A01c. 201699399-Beleidsregels Damoclesbeleid gemeente Duiven 2025
Tekst van het document
Verzoek opheffing na
4 weken
Niet mogelijk
3 maanden
6 weken
6 maanden
3 maanden
12 maanden
6 maanden
Onbepaalde tijd
12 maanden
Het besluit van de burgemeester op een verzoek tot opheffing wordt op schrift gesteld. Dit is een besluit in de zin van de Awb en is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. 3.8 Betreden gesloten verklaard pand strafbaar Het is op grond van artikel 2:41 APV van de gemeente Duiven verboden een woning of lokaal of daarbij behorend erf, waarvan de sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet is bevolen, te betreden. Daarnaast is het verbreken van een zegel op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar. Een op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning of lokaal of een daarbij behorend erf mag alleen worden betreden als de burgemeester daar (schriftelijk) toestemming voor geeft artikel 2:41 lid 4 APV van de gemeente Duiven (lees: een ontheffing). In de regel geeft de burgemeester slechts toestemming bij een dringende of zwaarwichtige reden om een gesloten pand te betreden. Daarom moet, als uitgangspunt, de belanghebbende eerst een schriftelijk en gemotiveerd verzoek doen aan de burgemeester om toestemming om het gesloten pand te mogen betreden. Uit het verzoek moet op zijn minst blijken door wie, voor welk doel en voor welke duur betreding van het gesloten pand nodig is. De burgemeester kan voorschriften/of beperkingen aan de toestemming verbinden.
Het toestemmingsvereiste geldt alleen niet ingeval van calamiteiten en evenmin voor toezichthouders en bijzondere opsporingsambtenaren in de uitoefening van hun wettelijke taak. Het besluit van de burgemeester op een verzoek tot ontheffing van het verbod om een gesloten pand te betreden wordt op schrift gesteld. Dit is een besluit in de zin van de Awb en is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. 3.9 Maatwerk Als laatste algemene uitgangspunt van dit Damoclesbeleid geldt dat de burgemeester bij het nemen van elk besluit maatwerk verricht. Dit houdt concreet een belangenafweging in waarbij (onder andere op basis van eventueel ingediende zienswijzen) alle relevante omstandigheden van het geval bij de beoordeling worden betrokken. De burgemeester beoordeelt daarbij of de omstandigheden op zichzelf dan wel samen met andere omstandigheden bijzondere omstandigheden opleveren in de zin van artikel 4:84 van de Awb die eventueel nopen tot het afwijken van (de hiervoor genoemde uitgangspunten van) dit Damoclesbeleid. De burgemeester 17
gaat na of het handelen overeenkomstig dit Damoclesbeleied gevolgen heeft die mogelijk onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.27 Wel wordt in dit kader benadrukt dat de wetgever bewust lokalen en woningen (en daarbij behorende erven) onder het regime van artikel 13b van de Opiumwet heeft gebracht. Het is inherent aan deze keuze van de wetgever, dat een sluiting grote gevolgen kan hebben voor eigenaren, verhuurders, gebruikers en overige rechthebbenden. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs of voorbereidingshandelingen, en de gevolgen daarvan voor onder meer de volksgezondheid, de openbare orde en veiligheid en de rechtsorde, zijn dermate ernstig dat herstel van deze algemene belangen als uitgangspunt zwaarwegend moet worden geacht. Aan de individuele belangen van een eigenaar, verhuurder of gebruiker die hier tegenover worden gesteld, mogen daarom strenge eisen worden gesteld, wil om die reden geheel of gedeeltelijk worden afgezien van een bestuurlijke maatregel. Het ligt op de weg van betrokkene om die belangen duidelijk en gefundeerd in kaart te brengen. In een verhuursituatie weegt in dit verband mee dat een eigenaar/verhuurder kan kiezen aan wie hij of zij een pand verhuurt en de gevolgen van die keuze voor zijn of haar risico mogen worden gelaten.
