5. Bijlage 4 - Advies Raad voor het Sociaal Domein Duiven - 201516833.pdf
Tekst van het document
Raad voor Sociaal Domein Duiven P/a Orgelstraat 9 6922 JJ DUIVEN info@rvsdd.nl www.rvsdd.nl Gemeente Duiven T.a.v. het College van Burgemeester en Wethouders Postbus 6 6920 AA DUIVEN
Duiven, 9 november 2020 Ons kenmerk: 2020-012/TN/CvG/vf Uw kenmerk : Betreft : Advies collegevoorstel ‘Besparingen doelgroepenvervoer’
Geacht College, De Raad van Sociaal Domein Duiven is gevraagd een advies uit te brengen over het collegevoorstel ‘Besparingen doelgroepenvervoer’. Inleiding De Raad voor Sociaal Domein Duiven heeft, om tot een gedegen advies te kunnen komen, aan de Gehandicaptenraad van Duiven gevraagd kennis te nemen van het voorstel van de gemeente. De Gehandicaptenraad heeft in een schriftelijke reactie haar conclusies weergegeven en deze zijn door de RVSDD verwerkt in de conclusie en het advies. De Regionale Adviesraad Doelgroepenvervoer heeft onlangs het rapport ‘Mobiliteit op Maat’ uitgebracht. De inhoud van dit rapport is meegenomen in onze overwegingen en advisering. Beide stukken zijn als bijlage (*) toegevoegd aan dit advies. Algemeen De Raad voor Sociaal Domein Duiven heeft, gezien de huidige financiële situatie, volledig begrip voor het zoeken naar besparingen op de uitgaven binnen het sociaal domein. Het is zelfs een goede zaak om al lang bestaande regelingen tegen het licht te houden en te bezien met de ogen en de omstandigheden van vandaag. Uiteraard moeten daarbij de wettelijke kaders van de Wmo en Jeugdwet en de richtlijnen van het VN-verdrag in het oog worden gehouden en als leidraad blijven dienen.
1
De RVSDD zet wel enkele kritische kanttekeningen bij het voorstel voor de besparingen. De voorgestelde besparingen zijn in de ogen van de RVSDD te generiek en te algemeen. Er wordt te veel naar geld gekeken in plaats van naar de kwaliteit van dienstverlening en de rechten van inwoners van de gemeente. Enkele keuzes in het voorstel zijn niet of onvoldoende onderbouwd, zoals bijvoorbeeld het standpunt dat er bezuinigd kan worden op de zogenaamde ‘zeldenrijders’ en dat een kwart van de leerlingen van het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) met het openbaar vervoer zou kunnen reizen. Voor het VSO geldt dat de complexiteit van het reizen met het OV in zijn geheel in acht moet worden genomen. Denigrerende bewoordingen als ‘het briefje’ van scholen en ouders die ‘maar wat beweren’ lijken niet op hun plaats in dit voorstel. Het standpunt dat de dienstverlening door AVAN grotendeels door de Plusbus vervangen kan worden lijkt niet juist. Positief vinden wij dat er bij punt 8 gesproken wordt over meerjarige beschikkingen. Waarom steeds weer iets toetsen waarvan duidelijk is dat dit niet verandert? Positief is het investeren in de opleiding van de consulent leerlingenvervoer en het streven om leerlingen meer gebruik te laten maken van het openbaar vervoer. De wijze waarop dit laatste gebeurt, moet in de ogen van de RVSDD zeer zorgvuldig en in nauw overleg met school en ouders gebeuren.
In het VSO is hier namelijk al structureel aandacht voor in het onderwijsprogramma. Goed overleg met betrokkenen is ook noodzakelijk voor het invoeren van meer opstapplaatsen voor het VSO. Algemeen oordeel en advies op de hoofdlijn We adviseren het college deze voorstellen te toetsen op a. het uitgangspunt van kwalitatief goed en vriendelijk; b. het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van behoorlijk bestuur; c. de termen significante behoefte en structurele behoefte en deze te vervangen door maatwerk; d. de kwaliteitsverschillen tussen de Plusbus en AVAN en deze aan te passen aan de werkelijkheid; e. het organiseren van de participatie van ouders/verzorgers met betrekking tot het leerlingenvervoer. Resumerend komen wij tot de conclusie dat deze aanpak geen recht doet aan de plicht van de overheid om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen, op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs (VN-verdrag vervoer Art. 20). De beste manier waarop dit onzes inziens mogelijk gemaakt kan worden, is het leveren van uitsluitend maatwerk als het om vervoer gaat van mensen met een handicap en herindicatie van alle gebruikers van de Wmo-pas.
