3. 2015 87740 – Bestemmingsplan ‘Roodwilligenstraat 30 te Duiven’, toelichting, onderzoeken en regels.pdf
Tekst van het document
2
tot doel? Volksgezondh 1. In of nabij het plangebied bevinden zich eid
Nee
1
Nee
1
Nee
2
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED Nee
2
overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? water? 3. Bevindt het plangebied zich in
Nee
1
Nee
1
Nee
1
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen Nee
2
beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?
Recreatie
en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistori 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in e 44
het plangebied aanwezig? Roodwilligenstraat 30 te Duiven
Nee
1
Er is toename van het verhard oppervlak. Echter bedraagt de toename als gevolg van de bouw van de woning, garage en tuinhuis minder dan 1.500 m2. Lozing hemelwater vanuit het plangebied Het waterbeleid van de gemeente is dat 60 mm berging op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Het hemelwater zal geloosd worden op de groenstrook en het eigen oppervlaktewater (vijver ten westen van de toerit naar het bedrijf) waarbij het water geleidelijk kan infiltreren. Hiermee is de berging van 60 mm op het eigen terrein voldoende verzekerd. Lozing afvalwater vanuit planlocatie Op planlocatie is momenteel geen riolering aanwezig. Er zal riolering of IBA aangelegd worden. Wateren in of nabij het plangebied in eigendom of beheer bij het waterschap Bij de locatie ligt aan de noord- en zuidzijde een watergang in eigendom of beheer bij het waterschap.
Toelichting
45
Afbeelding 14: Oppervlaktewater nabije omgeving planlocatie (Bron: Waterschap Rijn en IJssel) Conclusie Voor wat betreft het aspect water kan het plan uitvoerbaar worden geacht. 4.10
Ecologie
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Door Natuurbank Overijssel is een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd vanwege het project voornemen, waarmee de wettelijke consequenties van de 46
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld zijn gebracht. Het plangebied is op 15 september 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. De integrale rapportage van de quickscan is als Bijlage 5 aan deze onderbouwing toegevoegd. Een samenvatting van de bevindingen is in deze paragraaf opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen. Het plangebied ligt op minimaal 3,27 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is het Natura 2000-gebied Rijntakken. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 15: Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied Toelichting
47
Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, toename verkeer in gebruiksfase en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Bovenstaande wordt bevestigd door de berekening van de stikstofemissie in de gebruiksfase met behulp van Aerius Calculator. Uitgaande van 8 extra verkeersbewegingen per dag vanwege de aanwezigheid van de bedrijfswoning op het perceel blijkt uit de Aeriusberekening dat deze verkeersbewegingen geen deposities op de Natura 2000-gebieden veroorzaken hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Emissies als gevolg van het verwarmen van de woning zijn niet meegenomen in de berekening aangezien de woning gasloos gebouwd zal worden. Verder is de stikstofemissie in de bouwfase buiten beschouwen gelaten omdat deze emissie onder de vrijstelling valt. De Aeriusberekening is als Bijlage 7 aan deze toelichting toegevoegd. Het voorgenomen gebruik van het erf aan de Roodwilligenstraat 30 te Duiven met het realiseren van 1 bedrijfswoning leidt niet tot wettelijke consequenties voor wat betreft stikstofdepositie. Omdat significante effecten ontbreken hoeft geen Natuurvergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd. Soortenbescherming Het plangebied bestaat uit een deel van een schuur en grasland.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: vogels; vleermuizen; grondgebonden zoogdieren; amfibieën. Vogels Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood en geen (bezet) vogelnest beschadigd of vernield. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke 48
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
consequenties. In de nabijheid van het plangebied zit een roekenkolonie. De nesten zijn als vaste rust- en verblijfsplaats jaarrond beschermd. In het ecologisch onderzoek is de roekenkolonie niet meegenomen omdat deze buiten de invloedsfeer van het plan ligt. De woning wordt namelijk op meer dan 25 meter van de bomen, waarin de kolonie zit, gebouwd. Omdat er bovendien geen bodem worden gekapt heeft het initiatief geen negatief effect op deze kolonie. Vleermuizen Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Essentieel foerageergebied Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen aangetast. Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes van vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties.
Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd amfibie gedood en wordt geen vaste (winter)rustplaats beschadigd of vernield. Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Toelichting
49
natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone geen externe werking kennen. Tevens is vastgesteld dat de instandhoudingsdoelstellingen in de Natura 2000-gebieden niet in het geding zijn omdat het plan geen stikstofdeposities veroorzaakt groter dan 0,00 mol op deze gebieden. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied en bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Vogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën gebruiken het plangebied wel als foerageergebied. Vleermuizen gebruiken het plangebied niet als foerageergebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties Het plan is voor het aspect ecologie uitvoerbaar. 4.11
Cultuurhistorie en archeologie
De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de huidige Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen). Toetsing Archeologie De archeologische waarden in de gemeente Duiven zijn vastgelegd in het beleidsstuk 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' (RAAP, 15 mei 2007). Dit beleidsstuk vormt de basis voor het bestemmingsplan “Archeologie” (vastgesteld op 31 mei 2010) voor het grondgebied van de gemeente Duiven, waarin het aanlegvergunningstelstel is opgenomen. 50
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding “lage archeologische verwachting 5”. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de “Plankaart Noord” weergegeven, met de planlocatie in de rode pijl. Binnen de archeologische waarde 5 is een aanlegvergunning en een nadere onderzoeksverplichting vereist voor bodemingrepen groter dan 10.000 m² en een diepte van minimaal 0,5 m1. Hiervan is in het voorliggende plan geen sprake.
Afbeelding 16: bestemmingsplan Archeologie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Cultuurhistorische waarden Het plangebied of de directe omgeving daarvan herbergt geen cultuurhistorische waarden waar in dit bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het plan voornemen uitvoerbaar. 4.12
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plan voorziet in de bouw van een bedrijfswoning. De verkeersgeneratie van een bedrijfswoning is circa 8 verkeersbewegingen per dag met licht verkeer. Omdat initiatiefnemer reeds een bedrijf exploiteert op de locatie, komen ook verkeersbewegingen te vervallen als op de locatie gewoond wordt. In werkelijkheid zal de toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige Toelichting
51
situatie minder zijn dan genoemde 8 bewegingen. De Roodwilligenstraat kan deze kleine toename van het lichte verkeer zondermeer verwerken. Er zijn geen aanpassingen nodig aan de weg. Parkeren Conform de Parkeernormennota van de gemeente dienen er 2,4 (afgerond 3) parkeerplaatsen aanwezig te zijn bij een (bedrijfs)woning. De bedrijfswoning wordt gebouwd bij een agrarisch bedrijf. Op het erf van het dit bedrijf is meer dan voldoende ruimte om de eigen parkeerbehoefte op te vangen. Bovendien kan één personenauto binnen in de nieuw te bouwen garage worden geparkeerd. Conclusie Er wordt voldaan aan de Parkeernormennota van de gemeente. Er kunnen tenminste 3 auto's op het eigen erf worden worden geparkeerd.
52
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
Hoofdstuk 5 Juridisch planopzet/juridisch bestuurlijk aspecten 5.1
Juridisch systeem
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding, waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Regels zijn gelijkgesteld aan het moederplan. De aanduiding 'bedrijfswoning' van het perceel Roodwilligenstraat 30 is op de verbeelding aangegeven. Met een relatieteken is deze bedrijfswoning planologisch verbonden aan het overige deel van het bouwvlak.
Toelichting
53
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke en Economische uitvoerbaarheid Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft. Het voeren van inspraak is wettelijk niet verplicht. In dit geval is door initiatiefnemer het plan aan de omgeving gepresenteerd. Hier zijn geen reacties op gekomen. Over het voorontwerp van een bestemmingsplan kan evenwel overeenkomstig de gemeentelijke inspraakverordening, gelegenheid tot inspraak geboden worden. Daarnaast vindt in ieder geval overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening plaats met diensten van Rijk, provincie, het waterschap en met betrokken (maatschappelijke) organisaties. De resultaten van zowel het overleg als de eventuele inspraak worden in de toelichting verwerkt. In dit verband is van belang, dat zowel van de eventuele inspraak- als van de overlegprocedure eindverslagen worden opgemaakt, waarin de gemeentelijke standpunten op de ingekomen reacties worden verwoord en de eventuele aanpassingen in de planvorming welke hieruit voortvloeien. Deze stukken worden als bijlage bij de toelichting opgenomen. Tot en met woensdag 2 november 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan Roodwilligenstraat 30 ter inzage gelegen. Tijdens de 6 weken dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, zijn geen zienswijzen binnengekomen.
54
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten aanzien van de openbare voorzieningen zijn nuts voorzieningen (zoals elektra) al aangelegd dan wel nog aan te leggen in samenspraak met de gemeente op onderhavig perceel. Momenteel ligt er geen riolering op de planlocatie. In principe dient de gemeente de nieuwe woning aan te sluiten op de bestaande riolering en de kosten daarvoor te dragen. Er zijn naast de procedurekosten voor de gemeente geen bijkomende kosten waarvoor een overeenkomst dient te worden afgesloten. Initiatiefnemer dient op grond van de legesverordening van de gemeente Duiven een vast bedrag aan leges te voldoen en daarmee worden de kosten voor de gemeentelijke procedure gedekt. Vanuit het aspect economische uitvoerbaarheid worden dan ook geen beperkingen verwacht voor de realisatie van de plannen.
