bij de decentralisatie. Voor jeugdigen met een (voorlopige) OTS echter, zijn in uitzonderingsgevallen ook middelen beschikbaar gesteld. De biologische ouders zijn, zo lang zij het gezag hebben over hun kinderen, verantwoordelijk voor het afsluiten en financieren van de zorgverzekering. Ook hier geldt dat niet in alle gevallen op de ouders verhaald kan worden. Gemeenten hebben geen wettelijke verplichting om voor een verzekerde vorm van zorg te kiezen. Wel hebben gemeenten een zorgplicht. Het staat gemeenten dus vrij om te kiezen of zij de zorgverzekering van jeugdigen onder voogdij willen financieren of op andere wijze zorg willen leveren of bekostigen. Situatie 2016 Ook voor 2016 is een collectieve basiszorgverzekering en aanvullende zorgverzekering bij VGZ afgesloten voor jeugdigen onder voogdij. In de praktijk werkt het als volgt: •
Als een rechter heeft bepaald dat een voogdijmaatregel nodig is, dan meldt de GI de jeugdige aan bij VGZ.
•
VGZ brengt de premie rechtstreeks in rekening bij de GI.
•
De jeugdige maakt voor de basiszorgverzekering gebruik van het algemene basispakket VGZ Ruime Keuze en voor de aanvullende zorgverzekering van het speciale op maat gemaakte pakket Aanvullende Verzekering Bureaus Jeugdzorg. Meer informatie vindt u op de website van VGZ https://www.vgz.nl/SiteCollectionDocuments/2016/d0192-vgz-voorwaarden-aanvullend-bureaus-jeugdzorg-2016.pdf. De kosten voor deze verzekeringen ( in 2016 15, 75 euro per maand per kind voor de aanvullende zorgverzekering) verrekenen de GI’s met gemeenten (veelal als onderdeel van het integrale tarief). Er hoeft geen premie te worden betaald voor de basisverzekering.
2017 en verder In overleg met Jeugdzorg Nederland is besloten om de collectieve verzekering voor het jaar 2016 te verlengen. Er blijkt meer tijd nodig voor gemeenten om zich te oriënteren op de mogelijkheden voor individuele financiering van medische kosten die onder de aanvullende verzekering vallen. Gemeenten staan dus met ingang van 2017 voor de keuze: Willen wij de zorgverzekering voor jeugdigen met een voogdijmaatregel voortzetten of willen wij medische kosten als deze zich voordoen zelf dragen als gemeente? Er zijn diverse argumenten meegewogen bij het besluit om ook voor 2016 een collectieve verzekering af te sluiten: •
Het overeengekomen tarief van de collectieve verzekering is zeer gunstig.
•
De collectieve verzekering is aangepast op de veelvoorkomende specifieke behoeften van jeugdigen onder voogdij (zo worden een plaswekker, eigen bijdrage bij ADHD-medicijnen en speltherapie bijvoorbeeld vergoed).
•
Uit de praktijk blijkt dat wanneer een jeugdige onder voogdij geen verzekering heeft, de kosten alsnog bij de gemeente terecht komen (in de vorm van een zorgvraag aan de gemeente, een hoger tarief van de instelling waar de jeugdige verblijft of een declaratieverzoek voor bijzondere kosten in het kader van de pleegvergoeding).
Ziektekosten van illegale jeugdigen Illegale jeugdigen met een maatregel voor voogdij of ondertoezichtstelling kunnen niet worden verzekerd. De GI heeft op grond van artikel 1:303 in het Burgerlijk Wetboek als voogdijinstelling de plicht om de ziektekosten van illegale jeugdigen onder voogdij te betalen. Het gaat landelijk om ca. 70 tot 80 jeugdigen per jaar. Onder ziektekosten vallen alle verstrekkingen zoals die ook gelden voor de basisverzekering alsmede de aanvullende verzekering. De gemeente vergoedt deze kosten aan de GI. De uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen voor illegale jeugdigen maakt immers inclusief ziektekosten deel uit van de doeluitkering die is overgeheveld naar de integratie-uitkering Sociaal Domein.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
In de p*q benadering (zie Brochure Tarieven 2014 Voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering http://www. voordejeugd.nl/actueel/nieuwsberichten/1410-handreiking-tarieven-2014-jeugdbescherming-en-jeugdreclassering-beschikbaar) is net als voor alle andere voogdijkinderen in de prijs (p) een vergoeding opgenomen voor de aanvullende verzekering voor illegale jeugdigen onder voogdij. De aanvullende verzekering is onderdeel van het integrale tarief uit de factsheet. Daarnaast is separaat in de doeluitkering de vergoeding opgenomen voor kosten die vallen onder de basisverzekering. Deze kosten voor de basisverzekering werden via een subsidieregeling uit de doeluitkering bekostigd. Deze doeluitkering is in zijn geheel overgeheveld naar de integratie uitkering sociaal domein. Let op: De ziektekosten voor illegale jeugdigen met een OTS-maatregel worden niet door de GI’s of gemeenten betaald. In principe zijn de ouders onderhoudsplichtig en verantwoordelijk voor de ziektekosten. Als het niet mogelijk is om de ziektekosten op de ouders te verhalen, wat vaak het geval zal zijn, kunnen zorgaanbieders deze kosten declareren bij het Zorginstituut Nederland (regeling Onverzekerbare vreemdelingen http://www.zorginstituutnederland.nl/verzekering/onverzekerbare+vreemdelingen).
