4. Bijlage 2 - 2015 44421 Inspraaknota.pdf
Tekst van het document
Bij de verdere uitwerking zal vanzelfsprekend een onderbouwing Nee van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid moeten plaatsvinden.
Conclusie
De zienswijze leidt tot aanpassing van de omgevingsvisie.
Overnemen
De kaarten worden aangepast op leesbaarheid en volledigheid.
Naam partij
Inwoner op persoonlijke titel
Datum ontvangst
Nee
07-12-2021
Ontvankelijk
Samenvatting reactie. De volledige reactie is terug te vinden in bijlage 10.
Beantwoording
Hoofdstuk 3.2.3
Wij hebben inderdaad het begrip biodiversiteit in de omgevingsvisie niet nader omschreven. Dat zal wel het geval zijn in het nog op te stellen Actieplan Biodiversiteit.
Nee
Het gaat hier inderdaad om een visie op hoofdlijnen. Een doorkijk naar 2040. Hierin zitten geen concrete uitvoeringsplannen. Daarvoor zijn andere instrumenten.
Nee
Hebben we over groene leefomgeving, daar in praat u over biodiversiteit , maar mis wel de inhoud wat u daar mee bedoelt het is niet uitgediept in uitleg van biodiversiteit? Kaart 3 en 4 Slechte kwaliteit, onduidelijk wat het uitdraagt. De citaten uit 3.2.3 waar u over praat met termijn ambities zonder concrete plannen ?
Overnemen Ja/Nee
26
Een van de instrumenten vanuit de Omgevingswet die hiervoor instelling wordt gebracht is het Omgevingsprogramma (zeg maar een uitvoeringsprogramma). In dit uitvoeringsprogramma wordt de doorvertaling gemaakt vanuit de opgenomen ambities en doelen uit de omgevingsvisie naar uitvoering. Hierbij wordt gekeken welke beleidsvoornemens er nu al zijn en welke nieuw zijn. Hierna volgt een prioriteitendiscussie over welke ambities en doelen er moeten worden uitgevoerd en binnen welke termijn. Borging vindt dan ook plaats in het uitvoeringsprogramma en gemeentelijke begroting. Ook het Omgevingsplan is hierbij een passend instrument. Dit instrument verzorgt spelregels. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal gestart worden met de regels uit de bestaande bestemmingsplannen, bruidsschat (regels uit bestaande wetgeving) en gemeentelijke verordeningen. Hoofdstuk 3.3.1
De landelijke tendens van het aantal agrarische bedrijven dat het bedrijf wil beëindigen speelt ook in onze regio. Uiteindelijk Aantal actieve agrariërs neemt af !? de vraag is hoe komt u aan deze wordt dit uitgewerkt in de integrale toekomstvisie op de informatie? Des te min is dan ook jammer dat de bewoners van agrarische sector die opgesteld wordt onder de vlag van de Duivense broek daar in niet zijn in meegenomen voor hoor en Liemerse Ambassade. wederhoor
Nee
De basiskaart Energie is volledig in overeenstemming met de eerdere raadsbesluiten van 12 mei 2020 over de zoekgebieden Verder valt er te lezen dat er weer een zoek gebied is aan geduid voor zon/wind. Wel is het zo dat de gemeente vooralsnog geen energie .Onlangs in 2020 hebben wij hier ook al bij college bezwaar medewerking zal verlenen aan wind/zon initiatieven buiten het gemaakt en later bleek dat het zoekgebied in Duivense broek er af zoekgebied op en rond Innofase/Centerpoort-Noord. De details was maar met verbazing wekkend dat het er weer in de kaart is op hiervan zijn te vinden in het gemeentelijk Beleidskader getekend ook hier maken wij bezwaar als mede groene stroken en wind/zon: bos en water plassen in Duivense broek https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Duiven/7a9d5693-2675475c-87a7-cd53619427b2
Nee
Zoekgebieden
Conclusie
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.
27
4. Ambtelijke wijzigingen Samenvatting reactie.
Wijziging/toevoeging
Actualisatie van Groene metropoolregio/Verstedelijkingsstrategie
• •
Weglaten bestaande tekst: ‘In het najaar … aangeboden’. Aanvullen met: ‘In het najaar 2021 is het Verstedelijkingsconcept (deel 1) vastgesteld. Hiermee vormen de ontwerpprincipes uit de vier bouwstenen (Leefomgeving, Bereikbaarheid, Economie en Wonen), inspiratie en vertrekpunt voor lokale keuzes. Bouwstenen waar deze omgevingsvisie goed op aansluit. De in deze Omgevingsvisie opgenomen uitgangspunten gebruiken we in de gebiedsuitwerking de Liemers, onderdeel van het Verstedelijkingsconcept deel 2.
Actualisatie van RPW (Regionale werklocaties)
•
Weglaten bestaande tekst: 'Het huidige regionale beleid voor de bedrijventerreinen (RPW) zal daarom ingrijpend worden herzien' Aanvullen met: ‘In 2021 hebben de gemeenteraad van Duiven, andere gemeenten in de regio en de provincie Gelderland het Regionaal Programma Werklocatie vastgesteld.’
•
Actualisatie van Kaderrichtlijn Water
•
Toevoegen: ‘In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW. Zij is dit mede namens de andere rijkspartijen en in nauw overleg met provincies, waterschappen en gemeenten. In het Bestuursakkoord Water is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. De Kaderrichtlijn Water heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. Uiterlijk zal al het water in 2027 schoon en gezond moeten zijn.’
Actualisatie Clean Energy Hub
•
Toevoegen: ‘Vanuit duurzame mobiliteit en de energietransitie willen wij ontwikkelingen stimuleren. Voorbeeld daarvan is de voorgenomen realisatie van een Clean Energy Hub bij de aansluiting van de A15 op de N810 (locatie Helstraat).’
28
5. Bijlagen In dit hoofdstuk vindt u de volledige reacties als bijlage bij de inspraaknota.
5.1 Bijlage 1 – Provincie Gelderland Beste meneer, mevrouw, Vanaf 21 oktober 2021 ligt de omgevingsvisie van de gemeente Duiven ter inzage. Deze omgevingsvisie is ook aan de Provincie Gelderland gezonden met het verzoek hier per e-mail op te reageren. Ik laat u graag weten dat wij het mooi vinden om te zien dat u als gemeente aan de slag bent met het opstellen van een heldere visie voor uw gemeente. Vanuit onze provinciale belangen hebben wij een aantal aandachtspunten bij uw visie. Kaartmateriaal GNN/GO In uw omgevingsvisie maakt u gebruik van kaartmateriaal. Allereerst willen wij opmerken dat wij de kleuren op de verschillende kaarten wat lastig leesbaar vinden. Als voorbeeld noem ik de basiskaart landschap- en natuurontwikkeling. Op deze kaart zijn onder andere het gebieden aangegeven waar sprake is van provinciale belangen. Het gaat dan om gebieden die bijvoorbeeld gelegen zijn in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). De door u gebruikte basiskaart “landschap- en natuurontwikkeling” en “visiekaart waarden erfgoed, landschap en cultuur” wijkt af van de omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Dat wil zeggen dat de door u aangewezen gebieden voor GNN en GO niet overeen komen met de huidige provinciale omgevingsverordening.
