6. Bijlage 5 - Reactie college op advies RvSDD (breed) 201513183.docx
Tekst van het document
Gemeente Duiven
Raad voor het Socaal Domein Duiven Postbus 164 6920 AD Duiven
datum uw brief van zaaknummer onderwerp contactpersoon
: : : : :
Koning Willem-Alexanderplein 1 Postbus 6 6920 AA Duiven (0316) 279 111 gemeente@duiven.nl www.duiven.nl
1 juni 2021 7 mei 2021 Z/20/073302 /201515211 Reactie op advies RvSDD over doelgroepenvervoer Wytze Schouten
Geachte leden van de Raad voor het Sociaal Domein Duiven, Deze brief gaat over twee onderwerpen. 1. Uw advies inzake maatregelen doelgroepenvervoer Uw raad heeft in november een advies gegeven over een concept-collegevoorstel inzake maatregelen in het doelgroepenvervoer. In de ontvangst en beantwoording van dit advies zijn een aantal zaken niet goed gegaan. Kort gezegd is de uitkomst dat u nog geen antwoord heeft gehad van het college. Wij bieden u hiervoor nogmaals onze excuses aan. In bijlage 1 beantwoordt het college uw advies. 2. Uw advies over eigen bijdrage vervoer dagbesteding Het college vraagt u om advies over een wijziging van de verordening Maatschappelijke ondersteuning, over invoering van een eigen bijdrage voor vervoer naar dagbesteding. De inhoud hiervan is in het najaar van 2020 al met u gedeeld in het kader van het onder (1) genoemde concept-collegevoorstel. U vindt deze adviesvraag met de benodigde informatie in bijlage 2. Met vriendelijke groeten, Namens het college van B&W van de gemeente Duiven
Wytze Schouten Beleidsadviseur doelgroepenvervoer
Bijlage 1. Reactie van het college op het advies van de RvSDD over een concept-collegevoorstel met maatregelen doelgroepenvervoer Algemene reactie van het college Maatwerk In algemene zin spreekt uit uw advies (net als dat van de Gehandicaptenraad (GHR)) dat er zorgen zijn over maatwerk. Aanpassingen in de standaard voorzieningen worden makkelijk opgevat als een aanpassing die op alle inwoners met een vervoervoorziening van toepassing zal zijn. Dit is echter niet het geval. Het college hecht eraan te benadrukken dat aanpassing van beleidsregels bedoeld is om de standaard optie in de toekenning van voorzieningen te veranderen, maar niet om maatwerk te beperken. Sowieso krijgt elke inwoner maatwerk omdat een passende voorziening wordt toegekend die hem of haar ondersteunt bij participatie en/of zelfstandigheid. Zulke voorzieningen hebben ieder een standaard format: een bepaalde omvang (bijvoorbeeld kilometers), eigen bijdrage en voorwaarden. Daar waar deze standaard voorzieningen niet passend zijn voor een individu, wordt individueel maatwerk geleverd. Dat uitgangspunt blijft onveranderd. In het plan van aanpak dat het college op 16 maart jl heeft vastgesteld heeft dit uitgangspunt een prominentere plaats gekregen. Inperking Uw advies is geschreven in reactie op een concept-collegevoorstel uit het najaar van 2020.
