2c1. CDA vragen OverWeer 21-01-2025 met schrift antw
Tekst van het document
Raadsvergadering 21 januari 2025 Vragen raadsleden en fractieassistenten Betreft: Project Scheefkelk 2, Duiven In de B&W-besluitenlijst van 26 november lezen wij over het project aan de Scheefkelk 2 in Duiven (Z/23/105134). Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen: 1. Om welk aantal woningen gaat het? 12 appartementen 2. Wat is de oppervlakte van deze woningen? 66 tot 96 m2 (gemiddeld 77 m2) 3. In welke prijscategorieën vallen de woningen? Betaalbare koop – hoog (tot € 390.000 prijspeil 2024). De appartementen worden te koop aangeboden tussen €315.000 - €355.000 v.o.n. 4. Op welke wijze wordt de raad bij het plan betrokken? Het plan is aan de raad voorgelegd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning (BOPA). De raad heeft op 12 november 2024 besloten om geen gebruik te maken van haar adviesrecht. Mag schriftelijk Betreft: Principeverzoek Dorpstraat 18, Groessen In de B&W-besluitenlijst van 10 december lezen wij over de positieve houding van het college ten aanzien van het principeverzoek voor het perceel aan de Dorpstraat 18 in Groessen (Z/24/130549). Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen: 1. Om welk aantal woningen gaat het? De initiatiefnemer heeft de intentie om 14 appartementen te realiseren.
Aangegeven is dat in combinatie met de gebruiksoppervlaktenormen dit niet haalbaar lijkt, maar dat het college positief staat tegenover een transformatie naar wonen. Het werkelijk aantal staat nog niet vast. De volgende fase is verdere uitwerking en de haalbaarheid van het plan te onderzoeken. 2. Wat is de oppervlakte van deze woningen? Dat staat nog niet vast. De initiatiefnemer gaat uit van een minimale gebruiksoppervlakte van 50m2. Het college besloot om de gebruiksoppervlakte van de appartementen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de reeds door de raad vastgestelde doelgroepenverordening. In de haalbaarheidsfase vindt verder onderzoek plaats. 3. In welke prijscategorieën vallen de woningen? Het college besloot om circa 70% van de te realiseren betaalbare appartementen in de categorie betaalbare koop laag (prijspeil 2025 € 289.000,-) te plaatsen en circa 30% onder de landelijke betaalbaarheidsgrens (prijspeil 2025 € 405.000,-). 4. Op welke wijze wordt de raad bij het plan betrokken? Het college is bevoegd de verdere uitwerking vorm te geven en over een eventuele BuitenplanseOmgevingsPlanActiviteit (BOPA) te besluiten. Bij de mogelijke ruimtelijke procedure (BOPA) heeft de raad haar adviesrecht.
Mag schriftelijk Betreft: Twee huizen voor statushouders Op 23 december 2024 riepen de VNG en Aedes gemeenten en woningcorporaties op om in de komende periode versneld een aantal statushouders aan huisvesting te helpen. VNG en Aedes willen daarmee
helpen te voorkomen dat er opnieuw ernstige problemen ontstaan bij het aanmeldcentrum in Ter Apel. De oproep van de VNG en Aedes volgt op een noodkreet van het COA om vaart te maken met het plaatsen van statushouders en is ook te lezen in onlangs verzonden VNG-ledenbrief waarin gemeenten worden geïnformeerd over de stand van zaken op het gebied van asielopvang, huisvesting van statushouders, de opvang van Oekraïners en integratie. Daarnaast lazen we 4 januari 2025 in De Gelderlander dat de gemeente Duiven tussen nu en 1 juli huisvesting moet regelen voor 52 statushouders. De doelstelling voor het afgelopen halfjaar (46 statushouders huisvesten) heeft de gemeente niet gehaald: de afgelopen zes maanden zijn hier 19 nieuwkomers ondergebracht zodat er nog 27 statushouders bovenop de nieuwe doelstelling moeten worden gehuisvest. Naar aanleiding van de bovenstaande berichten hebben wij de volgende vragen: 1. Onderschrijft het college de oproep van de VNG en Aedes? Het college onderschrijft de oproep om versneld huisvesting te bieden en tegelijker tijd weten we dat dit een forse uitdaging is, gezien het gebrek aan sociale huurwoningen. De structurele oplossing wordt door de VNG in de brief ook aangegeven, het toevoegen van meer (passende) woningen. 2. Zo niet, waarom niet? n.v.t 3.
Zo ja, hoe denkt het college tegemoet te komen aan de oproep? In de kennisgeving die u is toegezegd ontvangt u daarover meer inzicht. Er zijn met Vivare afspraken gemaakt over het toevoegen van nieuwe sociale huurwoningen in de meerjarenafspraken 2024-2028. Daarnaast wordt door middel van de nog vast stellen beleidsregels Beter benutten van de Bestaande woonvoorraad en Kavels gewerkt aan het versneld ruimte geven voor woonruimte gericht op 1-2 persoons huishoudens. (denk aan oplossing zoals in Rheden, Gelderlander) 4. Wanneer denkt het college de raad te kunnen informeren hoe zij het aantal te huisvesten statushouders (79) voor 1 juli 2025 kan gaan huisvesten (dit is toegezegd in de raadsvergadering van 10 december 2024)? Het college informeert de gemeenteraad eind Q1 2025 hierover. De opgave van het te huisvesten aantal statushouders voor de eerste helft van 2025 bedraagt overigens 52, geen 79. Achterstand op 1-1-2025 = 27 en de opgave van eerste helft 25 = 25. Samen 52 Betreft: BUIG-budgetten over 2024 In de lijst Ingekomen stukken (A.05.A) staat onder A2a de kennisgeving van het college van B&W de Bestuursrapportage RSD eerste helft 2024. In deze kennisgeving staat o.a. op pagina 2 vermeld dat begin oktober de definitieve BUIG-budgetten voor 2024 bekend gemaakt zijn en dat dit voor Duiven betekent dat dit is gecorrigeerd met plus € 536.568.
