6c. 201672278-Bijlagen 1 tm 22 bij toelichting BP De Ploen-Noord, Duiven
Tekst van het document
B3 BEREKENING KOSTEN WEGDEKVERHARDING
B3-2
Randvoorwaarden en uitgangspunten Lengte (m) Breedte (m) Oppervlakte (m2) 200,00 7,00 1.400,00 Projectlevensduur 50 jaar SMA-NL 8G+ levensduur 8 jaar SMA-NL 11 levensduur 15 jaar SMA-NL 11 - Sloopkosten (frezen van teerhoudend) - Leveren en aanbrengen van SMA-NL 11 - Vervangingskosten
Levensduur
SMA-NL 8G+ - Sloopkosten (frezen van teerhoudend) - Leveren en aanbrengen van SMA-NL 8G+ - Vervangingskosten
Levensduur
DGD B - Sloopkosten (frezen van teerhoudend) - Leveren en aanbrengen van DGD B - Vervangingskosten
15
8
€ € € €
14.350,00 18.375,00 90.708,33 123.433,33
€ €
10,50 per m2 13,50 per m2
€ € € €
14.350,00 24.500,00 208.359,38 247.209,38
€ €
10,50 per m2 17,50 per m2
€ € € €
14.350,00 25.112,50 242.500,00 281.962,50
€ €
10,50 per m2 18,00 per m2
Levensduur
7
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Ploen-Noord te Duiven
Kadastrale gegevens: gemeente Duiven, sectie A, nummer 2092 en 1057
Projectnummer: Datum:
20231671 18 juli 2023
Milieuhygiënisch vooronderzoek De Ploen-Noord te Duiven
Kadastrale gegevens: gemeente Duiven, sectie A, nummer 2092 en 1057
Opdrachtgever Kragten Civiele Techniek Schoolstraat 8 6049 BN Herten Auteur
Adviesbureau
Henry van der Schoot
MILON bv
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
info@milon.nl / www.milon.nl 073 – 5477253 Status
definitief Datum
18 juli 2023
Projectnummer 20231671
Versie 1
Projectleider en kwaliteitscontrole Mark Bergmans
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel............................................................................................................. 3 1.2 Opbouw van het rapport ................................................................................................ 3 1.3 Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid .................................................................... 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.1 Algemeen .............................................................................................................................. 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ................................................................................... 4 2.3 Terreininspectie ................................................................................................................... 5 2.4 Gebruik en potentiële bronnen .................................................................................... 5 2.5 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................... 6 2.6 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ..............................
10 3 Conclusies en hypothese ............................................................................................................ 12 Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Foto’s
1
Inleiding
MILON bv te Veghel (hierna te noemen MILON) heeft in opdracht van Kragten Civiele Techniek een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie bekend als De Ploen-Noord te Duiven. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725. 1.1
Aanleiding en doel
1.2
Opbouw van het rapport
Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); conclusies en hypothese (hoofdstuk 3).
De bijbehorende topografische overzichtskaart, tekening en foto’s zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen. 1.3
Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON is geen eigenaar van de onderzoekslocatie, heeft geen persoonlijk of zakelijk recht op de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven onafhankelijkheid geborgd. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een vooronderzoek slechts bestaat uit een dossieronderzoek en een terreinverkenning, er worden geen boringen worden verricht en geen analyses uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20231671
Pagina 3 van 12
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2.1
Algemeen
Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Historisch topografisch kaartmateriaal, topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth); Grondwaterkaart van Nederland/Atlas leefomgeving; Kadaster; DINOloket. Onderdeel van het vooronderzoek is een terreininspectie. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk. De inspectie is uitgevoerd op 3 juli 2023 door de heer R. (Reinoud) de Jong, ervaren en erkende veldmedewerker en medewerker van MILON. 2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 5 meter beneden maaiveld. Gezien het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Hogeweg ong. te Duiven
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Duiven, sectie A, perceelnummer 2092 en 1057
Bebouwing
onbebouwd
Oppervlakte locatie (in m )
circa 42.000
Huidig gebruik
agrarisch in gebruik met een kavelsloot
Verhardingen
onverhard
2
Projectnummer: 20231671
Pagina 4 van 12
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (geel omrand).
Bron: Qgis
Het onderzoeksgebied ligt ten noorden van Duiven. Ten westen is de openbare weg Westsingel gelegen en ten zuiden de Hogeweg. De directe omgeving bestaat uit een woonwijk (zuidelijk) en agrarische percelen (noordelijk en oostelijk). 2.3
Terreininspectie
2.4
Gebruik en potentiële bronnen
Op 3 juli 2023 is een inspectie van het terrein uitgevoerd door de heer R. de Jong, ervaren veldwerker en medewerker van MILON. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de tekening in bijlage 2 en de foto’s in bijlage 3. Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Op perceel 2092 is een kavelsloot aanwezig, van noord naar zuid over een lengte van circa 100 meter en tussen perceel 2092 en 1057 is een kavelsloot aanwezig over een lengte van circa 150 meter. Beide sloten zijn sterk begroeid (zie foto 6, 7 en 10). Rondom de onderzoekslocatie zijn nog meer sloten aanwezig. Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie sinds 1900 tot heden in agrarisch gebruik. Rondom de locatie maar ook midden op de locatie zijn watergangen aanwezig. Er is ook een sloot aanwezig geweest op perceel 2092, deze is vermoedelijk gedempt met gebiedseigen grond. Op basis van de beperkte omvang van de sloot is het aannemelijk dat de sloot is dichtgeschoven met grond op de locatie. In figuur 2 zijn enkele uitsnedes uit historische kaarten weergegeven. Vanaf 2010 wordt Duiven richting het noorden uitgebreid tot de grens van de onderzoekslocatie is genaderd. Tevens wordt ten noorden van de onderzoekslocatie tegen de A12 aan een industrieterrein ontwikkeld. Projectnummer: 20231671
Pagina 5 van 12
Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. Binnen de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen sloopactiviteiten en/of geen calamiteiten plaatsgevonden, waarbij asbest of andere verontreiniging op of in de bodem kan zijn geraakt.