In de tussentijd is de inhoud van de maatregelen op verschillende punten aangepast. Het collegebesluit van 16 maart jl geeft hierover duidelijkheid. Belangrijke aanpassingen die plaatsvonden na ontvangst van uw advies en dat van de GHR: ● een vaste eigen bijdrage Wmo-pas 5 euro per maand komt te vervallen; deze maatregel wordt niet aan de raad voorgelegd ● er wordt geen bepaling in de Wmo-verordening opgenomen over structurele behoefte ● …
Uw adviezen onder het kopje ‘Algemeen’
Advies: De Raad voor Sociaal Domein Duiven heeft, gezien de huidige financiële situatie, volledig begrip voor het zoeken naar besparingen op de uitgaven binnen het sociaal domein. Het is zelfs een goede zaak om al lang bestaande regelingen tegen het licht te houden en te bezien met de ogen en de omstandigheden van vandaag. Uiteraard moeten daarbij de wettelijke kaders van de Wmo en Jeugdwet en de richtlijnen van het VN-verdrag in het oog worden gehouden en als leidraad blijven dienen. Reactie: deze visie deelt het college. Advies: De RVSDD zet wel enkele kritische kanttekeningen bij het voorstel voor de besparingen. De voorgestelde besparingen zijn in de ogen van de RVSDD te generiek en te algemeen. Er wordt te veel naar geld gekeken in plaats van naar de kwaliteit van
dienstverlening en de rechten van inwoners van de gemeente. Enkele keuzes in het voorstel zijn niet of onvoldoende onderbouwd, zoals bijvoorbeeld het standpunt dat er bezuinigd kan worden op de zogenaamde ‘zeldenrijders’ en dat een kwart van de leerlingen van het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) met het openbaar vervoer zou kunnen reizen. Reactie: dit zijn terechte punten en deze zijn meegenomen in het uiteindelijke plan van aanpak dat het college op 16 maart jl vaststelde. Advies: voor het VSO geldt dat de complexiteit van het reizen met het OV in zijn geheel in acht moet worden genomen. Denigrerende bewoordingen als ‘het briefje’ van scholen en ouders die ‘maar wat beweren’ lijken niet op hun plaats in dit voorstel. Reactie: dit zijn terechte punten en deze zijn meegenomen in het uiteindelijke collegevoorstel. Advies: Het standpunt dat de dienstverlening door AVAN grotendeels door de Plusbus vervangen kan worden lijkt niet juist. Reactie: dit is niet een standpunt dat het college heeft ingenomen. Wel is aangegeven dat de Plusbus in veel situaties voorliggend kan zijn op Avan en dat hiermee het beroep op Avan sterk kan worden teruggebracht, met name voor lokale ritten. De Plusbus kan Avan inderdaad niet volledig vervangen.
Dit heeft te maken met beperkingen in de vervoervoorwaarden, zoals dat de Plusbus niet rijdt na 18u of op zondag en niet verder dan 15 kilometer; maar ook met het feit dat de Plusbus niet voldoende voertuigen en vrijwilligers heeft om al het vervoer over te nemen. Daarbij kan inmiddels ook worden opgemerkt dat de Plusbus, als gevolg van de coronacrisis die uitbrak rond de start van de dienstverlening, beperkingen in de capaciteit heeft. Uiteraard kan de Plusbus sowieso alleen voorliggend zijn voor zover de capaciteit dit toelaat. Advies: positief vinden wij dat er bij punt 8 gesproken wordt over meerjarige beschikkingen. Waarom steeds weer iets toetsen waarvan duidelijk is dat dit niet verandert? Reactie: Het college is verheugd dat u deze mening deelt. Advies: positief is het investeren in de opleiding van de consulent leerlingenvervoer en het streven om leerlingen meer gebruik te laten maken van het openbaar vervoer. De wijze waarop dit laatste gebeurt, moet in de ogen van de RVSDD zeer zorgvuldig en in nauw overleg met school en ouders gebeuren. In het VSO is hier namelijk al structureel aandacht voor in het onderwijsprogramma. Goed overleg met betrokkenen is ook noodzakelijk voor het invoeren van meer opstapplaatsen voor het VSO. Reactie: Uw gebruik van de term ‘opstapplaatsen’ in deze context is niet helemaal helder.
