11. 9) 201681598 Quickscan Wet Natuurbescherming
Tekst van het document
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.1
Quickscan Wet natuurbescherming ‘Tempelstraat’ te Groessen
2300577
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.2
2300577
Pagina 2 van 28
Colofon Titel Subtitel
Quickscan Wet natuurbescherming Tempelstraat, te Groessen
Opdrachtgever
Lithos Projecten B.V. Spaceshuttle 38 3824 ML Amersfoort
Projectlocatie Projectnummer
Tempelstraat, te Groessen 21QS01-23
Datum Status
20 november 2023 Concept 2.0
Veldonderzoek
S.T. Brouwer BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker
T. Bouw Medior veldonderzoeker Intern traineeship
Auteur(s)
S.T. Brouwer
Kwaliteitscontrole
G.R. Bouw Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.3
2300577
Pagina 3 van 28
Kennismaken met FF Solutions FF Solutions ‘Wet natuurbescherming’ FF Solutions is een adviesbureau dat zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende ecologische vraagstukken die zich bij ruimtelijke ontwikkelingen en beheersmaatregelen kunnen voordoen. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling en-/of beheersmaatregel zal er rekening moeten worden gehouden met eventuele beschermde soorten, gebieden en-/of houtopstanden. Onze ecologen brengen de risico’s van de voorgenomen activiteit in kaart en bieden een passende oplossing ten aanzien van de te beschermen soorten, gebieden en-/of houtopstanden. Ons uitgangspunt is de natuur respecteren, zorgvuldig handelen en de ruimte te zoeken om het voorgenomen project doorgang te laten vinden. FF Solutions ‘Boomtechniek’ FF Solutions is een adviesbureau dat zich heeft toegelegd op het onder andere in kaart brengen van voorkomende boomvraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van boomtechniek met betrekking tot weten regelgeving en groeiomstandigheden van de boom. De kennis is getoetst onder Europees toezicht, het EAC. Middels een puntensysteem wordt de kennis en kwaliteit van de kennis op peil gehouden en geborgd. FF Solutions onderhoudt de vereiste kwalificaties, waardoor de certificering geborgd blijft.
FF Solutions ‘Landschappelijke inpassingen’ FF Solutions is een adviesbureau dat zich heeft toegelegd op het o.a. in kaart brengen en tekenen van landschappelijke inrichtingsplannen die bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast kunnen worden. FF Solutions is voorzien van kennis op het gebied van landschappelijke inpassingen met betrekking tot het in kaart brengen van gebied eigen natuurwaarden. FF Solutions onderhoudt de benodigde kennis door continu zich te blijven verdiepen in natuur- en cultuurwaarden die gesteld worden aan bepaalde gebieden. FF Solutions onderhoudt dan ook diverse kwalificaties die aan dit onderwerp zijn gerelateerd.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.4
2300577
Pagina 4 van 28
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Wetgeving
5 5
1.2 Methoden
6
1.3 Betrouwbaarheid
6
1.4 Leeswijzer
6
2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Topografische ligging
7 7
2.2 Huidig gebruik projectlocatie en omgeving
7
2.3 Toekomstig gebruik van de projectlocatie en voorgenomen ingrepen
8
3 Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden
9 9
3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)
9
3.3 Ander beleidsmatig beschermd gebied
10
4 Beschermde houtopstanden 5 Soortbescherming 5.1 Broedvogels
11 12 12
5.2 Vleermuizen
15
5.3 Overige zoogdieren
16
5.4 Reptielen, amfibieën en vissen
17
5.5 Insecten en ongewervelden
20
5.6 Vaatplanten
21
5.7 Nader onderzoek
22
5.8 Maatregelen
22
6 Samenvatting en conclusies 6.1 Eindconclusie
23 24
7 Bijlagen Bijlage 1: Bronnen
25 25
Bijlage 2: Omschrijving van de natuurwetgeving
26
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.5
2300577
Pagina 5 van 28
1
Inleiding FF Solutions heeft van Lithos Projecten B.V. opdracht gekregen een Quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Tempelstraat’, te Groessen. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om bestaande kassen te slopen ten behoeve van de bouw van grondgebonden woningen. De Quickscan Wet natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er binnen de te onderzoeken locatie beschermde planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op beschermde houtopstanden, gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
1.1
Wetgeving Om het voorliggend document beter te begrijpen zal een korte toelichting gegeven worden over de relevante wetgeving; de Wet natuurbescherming (zie bijlage 2 voor aanvullende informatie). De Wet natuurbescherming (kortweg Wnb) regelt bescherming en beheer van soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Het eerste artikel dat in de Wnb benoemd wordt stelt de zorgplicht vast en specificeert dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, de gevolgen beperkt of die ongedaan maakt. Naast de zorgplicht zijn er eveneens verbodsbepalingen vastgesteld om specifieke soortbescherming te reguleren voor plant- en diersoorten in Nederland. Beschermingsregimes voor soorten welke van toepassing zijn onderscheidt soorten op drie categorieën (zie bijlage 2 voor artikelbeschrijving): o o o
Vogelrichtlijnsoorten; dit betreft alle inheemse vogels (Art. 3.1 Wnb) Habitatrichtlijnsoorten; (Art. 3.5 Wnb) Andere soorten; dit betreft Nationaal beschermde soorten; (Art. 3.10 Wnb)
Op verbodsbepalingen gelden echter enkele uitzonderingen voor Nationaal beschermde soorten, zo zijn er provinciaal vrijgestelde soorten waarvoor enkele gebodsbepalingen onder voorwaarden niet gelden. Maar wél geldt te allen tijden de zorgplicht. Naast soortbescherming binnen de Wnb is er ook sprake van gebiedsbescherming. Gebieden die een beleidsmatige bescherming (als Natura 2000 gebieden) genieten en/of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden vanuit de Wnb beschermd en hiermee wordt instandhouding van belangrijke gebieden voor habitat en soorten gewaarborgd (zie bijlage 2 voor verdere informatie). Als laatste zijn beschermde houtopstanden opgenomen binnen de Wet natuurbescherming met als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden (zie bijlage 2 voor verdere informatie).
