CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 201559650 - Toelichting - ON-BP 'Duiven, Windturbines RWZI InnoFase'.pdf

Raadsavond 4 oktober 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Duiven, Windturbines RWZI InnoFase’1.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan | Toelichting

Duiven, Windturbines RWZI InnoFase

Gemeente Duiven

Datum: 19 april 2022 Projectnummer: 210203 ID: NL.IMRO.0226.BPWNDTRBNWRIJ001-ON01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Doelstelling bestemmingsplan Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

3 3 3 5 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Het plan Wijze van bestemmen

6 8

3

Uitvoerbaarheid

10

3.1 3.2 3.3

Algemeen Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

10 10 10

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het Waterschap Rijn en IJssel heeft het voornemen een tweetal windturbines te realiseren op haar terrein van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Nieuwgraaf op bedrijventerrein InnoFase in Duiven. De windturbines leveren een bijdrage aan het voornemen van het waterschap om in 2025 volledig energieneutraal te zijn. Voor de realisatie van de windturbines is reeds een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure doorlopen (kenmerk: NL.IMRO.0226.PBBAWNDTRBNWRIJ001-VS01), waarin de planologische haalbaarheid van de twee windturbines is aangetoond. De gemeente Duiven heeft de wens om de verleende omgevingsvergunning juridischplanologisch te vertalen in een bestemmingsplan. Met een bestemmingsplan wenst de gemeente niet alleen de windturbines met bijbehorende kenmerken juridischplanologisch te verankeren, ook de bijbehorende veiligheidszone wordt in het bestemmingsplan opgenomen. Door het opnemen van de veiligheidscontouren van de turbines wordt voorkomen dat gebouwen met (beperkt) kwetsbare objecten worden gerealiseerd binnen de contouren van de turbines, waardoor de turbines zouden moeten worden stilgezet. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van deze doelen. Dit bestemmingsplan legt uitsluitend dat vast wat in de omgevingsvergunning reeds vergund is. Er is sprake van een actualiseringsslag, waarbij geen nieuwe mogelijkheden worden geboden.

1.2

Doelstelling bestemmingsplan Een bestemmingsplan herziet of ‘vervangt’ normaal gesproken het voorheen geldende bestemmingsplan. Daarbij voorziet het nieuwe bestemmingsplan dan in een volledig planologisch-juridisch kader door middel van een verbeelding met bestemmingen en bijbehorende regels. Deze herziening heeft echter een ander doel en een andere werking. Het doel van dit bestemmingsplan is uitsluitend het vastleggen van een juridischplanologische regeling gericht op de twee windturbines met bijbehorende veiligheidscontouren. Uitsluitend voor beide aspecten worden regelingen opgesteld als aanvulling op de geldende bestemmingsplannen. Voor het overige blijven de vigerende regelingen gewoon gelden. De opzet van dit bestemmingsplan is daarom zodanig dat de ‘onderliggende’ bestemmingsplannen van kracht blijven.

1.3

Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich op het terrein van de rioolwaterzuivering Nieuwgraaf van het Waterschap Rijn en IJssel op bedrijventerrein InnoFase in Duiven. Ten noorden van bedrijventerrein InnoFase bevindt zich een deel van het landelijk gebied van Duiven, ten oosten bedrijventerrein Centerpoort-Noord, ten zuiden rijksweg A12 en ten westen een deel van de uiterwaarden van de IJssel. Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging van de windturbines in de omgeving en bij benadering weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.

3

Globale ligging bedrijventerrein InnoFase (globaal rood omlijnd) met de windturbines (rode sterren) in relatie tot de omgeving (Bron: pdok.nl).

Globale ligging bedrijventerrein InnoFase (globaal rood omlijnd) met de windturbines (rode sterren) bij benadering (Bron: pdok.nl).

4

1.4

Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologische regeling om de twee windturbines op bedrijventerrein InnoFase mogelijk te maken. Ter plaatse van de gronden van de windturbines gelden de volgende bestemmingsplannen:  Bedrijventerrein InnoFase, Duiven (vastgesteld 27 mei 2013)  Thematisch bestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein InnoFase, Duiven (vastgesteld 27 mei 2013);  Geluidverkaveling bedrijventerrein InnoFase (vastgesteld 16 maart 2015); Ook voor de veiligheidscontouren zijn de bovengenoemde bestemmingsplannen van kracht, evenals de volgende bestemmingsplannen:  Buitengebied 2013 (vastgesteld 1 juni 2015);  Reparatieplan Buitengebied 2013 (vastgesteld 20 november 2018).

1.5

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 3 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het plan en de wijze van bestemmen. Tot slot wordt in hoofdstuk 3 de uitvoerbaarheid van het plan besproken.

5

2 2.1

Planbeschrijving Het plan Waterschap Rijn en IJssel heeft de ambitie om in 2025 volledig energieneutraal te zijn. Het waterschap zet met haar uitvoeringsstrategie in op een duurzame energie mix, bestaande uit energiebesparing, windenergie, zonne-energie en biogas. Als onderdeel van deze strategie worden op het terrein van de rioolwaterzuivering (RWZI) Nieuwgraaf in Duiven twee gelijkwaardige windturbines gerealiseerd. De windturbines wekken stroom op voor eigen gebruik van de RWZI en maken daarom onderdeel uit van de inrichting. Het gaat om twee windturbines met dezelfde rotordiameter (minimaal 120 meter, maximaal 142 meter), wieklengte (minimaal 60 meter, maximaal 71 meter), ashoogte (minimaal 110 meter, maximaal 140 meter), tiphoogte (minimaal 170 meter, maximaal 211 meter) en draairichting van de rotorbladen. De windturbines beschikken over 3 rotorbladen. Het maximum vermogen per windturbines is 5 MW. Het gezamenlijk vermogen van de windturbines komt ergens tussen 5 en 10 MW te liggen. De onderstaande afbeelding geeft inzicht in de afmetingen en begrippen rondom de windturbines.

Illustratie windturbine afmetingen en begrippen (Bron: Pondera).

6

Voor de bouw en het onderhoud van de windturbines zijn kraanopstelplaatsen nood2 zakelijk. De kraanopstelplaatsen zijn ieder maximaal 3.300 m (50 x 66 meter) groot. Ook moeten de turbines goed bereikbaar zijn voor de bouw en het onderhoud. Verder worden beide windturbines met een ondergrondse kabel onderling verbonden en aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Daarbij wordt bij de zuidoostelijke windturbine een zogenoemd ‘inkoopstation’ geplaatst. Dit is een soort transformatorhuisje waarmee de windturbines verbonden kunnen worden met het elektriciteitsnetwerk. Een in2 koopstation is maximaal 3 meter hoog en kent een maximum oppervlakte van 11 m . Bij de realisatie van windturbines is het vastleggen van veiligheidscontouren in het bestemmingsplan belangrijk. De veiligheidscontouren voorkomen dat kwetsbare objecten op te korte afstand gerealiseerd kunnen worden en de veiligheidseffecten als gevolg van het omvallen of afbreken van onderdelen van de windturbines onevenredig zijn. Dat kan niet alleen tot onveilige situaties leiden, maar ook tot het beperken van de functionaliteit van de windturbines. De veiligheidscontouren van beide windturbines uit dit plan zijn in het kader van de doorlopen planologische procedure bepaald. Daar-6 uit volgt dat de veiligheidszone (de PR 10 -contour) van de te plaatsen windturbines maximaal 165 meter mag zijn.

Het gaat om de bladworpafstand bij een nominaal toerental. In overleg met de Gasunie is bepaald dat bij de aanwezigheid van bepaalde windrichtingen de nominale rotorsnelheid van de zuidoostelijke windturbine wordt verlaagd (sectormanagement), zodat de veiligheidsrisico’s in relatie tot een nabijgelegen gasleiding acceptabel zijn. De veiligheidscontouren zijn in rood op onderstaande afbeelding inzichtelijk gemaakt, rekening houdend met de toepassing van sectormana-5 gement bij de zuidoostelijke windturbine. Daarnaast is de veiligheidszone PR 10 gelijk aan de maximale rotordiameter waarbinnen geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zijn toegestaan.

Veiligheidscontouren windturbines, waarbij in rood de veiligheidscontouren bij toepassing van sectormanagement zijn terug te vinden (Bron: Pondera).

7

2.2

Wijze van bestemmen

2.2.1

Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van onder andere de beweegredenen en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

2.2.2

Dit bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan voorziet uitsluitend in het juridisch-planologische vastleggen van de kenmerken en de veiligheidscontouren van de twee windturbines op bedrijventerrein InnoFase. Deze regels worden toegevoegd aan de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerrein InnoFase, Duiven’, ‘Thematisch bestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein InnoFase, Duiven’, ‘Geluidverkaveling bedrijventerrein InnoFase’, ‘Buitenbied 2013’ en ‘Reparatieplan Buitengebied 2013’. Voor het overige blijven de regels van de genoemde ruimtelijke plannen onverminderd van kracht. Beide windturbines worden voorzien van de aanduiding ‘overige zone - windturbine’. Uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding is een windturbine met bijbehorende voorzieningen toegestaan. De vormgeving van de aanduiding is bepaald door de rotordiameter van de windturbine in combinatie met de kraanopstelplaats. Per aanduiding is maximaal één windturbine toegestaan. In de regels zijn de volgende kenmerken voor iedere windturbine vastgelegd:  de rotordiameter bedraagt minimaal 120 meter;  de rotordiameter bedraagt maximaal 142 meter;  de ashoogte bedraagt minimaal 110 meter;  de ashoogte bedraagt maximaal 140 meter;  het aantal rotorbladen per windturbine bedraagt 3.

Ook is bepaald dat alle windturbines binnen het plangebied dezelfde rotordiameter, ashoogte, tiphoogte en draairichting van de rotorbladen dienen te hebben. Verder is de fundering van een windturbine uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - fundering windturbine’, waarbij de bouwhoogte van de fundering is gemaximaliseerd op 1 meter. De oppervlakte van een kraanopstelplaats 2 is begrensd op maximaal 3.300 m . Verder zijn de veiligheidszones van de windturbines vastgelegd. De gronden die binnen de veiligheidszone 1 liggen zijn medebestemd voor de plaatsgebonden risicocon-5 tour PR10 in relatie tot (beperkt) kwetsbare objecten. In deze zone zijn geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten toegestaan. Voor veiligheidszone 2 geldt dat deze is 8

-5

opgenomen voor de plaatsgebonden risicocontour PR10 in relatie tot kwetsbare objecten en hier geen kwetsbare objecten zijn toegestaan.

Positionering windturbines met bijbehorende kraanopstelplaatsen (Bron: MUG).

9

3 3.1

Uitvoerbaarheid Algemeen Voor de twee windturbines waar voorliggend bestemmingsplan zich op richt, is in 2019 reeds een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure doorlopen (kenmerk: NL.IMRO.0226.PBBAWNDTRBNWRIJ001-VS01). In deze procedure is de planologische haalbaarheid van de twee windturbines aangetoond. Omdat voorliggend bestemmingsplan niet verder gaat dan het uitsluitend juridisch-planologisch vastleggen wat in de omgevingsvergunning is bepaald, is het uitvoeren en bespreken van de planologische haalbaarheid van de windturbines niet noodzakelijk. Voor verdere uitleg hierover wordt verwezen naar de stukken behorende bij de verleende omgevingsvergunning, raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl.

3.2

Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de gemeente betreffen het opstellen van het bestemmingsplan en de planbegeleiding. Het hiervoor benodigde budget is gereserveerd. Dit bestemmingsplan bevat geen aangewezen bouwplan (artikel 6.12 Wro jo. 6.2.1.), omdat met dit bestemmingsplan uitsluitend de juridisch-planologische vertaling van een reeds doorlopen planologische procedure wordt beoogd. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt hiermee geacht aangetoond te zijn.

3.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De procedure zal starten met het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro. In navolging hiervan zal het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=e8af6a46-fadd-4ad1-b6dc-a2bb841a22d3