CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201712312-Integrale laadvisie 2025 - Gemeente Duiven

Raadsavond 9 december 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Integrale laadvisie en het uitvoeringsprogramma plaatsing laadpalen11.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1.1

Private laadpunten (thuis/werk)

Waar mogelijk moeten elektrische voertuigen op eigen terrein opgeladen worden. Dit is ook voor de gebruiker vaak de handigste en goedkoopste optie. Privaat laden kan bij bewoners op de oprit zijn, of op grotere parkeerterreinen en garages bij appartementen, bezoeklocaties en kantoren. Ook gemeentelijke parkeergarages scharen we onder de private laadpunten. Bij publiek toegankelijke locaties, kan het openstellen van deze laadinfra als semi-publiek een alternatief bieden voor het openbare laadnetwerk en commercieel interessant zijn voor de uitbater. Gezien het ruime aanbod van laadoplossingen en de bestaande prikkels voor gebruikers om hier zelf mee aan de slag te gaan, zien we geen gemeentelijke rol in de realisatie van private laadpunten voor inwoners. Het gebruik van een verlengde private aansluiting is onder bepaalde voorwaarden, in combinatie met het gebruik van een kabelmat, sinds augustus 2025 wel toegestaan. Een passende aanpak en rol vanuit de gemeente in de ontwikkeling van laadinfrastructuur op bedrijventerreinen wordt nog onderzocht.

5.1.2

Publieke reguliere laadpunten

Reguliere publieke laadpunten in de vorm van laadpalen vormen de basis van ons netwerk voor personenauto’s en bestelbussen. Deze zijn ook te gebruiken voor: taxi’s en doelgroepenvervoer en mobiele werktuigen in en nabij bouwplaatsen. Plaatsingsstrategie voor reguliere publieke laadpunten Voor de plaatsing van publieke reguliere laadpunten volgen we een combinatie van deze plaatsingsstrategieën:

26

Inleiding

-

Markt- en beleidsontwikkelingen

Uitgangspunten

Laadopgave per gebruikersgroep

Strategische keuze per laadlocatie

Uitvoering en financiering

Aanvraaggestuurde plaatsing waarbij een EV-rijder een laadpaal aanvraagt (paal-volgtauto). Datagestuurde plaatsing: bijplaatsing naar aanleiding van continu hoog verbruik van een paal in de buurt. Proactieve plaatsing: voor de vraag uit plaatsen op basis van verwachte behoefte. Strategische plaatsing: de gemeente heeft een aanvullende wens voor een laadlocatie die niet op andere manier gerealiseerd gaat worden.

Deze combinatie maakt het mogelijk om enerzijds een basisnetwerk te ontwikkelen en voorbereid te zijn op de benodigde toekomstige laadbehoefte, en in de tussentijd mee te bewegen met de actuele groei van elektrische voertuigen. Uitvoeringsmodel publieke reguliere laadpunten Voor reguliere laadpalen geven we de voorkeur aan het concessiemodel. Bij dit model krijgen een of meerdere CPO’s het exclusieve plaatsingsrecht voor publieke laadpunten. We sluiten aan bij de concessie van NAL regio Oost. We kiezen voor deze collectieve aanpak omdat dit schaalvoordelen biedt, die ook een gunstige laadprijs voor gebruikers oplevert, en een efficiënt proces is dat relatief weinig ambtelijke capaciteit vraagt. We zetten ons huidige uitvoeringsmodel daarmee voort. We nemen de volgende aandachtspunten expliciet in de overeenkomsten mee om onze laadvisie uit te voeren: - Het uitvoeren van de gekozen plaatsingsstrategieën. - Aanvullende maatregelen om het gebruik door mobiele werktuigen mogelijk te maken (bv. afspraken over bouwlaadpas en afwijken van netbewust laden).