1920
Figuur 2: uitsnedes uit historische kaarten.
1985
2022
Bron: Topotijdreis.nl
PFAS De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Sinds 8 juli 2019 is het ‘Tijdelijk handelingskader PFAS’ in werking getreden en in december 2021 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ vastgesteld. Vastgesteld is dat grond in Nederland verdacht is op het diffuus voorkomen van PFAS boven de bepalingsgrens via atmosferische depositie als het gaat om bovengrond of als grond is geroerd. Daarnaast betreffen PFAS zeer mobiele stoffen die slecht adsorberen aan de vaste bodem en in een zandige bodem gemakkelijk kunnen uitlogen naar de ondergrond. PFAS accumuleert in de vaste bodem rond de grondwaterstand door de oppervlakte-actieve eigenschappen. PFAS kan dus ook in de bodem voorkomen rond het grondwaterniveau. Er zijn op locatie geen directe bronnen bekend voor PFAS-verontreiniging. Algemeen is bekend dat door depositie PFAS in de bodem voorkomt in Nederland. Indien aan- of afvoer van grond plaatsvindt dan kan het afhankelijk van de bestemming van de grond noodzakelijk zijn onderzoek naar PFAS in de bodem te verrichten. 2.5
Uitgevoerde bodemonderzoeken
Binnen de onderzoekslocatie is tot op heden één bodemonderzoek uitgevoerd.
Onderzoekslocatie: 1. VO Hogeweg (terrein Van Huet), Documentnummer 9922-H, Van de Weijer Bederijfsmilieuzorg, 3 december 1999. Rapport niet beschikbaar. Conclusie BIS: Hypothese: wordt niet verworpen. Zintuiglijke waarnemingen: Geen bijzonderheden. Bovengrond: Nikkel en minerale olie > S Ondergrond: Geen overschrijdingen. Grondwater: Arseen, xylenen en naftaleen > S Bijzonderheden: Conclusies en aanbevelingen: Er zijn geen beperkingen voor het beoogd gebruik, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Beoordeling risico's: Verspreiding en contactmogelijkheden zijn gering.
Projectnummer: 20231671
Pagina 6 van 12
In de omgeving zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken worden per locatie beschreven: Woonwagenstandplaats: 2. Verkennend milieukundig bodemonderzoek Perceel Westsingel (woonwagenstandplaats) Duiven, Projectnummer 1710690, Gemeente Duiven afdeling Bestuurzaken / milieu, 25 november 1993. In de bovengrond is PAK lichtverhoogd aangetroffen. In het grondwater zijn bij de eerste bemonstering een licht verhoogd gehalte van tolueen, ethylbenzeen, xylenen en een matig verhoogd gehalte van nikkel aangetoond. In aanvullend onderzoek zijn licht en matig verhoogd gehalten van nikkel aangetroffen. 3.
Nader grondwateronderzoek standplaats Westsingel te Duiven, Rapportnummer Sk931866.R01, van Dorsser raadgevende ingenieurs, 4 februari 1994. Het grondwater is licht tot matig verontreinigd met nikkel. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid ven een verontreinigingsbron op de locatie noch in de omgeving.
4.
VO Westsingel, woonwagenstandplaats, Documentnummer Dvc21.352, Witteven + Bos, 8 juni 2000. Rapport niet beschikbaar. Conclusie BIS: Hypothese wordt verworpen. De bovengrond bestaat aan de randen van de onderzoekslocatie uit klei, terwijl rond de woonwagens een zandbovengrond is aangetroffen. Plaatselijk wordt een bijmenging aan puin aangetroffen. De ondergrond bestaat uit een kleipakket. Analyseresultaten: Puinhoudende bovengrond: Zn>S, PAK>S, EOX>S minerale olie>S Schone bovengrond: EOX>S Ondergrond: geen verhoogde gehalten Grondwater: geen verhoogde gehalten Conclusie: De bodem is geschikt voor het huidige gebruik. Er zijn geen risico’s voor verspreiding, mens en milieu te verwachten. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Plangebied Graafstaete: 5. Verkennend bodemonderzoek ‘Graafstaete’ te Duiven, Projectcode Dnv21.348, Witteveen + Bos, 26 april 2000. Op diverse percelen worden in de boven- en ondergrond lichte verhoogde gehalten aan EOX gemeten. Tevens wordt er in de ondergrond ook een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. In de roesthoudende ondergrond wordt arseen matig verhoogd gemeten. In de ondergrond worden plaatselijk licht verhoogde gehalten aan nikkel gemeten. Op het overig terreindeel zijn zowel in de boven- als in de ondergrond geen verhoogde gehalten gemeten. Verdeeld over de onderzoekslocatie zijn in het grondwater licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en xylenen gemeten. Plaatselijk wordt ook een matig verhoogd gehalte van koper gemeten. Projectnummer: 20231671
Pagina 7 van 12
6.
Actualiserend vooronderzoek Graafstaete te Duiven, Projectnummer AM15271, Aeres Milieu, 1 maart 2016. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek dient de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd te worden. Uit de resultaten van uitgevoerde bodemonderzoeken binnen het plangebied blijkt dat in de grond licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK voorkomen. In het grondwater komen verhoogde gehalten met zware metalen voor. Op basis van de recente bouwhistorie en de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken wordt de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem niet verwacht (niet verdacht).