Toelichting
55
Bijlagen
56
Roodwilligenstraat 30 te Duiven
Bijlage 1
Tekening nieuwe situatie
Toelichting
57
fietsdoorvoer
19866
huidige in- en uitrit
N
36315
woonkamer
12080
hal trap
totaal: 154 m2 bijkeuken
badkamer
keuken
5000 6642
b
6300
2940
46570
achterdeur
8800
40106
extra bouwvlak (ca. 466 m2)
8 1704
25113
bouwvlak wordt: 4.862 m2 61257
400
0
2) 32 m uis ( tuin h
10099
800
0
2600
3569 154 7000
huidige stal
26100
39028 12929
10000
mk wc
garage (42,9 m2)
ngslijn i d n i b r k ve ouwvla
kantoor
7800
5500
15000
4460
voordeur
5780
extra bouwvlak (ca. 721 m2)
compensatie bouwvlak (1.187 m2)
91894
opdrachtgever Boerderij Sweers (dhr. B. van Onna)
Molenstraat 20 6901 CB Zevenaar Tel. 06 - 51403575 project Verkenning situering woonhuis
bij bedrijf aan de Roodwilgenstraat 30 te Duiven onderdeel Toekomstige situatie
bladnummer
SO-01 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle
intake 6610384086 schaal papierformaat A0 auteur H.A. architect registratienr fase verkenning datum 28-10-2020 gewijzigd A 05-11-2020 gewijzigd B 10-06-2021 gewijzigd C 14-06-2021 gewijzigd D
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Toelichting
59
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 en NEN 5707 Roodwilligenstraat 30 Duiven
Datum:
28 juli 2021
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K21005791
Opdrachtgever:
Rombou
Auteur: R. Linnenbank
Paraaf
Gecontroleerd door N. Looman
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging........................................................................3 2.3 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................5 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................6 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................6 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................6 2.7 Hypothese en strategie .............................................................................................................7 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................8 3.1
Onderzoeksopzet.......................................................................................................................8 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................8 3.3 Chemisch onderzoek .............................................................................................................. 10 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 12 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 12 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................... 12 4.3 Veldmetingen ......................................................................................................................... 12 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 13 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 13 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................
13 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 14 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 14 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater per deellocatie ...................................................... 16 4.7 Grond ................................................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.8 Grondwater ....................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.9 Asbest ..................................................................................................................................... 17 4.10 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 18 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 19 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 19 5.2 Algemeen................................................................................................................................
20 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K21005791
1
1 INLEIDING In opdracht van Rombou is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Roodwilligenstraat 30 te Duiven. Het perceel is kadastraal bekend als: Gemeente Duiven; Sectie I; Perceelnummer 238 (ged.). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 6.932 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (ver)bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven.
Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K21005791
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Duiven, sectie I, perceelnummer 238 (ged.) (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging De onderzoekslocatie betreft een rundveehouderij zonder bedrijfswoning op de grens van de gemeenten Duiven (noordwestelijk gelegen) en Zevenaar (zuidoostelijk gelegen). De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door agrarische percelen en de bebouwde kom van Zevenaar.
Noordelijk gelegen op ongeveer 450 meter is Rijksweg A12 gesitueerd. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 30 juni 2021 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Het terrein is bebouwd met een rundveestal met voeropslagen. Men is voornemens een bedrijfswoning te realiseren aan de noordoostzijde (zie bijlage 5) op de onderzoekslocatie. Het terrein is verhard met klinkers en beton (incl. hooibalen opslag). Aan de noordzijde van de bestaande stal zit een poel/vijver. Tussen de bestaande stal en de poel/vijver ligt een puinpad (foto 3 en 6 ). Op de locatie is een bovengrondse dieseltank aanwezig (foto 1 en 2). Onderstaande foto’s geven een beeld van de onderzoekslocatie.
Foto 1 – bovengrondse dieseltank
Rapportnummer: K21005791
Foto 2 – bovengrondse dieseltank
Foto 3 – druppelzone + puinpad
3
Foto 4 – toekomstig bouwvlak
Foto 5 - betonverharding
Foto 6 - druppelzone + puinpad
Van de huidige onderzoekslocatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. 1 Op 15 december 1975 heeft de gemeente Duiven toestemming verleend in het kader van de Hinderwetvergunning voor het oprichten, in werking brengen en in werking houden van een veehouderij met mestopslag. Op de locatie is een bovengrondse dieseltank (inhoud 3,0 m3) aanwezig. Deze tank wordt gebruikt voor het verwarmen van de stal en als brandstof voor de landbouwvoertuigen. De tank is geplaatst op 2 maart 2016 (registratienummer 151000967). De bodem ter plaatse zal separaat bemonsterd worden op de aanwezigheid van minerale olie in de bovengrond. Op de locatie is in het verleden een bovengrondse dieselolie tank (inhoud 1,2 m3) aanwezig geweest. In bijlage 5 is de locatie van de voormalige tank weergegeven. Op 7 april 2016 is de tank gesaneerd (registratienummer 160301293.02). Tijdens de locatie-inspectie heeft de huidige eigenaar de locatie aangewezen. De bodem ter plaatse zal separaat bemonsterd worden op de aanwezigheid van minerale olie in de bovengrond. Volgens de huidige eigenaar hebben er in het verleden geen andere tanks gestaan op de onderzoekslocatie. Historische kaarten van www.topotijdreis.nl tonen aan dat er geen bebouwing aanwezig is geweest tot 1978. Vanaf dat jaartal is de veestal waar te nemen op de historische kaarten. Verder zijn er geen bijzonderheden waar te nemen.