5.1.3

Publieke snelladers

Snelladers binnen de woonkernen, bijvoorbeeld bij winkelcentra en supermarkten of andere bezoekerslocaties, bieden de mogelijkheid om bijladen te combineren met een kort verblijf op deze locaties. Daarnaast bieden snelladers een extra mogelijkheid voor onder andere taxi’s, doelgroepenvervoer en bestelbussen om relatief snel bij te laden tijdens of nabij een stop. Dit betreft publiek toegankelijke snelladers met een vermogen groter dan 50 kW, afgestemd op kort verblijf (30-60 minuten) bij bezoeklocaties. Deze worden geplaatst bij parkeervakken op privaat terrein of in de openbare ruimte. Wanneer het de ontwikkeling van snelladers op privaat terrein betreft kunnen initiatiefnemers deze zelf ontwikkelen. In de openbare ruimte binnen de woonkernen voorzien we op korte termijn nog geen dringende behoefte om snelladers te ontwikkelen, maar waar deze behoefte wel ontstaat willen we deze onder bepaalde voorwaarden wel faciliteren. Het initiatief voor deze ontwikkeling ligt in eerste instantie bij marktpartijen om deze behoefte in te vullen. De gemeente neemt de volgende criteria mee bij het in behandeling nemen van initiatieven.

27

Inleiding

Markt- en beleidsontwikkelingen

Laadopgave per gebruikersgroep

Uitgangspunten

Strategische keuze per laadlocatie

Uitvoering en financiering

Afwegingscriteria snelladers Voor de locatiebepaling van snelladers houden we de stelregel aan dat dit drukke plekken zijn met veel bezoekers en waar gebruikers korte tijd verblijven, bijvoorbeeld om een boodschap te doen. Daarnaast heeft een mogelijke combinatie met andere doelgroepen (taxi, doelgroepen, bestelbussen, bouwverkeer) de voorkeur. In de beoordeling van initiatieven wordt daarnaast getoetst op: - Onderbouwing van de lokale behoefte van doelgroepen om te snelladen; - Doorgang van verkeer en mogelijke nieuwe verkeersstromen; - Beschikbare openbare ruimte (geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen); - Beschikbaarheid parkeervakken; - Mogelijkheden om de transformatorkast van de netbeheerder goed in te passen; Gezien de huidige netcongestie situatie is de beschikbaarheid van ruimte op het net voor de snellader een vereiste, tevens wordt getoetst of het initiatief de beperkte ruimte op het net voor klein- en grootverbruik aansluitingen voor maatschappelijke voorzieningen niet in de weg zit: -

Inpassing op het elektriciteitsnet: o

de mogelijkheid om een aansluiting te realiseren die niet teveel maatschappelijke kosten voor netuitbreiding vraagt;

o

een aansluiting die niet ten koste gaat van elektriciteit voor kleinverbruik aansluitingen en maatschappelijke functies;

o

de mogelijkheid om per aansluiting een vermogen van minimaal 100 MW te leveren.

5.1.4

Overzicht laadoplossingen en gebruikersgroepen in de woonkernen.

Tabel 1: Overzicht keuzes voor type laadpunten per gebruikersgroep in de woonkernen.

Type laadpunten in woonkernen Private laadpunten (thuis / werk)  Privaat  Regulier vermogen  Gericht op eigen voertuig/vloot Openbare reguliere laadpunten  Regulier vermogen  Bij openbare parkeerplaatsen

Particulier

✓

✓

Taxi |DGV*

✓

✓

Deelauto’s

-

-

Bestel (N1)

✓

✓

Mobiele werktuigen

-

✓**

Rol gemeente De gemeente ondersteunt waar nodig (bijvoorbeeld faciliteren en reguleren VPAs) De gemeente faciliteert en reguleert de laadinfrastructuur in de openbare ruimte.

