CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

9. 201669886-Bestemmingsplan Plakse Weide - bijlagen bij toelichting

Raadsavond 18 september 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan & beeldkwaliteitsplan Plakse Weide31.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vast te stellen Ontwikkelplan op hoofdlijnen.

PROEFVERKAVELING Speel-/ watervoorziening Uitkijkpunt Vriendelijk beeld tegenover de Fanfare

Groen woonhof met eigen identiteit

Herkenningspunt

Woningen staan gemengd door de wijk

Groene parkzone op gasleiding

Groen middengebied

Aansluiten op bebouwing langs de Rijksweg door verspringen rooilijn en architectuur

Parkeren weg uit het straatbeeld door toepassen parkeerkoffers

Riante entree

40 Ontwikkelplan Plakse Weide

SFEERIMPRESSIE | GROEN WOONHOF

41 Ontwikkelplan Plakse Weide

SFEERIMPRESSIE | GROEN MIDDENGEBIED

42 Ontwikkelplan Plakse Weide

SFEERIMPRESSIE | REFERENTIEPUNT

43 Ontwikkelplan Plakse Weide

SFEERIMPRESSIE | SPEEL-/ WATERVOORZIENING

44 Ontwikkelplan Plakse Weide

SFEERIMPRESSIE | UITKIJKPUNT

45 Ontwikkelplan Plakse Weide

DUURZAAMHEID Onze duurzaamheidsstrategie op de locatie Plakse Weide is gebouwd op drie pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie en gezondheid. Daar kunnen wij met ons werk het grootste verschil maken, zowel op het niveau van de woning, de wijk als de regio. Energietransitie: van energieneutraal naar energie leveren Energiebesparing en duurzame energie hebben hoge prioriteit bij het ontwikkelen van nieuwe gebieden, wijken en woningen. BPD en KlaassenGroep ontwikkelen energieneutrale woningen, woonwijken en gebieden. We maken hierbij zoveel mogelijk gebruik van duurzame energiebronnen, zoals geothermie en elektriciteit van zonnepanelen en windmolens. Daarom zijn op korte termijn al onze nieuwbouwwoningen en -woonwijken energieneutraal. Klimaatadaptatie: woningen en wijken zijn bestand tegen klimaatverandering Onze leefomgeving is zo ingericht dat deze bestand is tegen wateroverlast, hittestress en langdurige droogte. Wij spelen in op de kwetsbaarheden die de gemeentelijke klimaatstresstest laten zien. We ontwikkelen en bouwen woningen en gebieden die opgewassen zijn tegen de toekomst, dat wil zeggen bestand tegen water-, hitte- en droogteoverlast. We richten openbare ruimten anders in of inspireren anderen om dit te doen. Natuur en biodiversiteit zijn onderdeel van onze gebiedsontwikkelingen.

Gezondheid: woningen en wijken waar je beter van wordt In onze leefomgevingen is het aangenaam verblijven en zetten we bewoners aan tot gezond gedrag. Wij creëren samen met de bewoners woningen, woonwijken en gebieden waar zij in verschillende fasen van hun leven aangenaam kunnen leven. Dat betekent: woningen met een aangename inrichting en een goed binnenklimaat; frisse woon- en leefgebieden met voldoende voorzieningen in de buurt (wandel- en fietsroutes, parken, onderwijs en zorg); een aangename symbiose van mobiliteit, wonen, werken en verblijven. We geven vorm aan gebieden die de lucht-, verblijfs- en leefkwaliteit én de biodiversiteit van de gehele gemeente verbeteren. Duurzaamheidsstrategie Al deze opgaven zullen we in het stedenbouwkundige plan voor Plakse Weide in samenhang benaderen. Immers moeten deze aspecten per gebied en per afzonderlijk context een logische vertaling krijgen. Uiteraard stellen we onze ambities voortdurend bij, op basis van voortschrijdend inzicht en technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

46 Ontwikkelplan Plakse Weide

HET VERVOLG Stedenbouwkundig plan Nadat college en gemeenteraad hebben ingestemd met het Ontwikkelplan op hoofdlijnen wordt het Ontwikkelplan—samen met de gemeentelijke vakdisciplines—verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Op dat moment wordt gedetailleerd invulling gegeven aan het plan. In het stedenbouwkundige plan zal vanzelfsprekend aandacht worden besteed aan aspecten als duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie, maar ook aan sociale duurzaamheid. Anterieure overeenkomst Na gezamenlijke vaststelling van het stedenbouwkundige plan, zullen college en ontwikkelaars een zogeheten anterieure overeenkomst sluiten, waarin zij afspraken vastleggen ter uitvoering van het stedenbouwkundig plan, maar ook over zaken als planning, proces en procedures. Bestemmingsplan In het kader van voorliggend Ontwikkelplan zijn enkel die onderzoeken gedaan die mogelijk van invloed zijn op het stedenbouwkundige plan en betreffen tegelijk die aspecten waar de grootste zorg van omwonenden naar uit gaat.

Uiteindelijk zullen in het kader van het bestemmingsplan de volgende onderzoeken worden uitgevoerd, die moeten aantonen dat de ontwikkeling haalbaar is: • Natuuronderzoek (soortenbescherming en gebiedsbescherming—stikstof) • Archeologisch onderzoek • Milieukundig bodemonderzoek • Onderzoek naar belemmeringen (waaronder geur, gasleiding) • Akoestisch onderzoek • Verkeersonderzoek • Onderzoek externe veiligheid • Luchtkwaliteitonderzoek

Vast te stellen Ontwikkelplan op hoofdlijnen.

Daarnaast zal worden aangetoond dat de ontwikkeling programmatisch (Ladder voor duurzame verstedelijking) en financieel haalbaar is. In het kader van het bestemmingsplan bestaat (opnieuw) gelegenheid voor omwonenden en andere belanghebbenden om in te spreken en zienswijzen kenbaar te maken

47 Ontwikkelplan Plakse Weide

Ontwikkelplan Plakse Weide 18 februari 2022

BIJLAGE 2 KUIPERCOMPAGNONS 11 MEI 2023 AANMELDNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan ‘Plakse Weide’

11 mei 2023

Werknummer

622.135.70

Datum

11 mei 2023

3

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ..............................................................................................................4

1.1

Aanleiding ............................................................................................................4

1.2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? ..........................................................4

1.3

Het doel van een vormvrije m.e.r-beoordeling ......................................................5

1.4

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling.......................5

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................5

2.

