CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

16-12a. Zienswijze Bewonersgroep Zuidrand .pdf

Politieke Avond 5 januari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: Afwegingsnotitie uitbreidingslocaties4.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afzender:

Bewonersgroep Zuidrand bewonersgroepzuidrand@gmail.com

Geadresseerden:

Gemeente Duiven; Leden van de Raad t.k. College van Burgemeester en Wethouders t.a.v. Raadsgriffier de Heer E.N. Bosscha Postbus 6 6920 AA Duiven

Duiven/Groessen/Loo, 10 december 2020

Onderwerp: zienswijze bewonersgroep Zuidrand

Bijlage I: Referenties uit Beleidsdocumenten. Bijlage II: Fragmenten uit Correspondentie Gemeente Duiven Bijlage III: Petitie ‘Behoud Landelijk Gebied Duiven, Groessen en Loo’

Geachte leden van de gemeenteraad,

Terug naar september 2019. Via via bereikten ons geruchten dat het gebied waarin wij wonen binnen niet al te afzienbare tijd omgevormd zou worden tot een nieuwbouwwijk. Wij waren er zeker van. Dit moest op een misverstand berusten. Al dertig jaar weten wij niet anders dan dat de gemeente zich juist inspant om dit landelijke gebied tussen Duiven, Groessen en Loo te beschermen en te versterken. Toen wij hiervoor het college benaderden, bezwoer zij dan ook dat zij slechts uit voorzorg een WVG op een deel van het gebied wilde leggen en er van enige bouwplannen geen sprake was. Sommigen van ons waren hiermee gerustgesteld. Anderen vertrouwden de situatie niet en zochten verder. Nu is het december 2020. Ruim een jaar na de geruststelling van het college. Twee hectische maanden van haastig opgetuigde, door corona gemankeerde inspraak liggen achter ons. Voor u ligt een raadsvoorstel voor de aanschaf van de grond van dat deel van het beschermde landelijke gebied waar het WVG op van toepassing was, om hier de nieuwbouwwijk ‘Biezenkampen’ te laten verrijzen. Na het ongeloof, volgde de verbazing, volgde de boosheid. Nu is de tegenbeweging groter dan deze ooit geweest is. Nu zijn wij met de andere bewoners van het landelijke gebied samen verenigd tot ruim 600 mensen. 600 mensen die er alles aan gelegen is de rol van de gemeente over te nemen die zij zelf schijnbaar vergeten is.

De rol waarin zij het landelijke gebied beschermt en bouwplannen op deze locatie voorkomt. En als u de nu volgende uiteenzetting van bijna twee jaar beleid heeft gelezen, beleid dat het college uit uw naam

gevoerd heeft, zijn wij ervan overtuigd dat u onze verbazing en boosheid zal delen en u zich bij ons streven zal hebben aangesloten.

Genegeerd Eigen Beleid Van een gemeente mag verwacht worden dat haar handelen voor burgers en andere belanghebbenden voorspelbaar en transparant zal verlopen. Veranderingen en nieuwe inzichten zullen met het verstrijken van de tijd onvermijdelijk zijn. Echter is het van belang dat een gemeente continuïteit bewaakt in een algemene visie die in samenspraak met het maatschappelijke krachtenveld tot stand is gebracht. Een continuïteit die gewaarborgd wordt in beleidsdocumenten zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Een visie en een historisch besef dat daarmee doorgegeven wordt aan opeenvolgende generaties bestuurders. Eeuwenlang waren de kernen Duiven, Groessen en Loo agrarische dorpjes in het Nederduitse grensgebied. Grenzen, rivierlopen, nationaliteiten en tijden veranderden. Het landelijke karakter van de dorpjes deed dit niet. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw deed de moderniteit ruw zijn intrede. Samen met Westervoort, werd Duiven door de hogere overheden aangewezen als groeikern. Het was de tijd van grote veranderingen: qua economie, qua bevolkingsgroei, qua identiteit. Plannen in het midden van de jaren tachtig gingen zover om van de complete streek een aaneengesloten stadswijk van Arnhem te maken binnen een ring gevormd door de (toen ook al) toekomstige A15: de zogenoemde ‘Liemerse Vleugel’1. Eind jaren tachtig werd dit expansieve beleid losgelaten.