Wij vinden het belangrijk dat de provinciale belangen goed worden aangeduid in uw omgevingsvisie en daarom adviseren wij u om al uw kaarten in de omgevingsvisie van de gemeente Duiven aan te laten sluiten bij de huidige provinciale omgevingsverordening. U kunt deze vinden op Gelderse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (gelderland.nl) Uit de legenda bij kaart 4 en 11 volgt tot slot dat de roze lijn staat voor “zoekgebied nieuwe natuur”, dit zou impliceren dat de hele gemeente Duiven een zoekgebied is voor nieuwe natuur. Is dit wellicht een omissie? Romeinse Limes U heeft de Romeinse Limes niet opgenomen in uw visie. Graag geven wij u mee dat de Limes inmiddels is aangewezen als werelderfgoed. De brede Limes-zone zal vervangen worden door een kleiner aantal kernzones met een buffer daaromheen. De kernzones zijn of worden rijksmonument (en dus is het rijk verantwoordelijk voor vergunningverlening), de bufferzones zullen worden opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
29
Natuur en Landschap U heeft een kaart toegevoegd aan uw visie die betrekking heeft op het thema landschap. Op deze kaart is in de legenda de aanduiding ‘ruimtelijk versterken laagten….’ opgegeven. Wij vinden deze niet terug op de kaart. In de tekst staat ook niet uitgelegd wat dit is en waarom dit belangrijk is. Zou u dit nog kunnen toelichten? Ook valt op dat sommige gebieden zijn aangeduid met “behouden en versterken kwaliteiten karakteristieke gebieden en groene buffers”. Wat die kwaliteiten zijn wordt verder niet aangegeven. Als voorbeeld noemen wij Looveld. In dit gebied vinden wij het als provincie belangrijk dat de openheid en bijzondere kavelstructuur behouden blijven. In uw visie gebruikt u daarnaast de term ‘waardevolle relatie dorp en landschap’? Wij vinden de begripsbepaling hiervan niet terug in uw visie. Kunt u ons dit nader toelichten? Bedrijventerreinen Op de kaart met nummer 10 geeft u weer dat de bedrijventerreinen naar het noordoosten gaan uitbreiden, maar op de kaart met nummer 11 staat aangegeven dat dit een ganzenrustgebied is en blijkens de integrale visiekaart is het ook een ‘kwelgebied bij hoog water’, maar op deze integrale visiekaart staan dan weer niet de ganzenrustgebieden. Wij adviseren u hier nog eens naar te kijken. Wonen De gemeente Duiven is mede ondertekenaar van de Woondeal.
Door uw gemeenteraad is onlangs gesproken over drie uitbreidingslocaties die volgens de gemeente hoogst noodzakelijk zijn. Duiven ligt ook in het gebied van de verstedelijkingsstrategie. In uw visie zou u dit kunnen benoemen en wellicht kort kunnen uitwerken. Ook geeft u aan in te zetten op passend en betaalbaar wonen, kunt u ook toelichten wat u hieronder verstaat? U kunt hierbij wellicht ook verwijzen naar afspraken uit de regionale woonagenda/woondeal/woonvisie, RES en warmtetransitievisie, lopend onderzoek Wonen&Zorg-behoefte, regionale afstemming over bijvoorbeeld huisvesting van arbeidsmigranten, woonwagenbewoners enzovoort. Energie Op kaart 14 (visiekaart energie) staan gebieden aangeduid voor grootschalige opwek zonne-energie onder voorwaarden. Daar staat wel een sterretje bij (legenda), maar dat sterretje wordt nergens verklaard. Wij adviseren u om toe te lichten wat de voorwaarden of zijn, of verwijst u daarvoor naar de RES? Drinkwaterreserveringsgebied De provincie zit in het proces om drinkwaterreserveringsgebieden aan te wijzen voor de toekomstige drinkwatervoorziening. Een van de voorgenomen drinkwaterreserveringsgebieden ligt ten noorden van Duiven en valt voor een deel over het grondgebied van Duiven.
Wij willen u er op attenderen dat als Provinciale Staten instemmen met het ontwerpbesluit, hier vanaf 1 juli 2022 regels gaan gelden om het grondwater te beschermen. Bij de verdere uitwerking van uw ruimtelijke plannen zal hier dan rekening mee gehouden moeten worden.
30
Het voorgenomen drinkwaterreserveringsgebied valt voor een deel ook over de gebieden in uw omgevingsvisie voor grootschalige opwek van zonneenergie en windenergie. Dit vormt geen belemmering, als voldaan wordt aan de algemene voorwaarden die in de provinciale regels gesteld worden voor de bescherming van het grondwater. Mocht u naar aanleiding van deze e-mail nog vragen hebben dat verneem ik dat graag van u. Met vriendelijke groet,
31
5.2 Bijlage 2 - VGGM Bijgaand onze gezamenlijke (GGD, GHOR en Brandweer) reactie op de Ontwerp Omgevingsvisie Duiven die jullie momenteel ter inzage hebben liggen. In aanloop naar dit ontwerp hebben wij via onze deelname aan de georganiseerde participatie momenten inhoudelijk onze inbreng geleverd aan deze visie. Medio november 2020 hebben wij het eindresultaat van dat proces in de vorm van de Koesdocument van onze schriftelijke reactie voorzien. Aangezien wij van mening zijn dat het indienen van een zienswijze een te zwaar middel is gezien onze betrokkenheid in het proces en geleverde bijdragen, kiezen wij voor een informele route van onze reactie op het ontwerp. Jullie omgevingsvisie vormt de basis voor ontwikkelingen in de leefomgeving van Duiven. De strategische keuzen voor het ontplooien van initiatieven in die fysieke leefomgeving zijn van invloed op de veilige en gezonde leefomgeving. In het ontwerp zijn voor gezondheid en veiligheid de nodige aanknopingspunten en verwijzingen opgenomen naar VGGM, waarvoor dank! Een prima vertrekpunt om verder samen te werken aan jullie ambities i.r.t. de veilige en gezonde leefomgeving. Lezende het ontwerp zien wij graag de volgende aanvulling en aanscherpingen verwerkt worden van het ontwerp naar de definitieve versie van de omgevingsvisie. Gezondheid: -
Voor gezondheid zijn er de nodige aanknopingspunten voor een uitwerking naar een omgevingsprogramma. We zijn daar beslist blij mee. Voor wat betreft de lange termijn ambitie “Kansen zoeken voor het verbeteren van de omgevingswaarden, zoals geluid en de luchtkwaliteit” is het onze wens die naar voren te halen in de tijd. Voor luchtkwaliteit streeft het Schone Lucht Akkoord, waar een groot aantal gemeenten zich aan hebben verbonden, naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016 met de aanpak van de binnenlandse bronnen. Geluid is in Nederland de tweede oorzaak van gezondheidsproblemen, veroorzaakt door de leefomgeving, na luchtverontreiniging. Noot: Bij de ontwerp omgevingsvisie van Westervoort hebben we dit niet opgemerkt maar we hebben het al wel eerder aangekaart bij onze reacties op het koersdocument van Duiven en de startnotitie van Westervoort.
Veiligheid: -
Voor veiligheid zie ik graag in de visie de formulering van o.a. generieke uitgangspunten en ambities voor omgevingsveiligheid als ook het opnemen van gebiedsgerichte afwegingskaders voor aandachtsgebieden/voorschriftgebieden. Mogelijk zijn er in de huidige opzet van de visie kansen/mee-koppelkansen te benoemen.
32
Toelichting: De fysieke leefomgeving staat bijvoorbeeld onder druk als de volksgezondheid wordt bedreigd door uitbraak van epidemie of pandemie, maar ook bij een grote dijkdoorbraak, brand of een ongeluk in een chemische fabriek. Het ontplooien van initiatieven voor de fysieke leefomgeving hebben mogelijk consequenties voor zelf(samen)redzaamheid en onze ramp-/incidentbestrijding als het gaat om bescherming, ontvluchten, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten. Tegen deze achtergrond zie graag een betere invlechting van het aspect fysieke veiligheid: o Door aan te sluiten op de relevante risico’s / crisistypen uit het Regionaal beleidsplan VGGM en het bijbehorende regionaal risicoprofiel, inclusief brandveiligheid. Het regionaal beleidsplan is door gemeenten/burgemeesters vastgesteld. Deze bevat regionaal beleid voor het (fysieke) veiligheidsdomein met daarin de geprioriteerde risico’s als overstroming, natuurbrand en epidemie. Het regionale risicoprofiel biedt een overzicht van mogelijke risico’s voor de fysieke veiligheid en de wijze waarop de kans en impact te verkleinen of te benoemen is hoe met het restrisico om te gaan. o
Bij de strategische keuzes en het benodigde kader de principes van een veilig ontwerp van de fysieke leefomgeving toe te passen
Een veilige en gezonde leefomgeving, zoals in doelstelling van de Omgevingswet beschreven is, stelt voorwaarden aan de inrichting van de omgeving. De veiligheidsregio’s hebben daarvoor landelijk de “Kernwaarden Veiligheidsregio’s” ontwikkeld (o.a. opgenomen in “Inbreng Veiligheidsregio’s in Omgevingsvisies ‐ Handreiking” van 2 oktober 2018, IFV/BrwNL). Eén van deze kernwaarden betreft de ontwerpprincipes voor de inrichting van een veilige leefomgeving. Deze algemene principes kunnen op gemeentelijk niveau een bijdrage leveren in de afweging van de effecten en beoordeling van de verschillende strategische keuzen in de visie. Het gaat om het bewust en bekwaam aanvaarden van risico’s en waar mogelijk het verbeteren van de fysieke veiligheid van de inwoner door het stapsgewijs toepassen van de ontwerpprincipes. Enerzijds ter voorkoming en beperking van de gevolgen van rampen en crises (in de leefomgeving), anderzijds om (in de leefomgeving) effectief het optreden van hulpverleningsdiensten mogelijk te maken. o
In de kaders voor de zgn. aandachtsgebieden / voorschriftengebieden voor scenario’s explosie, brand en toxisch.
De omgevingswet introduceert met het Besluit kwaliteit leefomgeving voor thema externe veiligheid de zgn. aandachtsgebieden / voorschriftengebieden voor scenario’s explosie, brand en toxisch, waarin bij de voorschriftengebieden een koppeling is gemaakt met het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een gemeente kan/moet daarbij keuzes maken, omdat de wet verplichtingen kent/regels stelt waaraan een burger/bedrijf (en de overheid zelf als initiatiefnemer) zich dienen te houden. De mogelijke beleidsmatige keuzes daarin moeten/kunnen al invulling krijgen in een omgevingsvisie voordat een omgevingsplan deze juridisch kan regelen. Afsluitend
33
Mochten jullie naar aanleiding van deze reactie nog vragen hebben of overleg dan mag je uiteraard met mij contact opnemen. Verder hoor ik graag op welke wijze jullie onze reactie verwerken. Met vriendelijke groet,
34
5.3 Bijlage 3 – Dorpsraad Groessen Geachte heer, mevrouw, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van de Ontwerp-Omgevingsvisie Duiven, zoals wij die op 11 november jl. per e-mail ontvangen hebben. De Dorpsraad Groessen wil hierover de volgende opmerkingen maken en vragen stellen: Algemeen In de inleiding van de visie valt te lezen dat u al in 2019 bent begonnen met de voorbereidingen op het schrijven ervan. Doordat de Dorpsraad Groessen in die tijd in een vernieuwingsfase zat, is het ons niet bekend of we al eerder zijn betrokken bij de inhoud van de Omgevingsvisie en of we al eerder inbreng hebben geleverd. Het valt op dat het rapport vol staat met allerlei algemeenheden (op elk gebied) waar niemand het eigenlijk mee oneens kan zijn. Concrete invulling door het aankondigen van maatregelen staan er nauwelijks in. En dat zijn nou juist de belangrijke dingen: hoe worden de uitgesproken ambities daadwerkelijk ingevuld en welke keuzes worden daarbij gemaakt? Voorzieningen Op p. 28 wordt erg lovend gesproken over de aanwezige voorzieningen in de Gemeente Duiven en hoe het voorzieningenniveau nog verder zou kunnen worden verbeterd (met name op het gebied van winkelvoorzieningen, openbaar vervoer, zie ook p. 40 en 60). Dorpsraad Groessen wijst u erop dat die voorzieningen voor een groot deel niet (meer) in Groessen (en Loo) aanwezig zijn.
Zijn er wellicht mogelijkheden om toch vormen van deze voorzieningen terug te kunnen laten keren in de dorpen? Erfgoed (p.35) Dorpsraad Groessen kan zich vinden in het pleidooi voor het behoud van erfgoed. Hierbij wordt het mooie voorbeeld van Huis Klein Rijswijk genoemd. Helaas is dit een al wel erg oud voorbeeld. Het zou goed zijn als er een nieuw concreet project zou worden aangepakt. De (te verwachten) aanleg van de A15 heeft het behoud van erfgoed al een stuk moeilijker gemaakt. Er zijn inmiddels al de nodige (historische) panden verdwenen. Hoe wordt hiermee omgegaan? Opvallend is het ontbreken van een passage over het in elk dorp spelende probleem van het sluiten van de kerken. Ongetwijfeld heeft dit invloed op de ruimtelijke ontwikkelingen in de dorpscentra. Wat is hierop uw visie? Infrastructuur (p. 40) De aanleg van de A15 zou een van de oplossingen kunnen zijn voor de infrastructurele problemen in de Liemers. Of dit ook werkelijk zo is, moet nog blijken. In de visie wordt er wel op een heel positieve manier gesproken over de bouw van deze snelweg. Over de ruimtelijke én sociale gevolgen voor Groessen (en Loo) en wat hieraan gedaan gaat worden, hadden wij graag meer in de Omgevingsvisie gelezen.
35
Woonlocaties (p. 52) Niet helemaal duidelijk zijn de voor Groessen genoemde woonlocaties Kerkakkers, Dorpsstraat en Helhoek. Vraag is of u hiermee bedoelt: het project Aaldering, het project Onder de Toren en de bouw van een aantal woningen in de Helhoek vanwege de sloop van een aantal woningen als gevolg van de aanleg van de A15? Bereikbaarheid-Duurzaamheid (p. 60-61) Met het plaatsen van voldoende laadpalen is inmiddels al begonnen, ook in Groessen. Dorpsraad Groessen dringt erop aan dat hiervoor logische plekken worden gezocht en dat dit zo min mogelijk ten koste gaat van de plaatselijke parkeerfaciliteiten in de wijk. Vanuit Dorpsraad Groessen zien wij graag nog wat toegevoegd aan deze omgevingsvisie over het Dorpshart in Groessen. ‘Met betrekking tot het dorpshart van Groessen is er sinds een jaar een commissie opgericht. Deze commissie werkt in nauwe samenwerking met burgers en gemeente aan de herontwikkeling van het Groessense dorpshart. Is het mogelijk hierover wat op te nemen in deze visie?’ Graag blijven wij op de hoogte van de voortgang in de procedure rond de vaststelling van deze Omgevingsvisie. Met vriendelijke groet
Namens de Dorpsraad Groessen
36
5.4 Bijlage 4 – Bewonersoverleg Hogeweg Geacht College, beste wethouder Spaargaren, Wij, als bewonersoverleg Hogeweg, hebben inmiddels kennis kunnen nemen van de gemeentelijke Voorlopig ontwerp Omgevingsvisie Duiven en de hierop gebaseerde, meer concrete ideeën van de gemeente als het gaat om toekomstige woningbouw in de gemeente Duiven. Wij hebben zeker begrip voor de noodzaak om tot herziende visie voor Duiven te komen. Wel zijn wij van mening dat de locatie uitbreidingslocatie ‘De Ploen-Noord’ met de opgenomen ontwikkeling woningbouw in de ruimtelijke kwaliteiten van een waardevol karakter dorp-landschap (erfgoed en landschap) niet samen kunnen gaan, zoals verbeeld in visiekaart integraal, Bijlage A, pagina 94/95. De gemeente Duiven heeft haar (ruimtelijke) overwegingen voor de woningbouw ontwikkelingen niet gemotiveerd in de visie als onderliggende beleid(svoornemens). In het voorlopig ontwerp heeft de gemeente Duiven een voorzienbare conflicterende visiebeeld opgesteld op de locatie Ploen Noord. In de visie heeft de gemeente op uitvoeringsniveau (kadastrale percelen met haar eigendomsrechten) de ontwikkeling woningbouw gesitueerd en leidend laten zijn en mogelijk t.b.v. de gewenste voortgang voor en/of met projectontwikkelaar(s) in Ploen Noord. Zoals eerder genoemd de gemeente heeft haar overwegingen niet gemotiveerd.
Het waardevol karakter betreft met name de grote historische waarde en de daarmee gepaard gaande kenmerkende uitstraling van het gebied rond de Hogeweg en de Ploen(straat), in combinatie met de hoge archeologische verwachtingswaarde, maken dat grote terughoudendheid geboden is om dit gebied als woningbouwlocatie aan te wijzen. Grootschalige woningbouw zal dit zeer karakteristieke deel van het dorp Duiven voorgoed veranderen. Conform raadsbesluit Structuurvisie Duiven 2015 en raadsbesluit Erfgoedvisie, versie 1.03, d.d. 24-01-2017 (portefeuillehouder wethouder Goossen). Tijdens de inspraakprocedure van de uitbreidingslocaties woningbouw Duiven heeft bewonersoverleg Hogeweg schriftelijke zienswijze(n) ingediend, echter een reactie op deze zienswijzen, waarbij redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan is tot heden niet ontvangen. De bewoners van de Hogeweg en omgeving hopen dat hun zienswijzen op de toekomstplannen van de gemeente Duiven door u naar behoren zullen worden meegenomen in de beoordeling en verdere uitwerking van de plannen. Uiteraard zijn zij desgewenst bereid hierop een nadere toelichting te geven of met u hierover nader van gedachten te wisselen. Met vriendelijke groet,
Namens bewonersoverleg Hogeweg Met bijlage: kaart
37
5.5 Bijlage 5 – Bewonersgroep Zuidrand Geachte leden van de gemeenteraad, Allereerst het volgende: als bewonersgroep zijn wij momenteel ernstig onthand door het tragische en plotselinge ziekteverloop van een van onze prominente leden, met name aangezien zij de centrale persoon is in de administratieve en procedurele werkzaamheden binnen onze groep. Dit beperkt onze mogelijkheden om een uitgebreide zienswijze te formuleren op de voorliggende Ontwerp- omgevingsvisie, gedateerd 13 augustus 2021 . Desondanks hierbij vóór het verstrijken van de deadline onze beknopte zienswijze op dit stuk. Om kort en bondig te openen: onze grootste bezwaren tegen de voorliggende omgevingsvisie richten zich tegen het opheffen van de bescherming van het landelijk gebied tussen Groessen en Loo enerzijds en de verstedelijkte bebouwde kom van Duiven anderzijds. De groene zone tussen de 3 kernen, het zogenaamde oeverwallengebied, waarvan ook de locatie Biezenkampen deel uitmaakt, wordt in de nieuwe ontwerpvisie op geen enkele wijze meer beschermd. In de nog vigerende structuurvisie en allerlei andere beleidsnota’s van de afgelopen decennia is deze bescherming er uitdrukkelijk wel. Zelfs in de stukken van De Groene Metropool wordt opgeroepen het oeverwallenlandschap te beschermen. Nog duidelijker lezen wij bijvoorbeeld in de vigerende Duivense Structuurvisie 2015 , pag.
96-98: “het afwisselende oeverwallengebied is een uniek cultuurlandschap, landschappelijk waardevol (…) Omvangrijke woningbouwinitiatieven vinden we in het oeverwallengebied niet afweegbaar. Dit leidt tot aantasting van de unieke landschappelijke kwaliteiten”. Door het zonder enige inhoudelijke onderbouwing negeren en degraderen van de waardevolheid van het oeverwallenlandschap (in de ontwerpomgevingsvisie wordt overigens vooral de term ‘stroomruggenlandschap’gebruikt) wordt de weg geopend voor toekomstige grootschalige woningbouw op de Biezenkampen. Dat betekent een substantiële en niet terug te draaien verkleining van de groene buffer tussen de 3 kernen van onze gemeente. Maar let op, ook verdere verstedelijking van de resterende open groene ruimte tussen Duiven, Groessen en Loo ligt op de loer. De agrarische gronden ten zuiden van de Molenstraat, ten oosten van de Veldstraat en zelfs die ten zuiden van de Heilweg kunnen eenzelfde lot ondergaan als de aangekochte locatie Biezenkampen. Zeker als men bedenkt dat dit gebied in handen is van slechts enkele grondbezitters die – voor zover onze informatie strekt- veelal bijgestaan worden door hetzelfde rentmeestersbedrijf dat ook zaken met de gemeente Duiven gedaan heeft bij de verkoop van Biezenkampen.
Alleen de gebieden Groessche Weide, Horsterpark en Looveld genieten in de nieuwe ontwerpvisie nog bescherming (zie basiskaart 4 en visiekaart 11). De open groene pijlen die ingetekend zijn op o.a. basiskaart 4, met de verklaring “potentiële groene verbinding buitengebied/ bebouwde kom” stellen ons niet gerust en zijn voor velerlei uitleg vatbaar. Weliswaar lezen we op pag. 28 van de ontwerp”-omgevingsvisie (kopje 2.1 historie) de zin: “Opvallend is dat de woonkern Duiven nooit vervlochten is geraakt met de kerkdorpen Groessen en Loo, die nog steeds een landelijk karakter hebben”, maar er wordt geen stelling genomen dat dit ook uitdrukkelijk zo moet blijven. Het is evident dat het bestemmen van een aanzienlijk oppervlak Groessens buitengebied (Biezenkampen) hiermee in tegenspraak is. Alles wijst erop dat het college de laatste jaren stevig inzet op verdere verstedelijking van onze gemeente, en niet op behoud van landelijk wonen. Niet alleen de vasthoudendheid ten aanzien van bebouwing van de Biezenkampen wijst daarop, ook het in onze ogen kritiekloos omarmen van verstedelingsnota’s, regionale woonvisies en Groene Metropoolambities ligt in deze lijn. Is dat wat onze huidige inwoners willen? Van een relatief
38
evenwichtige en overzichtelijke plattelandsgemeente overgaan naar een steeds verder verstedelijkt gebied? Is dit de weg om de veelgeprezen eigen identiteit van de 3 dorpen te ondersteunen? Als er aan deze tendens vanuit de gemeenteraad geen tegenwicht geboden wordt zal onze gemeente op termijn ontaarden in een satellietstad van Arnhem. Uiteraard onderkennen ook wij de behoefte aan een forse investering in de woningbouw de komende jaren. De aanwijzing van Plakse Weide en PloenNoord als logische uitbreidingslocaties woningbouw naast de te ontwikkelen inbreidingslocaties voldoet de komende jaren ruimschoots aan de totale behoefte. Ook als er momenteel enige vertraging op de Ploen-Noord gemeld wordt mogen wij er toch op rekenen dat de gemeente haar bij herhaling gedane belofte nakomt om haar uiterste best te doen tot overeenstemming te komen over woningbouw hier. Daarbij verwachten wij van de gemeente dat deze zich tegemoetkomend opstelt en bereid is tot compromissen, misschien meer dan tot nu toe. Immers,voor zover wij daar zicht op hebben eist de gemeente van de ontwikkelaars op de Plak en de Ploen dat zij kostenneutraal het streefprogramma realiseren, terwijl diezelfde gemeente stelt dat bouwen conform het streefprogramma op Biezenkampen een exploitatietekort van ettelijke miljoenen euro’s zou betekenen (zie raadsvoorstel uitbreidingslocaties november 2020, paragraaf 7.1).
Een tekort dat voor rekening komt van de burgers van deze gemeente. Hoewel de gemeenteraad na allerlei onorthodoxe procedures (denk bijvoorbeeld aan het heimelijke ‘herenakkoord’ waar [een raadslid] op geattendeerd heeft) uiteindelijk akkoord gegaan is met aankoop van de Biezenkampen als reservelocatie voor woningbouw, betekent dit op zichzelf niet dat in de nieuwe omgevingsvisie het gebied ineens als zodanig aangemerkt moet worden. Nog steeds zijn wij via een bezwaarprocedure bezig om WOB informatie boven tafel te krijgen die mogelijk een heel ander licht werpt op de door de gemeente gevolgde procedures die geleid hebben tot de aankoop van de Biezenkampen. Het gebied heeft nog steeds een agrarische bestemming en blijft natuurlijk behoren tot het waardevolle oeverwallengebied. Het is daarom prematuur om de Biezenkampen in de nieuwe omgevingsvisie te bestempelen als “reservelocatie woningbouw”. Hierbij merken we ook nog op dat in de voorgestelde omgevingsvisie wel gesproken wordt (pag. 51) over het op de langere termijn zo nodig “accommoderen van aanvullende woonbehoefte wat kan betekenen dat we op zoek moeten naar geschikte, aanvullende nieuwbouwlocaties”, maar de mogelijkheid dat dit ook kan betekenen dat op termijn prognoses over de woningbehoefte naar beneden worden bijgesteld, wordt niet benoemd.