Een eigenaar/verhuurder/overige rechthebbende kan zich voorts op de hoogte stellen van het gebruik dat van het verhuurde wordt gemaakt. 3.10 Afwijkingsbevoegdheid In het verlengde van de vorige paragraaf heeft de burgemeester bij de toepassing van zijn/haar bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, altijd de mogelijkheid om af te wijken van het bepaalde in dit Damoclesbeleid. Dat geldt in het bijzonder – maar niet uitsluitend – voor de in de hoofdstukken 4 en 5 uitgewerkte bevoegdheidstoepassingen bij woningen en lokalen. Alle in dit Damoclesbeleid geregelde toepassingen van de bevoegdheid gelden als uitgangspunten waarvan de burgemeester in bijzondere situaties altijd kan afwijken. Dat betekent concreet dat de burgemeester bevoegd is op grond van de concrete feiten en omstandigheden van het geval van dit Damoclesbeleid af te wijken. Zowel in het voordeel als in het nadeel van de betrokkene. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bij zeer ernstige overtredingen één of meer stappen uit de handhavingsmatrixen in de volgende hoofdstukken kunnen worden overgeslagen of dat binnen een bepaalde stap voor een langere periode wordt gesloten. Ook kunnen zich omstandigheden voordoen, bijvoorbeeld als sprake is van een verminderde verwijtbaarheid, waardoor juist voor een minder ingrijpende maatregel dan in dit Damoclesbeleid wordt voorgeschreven wordt gekozen.
Voorbeelden hiervan zijn een kortere sluitingsduur of het opleggen van een last onder dwangsom. Hiertoe kan bijvoorbeeld aanleiding bestaan als de toepassing van het Damoclesbeleid voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met dit Damoclesbeleid te dienen doelen. Dit wordt te allen tijde per situatie beoordeeld (maatwerk). Voor zover er in een concreet geval van dit Damoclesbeleid wordt afgeweken, wordt in het besluit gemotiveerd welke redenen tot de afwijking aanleiding hebben gegeven.
27
ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840. 18
Hoofdstuk 4. Woningen of daarbij behorende erven In dit hoofdstuk worden de nadere uitgangspunten van dit Damoclesbeleid bij de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester van de gemeente Duiven weergegeven, ingeval van woningen of daarbij behorende erven. 4.1 Waarschuwing of sluiting Zoals uiteengezet in paragraaf 3.5 van dit Damoclesbeleid wordt bij van een overtreding van de Opiumwet in een woning of op een daarbij behorend erf als uitgangspunt volstaan met een waarschuwing indien: - (i) sprake is van een eerste overtreding waarbij geen sprake is van een ernstig geval; of - (ii) bij een geringe overschrijding van de gedoogde gebruikshoeveelheid mits geen sprake is van handelsindicatoren. -
Ad i. Wanneer sprake is van een ernstig geval wordt verder uitgewerkt in paragraaf 4.3; Ad ii. Een geringe overschrijding wordt aangenomen tot 30 gram softdrugs, tot 15 hennepplanten28 en tot 3 gram/milliliter harddrugs, 6 pillen/bolletjes/wikkels (mits er geen handelsindicatoren zijn).
De waarschuwing wordt verstuurd aan de overtreder en/of de rechthebbenden op het gebruik van de woning of het daarbij behorende erf. NB. Bovengenoemd uitgangspunt van eerst waarschuwen geldt niet voor stafbare voorbereidingshandeling in relatie tot harddrugs en/of grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt (zie ook de handhavingsmatrix in paragraaf 4.3 van dit Damoclesbeleid). In die gevallen vindt, als uitgangspunt, bij een eerste overtreding altijd een sluiting plaats, omdat aangenomen wordt dat de woning in dat geval een schakel vormt in de keten van drugshandel. Als in een woning of het daarbij behorende erf geen sprake is van een eerste overtreding, als sprake is van een ernstig geval (bij een eerste overtreding) dan wel sprake is van een meer dan geringe overschrijding, dan wordt er niet eerst gewaarschuwd, maar volgt in beginsel direct een last onder bestuursdwang (sluiting). Dat wil zeggen dat de woning en/of het daarbij behorend erf zonder voorafgaande waarschuwing wordt gesloten. In hoofdstuk 6 van dit Damoclesbeleid wordt de procedure die dan gevolgd wordt beschreven. 4.2 Ernstig geval Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming. De indicatoren zijn als volgt: a. de hoeveelheid aangetroffen hard- of softdrugs.
