30. 201707746-Bijlage 25 bij toelichting - Nota zienswijzen & Ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Nota zienswijzen & Ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan De Ploen-Noord Duiven
Planidentificatienummer (idn): NL.IMRO.0226.BPDUIVENNOORD012-VS01 Datum: 23-07-2025
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding ............................................................................................................................................ 2 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 2
1.2
Proces tot nu toe...................................................................................................................... 2
Zienswijzen ....................................................................................................................................... 3 2.1
Ontvankelijkheid ...................................................................................................................... 3
2.2
Zienswijzen .............................................................................................................................. 4
2.2.1
Reclamant 1:........................................................................................................................ 4
2.2.2
Reclamant 2:........................................................................................................................ 8
2.2.3
Reclamant 3:...................................................................................................................... 10
2.2.4
Reclamant 4:...................................................................................................................... 19
2.2.5
Reclamant 5:...................................................................................................................... 20
2.2.6
Reclamant 6:...................................................................................................................... 21
2.2.7
Reclamant 7:...................................................................................................................... 24
2.2.8
Reclamant 8:...................................................................................................................... 25
Ambtshalve wijzigingen .................................................................................................................. 28
1
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Op 7 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Duiven besloten om de planvorming op te starten voor het gedeelte van De Ploen-Noord, Duiven waar de ontwikkelaar en de gemeente gronden bezitten. Op basis van dit principebesluit is een ontwerpbestemmingsplan gemaakt voor de realisatie van een woonwijk van maximaal 130 woningen op de locatie binnen de gemeente Duiven bekend als De Ploen-Noord, Duiven. Dit is het gebied ten noorden van de wijk Ploen-Zuid en ten oosten van de Westsingel. Op dit moment wordt dit gebied gebruikt als agrarische gronden en is het gebied onbebouwd.
1.2
Proces tot nu toe
Het college heeft 19 december 2023 besloten het ontwerpbestemmingsplan De Ploen-Noord Duiven en het ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid De Ploen-Noord Duiven ter inzage te leggen. Dit voornemen is op woensdag 27 december 2023 gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad en Duiven Post. In de periode van donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 was het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. Gedurende de periode van ter inzage leggingen zijn er negen zienswijzen ingekomen (acht tegen het bestemmingsplan en één tegen het ontwerpbesluit hogere grenswaarde geluid). De zienswijze tegen het ontwerpbesluit hogere grenswaarde zal in een aparte nota beantwoord worden. Twee zienswijzen zijn ondertekend door meerdere personen van meerdere adressen en twee zienswijzen zijn ingediend door een stichting. De indieners van een zienswijze, behoudens de stichtingen, zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze toe te lichten in een gesprek. De uitkomsten van de gesprekken zijn ook betrokken bij de beantwoording van de zienswijzen. De zienswijzen worden hierna kort samengevat, beantwoord en er wordt aangegeven of de zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
2
2
Zienswijzen
2.1
Ontvankelijkheid
Het ontwerpbestemmingsplan De Ploen-Noord, Duiven is op woensdag 27 december 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad en Duiven Post. In de periode van donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 was het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. De in totaal acht zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk.
3
2.2 Zienswijzen 2.2.1
Reclamant 1:
Nr. a.
Samenvatting Reclamant stelt dat de verkeerseffecten (ook qua geluid) van woningbouw op Ploen-Noord en de geplande ontsluiting op de Westsingel niet onderzocht zijn door bureau Kragten. Ook stelt reclamant dat het perspectief van een grotere wijk en het effect op de verkeersintensiteit op en rond andere wegen in Duiven (waaronder A12/A15) niet wordt geschetst.
Beantwoording Het onderzoek is niet door bureau Kragten uitgevoerd omdat de gemeente de onderzoeken naar de verkeerseffecten reeds zelf heeft laten uitvoeren. Juist om de effecten van grootschalige woningbouw in een zo vroeg mogelijk stadium te kunnen inschatten en waar nodig vast na te denken over de nut en noodzaak van aanvullende maatregelen. In een eerste verkenning (Goudappel, Verkenning ontsluitingsmogelijkheden uitbreiding woningbouw, 20 oktober 2020. 007472.20200904.N1.03, bij het bestemmingsplan gevoegd) zijn diverse ontsluitingsmogelijkheden voor Ploen-Noord onderzocht. Uit die studie is geconcludeerd dat een directe aansluiting op de Westsingel de meest geëigende oplossing is. Met een vervolgstudie (SWECO, Netwerkanalyse verkeer 2022. NL22-64880026936147, bij het bestemmingsplan gevoegd) zijn de netwerkeffecten van alle woningbouwlocaties bij elkaar (en in verschillende andere scenario’s) onderzocht. Dit ieder met hun eigen, meest geëigende aansluiting op het onderliggend wegennet. Daaruit is gebleken dat een aansluiting van Ploen-Noord geen directe nadelige gevolgen heeft voor de doorstroming en de aantrekkelijkheid van de Westsingel. De Intensiteit/Capaciteitsverhouding op wegvakniveau liggen voor de Westsingel, Oostsingel, Noordsingel en Rijksweg (West) lager dan 0,7. Wanneer dit cijfer hoger dan 0,7 ligt, is er pas sprake van een mogelijk knelpunt.
Ook op kruispuntniveau zijn er geen directe nadelige gevolgen. Er is dus specifiek voor de Ploen-Noord gekeken hoe deze het beste op de Westsingel kan worden aangesloten. (Goudappel, Notitie ontsluiting Ploen Noord 23 juni 2023 (014250.20230421.N1.03, bij het bestemmingsplan gevoegd). Dit is onderzocht voor de uiteindelijke situatie met ca 300 woningen. De aansluiting kent twee mogelijke kruispuntvormen. Een rotonde of een verkeersregelinstallatie (hierna: VRI). Deze varianten zijn tegen elkaar afgewogen. Ook is gekeken naar de mogelijke verkeerseffecten van het toevoegen van een kruispunt op de Westsingel, op het bestaande kruispunt Rijksweg-Westsingel. De conclusie uit die studie is om een VRI toe te passen voor het kruispunt Westsingel – Ploen-Noord. Een VRI heeft meer restcapaciteit dan een enkelstrook rotonde en is daarmee een robuustere optie. Daarnaast biedt een VRI de mogelijkheid om de relatief hoge verkeersintensiteiten op
Aanpassing Ja
de Westsingel meer prioriteit te geven dan verkeer vanuit Ploen-Noord. Een enkelstrook rotonde biedt deze optie niet. Een fiets- & voetgangersoversteek toevoegen in de regeling zorgt daarbij niet voor significant langere wachtrijen of filevorming, zo blijkt uit de studie. Ten slotte is het met verkeerslichten geregelde kruispunt Rijksweg - Westsingel geanalyseerd. In de huidige situatie is dit kruispunt overbelast en in de toekomstige situatie verbeterd dit tot een matige afwikkelingskwaliteit. De verbetering in de plansituatie wordt veroorzaakt door het project ViA15. Door het doortrekken van de A15 rijdt er straks minder verkeer over de Westsingel. Echter, blijkt uit de eerder genoemde Netwerkanalyse verkeer dat het kruispunt Rijksweg-Westsingel bij realisatie van álle woningbouw richting de toekomst, wél een knelpunt vormt. Het kruispunt is dan wéér overbelast. Mede daarom onderzoekt de gemeente op dit moment oplossingen om dat knelpunt op te lossen in de Variantenstudie Verkeersoplossingen (Royal Haskoning DHV, 2024, studie nog niet afgerond). Daarbij worden ook twee kruispunten op de Vergertlaan onderzocht, omdat die ook zwaarder worden belast als gevolg van alle woningbouwplannen. Dit zorgt voor een integrale benadering voor het zoeken naar oplossingen. Er wordt niet alleen per plan naar de situatie bekeken.
