6. Bijlage 5 – Bestemmingsplan Wonen onder de Toren Groessen - toelichting - 2015 37569.pdf
Tekst van het document
Compositie 5 stedenbouw bv Boschstraat 35 4811 GB Breda telefoon
076 – 5225262
info@c5s.nl
internet
www.c5s.nl
kvk Breda
20083802
Gemeente Duiven Bestemmingsplan “Wonen onder Groessen”
Projectnummer Datum:
210926 18 januari 2022
de
toren,
Gemeente Duiven Bestemmingsplan “Wonen onder Groessen”
de
Projectverantwoordelijke:
Dhr. ing. M.J. Volbeda
Collegiale toets:
Dhr. mr. M.J.A.B. Elsman
toren,
INHOUD
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Aanleiding en doel Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 3 4 5
2 2.1 2.2 2.3
GEBIEDSANALYSE Inleiding Ruimtelijke structuur Functionele structuur
7 7 7 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4
RUIMTELIJK BELEIDSKADER Inleiding Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9 9 9 16 18
4 4.1 4.2 4.3
DOELSTELLING VAN HET PLAN Doelstelling Beoogde ontwikkeling Verkeer en parkeren
25 25 25 26
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15
MILIEU EN LANDSCHAP Inleiding Bodem Waterhuishouding Archeologie Cultuurhistorie Natuurgebieden Flora en fauna Bedrijven en milieuzonering Geurhinder Veehouderij en volksgezondheid Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
29 29 29 30 34 37 39 41 42 46 48 49 51 52 57 58
6 6.1 6.2 6.3
JURIDISCHE PLANOPZET Inleiding Planopzet Artikelsgewijze toelichting
61 61 61 61
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
1
7 7.1 7.2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Kostenverhaal
65 65 65
8 8.1 8.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Vooroverleg en inspraak Zienswijzen
67 67 68
Bijlagen Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek; Bijlage 2 - Flora- en faunaonderzoek; Bijlage 3 - Stikstofdepositieberekening; Bijlage 4 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Bijlage 5 - Inrichtingsplan; Bijlage 6 - Watertoets en watertoetstabel Bijlage 7 - Advies Veiligheidsregio Bijlage 8 - Aanvullende Archeologische Inventarisatie Bijlage 9 - Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Bijlage 10 - Programma van Eisen Archeologische opgraving Bijlage 11 - Nota van beantwoording zienswijzen
Uitsnede topografische kaart omgeving Groessen. Het plangebied is globaal aangeduid met een gele ster. Bron: topotijdreis.nl, 2021.
2
Gemeente Duiven
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel Het plangebied is gelegen binnen de kern Groessen, in het agrarisch gebied tussen de Dorpstraat, Weemstraat en Heiligelandstraat. Het gebied is in de uitgangssituatie ingericht als weiland en in gebruik voor diverse functies. Aan de Dorpstraat, Weemstraat en de Heiligelandstraat bevinden zich hoofdzakelijk burgerwoningen en voorzieningen behorende bij de kern Groessen. De initiatiefnemer beoogt om ter plaatse maximaal 28 grondgebonden woningen te realiseren in een dorpse sfeer. Met de ontwikkeling wordt invulling gegeven aan een actuele woningbehoefte. Ter hoogte van het plangebied zijn verschillende gemeentelijke bestemmingsplannen van toepassing. Aan de gronden direct aangrenzend aan de Dorpsstraat is een woonbestemming toegekend op basis van het bestemmingsplan "Groessen en Loo" van de gemeente Duiven, zoals vastgesteld d.d. 18 september 2007. Het gedeelte ‘Wonen onder de Toren’ van het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Groessen 1984” uit 1984 (vastgesteld 27 juni 1983). Een gedeelte van de gronden beschikt over een agrarische gebiedsbestemming. Aan een deel van het bestemmingsplan is goedkeuring onthouden. Voor dit gedeelte is het bestemmingsplan “Groessen 1975” (vastgesteld 12 augustus 1974) van kracht. De geldende bestemmingsplannen maken deels een woonfunctie mogelijk.
Op basis van de vigerende planologische regelingen is het oprichten van de beoogde woningen niet mogelijk. De locatie is onder de naam “Onder de Toren” reeds sinds de gemeentelijke visie ‘Wonen en werken’ uit 2003 aangemerkt als potentiële ontwikkelingslocatie van het dorp. Om de beoogde ontwikkeling ter plaatse te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat van de vigerende bestemmingsplannen wordt afgeweken. Voor de gewenste herziening is medewerking van de Gemeente Duiven noodzakelijk. Op basis van onderliggende partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan wordt de beoogde woningbouw mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied ligt binnen de kern Groessen, aan de noordzijde van de bebouwde kom. De planlocatie is kadastraal bekend als gemeente Groessen en Loo, sectie C, perceelnummers 2639, 840 en 382. Het gebied is circa 1,1 hectare groot.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
3
Maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan buitengebied
Luchtfoto plangebied. Met de rode contour is het plangebied bij benadering aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021
1.3
Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingsplannen “Groessen en Loo” dat op 18 september 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld, het bestemmingsplan “Groessen 1984” en het bestemmingsplan “Groessen 1975”. Het bestemmingsplan voor de kernen “Groessen en Loo” uit 2017 waar deze gronden onderdeel van uitmaken heeft thans een voorontwerpstatus. Aan de gronden van het gebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: • Gebiedsbestemming ‘Wonen’ van ca 0,2 hectare; • Gebiedsbestemming ‘Tuin’ van ca 0,1 hectare; • Gebiedsbestemming ‘Agrarisch’ van circa 0,866 hectare. Beoordeling en conclusie Binnen de geldende bestemmingen is het oprichten van maximaal 28 grondgebonden woningen niet mogelijk. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan.