Daarmee snijdt het mes aan twee kanten: het oneigenlijk gebruik vervalt en het levert de nodige besparingen op, het maatwerk van dit onderdeel is op orde, én de gemeente voldoet aan haar wettelijk plicht. Onderstaand geven we u ons advies per beslispunt. OV voor VSO De beoordeling van deze (maatwerk) mogelijkheden voor leerlingen moet gebeuren in nauw overleg met de school en ouders/verzorgers en moet aansluiten bij de aandacht die daarvoor is in het onderwijsprogramma. De afspraken moeten opgenomen worden in de verordening leerlingenvervoer. Keuzes over aantallen leerlingen die mogelijk in aanmerking komen voor reizen met het OV moeten onderbouwd worden. Wmo-pas zeldenrijders Zorgdragen voor maatwerk en toepassen van een herindicatie voor de huidige Wmo-pashouders. Km-budget verlagen vanwege Plusbus Zorgdragen voor maatwerk en toepassen van een herindicatie voor de huidige Wmo-pashouders. 2
Plusbus lokaal voorliggend op Wmo-pas Zorgdragen voor maatwerk en toepassen van een herindicatie voor huidige Wmo-pashouders. De Plusbus in Duiven moet overigens nog geëvalueerd worden (zie hiervoor het RAD advies ‘Mobiliteit op Maat’, pagina 2 onderaan). Korting sociaal begeleider afschaffen Zorgdragen voor maatwerk en toepassen van een herindicatie voor de huidige Wmo-pashouders. Structurele analyse rittenbak Allereerst moeten de uitkomsten van de analyse vastgesteld worden en dan moet er gekeken worden of zo’n analyse op individueel niveau volgens de AVG toegestaan is. Versterken positie consulent leerlingenvervoer Inzet van deskundigheid is van groot belang bij het afgeven van deze beschikkingen. Dat hierop geïnvesteerd wordt, is zeker positief. De onderbouwing hiervoor in de tekst onder besluit 8 getuigt echter niet van vertrouwen in en respect voor ouders en scholen. De RvSDD adviseert dan ook deze tekst kritisch te heroverwegen. Plan van aanpak opstapplaatsen De kanttekeningen die hierbij beschreven worden, onderschrijven wij volledig. Werk dit plan goed en zorgvuldig uit met de betrokken partijen. Neem ouders mee in dit traject en weeg de mogelijkheden voor leerlingen van het VSO om gebruik te maken van het openbaar vervoer in nauw overleg met de school en ouders. Dit geldt ook voor de invoering van opstapplaatsen.
Plan van aanpak beleids- en uitvoeringsregels Maatwerk moet hier het credo zijn. ‘Nu nog niet’ Indien het College van burgemeester en wethouders in de toekomst besluit om gebruik te gaan maken van onderstaande mogelijkheden adviseren wij om rekening te houden met de onderstaande opmerkingen: a. Eigen bijdrage Wmo-pas Dit voorstel voldoet niet aan het gelijkwaardigheidsbeginsel, zoals dit verwoord is in het VN-verdrag. Dit hebben wij aan het begin van dit advies al benoemd. b. Herindiceren mag scootmobiel meenemen Dit is prima, als er wel rekening gehouden wordt met wisselende omstandigheden. c. Korte ritten blokkeren Zie ons advies bij punt b. d. Geen AVAN voor vervoer naar dagbesteding Dit graag individueel beoordelen. e. Wmo-pas met en zonder korting Dit punt brengt te hoge kosten voor de reiziger met zich mee en is in strijd met het gelijkheidsbeginsel dat iedereen tegen OV-tarief zou moeten kunnen reizen. f. Plan van Aanpak invoering OV-advies op maat Hou wel rekening met het feit dat scootmobielen en aankoppelbikes niet toegestaan zijn in de reguliere bus. Tenslotte Voor de doelgroep is dit een zeer belangrijk onderwerp, want het zorgt voor hun levenslijn met de buitenwereld.
In deze tijd waarin gesproken wordt dat er veel eenzaamheid is, is het belangrijk om te beseffen dat zelfs een kleine mobiliteitsbehoefte een wereld van verschil kan maken voor het welzijn van de betrokkene. Hierdoor is mogelijk duurdere ondersteuning/zorg niet nodig.
3
Over het geheel genomen denken wij dat er na een goed gesprek met de gebruiker van het doelgroepenvervoer best mogelijkheden kunnen zijn. Er staan echter in dit stuk ook dingen die meer kwaad lijken te doen dan goed. Daarbij moet gedacht worden aan de secundaire gevolgen van bepaalde voorstellen. Sommige voorstellen zijn zeer betwistbaar als je kijkt naar de intenties van de regelgeving waar de gemeente zich aan moet houden. We realiseren ons de noodzaak van kostenbesparing en dat zal ook zeker mogelijk zijn met inachtneming van onze adviezen. Uiteraard zijn wij bereid om mee te denken en mee te werken aan de uitwerking en opvolging van de door ons aangedragen adviezen. Met vriendelijke groeten, Raad voor Sociaal Domein Duiven
J.P.M. Seijsener voorzitter Bijlagen: - Advies Gehandicaptenraad Duiven - Advies RAD ‘Mobiliteit op Maat’
4