In plaats hiervan deed spijt haar intrede. Spijt dat de ongebreidelde groei ten koste was gegaan van de historie en identiteit van de gemeenschap. Afgesproken werd dat voortaan de kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen leidend zou zijn en niet langer de kwantiteit. In het ‘Structuurplan Duiven’ uit 1994 werd definitief vastgelegd dat eventuele verdere ontwikkelingen aan de reeds verstedelijkte noordrand zouden plaatsvinden, waarbij de landelijke zuidrand tussen Duiven, Groessen en Loo behouden zou blijven. Hierbij zou met name de identiteit van de laatstgenoemde twee dorpen in het licht van de oprukkende verstedelijking en grote infrastructurele projecten (i.e. Betuwelijn, A15), beschermd worden. Ook al zouden de bewoordingen dikwijls veranderen, dit beleid is sindsdien in opeenvolgende structuurvisies en bestemmingsplannen tot op heden bekrachtigd. Op dit moment zijn het ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2013’ en de ‘Structuurvisie Duiven 2015’ de vigerende beleidsdocumenten. Hierin wordt de gemeente Duiven onderverdeeld in drie zones. De noordelijke kommen-zone: bestemd voor het behoud en de reconstructie van de agrarische sector. De centrale stedelijke zone: waar indien nodig nieuwe ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en industrie plaats dienen te vinden. En de zuidelijke oeverwallen-zone: het laatst overgebleven oud-cultuurlandschap

1

Structuurplan Duiven, Gemeente Duiven, 1994

waarvoor het adagium geldt ‘versterking van de landelijkheid, verdichting van het groen en verkleining van de kavels’2. Het is bijna ongeloofwaardig te noemen dat de gemeente in het tijdsbestek van enkele maanden een radicale breuk maakt met het beleid dat zij de afgelopen dertig jaar beleden heeft en in achtereenvolgende beleidsdocumenten heeft laten vastleggen. Wanneer wij deze documenten toepassen op de zogenoemde ‘uitbreidingslocaties’ gelden de volgende conclusies. De gebieden ‘Ploen-Noord’ en ‘Plakse Weide’ behoren conform de vigerende beleidsplannen tot de stedelijke zone. Hierbij wordt de Ploen-Noord zelfs tot de bebouwde kom gerekend en kan met haar huidige status als zoekgebied wonen (nota bene) als inbreidingsgebied beschouwd worden. De Biezenkampen daarentegen behoort tot de oeverwallen-zone waarvoor geldt dat er sprake is van ‘een hoog ambitieniveau voor landelijke versterking’3 en ‘woningbouwinitiatieven niet afweegbaar zijn’4. Voeg hier de ladder duurzame verstedelijking aan toe (e.g. ‘de juiste woning op de juiste plaats’, ‘inbreiden gaat vóór uitbreiden’5) en de vraag rijst of de gemeente bekend is met haar eigen ruimtelijke beleid en, zo ja, waarom zij dan overgaat tot bouwplannen in beschermd landelijk gebied welke gezien het bovenstaande geheel onnodig zijn.

Tegenstrijdige Onderbouwing Bevolkingscijfers Stel dat we de eigen historie en de inhoud van beleidsdocumenten negeren. Dat we beargumenteren dat tijden veranderen en oude argumenten ondergeschikt zijn aan nieuwe ontwikkelingen. Dat er sprake is van een ‘groot maatschappelijk belang’6 dat maakt dat de gemeente niet anders kan dan afwijken van het vigerende bestemmingsplan en het beschermde landelijke gebied voor bebouwing zal moeten herinrichten. Dit grote maatschappelijke belang kan gevonden worden in 2019, wanneer het college de urgentie van de woningnood in volle hevigheid duidelijk wordt. Ook in het geval van de gemeente Duiven is er dringende behoefte om extra woningen te bouwen. Haar doelstelling is maar liefst 800 woningen tot 2040 in totaal. Bedoeld voor de woningzoekende inwoners van de gemeente die nu met hun rug tegen de muur staan. Nu bestaat er geen twijfel over de ernst en omvang van de landelijke woningnood. Al is er de nodige discussie of de oplossing voor deze crisis niet eerder huist in maatregelen tegen de extreme prijsopwerkende effecten van de vrije markt7 in plaats van de opoffering van de schaarse open ruimte aan nieuwbouw.