Het college gaat ervan uit dat u niet doelt op opstapplaatsen voor taxivervoer, maar dat u doelt op het bevorderen dat VSO-leerlingen de overstap maken naar reizen met bus en trein. Het college is het met u eens dat hierbij overleg met betrokkenen noodzakelijk is. Daartoe is in het najaar ambtelijk een ronde langs de VSO-scholen gemaakt. Daarbij zijn ook lessen geleerd over de rol die scholen wel en niet (willen, kunnen) oppakken in het bevorderen van zelfstandig reizen. In gesprek met leden van de RvSDD is al eens aangestipt dat VSO de Ziep in Didam een aansprekend voorbeeld is van een school die sterk inzet op zelfstandig reizen van de leerlingen - maar dat de Ziep daarin een uitzondering is en dat veel scholen, om uiteenlopende redenen, veel minder of geheel geen aandacht besteden aan zelfstandig reizen in het lesprogramma. Uw algemeen oordeel en advies op de hoofdlijn
Naar aanleiding van het advies van de GHR heeft het college de beoogde maatregelen en de beschrijving ervan aangepast. Dit heeft u in het collegebesluit van 16 maart kunnen terugzien (en in de beantwoording van het advies van de GHR behorend bij dat collegebesluit). U geeft onder dit kopje twee algemene adviezen. Advies: het leveren van uitsluitend maatwerk. Reactie: Hierop zijn wij in de inleiding van deze brief al ingegaan. Advies: herindicatie van alle gebruikers met een Wmo-pas Reactie: hierop wordt verderop ingegaan onder ‘meerdere maatregelen Wmo’. Uw adviezen per beslispunt OV voor VSO Advies: de beoordeling van deze (maatwerk)mogelijkheden voor leerlingen moet gebeuren in nauw overleg met de school en ouders/verzorgers en moet aansluiten bij de aandacht die daarvoor is in het onderwijsprogramma. De afspraken moeten opgenomen worden in de verordening leerlingenvervoer. Keuzes over aantallen leerlingen die mogelijk in aanmerking komen voor reizen met het OV moeten onderbouwd worden. Reactie: Het college deelt de mening dat beoordeling van het vermogen van een leerling om (te leren) zelfstandig te reizen in overleg met school en ouders/verzorgers moet plaatsvinden. Er spelen immers allerlei omstandigheden waarop de gemeente met enkel het aanvraagproces voor leerlingenvervoer niet altijd volledig zicht heeft.
De huidige werkwijze, waarbij scholen op verzoek van ouders een verklaring verstrekken dat de leerling “niet zelfstandig en niet onder begeleiding naar school kan reizen” is in veel situaties onbevredigend. Een nieuwe werkwijze is gewenst, die beter aansluit op met name de rol die de school kan en wil vervullen. Suggesties hiervoor worden van harte gewaardeerd. Uw stelling dat “de afspraken moeten worden opgenomen in de verordening” deelt het college niet. Het toetsen op eigen kracht in afstemming met de betrokkenen verdient zeker een plek in de regelgeving voor het doelgroepenvervoer. De verordening bevat echter al het beginsel dat vervoer wordt verstrekt wanneer de leerling niet zelfstandig naar school kan reizen. Specifieke afspraken over de afstemming daaromtrent kunnen vermoedelijk beter worden bepaald in nadere regels dan in de verordening. Tenslotte uw zinsnede over aantallen leerlingen die mogelijk voor ov in aanmerking kunnen komen. Een inschatting van deze aantallen leerlingen werd dit najaar toegevoegd bij de maatregelen om een inschatting te kunnen maken van de uitgaven aan taxivervoer die hiermee bespaard zouden kunnen worden. Het college maakt geen keuzes over aantallen leerlingen die voor ov in aanmerking zouden kunnen komen. Het college stuurt niet op aantallen. Iedere aanvraag wordt op de individuele omstandigheden beoordeeld.
Meerdere maatregelen Wmo Advies: bij meerdere maatregelen Wmo vermeldt u “Zorgdragen voor maatwerk en toepassen van een herindicatie voor bestaande gebruikers.” Reactie: dat het college het belang van maatwerk deelt is reeds geadresseerd. Een herindicatie voor bestaande gebruikers zal zeker plaatsvinden, maar vanwege de forse kosten en onrust die gepaard gaan met een algehele herindicatie zal dit selectief worden gedaan, op basis van veel of juist weinig gebruik van de voorziening. Structurele analyse rittenbakken
Advies: allereerst moeten de uitkomsten van de analyse vastgesteld worden en dan moet er gekeken worden of zo’n analyse op individueel niveau volgens de AVG toegestaan is. Reactie: Uw advies bevat de juiste stappen, maar in de omgekeerde volgorde. Een analyse waarbij gegevens op individueel niveau worden bekeken, hoort pas uitgevoerd te worden nadat beoordeeld is of dit volgens de AVG is toegestaan. Analyses waarin data niet geanonimiseerd zijn, zijn bedoeld om oneigenlijk gebruik van voorzieningen op te sporen. Het college is zich ervan bewust van het feit dat hiervoor strenge regels gelden. Er zijn veel verschillende soorten analyses mogelijk en veel verschillende soorten oneigenlijk gebruik die eventueel uit de data kunnen blijken. Het college draagt er zorg voor dat hierbij conform de AVG wordt gehandeld. Uw afsluitende opmerkingen Advies: voor de doelgroep is [collectief vervoer] een zeer belangrijk onderwerp, want het zorgt voor hun levenslijn met de buitenwereld. In deze tijd waarin gesproken wordt dat er veel eenzaamheid is, is het belangrijk om te beseffen dat zelfs een kleine mobiliteitsbehoefte een wereld van verschil kan maken voor het welzijn van de betrokkene. Hierdoor is mogelijk duurdere ondersteuning/zorg niet nodig Reactie: het college deelt dit standpunt. Dit betekent echter niet dat de mobiliteitsbehoefte altijd moet worden ingevuld met een Wmo-pas.