28

Inleiding

Markt- en beleidsontwikkelingen

Uitgangspunten

Laadopgave per gebruikersgroep

Strategische keuze per laadlocatie

Uitvoering en financiering

 Voorkeur losse laadpalen, evt. geclusterd Snelladers   100 kW vermogen  Privaat en mogelijk publieke grond

✓

✓

-

✓

-

Initiatieven worden beoordeeld

* Doelgroepenvervoer

** Geschikt voor mobiele werktuigen met kleinere vermogens

5.2

Publieke laadinfra onderweg

Naast laadopties in de woonkernen en op bedrijventerreinen, is het belangrijk om gebruikers ook onderweg publiek toegankelijke laadmogelijkheden te bieden. In deze paragraaf beschrijven we de keuzes voor snelladers en heavy-duty laadpleinen. De laadlocaties onderweg zijn gericht op zo snel mogelijk en gemakkelijk bijladen langs of nabij doorgaande routes. Voor personenauto’s en bestelbussen kunnen snelladers langs doorgaande wegen gerealiseerd worden, bijvoorbeeld bij bestaande tankstations. Voor zwaar vervoer, met vrachtvoertuigen als primaire gebruikers, zijn locaties aan of nabij logistieke corridors in beeld of reeds bestaand rustlocaties (zoals truckparkings). Het grondeigendom en de betrokkenheid van de gemeente verschilt per locatie. Omdat onderweg laden bij uitstek een opgave in regionale en nationale context is, staan we open voor samenwerking met initiatieven voor een publiek toegankelijk snellaadnetwerk. Dit doen we via de NAL-regio Oost en specifiek voor heavy-duty laadpleinen ook met landelijke initiatieven zoals Logistiek Laden (LoLa) van Rijkswaterstaat en ELaadNL en Clean Energy Hubs (CEH). De aanwezigheid van bedrijventerreinen, doorgaand vervoer over de A12, en introductie van ZE zones in nabijgelegen steden maakt dat we een snellaadbehoefte verwachten in te toekomst.

Omdat deze samenhangt met de snellaadmogelijkheden in nabijgelegen gemeenten coördineren we op regionaal niveau de zoektocht naar locaties waar voldoende grond en netcapaciteit beschikbaar zijn.

5.2.1

Snelladers op tankstations en nieuwe snellaadstations

We voorzien ook een behoefte aan snelladers langs doorgaande wegen in onze gemeente, die een hoger vermogen bieden en gericht zijn op onderweg bijladen. Veel van de geschikte snellaadlocaties bevinden zich op private grond, waaronder de aanwezige tankstations in onze gemeente. We stimuleren waar mogelijk marktpartijen om de bestaande stations te voorzien van snellaadinfrastructuur. We onderzoeken daarnaast de mogelijkheden voor de ontwikkeling en publieke openstelling van private snellaadstations op of nabij corridor-locaties.

5.2.2

Heavy-duty laadpleinen

Heavy-duty laadpleinen zijn speciaal ingerichte, publiek toegankelijk laadvoorzieningen voor zware voertuigen (vrachtwagens N2 en N3). In eerste instantie worden die vooral op

29

Inleiding

Markt- en beleidsontwikkelingen

Uitgangspunten

Laadopgave per gebruikersgroep

Strategische keuze per laadlocatie

Uitvoering en financiering

verzorgingsplaatsen en truckparkings gerealiseerd vanuit de landelijke initiatieven, naar verwachting komen die locaties beschikbaar vanaf 2028-2030. Voor deze laadpleinen is het bevoegd gezag Rijkswaterstaat. Waar mogelijk sluiten we aan bij het besluitvormingsproces rondom deze plekken. Als realisatie op verzorgingsplaatsen en truckparkings in de regio niet mogelijk of voldoende is, kunnen er aanvullende locaties gezocht worden. Ook grootschalige bouw- en infraprojecten kunnen aanleiding zijn voor de realisatie van heavy-duty laadpleinen voor de bijbehorende logistiek en werktuigen. We staan open voor verzoeken van de landelijke/regionale initiatieven en voorstellen vanuit de markt. Op basis hiervan kijken we hoe onze gemeente kan bijdragen aan de inpassing voor bereikbaarheid, veiligheid en vergunningverlening.

5.2.3

Overzicht laadoplossingen en gebruikersgroepen onderweg

Tabel 2: Overzicht keuzes voor type laadpunten per gebruikersgroep om onderweg bij te laden.

