CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

12. 201726848-Bijlage 7 bij de motivering - Memo spuitzones

Raadsavond 26 mei 2026, gemeente DuivenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging 'Sportpark Horsterstraat'2.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Spuitzonering Sportpark Westervoort

Gemeente Westervoort

Projectnummer: 4291.01 Versie: definitief Datum: 19-11-2025

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ................................................................................................................ 1 1.2 Doelstelling van het onderzoek ............................................................................ 1

2.

Richtlijn en uitgangspunten .............................................................................................. 2 2.1 Aandachtszone 50 meter ....................................................................................... 2 2.2 Gewasbeschermingsmiddelen en reductie ......................................................... 2

3.

Toetsing ................................................................................................................................ 4 3.1 Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en)? .4 3.2 Agrarische percelen in de omgeving van het projectgebied ........................... 4 3.3 Gevoelige functies binnen 50 meter van agrarische percelen ........................ 5 3.4 Locatiespecifieke omstandigheden ..................................................................... 6 3.4.1 Wat wordt er verbouwd? ................................ ................................ ................................6

4.

3.4.2

Verblijfsduur en - momenten sportvelden ................................ ................................ 6

3.4.3

Bosplantsoen tussen agrarisch perceel en toekomstig sportpark

................. 6

Conclusie ............................................................................................................................. 8

Memo spuitzonering

Buro Ontwerp & Omgeving

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Westervoort werkt aan de gebiedsontwikkeling Westervoort Noord. Hiervoor zijn in 2024 een kaderdocument en een gebiedsvisie vastgesteld. Onderdeel van deze gebiedsontwikkeling is de verplaatsing van de sportvelden aan de Brouwerslaan, zodat hie r woningbouw kan worden gerealiseerd. De beoogde locatie voor de verplaatsing van het sportpark is gelegen op agrarische gronden ten noordoosten van de kern Westervoort, globaal gelegen tussen De Smidse en de Horsterstraat. De in het koersdocument aangewez en locatie betreft de kadastrale percelen bekend als gemeente Duiven, sectie H nummers 1800, 1801, 1805 en 1806, met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 17,5 hectare. Voor de realisatie van het sportpark is Buro Ontwerp & Omgeving gevraagd om een onderzoek locatieontwikkeling uit te voeren. Het doel is om te komen tot een advies ten aanzien van de kansen en bedreigingen van de realisatie van een sportpark op de beoogde locatie, alsmede aanbevelingen te doen voor eventueel noodzakelijke vervolgonderzoeken en aanvullende randvoorwaarden voor het ontwerp van het sportpark. Het onderzoek locatieontwikkeling vormt zo het kader voor een eventuele vervolgfase (ontwerp - en proce durefase). Samen met diverse andere onderzoeken vormt onderhavige quickscan een onderdeel van het advies ten aanzien van de locatieontwikkeling.

1.2

Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van deze memo is om te onder zoeken of realisatie van het sportpark kan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL ) voor wat betreft het aspect spuitzonering .

1

Memo spuitzonering

2.

Buro Ontwerp & Omgeving

Richtlijn en uitgangspunten In het kader van een goede ruimtelijke ordening (of een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, ETFAL) is het, gelet op de risico’s van drift, van belang om voldoende afstand te houden tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. Het is van belang om bij de gevoelige functies een aanvaardbaar woon - en leefklimaat te waarborgen en om de bedrijfsbelangen van de bedrijven niet onevenredig te schaden.

2.1

Aandachtszone 50 meter De toepassing van bestrijdingsmiddelen brengt risico’s mee voor de gezondheid van personen die zich langere tijd in de nabijheid daarvan bevinden. Bij het spuiten van bestrijdingsmiddelen wordt een deel daarvan door de wind meegenomen (ook wel ‘drift’ geno emd) en slaat neer in de omgeving, bijvoorbeeld op gevoelige functies. In rechtspraak wordt een aandachtszone geformuleerd van 50 meter tussen gevoelige functies 1 en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt . In beginsel dient daarom een afstand van 50 meter te worden aangehouden, tenzij bijvoorbeeld met een locatiespecifiek onderzoek een deugdelijke motivering kan worden gegeven voor een kleinere afstand. In principe dient daarbij te worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, tenzij deze zodanig onwaarschijnlijk zijn dat van het langjarig gebruik kan worden uitgegaan .

2.2

Gewasbeschermingsmiddelen en reductie In de Nederlandse akkerbouw worden gewasbeschermingsmiddelen toegepast om de opbrengst en kwaliteit van gewassen te waarborgen. Het gebruik is sterk afhankelijk van het type gewas, het teeltseizoen en de heersende ziektedruk. In de praktijk gaat het in de meeste gevallen om een beperkt aantal toepassingen per seizoen, vaak gericht op onkruidbestrijding en incidenteel op schimmels of plaaginsecten. Uit landelijke monitoringscijfers blijkt dat de frequentie en intensiteit van middelengebruik bij akkerbouwgewa ssen gemiddeld aanzienlijk lager ligt dan in meer intensieve teelten zoals fruit - en boomteelt 2,3. Daarnaast vindt een groot deel van de toepassingen geconcentreerd plaats in een specifieke periode van het groeiseizoen, waardoor het gebruik in tijd beperkt is. Steeds vaker worden driftarme spuittechnieken ingezet en worden spuitmomenten afgestemd op 4 weersomstandigheden, wat de kans op drift verder reduceert . Het gebruik van driftarme spuittechnieken levert een aantoonbare reductie op van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving. Uit veldonderzoek van Wageningen Research blijkt dat met erkende driftreducerende technieken (DRT -klassen 50, 75, 90 en 95%) 5 de driftdepositie op aangrenzende zones sterk wordt verminderd .

1

ABRvS 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:855 Compendium voor de Leefomgeving (2020). Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw per gewas. 3 CLM Onderzoek en Advies (2025). Gewasbeschermingsnotitie akkerbouw. 4 Informatiepunt Leefomgeving (2023). Vaststellen driftreductie spuittechnieken. 5 Van de Zande, J.C., Holterman, H.J., Huijsmans, J.F.M. (2021). Spray drift deposition on off -field zones next to field crops using Drift Reducing Technologies in the Netherlands. Wageningen Research, WPR -1120. 2

2

Memo spuitzonering

Buro Ontwerp & Omgeving

Ook uit metingen naar blootstelling van omstanders en omwonenden komt naar voren dat driftconcentraties met toenemende afstand en toepassing van drift reducer ende technieken 6 snel afnemen, waardoor de risico’s aanzienlijk lager zijn .

6

Holterman, H.J., Van de Zande, J.C., Wenneker, M. (2017). Spray drift exposure of bystanders and residents when spraying field crops. Wageningen Research, WPR -722.

3

Memo spuitzonering

3.

Buro Ontwerp & Omgeving

Toetsing Zoals in voorgaand hoofdstuk aangegeven is de aandachtszone van 50 meter momenteel een richtlijn waarvan in de basis niet kan worden afgeweken. Desalniettemin is elk e locatie en ontwikkeling uniek, en dient per locatie en per ontwikkeling onderzocht en afgewogen te worden in hoeverre het aspect spuitzonering een belemmering vormt.

3.1

Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en)? Voor het projectgebied geldt het (tijdelijk deel van het) 'Omgevingsplan gemeente Duiven’, met onderliggend het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013’. Op basis van het Omgevingsplan is de locatie van het projectgebied bestemd als 'Agrarisch ’. Het projectgebied dat met de ontwikkeling wordt gewijzigd, beschikt niet over een bouwvlak of verdere functieaanduidingen. Naast de agrarische bestemming zijn de gronden bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’, ‘Waarde – Middelmatige archeologische verwachting’ en ‘Leiding – Gas’. Bij het bepalen van een verantwoorde afstand tussen een gevoelige functie en agrarische percelen waarop het open teelten van sierplanten, bomen, boomgaarden en fruit in planologische zin zijn toegestaan, dient te worden gekeken naar wat het bestemmingsplan in juridische zin maximaal toelaat. Hierbij wordt uitgegaan van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden van de betreffende gronden. Indien het bes temmingsvlak bomenteelt , sierteelt en fruitteelt tot aan de perceelsgrens toelaat, dan dien t te worden gemeten vanaf de perceelsgrens (in dit geval is dat de grens van het agrarische bestemmingsvlak). De omliggende percelen rondom het projectgebied waarop mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt hebben tevens de bestemming ‘Agrarisch’.