Kenmerken van het project ...............................................................................6

2.1

Inleiding................................................................................................................6

2.2

Planbeschrijving ...................................................................................................6

2.3

Cumulatie met andere projecten...........................................................................7

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ....................................................................7

2.5

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder ...........................................7

2.6

Risico van ongevallen ..........................................................................................8

3.

Plaats van het project ........................................................................................9

3.1

Ligging van het project .........................................................................................9

3.2

Bestaand grondgebruik ........................................................................................9

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu ................................................10

4.

Kenmerken van het potentiële effect ..............................................................12

4.1

Inleiding..............................................................................................................12

4.2

Bedrijven en milieuzonering ...............................................................................13

4.3

Ecologie .............................................................................................................13

4.4

Geluid (Wet geluidhinder) ...................................................................................14

4.5

Verkeer ..............................................................................................................14

4.6

Luchtkwaliteit......................................................................................................14

4.7

Water .................................................................................................................14

5.

Conclusie ..........................................................................................................16

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

4

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de locatie Plakse Weide in Duiven worden de komende jaren maximaal 300 woningen gerealiseerd. De geplande woningbouw draagt bij aan de geconstateerde vraag naar woningen in Duiven. Het geldende bestemmingsplan laat de ontwikkeling tot woningbouw niet toe. Daarom wordt er een nieuw bestemmingsplan voorbereid dat de realisatie van woningen alsnog mogelijk gemaakt. In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Omdat de drempelwaarden niet worden overschreden, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag (college) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan.

Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

1.2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Voor de voorgenomen ontwikkeling dient gemotiveerd te worden of mogelijk sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient het bevoegd gezag (in dit geval burgemeester en wethouders) de afweging te maken of een m.e.r.procedure dient te worden gevolgd. In het Besluit m.e.r. zijn categorieën van gevallen aangegeven die (mogelijk) m.e.r(beoordelings)plichtig zijn. Voor de bouw van woningen is dit in het Besluit m.e.r. als volgt geformuleerd: 1. D.11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het voornemen bestaat uit de transformatie van agrarische percelen naar woningen. De ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). De drempelwaarde (kolom 2) wordt niet overschreden. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben.

Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel deze vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

5

Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een uitgebreide m.e.r.beoordeling of MER noodzakelijk. Omdat de gemeente niet de initiatiefnemer is in dit project, moet de m.e.r.-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie worden opgesteld. Deze aanmeldnotitie moet door de initiatiefnemer worden ingediend bij de gemeente en de gemeente dient op een zo vroeg mogelijk moment te besluiten over of wel of niet een formele (uitgebreide) m.e.r.-beoordeling of MER moet worden opgesteld.

1.3

Het doel van een vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing.

1.4

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r.-beoordeling Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn (richtlijn 2011/92/EU) milieubeoordeling projecten. In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan waarbij ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: • kenmerken van de activiteit; • plaats waar de activiteit wordt verricht; • kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.5

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) wordt ingegaan op de kenmerken van het plan, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. De notitie wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

6

2.

Kenmerken van het project

2.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de ontwikkeling besproken. De aard en de omvang van de ontwikkeling worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Planbeschrijving De ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een maximaal 300 woningen op de locatie Plakse Weide (gemeente Duiven). De bestaande agrarische gronden worden getransformeerd naar een groen opgezette woonbuurt, bestaande uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen. Met de ontwikkeling van Plakse Weide wordt voorzien in een actuele woonbehoefte binnen de gemeente Duiven. Het plan bevat hoofdzakelijk betaalbare woningen, aangevuld met duurdere vrijstaande en twee-onder-één kapwoningen om doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In totaal zijn maximaal 300 woningen beoogd. De ruimtelijke uitwerking van het plan vindt plaats op basis van de kaders die zijn gesteld door de gemeenteraad van Duiven in januari 2021 en het hieruit volgende Ontwikkelplan, dat op 5 juli 2021 is vastgesteld. Het Ontwikkelplan op hoofdlijnen, opgenomen in afbeelding 1, vormt de basis voor de verbeelding van het bestemmingsplan en de verdere uitwerking in een stedenbouwkundig plan. De opzet van het nieuwe woongebied gaat uit van een robuuste buitenrand, in combinatie met groen, parkachtig middengebied als centrale ontmoetingsplek van de wijk. Hier komen twee beeldbepalende appartementengebouwen te staan.

Het woongebied wordt opgedeeld door diverse groene ‘wiggen’, bebouwingsvrije ruimtes met lange doorzichten die een onderdeel vormen van de wandel- en fietsroutes van het centrale middengebied naar de omgeving. In deze groene ruimtes is plek voor spelen en ontmoeten. De woningtypen worden in elke buurt gedifferentieerd, waardoor ook op wijkniveau op elke plek sprake is van een menging van verschillende woningtypen. Elke buurt bestaat uit een combinatie van rijtjeswoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen, waarbij iedere buurt zijn eigen identiteit krijgt. Het parkeren gebeurt zoveel mogelijk uit het zicht, op binnenterreinen en in parkeerkoffers met groene omheining.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

7

Afbeelding 1: Ontwikkelplan op hoofdlijnen (rood = woonvelden, lichtrood = appartementen, gele ster = accent)

De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een woongebied met maximaal 300 woningen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 130.000 m2. De beoogde ontwikkeling blijft dus ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en 100 hectare aaneengesloten gebied.

2.3

Cumulatie met andere projecten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. Er wordt dan ook geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

2.5

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstofemitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

8

Het beoogde plan heeft een verkeersaantrekkende functie ten opzichte van de huidige situatie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.

2.6

Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

9

3.