Type laadpunten onderweg Snellaadstations  Publiek toegankelijk  Bestaande (tankstations) of nieuwe locaties bij doorgaande weg  Privaat of publieke grond  Laadvermogen 125350 kW, meerdere laadpunten per locatie Heavy-duty laadplein  Publiek toegankelijk zware voertuigen  Verzorgingsplaatsen, truckparkings en nieuwe locaties  Laadvermogen 125 350 kW, op termijn naar 1 MW  Meerdere laadpunten per locatie

5.3

Particulier

✓

-

Bestel (N1)

✓

-

Vracht (N2/N3)

-

✓

Mobiele werktuigen

[- / ✓(N2)]

✓

OV | Touringcar

Rol gemeenten

-

Initiatief ligt bij de markt, waar nodig ondersteunende en kaderstellende rol.

✓

In regionaal verband onderzoeken we de opgave. en stemmen we af of de gemeente hierin een rol moet spelen.

Laden op en bij de bouwplaats

Op de bouwplaats is ook behoefte aan laadopties. De uitvoerder bepaalt zelf hoe de mobiele werktuigen en eventuele bouwlogistieke voertuigen worden geladen. Recent heeft de gemeente ook het convenant schoon en emissieloos bouwen (SEB) ondertekent; met de ambitie om richting 2030 doelstellingen te halen om de bouwactiviteiten schoner en duurzamer te maken. Daarmee kan de gemeente vanaf 2026 aanspraak maken op ondersteuning vanuit het rijk. Landelijk geldt

30

de verplichting voor emissieloos licht materieel in de bouw vanaf 2030, met het convenant halen we die naar voren; naar 2028. Om dit te bereiken zijn ook laadvoorzieningen voor bouwmaterieel nodig. We bepalen hiervoor per project onze eigen rol in de aanvraag en realisatie van voldoende (tijdelijk) vermogen op bouwplaatsen voor het laden van mobiele werktuigen. De ambitie is om toe te werken naar een aanpak die zorgt dat er een netwerk is waar bouwvoertuigen binnen een redelijke afstand van de bouwplaats gebruik van kunnen maken. Hierbij hanteren we de volgende ladder: - Eerst is er inzicht nodig in de vermogensbehoefte van bouwprojecten, deze kan de uitvoerder van de bouwprojecten het beste bepalen, maar kan wel vooraf ingeschat worden. - Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van een bestaande netaansluiting op de bouwlocatie en we zoeken naar mogelijkheden voor kleinere bouwvoertuigen om bij reguliere laadpalen te laden (in afstemming met de exploitant van de openbare laadpalen, en de handreiking voor veilig gebruik van laadvoorzieningen voor de bouw). - In overleg met de netbeheerder zoeken we naar mogelijkheden om de permanente aansluiting eerder te realiseren en benutten voor het laden van zwaarder bouwmaterieel op de bouwlocatie. Een deel van de laadbehoefte kan mogelijk ingevuld worden door de reguliere laadpalen ook al eerder te plaatsen.

- Waar nodig zoeken we naar mogelijkheden om flexibele oplossingen, zoals de inzet van batterijcontainers, mobiele accupakketten en flexibele energiecontracten in te zetten. - Ten slotte is het realiseren van een tijdelijke aansluiting waar nodig nog een optie. We werken daarnaast aan de ontsluiting van alternatieve laadmogelijkheden nabij bouwplaatsen door: o het inzicht in bestaande gemeentelijke aansluitingen te vergroten; o onze organisatie voor te bereiden op een standaardproces voor gemeentelijke aansluiting; o deze mogelijkheden te inventariseren en het gebruik te faciliteren. We houden ook actief contact over deze opgave met onze NAL-regio Oost. Tabel 3: Overzicht keuzes voor type laadpunten per gebruikersgroepen op de bouwplaats.

