CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 201596763-Kennisgeving aan de raad van Duiven van 16 november 2021 inzake Burgerinitiatief natuurinclusieve gebiedsontwikkeling.pdf

Raadsavond 18 april 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: Natuurinclusieve ontwikkeling tussengebied Duiven-Westervoort1.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kennisgeving aan de gemeenteraad Documentnummer: 201536977

Zaaknummer:

Z/21/080668

Portefeuillehouder(s): G.Tiedink Voor vragen Naam: L.Velhorst Telefoon: 088-695 3349 E-mail: l.velhorst@1stroom.nl Komt medio 2022 terug tot besluitvorming in de raad Onderwerp: Burgerinitiatief natuurinclusieve gebiedsontwikkeling Aanleiding voor deze kennisgeving Een collectief van negen inwoners uit Duiven heeft een burgerinitiatief ingediend dat zich richt op ‘natuurinclusieve gebiedsontwikkeling’ in het buitengebied tussen de kernen Duiven en Westervoort met een omvang van ca.100 ha. De initiatienemers hebben het college om een reactie gevraagd. Zowel het initiatief alsmede de reactie van het college worden in deze kennisgeving nader toegelicht. Relevant beleidskader De Structuurvisie 2015 geldt op dit moment nog als algemeen ruimtelijk kader voor de gemeente Duiven. Inmiddels heeft uw raad ingestemd het ontwerp van de gemeentelijke Omgevingsvisie in procedure te brengen en daarover begin 2022 te gaan besluiten. Inhoud van mededeling Een collectief van negen inwoners heeft op 3 mei jl. een burgerinitiatief ingediend dat zich richt op ‘natuurinclusieve gebiedsontwikkeling’ van een gebied van ca.100 ha. gelegen tussen de kernen Duiven en Westervoort. Zie de beschrijving in bijlage 1 en nog een update hiervan in bijlage 2. Het belangrijkste onderdeel van het burgerinitiatief betreft de omschakeling tot natuurinclusieve kringloop-landbouw. Globaal gaat het om 75 ha. landbouw.

Op de overige 25 ha. (thans in bezit van de gemeente Duiven) zou een mix van ‘biobased’ en natuurinclusieve woon/werk/recreatie functies (activiteiten en gebouwen) kunnen plaatsvinden, waarvan 5 ha. als uitgeefbare bouwgrond. Voor zowel voor het landbouw- als het woon/werk gedeelte wordt gestreefd naar lokale vormen van eigenaarschap, bijv. een coöperatie. Bij de landbouw worden ‘korte ketens’ beoogd. Dat wil zeggen directe relaties tussen productie en lokaal/regionale afzet. Daarvoor zijn de eerste contacten gelegd. De initiatiefnemers vragen aan de gemeente of dit initiatief ondersteund kan worden, welke mate van gemeentelijke betrokkenheid geleverd kan worden geleverd aan het vervolg en of subsidieverzoeken aan bijv. de provincie en het Stimuleringsfonds kunnen worden ondersteund. Ook vraagt men naar de bereidheid tot het betrekken van de 25 ha. gemeentegrond.

Pagina 1

Reactie college Algemeen De doelstellingen van het initiatief sluiten voor een groot deel aan bij gemeentelijke ambities en die van andere overheden. Het gaat om een initiatief ‘van onderop’: inwoners uit de gemeente met een grote mate van betrokkenheid en vrijwillige inzet. Zij hebben zelf echter geen grondposities in het gebied. Wel heeft het collectief al actief contacten gelegd met direct belanghebbenden in dit gebied, o.a. grondeigenaren (agrarisch en niet-agrarisch) en omwonenden. In het bijzonder valt te waarderen dat men bij voorkeur lokale agrariërs/grondeigenaren bij het initiatief wil laten aansluiten die zelf stappen willen zetten richting kringlooplandbouw. De feitelijke medewerking van voldoende participanten is essentieel voor het realiseren van zakelijke draagvlak van het initiatief. Gelet op onze grondpositie is de gemeente ook gevraagd om onze gronden in te gaan brengen. De initiatiefnemers zijn er zich van bewust dat voor het vervolg externe professionele ondersteuning nodig is op het gebied van procesbegeleiding, landschapsontwerp en landbouw. De ambities liggen hoog, de complexiteit is groot met onzekerheden over de financieel-economische haalbaarheid. Ons college acht eerst een verdere uitwerking van alle relevante aspecten noodzakelijk voordat een inhoudelijk strandpunt wordt ingenomen over het verlenen van ruimtelijke medewerking aan het initiatief.

Te denken valt aan de landbouwkundige opzet, de landschappelijke visie, de betrokkenheid van partijen aan ontwikkeling en exploitatie en de inbreng van de omgeving. Ons college geeft de initiatiefnemers zelf de gelegenheid om te gaan voorzien in deze uitwerking. Concreet zou dat kunnen uitmonden in een (concept)-Masterplan, dat als onderbouwing van een nader te formuleren voorstel aan de gemeente kan worden voorgelegd. Tot zover onze algemene reactie. Hieronder worden de meer specifieke beslispunten van ons college verwoord en toegelicht. Beslispunten college 1. Het college besluit een positieve grondhouding in te nemen ten aanzien van het initiatief. De transitie tot kringloop- en een meer natuurinclusieve landbouw met een grotere biodiversiteit, CO2 reductie en minder stikstofbelasting zijn majeure opgaven die aansluiten bij het lokale beleid maar ook bij de ambities van de Groene Metropoolregio en de provincie Gelderland. In de gemeentelijke ontwerpOmgevingsvisie worden specifiek voor het gebied tussen Rijksweg en Engsestraat ontwikkelingskansen gezien voor biodiversiteit en vrijetijdseconomie. Deze ambities zijn goed te verenigen met de doelstellingen van het ingediende initiatief. Dat neemt niet weg dat er ook kritische aandachtspunten zijn. Deze zijn verderop verwoord onder het kopje kanttekeningen. 2.

Het college stelt zich op het standpunt dat scenario’s mét en zonder woningbouw bij de haalbaarheid door initiatiefnemers onderzocht dienen te worden Vanuit het bestaande gemeentelijk woningbouwprogramma bestaat er geen directe (kwantitatieve) noodzaak om in dit gebied woningen toe te voegen. Anderzijds is woningbouw een integraal en functioneel onderdeel van het initiatief en draagt het ook bij aan de financiële haalbaarheid.

Pagina 2

3. Het college geeft de initiatiefnemers in overweging de scope van de haalbaarheidsonderzoeken te verbreden met de aangrenzende gebieden van de gemeente Westervoort. Het gaat om gronden die onderdeel uitmaken van het grotere ‘stedelijk uitloopgebied’ tussen de woonkernen Duiven en Westervoort. Er is daar toenemende behoefte aan recreatieve ruimte. 4. Het college neemt nog geen standpunt in over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief en de mogelijke inbreng van gemeentegronden. Een standpunt hierover is pas aan de orde als de resultaten van het conceptmasterplan bekend én beoordeeld zijn, naar verwachting in het najaar van 2022. Het nieuwe college, resp. de nieuwe raad zal zich dan daarover kunnen uitspreken. 5. Het college besluit vooralsnog tot beperkte ambtelijke ondersteuning op verzoek bij wijze van klankbord. Er lopen op dit moment meerdere gemeentelijke projecten met prioriteit waarvoor voldoende capaciteit beschikbaar moet blijven. Derhalve kan nu slechts beperkt ondersteuning worden. Bij de medio 2022 te nemen besluiten over de het initiatief zal de verdere rol van de gemeente, de mate van prioritering incl. de ambtelijke inzet afgewogen moeten worden. 6. Het college is bereid subsidieverzoeken aan derden te ondersteunen met een intentieverklaring, gebaseerd op de beslispunten.

Bij medewerking van de gemeente aan subsidieverzoeken van de initiatiefnemers gaat het om verwijzingen naar de positieve grondhouding, de medewerking aan haalbaarheidsonderzoeken e.d. Er is op dit moment geen verzoek tot gemeentelijke co-financiering gedaan. Mocht dat later alsnog wel het geval zijn, dan kan dat op dat moment beoordeeld worden. Kanttekeningen van ons college bij de beslispunten 1. Er zijn nog vele onzekerheden. Een aantal kritische aspecten moet bij de verdere uitwerking worden meegenomen: a) zijn er voldoende partijen die bereid zijn met eigendom en/of exploitatie daadwerkelijk te gaan participeren? b) is het initiatief financieel haalbaar? c) bij de landschapsvisie/het concept-masterplan dient zeer terughoudend worden omgegaan met ‘rode elementen’ zoals woningen/gebouwen en weginfrastructuur. De functie van het gebied: een groene uitloopfunctie voor de gemeenten Duiven en Westervoort dient voorop te staan. d) het gebied, direct grenzend aan de westzijde van de Engsestraat kent een hoge landschappelijke- en erfgoedwaarde. In 2021 is in opdracht van de gemeente onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteiten van dat gebied in relatie tot andere functies dan landbouw. e) de kansen voor vrijetijdseconomie dienen expliciet worden meegenomen. 2. Woningbouw op zeer kleine schaal in het gebied is niet bij voorbaat uitgesloten.