Terwijl dit ook een goed denkbare optie is, zeker als men bedenkt dat slechts 6 jaar geleden ingeschat werd dat er geen enkele behoefte aan toekomstige uitbreidingslocaties meer was en bestaande zoeklocaties daarom geschrapt konden worden. Wie weet hoe de situatie over 10 jaar eruit ziet? Een ander punt dat ons opvalt in de voorliggende Ontwerp-omgevingsvisie is het ontbreken van een ‘milieuparagraaf’. Weliswaar worden hier en daar algemene formuleringen gebezigd als “duurzaamheid, een landschappelijk, agrarisch en groen karakter” (pag. 28 onder het kopje “richtinggevende waarden”), maar geconcretiseerd wordt dit nauwelijks. Men zou toch verwachten dat anno 2021 in een omgevingsvisie die betrekking heeft op het beleid voor een gezonde leefomgeving en ruimtelijke ordening voor de langere termijn, gerichte beleidpunten zijn opgenomen, zoals beleid ten aanzien van vervuilende bedrijven (waaronder veehouderijen in of aan de rand van de bebouwde kom). En dat gekeken wordt naar netto milieueffecten van verkeersstromen bij verschillende uitbreidingsscenario’s. Of naar methoden en voorwaarden om stikstofneutraal te kunnen bouwen. En dat geconcretiseerd wordt op welke wijze natuurbehoud in onze gemeente bevorderd wordt. Niets van dat alles, alleen clichématig aandoende algemeenheden.
Geachte raadsleden, wij hopen dat u kennis neemt van onze bezwaren en opmerkingen en dat u de voorliggende omgevingsvisie in deze vorm niet zult accorderen. Met name ten aanzien van de bescherming van het groene landelijk gebied tussen Duiven, Groessen en Loo (het oeverwallengebied) en
39
daarmee de bewaking en bevordering van de eigen identiteit van de dorpen schiet dit stuk ernstig tekort. Er dient een rem gezet te worden op de verstedelijkingsdrang die de leefbaarheid in en de historische relatie tussen de drie dorpen in onze gemeente fundamenteel bedreigt.
40
5.6 Bijlage 6 – Stichting Milieuvrienden Duiven Geachte burgemeester en wethouders, gemeenteraadsleden, Hierbij dienen wij een zienswijze in op het Ontwerp van de Omgevingsvisie, door u aangekondigd in de Duivenpost van 27 oktober 2021 en 10 november 2021. Onze zienswijze beperkt zich tot een aantal vragen, onduidelijkheden, aanvullingen en kleine typefoutjes. Het ontwerp van de omgevingsvisie is een ambitieuze toekomstvisie voor de fysieke leefomgeving van Duiven, Groessen en Loo met ambities en doelen tot 2040, samengevat in vijf thema’s. - Een duurzaam thuis - gezonde, sociale en veilige leefomgeving - vitale economie - bereikbaarheid - klaar voor de toekomst Wij willen graag ingaan op de thema’s in de afzonderlijke hoofdstukken en op de bijbehorende bijlagen. De SMVD hecht grote waarde aan behoud van een gezonde en veilige leefomgeving. We streven naar het behoud en het verbeteren van het woon- en leefklimaat in en rond de gemeente Duiven met aandacht voor natuur, landschap en cultuurhistorie. Onze speerpunten zijn klimaat, flora en fauna, de kwaliteit van bodem, lucht en water, en een verantwoorde ruimtelijke ordening. Dit sluit volledig aan bij wat in de Nationale Omgevingsvisie NOVI staat.
Nationale Omgevingsvisie: Toekomstperspectief • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.
41
Op ons, de samenleving, de gemeente en wij als SMVD rust een grote verantwoordelijkheid om maatregelen te nemen om verdere opwarming van de aarde te voorkomen, het uitvoeren van het Klimaatakkoord van Parijs om de uitstoot van de CO2 drastisch te verminderen. Daartoe heeft de gemeente besloten om in 2050 energieneutraal te zijn. Wat opvalt is het participatiebeleid dat als een rode draad door heel het rapport terug te vinden is. De totstandkoming van de omgevingsvisie en het uitwerken daarna in een omgevingsplan gebeurt in samenwerking met de inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemersverenigingen en natuur- en milieu organisaties. In het rapport lezen wij daarover: - De totstandkoming van de omgevingsvisie is dan ook gevoed door en getoetst bij diverse gebruikers van de fysieke leefomgeving - De reacties uit deze formele inspraakprocedure resulteren in een inspraaknota en worden verwerkt in de definitieve omgevingsvisie. - In dit proces hebben we geleerd dat de inwoners, maatschappelijke instellingen, bedrijven, verenigingen en partners hun verantwoordelijkheden kennen. Zij vormen een sterk fundament van de Duivense samenleving. - Participatie van inwoners en andere maatschappelijke partners. Het vervolg op de omgevingsvisie (beleidsdoorwerking) is het schrijven van programma’s die zorgen voor de vertaling van de omgevingsvisie naar uitvoering.
- Initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan een veilige, leefbare, duurzame en gezonde leefomgeving ondersteunen we. Hierbij stimuleren we inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om actief te zijn in het verbeteren van de leefomgeving of met ideeën te komen voor het verbeteren van de leefbaarheid van de leefomgeving. - In het proces van de uitvoering van de visie in (uitvoering) programma’s sluiten we aan bij de eisen die vanuit de Omgevingswet gelden voor het onderdeel participatie. Hiervoor zal in ieder geval een soortgelijk traject worden gevolgd als voor het opstellen van de Omgevingsvisie, waarbij inwoners, organisaties, ondernemers en andere partijen en belanghebbenden in het voortraject worden betrokken. - Daarnaast is het belangrijk duidelijk te stellen wat er wordt verwacht van burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen. - Bij het maken van een programma moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. - Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachting: 1 januari 2022) is het verplicht voor gemeenten participatiebeleid te hebben. Met de komende gemeenteraadsverkiezingen in 2022 en de vorming van een nieuw college verwachten wij van de lokale partijen dat zij hier zorgvuldig mee omgaan. Hoofstuk 2. Over Duiven.
2.1. Typefoutje in de tweede alinea: ……‘verschillen tussen hoog en laat’……. 2.2. Het lokale wegennet kent goede routes voor verkeer te voet, fietsverkeer, openbaar vervoer en autoverkeer. Hier verwijzen we naar de opmerkingen verderop bij de Visiekaart mobiliteit en infrastructuur. Kaart 12. Blz. 62 2.3.2 Water. Blz. 29
42
Hier wordt gesproken over het watersysteem van de Liemers. De streek ligt ingeklemd tussen het Pannerdens Kanaal, de IJssel en het landgoed Bevermeer. De begrenzing van het landgoed Bevermeer is niet duidelijk. Beter zou zijn om een harde topografische lijn aan te geven zoals bv. De Oude IJssel, een gemeentegrens of de naam van een weg of waterloop. Op blz. 34 wordt gesproken van de Waterbiografie van de Liemers. Ons is daarover niets bekend. 2.3.4. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zo veel mogelijk aan te sluiten bij hoofdzones, de open weidsheid van bepaalde gebieden, de karakteristieke verkaveling en het respecteren van zichtlijnen. Wij willen wijzen op de nadelige gevolgen voor bovengenoemde landschappelijke kenmerken na plaatsing van windturbines. De druk op het Duivense Broek is- en wordt door uitbreiding van bedrijventerrein en grootschalige opwekking van energie groot. Wij zouden graag zien dat recreatief medegebruik meegenomen wordt als belangrijke factor. Zeker gezien het belang van de leefomgeving op de volksgezondheid. 2.3.6. De ontwikkeling van de A15 in de komende jaren zal zorgen voor een betere bereikbaarheid van Duiven en zal een stimulans zijn voor de economie. Daarin verschillen we van mening. De aanleg van de A15 heeft ook grote nadelige gevolgen voor het woonen leefklimaat van de bewoners. Meer geluidsoverlast, fijnstof, doorsnijding van het landschap.
