CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3e. Bijlage Concept ontwerpprogramma Vitaal landelijk gebied Gelderland (deel D)

Politieke Avond 9 april 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: 21.30 – 22.15 - uur - Ruimte voor Defensie - ronde & debattafel10.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Ontwerpprogramma Vitaal landelijk gebied Gelderland – 2024-2035

DEEL D Bijlagen Concept, maart 2024

Versie 230312 – Deel D

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Inhoud Bijlage 1. Afkortingen en begrippen ..................................................................... 3 Bijlage 2. Vertrekpunten Provinciale Staten voor vitaal landelijk gebied Gelderland 5 Bijlage 3. Natura2000-beheerplannen en herstelprogramma's ........................... 7 Bijlage 4. Documenten van de provincie Gelderland die bouwstenen zijn voor het Programma Vitaal landelijk Gebied Gelderland ............................................ 9 Bijlage 5. Doelen Vogel en Habitatrichtlijn ......................................................... 11 Bijlage 6. Structurerende keuzen ...................................................................... 12 Bijlage 7. Ontwikkelingen en perspectief landbouwsectoren ............................. 15 Bijlage 8. Maatregelen duurzaam bodembeheer ................................................ 20 Bijlage 9. Metrokaart programmering en realisatie ........................................... 22 Bijlage 10. Instrumenten ................................................................................... 24 Bijlage 11. Instrumenten actief grondbeleid ....................................................... 26 Bijlage 12. Effecten maatregelen droogtebestrijding Achterhoek en Liemers .... 28 Bijlage 13. Stand van zaken waterkwaliteitsopgave in het VLGG ........................30 Bijlage 14.

Wateropgaven waterschap Rivierenland .......................................... 34 Bijlage 15. Participatie-aanpak voor de totstandkoming van het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland ........................................................................ 35

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 1. Afkortingen en begrippen GBDA Groen-blauwe dooradering GBL Gemeenschappelijk landbouwbeleid (EU) GMS Gelderse Maatregelen Stikstof GNN Gelders Natuurnetwerk KRW Kaderrichtlijn Water (EU) NPLG Nationaal Programma Landelijk Gebied SPUK Specifieke uitkering Programma Natuur VHR Vogel- en Habitatrichtlijn (EU) VLGG Vitaal landelijk gebied Gelderland

Begrip Aerius Agrarische natuur Agrarisch natuurbeheer Gebiedsprogramma

Natuurinclusieve landbouw

Omgevingsvisie

Provinciale Agenda

Toelichting Aerius is een rekenmodel dat de stikstofdepositie in Natura2000-gebieden berekent als gevolg van activiteiten, projecten en plannen in de buurt van die gebieden. Productieve landbouwgrond met ook natuurwaarden. Agrarisch natuurbeheer is een concept waarbij agrarische ondernemers verschillende maatregelen nemen op de agrarische gronden van hun bedrijf ten gunste van natuur en landschap. Ook voor pachtgronden. De regioarrangementen vertalen we samen met de andere overheden en (maatschappelijke) organisaties door naar gebiedsprogramma’s. Hierin maken we afspraken over concrete projecten en maatregelen voor de regio en het betreffende gebied en hoe we die samen kunnen uitvoeren. Natuurinclusieve landbouw is een middel om te komen tot stikstof vermindering en aanpassing van agrarisch landgebruik. Het is een aanduiding voor een type agrarische bedrijfsvoering. Het kent vier niveaus. Niveau 1: Wettelijk - er wordt voldaan aan wettelijke verplichtingen, verder wordt er in de bedrijfsvoering geen rekening gehouden met biodiversiteit. Niveau 2: Basis natuurinclusief - door op een deel van het bedrijf maatregelen te treffen voor specifieke soorten wordt biodiversiteit bevorderd, bijvoorbeeld door struweel of akkerranden aan te leggen, maar ook door nestkastjes op te hangen of door erfbeplanting.

Niveau 3: Bewust natuurinclusief - dit is een stap richting grondgebondenheid: op het bedrijf wordt gestuurd op verbetering van de functionele biodiversiteit door verbetering van bodem-, gewas- en diercycli, naast het ruimte geven voor natuurlijk gedrag van dieren, beheer van landschapselementen als ondersteuning voor de functionele agrobiodiversiteit en maatregelen ten aanzien van specifieke soorten. Niveau 4: Best natuurinclusief - het bedrijf is vergaand grondgebonden, waarbij kringlopen geoptimaliseerd zijn en natuur en landschap onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Er zijn bijvoorbeeld kruidenrijk grasland, robuuste koeienrassen en plas-draszones. Deelname in een gebiedscollectief met ambitieuze gebiedsbeheerplannen voor groen-blauwe dooradering en soortenbeheer versterken de resultaten. Bron: Kadernota Agrifood, 2021, p. 4. In de omgevingsvisie staat wat we willen en moeten veranderen en ontwikkelen om Gelderland klaar te maken voor de toekomst. In 2028 hebben Provinciale Staten de omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Ons startdocument om te komen tot een ruimtelijk voorstel voor Gelderland. We brengen de Rijksdoelen en de Gelderse ambities bij elkaar, agenderen ruimtelijke consequenties en wat onderhandelbaar is en wat niet. Samen met gemeenten,

CONCEPT, maart 2024

Provinciale programma’s

Regioarrangement

Ruimtelijk arrangement Ruimtelijk voorstel

Vitaal landelijk gebied Gelderland

waterschappen en andere partners in de zeven Gelderse regio’s maken we de regionale doorvertaling. De beleidsprogramma’s waarmee we invulling geven aan onze Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Concrete voorbeelden zijn de Regionale Energie Strategieën (RES), de Verstedelijkingsstrategie en het Gelderse Programma Vitaal Landelijk Gebied. Het gezamenlijk perspectief van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen op de opgaven voor Gelderland voor de komende 20 tot 30 jaar. Afspraken over hoe we deze in samenhang met elkaar oppakken, inclusief de ruimtelijke inpassing en de inzet van mensen en middelen. Per onderwerp zal de scope qua tijdshorizon voor de afspraken over de uitvoering verschillen. Dit werken de 4 overheden uit in samenwerking met de maatschappelijke partners en regionale besturen. De afspraken tussen Rijk en provincie, voortvloeiend uit het ruimtelijk voorstel. De 7 regioarrangementen brengen we bij elkaar in een ruimtelijk voorstel. Het ruimtelijk voorstel biedt de provincie aan het Rijk aan.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 2. Vertrekpunten Provinciale Staten voor vitaal landelijk gebied Gelderland In juli 2023 hebben Provinciale Staten van Gelderland uitgesproken dat bij het uitwerken van de doelen voor natuur, water, klimaat en landbouw in maatregelen en instrumenten in het Programma vitaal landelijk gebied Gelderland de Gelderse aanpak volgens de Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) inhoudelijk en qua werkwijze centraal staat. Dit houdt in: • Gelderland behoudt de regie voor het programma binnen de kaders van het Nationaal Programma Landelijk Gebied; • uitgangspunt: natuurherstel, innovatie en vrijwillige opkoop; • alle sectoren dragen bij; • geen ongewenste handel en ‘trucjes’ met Gelderse vergunningen; • het vraagstuk van de PAS-melders heeft hoge prioriteit; • we denken en werken mee aan het oplossen van het landelijke stikstofvraagstuk; • tijdige beschikbaarheid van financiën om snel en effectief te kunnen handelen, conform het advies van dhr. Remkes van oktober 2022. Mede gelet op ons doel voor een vitaal landelijk gebied in Gelderland en gelet op de doelen die het Rijk in het Nationaal Programma Landelijk Gebied NPLG heeft geformuleerd, hebben de Staten op 4 juli 2023 de volgende vertrekpunten meegegeven voor het opstellen van dit programma:

1. In de transitie van de landbouw vinden we het belangrijk dat de agrarische sector in Gelderland zich kan ontwikkelen, met ruimte voor alle transitiepaden (dus ook innovatie) en het belang van een goed verdienmodel voor de (agrarische) ondernemer. 2. Voor duurzame vormen van land- en tuinbouw, passend bij de natuurlijke systemen zetten wij in op: a. dicht bij kwetsbare natuur (VHR) en wateren (KRW) emissiereductie en een bedrijfsvoering die in balans is met de eisen van en de regels voor de leefomgeving, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen grondgebonden en niet-grondgebonden bedrijven. Een voorstel voor inzet van instrumenten maakt onderdeel uit van het voorstel zoals genoemd onder 4b); b. voor de overige gebieden in Gelderland wordt uitgegaan van generieke emissiereductie en een bedrijfsvoering die in balans is met de eisen van en de regels voor de leefomgeving; c. Gedeputeerde Staten werken een voorstel uit voor mogelijkheden voor nieuwvestiging van nietgrondgebonden land- en tuinbouw en voor toekomstige ontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing. 3. Gedeputeerde Staten zien water en bodem sturend in onze opgaven voor situaties waar gebruiksfuncties conflicteren met draagkracht van water en bodem en hanteren daarbij de volgende gidsprincipes: I. II.