Deze dient echter wel een aantoonbaar kwalitatieve meerwaarde voor het initiatief én het gebied te hebben. 3. Initiatiefnemers dienen één en ander zelf bij de gemeentebestuur van Westervoort aan te kaarten. 4. De initiatiefnemers en andere belanghebbenden verkrijgen nu nog geen zicht over de gemeentelijke medewerking aan planologische medewerking en verdere realisatie. Gelet op de vele vraagpunten en onzekerheden is dat nu niet mogelijk. Wel mag verwacht worden dat het college en de raad ná uitvoering en beoordeling van de haalbaarheidsonderzoeken, dan wel een concept-masterplan kunnen besluiten tot een beginsel- ‘go’ of een ‘no go’. 5. Het initiatief is dermate ingrijpend en complex dat een verdere uitwerking alleen kan slagen met de inzet van een professionele procesbegeleider. De initiatiefnemers hebben dit ook erkend en zij hebben inmiddels bij de provincie hiervoor ondersteuning gevraagd. Ook is hiervoor reeds een kandidaat in beeld. .

Pagina 3

Financiële paragraaf Op dit moment zijn er geen budgettaire consequenties voor de gemeente. De medewerking zal zich vooralsnog beperken tot een bijdrage ‘in kind’, dat wil zeggen op verzoek een beperkte ambtelijke klankbordfunctie, met name in te vullen door beleidsmedewerkers van de afdeling RSO. De planeconoom wordt hierbij ook betrokken. De financiële levensvatbaarheid van het initiatief dient door de initiatiefnemers zelf goed onderbouwd te worden. Ervaringen van de biologische landbouw leren dat tijdens de eerste drie tot vijf jaren vanaf moment start van de productie sprake is van een negatief exploitatiesaldo. Natuurontwikkeling en extensieve recreatieve functies hebben doorgaans geen financiële opbrengsten. In de allereerste onderzoeksfase waar nu nog sprake van is, zijn er alleen maar kosten die niet terugverdiend gaan worden. Vandaar dat de initiatiefnemers voor deze fase naar subsidies zoeken. Er bestaat inmiddels een reële kans op het verkrijgen van een subsidie van het Stimuleringsfonds voor een landschapsvisie als onderdeel van een concept-Masterplan.

Initiatiefnemers gaan er nu bij hun onderbouwing ervan uit dat de gemeente tezijnertijd bereid zou zijn om 25 ha gronden in te brengen waarbij vanwege een functiewijziging tot wonen en/of werken een voordelig saldo van de grondexploitatie wordt verwacht en deze wordt ingezet als dekking van de niet-rendabele onderdelen in de overige gebieden. Het is op dit moment prematuur om vanuit de gemeente hierover uitspraken te doen. Wel zal dit onderdeel een prominente plek gaan innemen bij de besluitvorming. Participatie De initiatiefnemers staan zelf aan de lat om bij de vervolgstap actief vorm te geven aan participatie en communicatie met betrokken eigenaren, omwonenden en andere belanghebbenden. Zij hebben het betrokken externe landschapsbureau gevraagd dat samen met de procesbegeleider hiervoor zorg dragen voor de participatie tijdens de totstandkoming van de concept-masterplan. Voor de gemeentelijke houding ten aanzien van de participatie respecteren wij dat het gaat om een initiatief van inwoners die zelf voor deze fase de regie nemen over inhoud en proces. Bij de besluitvorming over de resultaten van deze fase, zal de gemeente een besluit moeten nemen over haar verdere rol, ook als het gaat om participatie. Het vervolg Zodra initiatiefnemers groen licht hebben gekregen van resp. het Stimuleringsfonds en de provincie kunnen de acties voor het concept-Masterplan worden gestart.

Een concrete planning van het proces daarvan is nu nog niet te geven. Wij verwachten dat na aanvang er ongeveer zes maanden nodig zullen zijn om tot afronding van het concept te komen. Dat betekent dat besluitvorming bij ons college en uw raad over het concept-Masterplan op zijn vroegst mogelijk is in het najaar van 2022. Zodra een uitgewerkte planning van het proces beschikbaar is, wordt u daarvan via de griffie op de hoogte gesteld. Duiven, 16 november 2021 Burgemeester en wethouders van Duiven, secretaris mr.drs.R.J.(Rutger) den Haan

burgemeester mr. H.B. (Huub) Hieltjes

Bijlagen 1 201526442 2 201532327

Beschrijving initiatief Update van ontwikkelingen

Pagina 4

Pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=5ab4e95c-53b6-4031-b9b6-b888b922d003