Plangebied Ploen-Zuid: 7. Verkennend bodemonderzoek plangebied Ploen-Zuid te Duiven, Projectcode Dvn21.391, Witteveen + Bos, 14 juni 2002. Verspreid over de gedefinieerde deellocaties worden in de boven- en ondergrond alsmede in het grondwater (een enkele uitzondering daargelaten) slechts licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK, minerale olie en/of enkele vluchtige aromatische koolwaterstoffen gemeten. Slechts op één deellocatie (M; overig terreindeel) worden in het grondwater gehalten gemeten die de toetsingswaarde voor nader bodemonderzoek overschrijden (nikkel en zink). Uit de resultaten van aanvullend uitgevoerd en gerapporteerd grondwateronderzoek blijkt dat de oorzaak van deze verhoogde gehalten gezocht moet worden in locatiespecifieke omstandigheden (natuurlijk beschikbaar / voorkomen). 8.
Verkennend bodemonderzoek plangebied Ploen-Zuid te Duiven, Projectcode DVN21.-450, Witteveen + Bos, 25 juni 2007. In de zintuiglijk ‘schone’ bovengrond van het zuidelijk locatiedeel zijn licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie gemeten. In de zeer plaatselijk puin bevattende de ondergrond van het zuidelijk locatiedeel is een verhoogd gehalte aan EOX gemeten, waarvan bij uitsplitsing op OCB/PCB geen verhoogde gehalten zijn gemeten. In de boven- en ondergrond op het overig locatiedeel zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De oorza(a)k(en) van de gemeten licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie zijn niet eenduidig aan te geven; - In het grondwater zijn verspreid over de locatie enkele zware metalen gemeten. De gemeten gehalten komen overeen met de in eerder onderzoek op de locatie gemeten gehalten en betreffen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden dan wel kunnen samenhangen met het (voormalige) agrarische gebruik van de locatie (koper; vermesting).
9.
Actualiserend bodemonderzoek Terp 4/Walnoten plangebied Ploen Zuid(fase) te Duiven, Projectcode DVN21-495, Witteveen+Bos, 4 mei 2012. Deellocatie I In de zintuiglijk geen bijmengingen bevattende bovengrond van de westelijke helft en in de ondergrond van de gehele deellocatie zijn geen verhoogde gehalten met betrekking tot de geanalyseerde stoffen gemeten. In de zintuiglijk geen bijmengingen bevattende bovengrond van de oostelijke helft zijn licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel gemeten. In de zintuiglijk geen bijmengingen bevattende bovengrond op het uiterst noordwestelijke deel van de locatie (7+8; 0,0-0,5 m-mv) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Deellocatie II, IV en V In de zintuiglijk geen bijmengingen bevattende bovengrond zijn geen verhoogde gehalten met betrekking tot de geanalyseerde stoffen gemeten.
Projectnummer: 20231671
Pagina 8 van 12
Deellocatie III In de zintuiglijk geen bijmengingen bevattende bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan cadmium gemeten. Bijmengingen puin (deellocatie I en IV) In de sporen/resten bijmengingen puin bevattende bovengrond (4+18; 0,3 à 0,5-0,6 à 0,7 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten met betrekking tot de geanalyseerde stoffen gemeten. De gemeten licht verhoogde gehalten aan kobalt, nikkel en cadmium zijn niet te relateren aan zintuiglijke bijmengingen. Uit de resultaten van het in 2002 op de onderzoekslocatie uitgevoerde verkennend bodemonderzoek zijn eveneens licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen gemeten. De gemeten verhoogde gehalten zijn niet eenduidig te verklaren. Hogeweg 9: 10. Indicatief bodeonderzoek Hoge 9 te Duiven, Projectnummer: 32939001, Arns Milieu- en installatietechniek bv, 24 augustus 1993, Aanleiding van het onderzoek is het afbranden van de schuur waarin asbest was verwerkt. Ronde de betreffende locatie is de grond afgegraven enen nieuwegrond aangebracht. Zowel door als net naast de nieuw aangebrachte grond zijn grondboringen verricht. Bij deze boringen zijn verbrandingsresten, puin en plastic aangetroffen. De grond is chemisch onderzocht op asbest, PAK’s en minerale olie. Er is geen asbest aangetroffen, de concentratie van minerale olie en PAK’s liggen tussen de A- en de Bwaarde. 11.
Milieutechnisch bodemonderzoek Hogeweg 9 te Duiven, Rapportnummer R3602087.H01/CHU, Tauw milieu bv, 19 september 1997. Grond In de grond zijn ter plaatse van de terreindelen A, B, C en de storthoop ten zuiden van de lange schuur, plaatselijk licht verhoogde gehalten aan koper, lood, zink, 10 1 PAK-totaal en/of minerale olie aangetoond. De verhoogde gehalten overschrijden de streefwaarden. De overige parameters in de grond overschrijden de streefwaarden en/of de detectiegrens niet. Ter plaatse van de voormalige tanks is alleen plaatselijk in de bovengrond sprake van een licht verhoogd minerale oliegehalten (groter dan de streefwaarde). I Bij de overige geanalyseerde monsters in de bovengrond en op het niveau van de onderkant van de tanks zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie vastgesteld. De gemeten gehalten liggen beneden de detectiegrens. Grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat plaatselijk verhoogde concentraties aan koper, nikkel en zink voorkomen (groter dan de streefwaarden). Ter plaatse van alle drie de terreindelen A, B en C is sprake van licht verhoogde concentraties aan benzeen tolueen en xylenen. De concentraties aan minerale olie ter plaatse van de voormalige tanks liggen beneden de detectiegrens.
I Er blijkt geen duidelijk concentratieverschil voor de gemeten aromaten concentraties ter plaatse van de peilbuizen nabij de 3000 liter tank en de overige peilbuizen. De verhoogde concentraties kunnen niet gerelateerd worden aan een locatiespecifieke verontreinigingsbron. De overige gemeten parameters liggen alleen beneden de streefwaarden en/of de detectiegrenzen. 12. Oriënterend onderzoek asbest in grond Hogeweg 9 te Duiven, Projectnummer 50469a, SGS, 29 juli 2003. Ter plaatse van sleuf 3 van terreindeel D(verharding), de sleuven 4 en 5 van terreindeel 1 (struweel zuid-zijde), en ter plaatse van sleuf 5 van terreindeel K (struweel west-zijde)concentraties asbest in
Projectnummer: 20231671
Pagina 9 van 12
grond worden aangetroffen boven de interventiewaarde voor asbest. Omvang van de verontreinigde grond betreft circa 10,15 en 45 m3. 13. Saneringsplan verontreinigde grond Hogeweg 9 te Duiven, Projectnummer 2781d, SGS, 8juli 2004. Doel van de sanering is verwijdering van de asbesthoudende grond. 14. Evaluatie Bodemsanering Hogeweg 9 te Duiven, Projectnummer 2781F, SGS, 1 maart 2005. Verrichte saneringswerkzaamheden Saneren van de verontreinigde grond, waarbij 355 ton sterk verontreinigde grond, 1.239 ton niet herbruikbare grond en 1.416 ton asbesthoudend puin is verwijderd. Tevens is 927 M3 grond puin (> 5%) en asbesthoudende grond afgevoerd naar de Roelofshoeve. De ontgravingsput is, in afwachting van nieuwbouw op de locatie, aangevuld met aangevoerde (schone) grond tot aan het niveau van de omliggende gronden. De locatie van de familie Stijnman is weer gebruiksklaar gemaakt. Uit de analyseresultaten, wordt geconcludeerd dat de verontreinigingen, met uitzondering van een tweetal locaties, tot onder de terugsaneerwaarden verwijderd zijn. Onder een treurwilg en een kastanjeboom zijn enkele restverontreinigingen achtergebleven. De restverontreinigingen onder de treurwilg betreffen circa 6 m3 asbesthoudend puin en circa 10 m3 niet schone grond. De restverontreiniging onder de kastanje betreft circa 4,5 m3 asbesthoudende grond met> 50% puin.
Geconcludeerd wordt dat de doelstelling van de sanering volledig bereikt is. Conclusie op basis van de uitgevoerde onderzoeken Op de onderzoekslocatie zijn in een onderzoek in 1999 in de bovengrond licht verhoogde gehalten van nikkel en minerale olie aangetoond. In de ondergrond is geen verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes arseen, xylenen en naftaleen aangetoond. Op basis van de onderzoeken in de omgeving wordt geen perceelgrensoverschrijdende verontreiniging verwacht. In de grond en het grondwater worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. In het grondwater komen verhoogde achtergrondconcentraties van zware metalen voor (oa. nikkel en zink). 2.6
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 10,5 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 4,5 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig; grind; stenen; keien; blokken). Hieronder is tot circa 26 m-mv de formatie van Kreftenheye (zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus) aanwezig. Hieronder is de formatie van Drente (zand, zeer fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; leem, kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig; grind; stenen; keien; blokken) aanwezig. Het onderzoeksgebied ligt niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. De grondwaterstromingsrichting in het freatische grondwater is hoofdzakelijk noordelijk gericht.
Projectnummer: 20231671
Pagina 10 van 12
Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse Wonen. Uit de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen is in zone B8 Overige bebouwing landelijke gemeente. Op basis van de PFAS-gehalten voldoet de ontgravingsklasse naar verwachting aan Landbouw / Natuur.
Projectnummer: 20231671
Pagina 11 van 12
3
Conclusies en hypothese
MILON heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van een locatie bekend als De Ploen-Noord te Duiven. De onderzoekslocatie is sinds 1900 in agrarisch gebruik geweest. De locatie is nooit bebouwd of verhard en er hebben naast agrarisch gebruik geen andere (bedrijfs)activiteiten plaats gevonden. Op de onderzoekslocatie zijn in een onderzoek in 1999 in de bovengrond licht verhoogde gehalten van nikkel en minerale olie aangetoond. In de ondergrond is geen verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes arseen, xylenen en naftaleen aangetoond. Op basis van onderzoeken in de omgeving wordt geen perceelgrensoverschrijdende verontreiniging verwacht. In de grond en het grondwater worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. In het grondwater komen verhoogde achtergrondconcentraties van zware metalen voor (oa. nikkel en zink). Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat voldoende inzicht is verkregen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de locatie worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht. Een bodemonderzoek kan worden uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie. Hierbij dient de bodem onderzocht te worden op het standaardpakket grond en grondwater.
Op het terrein is een sloot aanwezig geweest welke vermoedelijk is gedempt met gebied-eigen grond. Tijdens de uitvoering van het onderzoek dient dit te worden bevestigd door het verrichten van enkele diepe boringen op deze locatie en zintuiglijk te bevestigen dat er geen bodemvreemd materiaal is gebruikt voor demping. De aanwezig sloten zijn niet verdacht op noemenswaardige bodemverontreiniging. Onderzoek van de sloten, bijv. wanneer deze worden gedempt of gebaggerd, dient uitgevoerd te worden volgens onderzoeksprotocol NEN 5720 en de onderzoeksstrategie lintvormig water, normale onderzoeksinspanning. Hierbij dient de waterbodem afhankelijk van de toepassing te worden onderzocht op een standaardpakket. Standaardpakket A voor onderzoek bij landbodem en bij waterbodem in regionale wateren en standaardpakket C2 voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater. Er zijn op locatie geen directe bronnen bekend voor PFAS-verontreiniging. Algemeen is bekend dat door depositie PFAS in de bodem voorkomt in Nederland. Indien afvoer van grond of waterbodem plaatsvindt dan kan het afhankelijk van de bestemming van het materiaal noodzakelijk zijn onderzoek naar PFAS in de bodem te verrichten.
Projectnummer: 20231671
Pagina 12 van 12
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2: Situatietekening
1906
W es tsi ng e
l
249-H-1906
1079 249-H-1079
2488 249-H-2488
2322 249-A-2322
2323
2324
249-A-2323
249-A-2324
2325 249-A-2325
2092 249-A-2092
2326 249-A-2326
2446 249-A-2446
2445
2444
249-A-2445
249-A-2444
2443 249-A-2443
2442 249-A-2442
2441 249-A-2441
2440 249-A-2440
2439
1
249-A-2439
3 2438
5
249-A-2438
7 9
Wille
m Els
6 12-1 4 20-2 2
11 2437
13
scho tstra at
249-A-2437
15 17
28-3 0
2436 249-A-2436
2-4 8-10
19
16-1
8 24-2 6
21 2431
30
249-A-2431
2408 249-A-2408
1057 249-A-1057
28 2430 249-A-2430
32 34
26 2429 249-A-2429
17
36
38
24
2407 249-A-2407
2428 249-A-2428
2432
15
249-A-2432
22
2433 249-A-2433
2427 249-A-2427
2434
2424
249-A-2434
249-A-2424
13 20
2426
2406
249-A-2426
249-A-2406
2658
2435 2423
249-A-2658
249-A-2435
2317
249-A-2423
249-A-2317
18
23
2425 249-A-2425
2 2405
16
11
249-A-2405
9 14
9 7
4
5 3 2420 249-A-2420
2412 249-A-2412
2404
2413 249-A-2413
2414
249-A-2404
249-A-2414
8
2415 249-A-2415
2416
6
at
2411
stra
249-A-2411
1
Ger
249-A-2403
rit A cht
2403
ijkstraat
erb
erg
8
Simon Vestd
249-A-2416
3 2409 249-A-2409
1
6 2419 249-A-2419
10
2710
12
249-A-311
2418
25
13
249-A-2418
4
2607
27
2
2422
2614
249-A-2422
249-A-2614
249-A-2607
11
29
An
2421 249-A-2421
nie
2417
9
249-A-2417
2410
M.
31
G.
249-A-2410
2571 249-A-2571
7
33
Sc hm
LEGENDA
2608 249-A-2608
35
idt
str
5
aa
37
t
onderzoekslocatie
39
249-A-2640
perceelsgrens
t raa
2634
10
16
sestr Haas
6
2684
249-A-2380
2343 249-A-2343
28
4
2380
Ligging onderzoekslocatie
Bestand
\\MILON.NL\USERDATA\RF\STELLA\DESKTOP\DUIVEN\20231671 WESTSINGEL DUIVEN.DWG
22 24 26 28
0
12.5
30
25
50
32
Bijlage
schaal 1:1250
249-A-2709
4
2647 249-A-2647
2649
2644
2 20231671 2709
Project5
36
zuiver in advies & onderzoek
10
62.5 meter
34
249-A-2609
2
Figuur
20
249-A-2668
249-A-2685
Westsingel Duiven
47
2609 2668 2685
Locatie
249-A-2654
Hella
249-A-2684
Vooronderzoek
2654
aat
Sc h
249-A-2606
An
21-33
2606
nie
249-A-2368
45
18
M. G.
2368
N
249-A-2641
43
bestaande bebouwing
14
mi
1
2641
12
dt st
249-A-2634
Betreft
Plaats
2640
41
30
311
249-A-2710
Formaat Schaal
A3 1:1250
Rembrandtlaan 4, 5462 CH Veghel T 073-5477253 - E info@milon.nl AAN DEZE TEKENING KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND
Bijlage 3: Foto’s
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 1 van 3
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 2 van 3
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 3 van 3
RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken Westsingel ong. te Duiven (kadastraal A1057 en A2092)
PROJECTNUMMER: B24.9121 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven (kadastraal A1057 en A2092)
PROJECTNUMMER: B24.9121 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Van Wanrooij Projectontwikkeling BV
DATUM: 26 maart 2024
Auteur:
Autorisatie:
Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B24.9121/R9121-01/MH
De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Van Wanrooij Projectontwikkeling BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Westsingel ong. te Duiven. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023, NEN 5717:2023, NEN 5740:2023 en de NEN 5720:2023. De diverse onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de historische gegevens is de (water)bodemkwaliteit van de locatie niet vast te stellen en wordt, in verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling, geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740. Hierbij vormen de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ((voormalige) boomgaard ten zuidoosten van de locatie) aandachtspunten. De locatie is vooralsnog onverdacht op het voorkomen van asbest. Tevens wordt aanbevolen om de waterbodem te onderzoeken conform de NEN 5720. Hierbij vormen eventuele (voormalige) agrarische activiteiten en het mogelijk voorkomen van PFASparameters aandachtspunten. Verder zijn er geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en grepen wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend bodemonderzoek (inclusief teeltlaagonderzoek en onderzoek naar gedempte sloten) Voor de onderzoekslocaties is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging.