De voordelen voor Duiven wegen niet op tegen de nadelen. De gemeente Duiven zal, met alle gevolgen voor de kwaliteit van onze leefomgeving, worden omringd door bovenlokale infrastructuur. De A15 wordt niet aangelegd om de economie van Duiven te stimuleren maar wordt gezien als een snelle verbinding richting Duitsland. Beter zou zijn om de verbreding van de A12 los te koppelen van de A15. In 2.4.1. staat: Zo waarderen we ons (cultureel) erfgoed, landschap en natuur en bewaken we het fundament van onze cultuur en identiteit. Daarom borduren we voort op het fundament van erfgoed om zo onze eigen identiteit blijvend uit te dragen. We zoeken naar raakvlakken en verbindingen in de regionale opgaven (denk aan de energietransitie en mobiliteit) om deze samen op te pakken en gezamenlijk ambities voor de leefomgeving vorm te geven en te versterken. Duiven werkt al vele jaren met een landschapsbeleidsplan en een landschapsontwikkelingsplan (LOP). Daarmee loopt zij voorop als het gaat om het behoud en inrichten van het landschap. Wij pleiten voor verdergaande samenwerking met de buurgemeenten om tot een gezamenlijke omgevingsplan te komen. 2.4 Toekomstperspectief. Het toekomstperspectief voor Duiven is een dorp met een aantrekkelijk buitengebied, met een levensvatbare natuur en een productieve landbouw. Zie opmerkingen bij de Basiskaart milieu. Bijlage A. blz. 90 Hoofdstuk 3.
Ambities en doelen leefomgeving. (Visiekaart wonen en werken. Kaart 10))
43
Doelen worden gesteld tot 2030 en na 2030. Dit heeft betrekking op woonbehoefte, woningen, verduurzamen van woningen. Om de klimaatdoelen te halen past het dat alle wijken van het gas af moeten in de komende jaren. Groene nieuwbouwwijken in een groene leefomgeving met alleen energie neutrale woningen met groene daken op schuren en garages, situering van de woningen, groene daken op bedrijfsgebouwen en verticaal groen langs de gevels, waterberging met wadi’s. En waarbij bij de boomkeuze in de openbare ruimte rekening gehouden wordt met schaduwwerking op zonnepanelen. Wij zien dit als de hoogste prioriteit. 3.3. Vitale economie. a) Ruimte voor (selectieve) uitbreiding van bedrijventerreinen in de toekomst. b) Balans tussen ruimte voor economische ontwikkeling, natuur, biodiversiteit en klimaat. Het is moeilijk om deze beide visies te combineren. Het één gaat ten koste van het ander. Onze voorkeur gaat uit naar visie b. Vitale economie valt of staat met de gezondheid van de werknemers. Om het bedrijventerrein hittebestendig te maken pleiten wij voor voldoende groene ruimten met voldoende schaduw tussen de bedrijfsgebouwen waar werknemers gebruik van kunnen maken in de middagpauze. 3.3.1. Agrarische sector In diverse Liemerse gremia worden gerichte projecten ingezet om de positie van de agrarische sector te versterken en onder de vlag van de Liemerse Ambassade.
Wat wordt verstaan onder Liemerse Ambassade? Beoordeling van de kaarten. Basiskaart energie en klimaat. Bijlage A. blz. 88 Deze kaart geeft weer waar windmolens staan en zijn gepland, zes zoeklocaties en mogelijke zoeklocaties grootschalige opwekking zonne-energie, zon op restpercelen A15/Betuwelijn, een zoekgebied grootschalige opwekking windenergie en een studiegebied grootschalige opwekking windenergie i.s.m. Zevenaar. De zoekgebieden zijn omcirkeld, maar wij missen in het rapport het aantal windturbines dat men denkt te kunnen plaatsen en ook het aantal ha (55?) zoekgebieden voor zonneparken. Wij pleiten ervoor dat zonen windenergie zoveel mogelijk geclusterd worden om versnippering te voorkomen. De SMVD heeft al eerder te kennen gegeven en gepleit voor een koppeling met infrastructuur, zoals de A12 en de A15 en het beter benutten van het bedrijventerrein met zonnepanelen op de daken. Basiskaart landschaps- en natuurontwikkeling. Kaart 4 blz. 30 Op deze kaart is aangegeven waar bestaande natuurlandschappen en nieuwe landschapsontwikkelingen elkaar kunnen versterken. Wij missen hierin de doortrekking van de laanbeplanting in de Broekstraat naar de bestaande laanbeplanting in de Woerdstraat en de Ploenstraat en de laanbeplanting in de Burgemeester van Dorth tot Medlerstraat.
Wij hechten grote waarde aan een groene bufferzone tussen de bebouwde kom van Duiven, Groessen en Loo. De verbindingspijlen potentiële groene verbinding buitengebied/bebouwde kom ontbreken bij de bebouwde kom van Loo en Groessen. Graag zouden wij een ecologische verbinding willen zien op plaatsen waar natuurgebieden en groene ontwikkelingszones grenzen aan Natura 2000 gebieden zoals bv. bij de Loowaard en het Looveld.
44
Naar rapport 3.5.2. Klimaatadaptatie en Basiskaart energie en klimaat. Bijlage A. blz. 88 en 89. Op een inzetkaartje op de basiskaart energie en klimaat is aangegeven dat vooral op de bedrijventerreinen hittestress voorkomt. Een oplossing kan zijn om het bedrijventerrein verder te vergroenen door nog meer bomen aan te planten. Ook kan met groene daken en verticaal groen langs gevels de temperatuur worden gereguleerd en met zonnepanelen de zonne-energie worden omgezet in elektriciteit. Basiskaart milieu. Bijlage A. blz. 90 Op deze kaart zijn de geluidsnormen voor weg- en rail aangegeven. Wij missen daarin de geluidsnormen die zijn berekend voor de mogelijke toekomstige A15, opgeteld bij de reeds bestaande geluidsnormen. Wij zijn van mening dat ook deze geluidsnormen op de kaart thuishoren. Op deze kaart worden de landbouwbedrijven vermeld in het Duivense Broek. Dat zijn overwegend rundveehouderijbedrijven, een varkenshouderij en een veehouderij overig. Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen ontkomen ook deze bedrijven niet aan de nieuwe maatregelen t.a.v. NOx en broeikasgas methaan. Om daaraan te kunnen voldoen en om het voortbestaan van deze bedrijven te garanderen pleiten wij voor natuur inclusieve landbouw met verhoging van de grondwaterstand in het Duivense Broek.
Door minder intensief bodemgebruik met de daarbij behorende vergoedingen zal er ook voor de weidevogels in het gebied weer een toekomst zijn. Zie ook 3.5.4. Er moet meer natuur-inclusief gewerkt en ontwikkeld worden. Meer en robuustere natuur in de dorpen, de bedrijventerreinen en buiten de woonkernen vraagt om extra gemeentelijke aandacht, inzet en middelen en in gezamenlijkheid met bedrijven, instellingen en bewoners. Waar mogelijk wordt aangesloten bij initiatieven uit de samenleving. Basiskaart integraal. Bijlag A. blz. 92 Op deze kaart worden zones langs watergangen aangegeven als groenblauw raamwerk. Wij missen de samenhang met in de woonkernen en op bedrijventerreinen aanwezige groenblauwe verbindingen (aders) langs de watergangen. Visiekaart integraal. Bijlage A. blz. 94 Op deze kaart wordt onderscheid gemaakt tussen ‘hoofdwatergangen met een groenblauw raamwerk’ en ‘biodiverse weteringen’. Wij vinden dat er in de toekomstvisie naar moet worden gestreefd dat alle watergangen met een groenblauw raamwerk gaan voldoen aan wat wordt aangegeven als biodiverse weteringen. Met natuurvriendelijke oevers en de mogelijkheid om struinpaden aan te leggen.