Binnen deze bestemming is de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. Hieronder wordt verstaan ingevolge artikel 1.50: “ een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel. ” Binnen de bestemming, of in het gehele bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’, word t boom -, sier - of fruitteelt niet apart benoemd. Dit betekent dat boom -, sier - en fruitteelt ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch’ in principe zondermeer is toegestaan. Daarnaast zijn alle overige vormen van akkerbouw toegestaa n.

3.2

Agrarische percelen in de omgeving van het projectgebied Er bevindt zich één agrarisch perceel binnen 50 meter van het projectgebied. Dit perceel ligt direct tegen het projectgebied aan. Op dit perceel worden diverse landbouwgewassen verbouwd, welke per jaar rouleren. Figuur 1 toont de locatie waar, op basis van gegevens uit Boer&Bunder, de activiteiten van omliggende agrarische percelen plaatsvinden, aangeduid met een rode stippellijn. Het projectgebied waar het nieuwe sportpark beoogd is, is aangeduid met een gele stippellijn.

4

Memo spuitzonering

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 1 Projectgebied (geel omlijnd) op uitsnede Boer&Bunder

3.3

Gevoelige functies binnen 50 meter van agrarische perce len Uit figuur 2 blijkt dat, op basis van het ontwerp d.d. 12 -11- 2025, circa 20 meter van de sportvelden binnen de aandachtszone van 50 meter voor de spuit en val t. Dit betreft een deel van de korfbalvelden en een deel van de voetbalvelden. Verder vallen een groenstrook van circa 30 meter en parkeerplaatsen binnen de aa ndach tsz one. De groenstrook is gelegen tussen de sportvelden en het agrarisch perceel. Binnen 50 meter van het agrarische perceel wordt geen gevoelige bebouwing gerealiseerd.

Figuur 2 Spuitzone 50 m (in geel) geprojecteerd op ontwerp d.d. 12

-11-2025

5

Memo spuitzonering

3.4

Buro Ontwerp & Omgeving

Locatiespecifiek e omstandigheden In beginsel dient een afstand van 50 meter te worden aangehouden, tenzij bijvoorbeeld met een locatiespecifiek onderzoek een deugdelijke motivering kan worden gegeven voor een kleinere afstand. Naast het beoordelen van de gewassen die worden verbouwd rondom het projectgebied, moet ook worden beoordeeld welke locatiespecifieke maatregelen getroffen worden ter bescherming van het sportpark . Zo kunnen ‘obstakels’ , zoals schermen of groene hagen, zorgen voor een vermindering van drift richting het sportpark .

3.4.1 Wat wordt er verbouwd? Op de agrarische percelen ten noorden van het projectgebied worden uien, tarwe, gras en groenten verbouwd. Op de percelen ten noordoosten van het projectgebied worden bloemen en groenten geteeld door biologische boerderij de Horsterhof . Zoals eerder vermeld is de kans op drift van gewasbeschermingsmiddelen het grootst bij het open teelten van sierplanten, bomen, boomgaarden en fruit. Bij het telen van overige gewassen worden minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, en wordt er niet op - en zijwaarts gespot en, wat de kans op drift verkleint. 3.4.2 Verblijfsduur en - momenten sportvelden Bij sportvelden is sprake van een gemiddeld e verblijfsduur van circa twee tot drie uur, waarna men het terrein weer verlaat. Bovendien vinden sportactiviteiten doorgaans plaats buiten de reguliere spuitmomenten. Gewasbeschermingsmiddelen worden in de regel onder rustige weersomstandigheden met weinig wind en beperkte zoninstraling toegepast , om drift en verdamping te beperken . Dit is doorgaans in de vroege ochtend of aan het einde van de dag . Dit valt meestal buiten de gebruikelijke tijden waarop sporters aanwezig zijn. Hierdoor is de kans op directe blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen tijdens het sporten gering. Daarnaast kunnen er afspraken gemaakt worden over het gebruik van de velden op de momenten dat er gespoten gaat w orden.

3.4.3 Bosplantsoen tussen agrarisch perceel en toekomstig sportpark 7 In een uitspraak is geoordeeld: “Een kleinere afstand kan aanvaardbaar zijn indien (bijvoorbeeld) driftreducerende maatregelen worden getroffen”. In deze uitspraak heeft de 8 Afdeling overwogen dat, in een situatie dat een agrarisch perceel zal grenzen aan een perceel met een gevoelige functie, door het plaatsen en in stand houden van een struweelhaag voldoende is onderbouwd dat een kortere afstand van 50 meter kan worden aangehouden. Onderhoud en instandhouding van een dergelijke haag dient daarbij uiteraard te worden verzekerd middels een vergunningvoorschrift of een (voorwaardelijke) instandhoudingsverplichting. 9 De met deze uitspraak ingezette lijn is in een andere uitspraak bevestigd . Ook in een uitspraak van 19 maart 2023, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden -Nederland geoordeeld dat een kleinere afstand kan worden aangehouden, mits dit op basis van zorgvuldig en op locatie toegesneden onderzoek deugdelijk kan worden gemotiveerd 10.

In de genoemde uitspraken wordt het belang van het aanbrengen van een vanggewas of een andere vorm van afscherming benadrukt in situaties waarin sprake is van een korte onderlinge afstand of zelfs aan elkaar grenzende tuinen en gewaspercelen. Het plaatsen, onderhoud en 7

ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3160 De uitspraak had betrekking op een agrarische bestemming die tevens boomgaarden en boomteelt toelaat 9 ARRvS 25 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:269 10 Rechtbank Midden Nederland 19 maart 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1048 8

.

6

Memo spuitzonering

Buro Ontwerp & Omgeving

instandhouding dient ruimtelijk te worden verzekerd. Dit kan door het opnemen van een vergunningvoorschrift of een (voorwaardelijke) bepaling in het omgevingsplan. In een andere uitspraak bevestigt de Afdeling dat rekening mag worden gehouden met de afschermende werking die een haag, maar bijvoorbeeld ook aanwezige bebouwing of een 11 dichte erfafscheiding kan bieden . In deze zaak had de gemeente de kortere afstand dan 50 meter onderbouwd met het soort teelt dat er plaatsvond (met enkel neerwaartse spuittechniek), dat er sprake was van afschermende niet -woonbebouwing, dan wel een schutting met klimplanten en/of een haag aan de zijden waar het woonperceel grensde aan teeltpercelen . Daarnaast werden door de Afdeling nog de milieuregels aangehaald waaruit blijkt dat er bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen driftreductie moet worden toegepast en dat er bij hogere windsnelheden niet gespoten mag worden. Aan de noordzijde, tussen het sportpark en het agrarisch perceel, wordt een bosplantsoen/bosschage aangelegd dat fungeert als brede, natuurlijke buffer tussen het agrarisch perceel en het sportpark. Het bosplantsoen wordt circa 30 meter breed. Door de combinatie van struiken en bomen ontstaat een meerlagige begroeiing. Het is hierbij van belang te kiezen voor een bosplantsoen dat een egale dichtheid biedt.

Uit onderzoek blijkt dat bij een dergelijke bladerdichtheid een luchtstroom maximaal zal worden afgere md waarbij eventueel aanwezige drift in druppelvorm zo veel mogelijk in de haag zelf zal achterblijven. Een te hoge dichtheid zorgt voor een afname in de filterende werking, doordat er niet voldoende 12,13,14 lucht door de haag kan stromen .

11

ARRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263 Felsot, A. S., Unsworth, J. B., Linders, J. B., Roberts, G., Rautman, D., Harris, C., & Carazo, E. (2010). Agrochemical spray drift; assessment and mitigation —A review. Journal of Environmental Science and Health Part B, 46(1), 1 -23. 13 Mercer, G. N. (2009). Modelling to determine the optimal porosity of shelterbelts for the capture of agricultural spray drift. Environmental modelling & software, 24(11), 1349 -1352. 14 Zie echter ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 ov. 16. De overweging dat aannemelijk is dat een volledig dichte muur 99% driftreductie kan bieden is minder correct, uitgaande van beschikbare relevante en betrouwbare wetenschappelijke en technische kennis. Het risico is reëel dat wind zal versnellen als deze over de muur heen blaast, waardoor per saldo meer druppeldrift over de muur zal worden meegevoerd en veel verder verspreid zal worden dan zonder enige afscherming het geval was geweest. 12

7

Memo spuitzonering

4.

Buro Ontwerp & Omgeving

Conclusie De toepassing van bestrijdingsmiddelen brengt risico’s mee voor de gezondheid van personen die zich langere tijd in de nabijheid daarvan bevinden. Bij het spuiten van bestrijdingsmiddelen wordt een deel daarvan door de wind meegenomen (ook wel ‘drift’ geno emd) en slaat neer in de omgeving, bijvoorbeeld op gevoelige functies. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (of een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, ETFAL) is het, gelet op de risico’s van drift, van belang om voldoende afstand te houden tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. Het is van belang om bij de gevoelige functies een aanvaardbaar woon - en leefklimaat te waarborgen en om de bedrijfsbelangen van de bedrijven niet onevenredig te schaden. In beginsel dient een afstand van 50 meter te worden aangehouden, tenzij bijvoorbeeld met een locatiespecifiek onderzoek een deugdelijke motivering kan worden gegeven voor een kleinere afstand. In principe dient daarbij te worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, tenzij deze zodanig onwaarschijnlijk zijn dat van het langjarig gebruik kan worden uitgegaa n. Rondom het projectgebied bevinden zich gronden met een agrarische bestemming.

Binnen deze bestemming is in beginsel het verbouwen van uiteenlopende gewassen toegestaan, waaronder open teelten van sierplanten, bomen, boomgaarden en fruitgewassen. Deze teelt staan bekend om het relatief intensieve gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij de kans op drift groter is.

en

Uit een analyse van de locatie blijkt dat binnen 50 meter van het projectgebied uitsluitend landbouw plaatsvindt in de vorm van reguliere akkerbouw. Het betreft één agrarisch perceel waarop sprake is van wisselteelt van gangbare landbouwgewassen . In dit geval zou een omschakeling naar een intensief bespoten teelt een zeer ingrijpende wijziging van de bestaande bedrijfsvoering vergen, die niet aannemelijk is. Daarom kan in deze situatie worden uitgegaan van akkerbouw, waarbij sprake is van een neerwaartse spuittechniek, als representatieve teelt. Deze gewassen vragen doorgaans slechts een beperkt aantal toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen per teeltseizoen. Bovendien worden deze toepassingen in de regel uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden en met inzet van driftreducerende technieke n. Een klein deel van het sportpark valt binnen de aandacht szone van 50 meter voor spuiten. Dit betreft een deel van de korfbalvelden en een deel van de voetbalvelden. Verder vallen een groenstrook van circa 30 meter en parkeerplaatsen binnen de aandacht szone . De groenstrook is gelegen tussen de sportvelden en het agrarisch perceel. Binnen 50 meter van het agrarische perceel wordt geen gevoelige bebouwing gerealiseerd.

Aangezien het verblijf op sportvelden van beperkte duur is en sportactiviteiten veelal plaatsvinden buiten de reguliere spuitmomenten (die doorgaans in de vroege ochtend of late avond plaatsvinden bij gunstige weersomstandigheden), is de kans op directe bl ootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen gering. Daarnaast wordt t ussen de sportvelden en de agrarische gronden een 30 meter bosschage gerealiseerd , waar planologisch sportvelden/gevoelige functies zijn uitgesloten.

bre de

8

Memo spuitzonering

Buro Ontwerp & Omgeving

Deze bosschage fungeert als brede, natuurlijke buffer tussen het agrarisch perceel en het sportpark. Door de combinatie van struiken en bomen ontstaat een meerlagige begroeiing. Het is hierbij van belang te kiezen voor een bosplantsoen dat een egale dichtheid biedt. Door de combinatie van de ruime breedte en opbouw van het bosplantsoen, wordt de kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen gemitigeerd. Het plaatsen, onderhoud en instandhouding dient ruimtelijk te worden verzekerd. Dit kan door het op nemen van een vergunningvoorschrift of een (voorwaardelijke) bepaling in het omgevingsplan. Hiermee kan worden voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) . Om de mogelijkheid tot toe passing van bestrijdings middelen echter geh eel uit te sluiten, kan een beschermingszone worden opgenomen waarbinnen het gebruik van gewasbestrijdingsmiddel en niet is toege staa n.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=0014954f-23c2-47a4-bb58-805c1580ed93