1976
1997
2015
Ontvangen informatie per e-mail van mevr. Aalbers, Omgevingszaken 1Stroom, op 16 juni 2021 en ontvangen reacties van ODRA en Provincieloket 1
Rapportnummer: K21005791
4
2.3 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van Milieu Regio Arnhem gelegen in deelgebied ‘Buitengebied klei’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: AW2000 - Bodemfunctieklasse: Landbouw/natuur - Toepassingseis: AW2000 (bron: Bodemkwaliteitskaart Milieu Regio Arnhem, augustus 2018). Zowel tijdens vooronderzoek2 al tijdens de locatie inspectie is gebleken dat er op de onderzoekslocatie een schuur met asbestverdachte dakbedekking is. Door verwering kunnen asbestvezels met het regenwater uitspoelen en op de bodem terecht komen. Als er geen sprake is van een dakgoot en er is geen sprake van een gesloten verharding, kunnen de vezels in de bodem terechtkomen. De zogenaamde druppelzone is dan verdacht op het voorkomen van asbest. De andere zijde van de schuur heeft een betonverharding waar het regenwater op uitspoelt. Onderstaand een uitsnede van de Asbestdakenkaart Gelderland:
Op de locatie is een puinverharding aangetroffen (zie bijlage 5 voor de locatie). Op foto 3 en foto 6 is het puinpad ook waarneembaar. Ook is er op de locatie sprake van een puinverharding onder de klinkers aan de oostzijde van de schuur en is er aan de westzijde van de schuur sprake van puinhoudende grond. De herkomst van het puin is onbekend. Puin is in principe asbestverdacht. Hier zullen derhalve meer mengmonsters van worden samengesteld en worden geanalyseerd op het voorkomen van asbest.
2
Asbestdakenkaart Gelderland
Rapportnummer: K21005791
5
2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B40E0439 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht (bron: Grondwatertools). 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. De druppelzone (onverharde strook onder asbestverdachte dakbedekking), puinverharding en de bodem rondom de bovengrondse tank en de voormalige bovengrondse tank worden als verdachte deellocaties onderzocht. Verder zijn er op de locatie geen aanwijzingen dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging en wordt de rest van de locatie onderzocht als onverdachte locatie.
Rapportnummer: K21005791
6
2.7 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie
Omvang
Hypothese
Bovengrondse tank
<5 m2
Verdacht, heterogeen verdeeld
Voormalige bovengrondse tank Onverharde strook onder asbest dakbedekking (druppelzone) Puinverharding
<5 m2
Verdacht met duidelijke verontreinigingskern Verdacht, plaatselijke bodembelasting
40 m
382 m2
Verdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag Minerale olie in de bovengrond Minerale olie in de bovengrond asbest, toplaag
Asbest, halfverhardingslaag
Overig terrein 6.932 m2 Onverdacht * VEP = verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Strategie* VEP VEP paragraaf 6.4.4 NEN 5707
Halfverhardingslaag conform NEN5897 ONV-NL
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K21005791
7
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 6.932 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk
Analyses
Bovengrondse tank
2 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis
1x minerale olie in grond (laag 0,00-0,50 m-mv) 1x minerale olie en vluchtige aromaten
Voormalige bovengrondse tank
2 boringen tot 0,5 m-mv 1 peilbuis
1x minerale olie in grond (laag 0,00-0,50 m-mv) 1x minerale olie en vluchtige aromaten
Onverharde strook onder 5 asbestgaten tot 0,2 m-mv asbest dakbedekking (druppelzone) Puinverharding 2 boringen tot 0,5 m-mv
2x asbest in grond 1x asbestverzamelmonster*
Overig terrein
2 x Standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 2 x Standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1 x Standaardpakket grondwater 1x asbest in grond 1x asbest in puin
12 boringen tot 0,5 m-mv 3 boringen tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
1x asbest in puin
*Vanwege het aantreffen van asbestverdacht materiaal in de bodem, is een materiaal verzamelmonster hiervan samengesteld en deze is geanalyseerd op het voorkomen van asbest
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Bovengrondse tank
2 boringen tot 0,5 m-mv (03 en 04)
1 peilbuis (PB01, filterstelling 2,5-3,5 m-mv)
Voormalige 2 boringen tot 0,5 m-mv (05 en 06) bovengrondse tank Onverharde strook onder 5 asbestgaten tot 0,2 m-mv (G1 t/m G5) asbest dakbedekking (druppelzone) Puinverharding 2 boringen tot 0,5 m-mv (20 en 21) Overig terrein
1 peilbuis (PB02, filterstelling 2,5-3,5 m-mv) -
-
10 boringen tot 0,5 m-mv (08, 09, 11, 12, 13, 14, 1 peilbuis (PB07, filterstelling 2,00-3,00 m-mv) 15, 16, 17 en 19)* 3 boringen tot 2,0 m-mv (10, 18 en 22)
* Boring 11, 12 en 13 zijn doorgezet tot 1,0 m-mv vanwege puinfundatie onder elementenverharding
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 30 juni 2021 (boorwerkzaamheden) door de heer D. van Konijnenburg en op 14 juli 2021 (monsterneming grondwater) door de heer R. Nekkers. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heren D. van Konijnenburg en R. Nekkers zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16).
Rapportnummer: K21005791
8
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K21005791
9
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Bovengrondse tank
MMBGtank
Vml. bovengrondse tank
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
G
03-1, 04-1, PB01-1
0,07-0,50
Minerale olie
PB01-1-1
W
PB01
2,50-3,50
Minerale olie en vluchtige aromaten
MMvmltank
G
05-1, 06-1, PB02-1
0,00-0,50
Minerale olie
PB02-1-1
W
PB02
2,50-3,50
Minerale olie en vluchtige aromaten
A
G1
0,00-0,20
Asbest in grond
AVM
Asbest op maaiveld (G1)
0,00-0,10
Asbest in plaatmateriaal
Druppelzone 1
A
G2 t/m G5
0,00-0,20
Asbest in grond
APMM02
AP
20, 21
0,00-0,50
Asbest in puin
Onverharde strook onder Druppelzone 1 asbest dakbedekking AVM01-1 (druppelzone) Puinverharding Overig terrein
MMBG01
G
8-1, 9-1, 10-1, 16-1, 17-1, 22-1, PB07-1
0,00-0,50
Standaardpakket grond
MMBG02
G
18-1, 19-1
0,07-0,57
Standaardpakket grond
MMOG03
G
11-2, 12-2, 13-3
0,50-1,00
Standaardpakket grond
MMOG04
G
10-2, 10-3, 18-4, 18-5, 22-2, 22-3, 22-4, 0,50-2,00 PB07-3, PB07-4
Standaardpakket grond
AMM01-1
A
18, 19
0,07-0,60
Asbest in grond
APMM01
AP
PB01, 11, 12 en 13
0,07-0,50
Asbest in puin
PB07-1-1
G
2,00-3,00
Standaardpakket grondwater
G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek AP=puinmonsters i.k.v. asbestonderzoek AVM=asbest verdacht materiaal
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven
Rapportnummer: K21005791
10
Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
minerale olie
*
*
vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
organische stof en lutum
Rapportnummer: K21005791
*
11
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,00 – 0,05 0,50 – 0,80 0,80 – 1,50 1,50 – 3,00
Bodemsamenstelling Klei, matig zandig, matig humeus, donker beigebruin Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker crèmebruin Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin Zand, matig grof, zwak siltig, donkergrijs
Opmerkingen Matig kiezelhoudend Zwak roesthoudend Zwak grindig, zwak tot sterk roesthoudend
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke afwijking
PB01
0,15 – 0,50
Uiterst puinhoudend
11, 12, 13
0,07 – 0,50
Uiterst puinhoudend,
0,50 – 1,00
Sterk baksteenhoudend
18, 19
0,07 – 0,60
Sterk puinhoudend
20
0,00 – 0,50
Puin
21
0,00 – 0,50
Puin
G1, G2, G3, G4, G5
0,00 – 0,20
Zwak tot sterk puinhoudend
4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad pH
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
PB01
30-06-2021
14-07-2021
Pb02
30-06-2021
14-07-2021
2,50-3,50
1,75
6,8
476
6,2
2,-50-3,50
1,60
7,1
421
7,6
PB07
30-06-2021
14-07-2021
2,00-3,00
1,10
6,8
468
6,9
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.
Rapportnummer: K21005791
12
4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Ter plaatse van druppelzone 1 is een stukje asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. De grond uit het gat is gezeefd en beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. In onderstaande tabel staan de resultaten weergegeven. De gezeefde grond is bemonsterd. De gegevens hiervan staan in tabel 4.4 vermeld. Tabel 4.4: Resultaten gaten mbt aangetroffen asbestverdacht materiaal Gat 01
Lengte (cm) 30
Breedte (cm) 30
Diepte (cm) 20
Aantal stukjes asbest 24
Gewicht asbest 43000 mg
*in de gaten die niet zijn genoemd is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis: achtergrond-/streefwaarde3 tussenwaarde4
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat
3
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
4 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K21005791
13
er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren. Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof.
Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie
(a)
(b)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag
Rapportnummer: K21005791
14
worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume).
Rapportnummer: K21005791
15
4.6 Analyseresultaten grond en grondwater per deellocatie In tabel 4.5 zijn de analyseresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5. Tabel 4.5a: Analyseresultaten deellocatie bovengrondse tank Deellocatie Bovengrondse tank
Monster
Traject
Toetsing Wbb Beoordeling
MMBGtank
0,07-0,50
-
Altijd toepasbaar
PB01-1-1
2,50-3,50
-
n.v.t.
+ ++ +++
Kritieke parameter
Toetsing Bbk
[m-mv)
Beoordeling
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Tabel 4.5b: Analyseresultaten deellocatie voormalige bovengrondse tank Deellocatie
Monster
[m-mv)
Beoordeling
Voormalige bovengrondse tank
MMvmltank
0,00-0,50
-
PB02-1-1
2,50-3,50
+
Naftaleen
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Traject
Toetsing Wbb Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling Altijd toepasbaar
n.v.t.
Tabel 4.5c: Analyseresultaten overig terrein Deellocatie Overig terrein
Monster
Traject
Toetsing Wbb
Toetsing Bbk
[m-mv)
Beoordeling
Kritieke parameter
Beoordeling
MMBG01
0,00-0,50
+
Nikkel, lood, PAK
Wonen
MMBG02
0,07-0,57
+
Cadmium, kwik, lood, zink, PCB, PAK
Industrie
MMOG03
0,50-1,00
+++
PAK
Niet Toepasbaar Interventiewaarde
+
Kobalt, nikkel, minerale olie,
MMOG04
0,50-2,00
-
PB07-1-1
2,00-3,00
+
Naftaleen, barium
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Rapportnummer: K21005791
>
Altijd toepasbaar n.v.t.
16
Tabel 4.7 Resultaten asbestanalyses Onderzoeksdeel
monster
lengte (cm)
breedte (cm)
diepte (m)
stukjes AVM
Concentratie asbest > 20 mm (mg/kg)
concentratie asbest < 20 mm (mg/kg ds)
gewogen toetsing concentratie asbest (mg/kg ds)
Druppelzones
1
30
30
0,2
24
4722*
1300
6022
2
30
30
0,2
-
-
10
10
Puinhoudende grond westelijk deel Puinhoudende grond centraal deel Puinpad
AMM01-1
30
30
0,5
-
-
14
14
<I
APMM01
30
30
0,5
-
-
<0,7
<0,7
<I
APMM02
30
30
0,5
-
-
<0,6
<0,6
<I
<I / ½I
Gewogen asbestconcentratie <I en ½I (analytisch bepaald)
½I
Gewogen asbestconcentratie ½I (analytisch bepaald)
>I
Gewogen asbestconcentratie >I (analytisch bepaald)
>I
*gehalte na correctie soortelijk gewicht
De analyseresultaten worden weergegeven in bijlage 3, de berekening van de asbestconcentratie in gat 01 is weergegeven in bijlage 4. 4.7 Bovengrondse tank Ter plaatse van de bovengrondse tank zijn in zowel de bovengrond als in het grondwater geen oliecomponenten aangetroffen. 4.8 Voormalige bovengrondse tank Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank is in de bovengrond geen verhoogd gehalte aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte naftaleen aangetroffen. De overige parameters zijn niet verhoogd aangetroffen. 4.9 Overig terrein In de bovengrond van het overige terrein zijn licht verhoogde gehalten nikkel, lood, PAK (10 van VROM), cadmium, kwik, zink en PCB aangetroffen. In de ondergrond van het overige terrein zijn licht verhoogde gehalten kobalt, nikkel en minerale olie aangetroffen. Tevens is in mengmonster MMOG03 de parameter PAK sterk verhoogd aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte naftaleen en barium aangetroffen. 4.10 Asbest Het gewogen gehalte in de bovengrond ter plaatse van asbestgat 01 in de druppelzone betreft 6.022 mg/kg asbest. Hiermee wordt de interventiewaarde overschreden. In de overige gaten in de druppelzone is visueel geen asbest aangetroffen. Het gehalte asbest in het mengmonster uit de overige gaten bedraagt 10 mg/kg.
In de puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het westelijk deel van de onderzoekslocatie is visueel geen asbest aangetroffen. Het gehalte aan asbest dat analytisch is aangetroffen bedraagt 14 mg/dg. In de puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het centrale deel van de onderzoekslocatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen.