4
Gemeente Duiven
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Groessen en Loo”. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing zijnde beleidskader beschreven. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het besluit aan bod in het licht van diverse milieuhygiënische aspecten. Hoofdstuk 6 en 7 behandelen respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 geeft tenslotte de conclusie over de planologische aanvaardbaarheid van de ontwikkeling.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
5
6
Gemeente Duiven
2
GEBIEDSANALYSE
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de ruimtelijke structuur en de functionele structuur van het plangebied uiteengezet.
2.2
Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de kern Groessen. Het plangebied wordt begrensd door lintbebouwing behorende bij de kern en het agrarisch buitengebied. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de historische kern van Groessen met zijn lintvormige bebouwingsstructuur. Direct ten noordwesten van dit historische bebouwingslint aan de Dorpstraat, is een uitbreidingswijk uit de jaren ’70 gelegen. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het bewoningslint langs de Heiliglandsestraat. De centrale voorzieningen van Groessen zijn hoofdzakelijk aan de Dorpstraat gelegen. Kenmerkend voor Groessen zijn lintvormige bebouwingsstructuur met aanliggende karakteristieke gebouwen en de zichtlijnen vanuit de besloten historische kern naar het noordelijke buitengebied. Het buitengebied aan de noordzijde van het plangebied kenmerkt zich door de daar aanwezige rivierduin, een halfopen structuur met verspreid liggende bebouwing. De kern Groessen is een kleinschalig en landelijk dorp. De woonbebouwing in de omgeving heeft met uitzondering van de aanliggende jaren ’70 wijk, overwegend een vrijstaande bouwwijze. Het bebouwingslint aan de Heiliglandsestraat bestaat uit vrijstaande woningen op ruime percelen, deels bestaande uit voormalige agrarische bedrijfswoningen en deels uit meer recente inbreidingen.
De woningen in de omgeving hebben een traditionele en landelijke karakteristiek. De woningen zijn overwegend voorzien van een kap. Ter hoogte van het plangebied, aan de Dorpstraat, bevindt zich een voormalig zusterklooster en school, nu in gebruik als bedrijfsbebouwing bij een autohandel. Aan de overzijde van de Dorpstraat bevindt zich de rijksmonumentale kerk van Groessen.
2.3
Functionele structuur De omgeving kan gekenmerkt worden als een woongebied met enige menging van functies gezien de combinatie van wonen, bedrijfsactiviteiten en maatschappelijke functies. Door de ligging aangrenzend aan de historische kern van Groessen, heeft de agrarische functie in de omgeving van het plangebied in de loop der jaren plaatsgemaakt voor een woonfunctie. Op aangrenzende percelen zijn derhalve hoofdzakelijk woonfuncties aanwezig. Aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied bevinden zich bedrijfsmatige functies in de vorm van een autobedrijf en een bedrijf met een educatieve functie, alsmede maatschappelijke functies aan het Schuttersplein 1 in
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
7
de vorm van een schutterij en het rijksmonumentale kerkgebouw. Aan het Schuttersplein bevindt zich een openbaar parkeerterrein. Het plangebied is in de uitgangssituatie onbebouwd en deels in gebruik als multifunctioneel grasveld, deels als agrarisch productieperceel.
8
Gemeente Duiven
3
RUIMTELIJK BELEIDSKADER
3.1
Inleiding Binnen het volgende hoofdstuk zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de beoogde ontwikkeling passend is binnen het beleid.
3.2
Nationaal beleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de Structuurvisie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.
Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Deze ‘ladder’ heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
9
Grondgedachte van de ‘ladder’ is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Het gaat hierbij uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Uitsnede Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het plangebied is aangeduid met een rode aanwijzer. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
Beoordeling Eén van de belangrijkste doelen van de SVIR is het versterken van de (inter)nationale bereikbaarheid. Binnen de gemeente Duiven bevinden zich diverse onderdelen van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur die van belang zijn voor de bereikbaarheid van Nederland. Binnen de gemeentegrenzen bevinden zich ruimtereserveringen ten aanzien van (inter)nationale spoorwegverbindingen, het (inter)nationaal hoofdwegennet, een buisleiding- en een hoogspanningsverbinding van (inter)nationaal belang. De SVIR is een kaderstellende visie waarvan de juridische doorwerking en daarmee het toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvindt via het Barro naar gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Rijk laat afspraken over kleinschalige woningbouwontwikkelingen ten behoeve van de lokale woningbehoefte over aan provincies en gemeenten. Het onderliggende initiatief betreft het ontwikkelen van 28 grondgebonden woningen en een maatschappelijke functie binnen een gebied dat reeds in de gemeentelijke structuurvisie is aangewezen als inbreidingslocatie binnen de bestaande kern. Het initiatief is kleinschalig van aard. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan een gedifferentieerde woningvoorraad.