III. IV.

meer ruimte voor water voor de rivier, toekomstige dijkversterkingen en voor water in regionale systemen; voldoende water door te zorgen voor meer veerkracht van het watersysteem, ruimte te maken voor het bergen en vasthouden van water, water vast te houden in de bodem en grondwater, een hoger grondwaterpeil te realiseren rond natuurgebieden, te zorgen voor voldoende drinkwaterbronnen en door water te besparen; schoon water en schone bodem; een vitale en efficiënt geordende bodem, door de regie op de ondergrond te versterken, het behoud van waardevolle bodems, duurzaam bodembeheer, minder verstoring van de bodem, inzet op hergebruik, preventie en sanering van bodemverontreiniging en door het tegengaan van afdekking van de bodem;

CONCEPT, maart 2024

V.

Vitaal landelijk gebied Gelderland

een groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving, waarbij water en bodem sturend zijn voor locatiekeuzes en inrichting, locaties voor toekomstige waterberging en afvoer van rivierwater, dijkversterking vrij van bebouwing, klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen en door minder netto landgebruik door ontwikkelingen.

4. Natuurherstel door robuust systeemherstel van de Natura2000-gebieden, groen-blauwe dooradering en maatregelen en middelen in gebieden in de omgeving van Natura2000-gebieden: a. We zetten in op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van onze natuur. b. Onze inzet in de gebieden in de omgeving van Natura2000-gebieden is verduurzaming van de landbouw, versterking van de biodiversiteit, verlaging van de stikstofdepositie en verlaging van de input van chemische stoffen: Gedeputeerde Staten werken - in afstemming met betrokken partijen een voorstel uit voor de inzet van instrumenten voor uitvoering van maatregelen voor systeemherstel in de directe omgeving van Natura2000-gebieden; c. We zetten in op 10% van het landschap voor droge en natte landschapselementen (groen-blauwe dooradering) omwille van water vasthouden en opvangen, natuurwaarden verhogen en versterken van de identiteit van het landschap. 5. Voor de klimaatopgave houden we vast aan het Gelderse Klimaatplan 2021–2030 en het nationale Klimaatakkoord: a. De broeikasgasuitstoot van landbouw en landgebruik moet ten opzichte van 2019 met minimaal 1,9 Mton CO2-equivalent (eq) worden verminderd in Gelderland en klimaatneutraliteit in 2050, waarvan de reductieopgave voor de landbouw van 0,7 Mton CO2-eq t.o.v. KEV2021 onderdeel vormt; b. Vastlegging van circa 0,05 Mton CO2 per jaar (extra) in minerale landbouwbodems in 2030.

De klimaatopgave voor de industrie uit ons Gelders Klimaatplan is onderdeel van de opgave energietransitie. 6. We sturen in de maatschappelijke opgaven op ruimtelijke samenhang. De ruimtelijke keuzes voor landbouw, natuur, water en klimaat wegen we in samenhang met de andere grote opgaven in het landelijk gebied zoals energietransitie, gezonde en veilige leefomgeving, leefbaarheid en verstedelijkingsontwikkeling van stad en land.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 3. Natura2000-beheerplannen en herstelprogramma's Natura2000gebied

Beheerplan in uitvoering

Beheerplan geactualiseerd of uitgewerkt

Bekendelle

2016-2022

Beheerplan 2023-2028 vastgesteld in 2023 Bekendelle (63) - Beheerplan Natura 2000gebied (gelderland.nl)https://media.gelderland.nl/B eheerplan_Natura_2000_Bekendelle_2016_ 2022_c549dff804.pdf

Korenburgerveen

2016-2022

Beheerplan 2023-2028 vastgesteld in 2023 Beheerplan Natura 2000-gebied Korenburgervee (gelderland.nl)

Stelkampsveld

2016-2022

Beheerplan 2023-2028 vastgesteld in 2023 Stelkampveld beheerplan Natura 2000-gebied (gelderland.nl)

Willinks Weust

2016-2022

Beheerplan 2023-2028 vastgesteld in 2023 Willinks Weust (62) - beheerplan Natura 2000-gebied (gelderland.nl)

Wooldse Veen

2016-2022

Beheerplan 2023-2028 vastgesteld in 2023 Wooldse Veen (64) - Beheerplan Natura 2000-gebied (gelderland.nl)

De Bruuk

2016-2022

Ontwerp beheerplan 2023-2028 gereed, vaststelling definitief plan in 2024 De Bruuk: een Natura2000-gebied bij Groesbeek (gelderland.nl)

Lingegebied-Diefdijk Zuid

2016-2022

Ontwerp beheerplan 2023-2028 gereed, vaststelling definitief plan in 2024 Natura2000-beheerplan Lingegebied_Diefdijk_Zuid_a82849d8c5.pdf (gelderland.nl)

Loevestein

2016-2022

Ontwerp beheerplan 2023-2028 gereed, vaststelling definitief plan in 2024 Loevestein, Pompveld, Kornsche Boezem (71) - Ontwerp-beheerplan Natura2000-gebied (gelderland.nl)

Landgoederen Brummen

2016-2022

Ontwerp beheerplan 2023-2028 gereed, vaststelling definitief plan in 2024 Landgoederen Brummen (58) - Ontwerpbeheerplan Natura2000-gebied (gelderland.nl)https://www.gelderland.nl/the mas/natuur/geldersenatuurgebieden/landgoederen-brummen

Veluwe

2019-2024

Beheerplan is verlengd met 6 jaar

Achterhoek en Liemers

Rivierengebied

Veluwe

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Natura 2000-beheerplan voor de Veluwe (gelderland.nl) Herstelprogramma vastgesteld in 2022: - recreatiezonering 2022-2027 22 700 503 Recreatiezoneringsplan Veluwe (gelderland.nl) Herstelprogramma’s vastgesteld in 2023: - bossen 2023-2028 Herstelprogramma voor bossen | Natura2000-Veluwe (gelderland.nl) - heide en stuifzanden 2023-2028 Herstelprogramma voor heide en stuifzand | Natura2000 Veluwe (gelderland.nl) - beken 2023-2028 Herstelprogramma's Beken (gelderland.nl) - vennen en venen 2023-2028 Herstelprogramma voor vennen en venen | Natura2000 Veluwe (gelderland.nl) Arkemheen

2016-2022

Concept-ontwerp beheerplan 2023-2028 gereed, vaststelling ontwerp-plan in 2024. Ontwerp-beheerplan Natura2000-gebied Arkemheen (56) (gelderland.nl)

2019-2024

Beheerplan is verlengd met 6 jaar. Beheerplan Natura2000 Rijntakken (038) (gelderland.nl)

De drie deelgebieden samen Rijntakken; delen in Veluwe, Achterhoek & Liemers en Rivierengebied

Tabel 3.1 Natura2000-beheerplannen en gebieden, waarvoor provincie Gelderland voortouwnemer is.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 4. Documenten van de provincie Gelderland die bouwstenen zijn voor het Programma Vitaal landelijk Gebied Gelderland Provincie Gelderland Te vinden op: www.gelderland.nl • • • • • • • • • • • • • • • •

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, 2018 Beleidsprogramma Klimaat, Samen naar een klimaatneutraal Gelderland, 2020 Regionaal waterprogramma 2021-2027 Uitvoeringsagenda Gelderse Maatregelen Stikstof 2021-2025, 2020 Vitaal en divers bos, Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos, 2020 Programma biodiversiteit, Strategie voor een Groener Gelderland, 2020 Toekomst voor de Gelderse boer 2021-2030. Kadernota Agrifood, 2021 Gelders Versnellingsvoorstel aan minister voor Natuur en Stikstof, met bijlagen, 2022 Samen slimmer en schoner Voortgangsrapportage Gelderse Maatregelen Stikstof 2021 – 2025 Panorama Gelderse Rivieren. Provinciaal Handelingsperspectief. september 2022 Revitaliseringsplan Gelderland, 2022 Samen werken we aan een klimaatneutraal Gelderland. Gelders Klimaatplan 2021-2030, 2022 Startnotitie Gebiedsaanpak Winterswijk Statenbrief Perspectief voor vitaal Gelders landelijk gebied, met bijlagen, 2022 Gelders Gebiedsplan Stikstofreductie en natuurverbetering, 2023 Dashboard Agrifood

Rijksoverheid Te vinden op: www.rijksoverheid.nl Ministerie Landbouw, natuur en Voedselkwaliteit • Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied NPLG, 2022 • Handreiking voor de gebiedsprogramma’s NPLG, 2023 • Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied NPLG, 2023 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat • Integraal Riviermanagement IRM • Programmatische Aanpak Grote Wateren PAGW • Water en bodem sturend, november 2022

Kennisdocumenten (bouwstenen) ontwikkeld voor het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland, Juli 2023 Te vinden op: www.gelderland.nl/projecten/vitaal-landelijk-gebied-gelderland/belangrijke-documenten

1. Provincie Gelderland, Natuurdoelanalyses voor de Natura2000-gebieden – uitgevoerd door Arcadis, maart/april 2023. 2. Provincie Gelderland, Vervolganalyses Natura2000-gebieden – opgesteld door Kleijberg ecologie, maart/april 2023. 3. WUR (E. Gies e.a.) , Integrale doorrekening doelen en doelbereik Gelderlandse deelgebieden voor landbouw op basis van indicatieve maatregelen voor stikstof, waterkwaliteit en klimaat, WUR, mei 2023, nr. 3261. 4. Tauw, Uitwerking mogelijke natuurmaatregelen omgeving Natura2000-gebieden, mei 2023. − Koepeldocument, 2023 − Deelgebiedsrapportages Uitwerking mogelijke natuurmaatregelen omgeving Natura2000-gebieden,

Gelderse Maatregelen Stikstof, 2023. 5. Provincie Gelderland, Pilotonderzoek Groen-blauwe dooradering, mei 2023. 6. DLV Advies, Landbouwperspectief provincie Gelderland, juni 2023.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

7. Provincie Gelderland, Water en bodem sturend in Gelderland, Provinciaal handelingsperspectief, 2022. 8. Provincie Gelderland, Grondwaterbeschermingsgebieden VLGG. 9. Waterbouwstenen van de provincie Gelderland en de waterschappen Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe en Rivierenland.

a. b. c. d. e. f.

Waterbouwsteen waterschap Rivierenland met 3 bijlagen Waterbouwsteen waterschap Vallei en Veluwe met 2 bijlagen Waterbouwsteen waterschap Rijn en IJssel kaderrichtlijn water samenvatting en basisrapport Waterbouwsteen waterschap Rijn en IJssel droogte achterhoek samenvatting en basisrapport Waterbouwsteen Water en Bodem Sturend Gelderland Waterbouwsteen Grondwaterbescherming.

Kennisdocumenten maart 2024 10. Het PON/Telos (A. van der Hout e.a.), Sociaaleconomische impactanalyse Provincie Gelderland, februari 2024

11. Aequator (T. Mous e.a.), Geschiktheid van de Gelderse landbouwbodems, nu en in de toekomst, maart 2024 12. NMI (G.H. Ros e.a.), Kwaliteit landbouwbodems Gelderland. Analyse van knelpunten en oplossingsrichtingen, Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, 2023. Kennisdocument dat in de loop van 2024 gereed komt •

WUR, Onderzoek grondwaterafhankelijke beken

Gemeenten en regio’s • VeluweAlliantie, Masterplan ‘IJsselvallei’, Op weg naar een vitaal, weerbaar en veelkleurig landschap voor

de westelijke IJsselvallei, november 2020. • •

GMR, Vervlochten regio: Groen-blauwe raamwerk Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, aug 2022. Overmorgen, Landelijk Gebiedsplan Noord Veluwe, juli 2023

•

Regio Foodvalley, concept Regionaal programma landelijk gebied, november 2023

Overige documenten • STOWA, Handreiking KRW-doelen, 2018. • H+N+S Witteveen+Bos, Het watersysteem in balans. Verkenning toekomstperspectief Achterhoek en Liemers, 2023. •

•

Kros, H., J. v. Os, J. C. Voogd, P. Groenendijk, C. v. Bruggen, R. t. Molder, et al. 2019. Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie: beschrijving mestverdelingsmodule INITIATOR versie 5. Wageningen Environmental Research, rapport 2939. https://edepot.wur.nl/474513). RTLG, Instrumentenkoffer landelijk gebied, Basisdocument, versie 1.0, februari 2024.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 5. Doelen Vogel en Habitatrichtlijn Uit: Ontwerp Nationaal Programma Landelijk gebied NPLG, 2023. Bijlage 2 Regionale verdeling van areaaluitbreiding natuurtypen per provincie (VHR-tabel)

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 6. Structurerende keuzen In het Ontwerp NPLG worden structurerende keuzen gemaakt. Het rijk vraagt van de provincies uitwerking te geven van deze structurerende keuzes. In dit VLGG hebben wij keuzes gemaakt die naar ons inzicht moeten bijdragen aan de realisatie van de doelen van voor natuur, water en bodem, klimaat en landbouw en zo bijdragen aan een vitaal landelijk gebied in Gelderland. In onderstaande tabel hebben wij in de eerste kolom de structurerende keuzen opgenomen zoals die zijn geformuleerd in het ontwerp-NPLG. In de tweede kolom hebben wij de keuzen weergegeven die in dit VLGG worden gemaakt. Structurerende keuze in het ontwerpNPLG van het Rijk

Invulling structurerende keuzes uit het ontwerp-NPLG in het programma VLGG

Overgangsgebieden

Het programma VLGG zet in op robuust systeemherstel

Overgangsgebieden zijn gebieden grenzend aan

voor natuurgebieden in combinatie met opgaven voor

Natura 2000-gebieden waarbinnen de

bodem, water en klimaat zoals water vasthouden. In het

activiteiten en het landgebruik zijn afgestemd

programma zijn de gebieden met gestapelde opgaven voor

op de instandhoudingsdoelen van het

natuur en water in de omgeving van de Natura2000-

aangrenzende Natura 2000-gebied. Opgaven

gebieden nader uitgewerkt. Hiervoor is gebruik gemaakt

voor natuur, water en klimaat zijn hier in

van de gebiedsgerichte uitwerking en de

samenhang met de landbouw uitgewerkt, zodat

landschapsecologische systeemanalyses (LESA’s) uit de

systeemherstel van het betreffende Natura

VLGG-kennisdocumenten (onder meer N2000-

2000-gebied gerealiseerd wordt.

beheerplannen, onderzoek natuurmaatregelen buiten N2000-gebieden en waterbouwstenen – zie Bijlage 4). In deze gebieden zijn gecombineerde maatregelen voor het versterken van biodiversiteit, water vasthouden en vruchtbare landbouwbodems zeer effectief en (kosten-) efficiënt. Ook is in het VLGG uitgewerkt dat maatregelen voor stikstofreductie tot 500 à 1.000 meter rond Natura2000gebieden extra effectief zijn omdat emissies vanuit deze gebieden in grote mate bij dragen aan de depositie in die gebieden. In de genoemde gebieden worden agrarische bedrijven gestimuleerd om emissies te reduceren en met gerichte, gebiedsspecifieke maatregelen de biodiversiteit te verhogen door onder meer aanleg van natuur- en landschapselementen, agrarisch natuurbeheer en/of natuurinclusieve landbouw. Zie paragrafen 3.2 en 3.3 van het programma.

Inpassing areaal agrarische natuur en nieuwe natuur

Nieuwe natuur en agrarische natuur wordt gepland op locaties die op fysisch-geografische, hydrologische en ecologische aspecten optimaal geschikt zijn voor het realiseren van het betreffende natuurdoeltype. Daarbij wordt rekening gehouden met: - de ruimtelijke natuur- en agrarische natuuropgave na 2030; - het beperken van randzones; - de mogelijkheden om ook bij te dragen aan aanpalende beleidsdoelen (bijvoorbeeld extensivering voor natuur- en stikstofdoelen in overgangsgebieden).

Zie bovenstaande toelichting op uitwerking robuust systeemherstel op basis van VLGG-kennisdocumenten. Voor het overbruggen van 30% van het verschil tussen de huidige staat van instandhouding (SvI) en de op termijn beoogde gunstige SvI is de totale opgave voor VHRdoelbereik in 2030, is door de provincie al in het GMS (2021) een opgave in hectares voor meer agrarische natuur en natuursoorten geformuleerd. In het VLGG gaan we voor dit doelbereik uit van de opgave in de VHR-tabel zoals opgenomen in het ontwerp NPLG. Voor Gelderland betekent dit een opgave van 15.300 ha agrarische natuur. Hierbij gaat het om beheerafspraken voor natuur op agrarische gronden. Daarnaast is er 2.172 ha nodig voor uitbreiding van diverse natuursoorten, zoals moeras, bos en

CONCEPT, maart 2024

Structurerende keuze in het ontwerpNPLG van het Rijk

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Invulling structurerende keuzes uit het ontwerp-NPLG in het programma VLGG heide. De realisatie van deze opgaven zal gefaseerd plaatsvinden. Zie paragraaf 3.2. en tabel 7 in Hoofdstuk 12.

Invulling 10% groen-blauwe dooradering

De voor groen-blauwe dooradering relevante bestaande

Groen-blauwe-dooradering sluit optimaal aan

landschapselementen zijn in 2023 in beeld gebracht (zie

op de bestaande fysische, geografische,

kennisdocument genoemd in Bijlage 4). Uitbreiding van

hydrologische en ecologische omstandigheden

groene en blauwe landschapselementen (dooradering)

van het gebied. Daarnaast voorziet het waar

draagt mede bij aan genoemde overbrugging van 30% in

mogelijk in verbindingen tussen punt-, lijn- en

2030 van het VHR-doelbereik. Conform de VHR-tabel uit

vlakelementen om een ecologische en

het ontwerp-NPLG is de opgave voor Gelderland om 3.200

landschappelijke basiskwaliteit in het landelijk

ha aan extra dooradering te realiseren. Daarnaast werken

gebied te creëren, tussen bestaande

we waar nodig aan kwaliteitsverbetering van de ecologische

natuurgebieden van het Natuur Netwerk

waarde van bestaande landschapselementen die op dit

Nederland (NNN) en met het groen-blauwe

moment gemiddeld 7,5% van het Gelders landelijk gebied

netwerk in stedelijk gebied.

beslaan. De realisatie van deze opgaven zal gefaseerd plaatsvinden. Zie paragraaf 3.2 en Tabel 7 in hoofdstuk 12.

Water en bodem sturend

Principes uit kamerbrief Water en bodem sturend van 25 november 2022 - Water langer vasthouden en minder snel afvoeren. - Verhogen grondwaterpeilen. - Grootschalig herstel beekdalen. - Beperken grondwateronttrekkingen rond natura2000-gebieden. - In laagveengebieden bewegen grondwaterstand van 20 tot 40 cm onder maaiveld.

- Voor de Achterhoek, op zandgronden rond de Veluwe en de stuwwal Nijmegen zijn in dit VLGG opgaven opgenomen voor water vasthouden en minder snel afvoeren van water via sloten, beken en rivieren. Er is een opgave voor 2035 van 15.290 ha voor aangepast landbouwkundig gebruik of aangepast landgebruik of landinrichting. Voor 2050 is de opgave 45.700 ha. Daarbij is het streven om de grondwatervoorraad met 100 mm te vergroten. Dit kan door verhoging van het grondwaterpeil met gemiddeld 40 cm in het voorjaar. Zie kennisdocumenten voor water, genoemd in Bijlage 4. De werkelijke verhoging hangt af van de fysisch geografische omstandigheden in een gebied. Vergroting van de grondwatervoorraad is nodig in grote delen van Achterhoek en Liemers en in de Valleien rond de Veluwe en rond de stuwwal Nijmegen. - Dit VLGG bevat opgaven voor beekdalherstel op hoge zandgronden voor beken in de Gelderse vallei, NoordVeluwe, IJsselvallei en Veluwezoom, de Achterhoek en in het oostelijk deel van het Rivierengebied. In het deelgebied Veluwe en Valleien gaat het om: Hierdense beek, Schuitenbeek en Veldbeek, Esvelder beek, Barneveldse beek, Modderbeek, Moorsterbeek, Lunterense beek, Heelsumse beek en Voorsterbeek. In Achterhoek en Liemers betreft het: Groenlose Slinge, Baakse beek, Bovenslinge, Ratumse beek/Willinkbeek en Ramsbeek in de Achterhoek.

In het rivierengebied, tenslotte gaat het om: Groesbeekse beek, Citters en Bloemers. De ruimtevraag voor deze opgave wordt nog in beeld gebracht. - Bij beek- en beekdalherstel en bij aanpassing van agrarisch grondgebruik of herinrichting van gronden zal ook ruimte worden gezocht op berging van water bij piekbuien en voor de extra opgave vanuit water vasthouden.

CONCEPT, maart 2024

Structurerende keuze in het ontwerpNPLG van het Rijk

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Invulling structurerende keuzes uit het ontwerp-NPLG in het programma VLGG - Voor deelgebied Achterhoek zijn er voor individuele beregening in de directe omgeving van N2000 gebieden maatregelen genomen. Reductie van effecten van drinkwaterwinning maakt deel uit van de droogteaanpak. Voor het grondwatersysteem Veluwe zijn maatregelen en strategie onderdeel van de adaptieve strategie drinkwater Gelderland. Voor deelgebied Rivierenland zijn de effecten van de beregening rond de Bruuk in beeld gebracht en er is een traject voor klimaatadaptatie voor de Stuwwal Nijmegen in voorbereiding. Zie paragraaf 3.4.

Zorgvuldig omgaan met areaal landbouwgrond.

Van het vrijkomend areaal landbouwgronden als gevolg

Bij het vormgeven van gebiedsprogramma’s

DLV Advies 28.000 ha, zal het grootste deel beschikbaar

wordt bij beoogde functieverandering van

blijven voor ontwikkeling van blijvende boeren: voor

agrarische grond een zorgvuldige afweging

verbreding van de agrarische bedrijfsvoering en voor

gemaakt. Eventuele functiewijzigingen van

overige aanpassing, zoals extensivering van de agrarische

landbouwgrond worden gemotiveerd aan de

bedrijfsvoering. Er is voor dit VLGG in kaart gebracht wat

hand van het afwegingskader. Toepassing van

de kwaliteit van de landbouwgronden is. Waardevolle

het kader vergt een indeling op provinciaal

landbouwgronden zullen zoveel mogelijk beschikbaar

niveau van de drie gebiedstypen die het

blijven voor de landbouw. Kennis over en maatregelen

afwegingskader hanteert.

voor duurzaam bodembeheer worden gestimuleerd.

van vrijwillige bedrijfsbeëindigingen van naar schatting van

Zie paragraaf 3.1 en 3.4.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 7. Ontwikkelingen en perspectief landbouwsectoren Circa 48 % van Gelderland is agrarisch gebied. De Gelderse land- en tuinbouw bestaat anno 2022 uit circa 8600 bedrijven, heeft ruim 230.ooo ha grond in gebruik en biedt directe werkgelegenheid aan ruim 25.000 mensen. Vrijwel alle agrarische sectoren zijn in Gelderland aanwezig. Het gaat om circa: • • • • • •

4500 rundveebedrijven, waaronder 2800 bedrijven met melkvee (of 2170 melkveebedrijven) en 576 vleeskalverbedrijven of 670 bedrijven met vleeskalveren; 1600 akkerbouwbedrijven 0f 2430 bedrijven met akkerbouw 490 varkenshouderijen, (of 750 bedrijven met varkens) waarvan 110 fokzeugbedrijven, 280 vleesvarkensbedrijven en 100 overige varkensbedrijven; 90 geiten bedrijven of 625 bedrijven met geiten; 360 pluimveehouderijen, waarvan 60 vleeskuikenbedrijven en 200 leghennenbedrijven en 100 overig (o.a. eenden en kalkoenen) 660 tuinbouwbedrijven (open grond, bloembollen, snijbloemen, laanbomenteelt, glastuinbouw en champignonteelt).

Er zijn ruim 380 biologische bedrijven, 2700 bedrijven met nevenactiviteiten en 1150 bedrijven met afzet in de korte keten. Melkveehouderij

• • • • • • •

Situatie nu (2022)

Ontwikkeling Autonoom resp. VLGG

Bedrijven: 2800 Dieren: 376.000 66% heeft 50-150 melkkoeien 120 bedrijven > 200 melkkoeien Gem. leeftijd (Gld): 55 jr. Opvolger (Gld) 47% van leeftijd => 50 jaar Tradit. stal: 81%

• • • •

Bedrijven 1500 – 1150 (- 54%) Dieren 170.000 – 146.000 (- 36%) Vrijkomende grond: 38.300 ha Geen groei meer

Kansen • • • • •

Potentie stalverbetering Opkoop stoppers Vrijkomende grond voor een groot deel agrarisch houden Omschakelen naar ruwvoer/akkerbouw Doelsturing

Maatregelen • • • • • • • • • • •

Kringloopwijzer als borging Managementmaatregelen (rantsoen, toevoegingen mest, sensoren) Investeringen (technieken, salderen, mestvergisting, vermarkten) Systeem (concepten, beloningen) Natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer (ANLb, extensiveren) Grond verkavelen/toedelen (vooral in gebieden aangrenzend aan Natura2000-gebieden i.c.m. opkoop) Marktwerking bevorderen, ook vermarkten emissiewinst Bouwblokregelgeving Vergunnen passende maatregel Kennisbevordering/studiekring Eigen ruwvoer, meer weidegang

VLGG-deelgebieden Achterhoek: • 50% melkvee • Zet in op management, systeem, extensiveren, grond, stallen Veluwe: • 30% melkvee, • helft bedrijven < 75 melkkoeien, • Zet in op opkoop en extensivering (grond) in randzones, investeren (stallen) Rivierenland: • 20% melkvee.

CONCEPT, maart 2024

Kalverhouderij

Situatie nu (2022)

• • • • • • • • •

Bedrijven: 670 Dieren: .478.000 90% op de Veluwe Sinds 2010 sterke groei 90% in traditionele stallen 10% heeft luchtwasser Gem. leeftijd (Gld): 3 jr. Opvolger (Gld): 30% van leeftijd > 50 jaar Tradit. stal: 81%

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Ontwikkeling Autonoom resp. VLGG • • •

Bedrijven 550 – 280 (60%) Dieren 483.000 – 353.000 (- 28%) Geen groei in Gld meer verwacht, deel gaat naar elders

Kansen • • • • • • • •

Varkenshouderij

Situatie nu (2022)

• • • • •

• • • • • •

Fokzeugenbedrijven: 110 Vleesvarkensbedr.: 280 Overige varkensbedrijven 100 Varkens: 1.770.000 Elke 10 jaar halveert het aantal bedrijven, aantal dieren -20%, vooral minder zeugen Vooral kleine bedrijven zijn gestopt Trend: zijwaarts uitbreiden (stallen elders overnemen) Nog 20-30% zit in traditionele stallen Dit komt door Besluit emissiearme Huisvesting Gem. leeftijd (Gld): 55 jr. Opvolger: (Gld) 30% van leeftijd => 50 jaar

Ontwikkeling AO resp. VLGG • • • • •

Zeugenbedrijven 190 - 160 (- 30%) Vleesvarkensbedr. 390 – 290 (- 44%) Aantal zeugen 95.000 – 88.000 (- 20%) Aantal vleesvarkens 655.000 – 585.000 (- 19%) Geen groei in Gld meer

Grote potentie stalverbetering, voor luchtwassers Opkoop stoppers Nog te ontwikkelen bronmaatregelen Goed combineerbaar met andere baan Integratie: ketenspelers kunnen helpen Geen productierechten Tweede tak recreatie (of functieverandering) Verplaatsen

Maatregelen • •

Opkoop traditionele bedrijven Investeringen (luchtwas- en brontechnieken, salderen, vermarkten) Managementmaatregelen (rantsoen, stalhygiëne, sensoren) Systeem (korte ketenconcepten) Marktwerking emissies Bouwblokregelgeving

• • • • •

Kansen • • • • • •

Ondanks Beh nog potentie stalverbetering, voor luchtwassers (nu pas 35%) Opkoop stoppers Bronmaatregelen Potentie mestvergisting/energieopwekking/groengas Wat doen met de ‘horizontale uitbreiding’ Verplaatsen

• • • • • • •

VLGG-deelgebieden Veluwe: • 90% van de kalverhouderijen

Maatregelen

VLGG-deelgebieden

Opkoop traditionele bedrijven Investeringen (luchtwas- en brontechnieken, mestscheiding, mestvergisting, salderen, vermarkten) Dierwelzijnsmaatregelen, bijv. keurmerk. Managementmaatregelen (voer, reststromen, sensoren) Systeem (korte ketenconcepten) Sluiten dierketen Bouwblokregelgeving gericht op schaalvergroting en sluiten van ketens

Achterhoek: • 50% van de zeugen, >50% van de vleesvarkens • Veluwe: 32% van de gehele varkensstapel, kleinere bedrijven dan elders • Rivierengebied: grotere zeugenbedrijven, • en Achterhoek: elk nog 25%.

CONCEPT, maart 2024

Pluimveehouderij

Situatie nu (2022)

• • • • •

• • •

Vleeskuikenbedr (incl. ouderdieren): 120 Leghennenbedrijven: 295 Aantal vleeskuikens/o.d.: 5,7 mln Aantal leghennen: 11,35 mln Aantal leghennen afgenomen (door legbatterijverbod), aantal vleeskuikens licht toegenomen, aantal vleeskuikenbedrijven ook toegenomen, naar BLK en minder dieren per bedrijf (traag groeiend). Al 93% legsector in emissiearme stal Gem. leeftijd (Gld): 57 jr. Opvolger (Gld) 24%

Akkerbouw

Situatie nu (2022)

• • • • • • •

Bedrijven 2400 Oppervlakte 26.000 ha 1600 hoofdbedrijven akkerbouw, daar gemiddeld 20 ha Dus vaak neventak Areaal aardappels nam toe, areaal granen nam af en stijgt de laatste jaren weer Leeftijd (Gld) 61 jr. Opvolger (Gld) 21 %

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Ontwikkeling AO resp. VLGG •

•

Afname vleeskuikenbedr.: 24%, afname leghennenbedrijven: 31%, toename vleeskuikens/o.d.: 6%, afname leghennen: 29%. Weinig schaalvergroting, wel omschakeling Beter Leven (BLK)

Ontwikkeling AO resp. VLGG • • • • • •

Kansen

Aantal bedrijven neemt af Oudere bedrijfshoofden, weinig opvolgers Areaal gaat toenemen, ook deel stoppende veehouders wordt akkerbouw Door toenemende droogte Achterhoek meer granen, aardappels met beregening Zonder extra inzet (op keten en afname) geen groei biobased of eiwitgewassen VLGG moet zorgen voor inzet op waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie

• • •

Maatregelen

Beëindiging stoppers Warmtewisselaar vleeskuikensector Bronmaatregelen fijnstof

• • • • • • •

Kansen • • •

Koppelingen zoeken met ontwikkelingen in de veehouderij Ecosysteemdiensten zijn een kans Water vasthouden in de Achterhoek voor aardappelteelt

Opkoop bedrijven Investeringen (stalsystemen) Dierwelzijnsmaatregelen, bijv. BLK. Managementmaatregelen (voer, sensoren) Systeem (korte ketenconcepten) Bouwblokregelgeving (BLK, vrije uitloop) Verplaatsen

Matregelen • • • • • • • • • • •

Deelgebieden

Water vasthouden (stuwtjes), peilgestuurde drainage Bodemvochtsensoren (aardappelen) Waterinfiltratie (vanaf verhard oppervlak) Bufferstroken (GLB ‘goud’), langjarige vergoeding Precisietechnieken, mechanische onkruidbestrijding (innovatiestimulering) Wasplaatsen Maximale grondbedekking (bijv. vanggewassen) Niet-kerende grondbewerking Carbon farming (org mest), Toepassen RENURE Leveren aan veehouderij (kringloop) Grondbeschikbaarheid

Veluwe: • 80% van de leghennenbedrijven • 59% van de vleeskuikenbedrijven Achterhoek: • Slechts 7% van de leghenbedrijven • 25% van de vleeskuikenbedrijven Rivierenland • 10% leghenbedrijven, gemiddeld heel groot • 14% van de vleeskuikenbedrijven, ook relatief groot.

Deelgebieden Achterhoek: • Helft van alle akkerbouwbedrijven (1290) • Bijna 13.000 ha akkerbouw • 50% granen, dan consumptie-en pootaardappelen Veluwe: • Bijna 5000 ha akkerbouw, 538 bedrijven, gem. 8,8 ha • 55% granen. Rivierenland: • Ruim 8000 ha akkerbouw, kwart van de bedrijven • 55% granen, dan suikerbieten en consumptieaardappelen.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Tuinbouw open grond: fruitteelt, boomkwekerij, vaste planten, overig tuinbouw open grond Situatie nu (2022)

• • • • • • • •

Bedrijven ruim 1390 Oppervlakte 9.700 ha Gemiddeld open grond: 7 ha Gemiddeld fruitteelt 11,5 ha. Rentabiliteit fruit < 100% Rentabiliteit boomkweek > 100%, dus groei Gem. leeftijd bedrijfshoofd (Gld) 52 jr. Opvolger (Gld) 15 %

Ontwikkeling AO resp. VLGG • • • • • •

Fruitteelt krimpt in bedrijven met wel 40% door pensionering, in areaal met hooguit 10% Meer perenteelt Boomteelt groeit, maar kan ook elders buiten Gld gaan groeien Vollegrondsgroenten: schaalvergroting, maar kleinere gaan intensiveren VLGG moet zorgen voor inzet op waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie

Kansen

• • •

Koppelingen zoeken met ontwikkelingen in de veehouderij Ecosysteemdiensten zijn een kans Innovaties nodig voor waterbeschikbaarheid i.v.m. toekomstige uitbreiding waterwinning

• • • • • • • • • • • • • •

Maatregelen

Druppelirrigatie en fertigatie, bodemvochtsensoren peilgestuurde drainage Stuwtjes Bufferstroken, strokenteelt Precisietechnieken, mechanische onkruidbestrijding (innovatiestimulering) Wasplaatsen Ecosysteemdiensten langjarige vergoeding Groene gewasbescherming Maximale grondbedekking (bijv. vanggewassen) Niet-kerende grondbewerking Carbon farming (org mest) Toepassen RENURE Grondbeschikbaarheid Transitie- of risicogarantiefonds voor telers die experimenteren met bijvoorbeeld groene gewasbescherming Kennisdeling, o.a. biodiversiteit

Deelgebieden Achterhoek: • Bijna 700 ha tuinbouw open grond, 110 fruitbedrijven, 39 bedrijven met bloembollen en knollen, 61 groenten • 33% boomkwekerij/vaste planten, 26% bloembollen Veluwe: • Bijna 850 ha tuinbouw, 81 fruitbedrijven, 52 tuinbouwbedrijven, 16 bollen en knollen • 63% boomkwekerij/vaste planten. Rivierenland: • Ruim 8000 ha tuinbouw open grond, 600 fruitbedrijven, • 70% fruit, 25% boomkwekerij/vaste planten

CONCEPT, maart 2024

Glastuinbouw

Situatie nu (2022)

• • • • •

• • •

Bedrijven 357 Aantal bedrijven nam in 12 tijd met 41% af Areaal glastuinbouw steeg met 12% Gem. oppervlakte nam toe van 1,1 naar 2,1 ha Rentabiliteit goed, echter grote verschillen in inkomen per arbeidskracht afhankelijk van omvang Rentabiliteit > 100%, dus groei Leeftijd bedrijfshoofd (Gld) 53 jr. Opvolger (Gld) 6 %

Ontwikkeling AO resp. VLGG • • • •

Glastuinbouw blijft onder 10.000 ha Wel minder bedrijven, die groter worden. Doorontwikkeling in de energietransitie VLGG moet zorgen voor inzet op waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie

Paddestoelenbedrijven

Situatie nu (2022)

• • • • • •

Bedrijven: nog 30 Aantal bedrijven nam in 12 jaar tijd met 46% af Areaal champignons steeg met 23% Bijna een derde van de champignonbedrijven in Nederland staat in Gelderland Gem. oppervlakte verdubbelde naar 0,6 ha Gemiddelde leeftijd bedrijfshoofd 53 jaar

Ontwikkeling AO resp. VLGG • • •

Aantal bedrijven en areaal blijft gelijk Sector kan concurrentie met o.a. Polen aan.

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Kansen •

Maatregelen •

Bijdragen aan reductie broeikasgasemissies en energietransitie. Aanpassingen energieinfrastructuur (zoals elektriciteitsnetten, waterstofleidingen en biogas) in Rivierenland

•

• • •

Kansen • • • • •

Potentie stalverbetering Beëindiging stoppers Vrijkomende grond agrarisch houden Omschakelen naar ruwvoer/akkerbouw Doelsturing

Maatregelen voor klimaatneutraliteit (CO2-opname, all electric, waterstof, geothermie, warmtenetten, MTO/HTO, batterijen). Toepassing biogas Problematiek rondom brijn (restproduct van gereinigd water) oplossen Kennisdeling, o.a. biodiversiteit

Deelgebieden Achterhoek: • Bijna 27 ha glastuinbouw, 32 bedrijven • 80% bloemkwekerij Veluwe: • Bijna 45 ha glastuinbouw, 46 bedrijven • Ruim 50% bloemkwekerijgewassen, 33% boomkwekerij en vaste planten. Rivierenland: • Ruim 672 ha glastuinbouwgem. 2.4 ha gem, (glasgroenten: 4 ha) • Ruim 60% bloemkwekerijgewassen, ruim 25% glasgroenten

Maatregelen • •

Aanpassingen energie-infrastructuur (zoals elektriciteitsnetten, waterstofleidingen en biogas) in Rivierenland Uitwisselen warmte van glastuinbouwbedrijven

Deelgebieden Rivierenland: • 27 van de 30 paddestoelenbedrijven

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 8. Maatregelen duurzaam bodembeheer In een recente studie over de bodemkwaliteit van landbouwbodems in Gelderland (Nutriënten Management Instituut (NMI) WUR 2023, in bewerking) is gekeken naar de bodemkwaliteit voor het leveren van vijf ecosysteemdiensten: primaire productie van landbouwgewassen, waterregulatie en zelfreinigend vermogen van de bodem, koolstofvastlegging en klimaatregulatie, bodembiodiversiteit en habitatvoorziening en faciliteren van de nutriëntenkringloop. Daarbij is gekeken naar chemische, fysische en biologische aspecten van de bodemkwaliteit. Op basis daarvan blijkt dat er binnen de provincie Gelderland nog verschillende mogelijkheden liggen tot verbeteringen van de bodemkwaliteit. Maatregelen voor duurzaam bodembeheer Het duurzaam beheren van landbouwbodems vormt de basis voor toekomstbestendige landbouw. Daarnaast is het een voorwaarde voor het realiseren van verschillende opgaven zoals voedselzekerheid en -kwaliteit, klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit. Duurzaam bodembeheer wordt hierbij gedefinieerd als “als beheer waarmee de ondersteunende, voorzienende, regulerende en culturele diensten die door de bodem worden geleverd, worden gehandhaafd of verbeterd zonder de bodemfuncties die deze diensten mogelijk maken of de biodiversiteit significant te schaden.

Het evenwicht tussen de ondersteunende en bevoorradingsdiensten voor plantaardige productie en de regulerende diensten die de bodem levert voor waterkwaliteit en beschikbaarheid en voor de samenstelling van broeikasgassen in de atmosfeer is een bijzondere zorg.

Maatregel

Ruimer bouwplan Breng nutriënten en pH op orde Wisselteelt 60-20-20 Akkerranden Groenbemesters Aanvoer extra organische stof (compost en vaste mest) Voorkom verdichting met tijdstip/ aanpassing machines/ rijpaden Peilgestuurde drainage Minimale grondbewerking Klei op zand aanbrengen

-

Waterregulatie en Zelfreinigend Vermogen +

Koolstofvastlegging en Klimaatregulatie +

+

+

0

-

+

+

+

+

+

+

-

0

0/+

+

0

+

+

+

+/-

+

0

0/-

+

+

+

+

+

0

0

+

0

+

0

0/-

0

0/-

0

0/+

0/+

0

0/+

0/+

-/+

+

+

Primaire Productie

BodemFaciliteiten biodiversiteit nutriëntenen habitatkringloop voorziening + +

CONCEPT, maart 2024

Maatregel

Teelt vroegrijpe gewassen/rassen i.c.m. vanggewas Gewasresten achterlaten (stro) Leeftijd grasland verhogen Maximaal aandeel blijvend grasland

Vitaal landelijk gebied Gelderland

-

Waterregulatie en Zelfreinigend Vermogen +

Koolstofvastlegging en Klimaatregulatie +

0

0/+

-/+

0/+

+

-/+

-/+

-/+

-/+

+

-/+

-/+

+

+

+

Primaire Productie

BodemFaciliteiten biodiversiteit nutriëntenen habitatkringloop voorziening ? +

Tabel 8.1 Maatregelen verbetering landbouwbodems

Deze tabel bevat een selectie van mogelijke maatregelen. Uitgebreidere overzichten zijn te vinden in: • Herbers e.a. 2023: Impact van koolstofmaatregelen op regioniveau, een scenariostudie naar de mogelijkheden per provincie, Louis Bolk Instituut, nummer 2023-012 LbP 2023 • De Haan e.a., 2023: Overzicht maatregelen duurzaam bodembeheer, Wageningen University & Research, rapport WPR-OT 988, januari 2023.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 9. Metrokaart programmering en realisatie Algemeen: Werkproces van programmeren en uitvoeren door de provincie Gelderland. Toelichting op de Metrokaart Aan het begin van de fase programmeren (blauwe vlak) hebben wij en onze partners overleg en werken actief samen in de totstandkoming van de Preverkenning of het Regio arrangement. Met onze partners spreken we vooraf af of ze een rol hebben en welke. Met de partners maken we ook een afspraak over de aanpak (intentieovereenkomst). Na de Preverkenning en/of Regio arrangement spreken we met onze partners af of we doorgaan richting een Verkenning/Gebiedsplan. En zo ja, wie dit plan trekt en wat de inbreng van de partners is. De partij die het plan trekt bepaalt het werkproces. Bij de afronding van Verkenning/Gebiedsplan maken we met partners afspraken over de verdere planvoorbereiding en -uitwerking, contractvorming en uitvoering (realisatieovereenkomst).

Figuur 9.1 Metrokaart Pre verkenning/Regio arrangement Een Pre verkenning of Regio arrangement geeft voor een potentieel traject, gebiedsontwikkeling, proces of project(en) inzicht in de knelpunten, problemen en kansen die er binnen dat potentiële traject, gebiedsontwikkeling, proces of project(en) ontstaan en de mogelijke oplossingsrichtingen voor die knelpunten en of er geld beschikbaar is of komt om de knelpunten aan te pakken. Ook eventuele partners kunnen hierbij in beeld komen. In de pre-verkenning wordt rekening gehouden met kaders en randvoorwaarden en toekomstig beleid. Tot slot geeft de pre-verkenning inzicht in ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied, inzicht in het (mogelijk) in te zetten instrumentarium (o.a. planologische instrumenten, grond en vastgoed) en worden de belangrijke stakeholders in beeld gebracht. Startbeslissing De pre-verkenning eindigt en het vraagstuk wordt doorgezet naar verkenningsfase als er op drie vragen een positief antwoord is gegeven: 1 Is er een probleem? 2 Is er urgentie? 3 Is er zicht op realisatie (is er voldoende capaciteit en/of zijn er voldoende financiële middelen, dan wel een reële inschatting dat deze middelen er ook gaan komen)? In deze fase volgt er een besluit: ja of nee doorgaan. Bij ja, volgt de verkenning.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Verkenning/Gebiedsplan In de verkenningsfase wordt, op basis van de scope die aan het einde van de Pre verkenning is vastgesteld, onderzocht welke realistische en haalbare maatregelen denkbaar zijn om de knelpunten binnen deze scope op te lossen. Voor iedere oplossing worden de verwachte kosten, de mogelijke uitvoerende partij, de eventuele wijze van aanbesteding en indien van toepassing de specifieke uitwerking van participatie (stakeholders) en communicatie in beeld gebracht. De Verkenning eindigt per scopeonderdeel met een onderbouwd advies over de voorkeursvariant (het meest efficiënte en effectieve maatregelpakket). Iedere fase eindigt met een weloverwogen besluit om al dan niet samen met eventuele partners verder te gaan en onder welke condities. Daarna volgt de verdere planuitwerking en vervolgens de realisatie van het project of de gebiedsontwikkeling. Het kan zijn dat dit ook samen met of door partners gebeurt.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 10. Instrumenten Basisdocument Instrumentenkoffer Overzicht instrumenten voor uitvoering NPLG en provinciale programma’s

R = Rijk P = Provincie W = Waterschap G = gemeente

1 2

Financieel en economisch instrumentarium Ecoregeling (GLB) LBV Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties

R

3

LBV+ Landelijke Beëindigingsregeling veehouderijlocaties-plus

R

4

MGAB Maatregel Gerichte Aankoop en Beëindiging veehouderijen

RP

5 6 7 8 9 10 11 12

Productieve investeringen voor bedrijfs- modernisering (GLB) Niet-productieve investeringen op landbouw- bedrijven (GLB) Impulsregeling Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) NSW Regelingen Natuurschoonwet HMV Subsidieregeling hoogwaardige mestverwerking Subsidieregeling afbouw derogatie/behoud grasland Borgstellings- krediet voor de Landbouw Plus (BL Plus) Verplaatsingsregeling

R R R R R R R RP

13

Subsidie- verordening Natuur- en landschapsbeheer (SVNL) – onderdeel Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb)

P

14

Subsidie- verordening Natuur- en landschapsbeheer (SVNL) – onderdeel natuur

P

15

Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL)

P

16

KPI's Subsidie verduurzaming bedrijfsvoering middels kritische prestatie indicatoren

PW

Subsidie voor groen-blauwe diensten Investeringsfonds duurzame landbouw (IDL) Overige subsidies

PGW R RPWG

1 2 3 4 5 6 7 8

Grond Instrumentarium Wettelijke herverkaveling Vrijwillige kavelruil Grondverwerving/ Verkoop grond Verkoop/ Verpachting grond onder voorwaarden Functiewijziging & afwaardering grond Onteigening Toepassen voorkeursrecht Grondbank

P RPGW RPGW RPGW RPGW RPG RPGW PR

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Juridisch Instrumentarium Omgevingsverordening Waterschapsverordening Omgevingsplan Projectbesluit Peilbesluit Omgevingsvergunning Programma Rood-voor-rood Gedoogplicht

P W G RPW WR RPGW RPGW PG RPGW

1 2

Kennis & Innovatie Coaching & Advisering Fieldlabs

RP R

17 18

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

3 4 5 6 7

GLB-kennisvouchers Demonstratie- bedrijven EIP Subsidie samenwerken aan innovatie (GLB) Keukentafel- gesprekken Participatieve monitoring

R RW R GP WPG

1 2 3 4

Samenwerking & Organisatie Gebiedsgerichte aanpak Stikstofbank LEADER (GLB) Gebiedscoöperaties

RPGW PR P GP

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 11. Instrumenten actief grondbeleid In deze bijlage een korte toelichting bij verschillende instrumenten die kunnen worden ingezet bij actief grondbeleid voor de realisatie van VLGG-doelen. 1. Aankoop gronden Overheden kunnen om meerdere redenen grond aan- en verkopen. Bijvoorbeeld voor de directe realisatie van een van de doelen van het VLGG of de inzet als ruilgrond in een kavelruilproces of wettelijke herverkaveling. Aankoop vindt plaats op basis van vrijwilligheid en tegen marktconforme afspraken (aankoopprijs en voorwaarden). Onderdeel hiervan is dat het voor een overheid niet mogelijk is om via de prijs andere kosten (inkomen, schades, bijkomende kosten, etc.) dan de waarde van de grond te vergoeden. 2. Verkoop gronden Verkopen van gronden vinden via een openbaar proces plaats, waarbij het mogelijk is om naast prijs ook andere criteria te hanteren om tot selectie van een koper te komen. Net als aankopen vinden verkopen plaats tegen marktconforme afspraken (verkoopprijs en voorwaarden). Waar gronden verkocht worden na of ten behoeve van realisatie van doelen (natuur, water, extensivering, etc.) zal dit doel voor de toekomst geborgd worden. 3.

Verpachting gronden Zolang een overheid eigenaar is van gronden kan zij deze in gebruik geven aan marktpartijen waarbij er voorwaarden gesteld kunnen worden aan het beheer (bijvoorbeeld een duurzame agrarische bedrijfsvoering of natuurbeheer). Op deze manier kan al toegewerkt worden naar de (toekomstig) te realiseren doelen in een gebied. Uitgifte van grond voor marktconforme afspraken gebeurt via een openbaar proces waarbij de overheid criteria mag hanteren om tot een selectie van gebruiker(s) te komen. 4. Kavelruil (afdeling 12.6 Omgevingswet) Bij een (vrijwillige) kavelruil komen meerdere eigenaren op vrijwillige basis overeen om gronden te ruilen. Een kavelruil kan het karakter hebben van een eenvoudige grondruil tussen enkele eigenaren maar ook vorm aannemen van een meer planmatige kavelruil, gestimuleerd door de overheid en waarbij die overheid zorgt voor de beschikbaarheid van ruilgrond. Verder kan de overheid door het vergoeden (via subsidies of anderszins) van proces-, ruil-, notaris- en kadasterkosten kavelruil stimuleren. Bij een kavelruil is de koper veelal geen overdrachtsbelasting verschuldigd. 5. Herverkaveling (afdeling 12.4 Omgevingswet) Een wettelijke herverkaveling is onderdeel van een landinrichting waartoe Gedeputeerde Staten heeft besloten. Op basis van een vastgesteld inrichtingsprogramma kan een verplichte herverkaveling plaats vinden.

Omdat iedereen die grond inbrengt recht heeft op toedeling van vervangende grond (niemand gaat er als gevolg van het ruilproces op achteruit), is de beschikbaarheid van voldoende ruilgrond essentieel. Veelal verwerft de overheid deze ruilgrond. Er geldt een hoge mate van rechtsbescherming en tijdens het proces bestaan er verschillende participatiemogelijkheden. 6. Functiewijziging en afwaardering grond De gebruiksfunctie en bestemming van een perceel grond kan op basis van vrijwilligheid gewijzigd worden. Hierdoor daalt doorgaans de waarde van de grond, hiervoor kan de grondeigenaar financieel worden gecompenseerd. Voor de realisatie van natuurdoelen is hiervoor, o.a. functieverandering ten behoeve van het GNN, subsidie beschikbaar. Het is denkbaar dat vergelijkbaar subsidie instrumentarium wordt uitgewerkt voor de realisatie van andere doelen. Bij een meer dwingende inzet van

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

functieverandering (bijvoorbeeld via een omgevingsverordening of projectbesluit) heeft de eigenaar recht op nadeelcompensatie (afdeling 15.1 Omgevingswet). 7. Onteigening (hoofdstuk 11 Omgevingswet) Onteigening is de gedwongen overdracht van het eigendomsrecht van particulieren aan de overheid. Onteigening is mogelijk als de bestaande functie en gebruik niet in overeenstemming is met de beoogde toekomstige functie en gebruik zoals aangegeven in een omgevingsplan, in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Onteigening vindt in beginsel plaats door de overheid die het plan op basis waarvan onteigend kan worden heeft vastgesteld. Onteigening kan alleen ingezet worden als er geen andere oplossingen zijn en er duidelijk kan worden aangetoond dat er geen alternatieven zijn. De overheid moet daarbij meer dan voldoende hebben geprobeerd de grond te verkrijgen via zogenaamde minnelijke verwerving. Bij onteigening van onroerende zaken wordt uitgegaan van volledige schadeloosstelling waarbij er, in tegenstelling tot vrijwillige verwerving, wel ruimte is voor het vergoeden van inkomstenderving, financieringsschade en/of andere kosten. 8. Grondbank Een grondbank (nationaal, provinciaal of op gebiedsniveau) is strikt genomen niet een apart grondinstrument.

Het is een vorm van financiering van grondaankopen waarbij overheden aan de voorkant aangeven hoelang aankopen gefinancierd kunnen blijven, voor welke doelen gekocht kan worden en tegen welke voorwaarden gronden verkocht of geruild kunnen worden. Het door Provinciale Staten beschikbaar gestelde Investeringskrediet strategische grondaankopen Kavelruil (PS2013-930) is aan te merken als grondbank. Hetzelfde geld natuurlijk voor de Nationale grondbank van het Rijk, maar niet voor provinciale Grondbank anticiperende aankopen. 9. Voorkeursrecht (hoofdstuk 9 Omgevingswet) Na de vestiging van een voorkeursrecht door een overheid zijn grondeigenaren verplicht om als ze willen verkopen de grond eerst aan de betreffende overheid aan te beiden. Dit werk als een soort 'recht van eerste koop' voor die overheid. Met dit instrument verstevigt de overheid haar positie op de grondmarkt en gaat grondspeculatie tegen. Dit instrument kan echter alleen ingezet worden als er plannen zijn om de functie en gebruik van de betreffende grond te veranderen, bijvoorbeeld van agrarisch naar wonen. Als er geen sprake is van die functieverandering kan het voorkeursrecht niet ingezet worden. Het is met dit instrument dan ook niet mogelijk om te voorkomen dat gebiedsvreemde partijen of speculanten landbouwgrond die landbouwgrond blijft kopen.

Een voorkeursrecht is geen verplichting tot verkoop, een grondeigenaar die niet wil verkopen kan de grond gewoon conform de vigerende bestemming blijven gebruiken.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 12. Effecten maatregelen droogtebestrijding Achterhoek en Liemers De partners in de Aanpak Droogte Achterhoek en Liemers hebben denklijnen van een ‘lichter’ tot ‘zwaarder’ maatregelenpakket voor de aanpak van de droogte laten doorrekenen, resulterend in een bandbreedte van 30-50 cm verhoging van de grondwaterstand op 1 april (H+N+S, Witteveen en Bos, 2023). Daarmee kan gedurende het winterhalfjaar een extra watervoorraad van 50 tot 75 mm worden opgebouwd. Variaties op deze denklijnen kunnen worden verkend.

Figuur 12.1. Effecten denklijnen op de (gemiddelde) grondwaterstanden. Bron: Het watersysteem in balans. Verkenning toekomstperspectief Achterhoek en Liemers. H+N+S, Witteveen+Bos, 2023.

Uit de doorrekening van de maatregelenpakketten volgt de bandbreedte van het handelingsperspectief – zie ook tabel 10.1 hieronder: • Doelbereik: 50 tot 75 mm extra water vastgehouden (extra watervoorraad op 1 april) o landbouw: gem. extra opbrengst 1,5 - 2,5 (gemiddeld jaar) tot 2,5 - 5 % (in geval van een extreem droog jaar); o natuur: voor 30 tot 80% van het begrensde areaal natte natuur meer kans op doelbereik. • Ruimtelijke impact: 10 tot 30 % van het (landbouw)areaal vereist aanpassing gebruik aan nattere voorjaarscondities. Daarnaast zijn er consequenties voor het stedelijk gebied. • Bandbreedte technische kosten: € 0,5 mld. tot € 1 mld.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bandbreedte

‘Lichter’ maatregelenpakket

‘Zwaarder’ maatregelenpakket

Extra

Gemiddeld 50 mm

Gemiddeld 75 mm

watervoorraad

(lokaal > 100 mm)

(lokaal > 100 mm)

Van:

Van:

Natte natuur

Landbouw

Kosten

9.000 ha natte natuur

9.000 ha natte natuur

3.000 ha kansrijk

3.000 ha kansrijk

Naar: 4.000 ha kansrijk

Naar: 5.500 ha kansrijk

115.000 ha landbouwgrond

115.000 ha landbouwgrond

105.000 ha gem. +1,5% opbrengst

105.000 ha gem. +2,5% opbrengst

(gemiddeld jaar)

(gemiddeld jaar)

110.000 ha gem. +2,5% opbrengst

110.000 ha gem. +5% opbrengst

(extreem droog)

(extreem droog)

10.500 ha met hoge GVG (gem. jaar)

32.500 ha met hoge GVG (gem. jaar)

€ 0,5 miljard

€ 1 miljard

Technische realisatiekosten

Technische realisatiekosten

Tabel 10.1. Bandbreedte doelbereik droogtemaatregelen, ruimtelijke impact en technische realisatiekosten. Bron: Het watersysteem in balans. Verkenning toekomstperspectief Achterhoek en Liemers. H+N+S, Witteveen+Bos, 2023.

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Bijlage 13. Stand van zaken waterkwaliteitsopgave in het VLGG Met deze bijlage geven we inzicht in de denkrichtingen en lopende onderbouwingen van de kaderrichtlijn Water opgaven voor de beken in het zandgebied van Gelderland. Het rijk vraagt de provincie om in samenwerking met de waterschappen inzichtelijk te maken wat aanvullend op de reeds geplande maatregelen nodig is om de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027 te halen en hoe middels een integrale aanpak robuust functionerende, toekomstbestendige beekdallandschappen bereikt kunnen worden. In hoofdstuk 3 en 9-10 staat beschreven dat de beken in het zandgebied van Gelderland nog niet op alle punten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Kaderrichtlijn Water, waarvoor 2027 een belangrijke mijlpaal is. Uit diverse analyses komt naar voren dat robuust beekherstel een integrale opgave is en verder gaat dan de huidige aanpak zoals deze op maatregelniveau is opgenomen in de lopende planperiode van de Kaderichtlijn Water. Er zijn aanvullende maatregelen nodig, waarvoor inzicht uit lopende studies moet worden gebruikt. De analyse naar nutriënten emissies door Wageningen environmental Research (WUR) maakt hier onderdeel van uit, en wordt later in 2024 afgerond.

De nutriëntenoverbelasting van de beken is niet de enige drukfactor, ook stromingsdynamiek en watertemperatuur blijken belangrijke factoren te zijn voor het functioneren van beken. De opgave voor beken is daarmee niet enkel gekoppeld aan de nutriëntenopgave, maar nadrukkelijk ook aan de voorwaarden die de ecologie stelt. De ruimtelijke opgave vraagt daarmee een integrale benadering en uitwerking gericht op robuust functioneren van de beken, waarin een korte termijn aanpak voorsorteert op de lange termijn beoogde ontwikkeling en rekening wordt gehouden met de toenemende invloed van klimaatverandering. De onderbouwing van de ruimtevraag en de mogelijke maatregelen voor de beken in het zandgebied richten zich in de komende maanden op de volgende thema’s: 1. Verminderen van de nutriëntenbelasting De nutriënten stikstof (N) en fosfor (P) vormen voor een deel van de beken een knelpunt. Voor alle beken wordt in beeld gebracht waar stikstof, fosfor en/of ammonium een belemmering vormt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van metingen en uitgevoerde onderzoeken en het lopende WUR-onderzoek. In de analyse wordt meegenomen welke bijdrage generiek beleid zoals de afbouw van de derogatie levert aan de vermindering van de nutriëntenbelasting, of er nog een restopgave is na 2027 en hoe deze restopgave per stroomgebied en per bron ruimtelijk is verdeeld. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=8e2b35d8-30a1-4f0d-af38-47e746a8993b