7. Bijlage 5 - 2015 44906 – Memo water uitbreiding Centerpoort-Noord.docx
Tekst van het document
Water Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: - Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. - Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. - Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. - Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. - Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen.
Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. 20 Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Provinciaal beleid – Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam wateren bodemsysteem.
Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar.
De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Beleid Waterschap Rijn en IJssel – Watervisie 2030 De Watervisie geeft aan hoe het waterschap aankijkt tegen de gewenste ruimtelijke inrichting van het beheersgebied, om de wateropgaven waarvoor ze staan duurzaam op te lossen. Er moet daartoe een betere afstemming worden gevonden tussen de waterwensen van de verschillende grondgebruiksvormen en het watersysteem zelf. Omdat ruimtelijke oplossingen op langere termijn duurzamer zijn, krijgen deze de voorkeur boven technische oplossingen. Bij het zoeken naar ruimtelijke oplossingen geldt het natuurlijk watersysteem als ideaalbeeld.
Een dergelijk watersysteem heeft onder meer de mogelijkheid om (in geval van veel neerslag) voldoende water op te vangen en water (in geval van te zware belasting) voldoende te reinigen. Water moet richtinggevend zijn bij toekomstige stedelijke uitbreiding. Bij overschot wordt regenwater in de bodem geïnfiltreerd of naar het oppervlaktewater geleid. Het waterschap streeft ernaar regenwater niet meer via de riolering af te voeren. Het rioleringsstelsel wordt aldus minder zwaar belast, waardoor de kans op overstorten van rioolwater op oppervlaktewater kleiner wordt. Toetsing Om de waterhuishoudkundige gevolgen van onderhavig project in beeld te brengen is gebruik gemaakt van de watertoets. Voor de watertoets is de Standaard Waterparagraaf van het Waterschap Rijn en IJssel aangewend. Deze waterparagraaf is onderdeel van, en hangt samen met, een set van standaarden zoals die door het waterschap gehanteerd wordt. In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling per waterthema afgewogen. Als op één of meer vragen per waterthema ‘ja’ wordt geantwoord dan is het waterthema relevant. Die waterthema’s worden toegelicht. Thema Toetsvraag Relevant HOOFDTHEMA’S
Veiligheid
Riolering en Afvalwaterketen
Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
nee
1. Is er toename van het afvalwater (DWA)? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap?
Ja
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak?
Ja
Nee
Nee Nee
Grondwateroverlast
Oppervlaktewaterkwaliteit
Grondwaterkwaliteit Volksgezondheid
Verdroging
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, over-stromingsvlaktes?
Nee
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?
nee
1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?
Ja
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Nee
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?
Nee
Nee
Ja Nee Ja
Nee Nee
Nee
Nee
Natte natuur
Inrichting en beheer
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?
Nee
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het planherinrichting van watergangen tot doel?
Ja
Nee
Ja
AANDACHTSTHEMA’S Recreatie
Cultuurhistorie
1. Bevinden zich in het Nee plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Zijn er cultuurhistorische Nee waterobjecten in het plangebied aanwezig?
Uit voorgaande toetsing van de watertoetstabel blijkt dat er met voorliggend project sprake is van een toename aan afvalwater en verharding in het plangebied. Wat betreft het afvalwater geldt dat een rioolplan is opgesteld zodat het afvalwater op correcte wijze afgewikkeld kan worden.
Hoe gaan we Centerpoort Noord 2 inrichten Waterberging Voor de toename aan verhard oppervlak van circa 100.000 m2 aan uitgeefbaar terrein en 25.000 m2 openbaar verhard terrein. Uitgangspunten hiervoor gelden: - Berging is 89 mm (T=100+10%) - Voor het uitgeefbaar terrein geldt 60 mm op eigen terrein geborgen of geïnfiltreerd dient te worden. De overige 29 mm zal in het openbare terrein worden geborgen. - Voor het verhard oppervlak van het openbare terrein geldt dat de T=100+10% geborgen wordt. De uitgangspunten worden gebruikt voor het opstellen van een waterhuishoudkundig plan dat afgestemd wordt met het waterschap. Klimaatadaptatie Bij gebiedsontwikkeling wordt ruimte gemaakt voor groen en landschap om Centerpoort Noord 2 aantrekkelijk te houden en kansen te pakken voor klimaatadaptieve maatregelen en het verhogen van de biodiversiteit. Hierbij valt te denken aan: - Groene daken - Wadi’s die ingericht zijn om de biodiversiteit te verhogen - Water bovengronds houden - Stedelijke infiltratiestroken - Regenwater opslag onder gebouwen - Groene gevels - Koelen met water - Hergebruik water De bovenstaande voorbeelden zijn niet uitputtend en we stimuleren vooral innovaties vanuit de markt. In zijn algemeenheid word nagestreefd om het hemelwater zoveel mogelijk vast te houden daar waar het valt.
Bij de inrichting van Centerpoort Noord 2 streven we naar een klimaat robuuste inrichting van zowel het openbare terrein als het particuliere terrein. Hierbij richten we ons op het opvangen van extreme neerslag, hittestress en droogte. Op Centerpoort Noord 2 wordt ingezet op de groen blauwe netwerken omdat dit bijdraagt leefbaarheid, toekomstbestendigheid en klimaatrobuustheid van het gebied. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggende ontwikkeling. Er zijn veel kansen om hier innovatief mee om te gaan zodat Centerpoort-Noord 2 een duurzaam, klimaat robuust en toekomstbestendig bedrijventerrein wordt.