Het moet hierbij gaan om meer dan een geringe hoeveelheid (zie paragraaf 4.1). Daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking hoeft niet aangetoond te worden; b. een combinatie van een handelshoeveelheid hard- en softdrugs (ook bij een geringe hoeveelheid als omschreven in paragraaf 4.1); c. het bezit van of de verkoop van soft-/harddrugs aan minderjarigen; d. ongeacht de hoeveelheid hard-/softdrugs, het aantreffen van attributen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals handelsgeld en/of aanwezigheid van (vuur)wapens, een weegschaal, verpakkingsmaterialen, versnijdingsmiddel; e. er is sprake van recidive; f. de omstandigheid dat de woning bekend staat als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers (dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen etc.);
28
Voor lachgas geldt als ondergrens wel de hoeveelheden, genoemd in paragraaf 2.1.1 van dit Damoclesbeleid. 19
g. er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten ten aanzien van de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie. Ook antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, zoals geweldpleging, mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal, kunnen een rol spelen; h. aannemelijk is dat de eigenaar of huurder/gebruiker zelf betrokken is bij de aangetroffen soft-/harddrugs; i. aannemelijk is dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken zijn bij drugshandel in georganiseerd verband; j. er sprake is van merkbare overlast vanuit de woning, waaronder openbare ordeverstoringen vanuit of rond de woning (dit kan blijken uit politiewaarnemingen, waarnemingen van toezichthouders en/of meldingen van buurtbewoners, etc.); k. er sprake is van ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en de gebruikers/huurders zijn niet ingeschreven in de BRP; l. bij hennepteelt of de productie van harddrugs, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instandhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt).
4.3 Handhavingsmatrix woningen In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester hanteert bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen (of de daarbij behorende erven), ingeval van het aantreffen van: - een handelshoeveelheid harddrugs of softdrugs; - voorbereidingshandelingen met betrekking tot harddrugs of softdrugs. Worden er, voor de goede orde, in een woning of een daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen dan geldt, als uitgangspunt, het regime voor harddrugs. In onderstaande matrix wordt weergegeven op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, in beginsel toepast bij woningen en daarbij behorende erven waarin voornoemde overtredingen worden geconstateerd: 1ste constatering
2de constatering
3de constatering
4de constatering
Voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs/harddrugs
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Handelshoeveelheid softdrugs tot 30 gram/tot 15 hennepplanten (mits geen handelsindicatoren)
Schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor minimaal zes maanden
Lachgas boven de 10 ampullen of ballonnen en bij aangewezen eindgebruikers in Bijlage II van het lachgasbesluit boven de 250 ampullen
Schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor minimaal zes maanden
20
Handelshoeveelheid softdrugs tussen de 30 gram en 100 gram/tussen de 15 en 50 hennepplanten
Sluiting vier weken, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor minimaal zes maanden
Handelshoeveelheid softdrugs boven de 100 gram/boven de 50 hennepplanten
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Handelshoeveelheid harddrugs tot Schriftelijke 3 gram waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor vier weken
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor negen maanden
Handelshoeveelheid harddrugs boven de 3 gram
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Sluiting voor drie maanden
4.4 Recidive en verjaring Er is sprake van een volgende overtreding (de 2e, 3e of 4e overtreding) als binnen een termijn van twee jaar na de daaraan voorafgaande bestuurlijke maatregel een nieuwe overtreding van de Opiumwet plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na twee jaar na de getroffen bestuurlijke maatregel, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op de woning of het daarbij behorende erf wordt begaan. Wel kan een oudere overtreding meewegen bij de beoordeling of sprake is van een ernstig geval (zie paragraaf 4.2). Tot vijf jaar voor de eerstvolgende constatering van een overtreding van de Opiumwet worden eerdere overtredingen van de Opiumwet aangemerkt als “recidive”. Dit laatste in verband met de kwalificatie van een (volgende) overtreding als “ernstig geval”. 4.5 Overige aspecten In deze paragraaf worden enkele onderwerpen behandeld die in het bijzonder een rol spelen bij de belangenafweging (evenredigheidstoets). Deze belangenafweging verricht de burgemeester bij het toepassen van zijn/haar bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, ingeval van woningen. 4.5.1.