De wachtrijen slaan nu en in de toekomst echter niet terug op het te realiseren kruispunt bij Ploen-Noord. Andersom slaan de wachtrijen van het kruispunt bij PloenNoord niet terug tot andere kruispunten en dus ook niet naar het kruispunt Westsingel – Rijksweg. Ten aanzien van geluid als gevolg van de verkeerstoename blijkt uit het akoestisch onderzoek dat over de Westsingel nu ongeveer 13.000 voertuigen rijden. De 130 woningen in Ploen-Noord zorgen voor een verkeerstoename van 824 voertuigen (paragraaf 5.2.1 van de toelichting). Met de formule: 10 log(verkeersintensiteit nieuw/verkeersintensiteit oud) kan de geluidstoename worden berekend van dit plan. De uitwerking van deze formule is: 10log (13.824/13.000)=0,27 dB. Indien al het verkeer afkomstig van Ploen-Noord over de Westsingel rijdt betreft de toename van het geluid op een woning 0,27 dB. Dit is een worstcase aanname, aangezien niet al het verkeer over één weg rijdt. Een toename van 0,27 dB wordt als niet significant gezien.
5
Daarmee is de veilige ontsluiting van de Ploen-Noord voor zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer en de effecten daarvan op het onderliggende wegennet voldoende beargumenteerd. Wel is het wenselijk om de onderzoeken van Goudappel en Sweco te verwerken in de Verkeer en parkeernotitie van Kragten. Hiermee ontstaat er een volledig beeld ook van de verkeerseffecten in brede zin. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de Verkeernotitie van Kragten (bijlage 3 van de toelichting) en het separaat uitgevoerde Parkeeronderzoek door Goudappel (bijlage 4 van de toelichting). b.
Reclamant stelt dat aanvullend onderzoek qua verkeer en ontsluiting noodzakelijk is en elke toename van de verkeersintensiteit op de Vergertlaan en Oostsingel moet worden vermeden.
De gemeente deelt deze zienswijze niet. De Vergertlaan en Oostsingel zijn onderdeel van de hoofdontsluiting van Duiven naar het bovenliggende wegennet. De wegen zijn ook als zodanig ingericht. De bediening van en naar de A12, en in de toekomst mogelijk de A15 loopt primair via deze wegen (voor wat betreft de Oostkant van Duiven). Het stimuleren van het gebruik van deze wegen voor gemotoriseerd verkeer prevaleert boven het faciliteren van verkeer door het centrum, of op wegen die hiervoor minder geschikt zijn. Dit strookt met het gemeentelijk beleid om verkeer zo veel mogelijk buitenom Duiven te leiden. De Vergertlaan en Oostsingel zijn onderdeel van die route buitenom. Uiteraard staat verkeersveiligheid en doorstroming op deze wegen voorop, zodat op andere, lagere orde wegen doorgaand verkeer tot een minimum kan worden beperkt. Als gevolg van woningbouw, uitbreiding bedrijventerreinen en de doortrekking van de A15 wordt de Vergertlaan drukker en vormen de kruispunten Rijksweg-Vergertlaan en Vergertlaan-Schapenweide richting de toekomst een knelpunt voor alle verkeer. Daarom doet de gemeente verder onderzoek naar mogelijke oplossingsrichtingen in de Variantenstudie Verkeersoplossingen (Royal Haskoning DHV, 2024, studie nog niet afgerond). De verschillende oplossingen worden onder andere (niet beperkend tot) getoetst aan diverse milieu aspecten, waaronder geluid en stikstof.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
6
Nee
c.
Reclamant stelt dat het aannemelijk is dat in de 2035-situatie, de verkeersintensiteit op de Vergertlaan, Oostsingel en Rijksweg zal toenemen ten gevolge van de woningbouw op Ploen-Noord.
Zoals reeds aangegeven bij de beantwoording van deze zienswijze heeft de gemeente de verkeerseffecten van de verschillende woningbouwplannen op het wegennet onderzocht in verschillende scenario’s. In het scenario waarbij álle plannen zijn gerealiseerd en het project ViA15 gereed is, blijken er drie knelpunten te ontstaan. Op het Kruispunt Rijksweg-Westsingel, Rijksweg-Vergertlaan en Vergertlaan-Schapenweide. Op die plekken zoekt de gemeente naar oplossingen. Het toevoegen van het nu voorliggende plan van 130 woningen op de Ploen-Noord zal geen significante gevolgen hebben op de doorstroming van het verkeer op de Vergertlaan, Oostsingel en Rijksweg.
Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. d.
Reclamant verzoekt de gemeente om voor een alternatieve ontsluiting van Ploen-Noord te kiezen.
De gemeente blijft bij haar standpunt, zoals hierboven uiteengezet, dat een aansluiting van de Ploen-Noord op de Westsingel voor het totale plan met een verkeersregelinstallatie de meest veilige, en doorstroming technisch beste oplossing is. Dit ook met het aansluitende wegennet in ogenschouw nemend.
Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. e.
Reclamant verzoekt afdoende maatregelen te nemen opdat de nadelige effecten voor Lommerweide, Vergert-Oost en Plakse Weide worden gecompenseerd. Aanvullende maatregelen qua geluidsreductie zijn ook noodzakelijk in het kader van de Omgevingswet en specifiek Afdeling 3.5 van het Bkl. Reclamant verzoekt ook deze maatregelen onlosmakelijk te koppelen aan het ontwerp bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting voor ontwikkelaar dan wel gemeente.
Zoals aangegeven onderzoekt de gemeente op dit moment mogelijke oplossingsvarianten om het hoofdwegennet van Duiven richting de toekomst veilig te houden en een vlotte doorstroming te waarborgen. Dit om nadelige effecten elders, op lagere orde wegen en in woonwijken, tegen te gaan. Dit doen we in de Variantenstudie Verkeersoplossingen (Royal Haskoning DHV, 2024, studie nog niet afgerond). Uit die studie volgt per knelpunt een voorkeursvariant. Die voorkeursvarianten worden door het college van B&W voorgelegd aan de gemeenteraad bij het vaststellen van de nieuwe Mobiliteitsvisie Duiven 2040. Daarmee wordt de realisatie van de verschillende oplossingen vastgelegd. Het toevoegen van 130 woningen op de Ploen-Noord zal geen significante nadelige effecten hebben voor Lommerweide, Vergert Oost en Plakse Weide. De Omgevingswet en Afdeling 3.5 van het Bkl zijn niet van toepassing op deze procedure nu deze nog valt onder de Wro. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 7
Nee
f.
Reclamant verzoekt geen rijkssubsidie aan te wenden voor het ontwerp en de uitvoering van de ontsluiting Ploen-Noord, indien daardoor een tekort aan middelen zou kunnen ontstaan voor het oplossen van de verkeersveiligheid en geluidsknelpunten op en rond de Vergertlaan en de Rijksweg zoals bedoeld in de zienswijze van juli 2022.
2.2.2
Reclamant 2:
Nr. a.
Samenvatting Reclamanten geven aan bezwaar te hebben tegen het plan aangezien het in zijn geheel niet lijkt te zijn afgestemd met Ploen-Zuid. Het bouwblok dat is bestemd voor de rug-aanrug woningen (16) is op zeer korte afstand gesitueerd tot de bestaande woningen aan de Willem Elsschotstraat. De omvang staat niet in verhouding tot de bestaande woningen. De vraag is waarom voor deze opzet is gekozen aangezien er voldoende ruimte in het plan zit om ter plaatse een groene buffer te realiseren. Onderhavig plan doet afbreuk aan de groene opzet van Ploen-Zuid. Dit is ook aangegeven in de participatiereactie. Het bezwaar is ook in het participatieproces naar voren gebracht, waarop ontwikkelaar een antwoord heeft gegeven. Het lijkt erop dat de gemeente geen belangenafweging heeft gemaakt en het alleen voldoende vindt dat er participatie heeft plaatsgevonden.
b.
Het wel of geen gebruik maken van het gedeelte van deze subsidie welke bestemd is voor de aansluiting van de Ploen-Noord op de Westsingel, heeft geen nadelig effect op het gedeelte van de subsidie dat bestemd is voor oplossingen voor de knelpunten Rijksweg-Vergertlaan en Rijksweg-Schapenweide. Het zijn specifiek toegekende bedragen per knelpunt.
Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
Beantwoording Het betreffen twee wijken die weliswaar aansluiten op elkaar maar elk een eigen identiteit kennen. Daarbij zijn de uitgangspunten bij Ploen-Noord anders dan destijds bij Ploen-Zuid. Zo zitten er in Ploen-Noord meer betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen conform de regionale woondeal. Op 14 maart 2024 zijn de ingebrachte zienswijzen besproken met de indieners. Om tegemoet te komen aan de zienswijze is het blok van 8 (niet de 16 zoals reclamanten aangaven) rug-aan-rug woningen, in noordelijke richting verschoven. De woningen komen nu minimaal 20 meter vanaf de erfgrens te staan hetgeen door de indieners van de zienswijze als acceptabel is aangegeven. De tussenruimte zal met groen worden ingevuld.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Het bouwvlak schuift op richting het noorden. Het bestemmingsplan moest voor 31 december 2023 in procedure gebracht worden in verband met het ingaan van de nieuwe Omgevingswet. Hierdoor zijn niet alle binnen gekomen reacties naar aanleiding van het participatieproces verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen. De gemeente en ontwikkelaar zijn met de indieners van de zienswijzen in gesprek gegaan over de ingediende zienswijzen hetgeen heeft geleid tot een aanpassing van het plan door het bouwblok in noordelijke richting op te schuiven. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Het bouwvlak schuift op richting het noorden. 8
Aanpassing Ja
Ja
c.
d.
e.
f.
De daadwerkelijke afstand tussen het bouwvlak van de rug-aan-rug woningen en het perceel van reclamanten bedraagt 13 meter. Terwijl de afstand tussen het bouwvlak en de geplande woningen ten noorden 27 meter bedraagt. Vandaar het verzoek om het bouwvlak te verschuiven in noordelijke richting zodat van beide kanten een gelijke afstand tot het bouwvlak ontstaat. Dit doet meer recht aan het bestaande stedenbouwkundige beeld en waarborgt de privacy. Reclamanten zijn van mening de reactie van ontwikkelaar geen juridische status heeft en reclamanten daar aan kunnen ontlenen. Reclamanten geven de voorkeur aan het aanpassen van de ligging van het bouwblok om meer juridische zekerheid te verkrijgen. Dit zorgt ervoor dat ook rekening wordt gehouden met belangen van reclamanten. Reclamanten vinden het van belang dat de bestaande bomen, onder andere langs het wandelpad aan de noordzijde van Ploen-Zuid behouden blijven met het oog op biodiversiteit.
Reclamanten zijn van mening dat het voorliggende plan niet voldoet aan de wettelijke eisen zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Het blok wordt in het nieuwe plan in noordelijke richting opgeschoven. Het tussengebied wordt ingericht met groen.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Het bouwvlak schuift op richting het noorden. Het bouwblok in het bestemmingsplan is in noordelijke richting opgeschoven waardoor dit ook juridisch is verankerd.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Het bouwvlak schuift op richting het noorden. Het belang wordt onderkent. Uitgangspunt is dat bestaande waardevolle bomen worden gespaard. Ook zijn eisen en ambities over biodiversiteit opgenomen in de duurzaamheideisen en ambities en in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar vastgelegd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Wij zijn van mening dat het plan voldoet aan de wettelijke eisen. Met de aanpassingen die worden doorgevoerd en de reacties en motivering op de zienswijze zijn wij van mening dat ook voldaan wordt aan het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
9
Ja
Ja
Nee
Nee
2.2.3
Reclamant 3:
Nr. a.
Samenvatting Ruimtelijke ordening Reclamanten stellen dat het plan geen goede ruimtelijke ordening kent.
Beantwoording Wij zijn van mening dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening en verwijzen daarvoor naar de stukken die horen bij het vast te stellen bestemmingsplan.
Reclamanten stellen dat de aansluiting en overgang van het plan naar de bestaande bestemmingen niet past.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassingen. Het betreffen twee wijken die weliswaar aansluiten op elkaar maar elk een eigen identiteit kennen. Daarbij zijn de uitgangspunten bij Ploen-Noord anders dan destijds bij Ploen-Zuid. Zo zitten er in Ploen-Noord meer betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen conform de regionale woondeal. Daarbij is rekening gehouden met een groene aansluitende overgang tussen beide wijken.
Aan de oostzijde is geen inpassing / overgang naar de omgeving. Achtertuinen grenzen direct aan het agrarisch gebied/ bouwland en dat kan leiden tot vervelende situaties ( vandalisme, ongewenst gedrag etc.).
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen De achtertuinen zijn niet toegankelijk voor derden waardoor geen reden is om aan te nemen dat hierdoor ongewenste situaties ontstaan. Vooral in de openbare ruimte kunnen situatie ontstaan van overlast door vandalisme of hangjeugd. Bij de inrichting van de openbare ruimte is dit altijd een aandachtspunt en zal bij de uitwerking hier rekening mee gehouden worden. Dit staat echter los van de ruimtelijke procedure. In het beeldkwaliteitskader is de overgang tussen de tuinen en het aansluitend agrarisch perceel opgenomen hoe deze zorgvuldig vorm gegeven kan worden.
b.
c.
d.
Verbeelding met bestemming sluiten met het ontwerp niet op een passende vorm aan bij de omliggende functies en bestemmingen.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Het is niet ongebruikelijk dat tuinen direct grenzen aan percelen van derden grenzend aan het plangebied. Op de betreffende delen is geen groenstrook voorzien nu in de bestaande situatie hier reeds voldoende groen aanwezig is of dit bij toekomstige verdere uitbreiding van Ploen-Noord voor een logische stedenbouwkundige aansluiting zorgt. In het beeldkwaliteitskader is de overgang tussen de tuinen en het aansluitend agrarisch perceel opgenomen hoe deze zorgvuldig vorm gegeven kan worden. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 10
Aanpassing Nee
Nee
Nee
Nee
e.
f.
g.
h.