10
Gemeente Duiven
Het nationale belang 13 strekt tot een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Dit belang is van toepassing op het onderhavig besluit. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling in principe past binnen de aangewezen nationale belangen. Aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kader stellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kader stellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en het Rarro een ruimtereservering geldt ten aanzien van de bouwhoogte van windmolens binnen radarverstoringsgebied. Rondom radarstations waaronder de radarstations van Herwijnen, Soesterberg, AOCS Nieuw Milligen en Volkel mogen geen bouwwerken worden opgericht met een hoogte die van invloed zou kunnen zijn op de werking van de radar. Voor nieuwe bouwwerken bedraagt de maximale bouwhoogte 114 meter ten opzichte van NAP en voor windturbines bedraagt de maximaal toegestane hoogte 90 meter ten opzichte van NAP. De beoogde ontwikkeling maakt de oprichting van grondgebonden gezinswoningen mogelijk . De beoogde ontwikkeling leidt niet tot het oprichten van bouwwerken boven de toegestane bouwhoogte.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
11
In de omgeving van de kern Groessen gelden een aantal ruimtereserveringen ten behoeve van de nationale energievoorziening, vervoer van gevaarlijke stoffen en het hoofd(spoor)wegennet. Het Rijk wijst tracés van hoogspanningsverbindingen vanaf 220 kV aan. Ten noordoosten van de kern Groessen bevindt zich een hoogspanningsleiding van (inter)nationaal belang met een vermogen van 380 kV (Dodewaard-Doetichem). Ten noorden van de kern Groessen bevindt zich de spoorverbinding Arnhem- Zevenaar en ten zuiden van de kern is de Betuweroute gelegen. Ten zuidoosten van de kern is eveneens een ruimtereservering gelegd voor een nieuwe hoofdweg tussen Ressen en Oudbroeken van de A15 op de A12 (de ViA15). Op 8 maart 2017 is door de Minister voor dit wegtraject een Tracébesluit genomen. Binnen het Tracébesluitgebied zijn geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan. Het plangebied is niet gelegen binnen het besluitgebied. Tevens geldt een ruimtereservering voor de aanleg van een buisleiding die deel uitmaakt van de nationale energiestructuur. In de Rijksstructuurvisie Buisleidingen is het beleid voor buisleidingen van nationaal belang verder uitgewerkt. Het plangebied bevindt zich niet binnen de reserveringsgebieden en ligt buiten de plaatsgebonden risico contour (PR 10-6). Zie tevens paragraaf 5.11.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling van een kleinschalige woonwijk in principe past binnen het beleidskader zoals vastgesteld in het Barro en Rarro. De juridische doorwerking van de beleidskaders vindt plaats in het geldende bestemmingsplan.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de
12
Gemeente Duiven
voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Als er enkel sprake is van een planologische functiewijziging binnen bestaande bebouwing dan is er in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie onder meer uitspraak ABRvS 20 april 2016 ECLI:NL:RVS:2016:1075. Het onderhavige planvoornemen betreft de realisatie van een uitbreiding van de kern Groessen met maximaal 28 grondgebonden woningen. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro). b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De laddertoets geldt uitsluitend voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit zijn ontwikkelingen die een nieuw beslag op de ruimte leggen. Hiervan is sprake als er door het ruimtelijke besluit meer bebouwing wordt mogelijk gemaakt dan er op basis van de voorgaande regeling kon worden gerealiseerd. Uit jurisprudentie volgt dat van een nieuwe stedelijke ontwikkeling sprake is wanneer er naar aard en omvang een significante toename aan bebouwing mogelijk is.
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt een intensivering van het ruimtegebruik ter plaatse mogelijk gemaakt. In de uitgangssituatie is sprake van een onbebouwd agrarisch perceel zonder bouwvlak. Met de realisatie van maximaal 28 woningen is sprake van een nieuw beslag op de ruimte en daarmee van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
13
c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan dient tevens de actuele behoefte aan de ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Deze behoefte kan kwalitatief of kwantitatief van aard zijn. Uit de gemeentelijke Woonvisie 2025 en de Woonagenda 2017-2022 is het gemeentelijk afwegingskader voor nieuwe woningbouwplannen vastgelegd. Aan de Woonvisie ligt een regionale woningmarktanalyse op basis van de bevolkingsprognose (Primos2016) en woonvoorkeuren (WoON2015) ten grondslag. Uit de analyse blijkt een regionale kwantitatieve vraag te bestaan van circa 300 woningen in de periode tot 2025. De actuele kwalitatieve behoefte bestaat uit betaalbare koopwoningen (tot 280.000 euro) voor kleinere huishoudens op een goed bereikbare locatie en nabij voorzieningen. Uit de analyse van 2016 blijkt dat de te verwachte woningbehoefte op de middellange termijn tot 2040 zal afnemen. Vanaf 2035 wordt een stabilisatie van de groei verwacht. De gemeente Duiven fungeert in de regionale woningmarkt als vestigingsgebied voor doorstromers uit de directe omgeving van de stad Arnhem. Op basis van de te verwachte instroom van jonge huishoudens uit de regio Arnhem wordt voor de bouwproductie in Duiven rekening gehouden met een extra instroom van ca 100 huishoudens tot 2025 op basis van de prognose uit 2016.
De bestaande woningvoorraad in de gemeente Duiven dateert overwegend uit de periode 1985-1995 en bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen (ca 60%). Bijna een derde van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen. Door de functie van Duiven als doorstroomgebied van de stedelijke regio Arnhem, is het aandeel huishoudens met een hoog inkomen binnen de gemeente relatief groot. Op basis van een enquête uitgevoerd onder lokale jongeren in 2016 blijkt bij deze doelgroep een onvervulde woningvraag te bestaan van 100 á 200 huishoudens binnen de gemeente. In de kern Groessen is het aandeel dure woningen binnen de woningvoorraad relatief hoog. Veel grote en dure woningen worden bewoond door één- en tweepersoonshuishoudens uit een hogere leeftijdscategorie. Doorstroming naar kleinere woningen binnen de kern is voor deze doelgroep moeilijk te realiseren. In 2019 hebben de samenwerkende gemeente in de regio Liemers op basis van een nieuw woningmarktonderzoek (Liemers 2019) de ‘Liemerse woonagenda: koers voor 2020-2025’ opgesteld. Op basis van de nieuwe prognoses zijn de woningbouwbehoeften tussen 2025 en 2040 naar boven bijgesteld. Tot 2025 wordt de woningbehoefte geraamd op circa 500 woningen per jaar, vanaf 2025 ligt deze op circa 300 per jaar en na 2030 wordt er een groei van circa 50 woningen per jaar voorzien.