Vraag: Klopt het dat in de Najaarsnota 2024 (vastgesteld 10-12-2024) hier geen rekening mee is gehouden? Zo ja, komt dit bedrag dan alsnog ten goede aan het financieel resultaat over 2024? Zo nee, wat is daarvan dan de reden?
Nee, het klopt niet dat er geen rekening zou zijn gehouden met de bedragen uit de septembercirculaire. De gecorrigeerde bedragen BUIGbudget uit de septembercirculaire 2024 zijn in de Najaarsnota 2024 meegenomen. De huidige prognose, op basis van de cijfers tot en met november 2024, is dat er voor Duiven een tekort zal zijn van 0,6% (€42.897). Mag schriftelijk
Betreft: Intern salderen (stikstof) Op 18 december 2024 deed de Raad van State een 2-tal uitspraken met betrekking tot stikstof. Het betreft de zogenaamde Rendac en Amercentrale uitspraken. Zie ook de website van Raad van State. Duidelijk is dat deze uitspraken ook gevolgen kunnen hebben voor oudere plannen. Vraag: Kan het college inzichtelijk maken of deze uitspraken gevolgen hebben voor plannen binnen de gemeente Duiven. Zo ja, wat zijn de gevolgen en wat gaat het college doen om deze gevolgen weg te nemen of te beperken? Mag schriftelijk De uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 over intern salderen kunnen gevolgen hebben voor projecten binnen de gemeente Duiven waarbij gebruik gemaakt is of wordt van intern salderen. Als gevolg van de uitspraken geldt er een nieuw strenger toetsingskader voor intern salderen in het projectspoor (bij vergunningverlening). Als er in het projectspoor een beroep wordt gedaan op interne saldering (om significante negatieve gevolgen vanwege een toename van de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden te kunnen uitsluiten), moet er een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld en is er sprake van een natuurvergunningplicht. Intern salderen mag vervolgens wel in de vergunningverlening worden meegenomen als mitigerende maatregel, dus als onderbouwing voor een vergunning.
Het gaat dan om een (afzonderlijke) natuurvergunningaanvraag (stikstof) bij de provincie. Provinciebesturen kunnen nu ook beleid gaan voeren over intern salderen, over bijvoorbeeld intrekking of afroming van stikstofruimte. Het is nog niet bekend of de provincie Gelderland dit ook gaat doen. Verder maakt structureel onbenutte ruimte in een milieutoestemming na de uitspraken geen deel meer uit van de referentiesituatie, tenzij die zonder natuurvergunning kunnen worden hervat. Dit betekent dat de mogelijkheden voor intern salderen met een milieutoestemming beperkter zijn dan voorheen. Het nieuwe toetsingskader is direct van toepassing in lopende én toekomstige vergunningprocedures. Daarnaast is het toetsingskader ook van toepassing op activiteiten die zijn gestart op of na 1 januari 2020 en waarvan werd aangenomen dat deze, via het mechanisme van intern salderen, niet vergunningplichtig waren. Voor deze activiteiten moet alsnog worden nagegaan of een natuurvergunning vereist is. De Afdeling voorziet in een overgangsperiode tot 1 januari 2030. Tot die tijd zal er niet worden gehandhaafd en kunnen plannen die reeds zijn vergund gebouwd worden. Met de uitspraken wijzigt het toetsingskader in het vergunningenspoor. In de uitspraken wordt niet ingegaan op de gevolgen voor het planspoor (wijziging bestemmingsplan / omgevingsplan).
Het is niet uit te sluiten dat de Raad van State op een later moment ook voor plannen zal oordelen dat intern salderen niet in een voortoets mag worden betrokken, maar de genoemde uitspraak heeft geen betrekking op een plan. In het planspoor geldt een andere referentie dan in het projectspoor. Met de wijziging van de rechtspraak over intern salderen in het projectspoor zijn de verschillen tussen beide referenties kleiner geworden. Het kan overigens zo zijn dat voor het plan interne saldering nodig is en voor concrete projecten daarbinnen niet. Een stikstofonderzoek voor een bestemmingsplan/omgevingsplan heeft namelijk betrekking op het gecumuleerd effecten van de ontwikkelingen/projecten die in het hele plan mogelijk worden gemaakt. Als een project daarbinnen op zichzelf niet leidt tot een stikstofdepositietoename, is er voor het project geen interne saldering nodig en ook geen natuurvergunning. Conclusie
De uitspraken kunnen dus gevolgen hebben voor projecten binnen plannen waarbij gebruik is of wordt gemaakt van intern salderen, zoals Plakse Weide, Ploen Noord en Graafstaete. Mogelijk moet alsnog een passende beoordeling worden opgesteld en tijdens het vergunningentraject alsnog een natuurvergunning bij de provincie worden aangevraagd. Het opstellen van een passende beoordeling kost tijd en ook is de ervaring dat de vergunningverlening door de provincie vaak lang duurt. Zeker nu er veel meer aanvragen zullen komen. De gemeente heeft hier geen invloed op. De natuurvergunning is een afzonderlijke vergunningaanvraag. De vergunningverlening voor het bouwen en/of afwijken van het omgevingsplan door de gemeente kan doorgaan. Echter dienen voor het daadwerkelijk bouwen wel alle noodzakelijke vergunningen verleend te zijn. Veel (woningbouw)projecten kunnen hierdoor vertraging oplopen.