De gebieden tussen de Eng en de Rijksweg in Duiven, tussen de spoorlijn en de Rijksweg in Duiven en het gebied langs de toekomstige A15 worden aangemerkt als natuurontwikkeling, water, agrarisch, vrijetijdseconomie en extensieve recreatie. Er zijn al diverse ideeën en plannen ontwikkeld bij de SMVD om voedselbossen, struinpaden en andere ommetjes aan te leggen. Ook is er een bewonersinitiatief voor de invulling van het gebied tussen de Eng en de Rijksweg. Graag zouden wij dit terug willen laten komen in het Omgevingsplan en daar prioriteit aan geven. Voor zover niet aangegeven dringen wij er op aan om rond de bedrijfsterreinen, aansluitend op het buitengebied, een groene zone aan te leggen. Natuur met recreatief medegebruik. Enerzijds om de bedrijfsgebouwen uit het zicht te houden vanuit het buitengebied, anderzijds om de strook te gebruiken voor ommetjes en struinpaden. Een bijkomend voordeel is dat een groenstrook de toename van zangvogels bevorderd. Daar waar de bebouwde kom overgaat in het buitengebied met als doel vrijetijdseconomie en natuurontwikkeling willen wij in het omgevingsplan uitgewerkt zien hoe
45
wordt omgegaan met een (te grote) toename van maneges met paardenbakken en de bijbehorende toegestane oppervlakte voor het loslopen van rijpaarden. Tevens willen wij er op aan dringen beperkende maatregelen op te nemen voor de toename van allerlei soorten verlichting in de overgang naar het buitengebied om lichtvervuiling tegen te gaan wat minder verstoring zal veroorzaken in het aangrenzende weidevogelgebied tijdens het broedseizoen. Visiekaart mobiliteit en infrastructuur. Kaart 12. Blz. 62 Op deze kaart staan wegen, snelfietsroutes, de spoorlijn, busroutes en locaties als tankstations etc. Duiven ligt aan een oost-west gerichte infrastructuur. Het gevolg daarvan is dat er in de noord-zuid gelegen routes onvoldoende en onveilige verbindingen zijn. Met name dat er voor fietsers en voetgangers die de Rijksweg, de Noordelijke Rondweg en de A12, en misschien ook nog de toekomstige A15 willen oversteken, onvoldoende goede en veilige verbindingen zijn richting Duiven noord en het Duivense Broek. Zeker gezien de toekomstige woninguitbreiding in Duiven-noord stellen wij voor hier extra prioriteit aan te geven. Tenslotte nog dit. - Bij goedkeuring door de Gemeenteraad moet de visie terug te vinden zijn in het verkiezingsprogramma 2022 van de lokale politieke partijen en daarmee in overeenstemming zijn.
- De gemeenteraad wordt jaarlijks en waar nodig vaker geïnformeerd over de vorderingen bij de uitvoering van dit programma. Niet alleen de gemeenteraad, maar ook belangenorganisaties, bewonersgroepen, natuur en milieuorganisaties moeten worden geïnformeerd. Hierbij bieden wij u onze zienswijzen aan op het Ontwerp - Omgevingsvisie Duiven. Wij zijn altijd bereid om één en ander mondeling toe te lichten. Met vriendelijke groet, Namens de Milieuvrienden Duiven,
Conclusie We concluderen dat de minister onvoldoende heeft gereageerd op uw tussenuitspraak. We vragen de Raad van State dan ook onze argumenten te beoordelen en het Tracébesluit definitief te vernietigen. Met vriendelijke groeten Stichting Milieuvrienden Duiven Bijlage Kopie van het wijzigingsbesluit: gewijzigd Tracébesluit A12/A15 Ressen – Oudbroeken (ViA15) 2021
46
5.7 Bijlage 7 - LTO Beste heer, mevrouw, LTO Noord afdeling Liemers-Montferland heeft met interesse kennisgenomen van de, door u ter inzage gelegde, Ontwerp Omgevingsvisie Duiven. In deze brief vindt u onze zienswijze hierop. Procedure We betreuren het dat u in de route naar dit voorontwerp niet gericht de afstemming met ons gezocht heeft. De door ons bezochte brede bijeenkomst(en) gaven geen ruimte voor het goede gesprek over het landelijk gebied. De kiezersdichtheid ligt hier omgekeerd aan de bebouwde ruimte maar de problematiek is minstens zo complex. Terecht schetst uw visie het belang van een duurzame en kwalitatieve omgeving en de rol die de landbouw daar in nog altijd vervult. Net zo zeker als de daling in het aantal agrarische ondernemers is het feit dat dit aantal nooit op nul zal eindigen. Het buitengebied is geen overheidsgefinancierd landschapspark maar een agrarisch productiegebied. We zijn ons zeer bewust van de actuele maatschappelijke visie en opgaves en willen daar op een positieve wijze invulling aan geven. Dit vraagt om goed overleg en we nodigen u daar graag toe uit. Uw visie stelt de Agrarische Visie van de Liemerse Ambassade, die thans in onderzoek is, terecht, als belangrijk uitgangspunt.
Om het planologisch zuiver te houden, en ruimte te geven voor bovengenoemde samenwerking, stellen we voor om te komen tot een aparte omgevingsvisie voor het landelijke gebied. Daarin kunnen beleidsambities, met deskundigheid, in evenwichtig beleid uitgewerkt worden. Voorontwerp inhoudelijk Tekstueel komt de agrarische sector niet uitgebreid aan bod in voorliggende ontwerpvisie. Dan is het ook moeilijk reageren. Toch lijkt uw visie allesbehalve beleidsvrij op agrarisch gebied. Zo vallen ons kaartbeelden op die vraagtekens oproepen. Kwalificaties in kaarten zonder begeleiding in tekst levert onzekerheid op aangaande het te verwachten beleid. Hieronder een, niet uitputtende, opsomming van zaken die opvallen: Kaart nummer 3 (Landschapstypen) is niet leesbaar omdat de legendakleuren voor komgebied (etc.) en (natuur)park onwerkbaar dicht bij elkaar liggen. Als en voor zover gebieden, met vigerende agrarische bestemming, in uw visie de functie (natuur)park krijgen zijn wij daar zeer op tegen. Kaart nummer 4 is, voor zover leesbaar qua legenda, op het punt van Groene Ontwikkelzone, niet in lijn met de vigerende provinciale omgevingsvisie. Op kaart 9 (basiskaart werken) ontbreekt de agrarische sector geheel. Evenals op kaart 10 (wonen en werken). Op basiskaart ‘INTEGRAAL’(BIJLAGE A PAG.93) staat grond met vigerende agrarische bestemming aangeduid als ‘Natuur met agrarisch medegebruik’.
We willen graag expliciet antwoord of het een beleidsvoornemen is om de planologische status in die zin te wijzigen. Voor zover dat
47
inderdaad het geval is zijn we daar tegen. Een vitaal landelijkgebied drijft op een vitale landbouwfunctie. Agrarische bedrijfsvoering is gebaseerd op een (weliswaar laag) economisch rendement. In de functie natuur zit geen verdienmodel. De visiekaart integraal (pag. 94) schetst natuurontwikkeling (en park) op agrarisch gebied waar dit afwijkt van provinciaal beleid en afspraken daarover. Hoewel de onderzoeksplicht rond een omgevingsvisie minder zwaar is dan die van de oude structuurvisie, vinden we het onbestaanbaar dat u beleid voorstelt zonder onderzoek te doen naar haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dit krijgt het karakter van proefballonnetjes’. U gaat hierbij voorbij aan het effect wat dit soort ruimtelijke plannen hebben op de waardeontwikkeling van onroerend goed. Makelaars, taxateurs (banken) en potentiële kopers oriënteren zich immers op te verwachten beleid. Landschappelijke inpassing A15’ en ‘Groenblauw raamwerk’, onbekende ontwikkelingen zonder toelichting Kaart 4 basiskaart Landschaps- en natuurontwikkeling schetst nieuwe ontwikkelingen op gronden met een huidige agrarische bestemming. Deze ontwikkelingen worden niet geduid in de tekst van de visie. Het te verwachten beleid hieromtrent is dus niet kenbaar en vaag. Hoewel een omgevingsvisie vormvrij is dient deze wel duidelijkheid te verschaffen omtrent het te verwachten beleid voor inwoners.