In een kleine mobiliteitsbehoefte kan in veel gevallen voorzien worden door het netwerk, Graag Gedaan of de Plusbus. Het is van belang dat de doelgroep hiervan goed op de hoogte is. Wanneer zulke vervoersopties voor een inwoner niet voorliggend zijn, is de Wmo-pas de voorziening die borgt dat de mobiliteitsbehoefte vervuld kan worden. Advies: over het geheel genomen denken wij dat er na een goed gesprek met de gebruiker van het doelgroepenvervoer best mogelijkheden kunnen zijn. Er staan echter in dit stuk ook dingen die meer kwaad lijken te doen dan goed. Daarbij moet gedacht worden aan de secundaire gevolgen van bepaalde voorstellen. Sommige voorstellen zijn zeer betwistbaar als je kijkt naar de intenties van de regelgeving waar de gemeente zich aan moet houden. Reactie: omdat hier niet duidelijk wordt gemaakt welke ‘dingen’ en ‘voorstellen’ de raad bedoelt, is het voor het college lastig reageren. Mogelijk wordt hier gedoeld op voorstellen die te maken hebben met een vaste maandelijkse eigen bijdrage voor de Wmo-pas of met de maatregel gericht op ‘zeldenrijders.’ Deze twee maatregelen zijn, mede naar aanleiding van het advies van de GHR Duiven, niet in het plan van aanpak opgenomen.
Bijlage 2. Adviesvraag Het college vraagt uw advies over wijziging van de verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2020. Het college heeft in het kader van haar besluit van 16 maart (plan van aanpak maatregelen doelgroepenvervoer) toegezegd om bij wijziging van de verordening opnieuw advies te vragen aan de RvSDD. Over de strekking van de wijziging heeft u reeds geadviseerd in uw onder (1) genoemde advies over het concept-collegevoorstel. De wijziging bevat daarnaast een technische aanpassing waarmee het vragen van een ritbijdrage door Avan in de verordening wordt opgenomen op een wijze zoals voorgeschreven door de Wmo 2015. Deze wijziging verandert niets aan de feitelijke situatie. Het college heeft beleidsregels in voorbereiding die nadere invulling geven aan deze bepalingen. Daarover wordt binnenkort advies gevraagd aan uw Raad. Hieronder vindt u de tekst waarmee de raad de verordening Maatschappelijke ondersteuning kan wijzigen. Het college ontvangt uw advies graag op korte termijn. Verordening tot wijziging van de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Duiven 2020 Artikel I De Verordening wordt als volgt gewijzigd: A. Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd: 7.a In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is de inwoner voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) een eigen bijdrage verschuldigd op basis van : i.
Een bedrag per instap en en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de BVO DRAN op basis van de regionale tarieven voor openbaar vervoer per bus. 7.b Het college kan over inning van de eigen bijdrage nadere regels vaststellen. C. Aan artikel 12 wordt het volgende lid toegevoegd: 8.a In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet is de inwoner voor het reizen met de deeltaxi naar de dagbesteding (begeleiding groep) een eigen bijdrage verschuldigd op basis van een bedrag per instap en een bedrag per kilometer, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de BVO DRAN op basis van de regionale tarieven voor openbaar vervoer per bus. 8.b Het college kan over inning van de eigen bijdrage nadere regels vaststellen. Artikel II
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 september 2021.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …………