A10h. bijlage g - Eindrapport Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen d.d. 1-10-2020.pdf
Tekst van het document
het schoolgebouw duidelijk maakt dat een breder onderzoek noodzakelijk is dan kunt u dit uit laten voeren door een daartoe deskundige partij. Voor inhoudelijke vragen over deze inventarisatie, het LCVS, de aanvullende protocollen i.v.m. het coronavirus of de LCI-Handreiking ventilatie en COVID-19 van het RIVM kan contact opgenomen worden met Weeropschool.nl. Zij verzorgen tevens de centrale helpdeskfunctie en hier is ook de aanvullende informatie over ventilatie op scholen en de handreiking Coronavirus en ventilatie te vinden. Zie hier voor po en hier voor vo. Vragen 1. Hoeveel schoolgebouwen heeft het schoolbestuur in gebruik per onderwijssoort? o BO o SBO o SO o VSO o PrO o VBO o VMBO-t o HAVO o VWO o Gecombineerd Het kan zijn dat onder één schoolbestuur meerdere scholen vallen en dat deze scholen bestaan uit meerdere gebouwen. Voor het beantwoorden van de bovenstaande vraag geldt het aantal gebouwen met een eigen straatadres. Indien in één gebouw meerdere scholen zijn gevestigd van verschillende besturen dan volstaat het voor het schoolbestuur dat de vraag beantwoordt alleen hun eigen gebouwdeel mee te tellen. Noodlokalen of noodgebouwen met een eigen straatadres dienen meegeteld te worden. Leegstaande gebouwen waarin geen onderwijsactiviteiten plaatsvinden of nieuwbouw die nog niet in gebruik is, hoeven niet meegeteld te worden.
2. Om welke combinatie(s) van onderwijssoorten gaat het? 3. Welke schoolgebouwen heeft het schoolbestuur in gebruik? BRIN vestigingsnummer | Adres | Plaatsnaam | Bouwjaar 4. Is het schoolbestuur juridisch eigenaar van het schoolgebouw? Per BRIN nummer | ja | nee, dat is: Schoolbesturen in Nederland zijn over het algemeen juridisch eigenaar van hun schoolgebouw(en) en dragen ook de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van de gebouw(en). Het bevoegd gezag (de gemeente) heeft dan nog economisch claimrecht voor het schoolgebouw. In bepaalde gevallen is echter de gemeente nog juridisch eigenaar van het schoolgebouw of is er sprake van huur of een beheerstichting zoals bij een Integraal Kindcentrum (IKC) of een Multifunctionele Accommodatie (MFA). Overleg in dat geval met de juridisch eigenaar van het gebouw over deze inventarisatie en voer deze samen uit.
5. Is er sprake van een gecombineerde gebruiksfunctie met kinderopvang? Per BRIN nummer | ja, in een aparte ruimte | ja, (soms) in dezelfde ruimtes | nee | onbekend Indien er in het schoolgebouw ook sprake is van de zogenaamde gebruiksfunctie bijeenkomst voor kinderopvang dan gelden hiervoor andere eisen voor de voorziening voor luchtverversing zowel vanuit het Bouwbesluit als vanuit andere wet- en regelgeving. Indien ruimten dubbel gebruikt worden dan gelden de zwaarste eisen. In het geval van de voorziening voor luchtverversing zijn de eisen voor de
27
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang zwaarder dan de gehanteerde richtlijnen voor bestaande scholenbouw Er geldt een maximale CO -concentratie van ppm CO
6. Is bekend of het schoolgebouw aan de eisen voor bestaande bouw of aan nieuwbouw moet voldoen? Per BRIN nummer | ja, bestaande bouw | ja, nieuwbouw | nee Het Bouwbesluit 2012 omvat de wettelijke eisen voor het veilig, gezond, bruikbaar, energiezuinig en milieuvriendelijk (ver)bouwen, gebruiken en slopen van gebouwen. Het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever om de regels van het Bouwbesluit na te leven en om dat aan te kunnen tonen. In de meeste situaties is de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk voor handhaving van het Bouwbesluit. De gemeente kan geen strengere eisen opleggen. Het Bouwbesluit 2012 is in de plaats gekomen van het Bouwbesluit 2003, de daarbij behorende ministeriële regeling, het Gebruiksbesluit en een aantal voorschriften en uit de gemeentelijke bouwverordeningen. Het bevat ook enkele nieuwe voorschriften. Per 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 ingevoerd. Schoolgebouwen die vanaf die tijd gebouwd zijn en een vergunning hebben van na die datum moeten voldoen aan de eisen voor nieuwbouw. Schoolgebouwen die voor die tijd gebouwd zijn, of een vergunning hebben van voor die datum, moeten voldoen aan de eisen zoals die gelden conform rechtens verkregen niveau. Dit kan Bouwbesluit 2012 zijn, maar ook één van de voorgaande versies van het Bouwbesluit.
