CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 201624511 – Bijlage 1 behorende bij toelichting, Vormvrije m.e.r. beoordeling, d.d. 8-6-2023

Raadsavond 26 september 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: Bestemmingsplan Maststraat 52.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

vormvrije m.e.r.-beoordeling

Duiven, Maststraat 5

Gemeente Duiven

Datum: 8 juni 2023 Projectnummer: 210380

1. Inleiding Aanleiding Op het adres Maststraat 5 te Duiven bevindt zich een autosloopbedrijf waar een aantal jaar geleden een hevige brand is geweest, wat er onder meer toe heeft geleid dat de aanwezige bedrijfswoning en andere bedrijfsbebouwing zijn afgebrand. Inmiddels bestaat de wens om het bedrijfsperceel na de brand op een meer efficiënte wijze vorm te geven en in te richten. Daarbij doen zich ook kansen voor om het perceel meer landschappelijk in te passen. Dit kan slechts deels binnen het huidige bestemmingsplan gerealiseerd worden. Om het plan mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen.

In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan. Het bevoegde gezag (het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) moet voorafgaande aan het besluit inzake het plan formeel de beslissing nemen of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag kan dit besluit nemen aan de hand van een ‘aanmeldingsnotitie’. Het uiteindelijke besluit dient als bijlage bij de stukken van het ruimtelijke plan worden gevoegd. Planbeschrijving Naar aanleiding van de brand in het plangebied is samen met de gemeente Duiven gesproken over de herstructurering en herinrichting van het bedrijfsperceel. Enerzijds om het bestaande bedrijfsperceel toekomstbestendig te maken, en anderzijds om het perceel meer landschappelijk in te passen. Ter hoogte van de voormalige bedrijfswoning wordt voorzien in een nieuw bouwvlak van 15 bij 25 meter voor bedrijfsbebouwing met de mogelijkheid voor een bedrijfswoning.

De maximum bouwhoogte zal daarbij op 7 meter blijven. Het bouwvlak wordt, ten opzichte van de huidige situatie, een kwartslag gedraaid en iets meer in zuidelijke richting verplaatst. Het andere bouwvlak rondom de bestaande loods zal worden verkleind tot rondom de bestaande bebouwing. Om de planologische en eigendomssituatie meer met elkaar gelijk te trekken is aan de noordzijde van het plangebied circa 45 m2 bedrijfsbestemming toegevoegd.

3

Aan de zuidzijde wordt de bedrijfsbestemming ook uitgebreid onder de voorwaarde dat een landschappelijke inpassing in de vorm van een groenstrook van minimaal 3 meter diep wordt toegevoegd. Deze gronden tussen het bedrijfsperceel en de zuidelijke sloot zijn onsamenhangend en met weinig kwaliteit ingericht. Om die reden wordt een strook van 3 meter breed vanaf de slootkant landschappelijk ingepast. Door deze landschappelijke inpassing zal het bedrijf vanaf de Rijksweg minder prominent aanwezig zijn en kunnen de resterende gronden bij het bedrijfsperceel worden betrokken. Ten slotte wordt ook een kleine strook met de verkeersbestemming toegevoegd aan het reeds bestaande verkeersvlak. Navolgende afbeelding geeft de wijzigingen in de bestemmingen weer. De blauwe vlakken waren ‘Groen’ en worden ‘Bedrijf’, het gele vlak was ‘Agrarisch’ en wordt ook ‘Bedrijf’. Het groene vlak was ‘Agrarisch’ en wordt ‘Groen’. Het paarse vlak was ‘Groen’ en wordt ‘Verkeer’.

Toekomstige situatie plangebied met de bestemmingsaanpassingen weergegeven (bron: SAB).