Met name in de aangrenzende gemeente van Arnhem: Westervoort en Duiven stijgt de woningmarktdruk. Met de ontwikkeling van de beoogde maximale 28 grondgebonden woningen wordt aangesloten bij de recente regionale woningbouwafspraken uit de Liemerse Woonagenda 2020 -2025 wat betreft het versnellen van de woningbouwopgave. Met name binnen kernen aan de A12, is versnelling gewenst vanwege de aantrekkende werking van de stad Arnhem. Woningbouwontwikkelingen vinden bij in eerste instantie plaats door middel van inbreidingslocaties en vervolgens door middel van een aantal uitleglocaties.
14
Gemeente Duiven
De woningen zijn gericht op een volgens de Woonvisie belangrijke doelgroep, namelijk lokale één- en tweepersoonshuishouden. Met het realiseren van dergelijke woningen, wordt een bijdrage geleverd aan het verminderen van het aandeel ‘scheefwonen’. Woningbouw binnen de kleine kernen wordt als wenselijk gezien om lokale jongeren de gelegenheid te geven om zich binnen het eigen dorp te kunnen vestigen en daarmee onderdeel uit te kunnen blijven maken van de eigen gemeenschap. Hiervoor is het ‘manifest lokale woningbehoefte’ opgesteld. De woningen passen naar aard, prijsniveau en omvang binnen de lokale woningvraag en de dorpse karakteristiek van Groessen. Met de beoogde ontwikkeling wordt invulling gegeven aan een actuele behoefte. De uitgebreide toets aan de Woonvisie is opgenomen in paragraaf 3.4 van deze toelichting. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de jurisprudentie is het begrip nader ingevuld. Gronden waarop een agrarische bestemming rust, en die overeenkomstig die bestemming worden gebruikt, vormen geen onderdeel van bestaand stedelijk gebied. Ook onbebouwde gronden, bijvoorbeeld sportvelden, kunnen als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt wanneer onderdeel van openbare en sociaal-culturele voorzieningen alsmede stedelijk groen. (ABRvS 20 mei 2015; ECLI:NL:RVS:2015:1581). Mits de locatie onderdeel uitmaakt van een bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Het plangebied bevindt zich in het kernrandgebied van de kern Groessen. Ter plaatse zijn zowel het bestemmingsplan “Groessen en Loo” voor de bebouwde kom en de bestemmingsplannen ‘‘Groessen 1984” en “Groessen 1975” van toepassing. In 2017 is een voorontwerp bestemmingsplan opgesteld voor de kernen Groessen en Loo. In dit plan is de begrenzing van de bebouwde kom herzien waardoor het plangebied onderdeel uitmaakt van de bebouwde kom. Dit bestemmingsplan is echter nooit vastgesteld.
Op basis van de gemeentelijke omgevingsvisie ‘Koersdocument Omgevingsvisie Duiven’ uit 2020 maakt het plangebied onderdeel uit de bebouwde kom van Groessen. In de uitgangssituatie is het deel van de gronden dat onderdeel uitmaakt van het vigerende bestemmingsplan “Groessen en Loo” voorzien van een tuinbestemming danwel een woonbestemming en in gebruik als speelveld. Het noordelijke deel van het plangebied beschikt over een agrarische gebiedsbestemming. De gronden bestaan uit kleine weilanden met landschappelijke elementen zoals bomenrijen en struweel. Aangezien deze gronden liggen ingebed tussen de lintbebouwing aan de Dorpstraat (zuidzijde) en de Heiliglandsestraat (oostzijde) en de in de jaren ’70 gerealiseerde
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
15
uitbreidingswijk van Groessen (noordwestzijde) maakt het plangebied in ruimtelijk opzicht reeds onderdeel uit van de bebouwde kom. De gronden maken in ruimtelijk en functioneel opzicht onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Er is sprake van een invulling van een actuele behoefte binnen bestaand stedelijk gebied. Het initiatief past binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Toetsingskader In maart 2019 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met de daarbij behorende omgevingsverordening vastgesteld. De omgevingsvisie en de omgevingsverordening worden periodiek geactualiseerd. De omgevingsvisie beschrijft de ambities van de provincie op het gebied van verkeer, water, natuur en ruimtelijke ordening. De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in de centrale hoofddoelen: gezond, veilig, schoon, welvarend. Vanuit deze doestellingen zijn zeven ambities geformuleerd voor de thema’s: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. De provincie streeft een vitaal platteland na met een open landschap, concentratie van bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied en hergebruik van bestaande bebouwing. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Bestemmingsplannen die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen aan te tonen dat wordt voldaan aan een zorgvuldige locatieafweging. Op basis van regionaal woonbehoefteonderzoek hebben de gemeenten afspraken gemaakt over de lokale woningbouwopgave. Om regionale overcapaciteit te kunnen voorkomen, bouwen de kernen primair voor de opvang van de eigen bevolkingsgroei.
Beoordeling Concentratie van woningbouw binnen de bebouwde kom past binnen het streven van de provincie naar een vitaal platteland en een concentratie van ontwikkelingen in de kernen. Er is geen sprake van een grootschalig initiatief of een ontwikkeling met grote ruimtelijke invloed. Het initiatief past binnen het regionale ruimtelijke beleid. Conclusie Het voorliggende initiatief is passend binnen het ruimtelijke beleid van de Provincie Gelderland.
16
Gemeente Duiven
3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Beleidskader Met de Omgevingsverordening worden de beleidsdoelstelling van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd. De huidige verordening werd op 24 september 2014 door Provinciale Staten vastgesteld en vervolgens op onderdelen herzien. De meest recente actualisatie (actualisatieplan 7) dateert van 31 maart 2021. Ten aanzien van woonlocaties is in de Omgevingsverordening onder artikel 2.2 een instructieregel opgenomen voor gemeenten op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de regionale afspraken zoals vastgelegd in de regionale woonagenda. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.
Beoordeling Met de realisatie van maximaal 28 grondgebonden woningen wordt invulling gegeven aan de regionale afspraken uit de Liemerse woonagenda: koers voor 2020-2025’ om de uitvoering van het woningbouwprogramma te versnellen. Op basis van woningmarktonderzoek uitgevoerd in het kader van de Woonvisie 2025 is reeds aangetoond dat er binnen de gemeente een grote kwalitatieve vraag bestaat naar woningen voor kleinere huishoudens. De planlocatie is opgenomen als inbreidingslocatie in het Koersdocument Omgevingsvisie uit 2020. Het realiseren van woonmogelijkheden voor senioren en jongeren zijn de belangrijkste speerpunten voor de ontwikkeling van de kern Groessen op basis van de ‘Dorpsvisie Groessen’ uit 2013. Het beoogde woongebied voorziet in een differentiatie in prijs en woningtype. In de nieuwe situatie zullen 12 woningen worden gerealiseerd binnen het goedkope segment (43%). De beoogde woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd, waardoor ze op de lange termijn zijn aan te passen aan veranderende levensfasen. Met de beoogde ontwikkeling worden onder meer betaalbare woningen gerealiseerd voor kleinere huishoudens. Met name onder ouderen en lokale jongeren is vraag naar dit woningtype. Het aanbod aan passende woningen voor deze doelgroep binnen de kern Groessen is beperkt. Op basis van onderhavige ontwikkeling wordt invulling gegeven aan een actuele vraag.
De woningen worden uitgevoerd als grondgebonden woningen in een groene omgeving met een dorps karakter. Zie tevens paragraaf 3.4.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
17
Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend in de doelstellingen van de Provincie zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Duiven 2015 Toetsingskader Op 28 september 2015 heeft de gemeenteraad van Duiven de Structuurvisie Duiven vastgesteld. de structuurvisie vormt het toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Duiven is in 1974 aangewezen door het Rijk als een nationale groeikern. Op basis van deze status vond in de jaren ‘70 grootschalige nieuwbouw plaats. De in deze periode ontstane wijken hebben een eenzijdige samenstelling met relatief veel grondgebonden koopwoningen en relatief weinig huurwoningen. Op basis van een analyse van bevolkings- en huishoudensprognoses blijkt dat er een korte termijn behoefte bestaat aan nieuwe woningen. Een deel van de woningbouwopgave maakt al onderdeel uit van de plancapaciteit. Op basis van kwalitatieve prognoses sluit echter een deel van de geplande nieuwbouw niet aan bij de lange termijn kwalitatieve woonbehoefte. Als gevolg van demografische ontwikkelingen zoals huishoudensverdunning, neemt het aandeel kleine huishoudens toe. Het woningbouwprogramma dient in toenemende mate kwalitatief te worden beoordeeld (‘de juiste woning op de juiste plek’). Onderdeel B van de Structuurvisie bevat integrale, gebiedsgerichte thema’s. In dit onderdeel zijn voor de kernen de accenten en uitgangspunten voor ontwikkelingen binnen het bestaand stedelijk gebied samengevat.
In dit deel is ook de deelgebiedsvisie voor de kern Groessen opgenomen. Voor de ontwikkeling van de kern is in 2013 ook een dorpsvisie Groessen opgesteld. Kenmerken voor de structuur van de kern Groessen is de dorpse sfeer die zich laat typeren als ‘plattelandskern’. De relatie van de bebouwingslinten met het omringende platteland met oude linten, zichtlijnen en open plekken voor stedelijke functies zoals speelvoorzieningen dragen hier aan bij. Belangrijke cultuurhistorische identiteitsdragers zijn een aantal historische bouwwerken, oude wegenpatronen, groen- en waterstructuren. De gemeente streeft er naar om de cultuurhistorische waarden meer ‘beleefbaar’ te maken. Aan de Dorpsstraat is een zoekzone voor wonen opgenomen. Prioriteit binnen het lokale woningbouwbeleid is de realisatie van passende woningen voor lokale ouderen en jongeren.
18
Gemeente Duiven
Beoordeling De beoogde ontwikkeling van maximaal 28 grondgebonden woningen in een dorpse structuur aan de Dorpsstraat is passend binnen de kwalitatieve doelstellingen van de Structuurvisie binnen het thema wonen. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de vraag naar betaalbare woningen voor kleinere huishoudens (waaronder ouderen en lokale jongeren) op een woonlocatie nabij maatschappelijke voorzieningen (‘Onder de toren’). Met de realisatie van passende levensloopbestendige woningen voor kleine huishoudens wordt tevens een bijdrage geleverd aan doorstroming op de woningmarkt. De woningaantallen en de stedenbouwkundige opzet van de wijk passen in het dorpse karakter van de kern Groessen. Ten aanzien van de actuele woningbouwbehoefte heeft in 2019 een nieuwe analyse plaatsgevonden in opdracht van de samenwerkende gemeenten. Uit de recente gegevens blijkt dat de in de Structuurvisie verwachte afname van de vraag naar woningen op de lange termijn niet meer actueel is. Ook op de lange termijn neemt de vraag naar woningen toe. De recente woningmarktprognoses zijn opgenomen in paragraaf 3.4.2 van deze toelichting. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders van de Structuurvisie Duiven 2015.
3.4.2
Koersdocument Omgevingsvisie Op 8 juni 2020 is het ‘Koersdocument Omgevingsvisie Duiven’ vastgesteld. In de aanloop naar het opstellen en vaststellen van een Omgevingsvisie is het Koersdocument opgesteld. Dit document is een eerste aanzet naar de uitwerking van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een integraal afwegingskader voor alle onderwerpen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De ambities en doelen ten aanzien van de leefomgeving zijn als volgt weergegeven: 1. Een duurzaam thuis. Op basis van de bevindingen uit de regionale woningmarktanalyse uit 2019, afspraken uit de Woondeal regio Arnhem Nijmegen uit 2020 en de Liemerse Woonagenda benadrukt de omgevingsvisie de noodzaak om de kwantitatieve woningvoorraad op korte termijn te vergroten om tegemoet te komen aan de toegenomen vraag. Om de huidige dorpse identiteit te kunnen behouden, vinden nieuwe ontwikkelingen zo veel mogelijk plaats in de vorm van kleinschalige plannen die bij voorkeur binnen de bestaande kernen worden gerealiseerd. Doelstelling is om alle inbreidingslocatie hierbij optimaal te benutten. De kwalitatieve woningbehoefte bestaat met name uit passende woningen voor zelfstandig wonende ouderen op een goed ontsloten locatie en nabij voorzieningen. 2.
Een gezonde en sociale leefomgeving Als identiteitsbepalende aspecten binnen de fysieke leefomgeving worden erfgoed, de sociale leefomgeving en de groene leefomgeving gezien. Behoud en versterking van deze waarden draagt bij aan een gezonde gemeenschap in brede zin.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
19
3. Vitale economie Het versterken van de economische positie van de gemeente op basis van regionale toegevoegde waarde staat binnen dit thema centraal. Speerpunten zijn de herontwikkeling van het centrum van Duiven en de herontwikkeling van de spoorzone. 4. Bereikbaarheid De gemeente zet zich in om ook de voorzieningen voor langzaam verkeer te versterken, de verkeersveiligheid in woongebieden te vergroten en de toegankelijkheid van openbaar gebied voor minder validen te verbeteren. Het behouden en versterken van een goede bereikbaarheid en het aanleggen van voldoende infrastructurele voorzieningen zijn een aandachtspunt bij nieuwe ontwikkelingen. 5. Klaar voor de toekomst De gemeente streeft ernaar om in 2050 energieneutraal te zijn. In regionaal verband wordt de RES (Regionale Energiestrategie) vormgegeven op basis waarvan zoekgebieden voor grootschalige opwekking worden aangewezen. Dit vraagt op gemeenteniveau naar een andere energieaanpak. De gemeente streeft er onder meer naar om het warmtenet verder uit te breiden. Voor de (middel) lange termijn ambieert de gemeente om de klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit te vergroten. Ten aanzien van de bovenstaande thema’s zijn themakaarten opgenomen. Het plangebied is in visiekaart 11 wonen en werken opgenomen als inbreidingslocatie voor de middellange termijn (ontwikkeling tot 2029).
Binnen de kern Groessen zijn twee inbreidingslocatie voorzien.
Uitsnede kaart 11 Visiekaart wonen en werken. Het plangebied is aangeduid met nummer 19. Bron: Koersdocument Omgevingsvisie Gemeente Duiven 2020
20
Gemeente Duiven
Beoordeling Met de beoogde plannen wordt invulling gegeven aan de ambities uit het Koersdocument Omgevingsvisie door deelgebied 19 binnen de kern Groessen zoals aangewezen in visiekaart 11 voor wonen en werken in ontwikkeling te brengen. Er is sprake van een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling wordt een groot aandeel betaalbare woningen gerealiseerd. Het gebied wordt goed ontsloten en bevindt zich binnen loopafstand van belangrijke voorzieningen aan het dorpslint. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De ontwikkeling draagt bij aan de (middel)lange termijn doelstellingen van de gemeente zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de beleidsdoelstelling omtrent wonen zoals geformuleerd in het Koersdocument Omgevingsvisie.
3.4.3 Woonvisie 2025 Toetsingskader De gemeente Duiven heeft op 28 maart 2017 de Woonvisie 2025 en de woonagenda 2017- 2022 vastgesteld. Ten grondslag aan de Woonvisie ligt een regionale woningmarktanalyse door de Atrivé op basis van een analyse van de bevolkingsprognose (Primos2016) en woonvoorkeuren (WoON2015). De Woonvisie vormt een afwegingskader voor nieuwe woningbouwplannen. Uit de woningmarktanalyse van 2016 blijkt dat als gevolg van landelijke maatschappelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen zoals vergrijzing, ontgroening, de huisvesting van statushouders en de flexibilisering van de arbeidsmarkt de regionale woningbehoefte met name op de korte termijn (tot 2025) veel hoger ligt dan het aanbod. In de periode tot 2050 wordt een huishoudensgroei in de regio rond Arnhem voorspeld van minimaal 5%. In de gemeente Duiven ligt de verwachte huishoudensgroei met 3,7% iets onder het regionaal gemiddelde. Vanaf 2035 wordt een stabilisatie van de groei verwacht. De stad Arnhem trekt als gevolg van de gevestigde kennisinstellingen en het stedelijk vestigingsklimaat relatief veel jongeren aan. Binnen de regionale woningmarkt fungeert onder meer de gemeente Duiven als vestigingsgebied voor doorstromers uit Arnhem (in de leeftijdscategorie 30 plus). Doorslaggevend voor deze doorstromers is het groene en dorpse woonmilieu.
