24. 201707740-Bijlage 19 bij toelichting - Compensatie-onderzoek
Tekst van het document
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
MEMO Van
:
ir J. Mos (adviseur ecologie)
Aan
:
T. Willemstein (Van Wanrooij Projectontwikkeling BV)
cc.
:
Onderwerp
:
Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven
Bijlage(n)
:
Verkennend Flora- en faunaonderzoek en Nader onderzoek kleine marterachtigen. Ploen Noord, Duiven, Kragten.
Achtergrond Van Wanrooij Projectontwikkeling BV werkt aan een bestemmingsplanwijziging voor de realisatie van het bouwplan Ploen Noord te Duiven. In dat kader is door ingenieursbureau Kragten in 20231 en 20242 ecologisch onderzoek uitgevoerd om de voorgenomen plannen en activiteiten te toetsen aan de (natuur)wettelijke kaders. Hieruit is gebleken dat binnen het plangebied de wezel, die onder de Omgevingswet is beschermd, is vastgesteld en dat door het voornemen sprake is van aantasting van functioneel leefgebied van de soort. Van Wanrooij Projectontwikkeling BV heeft MOS-Ecologisch Advies en Onderzoek verzocht een op hoofdlijnen een compensatieopgave uit te werken met betrekking tot de te verwachten effecten op de wezel binnen het plangebied. Deze memo vormt het vertrekpunt voor een nader t.b.v. een vergunningaanvraag floraen fauna-activiteit op te stellen activiteitenplan en omvat een voorstel voor mitigatie- en compensatiemaatregelen waarbij inzicht wordt gegeven in de (ruimtelijke) haalbaarheid van het plan.
Afbeelding 1. Topografische ligging plangebied ‘Ploen Noord’ te Duiven.
1 Verkennend Flora- en faunaonderzoek. Ploen Noord, Duiven. 17 mei 2023. Kragten. 2
Nader onderzoek kleine marterachtigen. Ploen Noord, Duiven. 16 januari 2024. 1
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
Methodiek en inzet deskundigheid De compensatieopgave is opgesteld op basis van de op dit moment best beschikbare kennis en expertise op het gebied van kleine marterachtigen. Hierbij is voor de kwantificatie van het effect onder andere gebruik gemaakt van de Handreiking Kleine Marters van de Provincie Friesland en het Kennisdocument Kleine Marterachtigen van BIJ12. Deze beoordeling is opgesteld door ir. Jeroen Mos, ecoloog bij MOS-Ecologisch Advies en Onderzoek en actief bestuurslid van de Stichting Kleine Marters (www.stichtingkleinemarters.nl). Mos verricht al sinds 2010 (wetenschappelijk) onderzoek naar kleine marterachtigen en in het bijzonder naar de wezel en heeft hij o.a. in 2012 de succesvolle ‘Mostela’-cameraval ontwikkeld. Daarnaast heeft Mos in opdracht van de Provincie Friesland eind 2023 de Handreiking Kleine Marters geschreven. Voor het opstellen van onderhavige compensatieopgave is door J. Mos op 13 juni 2024 een indicatief veldbezoek gedaan om de actuele situatie van het plangebied te bekijken. Bepalen compensatieopgave Bij het bepalen van de compensatieopgave wordt conform de bevindingen van het veldonderzoek van Kragten het uitgangspunt gehanteerd dat de wezel binnen het plangebied Ploen Noord aanwezig is.
Het werkelijke (omvang van het) effect hangt geheel af van het functioneel leefgebied voor wezel wat binnen en in de (directe) omgeving van het plangebied aanwezig is. Dit dient minimaal inzichtelijk te worden gemaakt op basis van een zg. habitatanalyse. Vervolgens kan een gekwantificeerd effect worden bepaald en de noodzakelijk (landschappelijk) maatregelen die dit effect teniet doet. Habitatanalyse Kragten geeft aan dat op basis van het vastleggen van de wezel er vanuit moet worden gegaan dat de soort een of meerdere vaste rust- en voortplantingsplaatsen binnen het plangebied heeft. Men geeft aan dat dit kan bestaan uit een of meerdere van de vele muizenholen die in en rondom het plangebied aanwezig zijn, dat wezels gebruik kunnen maken van de coniferenhaag in het zuidwesten van het plangebied en dat het plangebied zelf fungeert als foerageergebied. Een en ander is door Kragten samengevat in onderstaande afbeelding.
Afbeelding 2. Interpretatie potentieel geschikt leefgebied wezel (uit: Kragten 2024).