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.6
2300577
Pagina 6 van 28
1.2
Methoden Het verrichte onderzoek is opgedeeld uit een bureau- en veldonderzoek, welke samen leiden tot inzicht in aanwezigheid van beschermde soorten en geschikt habitat. Bij de beoordeling van het plangebied is allereest een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten binnen en rondom de projectlocatie, de ligging van beschermde gebieden in de regio van de projectlocatie en aanwezige houtopstanden en relevante regelgeving. Daarvoor is onder andere de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna NDFF genoemd) geraadpleegd voor actuele verspreidingsgegevens van soorten (zie bijlage 1 voor bronnen). Het bureauonderzoek dient als basis voor veldonderzoek welke plaats vindt binnen de projectlocatie. Tijdens het veldonderzoek is onderzoek gedaan naar (potentiële) vaste rust- verblijfplaatsen, sporen en-/ of resten van beschermde soorten, welke voor kunnen komen of in de directe omgeving vanuit actuele data zijn vastgesteld. Tijdens het veldonderzoek is er onder andere gebruik gemaakt van de checklist voor het inschatten van de aanwezigheid van vleermuizen, opgesteld door Netwerk Groene Bureaus. Tevens is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
Door resultaten van het veld- en bureauonderzoek te combineren wordt beoordeeld welke effecten te verwachten zijn als gevolg van de geplande ingrepen op (potentieel) aanwezige soorten en hun habitat, beschermde gebieden en houtopstanden. Tevens wordt beoordeeld of er risico ontstaat op overtredingen van de Wet natuurbescherming.
1.3
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform geldende regelgeving omtrent natuurwetgeving (zie bijlage 2), het betreft een momentopname en levert een toetsing op van de geschiktheid van de projectlocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel ter plaatse zijn van beschermde soorten is daarentegen nooit met zekerheid te voorspellen. FF Solutions verwerpt op voorhand aansprakelijkheid met betrekking tot mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door FF Solutions verrichte onderzoek neemt. Een Quickscan is in de regel geldig voor een duur van 2 tot 3 jaar, behalve indien in deze periode de ecologische omstandigheden dermate veranderd zijn en/of de Wet natuurbescherming of inzichten daartoe behorend zijn veranderd. Indien uitvoering van een ontwikkeling met meer dan 3 jaar wordt verschoven, wordt aangeraden de uitkomsten van de Quickscan wederom te toetsen. FF Solutions verklaart geen onderzoek uit te voeren binnen de projectlocatie met als doel om resultaten van wettelijke of maatschappelijke vereisten te ontwijken, die gebleken zijn uit eerder onderzoek.
1.4
Leeswijzer Dit onderzoek is opgedeeld in een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Hoofdstuk 2 bestaat uit de gebiedsbeschrijving, waarin het huidige gebruik, het toekomstige gebruik en topografische ligging van de projectlocatie besproken wordt. In hoofdstuk 3 vindt u het hoofdstuk over gebiedsbescherming en de resultaten aan de hand van bureauonderzoek. Aansluitend zullen in hoofdstuk 4 de beschermde houtopstanden besproken worden. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten vanuit het veld- en bureauonderzoek omtrent soortbescherming en de effectenbeoordeling Wnb. Per categorie beschermde soorten worden de vaststellingen, effectenbeoordelingen en het hierop volgende advies besproken. Het onderzoek wordt in hoofdstuk 6 afgesloten met de samenvatting en conclusies op de uitkomst van het gehele onderzoek.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.7
2300577
Pagina 7 van 28
2
Gebiedsbeschrijving Binnen dit hoofdstuk wordt de huidige situering en voorgenomen ontwikkelingen van de projectlocatie beschreven. Tevens zal ingegaan worden op de huidige staat van de projectlocatie en belangrijke kenmerken die zijn vastgesteld tijdens veldbezoek.
2.1
Topografische ligging De projectlocatie betreft de locatie zoals zichtbaar in Fig. 2.0 en Fig. 2.1. Het bestemmingsplan ‘Groessen en Loo’ meldt dat de projectlocatie gelegen is buiten de bebouwde kom.
Fig. 2.0, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)
2.2
Fig. 2.1, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)
Huidig gebruik projectlocatie en omgeving Binnen de projectlocatie is sprake van een voormalig kassencomplex. Het zuidelijke deel van de kassen is reeds in vervallen staat en heeft geen daken en muren meer (zie Fig. 2.6). Ten noorden van de kassen is sprake van een wateropslag die geplaatst is in een weiland waarop enkele fruitbomen staan (zie Fig. 2.3 en Fig. 2.4). Het gebied ten zuidoosten van de kassen betreft een weiland die aan de zuidzijde begrensd is door een smalle watergang (zie Fig. 2.7).
Fig. 2.2, Kassen, gezien vanaf noordzijde (bron: FF Solutions)
Fig. 2.3, Wateropslag ten noorden van kassen (bron: FF Solutions)
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.8
2300577
Pagina 8 van 28
Fig. 2.5, Binnenzijde van kassen (bron: FF Solutions)
Fig. 2.4, Fruitbomen ten noorden van kassen (bron: FF Solutions)
Fig. 2.6, Zuidelijk deel van kassen, reeds vervallen (bron: FF Solutions)
2.3
Fig. 2.7, Watergang ten zuiden van projectlocatie (bron: FF Solutions)
Toekomstig gebruik van de projectlocatie en voorgenomen ingrepen Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om bestaande kassen binnen het projectgebied te slopen ten behoeve van de bouw van grondgebonden woningen. Het schetsontwerp van het nieuwbouwplan is weergegeven in Fig. 2.8. In het zuiden van de projectlocatie is beoogd een groen/spel plas-drasgebied aan te leggen.
Fig. 2.8, Schetsontwerp van nieuwbouwplan (bron: aangeleverd door Lithos Projecten B.V.)
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.9
2300577
Pagina 9 van 28
3
Gebiedsbescherming Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierbij zal beoordeeld worden of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op de betreffende gebieden.
3.1
Natura 2000-gebieden De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van gebieden die aangewezen zijn als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen N2000-gebied is ‘Rijntakken’ op circa 0,84 km van de projectlocatie. De afstanden van projectlocatie naar beschermde gebieden wordt berekend vanuit het middelpunt van de projectlocatie. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelig gebied is eveneens ‘Rijntakken’. In Figuur 3.1 is de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven. Effectenbeoordeling Wnb en advies Doordat de projectlocatie niet binnen een Natura 2000-gebied bevindt is er geen sprake van interne effecten. Ook extern effect is gezien de afstand niet aannemelijk met betrekking tot geluid, licht of trillingen. Wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Als gevolg van de uitspraak gedaan door Raad van State (Uitspraak 202107079/1/R4, d.d. 2 november 2022) geldt de bouwvrijstelling per 2 november 2022 niet meer en mag de bouwvrijstelling ook niet meer ingezet worden bij bouwprojecten.
Deze bouwvrijstelling regelde dat de stikstofdepositie die werd veroorzaakt door een aantal specifiek aangewezen activiteiten van de bouwsector niet afzonderlijk onderzocht en beoordeeld hoefde te worden, maar dat louter naar de gebruiksfase van hetgeen ontwikkeld werd gekeken diende te worden. Doordat de bouwvrijstelling echter niet meer ingezet mag worden, dient per project onderzoek gedaan te worden naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof als gevolg van het project, waarbij zowel de bouw- als gebruiksfase meegenomen wordt. Binnen de huidig voorgenomen ontwikkeling dient een AERIUS-berekening gemaakt te worden om te toetsen of er significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van relevante stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving te verwachten zijn.
3.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen de provincie Gelderland worden de NNN (Natuurnetwerk Nederland) GNN genoemd (Gelders Natuurnetwerk). De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van gebied dat aangewezen is als GNN-gebied of Groene ontwikkelingszone (Fig. 3.2). Effectenbeoordeling Wnb en advies De projectlocatie is volledig gelegen buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszones. Externe effecten op het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszones worden conform Omgevingsverordening Gelderland niet getoetst. Er zijn hierom geen belemmering voor de ontwikkeling omtrent NNN-gebieden.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.10
2300577
Pagina 10 van 28
Fig. 3.1, Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van de N2000- Fig. 3.2, Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van NNNgebieden (achtergrondbron: provincie Gelderland) gebieden (achtergrondbron: AERIUS Calculator)
3.3
Ander beleidsmatig beschermd gebied De projectlocatie is zover bekend bij FF Solutions niet gelegen binnen grenzen van gebied dat aangewezen is als ander beleidsmatig beschermd gebied.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.11
2300577
Pagina 11 van 28
4
Beschermde houtopstanden Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op de invloed welke de voorgenomen ontwikkelingen kunnen hebben op beschermde houtopstanden. Beschermde houtopstanden zijn opgenomen binnen de Wet natuurbescherming met als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De Wet natuurbescherming geldt voor bos, maar ook voor andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. In bijlage 2 worden de regels nader toegelicht. Effectenbeoordeling Wnb en advies Uit het bestemmingsplan ‘’Groessen en Loo’’ volgt dat de projectlocatie gelegen is buiten de bebouwde kom van Groessen. Binnen de projectlocatie is geen sprake van houtopstanden die bestaan uit meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen) of een oppervlakte beslaan van meer dan 10 are. Er is hiermee geen sprake van beschermde houtopstanden binnen de projectlocatie. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft beschermde houtopstanden. Er kan echter sprake zijn van een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bij de verwijdering van bomen.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.12
2300577
Pagina 12 van 28
5
Soortbescherming Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op bureau- en veldonderzoek dat heeft plaatsgevonden om te bepalen welke invloeden de voorgenomen ontwikkelingen hebben op vanuit de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Er zal per soortgroep een nadere beschrijving gegeven worden van onderzoeksresultaten, effectenbeoordeling van de ingreep en indien van toepassing wordt aangegeven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is. Dit bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is en er aanvullend onderzoek plaats dient te vinden. Tevens wordt beschreven wat de mogelijke gevolgen zijn met betrekking tot vergunningen en ontheffingen. Er is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens van onder andere de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)1 om te bepalen of beschermde soorten aanwezig zijn binnen of nabij de projectlocatie. Het aansluitende veldonderzoek waarbij gelet wordt op (potentiële) vaste rust- en verblijfplaatsen, sporen en-/ of resten van beschermde soorten vond plaats op 15 november 2023 (11°C, half bewolkt, droog/lichte regen, 3 Bft). Middelen welke gebruikt worden bij veldbezoeken zijn bijvoorbeeld een (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision en/of zaklamp.
5.1
Broedvogels Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in twee categorieën; broedvogels met jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels voor welke nesten beschermd zijn louter tijdens het broedseizoen. Nesten van soorten binnen de laatste categorie kunnen echter eveneens jaarrond beschermd zijn indien er zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Bij de kwalificatie van broedvogels binnen dit document is gebruik gemaakt van Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten van provincie Gelderland2.
5.1.1 Jaarrond beschermde nesten van broedvogels Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden diverse broedvogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.0 voor verzameltabel 3. Tab 5.0, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘broedvogels jaarrond beschermde nesten’
Soortgroep Broedvogels jaarrond beschermde nesten
Soorten vanuit bureauonderzoek Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil, zwarte wouw
Wetgeving Vogelrichtlijn
Overig -
1
De NDFF verleent toegang tot gebruik van hun databank. Verkregen informatie is bij FF Solutions aanwezig, en mag worden ingezien. Ter bescherming van de NDFF wordt de verkregen informatie van de NDFF niet aan derden verspreid. Bij het gebruik van waarnemingen is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen worden enkel gebruikt om een beeld van de ecologische potenties van een gebied te geven. 2
https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Vergunningen-enontheffingen/Lijst_soorten_jaarrond_beschermde_nesten.pdf 3
De soorten weergegeven met rode letters zijn soorten welke genoemd worden op de rode lijst van Nederland. Op de rode lijst zijn soorten vermeld die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Deze notatie zal in verdere verzameltabellen binnen dit document aangehouden blijven.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.13
2300577
Pagina 13 van 28 Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn er geen vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen de projectlocatie. Wel zijn huismussen vastgesteld in de tuinen van Kerkakkers 34 en Kerkakkers 36. Binnen de projectlocatie is sprake van een voormalig kassencomplex en weiden. De kassen zijn niet voorzien van spouw en hebben geen dakbeschot. Het ontbreekt aan vestigingsruimten waar gebouwbewonende vogels met jaarrond beschermde nesten als de huismus en gierzwaluw vestigen. Het ontbreekt binnen en rond de kassen tevens aan sporen als krijtsporen, braakballen, prooiresten of (grote) nesten. Er worden geen vestigingsplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verwacht binnen de kassen. Ook op overige locaties, zoals in en rond fruitbomen aan de noordzijde, zijn geen sporen gevonden die duiden op vestiging of mogelijke vestiging door vogels met jaarrond beschermde nesten. Bebouwing buiten de projectlocatie blijft behouden en ligt op gepaste afstand van het projectgebied. Huismussen die reeds zijn vastgesteld rond het plangebied en binding vertonen met omliggende, te behouden gebouwen hebben rond deze gebouwen voldoende habitat voorhanden in de vorm van tuinen met hagen, bomen en struiken. Het projectgebied voorziet niet in essentieel leefgebied voor deze huismussen, afgaande op het habitat wat geboden wordt.
Binnen de ontwikkeling wordt habitat binnen het plangebied louter versterkt voor de huismus. Algemene verspreidingsgegevens melden de steenuil rond Groessen. Exacte nestplaatsen zijn onbekend. Het voorkomen van nestplaatsen in de omgeving van het plangebied is op basis van het verkennend onderzoek niet uit te sluiten. Een omgevingsbezoek leert dat de gebieden rond de planlocatie voorzien in geschikter leefgebied dan hetgeen geboden wordt binnen de projectlocatie. Het voorgaande mede omdat binnen de projectlocatie sprake is van bebouwing en een grasland van beperkte omvang, terwijl in de omgeving kleinschaliger landschap terug te vinden is met bijvoorbeeld goed onderhouden boomgaarden. Er wordt niet verwacht dat de projectlocatie voorziet in essentieel leefgebied voor de steenuil. Op basis van het habitat wat geboden wordt binnen de projectlocatie en de relatief kleine schaal in vergelijking met omliggende gebieden, wordt niet verwacht dat de projectlocatie voorziet in essentieel leefgebied voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen vestigingsplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verwacht binnen de projectlocatie, tevens zal de projectlocatie geen essentieel onderdeel zijn van leefgebied van soorten binnen deze categorie. Er worden hierom geen negatieve effecten verwacht op broedvogels met jaarrond beschermde nesten.
Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.14
2300577
Pagina 14 van 28 5.1.2 Broedvogels algemeen Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden diverse algemene broedvogels waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.1 voor verzameltabel4. Broedvogels welke in Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten (prov. Gelderland) aangeduid worden als ‘mogelijk jaarrond beschermd’ zijn opgenomen als algemene broedvogel indien in deze situatie voldoende alternatieve locaties voor nesten aanwezig zijn. Tab 5.1, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘algemene broedvogels’
Soortgroep Algemene broedvogels
Soorten vanuit bureauonderzoek
Wetgeving Vogelrichtlijn
Overig -
Indische gans, soepgans
Exoot5
-
Nijlgans
Unielijst
-
Aalscholver, bergeend, blauwe reiger, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomkruiper, bosrietzanger, bosruiter, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, dodaars, dwerggans, dwergmeeuw, ekster, fazant, fitis, fuut, gaai, geelpootmeeuw, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, goudplevier, grasmus, graspieper, grauwe gans, grauwe vliegenvanger, groene specht, groenling, groenpootruiter, grote bonte specht, grote Canadese gans, grote lijster, grote mantelmeeuw, grote zilverreiger, grutto, heggenmus, holenduif, hop, houtduif, huiszwaluw, ijsvogel, kauw, keep, kemphaan, kievit, kleine plevier, kleine zilverreiger, kluut, kneu, knobbelzwaan, koekoek, koereiger, kokmeeuw, kolgans, koolmees, kraanvogel, krakeend, kramsvogel, krombekstrandloper, kuifeend, lepelaar, meerkoet, merel, noordse kwikstaart, oeverloper, oeverzwaluw, patrijs, pijlstaart, pimpelmees, Pontische meeuw, putter, ringmus, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, scholekster, sijs, slobeend, smient, spotvogel, spreeuw, sprinkhaanzanger, staartmees, steltkluut, stormmeeuw, tafeleend, tapuit, tjiftjaf, toendrarietgans, torenvalk, tuinfluiter, tureluur, Turkse tortel, veldleeuwerik, vink, visdief, waterpieper, watersnip, wilde eend, winterkoning, wintertaling, witgat, witte kwikstaart, zanglijster, zeearend, zilvermeeuw, zilverplevier, zomertaling, zwarte kraai,
zwarte mees, zwarte roodstaart, zwarte ruiter, zwarte stern, zwartkop
Veldonderzoek Visueel en auditief zijn algemene broedvogels waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie tijdens het veldbezoek, het gaat hier om bijvoorbeeld de houtduif en pimpelmees. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen actieve nestplaatsen aangetroffen. Het is desalniettemin mogelijk dat een broedvogel zich vestigt binnen of rond het werkgebied. Effectenbeoordeling Wnb Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om bestaande kassen te slopen ten behoeve van de bouw van grondgebonden woningen. Het is mogelijk dat een broedvogel zich vestigt binnen het werkgebied. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk leiden tot het beschadigen, vernielen of wegnemen van nestplaatsen en eieren, maar ook tot het doden of verstoren van soorten indien actieve nestplaatsen aanwezig zijn binnen het werkgebied. Indien een nest tijdens broedt of grootbrengen van de jongen te lang verstoord en verlaten wordt, raken eieren/jongen onderkoeld of verhongeren. Onderstaande wetgeving is van toepassing; 4
Soorten welke weergeven zijn met dikgedrukte letters zijn soorten welke genoemd worden op de Unielijst. Deze lijst bevat invasieve exoten welke binnen de EU schade toebrengen (of dit in de toekomst gaan doen). Deze notatie zal in verdere verzameltabellen binnen dit document aangehouden blijven. 5
Voor de bepaling welke soorten exoten zijn is gebruik gemaakt van gegevens van Sovon.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.15
2300577
Pagina 15 van 28
Wetgeving Wnb Actieve nestplaatsen van de Algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren
Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te benoemen. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie. Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.
5.2
Vleermuizen Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden vleermuizen waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.2 voor verzameltabel.
Tab 5.2, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘vleermuizen’
Soortgroep Vleermuizen
Soorten vanuit bureauonderzoek Gewone dwergvleermuis
Wetgeving Habitatrichtlijn
Overig -
5.2.1 Verblijfplaatsen binnen de projectlocatie Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn er visueel geen vleermuizen aangetroffen. Om een inschatting te maken van mogelijke aanwezigheid van vleermuizen is gebruik gemaakt van de Checklist aanwezigheid uit het Vleermuisprotocol van Netwerk Groene Bureaus. Binnen de projectlocatie is louter sprake van opgaande gewassen aan de noordzijde in de vorm van enkele fruitbomen. Deze fruitbomen hebben geen geschikte holten, loszittende bast of scheuren waar boombewonende vleermuizen kunnen vestigen. Bebouwing binnen de projectlocatie bestaat uit het kassencomplex. Deze kassen zijn ongeschikt gebleken voor vestiging door gebouwbewonende vleermuizen, onder andere door het ontbreken van bijvoorbeeld spouw of daken met dakbeschot. Vestigingsplaatsen van vleermuizen worden niet verwacht. Bebouwing buiten de projectlocatie blijft behouden en ligt op gepaste afstand van het projectgebied. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen vestigingsplaatsen van vleermuizen verwacht binnen de projectlocatie, hierom zijn ook geen negatieve effecten te verwachten.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.16
2300577
Pagina 16 van 28
Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 5.2.2 Foerageergebied Veldonderzoek Er zijn geen opgaande gewassen en bomen aanwezig binnen de projectlocatie welke een essentieel onderdeel zijn voor vleermuizen om te zorgen voor luwe omgevingen waarin gefoerageerd kan worden. Tevens is er geen open water of groot open gebied (>10.000 m2) aanwezig binnen de projectlocatie. Wel is een smalle watergang aanwezig ten zuiden van het plangebied. Dergelijke watergangen zijn meer aanwezig in de omgeving. De projectlocatie en direct omliggende omgeving kan in gebruik genomen worden als foeragegebied. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen overtredingen verwacht op de Wnb omtrent het foeragegebied voor vleermuizen door het ruime hoeveelheid alternatief foeragegebied dat aanwezig is in de directe omgeving van de projectlocatie welke een groter areaal met foeragegebied beslaan dan de projectlocatie zelf. Zowel tijdens als na de voorgenomen ontwikkelingen zal dit foeragegebied aanwezig blijven en zullen er geen permanente effecten optreden doordat de projectlocatie na de ontwikkeling weer toegankelijk is. De projectlocatie zal, mede door het aanleggen van groenstructuren en een wadi, na de ontwikkeling een groter aanbod aan geschikte foerageplekken hebben voor vleermuizen.
Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) omtrent foeragegebied. 5.2.3 Vliegroutes Veldonderzoek Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Vleermuisroutes verbinden op (grote) afstand verschillende soorten habitats (verblijfplaatsen, foerageergebied) met elkaar. Rond de projectlocatie vormt de smalle watergang met knotbomen op de zuidgrens een lijnvormig landschapselement. Dit lijnvormig landschapselement blijft aanwezig. Effectenbeoordeling Wnb Mogelijk biedt de smalle watergang ten zuiden van de projectlocatie een lijnvormig landschapselement die voorziet in een vliegroute voor vleermuizen. De smalle watergang ten zuiden van de projectlocatie zal behouden blijven binnen de ontwikkeling en wordt in het huidige plan versterkt door de aanplant van meer bomen. Zowel tijdens als na de ontwikkeling blijven er voldoende lijnvormige landschapselementen voor vleermuizen aanwezig binnen en rond het plangebied, waarmee niet verwacht wordt dat de functionaliteit van hun leefgebied negatieve effecten ondervindt. Er worden hierom geen overtredingen verwacht op de Wnb omtrent vliegroutes voor vleermuizen.
Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) omtrent vliegroutes.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.17
2300577
Pagina 17 van 28
5.3
Overige zoogdieren Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten en welke niet. Vanuit het bureauonderzoek worden overige zoogdieren waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.3 voor verzameltabel.
Tab 5.3, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘overige zoogdieren’
Soortgroep Overige zoogdieren
Soorten vanuit bureauonderzoek Steenmarter Dwergmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, ree, veldmuis, vos
Wetgeving Nationaal beschermd Nationaal beschermd
Overig Provinciale vrijstelling
Mol
Zorgplicht
-
Veldonderzoek De NDFF meldt enkele waarnemingen van specifiek beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) in de omgeving van de projectlocatie, het gaat hier om de steenmarter. Binnen de resultaten van het veldbezoek zal per specifiek beschermde soort een beschrijving worden gegeven. Steenmarter
De steenmarter is een soort welke vooral te vinden is in de nabijheid van dorpen en boerderijen en tegenwoordig ook in steden (Zoogdiervereniging). Tijdens het veldonderzoek kon de projectlocatie volledig gericht onderzocht worden op sporen van de steenmarter. Er zijn geen prooiresten of latrines gevonden en is geen sprake van een sterke geur. Er zijn geen aanwijzingen dat de steenmarter de projectlocatie als leefgebied in gebruik neemt. Er zijn op basis van verspreidingsgegevens, aanwezig habitat en het ontbreken van sporen als latrines, holen of prooiresten, geen aanwijzingen dat andere streng beschermde soorten aanwezig zullen zijn binnen de projectlocatie. Mogelijk verblijven minder streng beschermde soorten, zoals de huisspitsmuis, (incidenteel) binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie. Mogelijk kunnen incidenteel minder beschermde soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt, zoals de huisspitsmuis, voorkomen binnen de projectlocatie. Indien gehouden wordt aan de zorgplicht worden in het kader van de Wnb geen negatieve effecten verwacht. Advies Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie.
Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft soort(en) welke een provinciale vrijstelling hebben mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.
5.4
Reptielen, amfibieën en vissen Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten en welke niet. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse reptielen, amfibieën en-/of vissen waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.4 voor verzameltabel.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.18
2300577
Pagina 18 van 28
Tab 5.4, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘reptielen, amfibieën en vissen’
Soortgroep Reptielen, amfibieën en vissen
Soorten vanuit bureauonderzoek Groene kikker (onb.) Groene kikker (onb.), kamsalamander, rugstreeppad
Wetgeving Nationaal beschermd Habitatrichtlijn
Overig -
Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander
Nationaal beschermd
Provinciale vrijstelling
Kleine modderkruiper, kroeskarper, marmergrondel, rietvoorn, tiendoornige stekelbaars
Zorgplicht
-
Veldonderzoek De NDFF meldt vaststellingen van specifiek beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) in de omgeving van de projectlocatie, het betreft de groene kikker (onb.), kamsalamander en rugstreeppad. Specifiek beschermde reptielen, amfibieën en vissen stellen specifieke eisen aan hun habitat. Groene kikker (onbekend)
De groene kikker (onbekend) kan zowel nationaal beschermd zijn (meerkikker, bastaardkikker (vrijgesteld in prov. Gelderland), als een Habitatsrichtlijnsoort (poelkikker)). Vanuit de NDFF is niet bekend om welke soort het gaat. Er is aan de zuidgrens van de projectlocatie sprake van een watergang, tevens bevindt er zich een wateropslag voor de kassen in het noorden van de projectlocatie. Het ontbreekt aan andere wateren. De wateropslag vormt een door mensen aangelegd bekken, waar vegetatie volledig ontbreekt. De watergang op de zuidgrens is aan de zuidzijde begeleid door knotwilgen en wordt, afgaande op het veldbezoek, regelmatig gekorfd. De meerkikker en bastaardkikker zijn vrijgesteld in provincie Gelderland en worden hierom niet uitgebreid besproken. Een uitgebreide beschrijving met betrekking tot de poelkikker is onderstaand te vinden; In BIJ12-kennisdocument Poelkikker wordt het volgende beschouwd wat van belang is te onderbouwen om te bepalen of de poelkikker aanwezig wordt verwacht: o o o
dat het plangebied de geschikte combinatie van habitats bevat voor de poelkikker én dat de aanwezigheid van de poelkikker in de afgelopen drie jaar aangetoond is in de directe omgeving (binnen circa één kilometer) van het plangebied én dat het plangebied voor de poelkikker zonder barrières bereikbaar is vanuit die directe omgeving.
De poelkikker leeft vooral in gebieden met zwak zure, oligotrofe, schone, stilstaande wateren (vennen en hoogveenputten) in de landschapstypen bos, heide en hoogveen (bron: BIJ12kennisdocument Poelkikker). Ook wordt de soort gemeld uit halfnatuurlijke graslanden, agrarische kleipolders met kwel, laagveen en op ruderaal terrein. Hij heeft een voorkeur voor onbeschaduwde wateren, maar de oeverzone moet goed begroeid zijn. De wateropslag is ongeschikt bevonden als voortplantingsplaats voor de poelkikker, rekening houdend met bovenstaande habitatseisen. De watergang op de zuidgrens wordt regelmatig gekorfd, heeft weinig vegetatie aan oeverzones en wordt gedeeltelijk beschaduwd door knotbomen die ten zuiden van de watergang staan. Oeverzones van deze watergang zijn tevens relatief steil. Waarnemingen van de poelkikker in de afgelopen drie jaar zijn rond Groessen vrijwel beperkt tot gebieden ten zuiden van de spoorlijn, en worden gedaan op een minimale afstand van 2 kilometer tot het plangebied. Het aanwezig zijn van slechts marignaal geschikt voortplantingswater ten zuiden van de projectlocatie, en het ontbreken van waarnemingen direct rond het plangebied, maakt dat de poelkikker niet aanwezig wordt verwacht in invloedssferen van de ontwikkeling.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.19
2300577
Pagina 19 van 28
Kamsalamander
De kamsalamander maakt binnen zijn voortplantingsbiotoop gebruik van matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie (RAVON). Het voortplantingswater wordt gevormd door vrij grote, geïsoleerde, stilstaande, half beschaduwde, iets voedselrijke wateren met een goed ontwikkelde water- en oevervegetatie. Voortplantingswateren zijn vaak (veedrink)poelen, kasteelvijvers, verlande grachten, gebufferde vennen, heldere sloten en dergelijke. Het waterbekken binnen de projectlocatie is ongeschikt als voortplantingsplaats voor de kamsalamander, mede door het ontbreken van vegetatie. Ook de watergang ten zuiden van de projectlocatie voorziet niet in voorgaand benoemd habitat, mede door het ontbreken van goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Waarnemingen van de kamsalamander in de afgelopen drie jaar zijn rond Groessen vrijwel beperkt tot gebieden ten zuiden van de spoorlijn. Het afwezig zijn van geschikt voortplantingshabitat en het ontbreken van waarnemingen direct rond het plangebied maakt dat de kamsalamander niet aanwezig wordt verwacht binnen de projectlocatie.
Rugstreeppad
De rugstreeppad is voor de voortplanting afhankelijk van ondiepe wateren die snel opwarmen (RAVON). Voorbeelden zijn volgelopen greppels, regenplassen en karrensporen (rijsporen in het algemeen). Daarnaast zijn voortplantings-plaatsen ook te vinden in vennen en ondergelopen graslanden en in duinplassen. In akker- en graslandgebieden plant de soort zich voort in enkele dagen geleden geschoonde sloten, dus sloten die door het schonen weer in de pionierfase bevinden. In BIJ12-kennisdocument Rugstreeppad wordt het volgende beschouwd wat van belang is te onderbouwen om te bepalen of de rugstreeppad aanwezig wordt verwacht: o o o
dat het plangebied de geschikte combinatie van habitats bevat voor de rugstreeppad én dat de aanwezigheid van de rugstreeppad in de afgelopen drie jaar aangetoond is in de directe omgeving (binnen circa één kilometer) van het plangebied én dat het plangebied voor de rugstreeppad zonder barrières bereikbaar is vanuit die directe omgeving.
Binnen de projectlocatie bevindt zich geen wateroppervlak, met uitzondering van een wateropslag die ongeschikt is als voortplantingsplaats voor de rugstreeppad, mede door de diepte. De watergang ten zuiden van de projectlocatie is gedeeltelijk beschaduwd door knotwilgen die langs deze watergang staan en warmt hiermee niet snel op in vergelijking met bijvoorbeeld regenplassen en karrensporen. Waarnemingen van de rugstreeppad rond Groessen worden allen gedaan ten zuiden van de spoorlijn, en op een afstand van meer dan 1 kilometer van het plangebied ten noorden van de spoorlijn bij (ondiepe) poelen. Waarnemingen in of nabij de bebouwde omgeving van Groessen ontbreken. Het aanwezig zijn van marginaal geschikt habitat en het ontbreken van waarnemingen binnen en direct rond de projectlocatie, maakt dat de rugstreeppad niet verwacht wordt binnen de projectlocatie. Op basis van verspreidingsgegevens en-/of aanwezig habitat worden geen andere specifiek beschermde reptielen, amfibieën of vissen verwacht aanwezig te zijn binnen de projectlocatie. Incidenteel kunnen minder beschermde soorten amfibieën, zoals de bruine kikker, voorkomen binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen specifiek beschermde reptielen, amfibieën of vissen verwacht binnen de projectlocatie.
Mogelijk kunnen incidenteel minder beschermde soorten amfibieën, zoals de bruine kikker, voor welke een provinciale vrijstelling geldt voorkomen binnen de projectlocatie.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.20
2300577
Pagina 20 van 28 Indien gehouden wordt aan de zorgplicht worden in het kader van de Wnb geen negatieve effecten verwacht. Advies Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft soort(en) welke een provinciale vrijstelling hebben mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.
5.5
Insecten en ongewervelden Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten welke specifiek beschermd zijn en voor welke enkel de zorgplicht geldt. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse insecten en/of ongewervelden waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.5 voor verzameltabel.
Tab 5.5, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘insecten en ongewervelden’
Soortgroep Insecten en ongewervelden
Soorten vanuit bureauonderzoek Teunisbloempijlstaart Diverse zorgplichtsoorten, waaronder bruin blauwtje
Wetgeving Habitatrichtlijn Zorgplicht
Overig -
5.5.1 Libellen Veldonderzoek Er zijn geen specifiek beschermde voortplantingsplaatsen en/of beschermde libellen waargenomen binnen de projectlocatie. Binnen de projectlocatie bevindt zich geen geschikt habitat voor (streng beschermde) libellen, mede door het ontbreken van (jaarrond, natuurlijk) wateroppervlak. Wateroppervlak buiten de projectlocatie blijft behouden en voldoet niet aan eisen die specifiek beschermde libellen stellen aan hun voortplantingswater. Tevens zijn er vanuit de NDFF geen vaststellingen bekend van streng beschermde libellen in de directe omgeving van de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). Eventueel aanwezige libellen zijn in staat te vluchten bij verstoring. 5.5.2 Dag-/nachtvlinders Veldonderzoek Vanuit de NDFF is de teunisbloempijlstaart vastgesteld in de omgeving van de projectlocatie. Het habitat voor beschermde vlinders voldoet aan specifieke eisen omtrent waard- en nectarplanten. Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart leeft onder andere in vochtige bossen, bosranden en warme open
plaatsen. Als waardplant wordt gebruikt de teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart. Binnen en direct rond de projectlocatie ontbreekt het aan waardplanten voor de teunisbloempijlstaart. Voortplantingshabitat voor de teunisbloempijlstaart is hiermee ook niet aanwezig. Gedurende het veldbezoek zijn in het noorden van de projectlocatie een paar jonge sleedoorns aangetroffen. Deze sleedoorns zijn nog klein (<2 meter). De sleedoornpage gebruikt de sleedoorn
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.21
2300577
Pagina 21 van 28 in algemeenheid als waardplant, echter zijn op deze jonge planten geen eieren van de sleedoornpage aangetroffen. De projectlocatie wordt hiermee niet in gebruik genomen als voortplantingshabitat door de sleedoornpage. Tijdens het veldbezoek is er verder geen habitat aanwezig bevonden binnen de projectlocatie welke voldoet aan eisen voor verder beschermde dag-/nachtvlinders door het ontbreken van bijvoorbeeld geschikte waardplanten. Tevens zijn er geen beschermde dag-/nachtvlinders waargenomen. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 5.5.3 Overige ongewervelden Veldonderzoek Binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie ontbreekt het aan kenmerken die specifiek beschermde soorten binnen deze categorie stellen aan hun leefgebied. Zo is er bijvoorbeeld geen sprake van rottend eikenhout, dat voor het vliegend hert aanwezig moet zijn. De NDFF laat eveneens geen streng beschermde soorten zien in de omgeving van de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie.
Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).
5.6
Vaatplanten Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten welke specifiek beschermd zijn en voor welke enkel de zorgplicht geldt. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse vaatplanten waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.6 voor verzameltabel.
Tab 5.6, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘vaatplanten’
Soortgroep Vaatplanten
Soorten vanuit bureauonderzoek Diverse zorgplichtsoorten, waaronder beemdkroon, bolderik, bosaardbei, gladde ereprijs, karwijvarkenskervel, kattendoorn, kleine ratelaar, korenbloem, krabbenscheer, sikkelklaver
Wetgeving Zorgplicht
Overig -
Reuzenberenklauw, smalle waterpest
Unielijst
-
Veldonderzoek Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen of indicaties van het voorkomen van beschermde planten binnen de projectlocatie. Er is sprake van grasland, waarop louter zorgplichtsoorten zijn aangetroffen zoals akkerkers. Er is eveneens gelet op het voorkomen van beschermde muurvegetatie. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is. Binnen de
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.22
2300577
Pagina 22 van 28 projectlocatie is vast te stellen dat er geen beschermde vaatplanten op de projectlocatie zijn te verwachten. Effectenbeoordeling Wnb en advies Het is niet te verwachten dat door de geplande ontwikkeling verstoring van het leefgebied zal optreden van beschermde soorten door afwezigheid van specifiek beschermde soorten. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).
5.7
Nader onderzoek Op basis van het uitgevoerd veld- en bureauonderzoek is geconstateerd dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van nader onderzoek omtrent beschermde soorten.
5.8
Maatregelen Tijdens de voorgenomen ontwikkelingen dient altijd gehouden te worden aan de zorgplicht voor soorten welke voor kunnen komen binnen de projectlocatie. Tevens zullen maatregelen (voor specifieke soortgroepen) genomen moeten worden om zorgvuldig te handelen, deze zijn; Specifieke maatregelen algemene broedvogels -
Handelen buiten broedseizoen; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden; Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel).
Algemene maatregelen -
Opdrachtgever schouwt locatie op aanwezige dieren voorafgaand aan de werkzaamheden, bijvoorbeeld onder struikgewas of in bladhopen en overhoeken of in bebouwing; Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten; Draag zorg voor het veilig wegkomen van eventueel aanwezige soorten door openlaten vluchtwegen.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.23
2300577
Pagina 23 van 28
6
Samenvatting en conclusies FF Solutions heeft van Lithos Projecten B.V. opdracht gekregen een Quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Tempelstraat’, te Groessen. Binnen de projectlocatie bestaat het voornemen om bestaande kassen te slopen ten behoeve van de bouw van grondgebonden woningen. Het onderzoek heeft tot doel in te schatten of er op de projectlocatie planten- en diersoorten aanwezig en-/of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door een ingreep. Daarnaast heeft het onderzoek als doel in te schatten of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten, gebieden die deel uitmaken van NNNgebieden of beschermde houtopstanden. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen de projectlocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 6.0. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken voor soorten en aanbevelingen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten.
Tabel 6.0: Overzicht geschiktheid projectlocatie voor soortgroepen en aanbevelingen
Soortgroepen
Aanwezigheid
Effect
Nader onderzoek
Ontheffingsaanvraag
Aanbevelingen
Broedvogels jaarrond beschermde nesten Broedvogels algemeen Vleermuizen verblijfplaats Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Grondgebonden zoogdieren
Omgeving
Nee
Nee
N.v.t.
-
Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk Mogelijk zorgplicht soorten Mogelijk zorgplicht soorten Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Voorkomen Nee Nee Nee Voorkomen
Nee Nee Nee Nee Nee
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Maatregelen (zie 5.8) Maatregelen (zie 5.8)
Voorkomen
Nee
N.v.t.
Maatregelen (zie 5.8)
Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee
N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
-
0,84 km Buiten NNN Buiten GO Geen
Mogelijk Nee Nee Nee
Ja Nee Nee Nee
Mogelijk N.v.t. N.v.t. N.v.t.
AERIUS-berekening (zie 3.1) -
N.v.t. N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
Meld-/herplantplicht Nee Nee
-
Amfibieën Reptielen Vissen Beschermde libellen Beschermde vlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Groene ontwikkelingszone Ander beleidsmatig beschermde gebieden Beschermde houtopstanden Aantal bomen Oppervlakte
Vergunning
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.24
2300577
Pagina 24 van 28
6.1
Eindconclusie Op basis van een uitgevoerd veldonderzoek en bureauonderzoek is geconstateerd dat in het onderzoeksgebied geschikt habitat aanwezig is voor een aantal beschermde soorten. Hiernaast kan de ontwikkeling leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
Onderdeel
Aanwezigheid
Effect
Aanbevelingen
Natura 2000
0,84 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
(zie 6.1.1)
Algemene broedvogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën
Mogelijk Mogelijk Mogelijk
Voorkomen Voorkomen Voorkomen
Maatregelen Maatregelen Maatregelen
(zie 6.1.2) (zie 6.1.2) (zie 6.1.2)
6.1.1 AERIUS-berekening – Natura 2000-gebieden Voor zekerheidstelling dient een AERIUS-berekening gemaakt worden om te toetsen of er significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van relevante stikstofgevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving verwacht kan worden (zie hoofdstuk 3.1). 6.1.2 Maatregelen – algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën Indien gehouden wordt aan de maatregelen (zie hoofdstuk 5.8) en zorgplicht zullen er geen grote belemmeringen verwacht worden wat betreft deze soort(en) omtrent de Wet natuurbescherming.
De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.
Naam ondertekenende.
Nijkerk, 20 november 2023
Dhr. G.R. Bouw
Handtekening.
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.25
2300577
Pagina 25 van 28
7
Bijlagen
Bijlage 1: Bronnen
Literatuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.
Internet Omgeving
www.google.nl/maps www.pdok.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000) www.nationaalgeoregister.nl
(NNN gebieden)
www.ruimtelijkeplannen.nl Soortinformatie
www.bij12.nl www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl
Waarnemingen
www.waarnemingen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ndff-ecogrid.nl
(BIJ12-kennisdocumenten)
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.26
2300577
Pagina 26 van 28
Bijlage 2: Omschrijving van de natuurwetgeving Deze bijlage gaat in op de natuurwetgeving aan welke de ingrepen binnen de projectlocatie worden getoetst. Hierbij zal gepoogd worden om de meest relevante stukken vanuit de wetgeving, welke voldoende zijn om de wetgeving te snappen, over te dragen. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en is hiermee gericht op onder andere het behouden en herstellen van biodiversiteit, maar ook het ontwikkelen van natuur om deze maatschappelijke functies te laten vervullen. Zorgplicht Het eerste artikel welke in de Wnb benoemd wordt stelt de zorgplicht vast en specificeert dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, gevolgen beperkt of ongedaan maakt. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar, maar kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Het bevoegd gezag is meestal de provincie.
Soortbescherming Dier- en plantsoorten welke voorkomen in Nederland worden in drie categorieën verdeeld welke ieder bijbehorende verbodsartikelen bezitten. Deze categorieën zijn: o o o
Vogelrichtlijnsoorten; dit betreft alle inheemse vogels (Art. 3.1 Wnb) Habitatrichtlijnsoorten; (Art. 3.5 Wnb) Andere soorten; dit betreft Nationaal beschermde soorten; (Art. 3.10 Wnb)
Per artikel welke genoemd staat in bovenstaande opsomming gelden verbodsbepalingen. Deze zijn vastgelegd in onderstaande tabel. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Art. 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
SPA WNP ingenieurs
Bijlagen BOPA - flora en fauna - Bijlage 6.27
2300577
Pagina 27 van 28 Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Niet van toepassing.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing.
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen bestaat het risico om verbodsbepalingen vanuit de Wnb te overtreden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag enkel van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de ontwikkeling is • Er moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd erkend belang staan. Per beschermingscategorie gelden verschillende erkende belangen, zoals Volksgezondheid, welke ingezet kunnen worden • Er mag de geen afbreuk gedaan worden aan de staat van instandhouding van de soort Op verbodsbepalingen gelden echter enkele uitzonderingen, zo zijn er provinciaal vrijgestelde soorten waarvoor enkele gebodsbepalingen onder voorwaarden niet gelden. Wel dient hier gehouden te worden aan de zorgplicht. Gebiedsbescherming Naast soortbescherming binnen de Wnb is er ook sprake van gebiedsbescherming. Onderstaand zal toegelicht worden wat de gebiedsbescherming inhoudt. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen Nederland is een netwerk aanwezig van reeds bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland, die netwerk wordt het Natuurnetwerk Nederland (kortweg NNN) genoemd. Gedeputeerde staten in hun bijbehorende provincie dragen zorg voor instandhouding en realisatie van het natuurnetwerk.