De minimum ondergrens zoals gesteld in Bouwbesluit 2012 voor bestaande bouw mag daarbij nooit onderschreden worden. Bron/meer informatie: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/01/Transformatie%20en%20Bouwbesluit%202012_0.pdf https://www.bouwbesluitonline.nl/docs/wet/bb2012
7. Welk ventilatiesysteem heeft uw gebouw?
Per BRIN nummer
x
x
x
Natuurlijke ventilatie
Combinatie: systeem met actieve aanvoer van verse lucht en natuurlijke afvoer van vervuilde lucht via roosters
Combinatie: systeem met actieve afvoer van vervuilde lucht en natuurlijke aanvoer van frisse lucht via roosters
Mechanische ventilatie
Ventilatiesysteem A Natuurlijke ventilatie Ventilatiesysteem met natuurlijke aan- en afvoer van vervuilde lucht door middel van gevelroosters, infiltratie, ramen en deuren Ventilatiesysteem B en C Combinatie natuurlijke en mechanische ventilatie o Ventilatiesysteem B: systeem met actieve aanvoer van verse lucht en natuurlijke afvoer van vervuilde lucht via roosters o Ventilatiesysteem C: systeem met actieve afvoer van vervuilde lucht en natuurlijke aanvoer van verse lucht via roosters Ventilatiesysteem D Mechanisch ventilatiesysteem - Ventilatiesysteem waarbij zowel de aanvoer van verse lucht als ook de afvoer van vervuilde lucht op mechanische (actieve) wijze plaatsvindt (gebalanceerde ventilatie)
8. Heeft er in het schoolgebouw per ventilatiesysteem een onderzoek plaatsgevonden naar de kwaliteit van de binnenlucht op basis van de capaciteit voor luchtverversing, een 28
permanente CO -meting, of de indicatieve meetmethode (zie Formulier voor steekproefsgewijze meting van de CO2-concentratie)? Voldoet het schoolgebouw aan de normen die voortkomen uit het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen?
