1b. RV Meerjarenprogrammabegroting BVO DRAN en Zienswijze
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp : Meerjarenprogrammabegroting BVO DRAN en Zienswijze __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/26/146689/201725432
Opsteller : Auke de Vries
Portefeuillehouder
Afdeling : Sociaal Domein
: M.A. Overduin
__________________________________________________________________________ Samenvatting De raad is op de hoogte van de ontwerp-meerjarenprogrammabegroting 2027 – 2030 en de aangepaste begroting 2026 van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN). De raad stelt de zienswijze op de ontwerpmeerjarenprogramma vast en stemt in met het verzenden van deze zienswijze aan de BVO DRAN. Beslispunten 1. De zienswijze vast te stellen en deze te verzenden aan de BVO DRAN. Aanleiding De BVO DRAN is verantwoordelijk voor het doelgroepenvervoer in 18 gemeenten in de regio, waaronder Duiven. Dit is vervoer op basis van de Wmo, Jeugdwet en Onderwijswetten en maatwerkvervoer in het kader van de Participatiewet. Dit vervoer gebeurt onder de naam Avan. Zij vervoeren jaarlijks 400 inwoners uit de gemeente Duiven. In de voorliggende ontwerpbegroting is de gewijzigde begroting 2026 verwerkt in de meerjarenbegroting 2027 – 2030. Volgens artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de ontwerpbegroting minimaal twaalf weken voordat het bestuur de begroting vaststelt, worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten. Zij krijgen hiermee de mogelijkheid om een zienswijze te geven op de ontwerpbegroting. De (concept) zienswijze moet uiterlijk 2 juni 2026 worden verstuurd naar het bestuur van de BVO DRAN.
Het bestuur van de BVO DRAN stelt daarna de begroting definitief vast, waarbij het de ingediende zienswijzen meeweegt. De begroting staat gepland voor vaststelling in de bestuursvergadering van 2 juli 2026. Planning Om de zienswijze op te nemen in de definitieve meerjarenprogrammabegroting, moet deze uiterlijk 2 juni 2026 bij de BVO DRAN binnen zijn. Daarom is het nodig dat de gemeenteraad dit raadsbesluit uiterlijk op 26 mei 2026 behandelt. Beoogd effect De gemeenteraad is op de hoogte van de ontwerp-meerjarenprogrammabegroting van de BVO DRAN en wordt in staat gesteld een zienswijze hierop in te dienen.
Argumenten 1.1 Het is belangrijk om actief mee te doen in het begrotingsproces van de BVO DRAN Via de zienswijze op de begroting laat de gemeente weten hoe zij aankijkt tegen de activiteiten en uitgaven van de Gemeenschappelijke Regeling. Door de stijgende kosten en de toekomstige financiële risico’s is het belangrijk om hier ieder jaar bewust bij stil te staan. 1.2 De raad wordt betrokken bij de begroting van de BVO DRAN De BVO DRAN is een gemeenschappelijke regeling van de colleges. Het indienen van een zienswijze op de begroting is het enige moment in het jaar waarop de gemeenteraad zich rechtstreeks tot de BVO DRAN richt. Bij het indienen van een zienswijze kan de raad – ook los van de begroting – een compliment geven of zorgen uiten. Kanttekeningen 2.1 Geen zienswijze indienen is ook een optie Als de raad van mening is dat een reactie op en bijstelling van de meerjarenprogrammabegroting niet nodig is, kan de raad besluiten geen zienswijze in te dienen. Financiële paragraaf De Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem - Nijmegen (BVO DRAN) werkt op basis van een ‘open einde’-systematiek. Dit betekent dat de kosten voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer afhankelijk zijn van het daadwerkelijke gebruik. Afwijkingen tussen begroting en realisatie worden jaarlijks verrekend met de deelnemende gemeenten.