Daarbij vormden de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van de OCB-parameters in de teeltlaag ((voormalige) boomgaard ten zuidoosten van de locatie) wel aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde onverdachte hypothese aangenomen, aangezien in de boven- en ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen zijn aangetoond. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 betreffen de grondmonsters, op mengmonster MM04 (klasse industrie) na, allemaal klasse landbouw/natuur. Daarnaast zijn in de teeltlaag op het zuidoostelijk deel van de locatie geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond. Bij indicatieve toetsing aan de RBK 2022 voldoen de mengmonsters aan klasse landbouw/natuur. De (voormalige) boomgaarden ten zuidoosten van de locatie hebben niet geleid tot ernstige verontreiniging met OCB op de voorliggende onderzoekslocatie. Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
3
Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping van de watergangen eventueel slib verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende voormalige achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn ons inziens geen vervolgstappen noodzakelijk. Conclusie verkennend waterbodemonderzoek Voor de onderzoekslocatie is voor de waterbodem de hypothese gesteld van een verspreidbare waterbodem. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese voor de vaste waterbodem uit de watergangen worden aangenomen, aangezien de onderzochte vaste waterbodems als ‘verspreidbaar’ zijn geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T.105). In de watervoerende watergangen is geen slib aanwezig. De kwaliteit van de vaste waterbodems betreft ‘klasse landbouw/natuur’ voor toepassing op landbodem (T.101) en zijn ‘altijd toepasbaar’ in zoet oppervlaktewater (T.103a). Op basis van het aangetroffen gehalte voor de PFAS-parameters, voldoet de onderzochte vaste waterbodem aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het handelingskader.
Zodoende bestaan voor de vaste waterbodem voor wat betreft de PFASparameters geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden en rekening houdend met de overige resultaten van het waterbodemonderzoek. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggende diverse (water)bodemonderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Westsingel ong. te Duiven in voldoende mate onderzocht. Op basis van de diverse (water)bodemonderzoeken bestaan vanuit milieuhygiënische oogpunt, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden zijn conform de CROW400 op basis van de onderzoeksresultaten geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling Bodemkwaliteit 2022 van toepassing zijn. Indien grond van de locatie dient te worden afgevoerd, worden mogelijk aanvullende keuring(en) verlangd en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd gezag worden bepaald of voorliggend onderzoek afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen zijn gegaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
4 Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 2 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................ 6
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN ............................................................................... 6
3.
LOCATIEGEGEVENS .......................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS .......................................................................................................................... 6 3.2. RESULTATEN HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 EN NEN 5717) ....................................................... 6
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE....................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ................................................................................................................................. 9
5.
HYPOTHESE ......................................................................................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ...................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ......................................................................... 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ..................................................................................................................... 11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ..................................................................... 12 7.1. GROND ................................................................................................................................................ 12 7.2. GRONDWATER ..................................................................................................................................... 13 7.3. WATERBODEM .................................................................................................................................... 14
8.
RESULTATEN..................................................................................................................................... 17 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN .......................................................................................................... 17 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN ........................................................... 17 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ............................................................................................... 20
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................................. 22 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK (INCLUSIEF TEELTLAAGONDERZOEK EN ONDERZOEK NAAR GEDEMPTE SLOTEN) ......................................................................................................................... 22 9.2. CONCLUSIE VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ........................................................................ 22 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 23
10. REFERENTIES.................................................................................................................................... 24
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuizen en grepen Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en waterbodem Voormalige streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsing RBK 2022 Foto’s behorend bij het onderzoek naar (water)bodem Toetsingen PFAS waterbodem (T.01) Toetsingen waterbodem (exclusief PFAS) Relevante historische gegevens (inclusief goedkeuring onderzoeksopzet ODRA)
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
6 1.
INLEIDING Van Wanrooij Projectontwikkeling BV heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen aan de Westsingel ong. te Duiven. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5725:2023 [1], NEN 5717:2023 [2], NEN 5740:2023 [3] en de NEN 5720:2023 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem op de onderzoekslocatie vast te leggen en vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Westsingel ong. te Duiven en staat kadastraal bekend als de gemeente Duiven, sectie A, nummers 1057 en 2092. De locatie is momenteel braakliggend/in gebruik als weiland. Rondom de locatie en dwars door de locatie zijn watergangen aanwezig. Een deel van deze watergangen (3 stuks) valt binnen de onderzoekslocatie en worden gedempt danwel verbreed. De watergangen hebben lengtes van 3 x max. 500 m2. De totale oppervlakte bedraagt maximaal 4,3 ha. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Resultaten historisch onderzoek (NEN 5725 en NEN 5717)
Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem) en NEN 5717 (waterbodem). Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de websites www.topotijdreis.nl, www.kadaster.nl geraadpleegd en is een Dynamisch Rapport van de samenwerkende omgevingsdiensten van de provincie Noord-Brabant opgevraagd en verkregen. Tevens is de Bodemkwaliteitskaart Midden & WestBrabant geraadpleegd. Aanvullend is de historische informatie opgevraagd bij en verkregen van 1 Stroom Duiven & Westervoort. Alle beschikbare informatie is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. bestudeerd en in onderstaande tekst verwerkt. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 10. (Water)bodemkwaliteitsgegevens Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat op een deel van de locatie een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Bodemstaete (kenmerk 08/111 Duiven, d.d. 3 maart 2008. In de grond werden licht verhoogde gehalten voor zware metalen en minerale olie aangetoond. In het grondwater werd een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond. Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
7 De rapportage is echter niet bruikbaar of representatief, aangezien de rapportages van Bodemstaete door fraude niet rechtsgeldig zijn. De kwaliteit van de bovengrond betreft op basis van de bodemkwaliteitskaart van de Milieusamenwerking Regio Arnhem ‘deelgebied B8 overige bebouwing, landelijke gemeente’ en de ondergrond betreft ‘deelgebied O23 klei’. Op basis van de ontgravingskaart betreft zowel de boven- als de ondergrond ‘landbouw/natuur’. De bodemfunctieklasse van de percelen is ‘wonen’. Ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek plangebied Ploen-Zuid (Witteveen en Bos, kenmerk DVN21.391, d.d. 14 juni 2002). Hierbij zijn, nabij onderhavige onderzoekslocatie, in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond. In het grondwater zijn licht tot sterk verhoogde gehalten voor zware metalen, minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond; Nader onderzoek Westsingel tegenover tankstation Shell (Witteveen en Bos, kenmerk DVN21-397, d.d. 4 oktober 2002). Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater licht tot sterk verhoogde gehalten voor nikkel en/of zink werden aangetoond; Verkennend onderzoek Ploen-Zuid (Witteveen en Bos, kenmerk DVN21-450, d.d. 25 juni 2007).