2
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
Waar bij de beoordeling van het habitat aan voorbij is gegaan zijn de habitatvereisten die wezels aan hun leefgebied stellen. Het onderzoeksgebied en de omgeving dient op basis van het aanwezige macro- en microhabitat beoordeeld te worden op de drie aanwezigheidscriteria voedsel, verblijfplaatsen en verbinding (de 3 V’s). Hierbij dient rekening te worden gehouden met mogelijke seizoenseffecten waarbij vegetatieontwikkeling (het habitat ontwikkelt zich gedurende het jaar waarbij dekking en prooi in de zomer prominent aanwezig kunnen zijn in tegenstelling tot de winterperiode) en fluctuaties in (bodem)waterstand (waardoor dieren in sommige moment van het jaar delen van hun leefgebied niet kunnen gebruiken) een rol spelen bij de aanwezigheid in en het gebruik van het landschap door kleine marterachtigen. Als we kijken naar het plangebied ‘Ploen Noord’ dan onderscheiden we allereerst foerageergebied wat veelal bestaat uit verruigt, kruidenrijke overhoekjes of percelen. Hier gaan wezels op zoek naar prooi. Daarnaast zijn de landschapselementen van belang als dekking en geleiding binnen hun territorium en naar buiten. Dit kunnen zijn boomsingels, droge begroeide greppels of oevers van watergangen en slootjes.
Al deze aspecten dienen ingetekend te worden om de ruimtelijke samenhang van de functionele onderdelen van het leefgebied bijeen te brengen en in een volgende stap de impact van de ruimtelijke ingreep te bepalen. Belangrijk is ook dat dit jaarrond wordt beschouwd (in zowel winter als zomer) aangezien de aanwezigheid van dekking in het landschap bepalend is waar prooidieren en wezel zich ophouden. De aanwezigheid van wezel kan dus variëren gedurende de jaargetijden. In onderstaande afbeeldingen is te zien dat in juni 2024 een deel van het plangebied bestond uit een kruidenrijke begroeiing en op diverse locaties voor wezel geschikte landschapselementen aanwezig waren. Wat opviel was dat het overgrote deel van het plangebied bestond uit kale, geploegde akkers of weinig geschikte gewassen. In dit geval betekent dit dat niet het gehele gebied als functioneel leefgebied dient te worden beschouwd maar alleen die delen waar de 3 V’s aanwezig zijn. De algemene indruk is dat de kwaliteit van de aanwezige habitat gezien het aangrenzende intensieve landschapsgebruik en de aanwezige habitatkenmerken voldoende is. Onderstaande afbeelding geeft daarbij goed weer waar binnen de plangrenzen dus ruimtelijk ‘raakvlakken’ met wezel zijn te verwachten.
Afbeelding 3. Habitatanalyse wezel ‘Ploen Noord’, Duiven (13 juni 2024).
3
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
Afbeelding 4. Impressie aanwezig habitatkenmerken voor wezel (13 juni 2024).
4
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
Effecten Om de (ruimtelijke) raakvlakken van het bouwplan in beeld te brengen is het ontwerp geprojecteerd op de habitatanalyse. In onderstaande afbeelding is te zien dat op diverse locaties binnen het plangebied onderdelen van het functioneel leefgebied van de wezel samenvallen met het ontwerp. Deze ruimtelijk raakvlakken kunnen in zowel de tijdelijke als eindfase resulteren in effecten op de wezel. Beiden worden hieronder behandeld.
Afbeelding 5. Ruimtelijke raakvlakken wezel met het ontwerp ‘Ploen Noord’, Duiven. Tijdelijke situatie (realisatiefase) Door de voorgenomen ingreep is conform de Omgevingswet ten aanzien van wezel, sprake van een flora- en faunaactiviteit waarbij de werkzaamheden, die leiden tot het vernielen en beschadigen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen, resulteren in overtreding van artikel 11.54 lid 1 b Bal. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is derhalve noodzakelijk. Dit geldt in ieder geval voor het weghalen van beplanting/bomen in het huidige getoetste ruimtebeslag, omdat er leefgebied vernietigd. Om doden of verwonden van individuen, wat overtreding is van artikel 11.54 lid 1 a Bal, te voorkomen dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen. Deze maatregelen dienen (o.a. t.b.v. een vergunningaanvraag) verder te worden uitgewerkt in een activiteitenplan en ecologische werkprotocol. Eind situatie (gebruiksfase) Bij de analyse moet een realistische kwantificatie van het effect gemaakt worden. Met ander woorden, wat verdwijnt er nu werkelijk aan oppervlak functioneel wezelleefgebied? Met de habitatanalyse hebben we daar al een basis voor gelegd. Het ruigteperceel, foerageergebied voor de wezel, aan de zuidzijde bestrijkt inclusief de aangrenzende greppel circa 0,79ha.