Per BRIN nummer
Ja, het onderzoek zoals in de bijlage omschreven is uitgevoerd en de CO concentratie is onder de gestelde waarden
Ja, het onderzoek zoals in de bijlage omschreven is uitgevoerd en de CO concentratie overschrijdt de gestelde waarden
Nee, het onderzoek wordt voor de volgende datum (dd-mmjjjj) uitgevoerd:
Nee, het onderzoek kan niet plaatsvinden omdat:
Het LCVS volgt het advies van het RIVM, dat aangeeft dat aan Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen voldaan moet worden. Dit vertaalt zich in een inventarisatie van de onderstaande waarden voor het grensniveau CO -concentratie. Deze zijn in lijn met het Programma van Eisen voor Frisse Scholen klasse C en B. Basisscholen die vanaf 1 juli 2015 zijn gebouwd dienen conform Bouwbesluit reeds voorzien te zijn van CO -meters. Deze vaste meters die in de klaslokalen aanwezig zijn, kunnen gebruikt worden voor de meting Indien het schoolgebouw reeds is voorzien van een CO -meetsysteem dan kunnen de logbestanden van deze meetgegevens ook gebruikt worden voor het beantwoorden van de voorgaande vragen. Zorg er dan voor dat de gegevens van de lokalen met de laagste kwaliteit van de voorziening voor luchtverversing worden gebruikt, omdat aan het minimumniveau moet worden voldaan voor alle verblijfsruimten en bij nieuwbouw ook voor alle verblijfsgebieden. In de vraag vindt u een link naar het formulier voor de uitwerking van de indicatieve meetmethode van de CO concentratie. De hoogst gemeten waarde neemt u over voor deze uitvraag? Een schoolgebouw voldoet aan Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen als de luchtventilatie in een volle onderwijsruimte presteert volgens: x x
Klasse C Bestaande bouw voor Klasse B Nieuwbouw vanaf
ppm CO dm3/sec/persoon) ppm CO dm3/sec/persoon)
Door aan deze waarden te voldoen wijken de grenswaarden in het lokaal niet af van de gezondheidsgrenswaarden zoals deze ook vanuit de Arbo-deskundige beoordeling worden gehanteerd.
9. U geeft aan dat het schoolgebouw op basis van de meting niet voldoet aan het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen. Door middel van welke meetmethode heeft het onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht plaatsgevonden?
Per BRIN nummer
11 12
Systeemonderzoek ventilatiecapaciteit en luchtverversing (o.b.v. bepalingsmethode NEN 1087 of NEN 8087) | waarde dm3/s/persoon
Permanente CO concentratie monitoring | waarde ppm11
Steekproefsgewijs12 (eendagsmethode) CO -concentratie monitoring | waarde ppmFout! B ladwijzer niet gedefinieerd.
CO -concentratie (inclusief achtergrondwaarde) https://www.poraad.nl/system/files/corona/bijlage_bij_aankondigingsbrief_lcvs.pdf
29
Overig, namelijk:
10. Welke waarde leverde het onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht op? Per BRIN nummer
Waarde (0- ) ppm dm3/s/persoon
11. U gaf aan dat minstens een schoolgebouw niet voldoet aan de gestelde grenswaarden, of dat u dit voor minstens een gebouw nog niet in beeld heeft. Heeft het schoolbestuur voor dit gebouw (of deze gebouwen) de overige maatregelen getroffen zoals geadviseerd door het RIVM in de LCI-Richtlijn ventilatie en COVID-19? a. Ja, het personeel is op de hoogte, lucht regelmatig en luchtstromen van persoon naar persoon worden vermeden. b. Nee, wij hebben deze maatregelen niet getroffen in al onze gebouwen, omdat: 12. Stroken de ventilatiemaatregelen die genomen moeten worden met de langetermijnplanning en langetermijndoelen, zoals vastgelegd in het gemeentelijk Integraal HuisvestingsPlan?
Per BRIN nummer
Ja, het ligt in elkaars verlengde
Nee, want:
Niet van toepassing, er is nog geen gemeentelijk Integraal HuisvestingsPlan
Geen zicht op
13. Indien u verder vragen of opmerkingen heeft, kunt u die hieronder omschrijven: 14. Kenmerken schoolbestuur:
Naam schoolbestuur
Nummer bevoegd gezag
Naam contactpersoon
Functie contactpersoon
Telefoonnummer contactpersoon
E-mailadres contactpersoon
P S V Combi
15. Wilt u de door u gegeven antwoorden toegestuurd krijgen? Vul dan hier uw e-mailadres in:
30
BIJLAGE 4 FORMULIER VOOR STEEKPROEFSGEWIJZE METING VAN DE CO -CONCENTRATIE Werkwijze voor het uitvoeren van een eendaagse steekproef voor een eerste indicatie van de CO concentratie in het klaslokaal: 1. Kies twee lokalen uit aan de oostzijde van de school (minder windbelasting); 2. Kies klaslokalen uit waar de oudere leerlingen les in hebben (bovenbouw of hoogste klassen). Zij ademen meer CO uit dan jongere kinderen; 3. Zorg dat de klas zoveel mogelijk een volle bezetting heeft (30+1); 4. Gebruik een goede, bij voorkeur zelf kalibrerende, CO -meter en plaats de meter op hoofdhoogte, maar niet te dicht bij de directe uitgeademde luchtstroom van personen; 5. Meet gedurende een gehele lesdag en schrijf ieder uur de CO -concentratie op. Doe dit vlak voor het einde van de les of voor de pauze (niet net na leswissel, luchten of pauze); 6. Laat de docent tijdens de metingen de ramen gewoon bedienen zoals hij of zij tijdens normaal gebruik ook zou doen. Ga dus voor de meting niet expres de ramen dicht houden of juist extra veel luchten als dat tijdens normaal gebruik ook niet gedaan zou worden. Indien het op een bepaalde dag erg hard stormt kan een andere dag uitgekozen worden met een gemiddelde windsnelheid (3 Bft); 7. Indien er in de school sprake is van verschillende ventilatiesystemen, kies dan het lokaal met het kwalitatief minst optimale systeem.
Alle lokalen moeten immers aan de minimale eisen voldoen; 8. Voor het bijhouden van de CO -metingen kan de onderstaande tabel gebruikt worden. Deze bijlage kan ook gebruikt worden om de uitvraag van het Landelijk Coördinatiepunt Ventilatie op Scholen (LCVS) te beantwoorden. Basisinformatie lokaal: x x x x Tijdstip meting
Lokaalaanduiding: ……………………………………………………………………………………… Datum meting: ……… - ………. - …………… (dd/mm/jjjj) Soort onderwijs: PO, VO, SO Gemiddelde leeftijd leerlingen: …………………………………………………………………. Aantal aanwezigen (leerlingen + docent)
CO concentratie (inclusief achtergrond waarde)
Klepramen open
Grote ramen open
Deur open
1.
……… ppm
ja/nee
ja/nee
ja/nee
2.
……… ppm
ja/nee
ja/nee
ja/nee
Stand ventilatie
Opmerking
Aanvullende technische informatie over het lokaal:
31
x x
Geografische ligging: noord, west, zuid, oost Afmetingen lokaal: …… m x …… m ……..m2
x x x
Hoogte lokaal: ……. m (bij schuin dak op een plek met gemiddelde hoogte) Type ventilatiesysteem in lokaal: A / B / C / D Ventilatiedebiet van systeem in lokaal (indien bekend): ……………………………m3 /uur
x x x x x x x
Automatische CO -regeling: ja/nee Ventilatiestanden regelaar handmatig: ja/nee Ventilatiestanden regelaar automatisch: ja/nee Buitentemperatuur tijdens meting: …………………………………………………. (volgens KNMI) Gemiddelde windsnelheid buiten tijdens meting: ………………………………… (volgens KNMI) De school is gelegen in: stedelijk gebied, landelijk gebied Is er een snelweg binnen 200 meter van de school? ………………………………………………..
Dit meetprotocol betreft slechts een indicatieve meting om op korte termijn een globaal beeld te krijgen van het binnenmilieu op scholen in Nederland. Het vervangt een volledig onderzoek uitgevoerd door een deskundig bureau voor binnenklimaatmeting niet. Indien recent reeds een uitgebreider onderzoek heeft plaatsgevonden of een CO -monitoringsysteem in de school aanwezig is kan ervoor gekozen worden die gegevens door te geven in plaats van de indicatieve steekproef.
BRONNEN EN MEER INFORMATIE
32
x
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/08/17/inrichting-landelijkcoordinatieteam-ventilatie-op-scholen
x
https://po.lesopafstand.nl/lesopafstand/protocollen/ventilatie/
x
https://vo.lesopafstand.nl/lesopafstand/protocollen/ventilatie/
x
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/01/Transformatie%20en%20Bouwbesluit%202012_0.pdf
x
https://www.bouwbesluitonline.nl/docs/wet/bb2012