4c4. bijlage - EU-VERORDENING_Nr1143-2014
Tekst van het document
Lidstaten kunnen een nationale lijst van voor een lidstaat zorgwekkende invasieve uitheemse soorten opstellen. De lidstaten kunnen op hun grondgebied, naargelang van het geval, voor die invasieve uitheemse soorten maatregelen als bedoeld in de artikelen 7, 8, 13 tot en met 17, 19 en 20 toepassen. Deze maatregelen zijn verenigbaar met het VWEU en worden overeenkomstig het recht van de Unie ter kennis van de Commissie gebracht. 2. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de soorten die zij beschouwen als voor een lidstaat zorgwekkende invasie uitheemse soorten, alsmede van de overeenkomstig lid 1 toegepaste maatregelen. Artikel 13 Actieplannen betreffende de introductieroutes van invasieve uitheemse soorten 1. De lidstaten voeren binnen 18 maanden nadat de Unielijst is aangenomen een omvattende analyse uit van de introductieroutes van onopzettelijke introductie of verspreiding van tenminste de voor de Unie zorgwekkende, invasieve uitheemse soorten op hun grondgebied, alsook in hun mariene wateren als omschreven in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/56/EG, en zij gaan na welke introductieroutes prioritaire maatregelen vereisen („prioritaire introductieroutes”) van wege het aantal van de soorten of de potentiële schade die veroorzaakt wordt door de soorten die via die introductie routes de Unie binnenkomen. 2.
Binnen drie jaar na de vaststelling van de Unielijst stelt elke lidstaat één enkel actieplan of een reeks actieplannen op en voert deze uit om de overeenkomstig lid 1 als prioritair aangeduide introductieroutes aan te pakken. Die actieplannen omvatten tijdschema's en beschrijven de vast te stellen maatregelen en, in voorkomend geval, vrijwillige acties en codes van goede praktijk, om de prioritaire introductieroutes aan te pakken en de onopzettelijke introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten in of binnen de Unie te voorkomen. 3. De lidstaten zorgen voor coördinatie met het oog op het opstellen van één enkel actieplan of een reeks actieplannen die overeenkomstig artikel 22, lid 1, op het passende regionale niveau worden gecoördineerd. Bij afwezigheid van dergelijke regionale actieplannen, stellen de lidstaten actieplannen op voor hun grondgebied en voeren zij die uit, waarbij die actieplannen voor zover mogelijk op het passende regionale niveau worden gecoördineerd.
L 317/48
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
4.11.2014
4. De in lid 2 van dit artikel vermelde actieplannen omvatten met name maatregelen die gebaseerd zijn op een kostenbatenanalyse, teneinde: a) de bewustwording te versterken; b) de contaminatie van goederen, grondstoffen, voertuigen en materiaal met exemplaren van invasieve uitheemse soorten tot een minimum te beperken, onder meer door maatregelen om het vervoer van invasieve uitheemse soorten uit derde landen aan te pakken; c) adequate controles bij de grenzen van de Unie te verzekeren, los van de officiële controles op grond van artikel 15. 5. De overeenkomstig lid 2 opgestelde actieplannen worden onverwijld aan de Commissie bezorgd. Minstens om de zes jaar evalueren de lidstaten hun actieplannen en bezorgen zij ze aan de Commissie. HOOFDSTUK III VROEGE DETECTIE EN SNELLE UITROEIING
Artikel 14 Surveillancesysteem 1. Binnen 18 maanden nadat de Unielijst is aangenomen, zetten de lidstaten een surveillancesysteem op met betrek king tot voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, of integreren zij dit in hun bestaand systeem; dit surveillancesysteem verzamelt en registreert gegevens over het in het milieu voorkomen van invasieve uitheemse soorten via onder andere onderzoeks- en monitoringprocedures, teneinde de verspreiding van invasieve uitheemse soorten in of binnen de Unie te voorkomen. 2.
Het in lid 1 van dit artikel vermelde surveillancesysteem:
a) beslaat het grondgebied van de lidstaten, met inbegrip van de territoriale zee, om de aanwezigheid en verspreiding van zowel nieuwe als reeds gevestigde voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te bepalen; b) is voldoende dynamisch om op het grondgebied van een lidstaat of een deel daarvan snel de aanwezigheid in het milieu te detecteren van een voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soort waarvan de aanwezigheid voordien onbekend was; c) bouwt voort op, is verenigbaar met en vermijdt duplicatie met de toepasselijke bepalingen inzake beoordeling en monitoring in het recht van de Unie of krachtens internationale overeenkomsten, en maakt gebruik van de informatie die wordt verstrekt door de bestaande surveillance- en monitoringsystemen die zijn vastgesteld bij artikel 11 van Richtlijn 92/43/EEG, artikel 8 van Richtlijn 2000/60/EG en artikel 11 van Richtlijn 2008/56/EG; d) houdt voor zover mogelijk rekening met de relevante grensoverschrijdende gevolgen en kenmerken. Artikel 15 Officiële controles 1. Uiterlijk op 2 januari 2016 beschikken de lidstaten over volledig functionerende structuren om de officiële controles uit te voeren die nodig zijn om te voorkomen dat voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten opzettelijk in de Unie worden geïntroduceerd.
Deze officiële controles zijn van toepassing op de categorieën van goederen die vallen onder de codes van de gecombineerde nomenclatuur die in de op grond van artikel 4, lid 5, opgestelde Unielijst zijn vermeld. 2. De bevoegde autoriteiten voeren de passende op risicobeoordeling gebaseerde controles uit op de in lid 1 bedoelde goederen, waarbij zij nagaan of die goederen: a) niet voorkomen op de Unielijst; of b) vallen onder een geldige vergunning als bedoeld in artikel 8. 3. De in lid 2 van dit artikel vermelde controles, waarbij de documenten en de identiteit worden gecontroleerd en — zo nodig — een fysieke controle wordt uitgevoerd, vinden plaats bij het binnenbrengen in de Unie van de in lid 1 bedoelde goederen. Indien het recht van de Unie betreffende officiële controles reeds voor de in lid 1 bedoelde categorieën van goederen voorziet in specifieke officiële controles aan grenscontrole-entiteiten, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 en Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG, of aan punten van binnenkomst, overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG, dragen de lidstaten de verantwoordelijkheid om de in lid 2 bedoelde controles uit te voeren over aan de bevoegde autoriteiten die zijn belast met de controle overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 of de controle overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder g), van Richtlijn 2000/29/EG.
4.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 317/49
4. De behandeling en opslag in vrije zones of vrije entrepots, het in het vrije verkeer brengen, de doorvoer, de opslag onder douaneverband, de behandeling onder douanetoezicht en de tijdelijke invoer van de in lid 1 bedoelde goederen vereist de aangifte bij de douaneautoriteiten door middel van de volgende documenten: a) het desbetreffende document van binnenkomst, op correcte wijze ingevuld door de in lid 3 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteiten, waaruit blijkt dat aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden is voldaan, indien de controles zijn uitgevoerd aan grenscontrole-entiteiten, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004, en de Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG, of aan punten van binnenkomst overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder j), van Richtlijn 2000/29/EG. De daarin aangegeven douaneprocedure wordt gevolgd; of b) indien de goederen volgens de wetgeving van de Unie niet aan officiële controles zijn onderworpen, andere docu menten die staven dat de controles met gunstig resultaat zijn uitgevoerd en het daaruit volgende document van binnenkomst. Deze documenten kunnen ook in elektronische vorm worden ingediend. 5.
Indien uit de controles blijkt dat deze verordening niet is nageleefd:
a) schorsen de douaneautoriteiten de plaatsing onder een douaneregeling, of leggen zij beslag op de goederen; b) leggen de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteiten beslag op de goederen. Wanneer op goederen beslag wordt gelegd, worden ze overgedragen aan de bevoegde autoriteit die belast is met de toepassing van deze verordening. Die autoriteit handelt overeenkomstig de nationale wetgeving. De lidstaten mogen specifieke functies delegeren aan andere autoriteiten. 6. De tijdens de verificatie gemaakte kosten en de kosten die voortvloeien uit het niet naleven van de verordening, zijn ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon uit de Unie die de goederen in de Unie heeft binnengebracht, tenzij de betrokken lidstaat anders bepaalt. 7. De lidstaten zorgen voor procedures om de uitwisseling van relevante informatie te waarborgen en om de efficiënte en doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen alle betrokken autoriteiten voor de in lid 2 vermelde verificaties te verzekeren. 8. Op basis van goede praktijken ontwikkelt de Commissie samen met al de lidstaten richtsnoeren en opleidings programma's om de identificatie en detectie van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, en het uitvoeren van efficiënte en doeltreffende controles, te vereenvoudigen. 9.
Indien overeenkomstig artikel 8 vergunningen zijn afgegeven, wordt in de douaneverklaring of in de toepasselijke kennisgevingen aan de grenscontrole-entiteit melding gemaakt van een geldige vergunning die de aangegeven goederen bestrijkt. Artikel 16 Kennisgevingen van vroegtijdige detectie 1. De lidstaten maken gebruik van het bij artikel 14 vastgestelde surveillancesysteem en de informatie die tijdens de in artikel 15 vermelde officiële controles is verzameld om de vroegtijdige detectie van de introductie of de aanwezigheid van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te bevestigen. 2. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld schriftelijk in kennis van de vroegtijdige detectie van de introductie of aanwezigheid van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten en informeren de andere lidstaten, in het bijzonder over: a) het voorkomen op hun grondgebied of een deel van hun grondgebied van soorten die zijn opgenomen op de Unielijst en waarvan voordien niet geweten was dat ze op hun grondgebied of een deel van hun grondgebied voorkwamen; b) het opnieuw voorkomen op hun grondgebied of een deel van hun grondgebied van soorten die zijn opgenomen in de Unielijst en waarvan eerder was gemeld dat ze waren uitgeroeid. Artikel 17 Snelle uitroeiing in een vroeg stadium van invasie 1.
Na vroegtijdige detectie en uiterlijk drie maanden na het verzenden van de in artikel 16 vermelde kennisgeving van vroegtijdige detectie nemen de lidstaten uitroeiingsmaatregelen, stellen zij de Commissie in kennis van deze maatregelen en informeren zij de andere lidstaten. 2. Bij het nemen van uitroeiingsmaatregelen zorgen de lidstaten ervoor dat de gebruikte methoden volstaan om de populatie van de betrokken invasieve uitheemse soort volledig en permanent te verwijderen, waarbij op gepaste wijze met de menselijke gezondheid en het milieu rekening wordt gehouden, in het bijzonder niet-doelsoorten en hun habitats, en ervoor wordt gezorgd dat dieren vermijdbare pijn, stress of lijden wordt bespaard.
L 317/50
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
4.11.2014
3. De lidstaten monitoren de doeltreffendheid van de uitroeiing. De lidstaten kunnen hiertoe gebruik maken van het in artikel 14 bedoelde surveillancesysteem. In het kader van de monitoring worden in voorkomend geval ook de gevolgen voor niet-doelsoorten beoordeeld. 4. De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van de doeltreffendheid van de genomen maatregelen en stellen haar ervan in kennis wanneer een populatie van een voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soort uitgeroeid is. Zij verstrekken deze informatie tevens aan andere lidstaten. Artikel 18 Afwijkingen van de verplichting tot snelle uitroeiing 1.
Binnen twee maanden na de in artikel 16 bedoelde detectie van een invasieve uitheemse soort, kan een lidstaat op basis van degelijk wetenschappelijk bewijs besluiten geen uitroeiingsmaatregelen uit te voeren indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan: a) er is aangetoond dat de uitroeiing technisch niet uitvoerbaar is omdat de beschikbare uitroeiingsmethoden niet kunnen worden toegepast in het milieu waar de invasieve uitheemse soort zich heeft gevestigd; b) uit een kosten-batenanalyse op basis van de beschikbare gegevens blijkt met redelijke zekerheid dat de kosten, op de lange termijn, uitzonderlijk hoog zullen zijn en niet in verhouding staan tot de voordelen van de uitroeiing; c) er zijn geen uitroeiingsmethoden beschikbaar of de beschikbare methoden hebben zeer ernstige nadelige gevolgen voor de menselijke gezondheid, het milieu of andere soorten. De betrokken lidstaat stelt de Commissie onverwijld schriftelijk van zijn besluit in kennis. De kennisgeving gaat vergezeld van alle onder a), b) en c) van de eerste alinea vermeld bewijsmateriaal. 2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen beslissen om het besluit waarvan overeenkomstig de tweede alinea van lid 1 kennis is gegeven, te verwerpen, indien aan de in dat lid vastgelegde voorwaarden niet is voldaan. 3.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De ontwerpuitvoeringshandelingen worden binnen twee maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat aan het in artikel 27, lid 1, bedoelde comité voorgelegd. 4. Indien er in overeenstemming met lid 1 geen uitroeiingsmaatregelen worden uitgevoerd, zorgen de lidstaten ervoor dat indammingsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de invasieve uitheemse soort zich naar andere lidstaten verspreidt. 5. Indien de Commissie een overeenkomstig de tweede alinea van lid 1 van dit artikel ter kennis gebracht besluit verwerpt, voert de betrokken lidstaat de in artikel 17 bedoelde uitroeiingsmaatregelen onverwijld uit. 6. Indien de Commissie een overeenkomstig de tweede alinea van lid 1 van dit artikel ter kennis gebracht besluit niet verwerpt, wordt de invasieve uitheemse soort onderworpen aan de in artikel 19 bedoelde beheersmaatregelen. HOOFDSTUK IV BEHEER VAN WIJDVERSPREIDE INVASIEVE UITHEEMSE SOORTEN
Artikel 19 Beheersmaatregelen 1. Binnen 18 maanden nadat een invasieve uitheemse soort in de Unielijst is opgenomen beschikken de lidstaten over doeltreffende beheersmaatregelen voor de voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten waarvan de lidstaten hebben vastgesteld dat ze wijdverspreid zijn op hun grondgebied, zodat de gevolgen ervan voor de biodiversiteit, de aanverwante ecosysteemdiensten en, in voorkomend geval, de menselijke gezondheid of de economie tot een minimum worden beperkt. Deze beheersmaatregelen zijn evenredig met de gevolgen voor het milieu en afgestemd op de specifieke omstandigheden van de lidstaten, zijn gebaseerd op een kosten-batenanalyse en omvatten tevens, voor zover haalbaar, de in artikel 20 bedoelde herstelmaatregelen. Zij worden op basis van de risico-evaluatie en hun kosteneffectiviteit naar prioriteit gerang schikt. 2. De beheersmaatregelen bestaan uit dodelijke of niet-dodelijke fysieke, chemische of biologische maatregelen om een populatie van een invasieve uitheemse soort uit te roeien, te beheersen of in te dammen. De beheersmaatregelen omvatten, waar passend, maatregelen om de veerkracht van het ontvangende ecosysteem ten aanzien van bestaande en toekomstige invasies te versterken.
Het commercieel gebruik van reeds gevestigde invasieve uitheemse soorten kan, indien strikt gemotiveerd, tijdelijk worden toegestaan als onderdeel van de beheersmaatregelen die zijn gericht op de uitroeiing, populatiebeheersing of indamming ervan, op voorwaarde dat alle passende controles aanwezig zijn om verdere verspreiding te vermijden.
4.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 317/51
3. Bij de toepassing van beheersmaatregelen en het selecteren van de gebruikte methoden houden de lidstaten vol doende rekening met de menselijke gezondheid en het milieu, in het bijzonder niet-doelsoorten en hun habitats, en dat wanneer de maatregelen op dieren gericht zijn, deze dieren alle vermijdbare pijn, angst, en lijden wordt bespaard, zonder de doeltreffendheid van de beheersmaatregelen in gevaar te brengen. 4. Het in artikel 14 bedoelde surveillancesysteem wordt ontworpen en gebruikt om de effectiviteit van de maatregelen op het gebied van uitroeiing, populatiebeheersing of indamming om de gevolgen voor de biodiversiteit, de aanverwante ecosysteemdiensten en, indien van toepassing, de menselijke gezondheid of de economie tot een minimum te beperken, te monitoren. In het kader van de monitoring worden in voorkomend geval ook de gevolgen beoordeeld voor nietdoelsoorten. 5. Wanneer er een aanzienlijk risico is dat een voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soort zich zal verspreiden naar een andere lidstaat, stellen de lidstaten waar deze soort aanwezig is, de overige lidstaten en de Com missie daarvan onmiddellijk in kennis. De betrokken lidstaten stellen zo nodig gezamenlijk overeengekomen beheers maatregelen vast. Wanneer er ook verspreidingsgevaar naar derde landen bestaat, streeft de betrokken lidstaat ernaar de betrokken derde landen te informeren.
Artikel 20 Herstel van de beschadigde ecosystemen 1. De lidstaten nemen passende herstelmaatregelen om het herstel van een door voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten aangetast, beschadigd of vernietigd ecosysteem te bevorderen, tenzij uit een kosten-batenanalyse op basis van de beschikbare gegevens met redelijke zekerheid blijkt dat de kosten van die maatregelen hoog zullen zijn en niet in verhouding staan tot de voordelen van herstel. 2.
De in lid 1 vermelde herstelmaatregelen omvatten in ieder geval:
a) maatregelen om een verstoord ecosysteem beter in staat te stellen de gevolgen van verstoringen door de aanwezigheid van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten het hoofd te bieden, te absorberen, zich eraan aan te passen of ervan te herstellen; b) maatregelen om de preventie van een nieuwe invasie na een uitroeiingscampagne te ondersteunen. HOOFDSTUK V HORIZONTALE BEPALINGEN
Artikel 21 Terugvordering van kosten Overeenkomstig het beginsel de vervuiler betaalt en onverminderd Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (1), streven de lidstaten ernaar de kosten terug te vorderen van de maatregelen die nodig zijn om de negatieve gevolgen van invasieve uitheemse soorten te voorkomen, tot een minimum te beperken en te matigen, inclusief kosten voor het milieu en hulpbronnen en herstelkosten. Artikel 22 Samenwerking en coördinatie 1. Bij het naleven van hun verplichtingen op grond van deze verordening stellen de lidstaten alles in het werk om een nauwe coördinatie met alle betrokken lidstaten te waarborgen en maken zij, voor zover passend en uitvoerbaar, gebruik van bestaande structuren die in het kader van regionale en internationale overeenkomsten gevormd zijn. De betrokken lidstaten streven in het bijzonder naar coördinatie met andere lidstaten waarmee zij: a) mariene subregio's als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2008/56/EG delen, wat mariene soorten betreft; b) biogeografische subregio's als bedoeld in artikel 1, onder c), punt iii), van Richtlijn 92/43/EEG delen, wat niet-mariene soorten betreft; c) grenzen delen; d) een stroomgebied als bedoeld in artikel 2, punt 13, van Richtlijn 2000/60/EG delen, wat zoetwatersoorten betreft; of e) enig ander belang gemeen hebben.
(1) Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56).
L 317/52
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
4.11.2014
Op verzoek van de betrokken lidstaat faciliteert de Commissie deze coördinatie. 2. Bij het naleven van hun verplichtingen op grond van deze verordening streven de lidstaten, waar passend, naar samenwerking met derde landen, onder meer door gebruik te maken van bestaande structuren die in het kader van regionale of internationale overeenkomsten gevormd zijn, teneinde de doelstellingen van deze verordening te verwezen lijken. 3. De lidstaten kunnen ook bepalingen zoals deze van onder meer lid 1 van dit artikel toepassen met het oog op coördinatie en samenwerking met andere betrokken lidstaten voor wat betreft voor een lidstaat zorgwekkende invasieve uitheemse soorten die vermeld staan op een overeenkomstig artikel 12, lid 1, vastgestelde nationale lijst. Voor deze invasieve uitheemse soorten kunnen de lidstaten ook op het passende niveau samenwerkingsmechanismen vaststellen. Deze mechanismen kunnen de uitwisseling van informatie en gegevens bevatten, actieplannen in verband met introduc tieroutes en de uitwisseling van goede praktijken inzake beheer, beheersing en uitroeiing van invasieve uitheemse soorten, alsook systemen voor vroegtijdige waarschuwing en bewustmakings- en voorlichtingsprogramma's.
Artikel 23 Strengere nationale regels De lidstaten kunnen strengere nationale regels behouden of vaststellen om de introductie, de vestiging en de verspreiding van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten te voorkomen. Die maatregelen zijn verenigbaar met het VWEU en worden overeenkomstig het recht van de Unie aan de Commissie ter kennis gebracht. HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN
Artikel 24 Rapportering en herziening 1. Uiterlijk op 1 juni 2019, en daarna elke zes jaar bezorgen de lidstaten de Commissie door hen geactualiseerde informatie over het volgende: a) een beschrijving, of een geactualiseerde versie daarvan, van het overeenkomstig artikel 14 vastgestelde surveillance systeem en van het overeenkomstig artikel 15 vastgestelde systeem voor officiële controles op uitheemse soorten die de Unie binnenkomen; b) de verspreiding van voor de Unie of voor een regio, overeenkomstig artikel 11, lid 2, zorgwekkende invasieve uitheemse soorten op hun grondgebied, met inbegrip van informatie over migratie- of voortplantingspatronen; c) informatie over de soorten die overeenkomstig artikel 12, lid 2, worden beschouwd als voor een lidstaat zorgwek kende invasieve uitheemse soorten; d) de actieplannen bedoeld in artikel 13, lid 2; e) geaggregeerde informatie voor het gehele nationale grondgebied over de overeenkomstig artikel 17 genomen uitroei ingsmaatregelen, de overeenkomstig artikel 19 uitgevoerde beheersmaatregelen, de doeltreffendheid ervan en de gevolgen ervan voor niet-doelsoorten; f) het aantal in artikel 8 bedoelde vergunningen en de reden waarom die zijn verleend; g) de maatregelen die zijn genomen om het publiek te informeren over de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten en andere acties die de burgers verzocht wordt te ondernemen; h) de
krachtens artikel 8, lid 8, vereiste inspecties; en i) indien beschikbaar, informatie over de kostprijs van de maatregelen die zijn genomen om aan deze verordening te voldoen. 2. Uiterlijk op 5 november 2015 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van en informeren zij de andere lidstaten over de bevoegde autoriteiten die met de toepassing van deze verordening zijn belast. 3. Uiterlijk op 1 juni 2021 beoordeelt de Commissie de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de Unielijst, de in artikel 13, lid 2, vermelde actieplannen, het surveillancesysteem, de douanecontroles, de uitroeiingsver plichting en de beheersverplichtingen en bezorgt zij het Europees Parlement en de Raad een verslag, dat vergezeld kan gaan van wetgevingsvoorstellen voor de wijziging van deze verordening, met inbegrip van wijzigingen aan de Unielijst. Bij die herziening wordt ook onderzocht of de uitvoeringsbepalingen inzake voor een regio zorgwekkende invasieve uit heemse soorten doeltreffend zijn, of het noodzakelijk en haalbaar is in de Unie inheemse soorten op te nemen in de Unielijst, en of verdere harmonisatie nodig is om de doeltreffendheid van de actieplannen en maatregelen van de lidstaten te verhogen.
4.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 317/53
4. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de technische rapporteringsformats vast teneinde de rapporteringsverplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in lid 1 genoemde informatie te vereenvoudigen en te stroomlijnen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vast gesteld. Artikel 25 Informatieondersteuningssysteem 1. De Commissie zet geleidelijk een informatieondersteuningssysteem op dat nodig is om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken. 2. Dat systeem omvat uiterlijk op 2 januari 2016 een gegevensondersteuningsmechanisme dat bestaande gegevens systemen over invasieve uitheemse soorten aan elkaar koppelt, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan informatie over voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, zodat de in artikel 24 bedoelde rapportering kan worden vergemakkelijkt. Het in de eerste alinea bedoelde gegevensondersteuningsmechanisme wordt een hulpmiddel voor de Commissie en de lidstaten bij het verwerken van de relevante kennisgevingen die door artikel 16, lid 2, vereist worden. 3. Uiterlijk op 2 januari 2019 wordt het in lid 2 vermelde gegevensondersteuningsmechanisme een mechanisme voor de uitwisseling van informatie over andere aspecten van de toepassing van deze verordening.
Het kan ook informatie bevatten over voor een lidstaat zorgwekkende invasieve uitheemse soorten, en over introduc tieroutes, risicobeoordeling en beheer- en uitroeiingsmaatregelen, indien beschikbaar. Artikel 26 Participatie van het publiek Wanneer actieplannen op grond van artikel 13 worden opgesteld en beheersmaatregelen op grond van artikel 19, worden vastgesteld, zorgen de lidstaten ervoor dat het publiek tijdig en daadwerkelijk kan deelnemen aan de voorbereiding, wijziging of herziening ervan, waarbij gebruik wordt gemaakt van de regelingen die reeds door de lidstaten zijn vast gesteld overeenkomstig artikel 2, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2003/35/EG. Artikel 27 Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011, dat in zijn taken kan worden bijgestaan door het in artikel 28 bedoelde wetenschappelijk forum. 2.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
3. Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. Artikel 28 Wetenschappelijk forum De Commissie verzekert de deelname van door de lidstaten aangewezen vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld aan het verstrekken van advies over wetenschappelijke vraagstukken in verband met de toepassing van deze verordening, in het bijzonder wat betreft de artikelen 4, 5, 10 en 18. Die vertegenwoordigers komen bijeen in een wetenschappelijk forum. Het reglement van orde van dit forum wordt door de Commissie opgesteld. Artikel 29 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie 1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. 2. De in artikel 5, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 januari 2015. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
NL
L 317/54
Publicatieblad van de Europese Unie
4.11.2014
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 5, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. Artikel 30 Sancties 1. De lidstaten stellen de bepalingen vast betreffende sancties die van toepassing zijn bij inbreuken op deze ver ordening. De lidstaten nemen alle vereiste handhavingsmaatregelen. 2.
De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
3.
De vastgestelde sancties kunnen onder meer omvatten:
a) boetes; b) inbeslagname van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten die niet aan de voorschriften voldoen; c) onmiddellijke schorsing of intrekking van een overeenkomstig artikel 8 verleende vergunning. 4. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 2 januari 2016 in kennis van de in lid 1 bedoelde bepalingen en delen haar eventuele latere wijzigingen onverwijld mee. Artikel 31 Overgangsbepalingen voor niet-commerciële eigenaren 1. In afwijking van artikel 7, lid 1, onder b) en d), mogen eigenaren van gezelschapsdieren die niet worden gehouden voor commerciële doeleinden en die behoren tot de invasieve uitheemse soorten die zijn opgenomen in de Unielijst, deze dieren houden tot de natuurlijke dood ervan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) de dieren werden al gehouden voor zij werden opgenomen in de Unielijst; b) de dieren worden in een gesloten omgeving gehouden en alle passende maatregelen zijn genomen om voortplanting of ontsnapping onmogelijk te maken. 2.
De bevoegde autoriteiten ondernemen alle stappen die redelijkerwijs van hen kunnen worden verlangd om door middel van bewustmaking en door de lidstaten georganiseerde opleidingsprogramma's niet-commerciële eigenaren te informeren over de risico's die het houden van de in lid 1 vermelde dieren meebrengt, en over de maatregelen die moeten worden genomen om het risico op voortplanting en ontsnapping tot een minimum te beperken. 3. Niet-commerciële eigenaren die niet aan de voorwaarden van lid 1 kunnen voldoen, mogen de betrokken dieren niet langer bij zich houden. De lidstaten kunnen hun de mogelijkheid bieden dat de dieren bij hun weggehaald worden. In dat geval wordt de nodige aandacht aan het dierenwelzijn besteed. 4. De dieren als vermeld in lid 3 kunnen worden gehouden in instellingen als vermeld in artikel 8 of in voorzieningen die met dat doel door de lidstaten zijn opgezet. Artikel 32 Overgangsbepalingen voor commerciële voorraden 1.
Houders van een commerciële voorraad exemplaren van invasieve uitheemse soorten die zijn verworven voor zij werden opgenomen in de Unielijst, mogen die exemplaren tot maximaal twee jaar na het opnemen van de soort op die lijst houden en vervoeren voor verkoop of overdracht van levende exemplaren of reproduceerbare delen van deze soorten aan de in artikel 8 bedoelde instellingen voor onderzoek of bewaring ex situ, en voor geneeskundige activiteiten, mits de exemplaren in een gesloten omgeving gehouden en vervoerd worden en alle passende maatregelen zijn genomen om voortplanting of ontsnapping te voorkomen, of mogen die exemplaren slachten of op humane wijze doden ter uitputting van de voorraad.
4.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 317/55
2. De verkoop of overdracht van levende exemplaren aan niet-commerciële gebruikers is toegestaan tot één jaar nadat de soorten werden opgenomen in de Unielijst, mits de exemplaren in een gesloten omgeving gehouden en vervoerd worden en alle passende maatregelen zijn genomen om voortplanting of ontsnapping onmogelijk te maken. 3. Indien overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 708/2007 een vergunning is verleend voor een aqua cultuursoort die daarna wordt opgenomen in de Unielijst, en de geldigheidsduur van die vergunning de in lid 1 van dit artikel vermelde periode overschrijdt, trekt de lidstaat overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 708/2007 de vergunning na afloop van de in lid 1 van dit artikel vermelde periode in. Artikel 33 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2014.
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
M. SCHULZ
B. DELLA VEDOVA