1b. Raadsvoorstel RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen.docx
Tekst van het document
*ZFDB3DC37C A*
RAADSVOORSTEL
Onderwerp : Vaststellen RES 1.0 regio Arnhem Nijmegen __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/21/079046/201505488
Opsteller
: Luc Velhorst
Portefeuillehouder : Gemma Tiedink
Team
: Ruimtelijke Ontwikkeling
________________________________________________________________________ Samenvatting Met een Regionale Energie Strategie (RES) werken decentrale overheden sinds 2019 gezamenlijk als partners aan opgaven van het landelijke klimaatakkoord. Het afgelopen jaar is toegewerkt naar een definitieve versie van RES 1.0. Deze ligt nu voor ter vaststelling door colleges en raden. De RES 1.0 Regio Arnhem Nijmegen bevat een bod voor het regionaal aandeel van de landelijke opgave grootschalige energie opwek. Ook bevat de RES zoekgebieden die geschikt zijn voor wind- en zonne-energie. Beslispunt 1. de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) Regio Arnhem Nijmegen vast te stellen, conform regionaal voorstel, te vinden in de bijlage van dit raadsvoorstel. Aanleiding De RES-regio’s bestaan uit decentrale, regionale samenwerkingsverbanden tussen provincies, gemeenten en waterschappen. Binnen zo’n verband werken deze partners gezamenlijk aan opgaven uit het Klimaatakkoord, in het bijzonder: - een bod voor het regionaal aandeel van de landelijke opgave grootschalige energie opwek; - het aanwijzen van zoekgebieden voor wind- en zonne-energie; - inzicht in de impact voor het elektriciteitsnetwerk; - opstellen van een regionale structuur warmte. De RES is weliswaar een wezenlijk onderdeel van het klimaatakkoord maar de scope beperkt zich tot enkele, bovengenoemde zaken.
Andere opgaven zoals energiebesparing, windmolens op zee, zon op daken van huishoudens, de lokale warmtetransitie, de laadpaleninfrastructuur, verduurzaming van woningen, mobiliteit, industrie en landbouw worden niet in de RES opgenomen. Deze zaken zijn vanzelfsprekend wel onderdeel van het klimaatbeleid en het overkoepelende doel voor C02 reductie. De regio’s dienen volgens de landelijke afspraak voor 1 juli 2021 hun definitieve, RES 1.0 op te leveren. De RES 1.0 wordt vastgesteld door de bevoegde gezagen (in geval van gemeenten: de raden). De RES 1.0 is een strategisch beleidsdocument dat zich in eerste instantie richt op het doel in 2030 met een doorkijkje naar 2050. Van alle partners in de regio wordt gevraagd de ambities van de RES in het eigen beleid te verankeren en om mee te werken aan concrete projecten binnen dit beleid, gericht op de uitvoering. Proces RES Regio Arnhem Nijmegen Op 10 december 2019 heeft uw raad de startnotitie RES vastgesteld. In de maanden daaraan voorafgaand heeft ons college een participatietraject gehouden over de
Pagina 1
mogelijkheden van grootschalige opwek in onze gemeente, mede in relatie tot de opgaven van de RES. Na deze participatieronde heeft vervolgens in de raad debat en besluitvorming plaatsgevonden. Dat leidde tot het (geamendeerde) raadsbesluit van 12 mei 2020 over de inbreng van een Lokaal aandeel in de RES. In vervolg hierop hebben in de zomer van 2020 alle colleges en DB-leden van de waterschappen van de deelnemende partijen in de RES Regio Arnhem Nijmegen eerst een voorlopig concept-bod RES vastgesteld. Hierover bent u met een kennisgeving geïnformeerd. Daarin konden wij constateren dat het lokale aandeel goed was verwerkt en dat wij als college akkoord konden gaan met het concept. Wel heeft ons college een kanttekening gemaakt over de haalbaarheid van zon opwek in zandwinplassen, zoals in de Loowaard. Vervolgens is het concept-bod RES Regio Arnhem Nijmegen unaniem door de dagelijkse bestuurders (bij gemeenten: de colleges) vastgesteld. Dit concept-RES is op 1 oktober 2020 aangeboden aan het Nationaal Programma RES en aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De volgende mijlpaal wordt het uiterlijk 1 juli 2021 opleveren van de definitieve RES 1.0. De regiegroep RES heeft met instemming van de betrokken wethouders duurzaamheid uit de regio een voorstel aan de colleges aangeboden met verzoek tot besluitvorming. Ons college geeft daar met dit raadsvoorstel invulling aan.
U treft de RES 1.0 aan in de bijlage. In een online omgeving staat een uitgebreidere versie met verdiepende informatie, kaarten en reacties op de concept-RES. Zie: www.regioan.nl/res-regionale-energiestrategie. Beoogd effect Met de RES 1.0 beogen we als regio een waardevolle bijdrage te leveren aan de landelijke opgave van het klimaatakkoord op het gebied van grootschalige opwek van wind- en zonneenergie op land. De regio Arnhem Nijmegen koerst aan op een duurzame grootschalige opwek van 1,62 TWh, te bereiken in 2030, als onderdeel van de landelijke opgave van 35 TWh. Tevens is dit een bijdrage aan de ambitie 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en de doelstelling van de regio om in 2050 geheel energieneutraal te zijn. Toelichting bod van 1,62 TWh Onder grootschalige opwek wordt in de RES ook verstaan: de aanleg van zonnepanelen op daken van industrie en instellingen met een minimaal vermogen 15 MWp, dat overeenkomt met ca. 50 panelen. Particuliere opwek op daken van woningen tellen niet mee in het RESbod. De regio verwacht dat in 2030 30% van de energie productie uit grootschalige opwek bestaat dat afkomstig is van zonne-energie op daken zonnepanelen liggen, dat is 0,49 TWh. Deze raming is gebaseerd op de aanname dat ongeveer 25% van de aanwezige theoretische potentie van de daken feitelijk wordt benut.
Zonne-energie op land moet 0,66 TWh opleveren (41% van het bod) en de windmolens leveren 0,47 TWh productie (29% van het RES-bod). Op dit moment is 0,1 TWh van het bod gerealiseerd. Daarnaast lopen er in de regio de verschillende projecten die binnen afzienbare tijd in uitvoering gaan komen. Voorbeeld daarvan zijn de twee windmolens bij het Waterschap op InnoFase. Dergelijke ‘pijplijnprojecten’ tellen ook mee in het RES-bod en leveren bij elkaar 0,52 Twh op. Daar bovenop zijn in de periode tot 2030 nieuwe projecten nodig zijn. Deze moeten bij elkaar 0,98 TWh productie gaan opleveren. In de concept-RES was de verhouding wind-zon (uitgedrukt in opgesteld vermogen) 3-97%; In het bod RES 1.0 ligt de verhouding beter: 11-89%. Vanuit oogpunt van systeem-efficiëntie en maatschappelijke kosten is een 50/50 verhouding het meest optimaal. Dat was voor de betrokken regio-partners aanleiding om tijdens het RES-proces een extra inspanning te doen
Pagina 2
om het aandeel wind verder omhoog te brengen. Dat heeft geleid tot nieuwe ‘verkenningsgebieden’ voor windenergie. (zie verderop in dit voorstel) Liemers Zoekgebied WZ5: InnoFase/ Centerpoort-Noord Uw raad heeft op 12 mei 2020 met een breed gedragen amendement over het lokale aandeel in de RES een concrete bijdrage gedaan aan de regio. Daarbij heeft u het gebied op en rond Innofase/Centerpoort-Noord als ‘geschikt zoekgebied’ voor de grootschalige opwek van zonne- én windenergie aangewezen. Daarnaast heeft u nog enkele andere locatie als ‘voorwaardelijke’ en ‘mogelijk geschikte’ gebieden aangewezen. De regio heeft de keuze van uw raad over het geschikte gebied bij Innofase/CenterpoortNoord overgenomen en vastgelegd in het regionale zoekgebied WZ5. Dat gebied WZ5 beslaat overigens ook nog voor een deel uit een aangrenzend gebied van de gemeente Zevenaar. Ook dat deel is dus als zoekgebied geschikt voor zonne- én windenergie. De andere zoekgebieden uit het raadsbesluit van 2020, de voorwaardelijke en mogelijke geschikt bestempelde gebieden zijn niet in de RES 1.0 verwerkt en maken nu dus geen deel uit van de regionale opgave tot 2030. Bij uw raad is overigens al bekend dat een deel (ca. 15 ha.) van het zoekgebied ook in beeld is als uitbreidingsgebied van het regionale bedrijventerrein Centerpoort-Noord.
Mocht het tot realisatie komen, dan zal vanzelfsprekend sprake moeten zijn van benutting van de bedrijfsdaken voor de opwek van zonne-energie. Status zoekgebieden In regionale zoekgebieden kunnen volgens de gezamenlijke partners in de regio zonnevelden en windmolens komen. De keuzes voor de gebieden sluiten aan op bestaand of lopend gemeentelijk beleid. De zoekgebieden hebben de status van een beleidsambitie: in de meeste gevallen is verdere ruimtelijke besluitvorming op projectniveau nodig, meestal door de gemeenten, soms door de provincie. Of er in de zoekgebieden daadwerkelijk projecten zullen komen, is ook afhankelijk van het gegeven of er initiatieven zijn en of betrokken grondeigenaren bereid zijn mee te werken. Vanzelfsprekend zijn daarnaast ook wettelijke normen van toepassing uit bijv. de milieu- en natuurwetgeving. Ook zijn er voorwaarden voor landschappelijke inpassing, procesparticipatie en het delen in de opbrengsten van de energieproductie. Voor de laatste voorwaarden staan de gemeenten zelf aan de lat. In onze gemeente zullen dergelijke voorwaarden aan de orde in een nog vast te stellen Beleidskader voor initiatieven voor wind en zon. Dat gemeentelijk beleidskader zal specifiek voor het zoekgebied WZ5 gelden; buiten dat zoekgebied biedt uw eerdere raadsbesluit immers geen ruimte voor medewerking aan project-initiatieven.
Er geldt alleen een uitzondering van zon opwek in eventuele restpercelen, direct grenzend aan de Betuwelijn en het geplande A15 tracé. Ons college zal de stand van zaken rond het Beleidskader binnenkort verder toelichten in een separate kennisgeving aan uw raad. Voor de goede orde wordt nogmaals benadrukt dat toetsing en begeleiding van projecten en communicatie hierover, niet valt onder de regionale uitvoering. Wel is afstemming met de provincie noodzakelijk. De provincie heeft bijvoorbeeld een zelfstandige bevoegdheid voor wind-projecten. Nieuwe punten in RES 1.0 t.o.v. het concept Zon op voormalige zandwinplassen (Loowaard) In de RES 1.0 zijn ten opzichte van het eerdere concept voor enkele zoekgebieden nog aanpassingen doorgevoerd. Zo zijn er geen zoekgebieden zon op (voormalige) zandwinplassen meer. Daarmee vervalt ook de aanduiding voor de Loowaard.
Pagina 3
Nieuwe verkenningsgebieden wind RES 2.0 Mede op aandringen van de provincie en ook ingegeven door het streven naar een betere wind-zonverhouding is een verkennende zoektocht uitgevoerd naar aanvullende windlocaties. Dit leverde zes ‘verkennings’ gebieden op met een potentie van ca. 21 windmolens, goed voor een productie van 0,40 Twh. In ons deel van de regio gaat het om drie verkenningsgebieden: één in de gemeente Rheden (de Beemd), aansluitend op het zoekgebied WZ5 en twee gebieden in de gemeente Zevenaar (de Oude Steeg en de oostelijke A12-zone). Deze nieuwe verkenningsgebieden wind staan wel op een kaart in de RES 1.0, maar zij maken nu geen onderdeel uit van het bod van 1,62 TWh. De verkenningsgebieden zullen in de komende periode tot 2023 op weg naar RES 2.0 verder onderzocht en afgewogen worden. In de gemeente Duiven zijn geen nieuwe locaties voor windenergie in beeld gekomen. Ruimtelijke afspraken Er is in de RES 1.0 een set aan ruimtelijke afspraken opgenomen. De regiopartners willen daarmee voorkomen dat er een confetti ontstaat van zonnevelden en windmolens. Dat betekent een nog grotere nadruk op clustering in zoekgebieden en bij voorkeur een combinatie tussen wind en zon. Mocht een gemeente hiervan willen afwijken en lokaal maatwerk wensen, dient dat eerst regionaal te worden besproken.
Tevens geven deze afspraken richting voor het behouden van ruimtelijke kwaliteit bij het bepalen van de locaties van windmolens en zonnevelden om deze op de beste wijze in te passen. De lijst met ruimtelijke afspraken is een eerste aanzet. Vanuit Duivens perspectief passen de regionale ruimtelijke afspraken goed bij het gemeentelijke beleid. Warmte De RES 1.0 geeft inzicht in de warmtevraag van de gebouwde omgeving (woningen en overige gebouwen) in 2030, inzicht in beschikbare warmtebronnen in de regio en de beschikbare warmte-infrastructuur. Naast dit inzicht brengt de RES specifiek in beeld welke grote, bovenlokale warmtebronnen in Regio Arnhem Nijmegen beschikbaar zijn om gebouwen mee te verwarmen door middel van een warmtenet. Met name grote fabrieken, rioolwaterzuiveringsinstallaties en afvalverbranders kunnen dit type energie leveren. Verwacht wordt dat op termijn ook andere warmtebronnen een rol gaan spelen, zoals aquathermie, geothermie en zon-thermie. Daar loopt nog veel onderzoek naar. Op korte termijn zal binnen RES-verband bekeken worden hoe de verdeling van bestaande bovenlokale warmtebronnen het meest optimaal regionaal verdeeld kan worden. Hierover vindt structureel overleg plaats tussen die gemeenten die mogelijk een beroep willen doen op deze warmtebronnen.
In het geval van de regionale warmtebron AVR gaat het om de gemeenten Arnhem, Rheden, Westervoort, Duiven, Montferland en Zevenaar. Deze gemeenten zullen gezamenlijk afspraken gaan maken over de bovenlokale toedeling van warmte. Dat moet leiden tot een regionale structuur warmte; een opgave op weg naar RES 2.0. Energiehub InnoFase Bedrijventerrein InnoFase wordt in de RES genoemd als één van de drie kansrijke innovatieve energiehubs in de regio. Een energiehub is een locatie waar het elektriciteits- en warmte spoor bij elkaar komen. Hiervoor is recent een regionaal project opgezet, waarin ook de gemeente participeert. Samen met de bedrijven op InnoFase, OostNL, KiEMT en de projectorganisatie RES onderzoeken we de koppelkansen voor waterstof, biogas, warmte en duurzame elektriciteit in de gehele keten van productie, conversie, opslag en afzet met de ambitie om dit uit te bouwen. Het project bevindt zich nog in een eerste verkennende fase.