Minderjarigen De verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden voor zichzelf en voor eventuele minderjarige kinderen bij een woningsluiting ligt primair bij de ouders/betrokkene zelf.29 De burgemeester gaat na of de betrokkenen in beginsel zelf opvang kunnen regelen. Uitgangspunt van dit Damoclesbeleid is dat een minderjarig kind binnen de gemeente Duiven nooit op straat komt te staan en dat, wanneer de ouders, verzorgers of begeleiders dat niet zelf kunnen realiseren, opvang geregeld wordt. Tevens wordt als sprake is van minderjarige kinderen, ongeacht of vervangende opvang kan worden geregeld door de betrokkene, melding gedaan bij Veilig Thuis of onderzocht of jeugdhulp moet worden ingezet. 4.5.2 Opvang huisdieren Betrokkenen dienen in beginsel zelf voor hun huisraad en huisdieren te zorgen. Als voor huisdieren geen zorg wordt gedragen, dan kan de opvang ervan – bijvoorbeeld door dierenambulance of een hondenpension – onderdeel zijn van de uitoefening van de bestuursdwang. De hieruit voortvloeiende kosten komen ten laste van de overtreder. 29
Vgl. ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4046. 21
4.5.3 Vervangende woonruimte Het sluiten van een woning is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor deze bewoners wordt normaal gesproken door of namens de gemeente geen vervangende woonruimte gezocht. Het is in de eerste plaats aan betrokkene(n) zelf om een vervangende verblijfplaats te vinden. Als dat niet lukt dan moet de betrokkene onderbouwen waarom hij/zij daartoe niet in staat was en welke pogingen hij/zij concreet heeft ondernomen. Dit kan bijvoorbeeld bij familie, vrienden of kennissen, dan wel via (particuliere) verhuurders, de woningcorporatie of makelaar zijn.30 Dit laatste neemt niet weg dat van de burgemeester wordt verlangd dat hij nagaat of de betrokkene in staat is om een vervangende woning te vinden. Als dat niet het geval blijkt te zijn, dan mag van de burgemeester worden verlangd dat hij ondersteuning aanbiedt bij het vinden van een vervangend onderkomen. Dat gaat niet zover dat de burgemeester daadwerkelijk een vervangend onderkomen moet aanbieden. Betrokkenen hebben geen afdwingbaar recht op een andere, vervangende woning via de gemeente.31 Als er minderjarige kinderen in het spel zijn mag van de burgemeester een verdergaande inspanning worden verlangd (zie paragraaf 4.5.1).
De burgemeester moet zich er bijvoorbeeld van vergewissen in hoeverre de betrokkene een sociaal netwerk heeft dat hem/haar kan opvangen of dat er anderszins alternatieve woonruimte beschikbaar is. Als dat niet het geval blijkt te zijn, moet de burgemeester opties aanreiken voor betrokkene om een vervangend onderkomen te vinden. Dat kan een verwijzing inhouden naar Funda.nl, een afdeling binnen de gemeente, de woningcorporatie, verhuurmakelaars, maar in het uiterste geval ook naar de maatschappelijke opvang.