Wat wel degelijk zal moeten worden erkend is dat er ook met betrekking tot de woningnood grote regionale verschillen zijn, waarbij de situatie in een gemeente als Duiven veel genuanceerder is dan de situatie in het westen van het land. Een belangrijke indicatie hiervoor zijn de periodieke bevolkingsprognoses van het PBL. In 2019 stelt zij in haar rapport ten aanzien 2

Landschapsontwikkelingsplan Duiven, Gemeente Duiven, 2014 Bestemmingsplan Buitengebied 2013, Gemeente Duiven, 2013 4 Structuurvisie Duiven 2015, Gemeente Duiven, 2015 5 Woonvisie 2025, Gemeente Duiven, 2017 6 Bestemmingsplan Buitengebied 2013, Gemeente Duiven, 2013 7 Opkomst Particuliere Investeerders op de Woningmarkt, Kadaster/Universiteit van Amsterdam, 2019 3

van de gemeente Duiven dat zij tot 2035 een krimp van zeven procent tegemoet mag zien van het aantal inwoners (circa 1.750 inwoners minder) tegenover een groei van vier procent van het aantal huishoudens (circa 350 woningen meer)8. Hieruit volgt de logische consequentie dat elk aantal woningen groter dan 350 een overschot betreft. Een overschot dat in de plannen van de gemeente oploopt tot 450 woningen. Waarom zoveel woningen extra? Het antwoord hierop schuilt in krapte op de woningmarkt van de regio ArnhemNijmegen. Samen met deze twee steden hebben de vijftien omringende gemeenten dit jaar de Woondeal gesloten om de twee grote steden zoveel mogelijk te ontlasten. In voorbereiding voor deze Woondeal is hiervoor in opdracht van het zogenoemde ‘Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem-Nijmegen’ door het bureau Companen in 2019 een woningmarktonderzoek verricht. Ook voor de gemeente Duiven zijn in dit kader cijfers voor de geschatte woningbehoefte naar buiten gebracht. 330 woningen meer tot 2025, 120 woningen meer tot 2030 en nog eens 120 woningen meer tot 2040. Zoals gezegd betreft dit schattingen. Schattingen welke zijn gebaseerd op enquêteringen, waarbij geen onderscheid tussen lokale en regionale behoefte is gemaakt en waarbij onzekerheden in de cijfers zijn meegenomen (e.g. de geplande aanleg van de A15).

Onzekerheden die voor de verdere jaren (2030, 2040) alleen maar groter zijn. In de woorden van Companen zelf is de woningmarkt een aanbod gedreven markt, welke maakt dat ‘woningbouw geen wetmatigheid is maar een beleidskeuze’9. Ondanks deze kanttekeningen is het college niet alleen van zins dit totaal aantal van 570 woningen te realiseren, zij kiest voor nog een extra overschot van 230 woningen. Waarom is dit overschot dan nodig? Het antwoord hierop is te vinden in de Woondeal Arnhem-Nijmegen zelf. Het totaal aantal te realiseren woningen voor de gehele regio (50.000 tot 60.000 tot 2040) gaat namelijk uit van een plancapaciteit van 130% om, gezien de urgentie, er zeker van te zijn dat planuitval niet tot verdere krapte op de woningmarkt zal leiden10. Het college heeft hierbij zichzelf de opdracht gegeven bovenop de onzekere raming van 570 woningen niet een 130%, maar 140% extra realisering van woningen tot doel te stellen. Hiermee komt het college uit op de gewenste 800 woningen. Zoals uit deze cijfers duidelijk wordt, bestaat er geen wetmatigheid voor de woningbehoefte en de hiermee samenhangende aantallen te bouwen woningen. Cijfers die in het ene onderzoek een benodigd aantal woningen betreffen en in het andere onderzoek slechts een geënquêteerde behoefte uitdrukken.