Het aantal inwoners binnen de gemeente Duiven zal op basis van de prognose uit 2016 op de middellange termijn naar verwachting afnemen. Het aantal huishoudens zal in deze periode als gevolg van huishoudensverdunning toenemen. Binnen de gemeente Duiven zijn relatief veel gezinnen gevestigd. Dit aantal zal op de middellange termijn tot 2040 afnemen van circa 4.400 tot circa 3.600 gezinnen. Het aantal 75-plussers neemt tot 2040 naar verwachting toe met circa 1.990 huishoudens.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
21
De bestaande woningvoorraad in de gemeente Duiven dateert overwegend uit de periode 1985- 1995 en bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen (ca 60%). Bijna een derde van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen. Door de functie van Duiven als doorstroomgebied van de stedelijke regio Arnhem, is het aandeel huishoudens met hoog inkomen binnen de gemeente relatief hoog. De woningbehoefte als gevolg van de aantrekkende werking van de stad Arnhem is niet volledig te voorspellen op basis van de beschikbare cijfers en trends. Wat betreft de beschikbaarheid van de woningen zijn er grote lokale verschillen. Voor de hele regio geldt dat de bestaande regionale voorraad van sociale huurwoningen als gevolg van ‘goedkoop scheef wonen’ te weinig beschikbaar is voor de doelgroep. Ten tijde van de woningmarktanalyse woonde circa 25% van de bewoners van sociale huurwoningen in een woning met relatief lage maandlasten ten opzichte van het besteedbaar inkomen. Op basis van een enquête uitgevoerd onder jongeren binnen de gemeente Duiven in 2016 blijkt bij deze doelgroep een actuele onvervulde woningvraag te bestaan van 100 á 200 huishoudens binnen de gemeente. In de kern Groessen bestaat de woningvoorraad overwegend uit dure woningen. Veel grote en dure woningen worden bewoond door één- of tweepersoonshuishoudens binnen een hogere leeftijdscategorie.
Doorstroming naar kleinere woningen binnen de kern is voor deze doelgroep moeilijk te realiseren. Ten tijde van de woningmarktanalyse is tot 2025 sprake van een regionale onvervulde (kwalitatieve) vraag naar betaalbare koopwoningen tot 280.000 euro. In de periode tot en met 2025 is er op basis van de woningmarktanalyse ruimte voor het toevoegen van circa 300 (met name betaalbare) woningen. Op basis van de te verwachte instroom van jonge huishoudens uit de regio Arnhem wordt voor de bouwproductie in Duiven rekening gehouden met een extra instroom van ca. 100 huishoudens tot 2025. In 2019 hebben de samenwerkende gemeente een nieuw woningmarktonderzoek uit laten voeren (Liemers 2019) en de ‘Liemerse woonagenda: koers voor 2020-2025’ opgesteld. Op basis van de nieuwe prognoses zijn de regionale woningbouwbehoeften tussen 2025 en 2040 naar boven bijgesteld. Tot 2025 wordt de woningbehoefte geraamd op circa 500 woningen per jaar, vanaf 2025 ligt deze op circa 300 per jaar en na 2030 wordt er een groei van circa 50 woningen per jaar voorzien. Met name in de aangrenzende gemeente van Arnhem: Westervoort en Duiven stijgt de woningmarktdruk. Woningbouwontwikkelingen vinden bij voorkeur plaats door middel van kleinschalige inbreiding in bestaand stedelijk gebied. Tevens zijn een aantal uitleglocaties aangewezen.
Beoordeling Binnen het plangebied worden maximaal 28 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt in een dorpse setting. Binnen de ontwikkeling vindt een differentiatie plaats in prijsklasse en typologie. Binnen de ontwikkeling worden 12 goedkope woningen, 14 middeldure en 2 dure woningen mogelijk gemaakt. De woningen worden uitgevoerd in de vorm van vrijstaande, rijwoningen, hoekwoningen en twee-onder-één-kap-woningen. De woningen zijn gericht op een volgens de Woonvisie belangrijke doelgroep, namelijk lokale één- en tweepersoonshuishoudens. Met het realiseren van dergelijke woningen, wordt een bijdrage geleverd aan het verminderen van het aandeel ‘scheefwonen’.
22
Gemeente Duiven
Conclusie Met de beoogde ontwikkeling van de maximaal 28 grondgebonden woningen wordt aangesloten bij de doelstellingen uit de Woonvisie 2025, de regionale woningbouwafspraken en de woningbouwafspraken in regionaal verband binnen de regio Arnhem wat betreft het versnellen van de woningbouwopgave.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
23
24
Gemeente Duiven
4
DOELSTELLING VAN HET PLAN
4.1
Doelstelling Voor de gronden binnen het plangebied vigeert thans het bestemmingsplan "Groessen en Loo" van de gemeente Duiven, zoals vastgesteld d.d. 18 september 2007 en de bestemmingsplannen “Groessen 1984” en ”Groessen 1975”. In de vigerende bestemmingsplannen zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Agrarisch’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’. De beoogde realisatie van een woongebied is niet mogelijk op basis van de geldende regeling. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw planologisch-juridisch kader gecreëerd te worden. De onderhavige bestemmingsplantoelichting voorziet in de ruimtelijke motivatie voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Beoogde ontwikkeling In de beoogde situatie is het perceel onbebouwd en deels in gebruik als speelveld, deels als weiland. In de nieuwe situatie wordt een woongebied bestaande uit maximaal 28 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. De woningen zijn gedifferentieerd in prijsklasse en typologie. Binnen de ontwikkeling worden 12 goedkope woningen, 14 middeldure en 2 dure woningen mogelijk gemaakt. De woningen worden uitgevoerd in de vorm van vrijstaande, rijwoningen, hoekwoningen en twee-onder-één-kap-woningen. Ter hoogte van de nieuwe bebouwing wordt een woonbestemming toegekend met een bouwvlak. De aan te leggen groen- en waterstructuren, parkeervoorzieningen en de verkeerskundige structuren worden voorzien van een passende bestemming.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
25
Inrichtingstekening beoogde situatie. Bron: Architectenbureau Visser en Bouwman bv, d.d. 25 november 2021
4.3
Verkeer en parkeren Verkeer De locatie wordt ontsloten via de Heiligelandsestraat en de Dorpstraat. Dit zijn lokale ontsluitingswegen. Met de ontwikkeling wordt tevens een nieuwe aansluiting op de Heiliglandstraat gerealiseerd. De Heiligelandsestraat sluit in noordelijke richting aan op de Provincialeweg N810 (Arnhemseweg) en de Rijksweg A12. De Dorpstraat sluit in westelijke richting aan op de dorpskern van Groessen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de kencijfers voor verkeersgeneratie volgens CROW- publicatie 381. In deze uitgave wordt afhankelijk van het woningtype en de aard van het gebied (centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied) een kencijfer gehanteerd. De combinatie aan woningtypen in het bestemmingsplan genereren de woningen circa 7,9 verkeersbewegingen per etmaal. Voor het gehele plangebied kan worden uitgegaan van een totaal aantal van circa 222 verkeersbewegingen per dag. De Dorpstraat en de Heiliglandstraat kunnen deze toename aan verkeersaantallen probleemloos verwerken. De extra voertuigbewegingen gaan op in het heersende verkeersbeeld.