30 31
ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2906. Vgl. ABRvS 27 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2106. 22
Hoofdstuk 5. Lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven In dit hoofdstuk worden de nadere uitgangspunten van dit Damoclesbeleid bij de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester van de gemeente Duiven weergegeven, ingeval van lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven. 5.1 Handhavingsmatrix lokalen In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester hanteert bij de toepassing van zijn bevoegdheid (voornoemd) ingeval van het aantreffen van: - een handelshoeveelheid harddrugs of softdrugs; - voorbereidingshandelingen met betrekking tot harddrugs of softdrugs. Worden er, voor de goede orde, in een lokaal, niet-bewoonde woning of een daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen dan geldt, als uitgangspunt, het regime voor harddrugs. In onderstaande matrix wordt weergegeven op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, in beginsel toepast bij lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven waarin voornoemde overtredingen worden geconstateerd: 1ste constatering
2de constatering
3de constatering
4de constatering
Voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs/harddrugs
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Handelshoeveelheid softdrugs tot 100 gram/tot 50 hennepplanten
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Lachgas boven de 10 ampullen of ballonnen en bij aangewezen eindgebruikers in Bijlage II van het lachgasbesluit boven de 250 ampullen
Sluiting voor drie maanden
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Handelshoeveelheid softdrugs boven de 100 gram/boven de 50 hennepplanten
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor negen maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Handelshoeveelheid harddrugs tot 3 gram
Sluiting zes weken
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor negen maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Handelshoeveelheid harddrugs boven de 3 gram
Sluiting voor zes maanden
Sluiting voor twaalf maanden
Sluiting voor minimaal twaalf maanden
Sluiting voor minimaal achttien maanden
5.2 Recidive en verjaring Er is bij lokalen, niet-bewoonde woningen of daarbij behorende erven sprake van een volgende overtreding (de 2e, 3e of 4e overtreding) als deze binnen een termijn van vijf jaar na de daaraan 23
voorafgaande bestuurlijke maatregel een nieuwe overtreding van de Opiumwet plaatsvindt. Vindt een constatering plaats na vijf jaar na de getroffen bestuurlijke maatregel, dan wordt de handhavingsmatrix van voren af aan herhaald. Het is daarbij niet noodzakelijk dat een volgende overtreding door dezelfde overtreder of rechthebbende op het lokaal, de niet-bewoonde woning of het daarbij behorende erf wordt begaan.
24
Hoofstuk 6. Procedureverloop (bij sluiting) In deze paragraaf staan de procedurele uitgangspunten beschreven die de burgemeester van de gemeente Duiven hanteert bij het toepassen van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. 6.1 Procedure (algemeen) Als een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen of als sprake is van voorbereidingshandelingen, worden in beginsel de volgende stappen doorlopen (waarbij de meest verstrekkende maatregel (de last onder bestuursdwang) als voorbeeld wordt genomen): 1. constatering/informatie handelshoeveelheid drugs/voorbereidingshandelingen; 2. voornemen last onder bestuursdwang, inclusief mogelijkheid tot het geven van een zienswijze; 3. belangenafweging verrichten (zie paragrafen 2.2 en 3.9). 4. definitieve last onder bestuursdwang (sluiting), bekendmaking en opneming in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperkingen (hierna: beperkingenregister); 5. intern feitelijke sluiting voorbereiden; 6. effectueren van de sluiting; 7. nazorg (politie neemt pand mee in de surveillance); 8. heropening pand na verstrijken sluitingstermijn en doorhalen registratie beperkingenregister. Enkele van deze processtappen worden hierna nader toegelicht.