Dat geldt zeker voor de eigenaren van gronden over wiens percelen heen ‘geschetst’ wordt. We verwijzen hierbij naar de hierboven genoemde gevolgen die dit voor eigenaren kan hebben. Ruimteclaim opwek hernieuwbare elektriciteit Uw visie schetst verder een forse ruimteclaim in de vorm van grootschalige opwek uit zon op land. Als sector zijn we overtuigd dat de volumeambitie hernieuwbare elektriciteit, die Duiven heeft, ook in te vullen is zonder daar waardevolle landbouwgrond voor op te offeren. Onze gezamenlijke ambitie op verduurzaming en extensivering (kringlooplandbouw/Natuurinclusieve landbouw etc.) vereisen stevige, en gezamenlijke, inzet op het minimaliseren van dit soort ruimteclaims. Landbouwontwikkelingsgebieden In het bestaande ruimtelijke beleid nemen de landbouwontwikkelingsgebieden een belangrijke rol in. Met deze LOG’s schetsen we een toekomst voor ondernemers die op de huidige plek de extensivering domweg niet kunnen realiseren, hoe graag ze ook willen. We vinden het jammer en ongewenst dat we deze LOG’s niet meer in het beleid terug kunnen vinden. Transitie ondersteunend beleid De Landbouw is volop in beweging op duurzaamheid. Nieuwe technieken en methoden stellen andere eisen aan regelgeving (bijv. bouwblokken). We vragen u om in uw omgevingsvisie maximaal te anticiperen op de flexibiliteit die de omgevingswet gaat bieden.
Met vriendelijke groet,
48
5.8 Bijlage 8 – Inwoner op persoonlijke titel Hallo,
Bedankt voor de toezending van het document "Ontwerp omgevingsvisie Duiven". In grote lijnen een goed document, echter het onderstaande baart mij zorggen en vraag mijns inziens om een aanpassing van de visie. De doortrekking van de A15 wordt in deze visie gezien als een belangrijke en vaststaande ontwikkeling. Het zal u echter bekend zijn dat dit project nog steeds onder de rechter ligt. Het doorgaan van dit project is zeker geen gegeven. In een visiedocument als deze ontwerp omgevingsvisie behoort ook een "wat als" scenario opgenomen te worden voor het zeker niet onmogelijke geval de A15 doortrekking niet doorgaat. Gaan we dan inzetten op verbetering van de A12/Pleijroute en/of op het versterken van het openbaar vervoer (toekomst/klimaatgericht)? Of laten we het ons overkomen? Ik zie hier graag iets over opgenomen.
Hoor graag van u.
Mvg
49
5.9 Bijlage 9 – Melkveehouderij Van Huet Bij deze dienen wij een zienswijze in op de visie. Wij, als bewoners van het Duivense Broek vinden het jammer dat wij niet betrokken zijn bij de totstandkoming van deze ontwerp omgevingsvisie, hoewel dat wel gesuggereerd wordt dat deze visie getoetst en gevoed is bij diverse gebruikers van de fysieke leefomgeving. Daarom voldoet deze omgevingsvisie niet aan het motiveringsbeginsel zoals omschreven in de Omgevingswet en de huidige wet en regelgeving. De gebruikte kaart 3, landschapstypen, zijn erg onduidelijk en is niet leesbaar omdat de gebruikte legendakleuren erg veel op elkaar lijken, vooral het komgebied en park (natuur). Het komgebied is agrarisch gebied, als dit in de visie park (natuur) krijgt , zijn wij daarop tegen! Kaart 4 daar geldt het zelfde voor , legenda kleuren lijken veel te veel op elkaar, onduidelijk dus. Groene ontwikkelingszone is niet in lijn met vigerende provinciale omgevingsvisie. Kaart 8, de infrastructuur is voor landbouwverkeer zeer belangrijk, de voorgenomen snelfietsroutes mogen geen belemmering veroorzaken voor landbouwverkeer. Op kaart 9 en 10 ontbreekt de agrarische sector geheel. Kaart 14 en basiskaart Energie en klimaat.
In een teams gesprek met de betrokken wethouders , LTO en bewoners van het Duivense Broek is door de wethouder uitgesproken dat ten oosten van de giesbeekse straat geen zoekgebieden komen voor zonnevelden en windmolens , op de visie kaart wordt nu wel weer de mogelijkheid geboden, dit in strijd met de gemaakte afspraak. Wij zijn hier op tegen! Kaart 15 Het moet worden voorkomen dat waterberging plaats gaat vinden in het Duivense Broek. Hier zijn bedrijven, landbouwbedrijven gevestigd die hier hun brood moeten verdienen. Duiven breid uit met wegen, bouwlocaties en bedrijfsterreinen. Er verdwijnt daardoor heel veel waterbufferend vermogen, het mag niet zo zijn dat wij, bewoners en bedrijven in het Duivense Broek, de nadelige gevolgen van ondervinden. Basiskaart intergraal bijlage A pg 93, staan gronden met agrarische bestemming, aangeduid als natuur met agrarisch medegebruik? Hoe is dit mogelijk?? Dit is agrarisch gebied en moet ook in die hoedanigheid gerespecteerd blijven! Agrarische bedrijfsvoering is gebaseerd op een economisch rendement, en dat is al laag. Functie van natuur zit al helemaal geen verdienmodel. De kaarten op pg 94 schets natuurontwikkeling op agrarisch gebied, dit wijkt af van provinciaal beleid. Hier liggen plannen zonder dat daar onderzoek naar haalbaarheid gedaan is. Tevens de effecten op het gebied en bedrijven .
Bij deze een eerste reactie op de visie, dit wordt nog vervolgd.
50
5.10
Bijlage 10 – Inwoner op persoonlijke titel
Geachte Gollege, Als trotse bewoner en melkveehouder van de gemeente Duiven in het Duivense broek en van de Liemers Met kennis genomen en tot me genomen de Zienswijze ontwerp omgevingsvisie Duiven en met veel aandacht gelezen! We willen graag hier bij de zienswijze indienen mede door een aantal punten . Bij hoofdstuk 3.2.3 hebben we over groene leefomgeving, daar in praat u over biodiversiteit , maar mis wel de inhoud wat u daar mee bedoelt het is niet uitgediept in uitleg van biodiversiteit? met kaart 3 en 4 de kaarten geven met kleur aan het is van slechte kwaliteit en bijna geen onderscheid wat het uit mag dragen? De citaten uit 3.2.3 waar u over praat met termijn ambities zonder concrete plannen ? Bij hoofdstuk 3.3.1 Agrarische sector er word geschreven aantal actieve agrariërs neemt af !? de vraag is hoe komt u aan deze informatie? Des te min is dan ook jammer dat de bewoners van Duivense broek daar in niet zijn in meegenomen voor hoor en wederhoor ( graag stellen we ons als bewoners en kenners van een uniek stuk openkomgronden bewoners ter beschikken om mee te praten over de omgevingsvisie) Verder valt er te lezen dat er weer een zoek gebied is aan geduid voor energie .Onlangs in 2020 hebben wij hier ook al bij college bezwaar gemaakt en later bleek dat het zoekgebied in Duivense broek er af was maar met verbazing wekkend dat het er weer in de kaart is op getekend ook
hier maken wij bezwaar als mede groene stroken en bos en water plassen in Duivense broek !! Bent u van bewust dat de gemeente en alle burgers een uniek stukje grond in duiven hebben als openkomgebied in de polder tussen de Rein en de IJssel met vele soorten wild van groot na klein denk aan de patrijs de hermelijn, wezel de vos en de reeën en de vele hazen de bruine en de grauwe kieken dief en de reigers de witten en de zilver torenvalk en de steenuil en de kerkuil alles om van te genieten hou het gebied open en schoon wees er bewust van ! en kijk om u heen we zen vier plekken windmolen Duiven Angerlo S’heerenberg en hondseplein en de dan de zonneparken er zijn andere en betere transities Graag zien we een terug koppeling met beter leesbare kaarten en een goede aanduiding! Ook zien wij graag de inhoud van de plannen, niet alleen de punten! ook zien we graag de uitgewerkte plannen en berekeningen wat het zou opleveren en de positieve en negatieve uitwerkingen met zijn consequenties Bent u allen ook bewust van , dat de provincie al plannen heeft met het Duivense broek? Buiten de omgevingsvisie van de gemeente duiven? Dank voor u aandacht tot wederhoor ! Met vriendelijke groet