Op de informatiebijeenkomst van 26 oktober Binnen de bestemming groen zijn inderdaad ook andere voorzieningen mogelijk. De 2023 zijn vragen gesteld wat er verwacht kan nadruk ligt daarbij wel op groenvoorzieningen. Parkeerplaatsen zullen niet direct worden van de bestemming Groen aan de oost/ aansluitend aan de perceelsgrenzen komen. Zie daarvoor ook het stedenbouwkundig zuid zijde. Antwoord was dat er lantarenpalen, plan. Nagenoeg alle parkeerplaatsen en verhardingen komen binnen de woon- en heggen en bomen aldaar gesitueerd worden. verkeersbestemming in het plangebied. Daarmee is de opgenomen Echter overgang wordt anders gerealiseerd, met groenbestemming representatief voor de feitelijke uitvoering van het plan. Over de name door parkeerplaatsen tot op de invulling van de (bestaande) groenstroken aan de randen van het plangebied zal perceelsgrens. Er is dus misleidende informatie afstemming met belanghebbenden plaatsvinden. verstrekt en de informatieplicht is gebrekkig. Dit is mogelijk gemaakt door in de bestemming Groen ook de mogelijkheid tot wegen, straten, voet- en fietspaden op te nemen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Het beeldkwaliteitsplan ontbreekt hierdoor ligt Het beeldkwaliteitsplan ontbrak bij het ontwerp bestemmingsplan en is bij het vast te de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het plan stellen bestemmingsplan toegevoegd.
Door het toevoegen van dit plan is de Ploen-Noord niet vast. ruimtelijke beeldkwaliteit ook in de planregels gewaarborgd.
Ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid voor omwonenden is onvoldoende meegewogen in de voorbereiding van dit plan
Vormvrije Mer beoordeling: De drempelwaarde ligt tot 1000-1200 woningen. Het plan Ploen-Noord heeft een cumulatief effect op de geplande capaciteit op uitbreidingslocaties Plakse Weide en Biezenkampen en in totaal bedraagt het aantal
Conclusie: De zienswijze geeft mede aanleiding tot aanpassing van het plan. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de ontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor de omwonenden op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid. De ruimtelijke (beeld)kwaliteit is gewaarborgd in het beeldkwaliteitsplan. Er zijn daarnaast maatregelen voor klimaatadaptatie, zoals veel groen en water(infiltratie) verwerkt in het stedenbouwkundige plan en de watertoets. Deze afspraken zijn met de ontwikkelaar ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. De drempelwaarde van 1000-1200 woningen geldt voor een “aaneengesloten” gebied. Het gaat dus niet om de totale realisatie van het aantal woningen op het grondgebied van Duiven. De vormvrije mer-beoordeling wordt dus op planniveau bepaald. In tegenstelling tot het plangebied van het bestemmingsplan wordt bij de mer-beoordelingsplicht gekeken naar het totale aaneengesloten gebied. Nu het niet onvoorstelbaar is dat binnen afzienbare tijd ook het naastgelegen gebied voor woningbouw aangewend zal worden (lees: Ploen-Buiten) had dit meegenomen moeten worden in de vormvrije 11
Nee.
Ja
Nee
Ja
nieuwe woningen in Duiven tot aan 2023 in totaal 1200 woningen. Daarnaast wordt een salami tactiek gebruikt om regelmatig kleine plannen in ontwikkeling te brengen om op deze wijze de impact te verspreiden. Er bestaat wel een voorzienbaar cumulatief effect van een geplande capaciteit van 1200 woningen.
i.
Drempelwaarde kwetsbaarheid landschap en cultuurhistorie Het project ligt midden in een historisch lint van de ontstaansgeschiedenis van Duiven. Het gebied kent een landschap met hoog historisch belang. De erfgoedvisie 2017-2030 en de omgevingsvisie Duiven onderschrijft de samenhang van de vestigingslocatie Duiven en haar activiteiten waardoor dit gebied van hoog historisch belang is. Watertoets: de gevolgen van de ingrepen in de waterhuishouding op de bestaande bebouwing en grondgebruik is onvoldoende onderbouwd. In het kader van bodem en water sturend is de ontwikkeling ongewenst, zeker als het huidige maaiveld ook het maaiveld in het plan wordt. Het nieuwe niveau van maaiveld en bijbehorende drooglegging is niet bekend en is hiermee dus een risico. Er is sprake van zeer natte en natte omstandigheden in het gebied. Mocht het plan voorzien in een aanpassing van de deklaag van klei, dan heeft dit veel gevolgen voor de waterhuishouding. De vraag is of de wadi’s en sloten gaan infiltreren in de bodem of dat er stromende en grondwater drainerende inrichtingen worden gerealiseerd. In het plan is de bodemopbouw homogeen omschreven met
mer-beoordeling. De project-mer(beoordeling) dient voor de volledige activiteit te worden verricht in het kader van het eerste ruimtelijke-ordeningsbesluit dat die activiteit mogelijk maakt. Voor daarna vast te stellen ruimtelijke-ordeningsbesluiten is de project-mer(beoordelings)plicht ingevolge het Besluit mer dan reeds uitgewerkt. Categorie D.11.3 van het Besluit m.e.r. houdt een ondergrens aan van 2000 woningen in een aaneengesloten gebied. Daarmee valt de aanleg van 130 woningen in Ploen-Noord en 300 tot 500 woningen in Ploen-Buiten ruim onder de drempelwaarde. Andere projecten binnen de gemeente vallen niet in dit aaneengesloten gebied. Er geldt geen drempelwaarde voor cultuur en landschap. Voor de motivering waarom deze locatie is gekozen als uitbreidingslocatie wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van de toelichting behorende bij het plan. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de vormvrij mer-beoordeling. Deze is uitgebreid met Ploen-Buiten zodat het gehele aaneengesloten gebied is beoordeeld. De conclusie wijzigt daarbij niet. Door Nelen en Schuurmans is een aanvullend onderzoek uitgevoerd waarin geanalyseerd is wat de invloed is van de ontwikkeling op de hydrologische situatie ter plaatse van de omgeving en in de ontwikkellocatie. De toekomstige maaiveldhoogtes zijn in beeld en zijn hoger dan de huidige hoogtes, ca.
10,20+NAP en 9,75+NAP (zie figuur 1).
12
Ja
een aanname hoe de eerste meter onder maaiveld is gevormd. De nuance ontbreekt waar er sprake is van een risico op inklinking, schade aan bebouwing en permanente verdroging in de bodem met onomkeerbare schade als gevolg van het plan Ploen-Noord. Mocht het maaiveld significant opgehoogd worden binnen de plangrens zal de huidige watergang langs de singel niet ingezet kunnen worden voor compensatie. Het gaat immers wateroverlast veroorzaken op naastgelegen gronden buiten het plan. De directe omgeving kan risico lopen om kwetsbaarder te worden voor de impact van dit plan als de grondwaterstand significant beïnvloed wordt. De gemeente zal dit in overweging moete nemen in het kader van de uitvoerbaarheid van het plan. Figuur 1: Ophoging voor toekomsite maaiveldhoogtes
Ook de bodemopbouw is in beeld gebracht. Grofweg de eerste meter bestaat uit zandige klei, daaronder vinden we laagjes klei, fijn tot zand-grind en veen. Deze bodem kan door de aanwezigheid van veen en ander organisch materiaal dus zettingsgevoelig zijn. Een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling is daarom dat de GLG (gemiddeld laagst gemeten grondwaterstand) niet mag dalen, ook niet in de omgeving van het gebied. Deze randvoorwaarde is overgenomen in het ontwerp. Dit wordt geborgd door geen drainerende middelen aan te leggen die lager draineren dan in de huidige situatie. Door de ophoging en het realiseren van aanvullende waterberging (bredere sloten, aanvullende wadi’s en infiltratievoorzieningen bij parkeervakken) kan in de toekomstige situatie meer water worden vastgehouden en worden geïnfiltreerd. Voor de sloten en wadi’s wordt er geborgd dat de waterniveaus (t.o.v. NAP) niet lager komen te staan dan in de huidige situatie. In het gebied zelf kan de grondwaterstand t.o.v. NAP door de extra infiltratie iets stijgen. In de omgeving is dat effect te verwaarlozen, omdat de waterstanden in de greppels rond en buiten het gebied gelijk blijven.
13
Ook is er een afstroommodel gemaakt van de huidige situatie en een van de ontworpen situatie met bebouwing, wadi’s en verbrede sloten. Daarin is een extreme bui van 70mm in een uur gesimuleerd. Hierbij 3 bevindingen: • De afstroom van regenwater in het gebied verandert door het inpassen van het ontwerp. Door het realiseren van de wadi’s, de bredere sloten en de andere maaiveldaanpassingen wordt er meer water op de ontwikkelingslocatie vastgehouden dan dat nu het geval is. In het model is een extra maaiveldberging van circa 1.670 m3 water berekend. Dat is dus meer dan de door het waterschap vereiste 1.563 m3. Aanvullend wordt nog water geborgen onder de parkeervakken. Op basis van de hemelwaterverordening mag worden aangenomen dat een aanvullende berging op particuliere terreinen van 870m3 wordt gerealiseerd. De totale berging van het gebied komt daarmee op ruim 3000m3. • De oppervlakkige afstroom is nog steeds van zuid naar noord gericht, maar vindt minder plaats over het terrein zelf, en meer door de greppels/sloten. Doordat de totale afstroom afneemt, en de sloten in het projectgebied worden verbreed, wordt geen grote stijging van de waterstand in de sloten verwacht. Het model bevestigt dit: de maximale waterstand in de zuidoostelijke sloot zal in de nieuwe situatie maximaal 2,5 cm hoger zijn dan in de huidige situatie.
• Zowel in de situatie voor als na de ontwikkeling is de aanvoer van afstromend regenwater vanuit de omgeving beperkt. Het gebied ligt namelijk redelijk geïsoleerd: De Westsingel ligt zo hoog, dat water vanuit het verdere westen er niet overheen stroomt. De Ploen-Noord is ook dusdanig ontworpen, dat het water in die wijk naar de eigen wadi’s toestroomt, en niet naar bestaande woonwijk ten zuiden van het plangebied. Er is alleen enkele toestroom vanuit de hoeken van het onderzoeksgebied, maar die is niet dusdanig groot dat de sloten die niet kunnen verwerken. In de nieuwe situatie zal een deel van dit water worden geborgen in bredere sloten en de wadi’s van de wijk. Het volledige onderzoek van Nelen en Schuurmans is al bijlage 13 toegevoegd. Aanvullend hierop heeft Nelen en Schuurmans een vervolgonderzoek bodemsysteem en grondwater uitgevoerd, te weten “Vervolgonderzoek bodemsysteem en grondwater”. Dit rapport is bijlage 14 van de toelichting. Dit aanvullende rapport bevestigt in hoofdlijnen de eerdere conclusies en ziet geen aanleiding om een structurele ongewenste verlaging van de grondwaterstand in de toekomst te verwachten. Bij de aanbevelingen uit dit rapport qua monitoring (peilbuizen) zal worden aangesloten om bij kritische grondwaterstanden te kunnen bijsturen.
14
j.
Proces Het plan Ploen-Noord beschrijft de ontwikkeling van 4 ha met 130 woningen. Echter de ontwikkelaar heeft de intentie om totaal 1000- 1200 woningen binnen de rondweg Westsingel / Oostsingel te realiseren. Door de gemeente zijn kaders en uitgangspunten vastgesteld die gaan over de nieuwe woonomgeving. Hierbij is voorbij gegaan aan de ruimtelijke inpassing in de omgeving. In 2019 zijn door de gemeente Ploen-Noord en Plakse Weide aangewezen als ontwikkellocaties. Nu 5 jaar later is er nog steeds geen duidelijkheid en is er sprake van vertragingstactiek van de ontwikkelaar. Door de aankoop van Biezenkamp was wellicht inzicht ontstaan dat Ploen-Noord op dit moment niet geschikt is om te ontwikkelen. Echter nu gaat Ploen-Noord toch weer verder in ontwikkeling. Opdracht van het college is meer regie op de woningbouw. De vraag is welke regie de gemeente gevoerd heeft in relatie tot de ontwikkelaar. Het proces laat duidelijk onjuiste inzichten zien. Waar eerst ontwikkelaar nog zou beschikken over gronden blijkt dit uiteindelijk niet te zijn. In het bestemmingsplan Broekstraat zijn in plaats van 17 woningen (zoals opgenomen in het woningbouwprogramma) 2 vrijstaande woningen opgenomen.
Conclusie: De zienswijze is deels gegrond nu het mede aanleiding heeft gegeven tot het doen van een aanvullende hydrologisch onderzoeken. De conclusie is dat voldoende rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding en geen negatieve effecten voor omliggende percelen en woningen te verwachten zijn. De gemeente is vanaf 2019 bezig met een zoektocht naar uitbreidingslocaties in de gemeente Duiven. Er zijn drie mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw genoemd: • Ploen-Noord • Plakse Weide • Biezenkampen. Deze 3 uitbreidingslocaties zijn destijds met elkaar vergeleken op basis van het toevoegen van 300 woningen, ongeacht de grootte van de locatie. In 2020 heeft een verdere verkenning naar de uitbreidingslocatie plaatsgevonden waarop op 26 januari 2021 door de gemeenteraad is besloten om voor 2 van de 3 locaties de planvorming op te starten. De gemeenteraad heeft op 1 juni 2021 besloten om de planvorming voor de Ploen-Noord en Plakse Weide te starten. Uitgangspunt was het toevoegen van ca. 300 woningen per locatie. De ontwikkelaar heeft op 11 april 2022 aan de gemeente laten weten dat het niet gelukt is om de gronden in eigendom te verkrijgen die nodig zijn voor het realiseren van 300 woningen.
Daarop heeft de gemeenteraad op 7 juni 2022 besloten om de planvorming te starten voor een beperkter aantal woningen, 80 – 100 op de gronden die de ontwikkelaar en de gemeente wel in eigendom hebben. Dit aantal is geoptimaliseerd naar maximaal 130 woningen. Op 22 januari 2024 heeft de rechtbank Gelderland een vonnis uitgesproken waaruit blijkt dat de overeenkomsten voor de aankoop van de gronden in Ploen-Noord rechtsgeldig zijn waaruit blijkt dat de ontwikkelaar uiteindelijk kan beschikken over de gronden op Ploen-Noord. Over de mogelijke toevoeging van meer woningen op de diverse locaties zal de gemeenteraad uiteindelijk een besluit moeten nemen. Het ligt in de verwachting dat alle plancapaciteit de komende jaren benodigd is om aan de woningbouwopgave die de gemeente Duiven heeft te voldoen.
15
Nee
k.
l.
Kortom: gemeente acteert onvoldoende daadkrachtig. Het woningbouwbelang kan op een andere manier dan met Ploen-Noord gerealiseerd worden mede door de ontwikkeling van de Biezenkampen. Hier heeft de gemeente de gronden zelf in eigendom en dit past ook in de omgevingsvisie. Rechtspraak De levering van de gronden aan de ontwikkelaar heeft plaatsgevonden. Hierbij is geen openbaar aangekondigde selectieprocedure georganiseerd. Dit is in strijd met het Didam-arrest. Gemeente heeft zich niet gehouden aan de mededingingsruimte bij gronduitgifte van de overheidsgronden. Derhalve is er in strijd met het gelijkheidsbeginsel privaatrechtelijk gehandeld Er zijn geen objectieve toetsbare redelijke beleidsregels vastgesteld voor het sluiten van de overeenkomst met als doel om woningbouw te realiseren. Participatie Ontwikkelaar heeft misleidende informatie opgenomen in haar participatieplan. Vooraf en tijdens het proces is niet ingegaan op vragen wanneer, hoe en met wie communiceren, communicatiedata en planning project, waaronder planvormingsproces. Géén participatiemogelijkheden met omwonenden in het proces ontwerp bestemmingsplan. Er is geen sprake van een dialoog.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Op 19 april 2023 heeft de publicatie plaatsgevonden van de verkoop van het stuk grond op basis van het arrest van Didam. Daarop is één reactie binnen gekomen die is besproken en behandeld en dat heeft niet tot andere inzichten geleid dan de 1 op 1 verkoop. Hiermee is voldaan aan de wettelijke vereisten voor de verkoop van gemeentelijke gronden.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassingen. De gemeente heeft met de ontwikkelaar in het voortraject afspraken gemaakt over o.a. participatie met belanghebbenden. Bij de verdere planvorming is met verschillende belanghebbenden op verschillende momenten gesproken. Op basis van ieders belang is de mate van participatie afgestemd. Met de direct betrokkenen hebben, voor wie daar behoefte aan had, fysieke gesprekken plaatsgevonden. Hierin zijn de ideeën en plannen extra toegelicht en zijn opmerkingen en wensen opgehaald die zoveel als mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking. Met de overige stakeholders (geïnteresseerden, (overige) omwonenden en inwoners van Duiven), heeft de communicatie plaatsgevonden via de nieuwsbrief, projectwebsite, twee online enquêtes en via de inloopavond op 26 oktober 2023. Alle vragen en suggesties die tijdens deze avond of via de enquête zijn binnengekomen zijn opgenomen in het participatieverslag welke op de projectwebsite is geplaatst en zijn of worden meegenomen in de verdere uitwerking. Zo is er extra aandacht voor het fietspad tussen Ploen-Zuid en Ploen-Noord, zijn er levensloopbestendige 16
Nee
Nee
woningen toegevoegd aan het plan, wordt er in het beeldkwaliteits- en landschappelijke plan gezocht naar de juiste balans tussen natuur en wonen en vormen de uitkomsten van de architectuur enquête een belangrijk uitgangspunt in het beeldkwaliteitsplan. Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn de indieners van de zienswijzen, uitgezonderd de stichtingen, uitgenodigd om één op één het gesprek aan te gaan met gemeente en ontwikkelaar. Verschillende indieners hebben hier gebruik van gemaakt en afspraken gemaakt over eventuele aanpassingen of vervolgstappen. Bij het ontwerpbestemmingsplan zat nog geen volledig participatieverslag. Dit is bij het definitieve plan verder aangevuld. Op meerdere momenten was de mogelijkheid voor inspraak en zo veel als mogelijk en wenselijk is dit meegenomen in het definitieve plan. Hiermee is sprake van een zorgvuldig participatieproces.
m.
Ecologie Niet is onderzocht wat de effecten van het plan zijn op de rode lijstsoorten en biotoop.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. De Rode Lijsten hebben op zichzelf géén juridische status. In die zin dat het voorkomen van een soort op de Rode Lijst niet betekent dat er speciale beschermende bepalingen van kracht zijn (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 februari 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF4760, r.o. 2.3.4.1.). Wél hebben de Rode Lijsten een belangrijke signaleringsfunctie voor het beleid. De Rode Lijsten worden gebruikt als indicatie voor de staat van de natuur en kunnen voor specifieke soorten op deze lijst van invloed zijn op het ten aanzien van die soorten te voeren beschermingsbeleid. De quickscan flora- en fauna is uitgevoerd in maart 2023. Op moment van het onderzoek was de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) nog van kracht. Het bestemmingsplan valt ook nog onder de oude wetgeving omdat deze voor 1 januari 2024 in procedure is gebracht. Het onderzoek is dan ook uitgevoerd volgens de toen geldende kaders. Het doen naar verder onderzoek voor soorten die voortkomen op de rode lijst is daarom niet aan de orde. In de quickscan Flora en Fauna is wel aandacht besteed aan de “algemene broedvogelsoorten”, zoals bijvoorbeeld de houtsnip. Voor deze groep vogels moet rekening gehouden moet worden met het broedseizoen (zie hoofdstuk 6.1.1. van de quickscan).
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 17
Nee
n.
Onjuiste informatievoorziening Jarenlange onjuiste informatievoorziening door ontwikkelaar. Gemeente is zich hiervan bewust en voert onvoldoende regie op zuiveren zorgvuldige informatievoorziening in het proces richting raad en omgeving. Hierdoor wordt de raad misleid door onjuiste informatie over de uitbreidingslocatie Ploen-Noord. De impact voor Duiven is dat de maatschappelijke woningopgave niet wordt gerealiseerd voor 2030.
De gemeente is vanaf 2019 bezig met een zoektocht naar uitbreidingslocaties in de gemeente Duiven. Er zijn drie mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw genoemd: • Ploen-Noord • Plakse Weide • Biezenkampen. Deze 3 uitbreidingslocaties zijn destijds met elkaar vergeleken op basis van het toevoegen van 300 woningen, ongeacht de grootte van de locatie. In 2020 heeft een verdere verkenning naar de uitbreidingslocatie plaatsgevonden waarop op 26 januari 2021 door de gemeenteraad is besloten om voor 2 van de 3 locaties de planvorming op te starten. De gemeenteraad heeft op 1 juni 2021 besloten om de planvorming voor de Ploen-Noord en Plakse Weide te starten. Uitgangspunt was het toevoegen van ca. 300 woningen per locatie. De ontwikkelaar heeft op 11 april 2022 aan de gemeente laten weten dat het niet gelukt is om de gronden in eigendom te verkrijgen die nodig zijn voor het realiseren van 300 woningen. Daarop heeft de gemeenteraad op 7 juni 2022 besloten om de planvorming te starten voor een beperkter aantal woningen, 80 – 100 op de gronden die de ontwikkelaar en de gemeente wel in eigendom hebben. Dit aantal is geoptimaliseerd naar maximaal 130 woningen.
Op 22 januari 2024 heeft de rechtbank Gelderland een vonnis uitgesproken waaruit blijkt dat de overeenkomsten voor de aankoop van de gronden in Ploen-Noord rechtsgeldig zijn waaruit blijkt dat de ontwikkelaar uiteindelijk kan beschikken over de gronden op Ploen-Noord. Over de mogelijke toevoeging van meer woningen zal de gemeenteraad uiteindelijk een besluit moeten nemen. Het ligt in de verwachting dat alle plancapaciteit de komende jaren benodigd is om aan de woningbouwopgave die de gemeente Duiven heeft te voldoen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen.
18
Nee
2.2.4
Reclamant 4:
Nr. a.
Samenvatting Uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen van 4 naar 8 is enorm. Met deze verdubbeling is het niet mogelijk om de locatie op voldoende afstand en buiten het zicht te situeren van Terp Beuken zoals nu het geval is. Er bestaat angst voor vervelende spanningen zoals in het verleden is geweest
b.
c.
Bouwhoogte van de woonwagenstandplaatsen bedraagt 6 meter. Dit is buiten proportioneel zeker gelet op de minimale afstand ten opzichte van de buitenrand van “Terp Beuken” Met een nokhoogte van 6 meter heeft reclamant direct zicht op de woonwagen, wat de woonvreugde wegneemt. De woning zal hierdoor in waarde dalen. De heg is 2 meter hoog dus een nokhoogte van 3 meter moet voldoende zijn. Het bij elkaar situeren van de woonwagens en de rug aan rug woningen (sociale huur) doet afbreuk van het huidige sociale klimaat. Een betere mix van koop en huur verdient de voorkeur.
Beantwoording Het toevoegen van de wijzigingsbevoegdheid voor het uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen had tot doel om voldoende ruimte te reserveren in het plangebied van Ploen-Noord. Zo is met de ontwikkelaar van Ploen-Noord en de gemeente afgesproken dat de woonwagenlocatie kan ontsluiten via het nieuwe plan waarbij de huidige ontsluiting op de Westsingel kan komen te vervallen. Ook in het stedenbouwkundige plan is rekening gehouden met de toekomstige uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen. De wijzigingsbevoegd zorgt nu voor onrust en onduidelijkheid bij omwonenden. Het is daarom wenselijker om eerst een participatietraject op te starten en de wijzigingsbevoegd en de woonwagenstandplaatsen uit het vast te stellen bestemmingsplan te halen. Op basis van het participatietraject kan het plan verder uitgewerkt worden en de vergunningsprocedure worden doorlopen. Hierdoor ontstaat ook een procedurele scheiding tussen de uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen en Ploen-Noord. Conclusie: De zienswijze geeft mede aanleiding tot het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid en het plandeel ter plekke van de bestaande woonwagenstandplaatsen. Zoals aangegeven bij de beantwoording onder a. van deze zienswijze wordt de wijzigingsbevoegdheid en het plandeel ter plekke van de woonwagenstandplaatsen uit het vast te stellen bestemmingsplan gehaald.
In een separate procedure zal gekeken worden welke bouwhoogte en situering passend is.
Conclusie: De zienswijze geeft mede aanleiding tot het schrappen van het plandeel ter plekke van de bestaande woonwagenstandplaatsen. Zoals aangegeven bij de beantwoording onder a. van deze zienswijze wordt de wijzigingsbevoegdheid en het plandeel ter plekke van de woonwagenstandplaatsen uit het vast te stellen bestemmingsplan gehaald. In een separate procedure zal gekeken worden welk plan voor uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen het beste aansluit bij de woningen in Ploen-Noord.
19
Aanpassing Ja
Ja
Ja
d.
Reclamanten verzoeken tevens om de parkeerplaats aan de oostzijde van de rug aan rug woningen te realiseren om overlast in tuin te beperken. Er is weinig rekening gehouden met de huidige bestaande structuur, plan en vormgeving van de bestaande terpen en wadi’s van het plan Ploen. Er wordt weinig ruimte gerespecteerd tussen de terp en de rug aan rug woningen / woonwagenstandplaatsen. Er is niet voldoende groenafscheiding ingetekend als afscheiding.
2.2.5
Reclamant 5:
Nr. a.
Samenvatting Voor reclamanten is onduidelijk waarom de uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen achter een bestaande woonwijk wordt gerealiseerd, zeker gelet op de vele spanningen die er in het verleden zijn geweest. Waarom is er niet gekozen om de uitbreiding in het verlengde van de Westsingel te plaatsen aansluitend aan het woonwagenkamp. Daarnaast is er naar de mening van reclamanten geen rekening gehouden met de privacy van de huidige bewoners. De nieuwe woonwijk en uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen is veel te dicht op de bestaande woonwijk, terwijl er ruimte genoeg is.
Conclusie: De zienswijze geeft mede aanleiding tot het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid en het plandeel ter plekke van de bestaande woonwagenstandplaatsen. Op 12 maart 2024 zijn de ingebrachte zienswijzen besproken met de indieners. Om tegemoet te komen aan de zienswijze is het blok van 8 rug-aan-rug woningen, in noordelijke richting verschoven. De woningen komen nu minimaal 20 meter vanaf de erfgrens te staan hetgeen door de indieners van de zienswijze als acceptabel is aangegeven. De tussenruimte zal met groen worden ingevuld. De parkeerplaatsen van de rug-aan-rug woningen blijven aan de westzijde gesitueerd echter zal er een (groene) buffer danwel afscheiding gerealiseerd worden waardoor het zicht op de parkeerplaatsen wordt onttrokken.
Ja
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassingen op de verbeelding van de plankaart.
Beantwoording Het toevoegen van de wijzigingsbevoegdheid voor het uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen had tot doel om voldoende ruimte te reserveren in het plangebied van Ploen-Noord. Zo is met de ontwikkelaar van Ploen-Noord en de gemeente afgesproken dat de woonwagenlocatie kan ontsluiten via het nieuwe plan waarbij de huidige ontsluiting op de Westsingel kan komen te vervallen. Ook in het stedenbouwkundige plan is rekening gehouden met de toekomstige uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen. De wijzigingsbevoegd zorgt nu voor onrust en onduidelijkheid bij omwonenden. Het is daarom wenselijker om eerst een participatietraject op te starten en de wijzigingsbevoegd en de woonwagenstandplaatsen uit het vast te stellen bestemmingsplan te halen. Op basis van het participatietraject kan het plan verder uitgewerkt worden en de vergunningsprocedure worden doorlopen. Hierdoor ontstaat ook een procedurele scheiding tussen de uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen en Ploen-Noord. Conclusie: De zienswijze geeft mede aanleiding tot het schrappen van de wijzigingsbevoegdheid en het plandeel ter plekke van de bestaande woonwagenstandplaatsen. 20
Aanpassing Ja
b.
Volgens reclamanten is er in de planvorming (iedere meter moet worden benut) totaal geen rekening gehouden met de ruimtelijke uitstraling (ruim en wadi’s) van aangrenzende “Terp Beuken”. Hierdoor is er sprake van een waardevermindering van de woning van reclamanten en er zal sprake zijn van een vermindering van woongenot.
2.2.6
Reclamant 6:
Nr. a.
Samenvatting Voor reclamanten is de vraag in hoeverre de analysegegevens uit het bodemonderzoek veilig zijn voor het toekomstig gebruik van de gronden (bijvoorbeeld een moestuin of speeltuin)
b.
Reclamanten stellen dat er nader onderzoek verricht moet worden naar een aantal aspecten in het kader van flora en fauna en stikstofdepositie.
Het betreffen twee wijken die weliswaar aansluiten op elkaar maar wel elk met een eigen identiteit. Daarbij zijn de uitgangspunten bij Ploen-Noord anders dan destijds bij Ploen-Zuid. Zo zitten er in Ploen-Noord meer betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen conform de regionale woondeal. Daarbij is rekening gehouden met een groene aansluitende overgang tussen beide wijken. Of er sprake is van een waardevermindering zal in een aparte procedure beoordeeld moeten worden.
Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen
Beantwoording Bij het vast te stellen bestemmingsplan is een bodemonderzoek gevoegd (Onderzoek bodem, kenmerk B24.9121 van 26 maart 2024). Uit het onderzoek is gebleken dat de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie in voldoende mate onderzocht is en er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling zijn.
Aanpassing Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. In het voortraject is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de locatie ‘De Ploen- Ja Noord’. Het plangebied van de quickscan is groter dan het plangebied van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de quickscan zou, op basis van het ‘grote’ plangebied een nader onderzoek noodzakelijk zijn voor de volgende soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Vleermuizen; • Kleine marterachtigen. Voor het daadwerkelijke kleinere plangebied van het bestemmingsplan wordt enkel een nader onderzoek naar kleine marterachtigen noodzakelijk geacht. Dit onderzoek is onlangs uitgevoerd en verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Hieruit volgt dat binnen het plangebied enkel de wezel effectief is aangetroffen. Voor het doden van exemplaren van de wezel kan in principe geen ontheffing worden verkregen. Hiervoor dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Voor het vernietigen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen kunnen geen mitigerende 21
maatregelen worden getroffen. Hiervoor dient een ontheffing aangevraagd te worden en dienen compenserende maatregelen getroffen te worden. Er wordt een activiteitenplan, ten behoeve van de noodzakelijke ontheffing, opgesteld. Dit activiteitenplan is nog niet afgerond en de ontheffing is derhalve nog niet aangevraagd c.q. verleend. In artikel 11.3 van de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat eerst aanvullende onderzoek c.q. de te verkrijgen ontheffing moeten zijn. Hiermee wordt gewaarborgd dat er pas met gronden/of bouwwerkzaamheden gestart kan worden als de ontheffing is verleend, de compenserende maatregelen zijn getroffen en hierna duurzaam in stand gehouden worden. Het onderzoek naar de stikstofdepositie maakte al onderdeel uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Hieruit volgen geen negatieve effecten en is geen aanvullend onderzoek meer noodzakelijk.
c.
Gelet op de uitkomsten van het akoestisch onderzoek stellen reclamanten voor om van de 80 km/uur weg een 50 km/uur weg te maken. Daarnaast dringen reclamanten aan op een streng toezicht op het naleven van de vastgestelde normen in het kader van verwachtingen voor toekomstige bewoners.
Conclusie: De zienswijze geeft mede een aanleiding tot toevoegen en verwerken van de uitkomst van het aanvullende onderzoek naar beschermde soorten in het bestemmingsplan. Dit is verwerkt in de toelichting en de planregels (artikel 11.3). Het verlagen van de maximumsnelheid is in het kader van deze ontwikkeling als maatregel afgewogen. Het beleid van de gemeente is om verkeer dat niet in Duiven hoeft te zijn, zo veel mogelijk buitenom te leiden. Het uitgangspunt “sneller buitenom” zoals dit wordt genoemd in het Mobiliteitsplan Duiven 2016-2026 borgt daarom het behouden van een vlotte doorstroming op de Oostsingel en Westsingel, en de direct daarnaartoe leidende wegen vanuit de kern, zoals (een deel van de) Rijksweg en de Vergertlaan. Deze wegen zijn daar ook voor ingericht. Het afwaarderen van de maximumsnelheid van die gebiedsontsluitingswegen past niet in dat streven. Hierdoor zou het risico voor doorgaand verkeer door het centrum van Duiven groter worden. Het zou dus tot onvoorzienbare effecten kunnen leiden in de doorstroming op de hoofdwegen en qua sluipverkeer. Daarnaast zal de weg ook ingericht moeten worden voor 50km/uur waarvoor financiële middelen beschikbaar moeten zijn. Deze afweging zou in een groter geheel bezien moeten worden waarvan geluid een van de aspecten is om mee te wegen.
Er is gelet op deze specifieke situatie er voor gekozen om de hogere grenswaarde te verlenen in combinatie met geluidsisolerende maatregelen. Dit is in de planregels van 22
Nee
het bestemmingsplan gewaarborgd. In de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden voor de maatregelen voorgeschreven om aan het wettelijk binnenniveau voor geluid te voldoen. Tijdens de bouw wordt vervolgens toezicht gehouden. Er kan handhavend opgetreden kan worden als de geluidsisolatie niet voldoet aan de voorwaarden uit de omgevingsvergunning.
d.
e.
f.
Reclamanten verwijzen naar de Liemerse Woonagenda in relatie tot het stedenbouwkundig plan. Onder punt c van de Liemerse Woonagenda is opgenomen dat er wordt gestuurd op een ‘groene kwaliteit’ van nieuwbouw. Reclamanten vragen zich af wat hieronder wordt verstaan, betekent dit groene daken en zongericht verkavelen? Reclamanten verwijzen naar punt “i” van de Liemerse Woonagenda. Reclamanten vragen zich af wat de norm onder “i” opgenomen dat een woonomgeving met ten minste 75 m² groen per woning betekent. Zijn dit groene daken en groene gevelbeplanting? Is dat inclusief openbaar groen? Als het tuin is, is het goed denkbaar dat dit wordt volgebouwd. Reclamanten verwijzen naar punt ”k” van de Liemerse woonagenda waarin is opgenomen dat in een plan aandacht moet zijn voor thema’s als duurzame energie, circulariteit, klimaatadaptatie, leerbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Hoe gaat het met infiltratie van het hemelwater? En hoe gaat het met de hittestress bij een toename van de verstening? Hoe wordt dit geregeld?
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. De Liemerse Woonagenda is inmiddels door de Woondeal 2.0 vervangen. Dit neemt niet weg dat bij de woningbouw gestuurd wordt op kwaliteit: duurzaamheid, klimaat adaptieve woonomgevingen, circulair en natuur inclusief bouwen en een goede overgangen naar het open Liemerse landschap. Eisen ten aanzien van duurzaamheid, energie, circulariteit, mobiliteit, biodiversiteit, water en klimaatadaptatie zijn opgenomen in de overkomst die gesloten is met de ontwikkelaar. Ook zijn afspraken gemaakt over het plaatsen van zonnepanelen. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Dit betreft openbaar groen. In het plangebied is circa 110m² openbaar groen opgenomen per woning. Dit is ruim boven de ambitie van 75m².
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. De woningen worden gasloos uitgevoerd en voorzien van zonnepanelen. De ruimtelijke (beeld)kwaliteit is gewaarborgd in het beeldkwaliteitsplan. Voldoende maatregelen voor klimaatadaptatie, zoals veel groen en voldoende water(infiltratie) conform de normen van de gemeente en het waterschap. Dit is verwerkt in het stedenbouwkundige plan en de watertoets. Over o.a. klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn met de ontwikkelaar ook afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst (zie ook eerdere antwoord op deze zienswijze). Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
23
Nee
Nee
Nee
g.
h.
2.2.7 Nr. a.
Reclamanten stellen dat op basis van het akoestisch onderzoek hogere waarden moeten worden vastgesteld. Men vraagt zich echter af waarom er voortdurend afgeweken van de door de gemeente Duiven vastgestelde (en dus ook gewenste) waarden voor geluid.
Reclamant wil graag meedenken met de verdere uitwerking van het beplantingsplan voor de groene longen en daarmee het behoud van de zichtlijnen.
Reclamant 7: Samenvatting Reclamanten zijn sinds 2018 bewoners van de Willem Elschotstaat en bij de aankoop van de woning bewust gekozen voor deze locatie gezien de ligging op een terp en het groene karakter. In eerdere plannen van Ploen-Noord zou er een strook van 50 meter vanaf de bestaande bebouwing ruimte blijven. Dit zit nu niet in de plannen. Dit zorgt voor een vermindering van de woonvreugde en een waardevermindering van onze woning. Er is in dit plan te weinig rekening behouden met de ruimtelijke uitstraling en vormgeving van bestaande wadi’s in Ploen. Waarom wordt niet gekozen voor een herinrichting van het woonwagenkamp richting het noorden in plaats van een reservering voor een veel te dure fietstunnel ?
De gemeente heeft een geluidbeleid. Dit maakt het mogelijk om hogere waarden te verlenen als niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt voldaan. Op een aantal locaties is het door het geluid van verkeer niet mogelijk om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Dit zal vooral nabij drukke wegen voorkomen. Het beleid is opgesteld om verantwoord een hogere waarde te verlenen, waarbij nog steeds sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij het verlenen van de hogere waarde moet dus voldaan worden aan het gemeentelijke geluidbeleid. Dit is ook het geval. Er wordt hiermee niet afgeweken van hetgeen de gemeente als aanvaardbaar acht. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen. Het meedenken bij de verdere uitwerking van o.a. groen is mogelijk door zich aan te melden voor de klankbordgroep.
Nee
Nee
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.