12-6 Beantw vragen DOED Intentiebesluit fusie-bestuurlijke toekomst TIP
Tekst van het document
T = Technisch (moeten voorafgaand aan de politieke avond worden beantwoord) I = Informatief (Worden tijdens de politieke avond beantwoord en moeten daarna schriftelijk bij de griffie worden aangeleverd) P = Politiek (worden tijdens de politieke avond door de portefeuillehouder mondeling beantwoord) Vragen fusie – bestuurlijke toekomst 1. Waarom heeft het college ervoor gekozen om haar voorkeur voor een fusie al uit te spreken voordat het rapport van de provincie was verschenen? P
2. Beseft het college zich dat het door het innemen van een standpunt, terwijl de raad in haar motie ruimte liet voor een gezamenlijke afweging (de driehoek), het proces heeft beïnvloed? P
3. Had de burgemeester bij zijn overtuiging dat Doesburg zou kiezen voor de Liemers al informatie via het informele circuit ontvangen? P
4. Zijn er bij het college gegevens bekend over de mate van succes van de fusie Zevenaar– Rijnwaarden, en worden deze actief meegewogen bij de huidige besluitvorming? I In het gesprek op 12 februari jl. zie gespreksverslag) is vanuit Zevenaar aangegeven dat een herindeling jarenlange inzet vraagt van een gemeente en energie kost en productiviteit. Daarnaast is de gemeenteraad van mening dat de provincie Gelderland nog een toezegging van de vorige herindeling dient na te komen over infrastructuur bij Babberich (het zogenoemde Witte kruis). Desalniettemin is de raad van Zevenaar bereid om het gesprek aan te gaan. 5. Waarom is nog niet duidelijk hoe een fusie het gemeentefonds en de algemene middelen van Duiven zal beïnvloeden, zoals bij Bronckhorst en Doesburg wel werd geconstateerd? I Dit beeld is globaal aanwezig. Zie hiervoor het rapport van Dirk Louter en Rijnconsult en het rapport van &Van de Laar. Een meer gedetailleerd beeld kan ontstaan als een herindelingsscan wordt gemaakt bij een op te stellen herindelingsontwerp. 6. Is het college van mening dat Duiven in een grotere fusiegemeente minder beleidsruimte heeft voor lokale accenten, en hoe weegt het dat? P
7. Kan het college uitsluiten dat een fusie leidt tot nadelige financiële herverdeling, bijvoorbeeld via het gemeentefonds of kostenharmonisatie? P
8. Is het college bekend met het feit dat ook grote gemeenten, ondanks hun omvang, moeite hebben om invloed uit te oefenen, bijvoorbeeld gezien de recente VNG-lobby over het ravijnjaar? I De overtuiging is dat de grotere gemeenten zoals de grote vier en de grootste 40 meer invloed hebben dan de kleinere gemeenten. 9. Hoe kijkt de burgemeester aan tegen het standpunt van zijn collega’s in Lingewaard en Overbetuwe die aangeven níet te willen opschalen naar een supergemeente? I De burgemeester respecteert hun standpunt. 10. Vindt het college van grotere gemeenten binnen de Groene Metropoolregio Voeren deze disproportioneel veel invloed uit, ja of nee? P En wat betekent dit voor de positie van Duiven in de toekomst?? P
11. De provincie geeft aan dat de samenwerking in de Spoorzone al goed verloopt. Wat zou een fusie daaraan verbeteren? I De huidige samenwerking is en mooi voorbeeld hoe we elkaar op inhoud weten te vinden. Dit heeft wel de nodige ambtelijke en bestuurlijke inspanning gevraagd. Het heeft nog niet geleid tot een positief besluit van de rijksoverheid om de spoorzone aan te wijzen als grootschalige woningbouwlocatie. Een Liemerse fusie zou zorgen voor nog meer efficiency en effectiviteit, omdat er minder ambtelijke en bestuurlijke afstemming nodig is. Ook wordt dan voorkomen dat in ieder fase steeds de gemeente met de langste besluitvormingstrajecten het tempo bepaalt. Oftewel een fusie kan leiden tot meer slagvaardigheid. 12. Kan dit proces tot merkbare onrust of onzekerheid binnen de ambtelijke organisatie van Duiven of 1Stroom leiden? I Ja, dat zou in theorie kunnen. De geluiden uit de organisatie laten tot op heden zien dat het tegendeel het geval lijkt te zijn. Veel medewerkers zien het werken voor één gemeentebestuur als een voordeel t.o.v. de huidige situatie, zo blijkt ook uit een recent medewerkerstevredenheidsonderzoek. Ook de gesprekken met de ondernemingsraad komt dit geluid naar voren (zie volgende vraag). 13.
Is de ondernemingsraad van 1Stroom al gekend in dit proces, en wat is hun standpunt? I In het kader van de organisatieontwikkeling waarover uw raad onlangs een presentatie heeft gekregen is de algemeen directeur van 1Stroom nauw in overleg met de ondernemingsraad. Tijdens deze gesprekken komt ook de mogelijke impact van een bestuurlijke fusie regelmatig aan de orde. Hoewel aan de ondernemingsraad (nog) geen officieel advies hiervoor is gevraagd, geven de leden van de ondernemingsraad wel aan dat een mogelijke fusie tot meer duidelijkheid voor medewerkers kan leiden. In die zin heerst er binnen
de ondernemingsraad een positieve grondhouding ten opzichte van een mogelijke fusie. Wel leven daarbij, zoals eigenlijk altijd bij wijzigingen in een organisatie, vragen over de directe en indirecte gevolgen voor medewerkers. Die zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. 14. Klopt het dat sommige medewerkers van 1Stroom juist bewust voor een kleinere gemeente werken vanwege de nabijheid tot inwoners en gemeenschap? T Er is niet onderzocht in hoeverre medewerkers van 1Stroom bewust gekozen hebben voor een kleinere organisatie. Aangenomen mag worden dat dit bij een deel van de medewerkers een rol speelt of zal gaan spelen. Tegelijkertijd zullen er medewerkers zijn die het werken voor een grote gemeente juist meer aantrekkelijk vinden. Het werken voor een kleinere gemeentelijke organisatie kent voordelen (nabijheid, kortere lijntjes, meer generalistische functies, verbondenheid leefgebied) maar kent ook nadelen (meer eenpitters, grotere kwetsbaarheid, minder doorgroeimogelijkheden, minder specialistische functies). Er mag dan ook worden aangenomen dat een grotere gemeentelijke organisatie juist medewerkers aantrekt die een voorkeur hebben voor dergelijke organisaties.
De veronderstelling is verder dat een grotere gemeentelijke organisatie meer naamsbekendheid heeft en zich beter kan profileren op de arbeidsmarkt, onder andere vanwege de financiële voorwaarden en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie. 15. Hoe rijmt het college het gestelde voordeel van betere arbeidsmarktpositie na fusie met onderzoeken waaruit blijkt dat juist middelgrote gemeenten het moeilijkst personeel vinden en inhuur stijgt? T Uit de Personeelsmonitor 2024 Gemeenten (VNG) komt een ander beeld dan in de vraag aangegeven: Kleine gemeenten hebben vaak moeite om gespecialiseerd personeel aan te trekken, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ordening of ICT. Grotere gemeenten hebben meer middelen en aantrekkingskracht, maar kampen ook met hoge uitstroom en werkdruk. Kleinere gemeenten zijn relatief vaker afhankelijk van externe inhuur vanwege beperkte interne capaciteit, terwijl grotere gemeenten vaker beleid voeren om externe inhuur terug te dringen Arbeidskrapte treft alle gemeenten, maar dus wel op verschillende manieren. Dit is ook nog afhankelijk van specifieke regionale en culturele verschillen. Ook kunnen gemeenten werken aan aantrekkelijk werkgeverschap om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken en hebben er dus zelf (enige) invloed op.
Grotere gemeenten kunnen vanwege de schaal arbeidskrapte intern wel gemakkelijker opvangen en zijn dus minder kwetsbaar als het gaat om het niet kunnen uitvoeren van taken of het wegvallen van dienstverlening als gevolg van vacatures/arbeidstekorten. Grotere gemeenten zijn aantrekkelijker voor medewerkers die intern loopbaankansen willen hebben, dan wel willen groeien in specialisatie op hun vakterrein. Om de kansen van een grotere organisatie op de arbeidsmarkt ook daadwerkelijk
te benutten is het wel belangrijk dat hier ook in het kader van het fusietraject actief op ingezet wordt; het zal niet alleen “vanzelf” gaan. 16. Wanneer en op welke manier stelt het college voor om inwoners actief te betrekken bij het proces, en te peilen of er daadwerkelijk draagvlak is? T Bijvoorbeeld d.m.v. burgerraadpleging, referendum, of verkiezingsthema. Inwoners zijn in dit traject al op verschillende momenten nadrukkelijk geïnformeerd, geraadpleegd of anderszins betrokken. Zo zijn er in het kader van het onderzoek naar toekomstscenario’s dorpsgesprekken gevoerd, zijn er thema-avonden belegd en namen honderden inwoners deel aan een KiesKompas-onderzoek. Dit kan de gemeenteraad meewegen in de besluitvorming of een intentiebesluit. Na een genomen intentiebesluit is er ruimte voor een verdiepende verkenning waarbij de wensen, zorgen en aandachtspunten van inwoners bij de voorgenomen fusie worden opgehaald. Dat kan bijvoorbeeld via een burgeradviesraad of een inwonersenquête. Zo kan de inbreng van inwoners worden meegenomen bij het op te stellen herindelingsontwerp. 17. Wat betekent het voor het proces als blijkt dat er in Duiven, Groessen of Loo géén of onvoldoende draagvlak is voor een fusie? P
18. Wat zijn nu de concrete gevolgen voor het proces en de posities van Westervoort en Doesburg als de gemeenteraad van Duiven besluit nu pas op de plaats te maken en eerst inwoners te raadplegen (bijvoorbeeld via verkiezingen of een burgerpeiling)? P
19. Welke concrete waarborgen ziet het college om de zeggenschap en voorzieningen in Groessen en Loo te borgen, mocht Duiven opgaan in een grotere Liemerse gemeente? I
Voor de fusie (dus zolang Duiven zelfstandig is), kan Duiven beslissingen nemen om voorzieningen naar de toekomst toe te borgen, bijvoorbeeld door kosten/investeringen te doen en deze meerjarig te verzekeren. In een Arhi-project is hier in sommige gevallen overleg/overeenstemming voor nodig met de fusiepartners. In het kader van het fusietraject kan een goed kernenprofiel worden opgemaakt, waarin waarden, belangen en behoeften voor de toekomst zijn beschreven, zodat dit in een overdrachtsdocument kan worden ingebracht in de nieuwe gemeente. Dit biedt geen garantie, maar wel een handvat voor zowel de nieuwe gemeente als ook de bewoners om hier voor de toekomst op te sturen. Hier kunnen in een fusietraject ook onderling afspraken gemaakt worden (eventueel voor alle kernen in de nieuw te vormen gemeente). In het kader van de fusie kunnen deelnemende gemeenten al proberen afspraken te maken over de mate waarin zeggenschap vanuit dorpen/kernen in de nieuwe gemeente wordt ingericht en onderdeel wordt van de besturing van de nieuwe gemeente. Deze
afspraken zijn niet formeel bindend omdat de nieuwe gemeenteraad andere keuzes kan maken, maar bieden wel een goed referentiepunt voor de toekomst. Tenslotte kunnen (organisaties) van burgers ook zelf heel veel doen in het zichzelf organiseren en een actieve en open lijn ontwikkelen met organisatie en bestuur in de nieuwe gemeente. Uit evaluatieonderzoek in o.a. Heerhugowaard en Maashorst is gebleken dat bij een actieve inzet van zowel gemeente als inwoners na fusie inwoners van kleinere kernen daadwerkelijk positieve effecten van de vorming van een nieuwe gemeente ervaren in hun woon- en leefomgeving. Daar zal dan natuurlijk wel al zowel voor als na de fusie positief aan gewerkt moeten worden. Ook dit gaat niet “vanzelf”.