Type laadpunten op bouwplaatsen

Vracht (N2/N3)

Projectafhankelijk  Niet publiek toegankelijk  Tijdelijk, project gebaseerd  Op (bouw)aansluiting

✓*

Mobiele werktuigen

✓

Rol gemeente

Onderzoeken of we hierin faciliteren of ook bijdragen aan realisatie

* Specifiek voor bouwlogistiek

31

Inleiding

6.

Markt- en beleidsontwikkelingen

Uitgangspunten

Laadopgave per gebruikersgroep

Strategische keuze per laadlocatie

Uitvoering en financiering

Uitvoering en financiering

In dit hoofdstuk beschrijven we de gemeentelijke inzet, samenwerking met de belangrijkste stakeholders, monitoring en de financiering die nodig zijn om deze laadvisie uit te voeren. Ons uitgangspunt voor publiek toegankelijke laadinfrastructuur is een gezonde businesscase voor marktpartijen om te plaatsen en exploiteren. We zullen onze regierol invullen door vraag en aanbod bij elkaar brengen en helpen om eventuele obstakels weg te nemen. Als rendabele exploitatie ook dan niet mogelijk is, kunnen we ervoor kiezen om gericht te investeren in laadpunten of ondersteunende infrastructuur. We monitoren het effect van onze activiteiten, om grip te houden op de ontwikkelingen en de effectiviteit van ons beleid.

6.1

Gemeentelijke organisatie

Wethouder Joyce Zwaga-Komen is bestuurlijk opdrachtgever voor de realisatie van openbare laadinfrastructuur. Voor de uitrol is de afdeling verkeer en vervoer verantwoordelijk. De opschaling van laadinfrastructuur en de uitbreiding van de scope vragen om meer uitvoeringskracht en verdere professionalisering van het werkproces. Ook is het belangrijk dat het onderwerp structureel aandacht krijgt bij meerdere afdelingen, die op de hoogte zijn van elkaars werk en visie, zoals verkeer en vervoer, realisatie en beheer, ruimte samenleving en ontwikkeling, en economie. Het belang van deze samenwerking wordt groter nu we actief aan de slag gaan met: - Meenemen van energievoorziening en laadvoorzieningen bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en nieuwbouwwijken. - Mogelijk grondgebruik en gronduitgifte voor laadvoorzieningen voor logistiek- en vrachtvervoer. - Behoefte van (snel)laadinfrastructuur meenemen in afstemming over netcongestie en energietransitie. - Logistieke laadinfrastructuur als randvoorwaarde voor het opschalen van de opgave om bedrijventerreinen te verduurzamen. - Laadinfrastructuur ontsluiten bij bouw- en infrastructurele projecten.

6.2

Samenwerkingspartners

Om de doelen uit onze laadvisie te halen, werken we samen met verschillende partners, zoals de NAL-samenwerkingsregio Oost. Dit is een samenwerkingsverband tussen de provincies Gelderland, Overijssel en Liander. De samenwerkingsregio ondersteunt gemeenten bij de uitrol van laadinfrastructuur, onder andere door het delen van kennis en het organiseren van aanbestedingen voor laadpunten in de publieke ruimte. Daarnaast zijn de bewoners, ondernemers en de (markt)partijen die de laadinfrastructuur plaatsen, belangrijke partijen waarmee we samenwerken en afstemmen.

32

6.3

Monitoring

Monitoring levert waardevolle inzichten op over onder meer de groei van elektrisch vervoer in onze gemeente, het gebruik van specifieke laadpunten en de laadinfrastructuur als geheel en de belasting van het energienetwerk. Het is van belang dat de gemeente inzicht heeft in de gebruiksdata van de laadpunten in de publieke ruimte. Deze gebruiksdata benutten we gericht laadpalen bij te plaatsen en ons beleid periodiek aan te passen op de actuele toename van de vraag.