2. Toetsing Omdat het bestemmingsplan voorziet in de wijziging en uitbreiding van een autosloopbedrijf, heeft het plan betrekking op een activiteit zoals opgenomen in de D-lijst in de bijlage van het besluit m.e.r. Het gaat om ‘de oprichting, wijziging of uitbreiding van een inrichting voor de opslag van schroot, met inbegrip van autowrakken’ (D18.8). De omvang van de m.e.r.-plicht wordt bepaald door de bij deze activiteit behorende drempelwaarden. De drempelwaarde heeft betrekking op een inrichting met een opslagcapaciteit van: 1 10.000 ton of meer, of 2 10.000 autowrakken of meer.

4

Het bedrijf aan de Maststraat 5 is dusdanig kleinschalig te noemen dat de genoemde drempelwaarden niet worden overschreden. Om die reden kan in eerste instantie worden volstaan met een vormvrije m.e.r.- beoordeling. In deze vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden beoordeeld of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of er sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: − de kenmerken van het project; − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect. Beoordeling Kenmerken van het project Algemeen Naar aanleiding van de brand in het plangebied is samen met de gemeente Duiven gesproken over de herstructurering en herinrichting van het bedrijfsperceel. Enerzijds om het bestaande bedrijfsperceel toekomstbestendig te maken, en anderzijds om het perceel meer landschappelijk in te passen. Het voornemen bestaat om de planologische en eigendomssituatie meer met elkaar gelijk te trekken en middels een landschappelijke inpassing een samenhangend geheel te creëren. Omvang van het plan Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.300 m2.

Beschrijving planologische procedure Voor het plangebied is een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding om de beoogde herstructurering mogelijk te kunnen maken. Als onderdeel van het bestemmingsplan is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de tijdelijke aanlegfase is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het plan geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee. De nieuwe functie heeft geen verkeersaantrekkende werking. Risico’s voor de menselijke gezondheid Dit plan brengt geen risico’s met zich mee voor de menselijke gezondheid. Door de geringe wijzigingen aan het bedrijfsperceel zijn geen significante effecten te verwachten op de menselijke gezondheid. Plaats van het project Het bestaande grondgebruik In algemene zin geldt dat de gronden momenteel zijn voorzien van een bedrijfsbestemming en ook als zodanig zijn ingericht en in gebruik zijn.

Dat betekent dat met de toekomstige inrichting van het projectgebied in meer of mindere mate hetzelfde grondgebruik aan de orde zal zijn. In de toekomstige situatie zullen de huidige activiteiten dus worden gehandhaafd.

5

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen. Hieruit ontstaat het volgende beeld: •

Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valletta, Erfgoedwet) Voor het grondgebied van de gemeente Duiven geldt het ‘Bestemmingsplan Archeologie’. Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse van het plangebied de waarde ‘lage archeologische verwachting 5’. Bij deze waarde is het verboden om een bodemingreep te doen bij bodemingrepen groter dan 10.000 m 2 en dieper dan 0,5 meter. Voorliggende ontwikkeling blijft onder deze grenzen. Door deze lage archeologische verwachting in combinatie met het feit dat geen grove bodemingrepen worden verricht is een significant negatief effect wat betreft archeologie niet aan de orde. Verder ligt het plangebied niet in een beschermd cultuurhistorisch gebied en zal door middel van de beoogde landschappelijke inpassing ter plaatse een kwaliteitsverbetering plaatsvinden, doordat het zicht vanaf de Rijksweg op het plangebied verbeterd zal worden.

•

Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming) In en nabij het plangebied kunnen beschermde soorten voorkomen en is Natura 2000 aanwezig, waardoor op voorhand significant negatieve effecten niet zijn uit te sluiten.

Kenmerken van het potentiële effect Algemeen Het project betreft de herstructurering van een bestaand perceel waar een autosloopbedrijf aanwezig is. Gelet op de aard en omvang van het project zal het bereik van de effecten beperkt zijn en niet verder reiken dan de directe omgeving van het plangebied. Van een grensoverschrijdend karakter is in ieder geval geen sprake. Verder wordt bij de beoordeling van de potentiële effecten de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect meegewogen. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: •

natuur: het project kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook kan er sprake zijn van negatieve milieueffecten op diverse soorten gebieden (zie plaats van het project).

Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld: •

archeologie: Voor het projectgebied geldt een lage archeologische verwachting. Door deze lage archeologische verwachting in combinatie met het feit dat geen grove bodemingrepen hoeven geen archeologische waarden in het projectgebied verwacht te worden.

•

water: met het plan worden geen watergangen gedempt. Wel liggen er twee watergangen direct te noorden van het projectgebied. Met de beoogde herinrichting van het bedrijfsperceel blijven er voldoende mogelijkheden over om het beheer en onderhoud aan deze watergangen te kunnen bewerkstelligen. Daarnaast is geen sprake van een toename van het verhard oppervlak. Een negatieve invloed op de waterhuishouding van het gebied is daarom op voorhand niet te verwachten.

•

externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot

6

externe veiligheidsrisico’s op de omgeving. •

bodem: onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem.

•

luchtkwaliteit: bij onderhavig plan is er geen sprake van een toename van het verkeer. Er is daarom sprake van een project dat ‘Niet in betekende mate’ bijdraagt aan (een verslechtering van) de luchtkwaliteit, conform de ministeriele regeling NIBM. Er hoeven daarom geen negatieve effecten te worden verwacht.

•

geluid: bij onderhavig plan er geen sprake van een toename van het verkeer. Er hoeft daarom geen toename van geluidshinder als gevolg van verkeer te worden verwacht. Daarnaast geldt dat het autosloopbedrijf een richtafstand van 100 meter geldt vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Omdat er binnen een zone van 100 meter geen geluidgevoelige functies aanwezig zijn, zijn negatieve effecten op dit punt eveneens niet te verwachten.

•

verkeer: bij onderhavig plan er geen sprake van een toename van het verkeer. Er hoeven daarom geen negatieve effecten op de doorstroming of de verkeersveiligheid te worden verwacht.

Natuur 1 Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebied De Natura 2000-gebieden “Rijntakken” en “Veluwe” liggen respectievelijk 1,0 en 4,3 kilometer van het plangebied verwijderd. In de voorgenoemde Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stikstofdepositie. Met de geringe uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt geen negatief effect verwacht op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Ook met de wijziging van de bouwvlakken worden geen negatieve effecten verwacht. Daarom is een nadere beoordeling, in de vorm van een passende beoordeling, niet nodig. Voor het bestemmingsplan is een onderzoek stikstofdepositie2 uitgevoerd. Zowel wat betreft de aanleg- als gebruiksfase geldt dat er geen nadelige gevolgen op omliggende Natura 2000-gebieden worden verwacht. Daarom is een nadere beoordeling, in de vorm van een passende beoordeling, niet nodig. Gebiedsbescherming – GNN/GO De ontwikkeling ligt niet binnen het GNN en de GO. De ontwikkeling zal geen negatief effect hebben op de waarden en kenmerken van GNN en GO. Soortenbescherming Uit de uitgevoerde quick scan natuur t.b.v. het bestemmingsplan volgt dat in het plangebied geen beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt aanwezig zijn. Wel kunnen in en rondom het plangebied vogels broeden.

Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Tevens moet rekening worden gehouden met de algemene zorgplicht. Op basis van het voorgaande is er geen sprake van een negatief milieueffect met betrekking tot soortenbescherming.

1

SAB (2021). Quick scan natuur. Maststraat 5, Duiven. Projectnummer: 210380. 30 september 2021.

2

SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie Duiven, Maststraat 5. Projectnummer: 210380. 13 maart 2023. 7

3. Conclusie In deze aanmeldingsnotitie is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. Ook aangezien het feit dat geen passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming nodig is, is een m.e.r. niet aan de orde.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=a6fb08f5-5d67-4eb6-9922-9fc347172cf7