Plaats van het project

3.1

Ligging van het project Het plangebied ligt in het buitengebied van gemeente Duiven. Het plangebied wordt begrensd door het stedelijk gebied van de kern Duiven aan de west- en zuidzijde, langs de wegen Vergertlaan en de Rijksweg. Aan de oostzijde grenst het gebied aan de Oostsingel, met aan de overzijde het agrarisch buitengebied. Ten zuidoosten van het plangebied zijn nog enkele agrarische woon- en bedrijfspercelen aanwezig langs de Plaksestraat. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven.

Afbeelding 3.1: globale begrenzing plangebied

3.2

Bestaand grondgebruik Het plangebied bestaat uit open akkerbouwgebied, met twee langgerekte greppels. Landschappelijk gezien sluit de locatie aan bij de structuur ten noorden van de Oostsingel: lange rechte kavellijnen die nog zichtbaar zijn in het gebied, afgewisseld met smalle watergangen en greppels die door het gebied lopen. Ook de grenzen van kavels bestaan vaak uit watergangen. Langs de randen staan hier en daar bomen op nabijgelegen gronden. De locatie Plakse Weide wordt in de huidige situatie vooral omringd door woningbouw. Aan de noordwestzijde, langs de Vergertlaan, staat een twintigtal vrijstaande woningen. Een deel van deze woningen heeft de voorzijde gericht naar Plakse Weide, het oostelijk deel heeft hier de achtertuinen georiënteerd. De woningen staan door een breed wegprofiel en groenzone met watergang op enige afstand van het plangebied (ca. 50-60 meter). Ten zuiden van de Vergertlaan, aan de rotonde Rijksweg/Vergertlaan, staan enkele op zichzelf staande woningen. Langs de Rijksweg staan enkele geschakelde woningen die met de achterzijden zijn gericht naar de Plakse Weide. Parallel aan de Rijksweg ligt de Plaksestraat, waar enkele vrijstaande woningen en kleinschalige bedrijfspercelen gesitueerd zijn.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

10

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- en bosgebied. Het plangebied ligt niet in een Nationaal Landschap. Het besluitgebied ligt niet in een Nationaal Park / maakt geen onderdeel uit van NNN. In de omgeving van het besluitgebied liggen Natura 2000gebieden (zie verder onder deze tabel).

Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Reservaten en natuurparken: - nationale landschappen - nationale parken

Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte Nationale Parken zijn onderdeel van het NNN.

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid

Wet natuurbescherming

Landschappen van - historisch belang - cultureel belang - beschermd stads- en dorpsgezicht - archeologisch belang

- Verdrag van Valletta Monumentenwet - Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan

Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn water)

Het plangebied ligt niet in gebieden waar basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid. In het plangebied zijn geen historische bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde te benoemen. Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ een lage archeologische Verwachtingswaarde.

Tabel 1: Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

11

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu speelt hier niet direct. Het plan ligt in de bebouwde kom van Duiven. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het plangebied. Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000 gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur. Overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)

Provinciale omgevingsverordening

Gebied geschikt voor beschermde soorten

Wet natuurbescherming

Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied

Provinciale omgevingsverordening

Stiltegebied

Wet milieubeheer en Provinciale omgevingsverordening Provinciale omgevingsverordening

Het besluitgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onderaan de tabel). Het besluitgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie onderaan de tabel) Het besluitgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale omgevingsverordening

Het besluitgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Tabel 2: Overzicht overige gevoelige gebieden

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plan ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelzone. Omdat het NNN in het Gelderland (GNN) geen externe werking kent, zijn negatieve effecten op het NNN uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dierof plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

12

4.

Kenmerken van het potentiële effect

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van de ontwikkeling en de plaats van de ontwikkeling zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van het logistieke centrum. Hoofdstuk 2 laat zien dat de ontwikkeling de realisatie maximaal 300 woningen op de locatie Plakse Weide betreft. De bestaande agrarische gronden worden getransformeerd naar een groen opgezette woonbuurt, bestaande uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Uit Hoofdstuk 3 kan worden geconcludeerd dat de omgeving van het besluitgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het besluitgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Verder kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het besluitgebied aanwezig zijn.

Nader te beoordelen aspecten Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en / of onderzocht. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn voor de vormvrije milieueffectbeoordeling. Deze aspecten betreffen: -

-

-

Milieuzonering: het plan kan impact hebben op omliggende inrichtingen en bedrijvigheid. Ecologie: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. Geluidhinder: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. Verkeer: de ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Water: de toename aan verharding kan leiden tot verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie.

Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken van de concrete ontwikkeling en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Het betreft de volgende aspecten: -

Cultuurhistorie: De functies in onderhavig plan leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden. Bodem en grondverzet: onderhavige ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. Indien grond van de locatie vrijkomt en wordt toegepast

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

13

-

gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Hierdoor is mogelijk een generiek of gebiedsspecifiek beleidskader van kracht voor het toepassen van grond. Externe veiligheid: de functies in onderhavige ontwikkeling leiden niet tot externe veiligheidseffecten.

De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet behandeld. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging, het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan. Daarbij geldt dat – indien noodzakelijk – aandacht is voor: -

het grensoverschrijdende karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

In algemene zin is er in het kader van de ontwikkeling van Plakse Weide geen sprake van een grensoverschrijdend effect. De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (er worden geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Ook is er geen sprake van onomkeerbare effecten. De aanvang van het project zal plaatsvinden nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. 4.2

Bedrijven en milieuzonering Rondom het plangebied liggen diverse relevante bedrijven en bestemmingen. Voor de naastgelegen bedrijvigheid en het nabijgelegen gasregeldrukstation wordt voldaan aan de hiervoor geldende richtafstanden, waardoor voor deze functies geen belemmeringen worden verwacht. Voor de agrarische bedrijven in de omgeving geldt dat geur het belangrijkste aspect is. Door onderzoeksbureau De Roever is onderzoek verricht naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten. In de eerste fase kunnen zonder belemmeringen minimaal 180 woningen worden gerealiseerd (buiten de geldende geurcontour). Voor de tweede fase is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Geurgevoelige objecten (woningen) binnen de contour mogen pas in gebruik worden genomen, wanneer uit onderzoek is gebleken dat maatregelen zijn getroffen waardoor de geurcontour niet langer over de nieuwe geurgevoelige objecten reikt, de wetgeving/ beleid op dit onderwerp is aangepast of wanneer sprake is van bedrijfsbeëindiging. Geurhinder van veehouderijen vormt zodoende geen belemmering voor het plan. Zodoende worden met de ontwikkeling geen bedrijven of functies belemmerd in hun bedrijfsvoering.