Pagina 4
Argumenten 1.1 De RES 1.0 geeft duidelijkheid over gezamenlijke (ruimtelijke) uitgangspunten en spelregels voor de samenwerkende overheden op decentraal niveau. De regionale afspraken bieden wel ruimte voor lokale uitvoering en eventueel gewenst lokaal maatwerk. 1.2 De RES 1.0 biedt een waardevolle bijdrage aan de doelstellingen van het landelijk klimaatakkoord. Doorrekeningen van alle concept-RESsen lieten zien dat de landelijke doelstelling voor 2030 in principe kan worden gerealiseerd. 1.3 De RES 1.0 sluit goed aan op het in 2020 door de raad geformuleerde lokale aandeel RES. Het clustergebied op en nabij InnoFase/Centerpoort-Noord heeft draagvlak bij alle bestuurlijke partners, waaronder de provincie Gelderland. Kanttekeningen 1.1 De ‘pijplijn-projecten’ bevinden zich niet allemaal in de regionale zoekgebieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het wind-project Caprice in de gemeente Lingewaard. In totaal gaat het om 0,2 TWh waarvoor dat geldt. 1.2 Het geraamde aandeel ‘grootschalige opwek zon op daken’ is gebaseerd op een theoretische aanname dat 25% van het technisch potentieel feitelijk zal worden benut. Het zal in de praktijk een zeer uitdagende opgave zijn om dit te kunnen realiseren. 1.3 De uitvoering van de RES vraagt om aanzienlijke investeringen in het elektriciteitsnetwerk. Beheerder Alliander zal haar investeringsprogramma daarop moeten aanpassen.
In de regio Liemers is bijv. een nieuw onderstation noodzakelijk. 1.4 Pas op concreet project-niveau kan duidelijkheid worden gekregen over de haalbaarheid De RES werkt met algemene aannames gebaseerd op onderbouwde modellen. Mogelijk knelpunt vanuit de natuur-wetgeving is de invloed van het leefgebied van de wespendief. 1.5 De verhouding wind/zon is nog niet optimaal. In het proces voor de RES 2.0 zal nader besloten moeten worden of een hoger aandeel windmolens mogelijk is. Hiervoor zijn al zes nieuwe zoeklocaties ‘verkennend’ in beeld gekomen. 1.6 Eventuele amendementen van de raad hebben alleen betrekking op de eigen gemeente. Besluiten van de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) hebben betrekking op hun eigen orgaan. Als het bod RES 1.0 wordt geamendeerd, dan geldt dit besluit dus alleen voor deze partij. Wel wordt hiervan een aantekening gemaakt bij het indienen van het bod RES 1.0. Financiële paragraaf Het Rijk heeft aan alle regio’s een decentralisatie-uitkering toegekend om te komen tot de RES 1.0 De gemeente Nijmegen heeft deze middelen ontvangen, aangezien zij opdrachtgever en kasbeheerder is voor het RES-proces. Uit deze middelen worden de regionale uren en uitgaven gedekt. Tot het moment van vaststelling RES 1.0 in juni 2021 zijn er geen financiële gevolgen. Voor het traject naar RES 2.0 in 2023 dienen opnieuw financiële afspraken te worden gemaakt.
De verwachting is dat deze in de lijn liggen van de benodigde middelen voor de RES 1.0. Hierover is landelijk echter nog geen zekerheid. De financieringsafspraken voor de boven lokale kosten voor de RES 2.0 zullen verlopen middels de budgetbesprekingen voor de Groene Metropoolregio onder de opgave Circulaire regio. De kosten van de gemeentelijke deelname aan de RES dienen door de gemeente zelf gedekt te worden. In Duiven en Westervoort maken deze kosten onderdeel uit van het budget voor het programma Circulaire Economie. Overigens heeft ons college onze betrokken wethouder duurzaamheid opgeroepen om in het bestuurlijk regionaal overleg aan te dringen op substantiële bijdragen vanuit het rijk; zowel voor bijdragen in de warmte- en elektriciteits-netwerken, alsmede voor procesgeld voor de RES 2.0.
Pagina 5
Planning Uiterlijk 15 juni 2021 dienen de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) een besluit te nemen over het bod RES 1.0. Het bod RES 1.0 zal uiterlijk 1 juli 2021 bij het NPRES en PBL worden ingediend, tezamen met alle eventuele ontvangen reacties. Het proces van de regionale energiestrategie loopt na de vaststelling van de RES1.0 door richting het ontwikkelen van RES 2.0 Voor de gemeentelijke uitwerking van de RES 1.0 ligt het accent op het doorwerking in lokaal beleid en het verlenen van medewerking aan concrete energieprojecten. In de gemeente Duiven is beleidsmatig het lokaal aandeel in de RES opgenomen in het concept-ontwerp Omgevingsvisie 2021. Daarnaast zal de komende maanden een gemeentelijk ontwerpBeleidskader in procedure gebracht. Dat kader beschrijft de landschappelijke en participatievoorwaarden voor concrete project-initiatieven voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie in het gemeentelijk deel van het RES-zoekgebied WZ5. Uit contacten met particuliere initiatiefnemers dient duidelijkheid te worden verkregen over de partijen die medewerking krijgen van grondeigenaren en die in staat zijn om tot uitvoering te komen. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij zelf in dialoog gaan met de omgeving, voorafgaande de formele procedure.
Als na toetsing blijkt dat aan de gemeentelijke kaders en wettelijke voorwaarden kan worden voldaan en hierover ook afspraken zijn vastgelegd, zal de planologische medewerking door de gemeente worden verleend. Participatie en communicatie Alle processtappen in het traject RES 1.0 zijn afgestemd met de voorzitters van de griffierskringen Noord en Zuid. Verder zijn alle spelers uit de regio uitgebreid betrokken en alle informatie is zo transparant mogelijk gedeeld. In het regionale proces deden meer dan 450 personen mee, veelal vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. De zoekgebieden in de RES 1.0 komen allemaal voort uit een traject waar inwoners via lokale processen bij betrokken zijn, of zijn geweest. In de meeste gemeenten- zo ook eind 2019/begin 2020 in Duiven- zijn inwoners betrokken geweest bij de totstandkoming van het lokale beleid voor zon en wind. Vanaf nu verschuift de focus van de zoekgebieden naar de locaties en projecten. Bij zoekgebieden hadden we het nog over gebieden waar projecten kunnen komen, vanaf nu gaat het over de specifieke locaties waar projecten ontwikkeld gaan worden. Daar worden inwoners natuurlijk opnieuw bij betrokken, ook als het gaat om het gezamenlijk delen van de opbrengsten. Daarbij is het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van de energieproductie.
Ook dit uitgangspunt zal in het genoemde gemeentelijk Beleidskader worden vastgelegd. Participatietafel Op de schaal van de regio is een ‘participatietafel’ opgezet. Deelnemers aan deze tafel zijn afkomstig van onder andere gemeenten, energiecoöperaties, GNMF, ontwikkelaars, inwoner- en landbouworganisaties. Ook Jong RES Nederland neemt deel aan de participatietafel. Zij denken mee en adviseren over participatie in de brede zin van het woord en delen hun kennis en inzichten over de belangen en motieven. De participatietafel zal zich ontwikkelen en blijven adviseren zolang nodig. Intergemeentelijke samenwerking Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Op 1 januari 2021 is de Groene Metropoolregio formeel van start gegaan en daarmee is de versterkte samenwerking in de regio Arnhem Nijmegen in een nieuwe fase terecht gekomen. RES 1.0 en de uitwerking daarvan in RES 2.0 zal worden geborgd in de opgave Circulaire
Pagina 6
regio. Tevens zal in de verdere uitwerking richting RES 2.0 de verbinding met andere regio opgaven zoals de verstedelijkingsstrategie worden voortgezet. Bijlage 201506520 - RES 1.0 Regionale Energie Strategie Regio Arnhem-Nijmegen, maart 2021 201506541 - Raadsbesluit
Duiven, 6 april 2021. Burgemeester en wethouders van Duiven,
ing. C.J.(Chris) Papjes secretaris
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
Pagina 7