6.2 Voornemen en gelegenheid tot het geven van een zienswijze (Stap 2) Volgens dit Damoclesbeleid geldt als procedureel uitgangspunt dat – behoudens spoedeisende gevallen (zie hierna) – de belanghebbende(n) in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. Dit gebeurt voordat het definitief besluit tot sluiting wordt genomen. De zienswijze strekt ertoe de belanghebbende(n) in de gelegenheid te stellen te reageren op hetgeen is geconstateerd en tevens aan te geven welke feiten en belangen er volgens hen relevant zijn voor de burgemeester om mee te wegen in het te nemen definitieve besluit. Er wordt daarom eerst een voornemen van de te nemen bestuurlijke maatregel bekendgemaakt, waarin de aangeschreven belanghebbende(n) een korte termijn wordt geboden voor het indienen van een (bij voorkeur) schriftelijke zienswijze. Dit kan eventueel ook mondeling, als een belanghebbende aangeeft dat te prefereren. Na afloop van de zienswijzetermijn en na een belangenafweging naar aanleiding van de eventueel ontvangen zienswijze(n), neemt de burgemeester een definitief besluit. 6.3 Definitieve besluit (Stap 4) 6.3.1 Begunstigingstermijn/zelf voldoen aan last In het definitieve besluit tot oplegging van een last bestuursdwang staat, als uitgangspunt, een (korte) begunstigingstermijn van 72 uren voor woningen en 24 uren voor lokalen.
Binnen die termijn wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld zelf uitvoering te geven aan de gelaste sluiting. Het feitelijk sluiten gebeurt echter in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de gemeente die daartoe door de burgemeester zijn aangewezen (zie paragraaf 6.4). De begunstigingstermijn is er ook voor bedoeld om betrokkenen de gelegenheid te geven om vóór de sluiting maatregelen te treffen die nodig zijn in verband met de sluitingsperiode, zoals het regelen van een vervangend onderkomen, het verwijderen van persoonlijke spullen, het veiligstellen van bederfelijke waren en waardevolle zaken, het afsluiten van gas, water en elektra, etc.
6.3.2 Bekendmaking Het definitieve besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang wordt bekend gemaakt aan de overtreder en/of aan de rechthebbende(n) op (het gebruik van) de woning, het lokaal en/of 25
het daarbij behorende erf. Dit geldt ook bij het geven van een waarschuwing. Wordt een last onder dwangsom opgelegd, dan wordt die alleen bekendgemaakt aan de overtreder. 6.3.3 Registratie van sluitingen (beperkingenregister) De burgemeester is op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (de Wkpb) verplicht om binnen vier dagen na bekendmaking van het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang, in het beperkingenregister aan te tekenen dat ten aanzien van een woning, lokaal en/of een daarbij behorend erf een bestuurlijke beperkende maatregel is getroffen. De bestuurlijke maatregel heeft op deze manier ook effect jegens eventuele rechtsopvolgers ter zake van het pand. Als de sluiting eindigt wordt ook de registratie in het beperkingenregister doorgehaald (Stap 8). 6.4 Effectueren van de sluiting (Stap 6) Als de begunstigingstermijn is verstreken dan geeft de burgemeester opdracht tot het door feitelijk handelen geheel of gedeeltelijk sluiten van de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf.
Dit gebeurt in elk geval door op het in het besluit aangekondigde sluitingstijdstip (ambtelijk): - bij de te sluiten locatie aanwezig te zijn; - te controleren of de eigenaar/rechthebbende de deuren, ramen en andere doorgangen die toegang (kunnen) verschaffen tot de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf heeft gesloten; - de sleutels van deze toegangen in ontvangst te nemen, dan wel – voor zover de sleutels niet worden afgegeven – de sloten te vervangen; - de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf te verzegelen; en - borden/stickers/aankondigingen aan te brengen met daarop de tekst dat de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf op last van de burgemeester is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. 26 Als moet worden aangenomen dat de verzegeling niet voldoende is om de toegang tot de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf gedurende de sluitingsperiode te garanderen, behoort het fysiek dichtmaken (bijvoorbeeld door dichttimmeren of het door middel van (drang)hekken afsluiten van toegangen e.d.) van de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf tot de mogelijkheden. De sleutels behorende bij de (vervangende) sloten worden na de sluitingsperiode (terug)gegeven aan de rechthebbende op het gebruik van de woning, lokaal en/of het daarbij behorende erf.