Gezien het voorgaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de haalbaarheid van de ontwikkeling en gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.3

Ecologie Met de ontwikkeling worden aanpassingen gedaan aan de bestaande agrarische gronden en aanwezige begroeiing. Deze activiteit kan effect hebben op beschermde planten- en diersoorten. Daarom is door adviesbureau Econsultancy een quickscan uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het besluitgebied.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

14

Soortenbescherming Uit de uitgevoerde bureaustudie en het veldonderzoek is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wnb beschermde soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna worden daarom uitgesloten. Nader onderzoek wat betreft soortenbescherming is niet noodzakelijk. Wat betreft de aanwezigheid van verblijf- en broedplaatsen van vogels wordt rekening gehouden met de aanbeveling uit het onderzoek, in die zin dat de aanlegwerkzaamheden buiten het broedseizoen zullen plaatsvinden. Gebiedsbescherming (stikstof) Voor de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen is de stikstofdepositie op nabijgelegen natuurgebieden in zowel de aanleg- en gebruiksfase beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. Uit onderzoek, uitgevoerd door KuiperCompagnons (d.d. 28 april 2023), wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de woningen.

Dit betekent dat significant negatieve effecten op de bescherming van soorten en op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot nadelige effecten voor het milieu. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk. 4.4

Geluid (Wet geluidhinder) Er wordt een woonwijk van maximaal 300 woningen gerealiseerd. De geluidsuitraling van dit aantal woningen naar de omgeving van de nieuwe wijk is beperkt en leidt niet tot nadelige effecten als gevolg van geluid. Daarom is het uitvoeren van een MER voor geluid niet noodzakelijk.

4.5

Verkeer Voor de woningbouwlocatie ‘Plakse Weide’ heeft Goudappel in 2022 een verkeersonderzoek uitgevoerd. De conclusie luidt dat de afwikkeling van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling van alleen Plakse Weide niet leidt tot de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Het onderliggende wegennet kan de komst van maximaal 300 woningen zonder verdere maatregelen aan. Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeermogelijkheid. Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming, veiligheid en parkeervoorzieningen. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.6

Luchtkwaliteit Een ontwikkeling van deze omvang valt binnen de NIBM-regeling van de Wet luchtkwaliteit. Om deze reden is het niet noodzakelijk onderzoek naar het effect op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen. Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

4.7

Water Het aantal vierkante meters verharding neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Het uitgangspunt vanuit het waterschap luidt dat er 80 mm* water per m2 toename verhard oppervlak moet kunnen worden geborgd. Dat betekent dat er circa 4.784,5 m3 water moet worden geborgd binnen het plangebied. Deze opgave wordt meegenomen in de stedenbouwkundige uitwerking van het plan en is vooralsnog aan de randen van het plangebied

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

15

voorzien. De benodigde waterberging wordt in het bestemmingsplan geborgd via een voorwaardelijke verplichting. Daarbij wordt rekening gehouden met aanbevelingen door het waterschap, om negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie te voorkomen. Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het plangebied. Gezien het voorgaande leidt het aspect water niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

16

5.

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de beoogde ontwikkeling van het plangebied Plakse Weide belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect

Beoordeling milieueffecten

Milieuzonering

Het plan leidt niet tot negatieve effecten voor omliggende bedrijvigheid. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat geen sprake is van een negatief milieueffect ten aanzien van beschermde soorten. Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit significant negatieve effecten op omliggende Natura2000 gebieden zijn uit te sluiten. Ook negatieve milieueffecten op het gebied van beschermde natuurgebieden zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als gevolg van de komst van woningbouw op Plakse Weide. Uit onderzoek blijkt dat de afwikkeling van het verkeer als gevolg van sec de ontwikkeling van Plakse Weide niet leidt tot de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Het onderliggende wegennet kan de komst van maximaal 300 woningen zonder verdere maatregelen aan. Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeermogelijkheid. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering. Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het plangebied.

Ecologie (soorten)

Ecologie (gebieden)

Geluid

Verkeer

Lucht

Water

Tabel 3: Overzicht beoordeling milieueffecten

Bovenstaande effecten zijn weloverwogen beoordeeld. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om deze effecten te beperken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen negatieve effecten verwacht hoeven te worden. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling – Bestemmingsplan “Plakse Weide”

BIJLAGE 3 GOUDAPPEL 17 FEBRUARI 2022 VERKEERSAFWIKKELING WONINGBOUWLOCATIE PLAKSE WEIDE, DUIVEN

Opdrachtgever

Klaassen Groep & BPD

Datum

17 februari 2022

Auteurs

Mark van den Bos en Gerwin de Boer

Kenmerk

009026.20211124.N1.11

Status

Definitief

Pagina

1/20

Verkeersafwikkeling woningbouwlocatie Plakse Weide Duiven 1.

Inleiding

Klaassen Groep is in samenwerking met BPD bezig met de ontwikkeling van de woningbouwlocatie ‘Plakse Weide’ in Duiven. Deze ontwikkeling beoogt de bouw van (ongeveer) 300 woningen aan de oostkant van Duiven (zie figuur 1.1).

Figuur 1.1: Locatie Plakse Weide

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland

Snipperlingsdijk 4

Postbus 161

+31(0) 570 666 222

BTW NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

info@goudappel.nl

KVK

Nederland

Nederland

www.goudappel.nl

IBAN NL09 INGB 0001 2746 32

3801 7479

Deze notitie onderzoekt en beschrijft de effecten van de komst van 300 woningen op de locatie Plakse Weide op het onderliggende wegennet en adviseert over de verschillende mogelijkheden tot (auto-)ontsluiting van de nieuwe woonwijk op het omliggende wegennet. Hoofdstuk 2 beschrijft de uitgangspunten en de onderzoeksopzet van de studie. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van de verkeersmodelberekeningen toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat in op de afwikkelingsanalyse van de aansluitingen. Hoofdstuk 5 sluit af met de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van deze studie.