6.4

Financiële kaders

Het uitgangspunt van de gemeentelijke rol is om de realisatie van laadinfrastructuur aan de markt te laten. Hierbij hoeft de gemeente niet te investeren in infrastructuur, maar alleen in de organisatie of begeleiding van markt- en realisatieprocessen. Op dit moment zijn de capaciteit en middelen voldoende om hier uitvoering aan te geven. Wanneer nieuwe ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de nog te ontwikkelen aanpak logistieke laadinfrastructuur op het bedrijventerrein, of verdere uitwerking van de aanpak voor andere doelgroepen, meer capaciteit en middelen vragen dan wordt dit meegenomen in de tweejaarlijkse evaluatie.

33

BIJLAGE I - Begrippenlijst Laadpaal Fysiek object met meestal één of twee laadpunten.

specifiek bijladen van mobiele werktuigen en mobiele batterijen.

Laadpunt De elektrische aansluiting op een laadpaal waar de stekker wordt aangesloten. Reguliere laadpalen beschikken meestal over twee laadpunten. Een laadpunt kan ook verwerkt zijn in bijvoorbeeld een muurbox of lichtmast.

Anders laden Anders Laden biedt alternatieve oplossingen voor reguliere laadpunten in de openbare ruimte, o.a. door integratie in multifunctionele objecten (bv. via perscontainers en lichtmasten) of laden via een ondergrondse kast of inductieladen

Laadplein Een laadplein bestaat uit meer dan twee laadpunten voor elektrische voertuigen die een gedeelde netaansluiting hebben (bij publieke laadpalen) of die op een gedeelde groep achter de meter zitten.

Megawatt Charging System (MCS) Internationale laadstandaard voor zwaardere voertuigen (trucks, bussen, werktuigen) die laadvermogens van 1 megawatt en hogere mogelijk maakt. Wordt vanaf 2025 op de markt verwacht.

Laadpunt voor regulier laden Laadpunt met een vermogen van hoogstens 22kW.

Bi-directioneel laden Naast het laden van de auto, kan de auto ook stroom terugleveren voor lokaal gebruik of aan het energienet. Maakt vehicle-to-grid (V2G), vehicle-to-home (V2H) of vehicle-to-anything (V2X) toepassingen mogelijk.

Snellaadpunt Laadpunt met een vermogen van 50 kW of hoger op gelijkstroom Kortparkeerladen Snelladen met relatief lage vermogens (50-125 kW). Deze laadpalen worden vaak geplaatst bij parkeervakken op plekken waar de EV-rijder het laden kan combineren met een andere activiteit, zoals winkelen of vergaderen. Uitgaande van een laadduur van 30-60 minuten. Snellaadstation Locatie met meerdere snelladers, gericht op zo snel mogelijk bijladen onderweg. Biedt vaak hogere vermogens (150-350 kW) aan. Kan bij tankstation of als zelfstandig laadstation. Heavy-duty laadplein Laadplein ingericht voor zware voertuigen (vracht, werktuigen, touringcars) met voldoende vermogens, ruimte en faciliteiten. Hier kan rekening gehouden worden met

Slim laden / netbewust laden Brede term, die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen om belasting van net elektriciteitsnet te verminderen en/of gebruik te maken van goedkope, groene stroom. Ladder van laden Voorkeursvolgorde voor invulling van de laadbehoefte met oog op laagste laadprijs en maatschappelijke kosten. Laden op privé terrein verdient de voorkeur, daarna semiopenbaar. Als ook dat niet mogelijk is, kan de laadbehoefte in de openbare ruimte worden ingevuld. Publiek toegankelijk laadpunt Een laadpunt voor een elektrisch voertuig dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten.