Cijfers bovendien waarvoor het voor de vergelijking van belang is om uit elkaar te houden naar welk jaartal (2025, 2030, 2035 óf 2040) zij refereren. Ontegenzeggelijk is de tendens in Duiven (zoals geldt voor het overgrote gedeelte van Gelderland ten oosten van de IJssel) die van een bevolkingskrimp. Een bevolkingskrimp die senioren betreft die op dit moment vooral wonen in de groeikernwijken die het leeuwendeel van het complete woningbestand van de gemeente uitmaken. Dit grijpt direct terug naar de uitdaging van ‘het voorspellen van 8

Regionale Bevolkingsprognose, PBL/CBS, 2019 Woningmarktonderzoek Regio Arnhem-Nijmegen, Companen, 2019 10 Woondeal, Gemeenschappelijk Orgaan Regio Arnhem-Nijmegen, 2020 9

de effecten van de vergrijzing van de groeikernwijken’11 waar de gemeente in haar vigerende structuurvisie van spreekt. Een uitdaging welke ook nu nog onverminderd groot is en waarvoor extra woningbouw zeker op de langere termijn geen oplossing is. De woningbouw welke de gemeente zich nu tot doel stelt is dan ook niet zozeer op de lokale problematiek, maar op de regionale problematiek gericht. Een regionale problematiek waarvoor de cijfermatige onderbouwing expliciet door de onderzoekers zelf met onzekerheden wordt ingekleed. Dusdanig dat het verschil tussen het reële getal van 350 woningen (gehanteerd door het PBL en tot en met 2019 ook door de gemeente zelf) en het onzekere getal van 800 woningen, grote beleidswijzigingen op het gebied van ruimtelijke ordening twijfelachtig maakt. En zelfs al zou de gemeente ondanks deze onzekerheden vasthouden aan het getal van 800 woningen, dan nog bieden de vigerende beleidsdocumenten meer dan genoeg ruimte om dit gehele aantal woningen te verwezenlijken binnen zowel de voorhanden zijde inbreidingslocaties (i.e. Centrum, Ploen-Noord) als de hier historisch voor in aanmerking komende uitbreidingslocatie van de Plakse Weide.

Met het oog op de wel erg van het maximum uitgaande woningbouwcijfers en de zelfs voor dit scenario voor de hand liggende alternatieven, kan opnieuw de vraag gesteld worden waarom de gemeente dan toch meent over te moeten gaan tot bouwplannen in beschermd landelijk gebied.

Eenzijdige Vergelijking Uitbreidingsgebieden Stel dat we niet alleen de eigen historie en de conclusies uit beleidsdocumenten negeren, maar dat we ook de serieuze kanttekeningen over het tot stand komen van de woningbouwcijfers negeren en het aantal van 800 woningen als een vaststaand gegeven beschouwen. We maken dan het citaat uit het ‘Bestemmingplan Buitengebied 2013’ af en stellen dat naast het ‘grote maatschappelijke belang’ van de woningnood er tegelijk sprake is van een situatie van ‘geen redelijke alternatieven’12, waardoor de gemeente gedwongen is het beschermde landelijke gebied voor woningbouw op te offeren. Om dit aan te tonen zou de gemeente dan een gedegen vergelijkende studie dienen te maken waarin zij zowel de inbreidingsgebieden Centrum en Ploen-Noord en het uitbreidingsgebied Plakse Weide met het voor woningbouw beoogde landelijke gebied Biezenkampen systematisch vergelijkt. Zowel aan de hand van kwalitatieve als kwantificeerbare variabelen. Elke willekeurige greep uit dergelijke variabelen levert dan al gauw een eenduidig beeld op.  

11 12

Beleidscontinuïteit: het landelijke gebied behoort tot de oeverwallen-zone, terwijl de andere gebieden al dertig jaar deel uit maken van de stedelijke zone. Natuurwaarde: in tegenstelling tot de andere gebieden heeft het landelijke gebied al deze tijd bescherming genoten met de ambitie om de hier aanwezige natuur verder te ontwikkelen.

Structuurvisie Duiven 2015, Gemeente Duiven, 2015 Bestemmingsplan Buitengebied 2013, Gemeente Duiven, 2013

      

Socio-culturele waarde: door de bebouwing van het landelijke gebied komt de, door grote infrastructurele projecten al zo bedreigde, identiteit van Groessen en Loo nog verder in de verdrukking. Draagvlak: het verzet van de inwoners van het landelijke gebied is het meervoud van de omwonenden van de andere gebieden. Financiën: mede door de keuze voor eigen exploitatie vallen de kosten van het bebouwen van het landelijke gebied vele malen hoger uit13. Stedenbouw: een wijk in landelijk gebied zou de meest excentrische optie zijn en, met het uitsterven van de groeikerngeneratie, een toekomstige perifere wijk opleveren. Afstand tot het centrum: een wijk in een landelijk gebied zou een veel kleinere aanzuigende werking hebben voor de middenstand in het centrum. Verkeersontsluiting: het verkeer van en naar een wijk in landelijk gebied zou dwars door het gehele dorp moeten rijden. Milieunormen: de enige variabele waarbij een voordelige vergelijking met de stedelijke zone plausibel gemaakt kan worden, omdat een wijk in landelijk gebied een relatief groenere/gezondere leefomgeving zou kunnen bieden. Een logische consequentie als hiervoor natuur wordt opgeofferd.

Een positieve consequentie voor de bewoners van de nieuwbouwwijk zelf, maar netto een negatieve consequentie voor de bewoners van de rest van de gemeente die hiermee niet alleen ‘groene longen’ verliezen maar in plaats hiervan een verkeersstroom voor terug krijgen.

Deze en nog veel meer variabelen zouden voor een vergelijking ingebracht kunnen worden. Waarbij ook belangrijk is per variabele een onderscheid te maken tussen het effect op slechts de toekomstige wijk zelf en het effect op de gemeente als geheel. Voor het college zijn al deze variabelen echter ondergeschikt aan wat zij de twee belangrijkste variabelen vinden: het hebben van ‘eigen regie’ en de zekerheid van een ‘haalbare planning’. Het college betoogt dat eigen regie weliswaar de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk aanzienlijk duurder maakt, maar dat hier tegenover staat dat het proces veel sneller zal gaan en er bovendien de zekerheid is dat het gewenste streefprogramma (kort gezegd: zestig procent goedkopere woningen) daadwerkelijk verwezenlijkt zal worden. Op deze manier kan de gemeente de woningzoekenden de garantie geven dat voor 2040 het gewenste aantal van 800 woningen gerealiseerd zal zijn. Wanneer deze twee variabelen toegepast worden op de gebieden Ploen-Noord en Plakse Weide, dan zijn volgens het college de snelheid en de haalbaarheid van zowel het streefprogramma als de planning onduidelijk en twijfelachtig. Zo zijn er diverse projectontwikkelaars in deze twee gebieden aanwezig, maar zijn zowel de details van hun plannen als de precieze grondposities onbekend.

Zeker waar dit gaat om de status van de agrarische bedrijven Van Huet (in de Ploen-Noord) en Otten (in de Plakse Weide) zijn er de nodige complicaties betreffende hinder- en geurcontouren die woningbouw bemoeilijken14. Wachten totdat hier een oplossing voor is, is voor het college niet reëel. Het landelijke gebied Biezenkampen heeft deze complicaties in het geheel niet. De acute noodzaak voor het bouwen van 800 woningen weegt dan simpelweg zwaarder en is het opofferen van landelijkheid, identiteit en alle andere negatief uitvallende variabelen waard. 13 14

Raadsvoorstel Verkenning Uitbreidingslocaties, Gemeente Duiven, 2020 Raadsvoorstel Verkenning Uitbreidingslocaties, Gemeente Duiven, 2020

Los van het feit dat wij dit een redenering vinden die wel heel eenzijdig en simplistisch is, missen wij vooral de feitelijke onderbouwing. Hoeveel is het verschil in de kosten tussen de vergeleken gebieden? Wat is het onderscheid tussen de haalbare tijdlijnen die nu tegenover elkaar gezet worden? En wat precies zijn de onduidelijkheden ten aanzien van de plannen van de projectontwikkelaars in de gebieden Ploen-Noord en Plakse Weide? Nergens wordt een financiële onderbouwing gegeven of een specificatie van deze variabelen die voor het college zo doorslaggevend zijn. Zoals het college zelf stelt zal hier pas na afloop van de besluitvorming op worden ingegaan ‘bij het vaststellen van een definitieve verkenning’15. Daarbij is het opvallend dat het Centrum zelf, als aanzienlijk inbreidingsgebied, in het geheel niet in de analyse voorkomt. Sowieso kan gesteld worden dat sinds de mogelijkheid tot uitbreiden weer verkend wordt, de daadwerkelijke uitvoer van het beleid ‘inbreiden vóór uitbreiden’ naar de achtergrond is geraakt en beperkt blijft tot enkel inventarisaties. In plaats hiervan wordt het merendeel van de ambtelijke capaciteit gestoken in de uitbreidingsgebieden. Dit terwijl de gemeente nog een aanzienlijke hoeveelheid inbreidingslocaties in eigendom heeft en inbreiding nog altijd de primaire taak is.

Desalniettemin, als de raad zich bij het college aansluit dat ‘regie’ en ‘haalbare planning’ de belangrijkste variabelen zijn bij het aanwijzen van een woningbouwlocatie. En als het college openheid kan geven over de cijfers achter haar motiveringen. En als deze cijfers duidelijk in het voordeel van bebouwing van het landelijke gebied spreken. Dan nog zou deze keuze in onze ogen onvoorstelbaar en eeuwig zonde zijn, maar dit zou dan de weloverwogen afweging van de raad zijn.

Onbehoorlijk Bestuur Dit is hoe een proces zou moeten lopen. Hieraan zouden wij bereid zijn ons te committeren. En juist daarom zijn wij zo geschokt over de informatie welke eind november 2020 uit ons verzoek WOB is voortgekomen. Nog meer dan dat wij al geschokt waren over de bijlagen die het college zelf bij haar raadsvoorstel heeft toegevoegd. De complete onderbouwing van haar raadsvoorstel is niet alleen onvolledig, deze is simpelweg onwaar. Naar nu blijkt, hebben de projectontwikkelaars in de respectievelijke gebieden Ploen-Noord en Plakse Weide samen met alle betrokken partijen complete studies bij het college afgeleverd. Studies met volledige doorrekeningen, analyses en kostenvergelijkingen. Studies waaruit blijkt dat woningbouw in deze (al dertig jaar voor woningbouw aangemerkte) gebieden in vergelijking tot het landelijke gebied niet alleen goedkoper te realiseren is, maar tevens sneller, geheel conform het streefprogramma en voldoend aan alle randvoorwaarden die de gemeente zou willen wensen. Anders dan het college stelt, zijn de grondposities niet onbekend, maar helder en afgekaart. De complicaties met de bedrijven Van Huet en Otten waar het college over schrijft, blijken niet bestaand: beide bedrijven hebben koopovereenkomsten getekend waarmee zij zullen worden uitgekocht wanneer er op hun grond planontwikkeling zal worden gestart.

Hiermee zullen ook de aangehaalde hinder- en geurcontouren verdwijnen. Deze informatie is niet nieuw of op ongelukkige wijze in een 15

Conceptverkenning Mogelijke Uitbreidingslocaties, Gemeente Duiven, 2020

laat stadium ingediend: uit vrijgeven e-mail correspondentie tussen het college en de projectontwikkelaars blijkt deze informatie al sinds februari 2019 bij het college bekend. Het minste wat wij mogen verlangen en verwachten, is een zorgvuldig proces waarin de belanghebbenden op tijd en eerlijk worden geïnformeerd. Waarin de gemeente de geijkte volgorde van besluitvorming respecteert en achtereenvolgens beslist over een veranderde omgevingsvisie en een veranderd bestemmingsplan alvorens zij een eerste aanzet tot planontwikkeling doet in gebied wat hier niet voor is bestemd. Waarin omwonenden (‘er wordt niet gebouwd in landelijk gebied’), projectontwikkelaars (‘de raad heeft een voorkeur voor bouwen in landelijk gebied’) en gemeenteraad (‘er zijn geen redelijke alternatieven voor bouwen in landelijk gebied’) níet tegen elkaar worden uitgespeeld. Waarin wij als omwonenden níet moeten schrijven, de archieven uitpluizen, procederen en rechtsbijstand inschakelen om het college in gebreke te stellen om pas na maanden aandringen de door ons gevraagde informatie te krijgen. Waarin wij níet nog zonder dat deze informatie is verstrekt geacht worden deel te nemen in een door coronamaatregelen gemankeerd inspraaktraject van slechts zes weken. Waarbij onze inbreng vervolgens níet wordt genegeerd dan wel verkeerd gerepresenteerd.

Wat wij verlangen is een proces waarin transparant naar de beste oplossing wordt gezocht, met ‘de juiste woning op de juiste plaats’16. Waarin open wordt gecommuniceerd. Waarin open wordt gediscussieerd. In plaats hiervan worden wij geconfronteerd met een gehaast, vooringenomen raadsvoorstel voor het bebouwen van landelijk gebied. Met een raadsvoorstel waarin de gemeenteraad met onvolledige informatie onder druk gezet wordt met te elfder ure onthulde onderhandse afspraken met grondeigenaren en een plotselinge confrontatie met een deadline van een zonder overleg naar voren gehaalde WVG constructie. Een raadsvoorstel waarin de raad sowieso een aanzienlijk financieel verlies in vooruitzicht wordt gesteld. Een raadsvoorstel waarin een voorschot genomen wordt op dat het streefprogramma mogelijk niet te realiseren is. Een raadsvoorstel waarin terloops gemeld wordt dat, mocht er onverhoopt een tweede locatie gerealiseerd worden en het totaal naar 600 nieuwbouwwoningen zal stijgen, de gemeente een overschot aan woningen zal hebben. Iets waarmee het college andermaal bevestigt dat de onderbouwing van de 800 woningen die zij zegt te willen realiseren bepaald wankel is. In de veertien maanden dat wij als omwonenden vergeefs hebben geprobeerd op de deur van de gemeente te kloppen, hebben wij het Nederlandse democratische proces in haar meest triest stemmende gedaante ervaren.

Het blijkt niet onwetendheid. Het blijkt niet onhandigheid. Het blijkt geheel bewust en gecalculeerd. Al sinds februari 2019 misleidt het college de omwonenden. Misleidt het college de projectontwikkelaars. Misleidt het college haar eigen raad. Het was nooit een kwestie geweest van gebrekkige kennis van beleidsdocumenten. Nooit een kwestie van onduidelijke bevolkingscijfers. Nooit een kwestie van ongelukkig gekozen of gebrekkig geanalyseerde variabelen. Nooit een kwestie van ‘het belang van regie’. Sterker, het college heeft haar regie juist misbruikt om het woningbouwprogramma te frustreren. De enige reden dat de ontwikkeling van een woonwijk in de hiervoor bestemde locaties in de stedelijke zone niet al is gestart, is omdat het college dit zélf al jarenlang actief voorkomt. In plaats hiervan buigt en 16

Woonvisie 2025, Gemeente Duiven, 2017

verdraait het college om volstrekt onduidelijke redenen alle regels en procedures om landelijk gebied op te offeren voor de aanleg van een wijk die nooit gepland, nooit nodig en nooit voordelig is geweest. Een ongehoord spel van verdeel en heers waarin het college slecht rentmeesterschap en misbruik van haar democratisch toevertrouwde bevoegdheden ten toon spreidt. Willens en wetens probeert het college door haar handelen een voldongen feit te creëren waarmee zij hoopt haar eigen raad prematuur tot een vooropgezet besluit te dwingen.

Conclusie Nog steeds is ons verzoek WOB grotendeels niet gehonoreerd (ten aanzien van het gebied Biezenkampen beroept het college zich op geheimhouding). Nog steeds zijn wij verwikkeld in bezwaarprocedures om meer informatie uit de schaduwen naar het licht te krijgen. Voor zover dat nu al niet het geval is, zal hoe dan ook duidelijk worden dat de keuze om landelijk gebied te bebouwen een slechte keuze is. In de huidige situatie zal tegen de tijd dat werkelijk alle informatie bekend is, een besluit al zijn genomen. Er is dan geen weg meer terug. Daarom vragen wij u, leden van de raad: wijs het raadsvoorstel dat nu voor u ligt af. Voordat wij de informatie uit ons verzoek WOB onder ogen kregen, hadden wij u gevraagd in plaats hiervan het proces opnieuw, in alle zorgvuldigheid op te starten. Nu wij deze informatie kennen, stellen wij: dit is niet eens nodig. Alle plannen en studies liggen al klaar. Praat met de projectontwikkelaars. Praat met de omwonenden. Vergelijk uw bevindingen met de bestaande beleidsdocumenten. De keuze zal dan eenduidig zijn. Er hoeft namelijk geen keuze gemaakt te worden. Én ontwikkel een mooie nieuwe wijk in één van de hiervoor bestemde locaties in dan wel het Centrum, de Ploen-Noord of de Plakse Weide. Én ontwikkel het landelijke gebied in de zuidrand tussen Duiven, Groessen en Loo.

In uw eigen woorden: ‘versterk de landelijkheid, verdicht het groen, verklein de kavels, bescherm de identiteit’17.

Met vriendelijke groet,

17

Structuurvisie Duiven 2015, Gemeente Duiven, 2015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=b21bd82d-e8fe-4806-ad50-5c06774989f5