De financiële positie van het doelgroepenvervoer in de regio Arnhem – Nijmegen ontwikkelt zich de komende jaren onder invloed van meerdere structurele trends. Deze ontwikkelingen leiden gezamenlijk tot een stijgende begroting voor zowel het vraagafhankelijk vervoer (Wmo) als het routegebonden vervoer (leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer). Hieronder worden de belangrijkste factoren toegelicht. 1. Indexering van vervoerstarieven (NEA-index) De contractueel vastgelegde tarieven voor zowel vraagafhankelijk vervoer als routevervoer worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de NEA-index. Deze index weerspiegelt de kostenontwikkeling in de vervoerssector. Vanaf 2027 wordt gerekend met een structurele stijging van +3,4% per jaar. Deze indexering zorgt voor een autonome groei van de kosten. 2. Indexering van de eigen bijdrage Wmo-reizigers De eigen bijdrage die Wmo-reizigers betalen, stijgt jaarlijks mee met de landelijke OV-tariefontwikkeling (LTI-index). Voor 2027 wordt gerekend met +3,0%. Hoewel dit de baten verhoogt, blijft de stijging achter bij de indexering van de vervoerstarieven, waardoor het netto-tekort oploopt. 3. Groei van het vraagafhankelijk vervoer (Wmo), leerlingenvervoer en Jeugdwetvervoer Het gebruik van het Wmo-vervoer blijft toenemen. De vergrijzing is hiervan de oorzaak. In de begroting wordt structureel uitgegaan van een volumegroei van +5% per jaar.
Deze groei werkt door in: • de vervoerskosten (meer kilometers), • de callcenterkosten (meer ritten), • de reizigersbijdragen (meer opbrengsten). Voor het leerlingenvervoer wordt gerekend met een jaarlijkse volumestijging van +5%. Het Jeugdwetvervoer laat regionaal een sterkere groei zien dan andere vervoersstromen. In de begroting wordt gerekend met een jaarlijkse volumestijging van +15%.
Pagina 2
4. Indexering van het callcenter De kosten van het callcenter stijgen door: • een jaarlijkse CPI-indexatie van +3,1%, en • een volumegroei van +5% in het aantal ritten binnen het vraagafhankelijk vervoer. Hierdoor nemen de kosten voor de ritreservering structureel toe. 5. Invoering van zero-emissie voertuigen De overgang naar zero-emissie (ZE) voertuigen leidt tot extra kosten. In de begroting is hiervoor opgenomen: • +5% meerkosten voor vraagafhankelijk vervoer (afhankelijk van perceel en ingangsjaar), • +15% meerkosten voor routevervoer De begroting van de BVO-DRAN voor Duiven ziet er als volgt uit (2026 – 2030): BVO DRAN
2026
2027
2028
2029
2030
Vraagafhankelijke vervoer
188.000
209.000
225.000
242.000
261.000
Routevervoer
497.000
565.000
625.000
692.000
755.000
Totaal BVO DRAN
685.000
774.000
850.000
934.000
1.016.000
Overige kosten
77.000
80.000
82.000
85.000
87.000
Totaal doelgroepenvervoer 762.000 854.000 932.000 1.019.000 1.103.000 De jaarlijkse overige kosten zijn hier ook in verwerkt, deze bestaan uit de vergoeding aan ouders voor kosten eigen vervoer (i.p.v. maatwerkvervoer), maar ook extra maatwerkkosten door het jaar heen voor individueel vervoer. De gemeentelijke begroting gaat uit van de volgende cijfers (2026 – 2030): Gemeentebegroting 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal begroot 789.000 881.000 962.000 789.000 789.000 Totaal doelgroepenvervoer 762.000 854.000 932.000 1.019.000 1.103.000 Verschil in begroting 27.000 27.000 30.000 -230.000 -314.000 In de voorjaarsnota 2025 is besloten de bestemmingsreserve ‘doelgroepenvervoer’ in te zetten om de stijgende kosten op te vangen. Dit is vanaf 2029 niet meer mogelijk. Participatie en communicatie Gezien de inhoud van dit onderwerp is participatie hier niet van toepassing. Intergemeentelijke samenwerking De BVO DRAN organiseert het doelgroepenvervoer voor 18 gemeenten in de regio Arnhem – Nijmegen. De gemeente Duiven werkt hiervoor samen met de andere 17 gemeenten. Alle gemeenten moeten hun zienswijze uiterlijk op 2 juni indienen, wanneer zij een zienswijze willen meegeven. Gemeenten die zonder aanpassingen kunnen instemmen met de meerjarenprogrammabegroting, kiezen er vaak voor geen zienswijze in te dienen.
Pagina 3
Bijlagen 1 201726021 2
201726646
3 4
201726647 201726651
Raadsbesluit zienswijze MJPB 2027 – 2030 Aanbiedingsbrief Ontwerp MJPB 2027 - 2030 Ontwerp MJPB 2027 – 2030 Zienswijze gemeenteraad over de ontwerp MJPB 2027 -2030
Openbaar Openbaar Openbaar Openbaar
Duiven, 14 april 2026. Burgemeester en wethouders van gemeente Duiven, D. (David) de Vries locosecretaris
J. (Joyce) Zwaga-Komen locoburgemeester
Pagina 4