CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

9. 201590630 Bijlage bij toelichting 4 – Quick scan luchtkwaliteit.pdf

Raadsavond 14 februari 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Vitaal Centrum, IKC Remigius’ & vaststelling bestemmingsplan ‘Droopad 1’1.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick scan luchtkwaliteit aan:

Gemeente Duiven

van:

SAB

kenmerk:

210207

datum:

30 juni 2022

betreft:

Quick scan luchtkwaliteit IKC Remigius te Duiven

Aanleiding De gemeente Duiven werkt al jaren aan het project ‘Vitaal Centrum’ om zo onder meer het centrum van Duiven aantrekkelijker te maken. Voor de gronden rondom het gemeentehuis geldt dat vanuit het project ‘Vitaal Centrum’ een woonpark werd beoogd. Inmiddels is de situatie op de woningmarkt veranderd en heeft IKC Remigius behoefte aan nieuwe en toekomstbestendige huisvesting. Op basis van deze omstandigheden is gewerkt aan een nieuw stedenbouwkundig plan voor het woonpark, waarbij ruimte is gevonden voor een nieuwe locatie van IKC Remigius. Voor de huidige locatie van IKC Remigius geldt dat dit in de toekomst herontwikkeld kan worden naar wonen, evenals de resterende gronden binnen het woonpark. De huidige parkeervoorzieningen, die tevens gebruikt wordt als evenemententerrein, blijft in de toekomstige situatie behouden. Er wordt een bestemmingsplan voorbereid om IKC Remigius te kunnen vestigen op de nieuwe locatie. Voor de resterende gronden rondom het gemeentehuis, evenals de huidige locatie van IKC Remigius geldt dat een uitwerkingsplicht voor woningbouw wordt opgenomen. Onderdeel van de planologische procedure is een onderzoek naar de luchtkwaliteit. In voorliggende notitie wordt de uitvoerbaarheid van het initiatief beschouwd voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit. Hiervoor gelden meerdere wettelijke kaders.

Dit maakt dat de onderzoeksopzet tweeledig is, namelijk: a. Toets NIBM; b. Toets grenswaarden. Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan.

pagina 1 van 5

De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 ųg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is (onder andere) niet noodzakelijk voor: - woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden; - kantoorlocaties bij minder dan 100.000 m2 bvo bij één ontsluitende weg, of 200.000 m2 bvo bij twee ontsluitende wegen. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet daarnaast worden afgewogen of het aanvaardbaar is om een bepaald project op een bepaalde plaats te realiseren.

Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project zelf niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Gevoelige bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het “Besluit gevoelige bestemmingen” extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. Toets NIBM Het plan voorziet in de verplaatsing van IKC Remigius en het opnemen van twee uitwerkingsplichten om in de toekomst woningbouw (maximaal 70 woningen) mogelijk te maken. Onderzocht wordt wat de bijdrage is van het project aan de luchtkwaliteit. De ministeriële regeling NIBM bevat geen kwantitatieve uitwerking voor onderwijsfuncties. Voor woningbouw ligt dit anders en geldt dat voorliggend programma direct aangewezen kan worden als NIBM gekwalificeerd kunnen worden. Dit betekent dat voor het IKC op een andere manier aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan door de toename van de luchtverontreiniging ten gevolge van extra verkeersbewegingen van het project inzichtelijk te maken.

De verwachting is dat de verplaatsing van het IKC Remigius niet zal leiden tot een uitbreiding van de verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie. Worst-case wordt echter gekeken naar de effecten alsof het IKC een volledig nieuwe ontwikkeling is.

pagina 2 van 5

De totale verkeersgeneratie wordt berekend aan de hand van CROW, ASVV 2021 (d.d. oktober 2021), met ‘matig stedelijk’ in het ‘centrum’, en de CROW publicatie 182, parkeerkencijfer, basis voor parkeernormering. In totaal zijn er bijna 300 verkeersbewegingen. Daarbij wordt aangenomen dat 1% vrachtwagenbewegingen betreft. eenheid

kencijfer

per

verkeersbewegingen

BO groep 1-3 k&r

59

BO groep 4-8 k&r

37

Parkeren personeel

24

KDO

5

25,15

100 m2 bvo

126

Orthopedagoog

12

2

kamer

48

totaal

294

Met behulp van de NIBM-rekentool1 (versie april 2022) is de verslechtering van de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan berekend. Een plan is in betekenende mate wanneer de toename van de luchtverontreiniging (NO2 of PM10) meer is dan 1,2 µg/m³. Wanneer een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is toetsing van het plan aan de grenswaarden op grond van de Wm niet noodzakelijk. Bij het opstellen van de NIBM-rekentool is uitgegaan van een worstcase situatie: bij de berekening van de concentratietoename zijn de kenmerken van het verkeer, de straat en de omgeving zo gekozen dat een situatie ontstaat met een maximale luchtverontreiniging. In de navolgende tabel is het resultaat van de NIBM-tool weergegeven.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2022

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

300

Aandeel vrachtverkeer

1,0%

NO2 in μg/m

3

0,20

PM10 in μg/m

3

0,05

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van het plan kleiner is dan de NIBM-grens van 1,2 µg/m3. Daardoor zal het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen

1 Een rekenprogramma voor luchtkwaliteit, dat gebaseerd is op het luchtmodel CAR. Dit rekenmodel is

gepubliceerd op InfoMil, door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

pagina 3 van 5

aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en is er verder geen nader onderzoek nodig. Een toetsing aan de grenswaarden is op basis van de Wm niet noodzakelijk, aangezien het plan NIBM is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt echter wel inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een (dreigende) grenswaarde-overschrijding. Toets grenswaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool2 uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM2.5 en PM10) in 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario’s zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario’s laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging.

De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. In de navolgende tabel staan de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) in de nabijheid van het plan zoals opgenomen in de monitoringstool. Het betreffen concentraties langs de Oostsingel. De concentraties langs deze weg zijn representatief voor de concentraties binnen en in de directe omgeving van het plan. Indien de concentraties langs deze weg voldoen aan de grenswaarden, vindt eveneens geen overschrijding plaats binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Zichtjaar

2020 2030 Grenswaarden

Concentraties ter hoogte van de Oostsingel stikstofdioxide (NO2), jaargem. concentratie

fijn stof (PM10), jaargem. concentratie

fijn stof (PM2.5), jaargem. concentratie

NSL-monitoringstool

NSL-monitoringstool

NSL-monitoringstool

19,2 μg/m

3

16,4 μg/m

3

9,3 μg/m3

13,2 μg/m3

14,2 μg/m3

7,6 μg/m3

40,0 μg/m

40 μg/m

25 μg/m3

3

3

Concentraties nabij de ontwikkeling

Uit bovenstaande tabel wordt geconcludeerd dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen onder de grenswaarden in de twee jaren (2020 en 2030) liggen. Deze grenswaarden zijn op Europees niveau vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. Tevens geven de uitkomsten uit de monitoringstool aan dat de concentraties van de luchtvervuilende stoffen op de lange termijn in het plangebied verder afnemen. Ook wanneer de resultaten van de NIBM-tool worden opgeteld op de concentraties zoals de monitoringstool aangeeft, zal er geen sprake zijn van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet 2 https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/

pagina 4 van 5

tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=94f41bf6-6fbb-4801-ad34-aa800e44ecaf