Voor een uitgebreide toelichting over kosten voor jeugdhulp en medische kosten bij rechtmatig en niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen verwijs ik u naar de factsheeft: https://www.voordejeugd.nl/15-actueel/1719-factsheet-voor-alle-kinderen-jeugdwet-minderjarige-vreemdelingen
5 Forensische diagnostiek Forensische diagnostiek is psychologische en/of psychiatrische diagnostiek ter voorbereiding van een strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing. Er is een Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd 2014 (LKFDJ). Dit kader is in september 2014 vastgesteld door het zogenaamde Topberaad Jeugd en heeft betrekking op zowel het strafrechtelijke als het civielrechtelijke domein. In het kader zijn afspraken, richtlijnen en procedures vastgelegd over de inhoud, kwaliteitseisen, organisatie en wet- en regelgeving van forensische diagnostiek voor jeugdigen. Jeugdbeschermingsmaatregelen zijn civielrechtelijke beslissingen3. De kosten voor forensisch onderzoek in het civielrechtelijk kader worden beschouwd als bijzondere kosten en moeten door de gemeente worden betaald. Het gaat om diagnostiek ter voorbereiding van een rechterlijke beslissing over: •
een jeugdbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling of voogdij) en bijbehorende machtiging voor uithuisplaatsing
•
gezag en omgangsregeling na een scheiding
•
contra-expertise of een second opinion in het kader van bovenstaande zaken
Uitvoerder Het onderzoek wordt uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) https://www.nifpnet.nl/. Deze onderzoekers werken volgens het Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd 2014 (LKFDJ) https://www.nifpnet.nl/Portals/0/Formats%20straf%20jeugd/ LKFDJ%20-%20definitief.pdf. Opdrachtgever Forensisch onderzoek kan op ieder moment door iedere betrokken partij worden aangevraagd. In de praktijk fungeren de Raad voor de Kinderbescherming en de GI meestal als opdrachtgever. Kosten en betaling Uitgangspunt is dat de opdrachtgever betaalt. Heeft een GI het onderzoek aangevraagd, dan zijn de kosten voor deze GI. GI’s hebben hiervoor budget. In het tarief (p) voor iedere cliënt (q) met een jeugdbeschermingsmaatre-
3
In het kader van het jeugdstrafrecht is in alle gevallen het Openbaar Ministerie (OM) de opdrachtgever en dus ook de financier van het onderzoek.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
gel is voor forensische diagnostiek een gemiddeld bedrag van € 40 per jaar opgenomen als onderdeel van het normbedrag 2014. Dit bedrag werd al gehanteerd in de provinciale doeluitkering Jeugdzorg die in zijn geheel is opgegaan in de integratie-uitkering Sociaal Domein. Voor civielrechtelijke onderzoeken bestonden - in afwijking van strafrechtelijke onderzoeken - nog geen normen voor uurtarieven en het aantal uren dat per onderzoekmodule nodig/beschikbaar is. Civielrechtelijke onderzoeken blijken in omvang zeer uiteenlopend en inzicht in de uurtarieven van de onderzoekers ontbreekt. Eind 2015 is alsnog een richtlijn ontwikkeld. WSG Bij de doelgroep van WSG (jeugdigen en ouders met een beperking) is relatief vaak en uitgebreid forensische diagnostiek nodig. Het is nu eenmaal niet eenvoudig om de opvoedcapaciteiten en leerbaarheid van ouders met een verstandelijke beperking in te schatten. Om te kunnen bepalen of zij adequaat antwoorden kunnen geven op de opvoedingsvragen van hun kinderen (die veelal ook een beperking hebben) is extra onderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