Voor alle (tijdelijk) te verwijderen landschapselementen is de breedte bepaald zodat met de te verwijderen lengtemeters een oppervlak kan 5
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
worden berekent. Hieruit volgt dat circa 1,1ha landschapselementen verdwijnt. Tezamen betekent dit dat door de voorgenomen bouwplannen in totaal circa 0,9ha wezelleefgebied wordt aangetast. Hierbij laten we een gemiddeld grootte van een wezelterritorium los aangezien daar te veel variatie in zit en uiteindelijk kan leiden tot onrealistische oplossingen. In de huidige situatie blijven diverse landschapselementen behouden en zijn er aangrenzend ook nog diverse voor wezel geschikte locaties (minimaal 0,5 ha, niet op kaart aangegeven) aanwezig waar dieren (eventueel in de tijdelijk situatie met aanvullend tijdelijke landschapsversterkende maatregelen) gebruik van kunnen maken. Wel geldt dat het verlies van de het circa 0,9ha functioneel leefgebied in de eindsituatie dient terug te komen door aanleg van nieuwe natuur en/of het versterken van bestaande natuur binnen en grenzend aan het plangebied.
Afbeelding 6. Effecten wezel ten aanzien van het ontwerp ‘Ploen Noord’, Duiven. Mitigerende maatregelen Om doden of verwonden van individuen te voorkomen dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen zoals het werken buiten de kwetsbare periode en het gefaseerd ongeschikt maken van het aanwezige functioneel leefgebied en het aanbieden van alternatief leefgebied. Deze maatregelen en overige (incl. die door Kragten beschreven) maatregelen dienen (o.a. t.b.v. een vergunningaanvraag) verder te worden uitgewerkt in een activiteitenplan en ecologische werkprotocol.
6
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
Compenserende maatregelen Kragten geeft aan dat op basis van hun bevindingen een nieuw territorium dient te worden gerealiseerd maar geeft in het rapport geen exacte invulling aan locaties en oppervlak. Gegeven de uitgangspunten die zij hanteren in hun analyse kan dat meerdere hectares binnen en/of buiten het plangebied betekenen. Dit omvat echter nog geen ecologische onderbouwing waarbij zij verwijzen naar een nader op te stellen activiteitenplan. Op basis van afbeelding 6 en onderliggende analyse is er sprake van (tijdelijke) wegvallen van circa 0,9ha functioneel leefgebied. Binnen het plangebied zijn mogelijkheden om een ecologische functie in het ontwerp te integreren. Uitgaande van de ruimtebeslag voor het groen kan circa 0,83 ha oppervlak worden benut ten behoeve van nieuw wezelleefgebied. Door aanvullend op 4 locaties een droge faunaduiker (min. Ø400mm, Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur) kan het verlies van oppervlak functioneel leefgebied worden gecompenseerd. In afbeelding 7 is een groen raamwerk opgenomen dat nader dient te worden uitgewerkt op basis van de aanwezigheidscriteria van kleine marterachtigen: voedsel, verblijfplaatsen en verbinding. Hierbij valt te denken dan dekkingbiedende vegetatie zoals braam, takkenrillen, steenhopen of steenmuurtjes, marterhopen etc.
Verdere detailuitwerking van de landschappelijk inrichting alsmede het toekomstige beheer dient deel uit te maken van een activiteitenplan, een zgn. Inrichting en beheer paragraaf.
Afbeelding 7. Landschappelijk maatregelen t.b.v. de wezel i.r.t. het ontwerp ‘Ploen Noord’, Duiven. Conclusie Op basis van een habitatanalyse ten aanzien van het bouwplan ‘Ploen Noord’ te Duiven wordt geconcludeerd dat gezien de aanwezigheid van de wezel sprake is van (tijdelijk) verlies van circa 0,9ha functioneel leefgebied van wezel. Derhalve is sprake van overtreding van artikel 11.54 lid 1 b Bal. Ten behoeve de voorgenomen ingreep dient ten aanzien van dit artikel een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Ter onderbouwing van de aanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld met hierin minimaal opgenomen: • Compensatieopgave: o realiseren 0,83ha functioneel leefgebied binnen plangebied; o aanleg 4 droge faunaduikers (min. Ø400mm) • Mitigerende maatregelen; • B&O.
7
Titel Nr. Versie Datum
: Compensatieopgave kleine marterachtigen ‘Ploen Noord’ Duiven : MEC_003_2024 : V1.0 : 27-06-2024
BIJLAGE: Verkennend Flora- en faunaonderzoek en Nader onderzoek kleine marterachtigen. Ploen Noord, Duiven, Kragten.
8