Rapportnummer: K21005791
17
Ter plaatse van het puinpad (gelegen bij de vijver/poel) is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. 4.11 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie
Omvang
Hypothese
Bovengrondse tank
<5 m2
Voormalige bovengrondse tank Onverharde strook onder asbest dakbedekking (druppelzone) Puinverharding
<5 m2
Verdacht, heterogeen verdeeld Verdacht met duidelijke verontreinigingskern Verdacht, plaatselijke bodembelasting
382 m2
Verdacht
Overig terrein
6.932 m2
Onverdacht
40 m
Verdachte stoffen en bodemlaag Minerale olie in de bovengrond Minerale olie in de bovengrond asbest, toplaag
Toetsing
Asbest, halfverhardingslaag -
Verworpen
Verworpen Aangenomen Aangenomen
Verworpen
Ter plaatse van de bovengrondse tank zijn geen verhoogde gehalten minerale olie aangetroffen. De hypothese ‘verdachte locatie’ dient verworpen te worden. Door de aangetroffen lichte verontreiniging met minerale olie in het grondwater ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ aangenomen te worden. Ter plaatse van asbestgat 01 wordt de interventiewaarde voor asbest overschreden. Bij rest van de druppelzone (asbestgat 02 t/m 05) is een zeer licht verhoogd gehalte asbest aangetroffen. Derhalve dient bij deze locaties de hypothese ‘verdachte locatie’ aangenomen te worden. Ter plaatse van het puinpad/puinverharding (gelegen bij de vijver/poel) is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De hypothese ‘verdachte locatie’ dient verworpen te worden. Door de aangetroffen lichte en sterke verontreiniging(en) in de grond dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ voor het overige terrein verworpen te worden.
Rapportnummer: K21005791
18
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Rombou is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Roodwilligenstraat 30 te Duiven. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (ver)bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1
Conclusies
5.1.1 Bovengrondse tank Ter plaatse van de bovengrondse tank zijn in zowel de bovengrond als in het grondwater geen oliecomponenten aangetroffen. 5.1.2 Voormalige bovengrondse tank Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank is in de bovengrond geen verhoogd gehalte aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte naftaleen aangetroffen. De overige parameters zijn niet verhoogd aangetroffen. 5.1.3 Druppelzones Het gewogen gehalte in de bovengrond ter plaatse van asbestgat 01 betreft 6.022 mg/kg asbest. Hiermee wordt de interventiewaarde overschreden. Bij asbestgat 01 is een gehalte asbest aangetroffen van 6.022 mg/kg d.s. Omdat dit een gehalte is > 100 mg, is er mogelijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Op basis van een verkennend onderzoek kan alleen een indicatief gehalte worden bepaald. Formeel dient er derhalve een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Gezien het feit dat de noordelijk gelegen puinverharding is onderzocht alsmede de westelijk gelegen puinhoudende grond, maar ook de rest van de druppelzone, is het zeer aannemelijk dat de verontreiniging een beperkte spot betreft van enkele kuubs. Deze kan gesaneerd worden middels een zogenaamde BUS-melding. 5.1.4 Puinpad/puinverharding Ter plaatse van het puinpad/ puinverharding (gelegen bij de vijver/poel) is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen (APMM02).
5.1.5 Puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het westelijk deel In de puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het westelijk deel (AMM01-1) van de onderzoekslocatie is visueel geen asbest aangetroffen. Het gehalte aan asbest dat analytisch is aangetroffen bedraagt 14 mg/dg. De waarde overschrijdt de waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg) niet. Hier zijn aanvullend onderzoek dan wel sanerende maatregelen niet nodig.
Rapportnummer: K21005791
19
5.1.6 Puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het centrale deel In de puinhoudende grond onder de klinkerverharding op het centrale deel van de onderzoekslocatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen (APMM01) 5.1.7 Overig terrein In de bovengrond van het overige terrein zijn licht verhoogde gehalten nikkel, lood, PAK (10 van VROM), cadmium, kwik, zink en PCB aangetroffen. In de ondergrond van het overige terrein zijn licht verhoogde gehalten kobalt, nikkel en minerale olie aangetroffen. Tevens is in mengmonster MMOG03 de parameter PAK sterk verhoogd aangetroffen. Een sterk verhoogd gehalte is aanleiding voor nader onderzoek. Hiermee dient de omvang van de verontreiniging vastgesteld te worden. Wij adviseren in eerste instantie het mengmonster uit te laten splitsen en de afzonderlijke monsters te laten analyseren op PAK. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte naftaleen en barium aangetroffen. 5.2 Aanbevelingen Op de locatie zijn een tweetal verontreinigingen aangetroffen die aanvullend onderzocht en/of gesaneerd dienen te worden. Zo is er ter plaatste van gat 01 een sterk verhoogd gehalte asbest aangetroffen. Wij adviseren deze locatie middels een BUS-melding te saneren. In de ondergrond onder de puinverharding onder de klinkers is in een mengmonster een sterk verhoogd gehalte PAK aangetroffen.