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond licht verhoogde gehalten voor PAK, minerale olie en EOX werden aangetoond. In het grondwater werden licht verhoogde gehalten voor zware metalen aangetoond; Milieutechnisch bodemonderzoek Hogeweg 9 (Tauw Milieu, kenmerk R3602087.HO1/CHU, d.d. 19 september 1997). Uit de analyseresultaten blijkt dat asbesthoudend materiaal werd aangetroffen in diverse sleuven. De verontreinigingen zijn niet verder onderzocht of afgeperkt; Oriënterend asbestonderzoek Hogeweg 9 (SGS, kenmerk 50469a, d.d. 29 juli 2003); Partijkeuring en asbestonderzoek Hogeweg 9 (SGS, kenmerk 2781b_2, d.d. 29 april 2004); Partijkeuring Hogeweg 9 (SGS, kenmerk 2781b_1, d.d. 29 april 2004); Saneringsplan Hogeweg 9 (SGS, kenmerk 2781d, d.d. 8 juli 2004). De met asbest verontreinigde grond wordt ontgraven en afgevoerd van de locatie. De terugsaneerwaarde betreft de interventiewaarde; Evaluatie bodemsanering Hogeweg 9 (SGS, kenmerk 2781F, d.d. 1 maart 2005). Uit de analyseresultaten blijkt dat de sanering afdoende is uitgevoerd en dat de verontreinigingen tot onder de terugsaneerwaarden zijn verwijderd. Wel zijn 2 restverontreinigingen achtergebleven. Deze bevinden zich niet op onderhavige onderzoekslocatie; Verkennend onderzoek Hogeweg (Van de Weijer bedrijfsmilieuzorg, kenmerk onbekend, d.d. 3 december 1999).
In de bovengrond en het grondwater werden maximaal licht verhoogde gehalten voor nikkel, arseen, minerale olie, xylenen en/of naftaleen aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrond-/streefwaarden. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond; Verkennend onderzoek woonwagenstandplaats Westsingel (Dienst Milieu Arnhem, kenmerk 12ink04167, d.d. 25 november 1993). In de grond werden licht verhoogde gehalten voor PAK aangetoond. In het grondwater werden licht tot matig verhoogde gehalten voor nikkel en vluchtige aromaten aangetoond; Nader grondwateronderzoek woonwagenstandplaats Westsingel (Van Dorsser, kenmerk Sk931866.R01, d.d. 4 februari 1994). In het grondwater werden licht tot matig verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond; Verkennend onderzoek woonwagenstandplaats Westsingel (Witteveen en Bos, kenmerk onbekend, d.d. 8 juni 2000). In de (puinhoudende) bovengrond werden licht verhoogde gehalten voor zink, PAK, minerale olie en/of EOX aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de ondergrond en het grondwater werden geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond; Historisch onderzoek Ploen-Noord (auteur en kenmerk onbekend, d.d. 23 november 2006); Historisch onderzoek Ploen-Noord Hogeweg ong. (Milon, kenmerk 20231671, d.d. 18 juli 2023).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
8 Historisch kaartmateriaal, luchtfoto’s en kadaster Vanaf 1900 tot circa 1995 zijn op het historische kaartmateriaal van www.topotijdreis.nl twee voormalige watergangen zichtbaar. Vanaf circa 1985 tot 1976 is ten zuidoosten van de locatie een boomgaard aanwezig (geweest). Voor zover bekend is op de locatie geen bebouwing aanwezig geweest. Waterbodem De aanwezige watergangen op de locatie betreffen naar verwachting B-watergangen. De watergangen dienen als opvang van hemelwater en betreffen zoet water. De kwaliteit van het eventuele slib en/of de vaste waterbodem in de watergangen is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van (voormalige) agrarische activiteiten. Asbest Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen verhardingen, kassen en bebouwing aanwezig (geweest). Naar verwachting is er geen bebouwing met asbestverdachte dakbedekking aanwezig geweest. Het is niet bekend of op de locatie bijmengingen van bodemvreemde materialen (zoals puin) aanwezig zijn in de grond. Overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van een deel van de locatie is mogelijk gebruik gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Op basis van het dynamisch rapport zijn er voor zover bekend verder geen bodembedreigende activiteiten aanwezig geweest op de locatie. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend.