6.5.Uitzondering: spoedeisende situaties Als zich een spoedeisende situatie voordoet of de openbare orde vraagt om onmiddellijk ingrijpen, kan op grond van artikel 5:31 van de Awb, direct tot feitelijke sluiting worden overgegaan. De procedure zoals beschreven in paragraaf 6.1 van dit Damoclesbeleid is dan anders. Zo bepaalt artikel 4:11 van de Awb dat in een spoedeisend geval het bieden van een zienswijzemogelijkheid (Stap 2) achterwege kan blijven. Het besluit van de burgemeester kan mondeling worden medegedeeld, maar dient nadien zo spoedig mogelijk alsnog schriftelijk bekendgemaakt te worden. Ook de effectuering van de sluiting (Stap 6) zal er, afhankelijk van de situatie, anders uitzien. Van een spoedeisende situatie is in ieder geval (maar niet uitsluitend) sprake bij een acuut gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen, dan wel een onmiddellijke (vrees voor) verstoring van de openbare orde, zoals bij zich direct aandienende risico’s door of vanwege het criminele drugscircuit. Wordt een spoedsluiting opgevolgd door een reguliere last onder bestuursdwang (sluiting) dan geldt als uitgangspunt, dat de duur van de spoedsluiting in mindering wordt gebracht op de sluitingstermijn op grond van de daarop volgende last.
26
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen 7.1 Inwerkingtreding Dit Damoclesbeleid treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Gemeenteblad. 7.2 Intrekken bestaand Damoclesbeleid Met het vaststellen en inwerkingtreden van dit Damoclesbeleid wordt het “Damoclesbeleid gemeente Duiven”, zoals vastgesteld op 17 september 2021 tegelijkertijd ingetrokken. 7.3 Overgangsrecht Procedures op grond van artikel 13b van de Opiumwet die zijn gestart onder de werking van de vorige beleidsregels worden voortgezet op basis van die beleidsregels (en de daarin opgenomen handhavingsarrangementen). Onder gestarte procedure wordt begrepen dat er minimaal een voornemen op grond van artikel 4:8 van de Awb is verzonden. Gegeven waarschuwingen en eerdere constateringen onder de werking van de vorige beleidsregels worden aangemerkt als te zijn afgegeven respectievelijk te hebben plaatsgevonden onder dit Damoclesbeleid. Dat betekent concreet onder meer dat dergelijke eerdere waarschuwingen en geconstateerde overtredingen op grond van dit Damoclesbeleid aanleiding kunnen geven om over te gaan tot de volgende stap in de handhavingsmatrixen uit de hoofdstukken 4 en 5 van dit Damoclesbeleid. 7.4 Citeertitel Dit Damoclesbeleid wordt aangehaald als “Damoclesbeleid gemeente Duiven 2025”.
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Duiven op 14 augustus 2025.