2.

Uitgangspunten en onderzoeksopzet

2.1

Uitgangspunten

Deze studie is uitgevoerd op basis van de volgende uitgangspunten: •

In totaal worden 300 woningen in het plangebied gerealiseerd.

•

Er is uitgegaan van een ritgeneratie van ruim 6 ritten per woning per etmaal. Deze waarde is gebaseerd op de gemiddelde huidige ritproductie van bestaande woningen. Daarnaast is inclusief ook rekening gehouden met mobiliteitsgroei als gevolg van bijvoorbeeld toenemende welvaart.

•

De interne wegenstructuur van de wijk ligt op dit moment nog niet vast. Deze volgt op de keuze voor de externe ontsluitingswijze.

•

De wijk wordt ontsloten met maximaal twee aansluitingen op het omliggende wegen-

•

Voor de verkeersgeneratie en toedeling op het wegennet is gebruik gemaakt van het

net. regionale verkeersmodel Arnhem-Nijmegen (versie 2021). Dit model gaat uit van een prognosejaar 2030, economisch groeiscenario Hoog, met doortrekking van de A15.1

2.2

Onderzoeksopzet

Verkeersmodelberekeningen De onderzoeksopzet is erop gericht om alle realistische ontsluitingsmogelijkheden van Plakse Weide voor het autoverkeer te onderzoeken. Dit heeft geresulteerd in de doorrekening van drie ontsluitingsvarianten met het regionale verkeersmodel (zie figuur 2.1):

1

Het Tracébesluit van de ViA15 is vastgesteld en ligt op dit moment voor bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omdat het gaat om een vastgesteld besluit is het project ViA15 meegenomen in voorliggend verkeerskundig onderzoek als uitgangspunt voor het beleid en de prognoses voor de toekomst.

2

1.

Twee aansluitingen op de Rijksweg.

2.

Een aansluiting op de Rijksweg en een aansluiting op de Vergertlaan.

3.

Een aansluiting op de Rijksweg en een aansluiting op de N810.

Figuur 2.1: De drie onderzochte ontsluitingsvarianten (invulling woningbouwlocatie en wegenstructuur louter illustratief)

Hoewel de interne wegenstructuur van de wijk op dit moment nog niet vastligt, is dit wel een belangrijke factor ten aanzien van de verdeling van de verkeersgeneratie over de aansluitingen op het omliggende wegennet. Daarom is ervoor gekozen om bij de modellering van de wijk de 300 woningen te verdelen in 3 zones van 100 woningen. Twee van de drie zones takken aan op één van beide aansluitingen op het omliggende wegennet. De derde zone sluit aan op beide aansluitingen (zie het voorbeeld van ontsluitingsvariant 3 in figuur 2.2).

3

Figuur 2.2: Modellering van Plakse Weide (ontsluitingsvariant 3) met verdeling over 3 zones

Kruispuntanalyse Voor de verkeersafwikkeling op de aansluitingen en de rotonde Rijksweg - Vergertlaan is een nadere analyse gedaan met het rekenprogramma Kruispuntwijzer. Het met verkeerslichten geregelde kruispunt Oostsingel - Vergertlaan is geanalyseerd met het rekenprogramma COCON. Ten behoeve van de kruispuntberekeningen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

De kruispunten zijn doorgerekend voor de maatgevende ochtend- en avondspitssituatie in het prognosejaar 2030, herleid uit het regionale verkeersmodel.

•

De aansluitingen worden vormgegeven als voorrangskruispunten.

•

Het kruispunt Oostsingel - Vergertlaan is doorgerekend op basis van de provinciale uitgangspunten en instellingen van deze verkeersregelinstallatie.

•

De 2-uurs spitsmodelcijfers zijn omgerekend naar drukste 1-uurs spitscijfers met een spitsfactor van 0,55.

•

Het vrachtverkeer uit de verkeersmodelcijfers is omgerekend naar personenautoequivalenten (pae) met een pae-factor van 2,0 voor het vrachtverkeer.

•

De resulterende kruispuntstromen zijn weergegeven in de tabellen 2.1 t/m 2.6.

4

variant 1

variant 2

variant 3

straat

richting

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

Rijksweg oost

rechtsaf

2

6

2

6

2

5

rechtdoor

302

215

301

215

302

216

Rijksweg west

rechtdoor

133

310

131

312

131

312

linksaf

7

28

9

35

9

35

Plakse Weide

rechtsaf

21

15

26

21

26

21

linksaf

4

4

3

4

3

4

Tabel 2.1: Kruispuntstromen aansluiting Rijksweg oost, prognosejaar 2030, in pae/h

variant 1 straat

richting

ochtendspits

avondspits

Rijksweg oost

rechtsaf

2

6

rechtdoor

302

215

Rijksweg west

rechtdoor

133

310

linksaf

7

28

Plakse Weide

rechtsaf

21

15

linksaf

4

4

Tabel 2.2: Kruispuntstromen aansluiting Rijksweg west, prognosejaar 2030, in pae/h

