CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Raadsvoorstel Meerjarenprogrammabegroting Duiven 2024-2027

Raadsavond 14 november 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: Meerjarenprogrammabegroting 2024-20273.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp : Meerjarenprogrammabegroting 2024-2027 __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/23/112333 /201631345

Opsteller : Mark Jordens

Portefeuillehouder

Afdeling : Financiën&Belastingen

: J. Goossen

Telefoonnr

:

0630201341

__________________________________________________________________________ Samenvatting De Voorjaarsnota 2023 liet zien dat het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 negatief is. Dit wordt vooral veroorzaakt door de loon- en prijsstijgingen in onze eigen begroting, de loon- en prijsstijgingen bij de verbonden partijen, het feit dat in deze Voorjaarsnota alle ambities en wensen zijn verwerkt en doordat het Rijk vanaf 2026 de financieringssystematiek wijzigt en bovendien ook de opschalingskorting doorvoert (het zogenoemde “Ravijnjaar”). De gemeenteraad heeft het sluitend maken van het begrotingsjaar 2024 bij de behandeling van de Voorjaarsnota als prioriteit aangegeven. In de voorliggende begroting zijn enkele maatregelen verwerkt, waardoor het begrotingssaldo in 2024 positief is. Bij de begrotingsbehandeling door de gemeenteraad wordt alleen het begrotingsjaar 2024 vastgesteld. De jaren 2025-2027 geven een structureel inzicht in de beleidskeuzes. Beslispunten 1. De (meerjaren-)Programmabegroting 2024-2027 – in het bijzonder op de volgende onderdelen- vast te stellen: • De programma’s • De paragrafen • De voorcalculaties • De vervangingsinvesteringen • De mutaties op de reserves en voorzieningen • De nieuwe belastingtarieven 2024. Conform het Watertakenplan is in deze begroting al uitgegaan van een extra stijging van het tarief voor rioolheffing met 0,7%. 2.

Inflatiecorrectie toe te passen op de tarieven voor Rioolheffing en OZB. 3. Het nieuwe kostendekkende tarief voor de Afvalstoffenheffing vast te stellen en het poorttarief van het Afval Aanbied Station (AAS) te verhogen van € 14 naar € 15. 4. Kennis te nemen van de aangeleverde maatregelen om de begroting sluitend te maken. Aanleiding In de Voorjaarsnota 2023 zijn alle speerpunten en ambities verwerkt alsmede de loon- en prijsstijgingen in de eigen begroting en die van de verbonden partijen. Hierdoor sloeg het aanvankelijk positieve saldo van het begrotingsjaar 2024 om in een negatief saldo. Aangezien het Rijk de financieringssystematiek wijzigt en ook de opschalingskorting invoert komen ook de jaren 2026 en 2027 negatief uit. Daarmee zou niet worden voldaan aan de

eisen van onze provinciale toezichthouder. De raad heeft bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 aan het college opgedragen met maatregelen te komen om de begroting voor 2024 sluitend te maken. In de voorliggende begroting zijn een drietal maatregelen verwerkt. Het gewijzigde begrotingssaldo ziet er vervolgens als volgt uit: Begrotingssaldo Voorliggende begroting 2024

2024 € 158.165

2025 € 1.913.480

2026 -€ 992.021

2027 -€ 1.759.587

Tabel 1: Begrotingssaldo Programmabegroting 2024 (besluitvorming raad)

Van Voorjaarsnota 2023 naar meerjarenbegroting 2024-2027 In de voorcalculaties van deze begroting zijn alle gevolgen van de in juli vastgestelde Voorjaarsnota verwerkt inclusief de overgenomen amendementen en de gevolgen van de meicirculaire. Naar aanleiding van raadsbesluiten rondom de led verlichting bij sportverenigingen en het aanvullende voorbereidingskrediet voor IKC Remigius zijn er ook begrotingswijzigingen gemaakt die gevolgen hebben voor het resultaat. In totaal leidde dit tot het volgende gewijzigde vertrekpunt bij de begroting 2024: Begrotingssaldo Update na Voorjaarsnota