Wij adviseren dit mengmonster uit te laten splitsen en de afzonderlijke monsters te laten analyseren op PAK, zodat de locatie van de verontreiniging gelokaliseerd kan worden. Eventueel aanvullend onderzoek dient dan uitgevoerd te worden om na te gaan of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Ter plaatse van de geplande bedrijfswoning zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Er zijn naar onze mening dan ook geen belemmeringen voor het realiseren van deze woning. 5.3 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K21005791
20
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K21005791
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K21005791
Boring:
Pb01
Boring:
Pb02
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
GWS:
200
GWS:
200
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
7
1
15
50
1
50 2
80
80
Klei, zwak siltig, donker blauwgrijs, Edelmanboor 100
braak Klei, sterk zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker zwartgrijs, Edelmanboor
Klei, zwak siltig, sterk humeus, laagjes zand, donker zwartgrijs, Edelmanboor
3
0
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Schep Uiterst puinhoudend, zwak zandhoudend, Puinboor
2 50
0
Klei, zwak siltig, matig humeus, donker beigebruin, Edelmanboor 100
4
3
4 150
150
150
5
5 170
200
200 7
220
250
Klei, zwak siltig, sterk roesthoudend, donker roestgrijs, Edelmanboor
6
6
200
200 Klei, matig siltig, sterk roesthoudend, donker roestgrijs, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig 7
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig
8
250
8
9 300
300
9 10 350
350
Projectcode: K21005791
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, donker roestgrijs, Edelmanboor
350
350
Boring:
Pb07
Boring:
03
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
braak
0
1
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor
1
50
50
0 7
Klei, matig zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker beigebruin, Edelmanboor
50
50 Klei, zwak zandig, zwak humeus, donker cremebruin, Edelmanboor
2 80
100
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor 3
4 150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkergrijs, Zuigerboor handmatig 5
200
6
250
7
300
300
Boring:
04
Boring:
05
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
7
1
50
50
Boring:
06
Boring:
08
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
braak
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker zwartbruin, Edelmanboor 1
50
Projectcode: K21005791
weiland Klei, matig zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
braak
1
50
50
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker zwartbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
09
Boring:
10
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
weiland
0
0
Klei, matig zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Klei, matig zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
weiland
50
50
Klei, zwak zandig, matig humeus, donker beigebruin, Edelmanboor 2
100
100
Klei, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor 3
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkergrijs, Edelmanboor 4
200
200
Boring:
11
Boring:
12
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
7
0
Uiterst puinhoudend, zwak zandhoudend, Puinboor
Uiterst puinhoudend, zwak zandhoudend, Puinboor
1
1
50
50
50
50 Klei, zwak zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, donker zwartbruin, Edelmanboor
Klei, zwak zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, donker zwartbruin, Edelmanboor
2
2
80
Klei, zwak siltig, donker zwartgrijs, Edelmanboor
3 100
100
100
100
Boring:
13
Boring:
14
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
7
1
15
0
50
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor 1
50
3
100
Projectcode: K21005791
klinker
7
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Schep
Klei, zwak siltig, donker zwartgrijs, Edelmanboor
100
0
Uiterst puinhoudend, zwak zandhoudend, Puinboor
2 50
klinker
7
50
Boring:
15
Boring:
16
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
klinker
0
7
0
1
1
50
50
50
50
Boring:
17
Boring:
18
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
30-6-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
braak Klei, sterk zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker zwartbruin, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
0
braak
0
0
klinker
7
Klei, sterk zandig, matig humeus, matig kiezel houdend, donker zwartbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk puinhoudend, donkerbruin, Puinboor
1 1 50
50
50 2
60
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donker beigebruin, Edelmanboor
3 100
100
Klei, zwak siltig, donker zwartgrijs, Edelmanboor 4
150
150
Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor 5
200
200
Boring:
19
Boring:
20
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
30-6-2021
Datum:
14-7-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk puinhoudend, donkerbruin, Puinboor
1
50
klinker
7
50
Projectcode: K21005791
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, donker geelbruin, Schep
1
50
puin
50
Boring:
21
Boring:
22
X:
6,060000
X:
6,060000
Y:
51,950000
Y:
51,950000
Datum:
14-7-2021
Datum:
30-6-2021
GWS:
150
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
puin
1
50
50
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, sterk puinhoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke oliegeur, donker geelbruin, Schep
0
weiland Klei, matig zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Klei, zwak zandig, matig humeus, donker beigebruin, Edelmanboor 2
100 3 120
Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor
4 150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkergrijs, Edelmanboor 5
200
200
Boring:
PMM
Boring:
AMM01
Datum:
14-7-2021
Datum:
30-6-2021
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveld Puin mengmonster boringen 20 en 21