referentiesituatie straat

richting

Vergertlaan oost Plakse Weide

Vergertlaan west Schapen weide

ochtendspits

avondspits

rechtsaf

34

rechtdoor

432

linksaf rechtsaf

variant 1

variant 2

ochtendspits

avondspits

135

34

906

442

-

-

-

-

rechtdoor

-

linksaf

-

variant 3

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

157

34

931

416

133

34

134

895

433

913

-

-

-

-

10

46

-

-

35

24

-

-

-

-

-

-

-

0

1

-

-

-

6

5

-

-

rechtsaf

-

-

-

-

3

8

-

-

rechtdoor

846

668

874

691

837

644

853

668

linksaf

1

17

1

14

0

0

1

16

rechtsaf

1

1

1

1

0

0

1

1

rechtdoor

-

-

-

-

0

1

-

-

linksaf

91

66

90

65

87

65

90

66

Tabel 2.3: Kruispuntstromen aansluiting Vergertlaan, prognosejaar 2030, in pae/h

5

variant 3 straat

richting

ochtendspits

avondspits

Laarstraat

rechtsaf

3

1

rechtdoor

1

1

linksaf

46

23

rechtsaf

10

26

rechtdoor

417

676

linksaf

5

19

rechtsaf

16

10

rechtdoor

1

1

linksaf

23

17

Oostsingel zuid

Plakse Weide

Oostsingel noord

rechtsaf

7

34

rechtdoor

498

645

linksaf

4

3

Tabel 2.4: Kruispuntstromen aansluiting Oostsingel, prognosejaar 2030, in pae/h

referentiesituatie

variant 1

variant 2

variant 3

straat

richting

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

Rijksweg oost

rechtsaf

215

134

256

163

224

138

227

143

rechtdoor

82

73

97

83

93

87

90

83

linksaf

6

6

12

14

10

12

10

12

rechtsaf

4

6

8

16

7

14

7

13

rechtdoor

456

391

444

385

446

369

452

385

linksaf

35

70

35

70

36

83

35

71

rechtsaf

44

78

44

91

45

83

44

78

rechtdoor

35

94

39

114

39

103

39

101

linksaf

175

160

174

157

170

146

174

156

rechtsaf

85

241

84

241

82

230

85

236

rechtdoor

254

453

253

425

244

438

252

445

linksaf

93

213

105

264

95

232

96

233

Vergertlaan zuid

Rijksweg west

Vergertlaan noord

Tabel 2.5: Kruispuntstromen rotonde Rijksweg - Vergertlaan, prognosejaar 2030, in pae/h

6

referentiesituatie

variant 1

variant 2

variant 3

straat

richting

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

Oostsingel zuid Vergertlaan

rechtdoor

159

160

158

160

164

162

174

168

linksaf

270

530

275

546

263

537

270

525

rechtsaf

464

459

481

466

482

447

464

454

linksaf

472

276

483

289

477

450

479

280

Oostsingel noord

rechtsaf

198

510

201

542

196

537

196

521

rechtdoor

43

218

43

216

43

217

45

228

Tabel 2.6: Kruispuntstromen kruispunt Oostsingel - Vergertlaan, prognosejaar 2030, in pae/h

3.

Resultaten verkeersmodelberekeningen

Alle modelplots van deze studie zijn te vinden in bijlage 1. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste modeluitkomsten wat betreft de verkeersintensiteiten rond het plangebied Plakse Weide in 2030 in de referentiesituatie zonder Plakse Weide en de plansituaties met Plakse Weide.

3.1

Verkeersgeneratie Plakse Weide in relatie tot huidig verkeersaanbod

Plakse Weide geeft met 300 woningen een ritgeneratie van circa 1.800 mvt per etmaal. Tabel 3.1 geeft weer, hoe deze ritgeneratie zich verhoudt tot het verkeersaanbod op de wegen rondom Plakse Weide in de 2020 (pré-corona) situatie, ongeacht hoe Plakse Weide wordt aangesloten. De Vergertlaan is in de tabel opgesplitst in twee trajecten: ten westen en ten oosten van de Schapenweide. weg

2020 pre-corona

2020 met Plakse Weide

1

Rijksweg ten oosten van de rotonde Vergertlaan

4.400

6.200 (+41%)

2

Vergertlaan ten westen van de Schapenweide

11.400

13.200 (+16%)

3

Vergertlaan ten oosten van de Schapenweide

12.900

14.700 (+14%)

4

Oostsingel ten zuiden van de Vergertlaan

15.900

17.700 (+11%)

Tabel 3.1: Verkeersgeneratie Plakse Weide ten opzichte van het verkeersaanbod op de omliggende wegen in de situatie 2020 (pré-corona) in mvt/etmaal

7

Figuur 3.1: Omliggende wegen Plakse Weide

In 2020 heeft de Oostsingel het hoogste verkeersaanbod, gevolgd door de Vergertlaan (ten oosten van de Schapenweide). De ritgeneratie van Plakse Weide is verhoudingsgewijs circa 10 tot 15% van het huidige (2020 pré-corona) verkeersaanbod. Op de Rijksweg is dit verhoudingsgewijs hoger met circa 40%. De verkeersbelasting op de Oostsingel en de Vergertlaan verandert echter drastisch als de A15 wordt doorgetrokken. Hierop wordt in de volgende paragraaf en het volgende hoofdstuk verder ingegaan.

3.2

Referentiesituatie 2030

In de referentiesituatie 2030 is uitgegaan van een autonome groei tot 2030 en de doortrekking van de A15. De effecten van deze ontwikkelingen hebben invloed op het verkeersaanbod op de wegen rondom de planlocatie Plakse Weide. Tabel 3.2 geeft een overzicht van de model-etmaalintensiteiten van de 2020 (pré-corona) situatie en de referentiesituatie in 2030 (zonder verkeerstoename als gevolg van Plakse Weide).

8

weg

2020 precorona

referentie 2030

groei

1

Rijksweg ten oosten van de rotonde Vergertlaan

4.400

5.600

+27%

2

Vergertlaan ten westen van de Schapenweide

11.400

16.600

+46%

3

Vergertlaan ten oosten van de Schapenweide

12.900

18.400

+43%

4

Oostsingel ten zuiden van de Vergertlaan

15.900

13.400

-16%

Tabel 3.2: Groei in etmaalverkeersaanbod tussen 2020 (pré-corona) en 2030 (met autonome groei en doortrekking A15, zonder Plakse Weide) in mvt/etmaal

Tabel 3.2 toont aan dat de Vergertlaan van alle beschouwde wegen, tussen 2020 en 2030 de grootste groei te verwerken krijgt. Deze toename heeft veel te maken met de doortrekking van de A15. Voor het Duivense verkeer verandert de route naar de A15 en A12 omdat de A15 een nieuwe aansluiting krijgt oostelijk van Duiven op de N810. De Vergertlaan wordt hierdoor meer gebruikt. In 2030 nadert het verkeersaanbod de 20.000 mvt/etmaal, wat een gangbare signaalwaarde is voor overbelasting van een stedelijke weg met een 2x1 wegprofiel. Of overbelasting daadwerkelijk het geval is, hangt in de meeste gevallen af van de capaciteit en belasting van de kruispunten. Om die reden zijn de kruispunten op de Vergertlaan in dit onderzoek nader onderzocht. Deze analyse is beschreven in hoofdstuk 4. Op de Oostsingel neemt het verkeersaanbod in 2030 juist af. De verklaring hiervoor is, dat een deel van het huidige verkeersaanbod van en naar de aansluiting A12 Duiven vanuit Zevenaar-West, Groessen, Pannerden, et cetera wordt afgevangen door de aansluiting op de A15. Dit verkeer rijdt dus niet meer over de Oostsingel richting de A12, maar via de A15. Ook op de Rijksweg wordt groei verwacht, maar het verkeersaanbod is hier op etmaalniveau nog beperkt.

3.3

Plansituatie 2030 met Plakse Weide

De ritgeneratie van Plakse Weide is circa 1.800 mvt/etmaal. Dit verkeersaanbod moet op een bepaalde wijze over het netwerk afgewikkeld worden. Dit betekent niet per definitie dat de gehele verkeersgeneratie van Plakse Weide op alle omringende wegen afgewikkeld wordt. Dit is afhankelijk van de manier van ontsluiting op het wegennet. Tegelijkertijd kan het extra verkeersaanbod als gevolg van Plakse Weide ook weer invloed hebben op de routekeuze van het bestaande verkeer op het netwerk. Deze effecten worden inzichtelijk gemaakt met het verkeersmodel. In het verkeersmodel zijn de drie ontsluitingsvarianten ingevoerd. Ten behoeve van de modellering in het verkeersmodel is in ontsluitingsvariant 2 voor het kruispunt met de Vergertlaan - Schapenweide uitgegaan van een viertaks kruispunt met VRI. In

9

ontsluitingsvariant 3 is ten behoeve van de modellering op de wijkontsluiting met de Oostsingel uitgegaan van een VRI. Dit is gedaan omdat is ingeschat dat dit de meest passende aansluitingsvorm in die situatie lijkt en het beste is om de verkeersstromen goed in beeld te krijgen. Bij de beoordeling van de verkeersafwikkeling van deze kruispunten is enkel een voorrangssituatie beschouwd. Tabel 3.3 geeft een overzicht van de modelresultaten van de drie beschouwde ontsluitingsvarianten. De referentiesituatie 2030 is de situatie met autonome groei en doortrekking A15, maar zonder Plakse Weide. De varianten 1 t/m 3 zijn de drie onderzochte ontsluitingsvarianten (zie figuur 2.1 in hoofdstuk 2), dus met Plakse Weide. De percentages geven de verkeerstoename aan ten opzichte van de referentiesituatie zonder Plakse Weide. Uit de tabel blijkt, dat Plakse Weide na doortrekking van de A15 relatief weinig bijdraagt aan de toename van verkeersintensiteiten rondom het plangebied, de Rijksweg uitgezonderd.

weg

referentie 2030

variant 1

variant 2

variant 3

1

Rijksweg ten oosten van de rotonde Vergertlaan

5.600

7.100 (+27%)

6.200 (+11%)

6.200 (+11%)

2

Vergertlaan ten westen van de Schapenweide

16.600

17.200 (+4%)

15.500 (-7%)

16.500 (-1%)

3

Vergertlaan ten oosten van de Schapenweide

18.400

19.100 (+4%)

18.200 (-1%)

18.400 (0%)

4

Oostsingel ten zuiden van de Vergertlaan

13.400

13.800 (+3%)

13.500 (+1%)

13.000 (-3%)

Tabel 3.3: Overzicht verkeersaanbod ontsluitingsvarianten in mvt/etmaal, procentueel is de toename ten opzichte van de referentiesituatie weergegeven

Ontsluitingsvariant 1 In ontsluitingsvariant 1 wordt de Plakse Weide met twee aansluitingen afgewikkeld op de Rijksweg. Hierdoor neemt de verkeersintensiteit toe tot 7.100 mvt/etmaal nabij de rotonde met de Vergertlaan. Omdat een deel van het verkeer een relatie heeft met de A12 of de A15 neemt ook het verkeersaanbod op de Vergertlaan en de Oostsingel toe. Ontsluitingsvariant 2 In ontsluitingsvariant 2 (één aansluiting op de Rijksweg, één aansluiting op de Vergertlaan) is de verkeerstoename op de Rijksweg en de Vergertlaan minder groot dan in ontsluitingsvariant 1. Deze kleinere toename wordt verklaard doordat een beperkt deel van het Duivense verkeer een alternatief voor de Vergertlaan zoekt. De in het verkeersmodel gemodelleerde VRIkruispunt in deze variant zorgt voor een vertraging waardoor andere routes aantrekkelijker

10

voor hen worden. Per saldo is er dan minder verkeer op de Vergertlaan in deze ontsluitingsvariant geprognosticeerd. In de andere ontsluitingsvarianten komt dit effect niet of nauwelijks voor. Ontsluitingsvariant 3 In ontsluitingsvariant 3 is de groei op de Rijksweg vergelijkbaar met ontsluitingsvariant 2. Op de Vergertlaan blijft het verkeersaanbod ongeveer gelijk aan de referentiesituatie. Op de Oostsingel is een kleine afname te zien. Op een groter schaalniveau blijkt, dat door de aansluiting van Plakse Weide op de Oostsingel een kleine verschuiving optreedt vanaf de Oostsingel naar de A12 en de A15 (zie figuur 3.2). Dit is in feite geen ongewenst effect, aangezien de route via de A12 en de A15 voor doorgaand verkeer de gewenste route is.

4.

Resultaten afwikkeling aansluitingen

In hoofdstuk 3 is de toename van de verkeersintensiteiten bepaald op basis van een drietal ontsluitingsscenario’s. De gekwantificeerde toename van de verkeersintensiteiten zegt op zichzelf niet veel. Het gaat om de vraag of het onderliggende wegennet de toekomstige verkeersintensiteiten (incl. de groei ervan) kan afwikkelen. Omdat de mogelijkheid tot afwikkeling van de kruispunten hierbij maatgevend is, is in het navolgende op basis van de geconstateerde toename van het verkeer beoordeeld of de kruispunten het toekomstige verkeersaanbod kunnen afwikkelen. In dit hoofdstuk worden de kruispunten doorgerekend op basis van de kruispuntstromen in hoofdstuk 2. Aandachtspunt hierbij is dat deze kruispuntstromen zijn herleid uit het verkeersmodel. Dit betekent dat de in hoofdstuk 3 genoemde netwerkeffecten hierin zijn meegenomen en dat de kruispuntstromen niet in alle gevallen de verkeersvraag (zonder wegdrukeffect als gevolg van vertraging) weergeven, maar reeds rekening is gehouden met het geprognotiseerde verkeersaanbod (inclusief wegdrukeffect als gevolg van vertraging). Allereerst zijn de kruispunten en rotonde, voor zover aanwezig, doorgerekend voor de referentiesituatie. Zodoende ontstaat er inzicht in de verkeersafwikkeling op de kruispunten in de referentiesituatie en kunnen de effecten van de ontsluitingsvarianten beter beoordeeld worden.

Hierna zijn de kruispunten in de ontsluitingsvarianten doorgerekend.

11

De beoordeling van de kruispuntresultaten is gedaan op basis van de maximale I/C-waarde (intensiteit/capaciteitsverhouding) en maximale verliestijd op de maatgevende tak conform tabel 4.1. De beoordeling van het met verkeerslichten geregelde kruispunt (VRI-kruispunt) Oostsingel - Vergertlaan is gedaan op basis van de benodigde cyclustijd van de verkeersregeling conform tabel 4.2. beoordeling

max. I/C

max. verliestijd (sec)

goed

0-0,7

0-40

matig

0,7-0,8

40-60

slecht

>0,8

>60

Tabel 4.1: Beoordelingscriteria voorrangskruispunten en rotonde

beoordeling

benodigde cyclustijd (sec)

goed

0-75

matig

75-90

slecht

>90

Tabel 4.2: Beoordelingscriteria VRI-kruispunt Oostsingel - Vergertlaan

4.1

Referentiesituatie 2030 (zonder Plakse Weide)

Kruispunt Vergertlaan - Schapenweide Het kruispunt Vergertlaan - Schapenweide is in de avondspits van de referentiesituatie 2030 zwaar belast. Niet de I/C-waarde is maatgevend (0,58), maar de verliestijd voor het verkeer vanuit de Schapenweide. Deze verliestijd wordt 56 seconden, wat voor een zijweg dicht tegen de grenswaarde van 60 seconden ligt, waarboven de verkeersafwikkeling als slecht wordt beoordeeld. Kruispunt Oostsingel - Laarstraat Het kruispunt Oostsingel - Laarstraat heeft in de referentiesituatie een goede verkeersafwikkeling. Het verkeersaanbod op de Laarstraat is heel beperkt, en het verkeersaanbod op de Oostsingel is niet dusdanig groot dat de verliestijden op de Laarstraat ver oplopen. De avondspits is maatgevend met een maximale I/C-waarde van 0,39 en een maximale verliestijd van 17 seconden. Dit betekent dat het kruispunt nog voldoende restcapaciteit heeft.

12

Rotonde Rijksweg - Vergertlaan In de referentiesituatie 2030 is de rotonde Rijksweg - Vergertlaan in de avondspits al zwaar belast. De noordtak van de rotonde (Vergertlaan) is hierbij maatgevend. Hoewel de verliestijden met circa 15 seconden nog acceptabel zijn, betekent de I/C-waarde van 0,73 een matige verkeersafwikkeling en een beperkte restcapaciteit. Kruispunt Oostsingel - Vergertlaan Het kruispunt Oostsingel - Vergertlaan heeft in de referentiesituatie 2030 een goede verkeersafwikkeling. De benodigde cyclustijden liggen in beide spitsperioden rond de 40 seconden. Dit betekent dat het kruispunt nog voldoende restcapaciteit heeft.

4.2

Plansituatie 2030 met Plakse Weide

Aansluiting Rijksweg oost Tabel 4.3 geeft een overzicht van de kruispuntberekeningen voor de oostelijke aansluiting op de Rijksweg. In alle ontsluitingsvarianten is er een prima verkeersafwikkeling mogelijk. max I/C

max verliestijd (sec)

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

ontsluitingsvariant 1

0,17

0,19

4

4

ontsluitingsvariant 2

0,17

0,20

4

4

ontsluitingsvariant 3

0,17

0,20

4

4

Tabel 4.3: Overzicht resultaten aansluiting Rijksweg oost

Aansluiting Rijksweg west De tweede aansluiting op de Rijksweg is enkel in ontsluitingsvariant 1 aanwezig. Tabel 4.4 geeft een overzicht van de kruispuntberekeningen voor dit kruispunt. Ook dit voorrangskruispunt geeft een goede verkeersafwikkeling. max I/C ontsluitingsvariant 1

max verliestijd (sec)

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

0,18

0,23

5

4

Tabel 4.4: Overzicht resultaten aansluiting Rijksweg west

13

Eén aansluiting op de Rijksweg Bovenstaande positieve uitkomsten hebben aanleiding gegeven om een situatie met slechts één aansluiting op de Rijksweg te beschouwen. De resultaten van deze subvariant van ontsluitingsvariant 1 zijn weergegeven in tabel 4.5, en tonen aan dat uit oogpunt van verkeersafwikkeling één aansluiting op de Rijksweg voldoende is. De uitkomsten zijn gelijk aan de resultaten van aansluiting West in ontsluitingsvariant 1. max I/C ontsluitingsvariant 1 met één aansluiting op de Rijksweg

max verliestijd (sec)

ochtendspits

avondspits

ochtendspits

avondspits

0,18

0,23

5

4

Tabel 4.5: Overzicht resultaten met één aansluiting op de Rijksweg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=1b3b32be-ae64-4a8e-aeea-c54755cb3751