Indien men voornemens is om grondverzet plaats te laten vinden, kan gebruik worden gemaakt van de betreffende bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien er grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker (sanering), dient er mogelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Hierbij is de aanwezigheid van de watergangen bevestigd. De locatie is volledig braakliggend en begroeid met gras. Verder zijn er geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de historische gegevens is de (water)bodemkwaliteit van de locatie niet vast te stellen en wordt, in verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en herontwikkeling, geadviseerd om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740. Hierbij vormen de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ((voormalige) boomgaard ten zuidoosten van de locatie) aandachtspunten. De locatie is vooralsnog onverdacht op het voorkomen van asbest. Tevens wordt aanbevolen om de waterbodem te onderzoeken conform de NEN 5720. Hierbij vormen eventuele (voormalige) agrarische activiteiten en het mogelijk voorkomen van PFASparameters aandachtspunten.
Verder zijn er geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en grepen wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
9 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 4 meter dikke deklaag die is opgebouwd uit Holocene afzettingen. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 65 meter dik en bestaat uit midden tot grof zand van de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre en Laagpakket van Twello. Hieronder bevindt zich een circa 5 meter dikke scheidende laag die is opgebouwd uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Walre. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 81 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is niet eenduidig, maar is vermoedelijk westelijk gericht en kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De grondwaterstand wordt verwacht op een diepte van circa 1 meter mv. De onderzoekslocatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt momenteel uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag ((voormalige) boomgaard ten zuidoosten van de locatie) aandachtspunten. Vooralsnog wordt voor wat betreft asbest uitgegaan voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een onverdachte locatieOp basis van zintuiglijke waarnemingen dient de gestelde hypothese voor de onderzoekslocatie mogelijk nog te worden bijgesteld. Voor wat betreft de waterbodems wordt uitgegaan van verspreidbare baggerspecie (maximaal klasse Industrie/klasse B). Daarbij vormen de (voormalige) agrarische en het mogelijk voorkomen van de PFAS-parameters aandachtspunten.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
10 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken
Verkennende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit (incl. voormalige watergangen) Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van de boven-, ondergrond en het grondwater wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-GR-NL) voor een oppervlakte van maximaal 4,3 ha (afgerond conform NEN 5740 naar boven < 5 ha). Aanvullend worden ter plaatse van de voormalige watergangen, gecombineerd met het onderzoek naar de algemene kwaliteit, 2 dwarsraaien van 3 boringen tot 2,0 m-mv geplaatst. Hiervoor zijn twee aanvullende analyses op een NEN-pakket opgenomen. Teeltlaagonderzoek op OCB zuid(oostelijk) deel van de locatie Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie is een boomgaard aanwezig (geweest), op basis waarvan het zuidoostelijk deel van de locatie aanvullend wordt onderzocht op OCB. De onderzoeksopzet voor het aanvullend teeltlaagonderzoek is gebaseerd op de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN 5740:2023 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, < 1 ha). Hierbij wordt de (oorspronkelijke) teeltlaag separaat bemonsterd (0,3 m) en geanalyseerd op OCB.
Verkennend waterbodemonderzoek 3 waterbodemtrajecten Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5720, onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN). Hierbij wordt uitgegaan van drie trajecten met elk een lengte van maximaal 500 meter. Het slib (of vaste waterbodem tot 0,5 m-wb) wordt bemonsterd middels 10 grepen per traject evenredig verdeeld over de watergang en geanalyseerd op een C2 waterbodempakket (standaardpakket baggerspecie uit zoet oppervlaktewater voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater) en op PFAS. In totaal worden derhalve 30 grepen genomen, drie mengmonsters geanalyseerd op het C2 waterbodempakket en één gecombineerd mengmonster op de PFAS-parameters. Tevens wordt middels 6 dwarsaaien de slibdikte bepaald (indien van toepassing). Het onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform het handelingskader voor hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (geactualiseerd december 2023). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek.
Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en grepen is rekening gehouden met de bekende gegevens. De onderzoeksopzet is voorafgaand voorgelegd aan en goedgekeurd door het bevoegd gezag (ODRA, schrijven d.d. 13-2-2023, zie bijlage 10).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024
11 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform de BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen en puinbijmengingen aangetroffen. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 4 en 5 maart 2023 11 maart 2024
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2003 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 40 boringen (B01 t/m B32) geplaatst. Er zijn 4 dwarsraaien geplaatst in verband met de voormalige watergangen (B11A-C, B16A-C, B27A-C en B31A-C). De overige boringen zijn verspreid over de percelen gesitueerd, waarbij de boringen PB02, PB07, PB18, PB20, PB24 en PB29 ten behoeve van het grondwateronderzoek dieper zijn doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen tot circa 0,5 m-mv B01, B03 t/m B06, B08 t/m B10, B12 t/m B15, B17, B19, B21 t/m B23, B25, B26, B28, B30, B32
Boringen / peilbuizen Boringen tot circa 2,0 m-mv B11A-C, B16A-C, B27A-C, B31A-C
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB02 (1,50-2,50), PB07 (1,50-2,50) PB18 (1,50-2,50), PB20 (1,50-2,50) PB24 (1,50-2,50), PB29 (1,50-2,50)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB02, PB07, PB18, PB20, PB24 en PB29 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 11 maart 2024 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend waterbodemonderzoek Ten behoeve van het waterbodemonderzoek zijn in totaal 30 grepen (G01 t/m G30), evenredig verdeeld, van de waterbodem uit de huidige watergangen genomen. De aanwezige watergangen waren tijdens de veldwerkzaamheden waterhoudend. In de watergang is geen slib aangetroffen. De foto’s behorend bij het onderzoek naar de (water)bodem zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en grepen is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Westsingel ong. te Duiven Rapportnr.: B24.9121 versie: 01 datum: 26 maart 2024