2024 -€ 617.119

2025 € 1.364.196

2026 -€ 1.790.305

2027 -€ 2.789.871

Tabel 2: Gewijzigde begrotingssaldo na Voorjaarsnota

In de periode tussen het opmaken van de Voorjaarsnota en deze Meerjarenbegroting zijn er geen aanvullende wensen toegevoegd. Aanpassing voorcalculaties: • In de zomerperiode zijn alle voorcalculaties (lasten en baten) voor budgetten bestaand beleid geactualiseerd. Het gaat hierbij om kleine aanpassingen (tot € 10.000) die er voor zorgen dat de budgetten toereikend zijn en aangepast aan het huidige prijsniveau. • In de voorcalculaties is de actuele activamodule verwerkt. In het afgelopen jaar is een aantal investeringskredieten afgesloten of in tijd verplaatst (vervroegd of uitgesteld), waardoor de kapitaallasten in de diverse jaren wijzigen. • Het renteresultaat is verslechterd aangezien de verkopen op de bedrijventerreinen resulteren in lagere bedragen die toegerekend worden aan de grondexploitatie. Eveneens leidt het aflopende hypothekensaldo tot lagere renteopbrengsten. Bovendien stijgt het rentepercentage waardoor de kosten toenemen. • De begroting 1Stroom is meerjarig ingevoerd inclusief alle loon- kostenstijgingen en extra toekenningen uit de Voorjaarsnota 2023. • Ook de loon- en kostenstijgingen van het bestuur (CAO + vergoedingen raad/college/griffie) zijn opgenomen. • Er zijn extra kosten opgenomen voor de Verkeersregel Installatie (VRI) op de Vergertlaan, een parkeertelling vanuit het Mobiliteitsplan, recognitiekosten in de spooromgeving en advieskosten wegenlegger.

Verder zijn er meerkosten voor het boomonderhoud vanwege bestrijding processierups en areaaluitbreiding. Er zijn meeropbrengsten inzake snippergroen en de kosten voor het Wijkhuis van Droo zijn lager. • De doorbelastingen van gemeenschappelijke regelingen zijn geactualiseerd.

Pagina 2

Bovenstaande aanpassingen zorgen er voor dat het in de Voorjaarsnota 2023 gepresenteerde saldo voor de jaren 2024 t/m 2027 lager uitvalt. Nieuwe belastingtarieven: Hieronder zijn de belastingtarieven voor het jaar 2024 vermeld. In het overzicht zijn, ter vergelijking, de tarieven voor 2023 opgenomen. De tarieven van de rechten, waaronder de leges en tarieven huur sportaccommodaties zijn divers. Daarom zijn deze tarieven niet opgenomen in het overzicht. In de tarieven voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn, vooruitlopend op het raadsbesluit, stijgingen als gevolg van de inflatiecorrectie verwerkt. De aanvullende stijging van 0,7% uit het Watertakenplan is verwerkt. De kostenstijging op het gebied van afval is evenredig verrekend in het vaste en variabele tarief. Met uitzondering van de OZB zijn op basis van deze tarieven de opbrengsten in de voorcalculaties aangepast.

Belastingsoort OZB eigenarenbelasting: - woningen, % van vastgestelde waarde - niet-woningen, % van vastgestelde waarde OZB gebruikersbelasting niet-woningen, % van vastgestelde waarde Afvalstoffenheffing vastrecht Afvalstoffenheffing variabel: - per lediging 140 liter container restafval - per lediging 240 liter container restafval - per storting ondergrondse container Rioolheffing, per m3 Toeristenbelasting: - hotel, hostel, pension en B&B - kampeerterrein en camperplaats Reclamebelasting, Centrum Duiven

Tarief 2023

Tarief 2024

0,1010 0,1921 0,1470

0,1053 0,2002 0,1532

179,00

208,36

7,40 13,17 2,07 1,80

8,61 15,33 2,41 1,88

2,00 1,10 750,00

2,00 1,10 750,00

De financiële gevolgen van de septembercirculaire zijn van belang voor deze begroting. Deze is op 19 september gepubliceerd en zal aansluitend financieel worden vertaald. Via een kennisgeving zal de gemeenteraad voor eind oktober op de hoogte worden gesteld van de financiële gevolgen. Planning 15 november is de wettelijk verplichte aanleverdatum bij de Provincie voor de vastgestelde programmabegroting. Dit is de planning: 07 november 2023 14 november 2023

: Ronde tafel/Politieke avond : Behandeling Gemeenteraad

Beoogd effect In het kader van het budgetrecht van de raad moet de begroting ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Na vaststelling door de raad kan het college het voorgestane beleid tot uitvoering brengen. Argumenten 1.1 De gemeente Duiven heeft geen structureel sluitende meerjarenbegroting.

Pagina 3

De jaarschijven 2026 en 2027 van deze begroting sluiten met een negatief saldo. 2024 en 2025 sluiten af met een positief resultaat. De belangrijkste reden voor dit beeld is het zogenaamde “Ravijnjaar” 2026 in het Gemeentefonds. Vanuit het Rijk worden tot nu toe geen toezeggingen gedaan voor de periode na de volgende verkiezingen. De aangekondigde kortingen worden wel doorgetrokken. Hierdoor valt het bedrag van de Algemene Uitkering voor Duiven ver terug. Mogelijk gaat hier in de septembercirculaire nog uitsluitsel over worden gegeven. De septembercirculaire wordt doorgerekend en de financiële gevolgen hiervan worden voor eind oktober via een kennisgeving aan de raad meegedeeld. 1.2 Het weerstandsvermogen is op orde. Bij een maximaal risico is de ratio voor weerstandsvermogen van 1,61 ruim voldoende. Dat betekent dat de stand van de Algemene Reserve per 1 januari 2024 ruim voldoende is om het maximale risico, dat in de paragraaf Weerstandsvermogen is beschreven, op te kunnen vangen. In het weerstandsvermogen is het risico meegenomen dat de Algemene Uitkering lager uit kan vallen omdat de accressen niet worden gerealiseerd doordat het rijk de voorgenomen investeringsplannen niet of niet geheel kan realiseren. Voor een mogelijk aanhoudende hoge inflatie is geen bedrag opgenomen in het weerstandsvermogen.

De systematiek van het Gemeentefonds werkt zo dat we voor dergelijke kostenstijgingen via de Algemene Uitkering worden gecompenseerd. De ratio voor de solvabiliteit (de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen) is nu 34,3% en stijgt in de komende jaren boven het gewenste niveau van 35%. 1.3 De afvalstoffenheffing vraagt dit jaar extra aandacht. Jaarlijks worden de budgetten voor het inzamelen en verwerken van afval geactualiseerd. Op basis van het totaal van de kosten en opbrengsten wordt uiteindelijk het tarief voor vastrecht en het variabel tarief (per lediging) becijferd. De kosten voor het afvalbeheer stijgen. De hogere kosten voor de inzameling en verwerking worden vooral veroorzaakt door de hoge inflatie. Brandstof en loonkosten stijgen jaarlijks. Ook het nieuwe contract met PreZero per 1 januari 2023 voor de inzameling van het restafval, gft, pmd en het beheer van de containers zorgt voor hogere kosten. De oud papierprijs is flink gedaald, waardoor het ingezamelde papier een stuk minder opbrengt. Daarnaast zijn zoals is opgenomen in de Voorjaarsnota de containers voor de luierinzameling en incontinentiemateriaal uitgebreid. In totaal stijgen de kosten met € 438.190. Uitgaande van kostendekkendheid moet ook het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgen.

Vorig jaar werd een deel van de kostenstijging incidenteel opgevangen door de inzet van de voorziening Afvalinzameling. De structurele stijging van vorig jaar komt daardoor dit jaar nog bij de stijging van 2024. Voorgesteld wordt de kostenstijging evenredig te verwerken in het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing ofwel het tarief per lediging. Dit om het risico op afvaltoerisme, dumping en kosten voor het opruimen te verkleinen. Bovendien wordt voorgesteld het poorttarief bij het AfvalAanbiedStation (AAS) te verhogen van € 14 naar € 15. Daarmee wordt het risico verkleind dat mensen kiezen voor aanbieden bij het AAS in plaats van via de container. Minder aanbiedingen van containers levert minder inkomsten op. Bij een gelijkblijvend tarief voor vastrecht en een teruglopend aantal ledigingen stijgt het tarief per lediging daardoor met 14,4%. Voor een gemiddeld gezin dat 8 ledigingen per jaar heeft betekent dit een kostenstijging van € 39,25. 1.4 Structurele kostenstijgingen veroorzaken stijgende belastingtarieven. De afgelopen periode zijn we landelijk geconfronteerd met kostenstijgingen. Niet alleen de arbeidskosten stegen maar ook de grondstof- en energieprijzen liggen veel hoger dan in voorgaande jaren. De enige manier om voor onderdelen kostendekkend te blijven is dan ook een stijging van de tarieven.

En dat geldt niet alleen voor de belastingtarieven maar ook voor de legestarieven. Ook hier geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid

Pagina 4

en zijn tariefstijgingen onvermijdbaar. In die zin zorgt de tariefsverlaging van de OZB zoals deze vorig jaar door de gemeenteraad is besloten voor een aanvullend probleem. De structurele gevolgen van deze verlaging werken door in de begrotingstekorten van 2026 en verder. In de meicirculaire is rekening gehouden met een inflatiepercentage van 4,22%. In deze begroting wordt voorgesteld om de OZB-tarieven en de Rioolheffing met het inflatiepercentage te verhogen. Het tarief voor Rioolheffing moet conform het Watertakenplan aanvullend nog met 0,7% worden verhoogd. De benodigde stijging voor de afvalstoffenheffing is hierboven bij punt 1.3 reeds benoemd. 1.5 Het inflatiepercentage lijkt zich wat te normaliseren. In de afgelopen twee jaar rezen de inflatiepercentages de pan uit. Percentages van boven de 10% waren geen uitzondering. Ondanks dat we de hoge inflatie wel merken in de voorcalculaties zijn de voorspellingen van de inflatiecijfers voor de komende jaren een stuk lager. In deze begroting zijn we uitgegaan van een inflatie van 4,22% voor 2024 en 4,18% voor 2025. Op de stelposten die we vorig jaar op hebben genomen voor prijsstijgingen is in de voorcalculaties volop een beroep gedaan. De inschattingen die we verleden jaar hebben gedaan komen uit. Ook voor de komende jaren zijn nog stelposten voor prijsstijgingen opgenomen.

Voorlopig is onze inschatting dat deze toereikend zijn. 1.6 Oplossingsrichtingen voor een sluitende begroting. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 heeft de raad de opdracht aan het college gegeven om op zoek te gaan naar mogelijkheden om een sluitende begroting voor het eerste jaar (2024) aan te leveren. Daarbij is de toezegging gedaan om met behulp van de ‘stofkam’ methode te kijken naar mogelijkheden, waarbij belastingverhoging conform inflatie open staat als voorstel. Een en ander heeft geresulteerd in een drietal maatregelen die bij elkaar opgeteld leiden tot een verbetering van het saldo in 2024 van € 775.284. Hieronder worden de maatregelen toegelicht: A. Herijken (Vervangings-)investeringen Investeringen die in jaar t starten, worden in jaar t+1 afgeschreven. Kapitaallasten in 2024 komen dus van investeringen die in 2023 zijn afgerond. Voor 2023 zijn diverse kredieten aangevraagd (en overgeheveld van het jaar ervoor) en toegekend. Uit nadere analyse blijkt, dat een deel van de werkzaamheden nog doorlopen in 2024, waardoor de financiële afronding dus niet meer in 2023 plaatsvindt. Daarnaast worden een aantal kredieten dit jaar niet uitgegeven door verschuiving van het project als gevolg van langere voorbereidingstijd en/of intensievere participatie. Het gaat om o.a. Dorth tot Medlerstraat en diverse investeringen van onderwijshuisvesting.

Over het deel van de kredieten dat niet wordt uitgegeven in 2023 worden geen kapitaallasten berekend in 2024. Dit levert naar verwachting in 2024 een besparing op van circa € 305.000. B. OZB verhoging inflatie Bij de bespreking van de Voorjaarsnota is ruimte geboden door de raad voor OZB verhoging (met inflatie) als oplossingsrichting. Vanuit gezond financieel beleid is het noodzakelijk dat belastingen meebewegen met oplopende lonen en prijzen van gemeenten. Verhogen van de OZB met de inflatie (peilmoment meicirculaire 2023) van 4,2% levert in totaal voor 2024 € 270.000 op (1% verhoging is ongeveer € 65.000). Uitgaande van een structurele verhoging van de OZB met inflatie, levert dit het volgende meerjarig beeld op van extra inkomsten:

OZB inflatie

2024 € 270.284

2025 € 549.284

2026 € 798.284

2027 € 1.030.284

Tabel 3: Bijstelling OZB inkomsten op basis van inflatie

C. Stelpost BCF plafond

Pagina 5

Gemeenten kunnen (in gevallen) betaalde BTW verhalen op het landelijk BTW compensatiefonds (BCF). Dit fonds kent een plafond; meer compensatie is niet mogelijk. Eventuele overschotten worden teruggestort in de algemene uitkering en komen dus weer ten goede aan de gemeenten. Het afgelopen jaar is voor Duiven een bedrag van € 390.000 bijgestort. De uitname uit het BCF is sterk afhankelijk van het investeringsritme van alle gemeenten in Nederland. Aanjagen van bijv. (woning-) bouwprojecten kan een nadelig effect hebben. Wij stellen voor om € 200.000 (iets meer dan 50% van het overschot van vorig jaar) nu te ramen als extra inkomst. Bovenstaande maatregelen A t/m C leveren bij elkaar een positief saldo op in 2024; de minimale opdracht aan het college. De risico’s bij deze maatregelen worden als zeer laag ingeschat. Na verwerking van deze maatregelen in voorliggende begroting, ziet het financieel perspectief van de Programmabegroting 2024-2027 er als volgt uit: Update na Voorjaarsnota Herijken (vervangings-) investering OZB inflatiestijging Stelpost BCF plafond Begrotingssaldo

2024 -€ 617.119

2025 € 1.364.196

2026 -€ 1.790.305

2027 -€ 2.789.871

€ 549.284

€ 798.284

€ 1.030.284

€ 1.913.480

-€ 992.021

-€ 1.759.587

€ 305.000 € 270.284 € 200.000 € 158.165

Tabel 4: Begrotingssaldo Programmabegroting 2024 (besluitvorming raad) (= ook tabel 1)

De zoektocht naar financiële ruimte heeft meer opgeleverd, die een meer of minder risico met zich meebrengen. Enkele aangedragen oplossingen liggen onder de € 10.000 en zijn voor nu niet meegenomen. Onderstaande mogelijkheden zijn niet verwerkt in voorliggende begroting en dienen als inzicht in de opties mochten de voorstellen A t/m C niet passend of ontoereikend worden geacht: D. Innovatiebudget Ter stimulering van de (regionale) transformatie in het sociaal domein is een (structureel) budget beschikbaar van € 220.000. Op basis van onderbesteding in de jaarrekening van het afgelopen jaar (2022), is vanuit het sociaal domein de mogelijkheid aangedragen het budget eenmalig (2024) naar beneden bij te stellen naar € 170.000. Risico is onvoldoende voortgang op innovatie – dat gezien de kostenontwikkeling in het sociaal domein wel wenselijk is – en/of alsnog eventuele overschrijding op het budget. E. Schatkistbankieren Gemeenten zijn verplicht om liquide middelen boven een specifieke grens op de bank bij het rijk te stallen, zogeheten schatkistbankieren. Hierover krijgen we inmiddels rente. Onze liquiditeitspositie is positief. Voor 2024 gaan wij al uit van € 100.000 extra renteontvangsten. Een prognose is moeilijk te maken vanwege de onvoorspelbaarheid van het investeringsmoment.

We zien een mogelijkheid meer risico te nemen in de budgetraming en de opbrengst te verhogen met € 25.000. De kans op een daadwerkelijk lagere rente (%) en/of minder renteopbrengsten als gevolg van hoge investeringen in 2023 en 2024 is aanwezig. F. Participatieve voorjaarsnota 2024 De raad heeft de wens de eerstvolgende Voorjaarsnota op een participatieve wijze tot stand te laten komen. De feitelijke uitvoering ervan moet nog afgestemd en voorbereid worden; ervaring leert dat dit aanzienlijke doorlooptijden kunnen hebben afhankelijk van

Pagina 6

de mate van participatie. De verwachtte kosten liggen rond € 20.000, waarbij de mogelijkheid er is deze pas bij de Voorjaarsnota 2025 uit te voeren. G. Eenzaamheid Er is extra budget ontvangen van € 10.000 voor de uitvoering van eenzaamheid. Vanuit sociaal domein is de insteek dat het (ook) een taak van maatschappelijke partners is, die ook door hen wordt opgepakt. Daarbij wordt vanuit de brede SPUK-middelen ook ingezet op eenzaamheid. De financiering vanuit de gemeentelijke begroting kan daarom afgeraamd worden. H. Clientondersteuning Hiervoor is een (structureel) budget beschikbaar van € 90.000. Op basis van onderbesteding in de jaarrekening van het afgelopen jaar (2022), is vanuit het sociaal domein voorgesteld het budget eenmalig naar beneden bij te stellen naar € 80.000. Risico is onvoldoende voortgang of eventuele overschrijding op het budget. I. Strategische denk- en doekracht Het afgelopen jaar is stevig geïnvesteerd om ook daadwerkelijk aanwezig te kunnen zijn in de regio (met name binnen de Groene Metropool Regio). Omdat regionale afspraken op gebieden als mobiliteit, woningbouw en economische zaken een grote invloed hebben op de lokale werk-, woon- en leefomgeving. Er is overwogen om de extra inzet op dit gebied met een formatieplek (€ 63.000) terug te brengen.

We merken echter dat door onze aanwezigheid en actieve betrokkenheid er meer grip is op processen en de inhoud. Er worden kansen gezien om de invloed te vergroten op de voor de gemeente belangrijke beleidsontwikkelingen en ook op het binnenhalen van Rijks en of provinciale middelen voor proces en uitvoering. Daarom wordt afgeraden deze maatregel door te voeren.

Kanttekeningen 1.1 Vaststelling van de begroting is het definitieve startpunt van de nieuwe cyclus. Tot het moment waarop de gemeenteraad op 14 november de jaarschijf 2024 zal vaststellen is er nog niets definitief. In de voorliggende begroting zijn alle ambities, speerpunten en wensen uit de Voorjaarsnota gehonoreerd. Het staat de raad vrij om daarin andere keuzes te maken. 2.1 De Algemene Uitkering kan lager uitvallen en de kosten blijven stijgen. In de meicirculaire 2023 is de ontwikkeling van de Algemene Uitkering aangekondigd. De vraag is echter wel of het Rijk deze ontwikkeling daadwerkelijk gaat realiseren. Niet alleen is het kabinet in de tussentijd gevallen, ook is het Rijk geconfronteerd met tekorten in de begroting. Het Rijk zal in de komende jaren moeten gaan bezuinigen om de rijksbegroting weer in evenwicht te krijgen. Die bezuinigingsoperatie zal ook gevolgen gaan hebben voor de gemeenten en het Gemeentefonds. En dat zal nog aanvullend zijn op het reeds ingecalculeerde “Ravijnjaar”. Een en ander gegeven het feit dat ondertussen de kosten wel blijven stijgen. De gevolgen van de oorlog in Oekraïne, de krapte op de arbeidsmarkt en de stijgende grondstofprijzen zijn van grote invloed op de diverse budgetten. Wat dit op de wat langere termijn nog voor gevolgen heeft is nog onduidelijk.

Het maakt dat de gemeenten zich voorlopig concentreren op het sluitend maken van 2024 en de structurele tekorten, mede op advies van de VNG, voorlopig even laten voor wat ze zijn.

Pagina 7

Financiële paragraaf Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkelingen van de voorjaarsnota naar de meerjarenbegroting. Omschrijving Saldo na Voorjaarsnota Begrotingswijzigingen na eerdere raadsbesluiten: Led verlichting sportverenigingen IKC Remigius aanvulling voorbereidingskrediet Meicirculaire 2023 Saldo voor Begroting Aanpassingen voorcalculaties Saldo na inbrengen cijfers Oplossingen: Herijken (vervangings-) investering OZB inflatiestijging Stelpost BCF plafond Gevolgen septembercirculaire Begrotingssaldo Overige oplossingen: Innovatiebudget Sociaal Domein Schatkistrente Participatieve Voorjaarsnota 2024 Eenzaamheid Clientondersteuning

2024 2025 2026 -788.554 1.556.714 -1.228.050

-8.775

2027 -3.183.901

-8.775

-8.775

-8.775

- 78.461

- 78.461

- 78.461

356.528 97.293 -101.580 -440.801 1.566.771 -1.416.866 -176.318 -202.575 -373.439 -617.119 1.364.196 -1.790.305

988.691 -2.282.446 -507.425 -2.789.871

305.000 270.284 200.000

549.284

798.284

1.030.284

158.165 1.913.480

-992.021

-1.759.587

10.000

10.000

50.000 25.000 20.000 10.000 10.000

10.000

Tabel 5: Ontwikkeling Begrotingssaldo van Voorjaarsnota tot voorliggende Programmabegroting 2024

Uit de tabel is op te maken dat een sluitend begrotingssaldo voor 2024 wordt gepresenteerd. Het is de verwachting dat de provinciale toezichthouder hiermee zal instemmen en de gemeente onder repressief toezicht zal plaatsen. Dit is de reguliere vorm van toezicht. Verloop stand Algemene Reserve Datum 1-1-2023 1-1-2024 1-1-2025 1-1-2026 1-1-2027 1-1-2028

Stand € 14.685.189 € 17.138.902 € 15.297.660 € 17.211.140 € 16.219.119 € 14.459.532

De stijging van de stand van de Algemene Reserve in 2023 wordt verklaard door onttrekkingen voor de dekking van de kosten voor de incidentele zaken uit de Voorjaarsnota 2023 verrekend met het jaarrekeningresultaat 2022. Participatie en communicatie N.v.t.

Pagina 8

Intergemeentelijke samenwerking N.v.t. Bijlagen 201631357 Raadsbesluit Meerjarenbegroting 2024-2027 201625285 Concept-Meerjarenbegroting 2024-2027 Duiven, 3 oktober 2023 Burgemeester en wethouders van gemeente Duiven, G. (Bertus) Brinkman secretaris

mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester

Pagina 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=8572e218-33b1-4235-ac85-02eb4f2a49a8