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
27
BIJLAGE I Last onder dwangsom (bij softdrugs) Deze bijlage bij het Damoclesbeleid bevat de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opleggen van een last onder dwangsom aan de overtreder, ingeval van het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs, dan wel voorbereidingshandelingen die verband houden met softdrugs. De genoemde bedragen zijn ontleend aan de standaardberekeningen en normen van het Functioneel Parket zoals opgenomen in het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” (update 1 juni 2016) Onderstaande matrix bevat de hoogte van de dwangsom die in beginsel wordt opgelegd, afhankelijk van het aantal daadwerkelijk aangetroffen hennepplanten, dan wel de beoogde hoeveelheid te kweken hennepplanten (bij voorbereidingshandelingen): 1) 3) 5) 7) 9)
Hoeveelheid Van 6 tot 50 planten Van 50 tot 200 planten Van 200 tot 750 planten Vanaf 750 planten
2) Hoogte dwangsom ineens 4) € 12.500 ineens 6) € 25.000 ineens 8) € 50.000 ineens 10) € 75.000 ineens
Onderstaande matrix bevat de hoogte van de dwangsom die in beginsel wordt opgelegd, afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen softdrugs (uitgedrukt in grammen): 11) Hoeveelheid 13) 5-30 gram 15) 30-50 gram 17) 50-100 gram 19) 100-150 gram 21) 150-200 gram 23) 200 gram – 6 kilogram 25) 6 kilogram – 22,5 kilogram 27) Vanaf 22,5 kilogram
12) Hoogte dwangsom 14) € 1.275 ineens 16) € 3.500 ineens 18) € 7.000 ineens 20) € 10.500 ineens 22) € 14.000 ineens 24) € 25.000 ineens 26) € 50.000 ineens 28) € 75.000 ineens
Als sprake is van verzwarende omstandigheden kunnen de genoemde bedrag worden verhoogd.
28
BIJLAGE II Wettelijk kader De kaders voor de toepassing en handhaving van dit Damoclesbeleid zijn ontleend aan de onderstaande, meeste relevante bepalingen. Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a., van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Daarnaast is de burgemeester sinds 1 januari 2019 op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b., van de Opiumwet bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is. Deze bepaling heeft betrekking op zogenoemde voorbereidingshandelingen. Dat wil zeggen dat van de in deze bepaling bedoelde voorwerpen of stoffen het ernstige vermoeden moet bestaan dat deze bestemd zijn voor o.a. het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt.
Artikel 4:81 van de Awb Op grond van artikel 4:81, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, daaronder begrepen de burgemeester, beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Het onderhavige Damoclesbeleid berust op de hiervoor genoemde wettelijke bevoegdheden, waarvan de burgemeester belast is met de naleving daarvan, en vindt zijn grondslag in artikel 4:81 van de Awb. Artikel 4:84 van de Awb Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient het bestuursorgaan, zo ook de burgemeester, te handelen overeenkomstig zijn beleid. Tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Dit Damoclesbeleid bevat in hoofdstuk 6 een afwijkingsbevoegdheid in de vorm van een ‘hardheidsclausule’. Artikel 5:21 van de Awb Een besluit van de burgemeester tot sluiting van een pand op grond van artikel 13b van de Opiumwet strekt tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 van de Awb. Hierdoor zijn de bepalingen over de last onder bestuursdwang uit afdeling 5.3.1 van de Awb van toepassing. Waaronder artikel 5:28 van de Awb, dat de burgemeester bevoegd maakt tot het verzegelen van gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.
Artikel 5:32 van de Awb Artikel 5:32, eerste lid, van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen. Op grond van het tweede lid wordt voor een last onder dwangsom niet gekozen, als het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet. De keuze van het bestuursorgaan voor het instrument van de last onder dwangsom in plaats van de last onder bestuursdwang behoeft in beginsel niet afzonderlijk te worden gemotiveerd. Volgens artikel 5:6 van de Awb kunnen een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom ter zake van één en dezelfde overtreding niet gelijktijdig worden opgelegd. Artikel 2:41 van de model-APV van de VNG In de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is in artikel 2:41 een model-bepaling opgenomen over het betreden van een gesloten woning of lokaal. In het tweede lid van dit artikel is opgenomen dat het verboden is een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal 29
behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Artikel 2:41, derde lid, van de model-APV van de VNG regelt dat dit verbod niet van toepassing is op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens een dringende reden noodzakelijk is.
30