6 Aandachtspunten voor de samenwerking tussen GI en gemeente Het is van belang dat gemeenten met GI’s afspraken maken over de vergoeding van bijzondere kosten. Gemeenten kunnen zich op dit gesprek voorbereiden aan de hand van de onderstaande punten: Aanvullende tarief afspraken nodig! In de huidige contracten tussen gemeenten en GI’s is mogelijk niet expliciet rekening gehouden met bijzondere kosten. Kiezen voor een bekostigingssystematiek Vanuit het oogpunt van efficiency is het wenselijk dat gemeenten op het punt van de bijzondere kosten afspraken maken die aansluiten op de systematiek die zij hanteren bij de algemene financieringsafspraken met de GI. Gemeenten kunnen, ook voor de bijzondere kosten, kiezen voor een van de onderstaande systemen van bekostiging: •
Prestatiebekostiging (ook wel outputbekostiging of p*q-bekostiging genoemd) Deze wijze van bekostiging werd door de provincies gehanteerd. Er bestaat een directe relatie tussen de geleverde prestatie en de bekostiging. Het definiëren, factureren en monitoren van de zorgprestaties in de vorm van zorgproducten staat centraal. Voordeel van deze wijze van bekostiging: het stimuleert de doelmatigheid doordat de kosten per traject of activiteit duidelijk worden, nadelen: het kan hoge administratieve lasten met zich meebrengen en het risico op budgetoverschrijding bestaat als prestaties ongelimiteerd in rekening kunnen worden gebracht.
•
Lumpsum-bekostiging Bij deze wijze van financiering stelt de gemeente als opdrachtgever een totaal budget voor alle diensten en activiteiten van de GI beschikbaar, inclusief bijzondere kosten. De GI dient er zelf voor te zorgen dat dit voldoende is. Er vindt geen nacalculatie plaats. Het bedrag kan worden bepaald op basis van de uitgaven van het vorige jaar. Voordeel van deze wijze van bekostiging is dat de gemeente niet wordt verrast met budgetoverschrijdingen, nadeel is dat de gemeente geen invloed heeft op waaraan het geld wordt uitgegeven. Ook krijgt de gemeente geen zicht op of GI’s de bijzondere kosten maximaal verhalen op onderhoudsplichtige ouders.
•
Richtbedragen (al dan niet met nacalculatie) Dit is een tussenvorm. Vooraf worden met de GI afspraken gemaakt over volume en tarief (richtbedrag) voor de bijzondere kosten. U kunt hiervoor de genoemde bedragen uit de inleiding van deze factsheet gebruiken. De gemeente financiert de bijzondere kosten op basis van deze voorcalculatie. Om de continuïteit van de zorg aan jeugdigen te garanderen, werken sommige gemeenten ook nog met een nacalculatie. Aan het einde van de rit verrekenen zij eventuele meer- of minderkosten met de GI. Dit kan uiteraard voordelig of onvoordelig uitpakken voor een gemeente.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Regionale solidariteit Het is de taak van gemeenten om budgettair ruimte te creëren voor het vergoeden van bijzondere kosten. Daarvoor hebben ze ook de middelen gekregen vanuit de integratie-uitkering Sociaal Domein. Aangezien sommige bijzondere kosten erg hoog kunnen oplopen, met name bij meervoudig beperkte jeugdigen, kan het raadzaam zijn om deze kosten mee te nemen in eventuele regionale solidariteitsafspraken tussen gemeenten. Agenda gesprek van GI en gemeente In gesprek met de GI kunnen de volgende vragen op de agenda staan: 1
Welke kaders wil de gemeente stellen bij het vergoeden van de bijzondere kosten?
2
Hoe gaat de bekostiging van bijzondere kosten plaatsvinden?
3
Wat is de hoogte van het beschikbaar budget?
4
Verhalen van bijzondere kosten op onderhoudsplichtige ouders
Colofon Deze factsheet is tot stand gekomen in samenwerking met: Jeugdzorg Nederland Vereniging van Nederlandse Gemeenten Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ministerie van Veiligheid en Justitie Vereniging van Nederlandse Gemeenten