34

Semi-publiek toegankelijk laadpunt Een laadpunt dat is opengesteld voor publiek op een private locatie. Bijvoorbeeld bij parkeergarages of tankstations. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn. Privaat laadpunt Een laadpunt op eigen terrein. Verlengd-private aansluiting (VPA) Bij VPA bevindt de laadlocatie zich in de publieke ruimte en het laadpunt wordt gevoed via een kabel die op een private netaansluiting van een woonhuis of bedrijfspand is aangesloten. Netcongestie File op het elektriciteitsnet doordat op verschillende plekken in Nederland onvoldoende capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is. Door de overstap op duurzame energie (energietransitie), neemt de vraag naar elektriciteit toe. De uitbreiding van het elektriciteitsnet kan deze vraag niet bijbenen. Mitigerende maatregelen Oplossingen (technisch en contractueel) om de impact van netcongestie te verminderen en toch (deels) de gewenste laadvermogens te realiseren. Laadpaalkleven Het onnodig bezet houden van een elektrisch laadpunt door een elektrische auto.

Charge Point Operator (CPO) De CPO is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van laadpalen. NAL-regio’s Zes samenwerkingsregio’s die zijn voortgekomen uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Gemeenten werken binnen deze regio’s samen met de provincie en met de netbeheerder. Regionale Energiestrategie (RES) De strategie per regio om gebruik en opwek van duurzame energie en warmte te realiseren. pMIEK Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat waarin prioritering wordt aangebracht voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet op basis van prognoses en maatschappelijke belangen. Zero-emissielogistiek (ZE-logistiek) Zonder uitstoot van schadelijke stoffen goederen verplaatsen voor bijvoorbeeld bouw, retail, afval, horeca, en e-commerce. Voertuigen rijden op elektriciteit of waterstof. Zero-emissiezones (ZE-zones) Zones waarbinnen geen logistieke voertuigen mogen komen die emissies uitstoten

Batterij-elektrisch voertuig (BEV) Volledig elektrisch voertuig, waarbij een brandstofmotor ontbreekt. Dit in tegenstelling tot een plug-in hybride elektrisch voertuig (PHEV).

35

BIJLAGE II Overzicht gebruikersgroepen en laadoplossingen per laadlocatie

Locatiecategorie

Type laadpunt

Woonkernen

Eigenschappen

Particulier

Taxi |DGV*

Deelauto’s

Bestel (N1)

Vracht (N2/N3)

Mobiele werktuigen

OV | Touringcar

Private laadpunten (thuis/ werk)

 Privaat  Regulier vermogen  Gericht op eigen voertuig/vloot

✓

✓

-

✓

-

-

-

Openbare reguliere laadpunten

 Regulier vermogen  Bij openbare parkeerplaatsen  Voorkeur losse laadpalen, evt. geclusterde laadpleinen

✓

✓

✓

✓

-

[✓ / -]**

-

Snelladers

  100 kW vermogen  Private en publieke grond  Bij voorkeur geclusterd

✓

✓

-

✓

-

-

-

Bedrijfslocaties

 Privaat terrein van depots, kantoren, werven of remises  Vermogen o.b.v. bedrijfsbehoefte  Meestal niet publiek toegankelijk

✓

✓

-

✓

✓

[✓ / -]

[✓ / -]

Collectieve laadpleinen

 Publiek toegankelijk  Gemixt aanbod van vermogens: regulier, kortparkeer en snel

-

-

-

[✓ / -]

✓

[✓ / -]

[✓ / -]

Snellaadstation

 Publiek toegankelijk  Bestaande (tankstations) of nieuwe locaties bij corridors

✓

✓

-

✓

[- / ✓(N2)]

[- / ✓**]

-

Bedrijventerrein

Onderweg

36

 Privaat of publieke grond  Laadvermogen 125-350 kW, meerdere laadpunten per locatie

Heavy-duty laadplein

 Publiek toegankelijk voor zware voertuigen op bestaande en nieuwe locaties  Laadvermogen 125 -350 kW, op termijn naar 1 MW

-

-

-

-

✓

✓

Projectafhankelijk

 Niet publiek toegankelijk  Tijdelijk, projectgebaseerd  Op (bouw)aansluiting

-

-

-

-

[- / ✓ ***]

✓

Bouwplaats

✓

* DGV = doelgroepenvervoer ** Geschikt voor mobiele werktuigen met kleinere vermogens *** Specifiek voor bouwlogistiek

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=058ab632-5b74-43ba-932b-cee4c4128730