26
Gemeente Duiven
Gelet op de aard van de aanliggende wegen en de beperkte toename aan verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen, kan worden gesteld dat de beoogde situatie verkeerskundig inpasbaar is.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
27
Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en/-of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien. Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. In 2018 is voor het hele grondgebied de Parkeernormennota vastgesteld. In de nota zijn op basis van de parkeerkencijfers van het CROW onder meer de gemeentelijke parkeernormen opgenomen voor verschillende functies. De nota dient als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Doelstelling van de nota is het waarborgen van een gunstig woon- en leefklimaat door het voorkomen van parkeerproblemen in de openbare ruimte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunt van de nota is dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden conform de geldende parkeernormen. Deze normen zijn gebaseerd op onder meer de mate van verstedelijking, bereikbaarheidskenmerken van de locatie en specifieke eigenschappen van de functie.
Beoordeling In onderhavig plan wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte zoals deze is bepaald in de gemeentelijke ‘Parkeernormennota’. Voor het onderhavige plangebied dient volgens de kaart met de gebiedsindeling uitgegaan te worden van de parkeernormen behorende bij het gebiedstype ‘niet stedelijk'. In deze gebieden geldt voor woningen in het middensegment (90-135m2 gbo) een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. Voor grote woningen (>135m2 gbo) geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaats per woning. De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde parkeerruimte voor bezoekers. Parkeerplaatsen dienen binnen het plangebied te worden gerealiseerd. Binnen het gebied worden 59 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan worden 18 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd alsmede 41 openbare parkeerplaatsen. De twee vrijstaande woningen parkeren op eigen perceel. Gelet op het type woning en de grootte van het plangebied, is hiervoor ruimte. Het parkeren van de eigen bewoners is in en rondom de woningen geregeld. Voor bezoekers zijn 12 parkeerplaatsen op het Schuttersplein aangewezen. Conclusie In het plangebied is voldoende ruimte om aan de gemeentelijke parkeernormen te kunnen voldoen.
28
Gemeente Duiven
5
MILIEU EN LANDSCHAP
5.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een ruimtelijk plan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van de planologisch relevante uitvoeringsaspecten. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • archeologie; • ecologie; • akoestiek; • bedrijven en milieuzonering; • geurhinder; • externe veiligheid; • verkeer en parkeren; • kabels en leidingen; • luchtkwaliteit; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
5.2
Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o.
Bestemmingsplan ”Wonen onder de toren., Groessen”
29
2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling In juni 2021 is door Milon BV een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Op basis van het historisch vooronderzoek is de locatie als onverdacht beschouwd en onderzocht op basis van het standaard pakket voor grond en grondwater. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond en het grondwater geen verhoogde concentraties bevatten voor de onderzochte parameters. De ondergrond bevat een licht verhoogde concentratie aan nikkel. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Op de planlocatie zijn bijmengingen met puin waargenomen. Tevens is een gootlijnonderzoek uitgevoerd. In het verkennend asbestonderzoek is zintuiglijk en analytisch echter geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Op het zuidelijk deel van het plangebied is onder verantwoordelijkheid van NTP, op een perceel van circa 1.700 m2, de aanwezige puinlaag verwijderd en afgevoerd. Op deze locatie was ten behoeve van herinrichtingswerkzaamheden in Groessen een tijdelijke opslag van materialen aangelegd. Hiermee zijn de gronden weer geschikt voor het beoogde gebruik.
Conclusie Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek kon een goed beeld worden verkregen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzochte gronden. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. De aanwezige tijdelijk aangelegde puinverharding wordt in een later stadium onderzocht. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie. Bij eventuele afvoer van grond dienen de regels uit het Besluit bodemkwaliteit in acht te worden genomen. Het onderzoeksrapport is toegevoegd in bijlage 1.
5.3
Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.
30
Gemeente Duiven
Beleid provincie Gelderland Het waterbeleid binnen de Provincie Gelderland is opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. Binnen de Omgevingsvisie zijn onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water opgenomen. Behalve dat de omgevingsvisie de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Belangrijke thema’s binnen het provinciaal waterbeleid zijn de zorg voor oppervlakte en zwemwater, klimaatadaptatie en de bescherming tegen overstromingen. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Rijn en IJssel De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Rijn en IJssel. De visie van het waterschap is vervat in het Waterbeheerplan 2016 - 2021 (geldig vanaf november 2015). Het waterbeheerplan is opgesteld in samenwerking met de waterschappen in deelstroomgebied Rijn-Oost. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven in de periode tot 2021 aanleiding tot de accenten: • • • • •
Veilig water: bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid; Voldoende water: zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen; Schoon water: zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier; Afvalwater: verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit; Vaarwegbeheer: zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel.