CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

10. 201726846-Bijlage 5 bij de motivering - Verkennend en afperkend bodemonderzoek

Raadsavond 26 mei 2026, gemeente DuivenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplanwijziging 'Sportpark Horsterstraat'31.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en afperkend bodemonderzoek Horsterstraat Duiven, percelen DVN00-H-1805 en 1806

Opdrachtgever:

Contactpersoon: Opdrachtnemer:

1stroom Koning Willem-Alexanderplein 1 6921 ES Duiven Dhr. N. van Dalen-Kragt

Contactpersoon:

Diseo B.V. De Koppeling 19 6986 CS Angerlo 0313-476545 Dhr. T. Jansen

Rapportnummer: Versie: Datum:

D2024-567-705V1 1.0 14 januari 2025

Rapportnummer

Goedkeuring

Vrijgavedatum

D2024-567-705V1

Dhr. F.H. Broekhuijsen

14 januari 2025

Inhoud 1. Inleiding .......................................................................................................................... 1 1.1

Algemeen....................................................................................................................................... 1

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek .......................................................................................... 1

1.3

Partijdigheid .................................................................................................................................. 1

1.4

Opbouw van het rapport ............................................................................................................... 1

2. Vooronderzoek ................................................................................................................ 2 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ..................................................................................................... 2

2.2

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik ..................................................................................... 3

2.3

Beschikbare (onderzoeks)gegevens .............................................................................................. 4

2.4

Bodem en hydrologische gegevens ............................................................................................... 5

2.5

Locatie-inspectie............................................................................................................................ 6

2.6

Conclusie vooronderzoek .............................................................................................................. 6

2.7

Hypothese en onderzoeksstrategie............................................................................................... 6

3. Veldwerkzaamheden ....................................................................................................... 8 3.1

Algemeen....................................................................................................................................... 8

3.2

Zintuigelijke waarnemingen .......................................................................................................... 8

3.3

Gegevens grondwater ................................................................................................................. 10

3.4

Analysesamenstelling bodem en grondwater ............................................................................. 11

3.5

Analysesamenstelling asbestmonsters........................................................................................ 15

4. Resultaten..................................................................................................................... 17 4.1

Toetsingskader ............................................................................................................................ 17

4.2

Toetsing analyses......................................................................................................................... 18

4.3

Analyseresultaten en interpretatie chemisch onderzoek ........................................................... 19

4.4

Toetsing hypothese ..................................................................................................................... 25

5. Afperkend en aanvullend onderzoek .............................................................................. 26 5.1

Algemeen..................................................................................................................................... 26

5.2

Conceptueel model ..................................................................................................................... 26

5.3

Bekende informatie over de verontreinigingssituatie ................................................................ 27

5.4

Onderzoeksstrategie ................................................................................................................... 27

5.5

Aanvullend veldwerk ................................................................................................................... 28

5.6

Zintuigelijke waarnemingen ........................................................................................................ 28

5.7

Analysesamenstelling afperkend bodemonderzoek ................................................................... 29

5.8

Analysesamenstelling aanvullend asbestonderzoek ................................................................... 30

5.9

Toetsingskader ............................................................................................................................ 31

5.10

Aanvullende analyseresultaten en interpretatie chemisch onderzoek ...................................... 31

6. Conclusie ....................................................................................................................... 34 6.1

Algemeen..................................................................................................................................... 34

6.2

Conclusie ..................................................................................................................................... 34

6.3

Aanbevelingen ............................................................................................................................. 35

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Regionale ligging Situatietekening met boorpunten Boorprofielen Toetsing(en) Analysecertific(a)t(en) Foto(‘s)

1. Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van 1stroom heeft Diseo B.V. een verkennend en afperkend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een tweetal percelen aan de Horsterstraat te Duiven. Tevens is er onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. De onderzoekslocatie betreffen percelen met kadastrale aanduidingen: DVN00-H-1805 en DVN00-H-1806 (Duiven) en heeft een totaal oppervlak van afgerond 15 hectare. De percelen worden ten tijde van het onderzoek gebruikt voor agrarische doeleinden. Het bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in de NEN 5740 (versie NEN 5740:oktober 2023). De NEN 5740 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN 5740 vormt een vooronderzoek, uitgevoerd conform NEN 5725 (oktober 2023). Het asbestbodem onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in de norm NEN 5707 (versie NEN 5707+C2:2016, december 2017). De NEN 5707 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor een verkennend of nader bodemonderzoek naar de aanwezigheid van asbest. Indien meer dan 50% puin (v/v) in de bodem wordt aangetroffen, is de NEN 5897 van toepassing.

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000. 1.2 Aanleiding en doel van het onderzoek Aanleiding van het onderzoek zijn de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden. Men is voornemens om gronden te verwerven ten behoeve van de realisering van een nieuw sportveldencomplex. Het doel van het onderzoek is het bepalen of er sprake is van (asbest in) bodemverontreinigingen en nagaan of er mogelijk gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden. 1.3 Partijdigheid Diseo heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en is geen belanghebbende bij de onderzochte locatie. Diseo garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: - Vooronderzoek (hoofdstuk 2); - Veldwerkzaamheden (hoofdstuk 3); - De resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 4); - De resultaten van het asbest in bodemonderzoek (hoofdstuk 5); - Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

1

2. Vooronderzoek Bij toepassing van de NEN 5740 en NEN 5707 is het noodzakelijk een hypothese op te stellen met betrekking tot de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van de hypothese dient vooronderzoek uitgevoerd te worden in overeenstemming met de NEN 5725:2023. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante gegevens over de onderzoekslocatie om de juiste strategie te bepalen. Bij het verzamelen van de gegevens zijn verschillende bronnen geraadpleegd. In tabel 1 is vermeld welke bronnen hiervoor gebruikt zijn en of bij de geraadpleegde bronnen relevante informatie beschikbaar was over de onderzoekslocatie en/of omliggende percelen. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen

Bron Opdrachtgever Provincie Gelderland (omgevingsrapportage) Omgevingsdienst Regio Arnhem (kaartviewer) Topografische kaarten Archeologie in Nederland https://www.bodemloket.nl/ https://www.beobom.nl.nl/ https://www.topotijdreis.nl/

Relevante informatie aanwezig Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja Ja

2.1 Beschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreffen percelen te Duiven met kadastrale aanduidingen: DVN00-H-1805 en DVN00-H-1806, gelegen ten westen van de Horsterstraat. De percelen worden ten tijde van het onderzoek gebruikt voor agrarische doeleinden. Op figuur 1 en bijlage 1 is de regionale ligging van het onderzoekstraject weergegeven.

Figuur 1. Ligging onderzoekslocatie

De locatie is gelegen in de gemeente Duiven in de provincie Gelderland. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 15 hectare.

2

2.2 Voormalig, huidig en toekomstig gebruik In tabel 2 is het voormalige gebruik en gegevens met betrekking tot potentiële bodemverontreiniging kort samengevat. Tabel 2: Voormalig gebruik

voormalig gebruik locatie algemeen (sloot-)dempingen

Agrarisch Niet bekend

ophogingen

Niet bekend

bebouwing

Sporadisch op basis van historisch kaartmateriaal

bodembedreigende activiteiten

Nee

opslagtanks

Nee

opslag bodembedreigende stoffen

Ja, een bovengrondse mestopslag

Uit bestudering van het historisch kaartmateriaal is gebleken dat het onderzoeksgebied nauwelijks is veranderd sinds 1850. Er heeft ruilverkaveling plaatsgevonden. Op historisch kaartmateriaal van 1906 tot 1993 is te zien dat er iets van bebouwing aanwezig is geweest in het centrale deel van de onderzoekslocatie. Aan de oostzijde van de onderzoekslocatie is tot zover te herleiden een pand met boomgaard aanwezig en aan de westzijde is het industriegebied door de jaren heen steeds verder uitgebreid. Aan de zuidzijde van de locatie is een spoorlijn aanwezig sinds ca. 1868. De historische situatie is weergegeven in figuren 2 t/m 5.

Figuur 2. Kaart ca. 1850 (www.topotijdreis.nl)

Figuur 3. Kaart ca. 1925 (www.topotijdreis.nl)

Figuur 4. Kaart ca. 1992 (www.topotijdreis.nl)

Figuur 5. Kaart ca. 2023 (www.topotijdreis.nl)

3

De onderzoekslocatie betreft een agrarisch perceel waarbij men voornemens is een sportcomplex te realiseren in de nabij toekomst. 2.3 Beschikbare (onderzoeks)gegevens Uit navraag bij de Provincie, de gemeente, de opdrachtgever en digitale bronnen zijn onderstaande gegevens naar voren gekomen. Provincie Gelderland Bij de provincie Gelderland (omgevingsrapportage) is geen relevante informatie beschikbaar ter plaatse van of direct nabij de onderzoekslocatie. Bodemloket Bij het Bodemloket is geen informatie beschikbaar over (water)bodemonderzoek en/of saneringen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Asbest Op historisch kaartmateriaal is naar voren gekomen dat er bebouwing (waarschijnlijk een schuurtje) aanwezig is geweest op het centrale deel van de onderzoekslocatie. Daarbij is het dammetje voor de perceeltoegang vanaf de weg vaak versterkt door bodemvreemde materialen. Mogelijk is daar ook fundatie aanwezig onder de aanwezige betonplaten. Om deze reden worden deze 2 locaties onderzocht op het voorkomen van asbest in de bodem. Bij het eventueel aantreffen van bodemvreemd materiaal of puin in de grond dient te worden na gegaan in hoeverre er sprake kan zijn van de mogelijk aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In een eerder uitgevoerd onderzoek direct nabij de onderzoeklocatie, de Horsterstraat, is visueel als analytisch geen asbest aangetoond.

PFAS PFAS komen in Nederland diffuus verhoogd voor in de (water)bodem. Derhalve wordt op deze locatie onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van PFAS. Bodemkwaliteitskaart Uit de informatie van de regionale bodemkwaliteitskaart (Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart, Regio Arnhem, 2018) blijkt dat de locatie op basis van de bodemfunctiekaart is ingedeeld als ‘landbouw/natuur’. Op basis van de toepassings- en ontgravingskaart van de boven- en ondergrond wordt de onderzoekslocatie ingedeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Arseen komt van nature verhoogd voor in de omgeving. Om deze reden wordt arseen toegevoegd aan het standaardanalysepakket. Archeologische waarde Volgens Archeologie in Nederland is er op de onderzoekslocatie indicatief sprake van een lage trefkans op archeologische waarden. Er zijn geen archeologische (rijks)monumenten aanwezig op en nabij de onderzoekslocatie.

4

Niet gesprongen explosieven (NGE) BeoBOM of Euroradar heeft een historisch onderzoek of een opsporingsproces uitgevoerd op het onderzoekstracé. Uit navraag bij BeoBOM is gebleken dat de onderzochte locatie onverdacht is op het voorkomen van niet gesprongen explosieven. Wel is er sprake van luchtaanvallen en ruimrapporten nabij de onderzoekslocatie. Eerder uitgevoerd onderzoek Na aanvraag bij de gemeente Duiven zijn een tweetal onderzoeksrapporten aangeleverd met informatie van de directe omgeving. De bekende gegevens zijn hieronder samengevat toegelicht. Milieutechnisch (bodem)onderzoek ‘Horsterstraat Duiven, De Klinker B.V., kenmerk: K2420114, d.d. 1 oktober 2024’. Ter plaatse van de Horsterstraat heeft De Klinker B.V. een onderzoek uitgevoerd. Hierbij is de fundatie en bodem onder het asfalt milieuhygiënisch en -technisch onderzocht en heeft er een milieuhygiënisch slibonderzoek plaatsgevonden van de naastgelegen watergang. Het asfalt heeft een variërende dikte van 70 mm tot 260 mm waarbij plaatselijk onder een fundatielaag nogmaals een (dunne) asfaltlaag is aangetroffen. Het asfalt is niet onderzocht op teerhoudendheid. Het puinachtige fundatiemateriaal wordt beoordeeld als niet herbruikbaar als niet-vormgegeven bouwstoffen. Plaatselijk zijn slakken aangetroffen als fundatie die indicatief zijn beoordeeld als herbruikbaar.

In monster 03-2 is een sterke verontreiniging met koper aangetoond. Ter plaatse van boring 10 binnen traject 0,4-0,6 m-mv (monster OG3) is een matige bijmenging met kooldeeltjes waargenomen die is beoordeeld als sterk verontreinigd met koper en lood. Er is geen PFAS aangetoond boven de detectiewaarden en er is geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Er is visueel als analytisch geen asbest aangetoond. De sterke verontreinigingen dienen nader te worden onderzocht om de omvangen te kunnen vaststellen. Nader bodemonderzoek ‘Horsterstraat Duiven, De Klinker B.V., kenmerk: K2420263, d.d. 13 november 2024’. Ter plaatse van de Horsterstraat heeft De Klinker B.V. een nader onderzoek uitgevoerd. De sterke verontreinigingen uit het verkennende bodemonderzoek worden hierbij nader onderzocht om de omvangen te kunnen vaststellen. Middels afperkende boringen zijn de sterke verontreinigingen in beeld gebracht. De sterke koperverontreiniging blijft beperkt tot boring 03 van traject 0,12-0,30 m-mv. De sterke koper- en loodverontreiniging blijft beperkt tot boring 10 van traject 0,4-0,6 m-mv. Zowel in horizontale als verticale richtingen zijn de sterke verontreinigingen afgeperkt. De omvangen van beide verontreinigingen worden geschat op enkele kubieke meters. 2.4 Bodem en hydrologische gegevens Onderstaande informatie uit tabel 3 is afkomstig van Dinoloket.

Het betreft de bodemopbouw zoals aangetroffen in een boring verricht in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Tabel 3: Bodemopbouw

Bodemopbouw en hydrologische gegevens Hoogte maaiveld (m+NAP) Diepte freatisch grondwater Regionale grondwaterstromingsrichting Grondwater onderhevig aan invloeden van buitenaf

Ca. 9,5 m+NAP Ca. 1,0 meter min maaiveld Noordwestelijk Lokaal kan de stromingsrichting afwijken vanwege de aanwezigheid van nabijgelegen watergangen/oppervlaktewater. Voor zover bekend zijn er geen

5

Grondwaterbeschermingsgebied Bodemopbouw

onttrekkingen, infiltraties of drainages welke invloed hebben op onderhavige locatie. Nee Tot 1,5 m-mv klei; Van 1,5-2,5 m-mv zand; Van 2,5-3,0 m-mv klei; Van 3,0-3,5 m-mv veen. Tot ca. 3,0 m-mv afzettingen afkomstig van de Formatie van Echteld. Daaronder afzettingen afkomstig van de Formaties van Nieuwkoop en Kreftenheye.

2.5 Locatie-inspectie Voorafgaand aan het veldwerk tijdens de uitvoering is door de veldwerker een locatie-inspectie uitgevoerd. Bij de inspecties zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging met uitzondering van de aanwezige mestopslag. Rondom de mestopslag zal de bodem worden onderzocht in een separate deellocatie. 2.6 Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek op verdacht op het voorkomen van licht tot sterke bodemverontreinigingen met zware metalen en PAK. Nabij de onderzoekslocatie is een boomgaard aanwezig (geweest). De onderzoekslocatie zelf is onverdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). De onderzoekslocatie is onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Bij het eventueel aantreffen van bodemvreemd materiaal of puin in de grond dient te worden na gegaan in hoeverre er sprake kan zijn van de mogelijk aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. De locatie is verdacht op het voorkomen van PFAS (met name in de bovengrond). 2.7 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek wordt verwacht dat de bodem ter plaatse van het weiland wordt beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Er wordt verwacht dat er op en nabij de toegang tot het perceel, het dammetje, een maximale kwaliteitsklasse industrie wordt aangetroffen.

Op basis van PFAS worden er geen gebruiksbeperkingen verwacht. Het weiland wordt aangemerkt als ‘onverdacht’. Deellocaties voormalige bebouwing en toegang perceel worden aangemerkt als ‘verdacht’. De locatie wordt onderzocht op basis van de NEN 5740 en NEN 5707. Ter plaatse van het weiland wordt de strategie onverdacht grootschalig niet lijnvormig (ONV-GR-NL) aangehouden. Er is voor alsnog geen reden tot verdachte activiteiten op of direct nabij het weiland. Ter plaatse van de voormalige bebouwing op het centrale deel van het weiland en de toegang van het perceel wordt de strategie verdacht heterogeen niet lijnvormig (VED-HE-NL) aangehouden. Op deze deellocaties wordt verwacht dat er bodemvreemde materialen worden aangetroffen. Een andere reden is dat deze locaties wat intensiever gebruikt zijn/worden en dat er mogelijk verdachte activiteiten in het verleden hebben plaatsgevonden. Voormalige bebouwing en bodemvreemde materialen zijn tevens verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Om deze reden worden er, aansluitend op het aantal boringen, asbestgaten gegraven om na te gaan of er bodemvreemd materiaal in de bodem aanwezig is.

6

In tabel 4 staat de onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 4: Onderzoeksopzet

Locatie

Strategie

Oppervlakte

omschrijving

NEN 5740

m2/ha

Weiland

ONV-GR-NL

Aantal boringen 0,5 m-mv

Max 2,0 mmv 8

Ca. 56 15 ha Voormalige VED-HE-NL Ca. 6 2 bebouwing 1.300 m2 Toegang VED-HE-NL Ca. 4 2 perceel 672 m2 ANALYSEPAKKET GRONDMONSTERS (NEN) Lutum en organische stof Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) + As PCB's Minerale olie (C10-40) PAK (10 VROM) Aanvulling PFAS

Analyses benodigd peilbuizen

bovengrond

ondergrond

grondwater

16

8 x NEN

16 x NEN

1

10 x NEN + 4x PFAS 2x NEN + PFAS

1x NEN

1x NEN

1

2x NEN + PFAS

1x NEN

1x NEN

ANALYSEPAKKET GRONDWATERMONSTERS (NEN) Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) + As Minerale olie (C10-40) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen Vluchtige aromaten (BETXN)

Er is nog geen rekening gehouden met een asbest-in-bodem onderzoek ter plaatse van deellocatie ‘Weiland’. Bij het aantreffen van puin of asbestverdacht materiaal in de grond wordt aanbevolen om dit alsnog te doen. Bij de verdachte deellocaties wordt een verkennend asbest(gaten) onderzoek uitgevoerd op basis van de NEN 5725 conform de NEN 5707, strategie ‘Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Zie onderstaande onderzoeksopzet. Locatie

Strategie

Oppervlakte

omschrijving NEN 5707 m2 Voormalige Afgeleid van VED-HE Ca. bebouwing (pag. 32, tabel 7) 1.300 m2 Toegang Afgeleid van VED-HE Ca. perceel (pag. 32, tabel 7) 672 m2 ANALYSEPAKKET ASBESTGRONDMONSTERS (NEN) Asbest in grond / Asbest in puin

Aantal asbestgaten

Analyses benodigd

0,5 m-mv 6

+ boring tot 2,0 m-mv 2

Asbestanalyse 2x asbest in grond

4

2

1x asbest in grond

7

3. Veldwerkzaamheden 3.1

Algemeen

Verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 Conform protocol 2001 Ja Datum 16, 17, 18 september, 16 en 25 oktober, 4 november 2024 Veldmedewerker(s) Dhr. T.H.T. Klumpenhouwer & Dhr. L.H. Versluis & Dhr. F.J. Hopperus Buma & Dhr. T. de Haan van Diseo BV, certificaat EC-SIK-20294 Afwijkingen Geen Bijzonderheden Bodemvreemd materiaal aangetroffen ter plaatse van deellocatie toegang perceel, visueel geen asbest waargenomen Conform protocol 2002 Ja Datum 26 september, 15 en 16 oktober en 4 november 2024 Veldmedewerker(s) Dhr. L. Straalman & Dhr. F.J. Hopperus Buma & Dhr. T.H.T. Klumpenhouwer van Diseo BV, certificaat EC-SIK-20294 Afwijkingen Geen Bijzonderheden Geen Conform protocol 2018 Ja Datum 16 en 18 september 2024 Veldmedewerker(s) Dhr. L.H. Versluis & Dhr. F.J. Hopperus Buma van Diseo BV, certificaat EC-SIK-20294 Afwijkingen Geen Bijzonderheden Bodemvreemd materiaal aangetroffen ter plaatse van deellocatie toegang perceel, visueel geen asbest waargenomen

Het veldwerk is deels uitgevoerd op 16, 17 en 18 september 2024. Na het verwijderen van het mais op een gedeelte van het perceel is op 16 en 25 oktober 2024 het veldwerk vervolgt. Op 4 november 2024 zijn de laatste boringen uitgevoerd. De boorpunten zijn voorafgaand aan het veldwerk vastgelegd in een boorplan. De boorpunten zijn met behulp van RTK-GPS benaderd. In bijlage 2 is de plaats van de boringen in de situatietekening opgenomen. Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. De peilbuizen zijn geplaatst op 16 en 17 september en 16 oktober 2024. Het grondwater is bemonsterd op 26 september, 15 en 16 oktober en 4 november 2024. Hiermee wordt voldaan aan de minimaal vereiste wachttijd van één week tussen plaatsen van de peilbuizen en bemonsteren van het grondwater. 3.2 Zintuigelijke waarnemingen In tabel 5 zijn de zintuigelijke waarnemingen zoals aangetroffen bij de uitvoering van het veldwerk opgenomen. Tabel 5: Zintuigelijke waarnemingen

Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

A03 A04 A05

0,50 0,50 2,70

A06 A07 A09 A10

0,50 0,50 0,50 0,50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 2,40 - 2,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

zwak roesthoudend zwak roesthoudend matig ijzerconcreties laagjes veen zwak roesthoudend sporen roest sporen roest sporen roest

8

Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

A11 A13 A14 A15

0,50 0,50 0,50 2,50

A16 A17 A18 A21 A22 A23 A24 A25 A31 A32

0,50 0,50 2,00 0,50 0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 2,50

A33 A34 A35

0,50 0,50 2,00

A36 A37 A38 A39 A40 A41 A42 A43

0,50 0,50 0,50 2,50 0,50 0,50 0,50 2,50

A44 A45 A46 A47 A48 A55 A56 A57 A59 A60 A61 A62

0,50 0,50 2,00 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 2,00

A63 A64 A65 A66 A78 A83 B01 B02 B03 B04 B05 B07 B08 B09

0,50 0,50 2,50 0,50 2,50 2,50 0,50 2,50 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 2,00

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 2,30 - 2,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,80 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,85 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,80 2,20 - 2,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,80 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 2,30 - 2,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,40 - 0,90 1,70 - 2,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 1,50 - 2,50 0,00 - 0,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

sporen roest sporen roest, zwak verbrandingsresten sporen roest, zwak verbrandingsresten matig ijzerconcreties sporen veen sporen roest, zwak verbrandingsresten sporen roest, zwak verbrandingsresten zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend, zwak koolhoudend zwak veenhoudend zwak roesthoudend zwak baksteenhoudend, zwak roesthoudend matig roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend, zwak koolhoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend zwak roesthoudend zwak veenhoudend matig roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend matig roesthoudend sterk veenhoudend zwak roesthoudend matig roesthoudend laagjes zand, laagjes veen zwak roesthoudend laagjes veen, laagjes zand laagjes zand resten kolen resten beton, resten kolen resten kolen resten kolen resten kolen resten kolen resten kolen resten baksteen, resten kolen

9

Boring

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

B10 C01

0,50 3,00

C04 C05 C06

2,00 2,00 2,00

C07 C08

2,00 0,50

0,00 - 0,50 0,00 - 0,70 0,70 - 1,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Klei Klei Klei Zand Klei Zand Zand Klei Klei

brokken baksteen, resten kolen, resten beton matig roesthoudend matig roesthoudend sporen baksteen resten baksteen, resten beton brokken baksteen, brokken beton, resten glas, resten plastic matig asfalthoudend, resten baksteen, resten beton resten baksteen, resten beton, resten glas resten baksteen, resten beton, resten glas

Uit de boorprofielen blijkt dat de bodem tot de maximale boordiepte voornamelijk uit klei bestaat. Plaatselijk wordt (ook) zand en/of veen aangetroffen. Tijdens het veldwerk is een visuele inspectie uitgevoerd met betrekking tot asbest. Tijdens deze inspectie is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Er zijn echter wel in diverse gradaties bodemvreemde materialen aangetroffen in de bodem ter plaatse van de verdachte deellocaties. Het gaat hierbij om (zeer) lichte tot matige bijmengingen met baksteen, beton, asfalt, kooldeeltjes, glas en/of plastic. Ter plaatse van een aantal boorpunten zijn tevens verbrandingsresten waargenomen. 3.3 Gegevens grondwater Van de grondwatermonsters is de pH, de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid gemeten in het veld. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Gegevens grondwater

Peilbuis

Filterdiepte (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

A05 A08 A12 A15 A20 A26 A32 A39 A43 A51 A54 A58 A65 A74 A78 A83 B02 C01

1,70 - 2,70 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,20 - 2,20 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,80 - 2,80

0,70 0,60 0,72 0,82 0,60 0,52 0,80 0,90 0,90 0,79 0,45 0,40 1,10 0,65 0,80 1,00 0,85 1,30

6,6 7,0 6,8 5,9 6,0 7,7 6,6 6,7 6,5 7,1 6,5 7,1 6,7 5,9 6,0 7,1 6,5 7,0

680 354 801 358 509 268 1005 486 784 291 540 487 521 576 611 493 1030 432

9,47 10,1 3,62 42,2 17,2 7,53 94,3 5,21 10,3 12,4 3,35 4,23 6,81 3,56 7,84 5,17 48,6 19,5

De troebelheid van diverse grondwatermonsters is hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan invloed hebben op de analyseresultaten, met name voor organische parameters. Indien de analyseresultaten van het grondwater onverwachte bijzonderheden vertonen kan herbemonstering, met aandacht voor een verminderde troebelheid, overwogen worden. Het grondwater uit peilbuizen A32 en B02 bevatten

10

relatief hoge EC en NTU waarden. De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. 3.4 Analysesamenstelling bodem en grondwater De chemische analyses van de bodem- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico. Alle geanalyseerde bodem- en grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform AS 3000. De selectie van de bodem- en grondwatermonsters ten behoeve van de analyse heeft plaatsgevonden op basis van zintuiglijke waarnemingen, bodemclassificatie en ruimtelijke ligging. In tabel 7 en tabel 8 is een overzicht van de monsterselectie en bijhorende analyses weergegeven. Tabel 7: Analysesamenstelling bodem

AnalyseTraject monster (m -mv) Vak A - Weiland A32-1 0,00 - 0,50

Deelmonsters

Bijmenging

Analysepakket

A32 (0,00 - 0,50)

Zwak kooldeeltjes

A34-1

0,00 - 0,50

A34 (0,00 - 0,50)

Zwak baksteen

A39-1

0,00 - 0,50

A39 (0,00 - 0,50)

Zwak kooldeeltjes

MMA01

0,00 - 0,50

-

MMA02

0,00 - 0,50

MMA03

0,00 - 0,50

A27 (0,00 - 0,50) A28 (0,00 - 0,50) A29 (0,00 - 0,50) A30 (0,00 - 0,50) A31 (0,00 - 0,50) A33 (0,00 - 0,50) A35 (0,00 - 0,50) A36 (0,00 - 0,50) A37 (0,00 - 0,50) A38 (0,00 - 0,50) A40 (0,00 - 0,50) A41 (0,00 - 0,50) A42 (0,00 - 0,50) A43 (0,00 - 0,50) A44 (0,00 - 0,50) A45 (0,00 - 0,50) A46 (0,00 - 0,50) A47 (0,00 - 0,50) A48 (0,00 - 0,50) A49 (0,00 - 0,50) A50 (0,00 - 0,50) A51 (0,00 - 0,50) A52 (0,00 - 0,50) A53 (0,00 - 0,50) A54 (0,00 - 0,50) A55 (0,00 - 0,50) A56 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

11

Analysemonster

Traject (m -mv)

MMA04

0,00 - 0,50

MMA05

0,00 - 0,50

MMA06

0,00 - 0,50

MMA07

0,50 - 1,60

MMA08

0,50 - 2,00

MMA09

0,40 - 2,00

Deelmonsters A57 (0,00 - 0,50) A58 (0,00 - 0,50) A59 (0,00 - 0,50) A60 (0,00 - 0,50) A61 (0,00 - 0,50) A62 (0,00 - 0,40) A63 (0,00 - 0,50) A64 (0,00 - 0,50) A65 (0,00 - 0,50) A66 (0,00 - 0,50) A67 (0,00 - 0,50) A68 (0,00 - 0,50) A69 (0,00 - 0,50) A70 (0,00 - 0,50) A71 (0,00 - 0,50) A72 (0,00 - 0,50) A73 (0,00 - 0,50) A74 (0,00 - 0,50) A75 (0,00 - 0,50) A76 (0,00 - 0,50) A77 (0,00 - 0,50) A78 (0,00 - 0,50) A79 (0,00 - 0,50) A80 (0,00 - 0,50) A81 (0,00 - 0,50) A82 (0,00 - 0,50) A83 (0,00 - 0,50) A29 (0,50 - 1,00) A29 (1,00 - 1,50) A32 (0,50 - 0,80) A32 (1,30 - 1,50) A35 (0,50 - 0,80) A35 (1,30 - 1,60) A39 (0,50 - 0,70) A39 (1,20 - 1,50) A43 (0,90 - 1,40) A43 (1,40 - 1,60) A46 (0,50 - 0,70) A46 (1,20 - 1,50) A46 (1,50 - 1,70) A51 (0,50 - 1,00) A51 (1,00 - 1,50) A54 (0,50 - 1,00) A54 (1,00 - 1,25) A58 (0,50 - 1,00) A58 (1,50 - 2,00) A62 (0,40 - 0,90) A62 (1,70 - 2,00) A65 (0,50 - 1,00) A65 (1,50 - 2,00) A69 (0,50 - 1,00) A69 (1,00 - 1,50)

Bijmenging

Analysepakket

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

12

Analysemonster

Traject (m -mv)

MMA10

0,50 - 2,00

MMA11

0,50 - 3,00

MMA12

1,00 - 2,00

MMA13

0,50 - 1,80

MMA14

0,00 - 0,50

MMA15

0,00 - 0,50

MMA16

0,00 - 0,50

Deelmonsters A71 (0,50 - 1,00) A71 (1,00 - 1,50) A74 (0,50 - 1,00) A74 (1,00 - 1,50) A78 (0,50 - 1,00) A78 (1,50 - 2,00) A80 (0,50 - 1,00) A80 (1,00 - 1,50) A83 (0,50 - 1,00) A83 (1,50 - 2,00) A29 (1,50 - 2,00) A32 (1,50 - 2,00) A35 (1,60 - 2,00) A39 (1,50 - 2,00) A43 (0,50 - 0,90) A43 (2,10 - 2,30) A51 (1,50 - 2,00) A51 (2,50 - 3,00) A54 (1,25 - 1,75) A54 (1,75 - 2,00) A58 (1,00 - 1,50) A62 (1,20 - 1,70) A65 (1,00 - 1,50) A69 (1,50 - 2,00) A71 (1,50 - 2,00) A74 (1,50 - 2,00) A80 (1,50 - 2,00) A83 (1,00 - 1,50) A05 (1,20 - 1,70) A08 (1,30 - 1,80) A12 (1,00 - 1,50) A15 (0,50 - 1,00) A20 (1,20 - 1,70) A26 (1,30 - 1,80) A06 (0,00 - 0,50) A07 (0,00 - 0,50) A10 (0,00 - 0,50) A11 (0,00 - 0,50) A13 (0,00 - 0,50) A14 (0,00 - 0,50) A16 (0,00 - 0,50) A17 (0,00 - 0,50) A18 (0,00 - 0,50) A21 (0,00 - 0,50) A23 (0,00 - 0,50) A25 (0,00 - 0,50)

Bijmenging

Analysepakket

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

Zwak verbrandingsresten

PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

Resten kooldeeltjes en beton

PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

Resten kooldeeltjes en baksteen

PFAS (28) Handelingskader,

Vak B - Voormalige bebouwing

MMB01

0,00 - 0,50

MMB02

0,00 - 0,50

B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50)

13

Analysemonster

MMB03

Traject (m -mv)

0,50 - 1,50

Deelmonsters B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B02 (0,50 - 1,00) B02 (1,00 - 1,50) B06 (0,50 - 1,00) B09 (0,50 - 1,00)

Bijmenging

Analysepakket Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

-

PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

Vak C - Toegang perceel

MMC01

0,00 - 0,50

MMC02

0,00 - 0,50

MMC03

0,00 - 0,50

MMC04

0,50 - 2,00

MMC05

0,50 - 2,00

MMpuin

0,00 - 0,60

MMslakken

0,10 - 0,30

MMverbr.resten 0,00 - 0,50

C01 (0,00 - 0,50) C02 (0,00 - 0,50) C03 (0,00 - 0,50) C06 (0,00 - 0,30) C06 (0,30 - 0,50) C05 (0,00 - 0,50) C07 (0,00 - 0,50) C08 (0,00 - 0,50) C01 (0,70 - 1,20) C01 (1,20 - 1,40) C02 (0,50 - 1,00) C02 (1,00 - 1,50) C03 (0,50 - 1,00) C03 (1,50 - 2,00) C04 (0,50 - 1,00) C05 (0,50 - 1,00) C05 (1,50 - 2,00) C07 (0,80 - 1,30) C02 (1,50 - 2,00) C06 (0,50 - 1,00) C06 (1,00 - 1,50) C06 (1,50 - 2,00) C07 (0,50 - 0,80) C06-1 (0,00 - 0,30) C06-1 (0,40 - 0,60) C06-8 (0,00 - 0,50) C06-3 (0,10 - 0,30) C06-4 (0,10 - 0,30) C06-1 (0,30 - 0,40) C06-2 (0,00 - 0,40) C06-7 (0,00 - 0,50)

Matig asfalt met resten baksteen, beton, glas en plastic Resten baksteen, beton en glas

-

-

Standaardpakket grond incl. LUOS + arseen

Fundatie gemengd puin

Bouwstoffen indicatief+uitloog 15met+4anion

Fundatie slakken

Bouwstoffen indicatief+uitloog 15met+4anion Bouwstoffen indicatief+uitloog 15met+4anion

Fundatie verbrandingsresten

De analysemonsters zijn samengesteld op basis van textuur en zintuigelijke waarnemingen. Vanwege de onverdachtheid van deellocatie weiland (vak A) zijn er meerdere deelmonsters bij elkaar gevoegd tot een mengmonster. Analysemonsters A32-1, A34-1 en A39-1 zijn separaat geanalyseerd vanwege de waargenomen bijmengingen. Tevens zijn er in verband met het aantreffen van verschillende fundatielagen aanvullende analyses (schudproef bouwstof) ingezet ter plaatse van vak C.

14

Tabel 8: Analysesamenstelling grondwater

Analysemonster A05-1-1 A08-1-1 A12-1-1 A15-1-1 A20-1-1 A26-1-1 A32-1-1 A39 A43-1-1 A51 A54-A51-1 * A58-1-1 A65 A74-A51-1 * A78-A78-1 A83 B02 C01

Filterdiepte (m -mv)

Analysepakket

1,70 - 2,70 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,20 - 2,20 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,80 - 2,80

Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater Arseen (As), Standaardpakket grondwater

* Per abuis zijn de analysebenamingen van peilbuizen A54 en A74 tevens benoemd als A51.

Er zit per abuis verschil in analysebenaming van de grondwatermonsters vanwege de bemonstering door verschillende erkende veldwerkers op verschillende data. 3.5 Analysesamenstelling asbestmonsters De analyses van de asbestgrondmonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties asbest. De analyses zijn door Eurofins Analytico uitbesteed aan het door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut. In tabel 9 is een overzicht van de monsterselectie en bijhorende analyses weergegeven. Tabel 9: Analysesamenstelling asbestmonsters

AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) Vak B - Voormalige bebouwing MMB04 0,00 - 0,50 B01 (0,00 - 0,50) + B02 (0,00 - 0,50) + B03 (0,00 - 0,50) + B04 (0,00 - 0,50) + B05 (0,00 - 0,50) + B06 (0,00 - 0,50) + B07 (0,00 - 0,50) + B08 (0,00 - 0,50) MMB05 0,00 - 0,50 B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) Vak C - Toegang perceel MMC06 0,00 - 0,50 C05 (0,00 - 0,50) + C07 (0,00 - 0,50) + C08 (0,00 - 0,50) MMC07 0,00 - 0,50 C04 (0,00 - 0,50) + C06 (0,00 - 0,30) + C06 (0,30 - 0,50) MMpuin-asb

0,00 - 0,60

C06-1 (0,00 - 0,30) + C06-1 (0,40 - 0,60) + C06-8 (0,00 - 0,50)

Bijmenging

Analysepakket

Resten kooldeeltjes en beton

Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Resten kooldeeltjes, baksteen en beton

Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Resten baksteen, beton en glas

Asbest Grond NEN5898 2016 ext Asbest Grond NEN5898 2016 ext

Matig asfalt met resten baksteen, beton, glas en plastic Fundatie gemengd puin

Asbest Puin NEN5898 2016 ext

15

Ter plaatse van vakken B en C is tot de maximale onderzoeksdiepte klei aangetroffen, met uitzondering van boringen C04 en C06 waarbij zand is aangetroffen. Ter plaatse van boring C06 is een bodemlaag met een matige bijmenging met asfalt aangetroffen. Dit zijn naar alle waarschijnlijkheid verbrandingsresten, toelichting volgt in hoofdstuk 5. In de bovengrond zijn resten kooldeeltjes (/ verbrandingsresten), baksteen, beton en in vak C tevens glas en plastic aangetroffen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Voor deze locaties is het percentage bodemvreemd materiaal kleiner dan 50%. Om deze reden is er van de verdachte bovenlaag per deellocatie minimaal 10 kg/ds materiaal verzameld ten behoeve van de analyse ‘Asbest in grond’. Alleen ter plaatse van boring C06 is het percentage bodemvreemd materiaal groter dan 50%. Om deze reden is er van de verdachte bovenlaag per deellocatie minimaal 25 kg/ds materiaal verzameld ten behoeve van de analyse ‘Asbest in puin’.

16

4. Resultaten 4.1 Toetsingskader De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond. De landbouw/natuurwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De analysegegevens zijn getoetst zoals deze zijn opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) en Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) op basis van de normen uit de Regeling Bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022). Tevens is getoetst aan het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK-2023/377869, d.d. 29 december 2023). De toetsingsresultaten zijn in de bijlagen opgenomen. In bijlage 3 is naast de boorprofielen ook de kwaliteit, op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (T.101), van het materiaal in kleur weergegeven. De benamingen van de kwaliteitsklassen zijn geconformeerd aan de Regeling Bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022). De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de concentratie hoger te zijn dan de interventiewaarde.

In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: -

-

-

Landbouw/natuur: de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de waarde van de kwaliteit voor Landbouw en natuur; Wonen: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de landbouw-/natuurwaarde maar lager dan of gelijk aan de gehalten voor klasse wonen zoals vermeld zijn in de regeling bodemkwaliteit(2022); Industrie: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de waarde voor klasse wonen maar lager dan of gelijk aan de gehalten voor klasse industrie zoals vermeld zijn in de regeling bodemkwaliteit(2022); Matig verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de klasse industrie maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; Sterk verontreinigd: de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde (>I-waarde) (index >1,0).

Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. Wanneer de concentratie van een stof de halve som van de landbouw/natuur- en de interventiewaarde (index >0,5 en <1,0) wordt overschreden, wordt aanbevolen om uit te sluiten dat een sterke verontreiniging op de onderzoekslocatie aanwezig is. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt in de meeste gevallen een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang van de verontreiniging in beeld te brengen.

17

De kwaliteitseisen voor de kwaliteitsklassen ‘matig verontreinigd’ en ‘sterk verontreinigd’ zijn gebaseerd op de interventiewaarde bodem. De afleiding van de risico’s voor de mens en ecologie zijn op dezelfde methode gebaseerd als beschreven bij de kwaliteitseis voor de kwaliteitsklasse wonen, alleen is bij de kwaliteitseis voor de kwaliteitsklassen ‘matig verontreinigd’ (bovengrens) en ‘sterk verontreinigd’ (ondergrens) uitgegaan van een blootstellingsscenario voor de mens met een hoge mate van ingestie van grond (hand-mond gedrag) via contact met grond en een gemiddelde gewasconsumptie uit eigen tuin. Dit onderscheid is gemaakt door van graven en saneren aparte milieubelastende activiteiten te maken. Voor graven in grond boven de interventiewaarde was onder de Wet bodembescherming een BUSmelding (Besluit uniforme saneringen) of een saneringsplan nodig. Onder de Omgevingswet is voor graven geen vergunning meer nodig, maar volstaat een melding en/of het aanleveren van gegevens voorafgaand aan de activiteit. Uitvoering van een nader onderzoek asbest in bodem is noodzakelijk wanneer er tijdens een verkennend bodemonderzoek asbesthoudend materiaal in grond-, puin en/of verzamelmonsters wordt aangetoond of er sterke aanwijzingen zijn dat er sprake kan zijn van de aanwezigheid van asbest.

Met een nader asbest onderzoek wordt de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt zo nodig een aanvullend nader onderzoek uitgevoerd om de omvang van de verontreiniging te bepalen, mocht dit met een eerste nader onderzoek nog niet bepaald zijn. 4.2 Toetsing analyses De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de landbouw/natuur- (LN) en interventiewaarden (Iwaarde) uit de circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering. In de toetsingstabel zijn zowel de landbouw/natuurwaarden (LN) als de interventiewaarden (I-waarde) voor microverontreinigingen opgenomen. De landbouw/natuur- en interventiewaarden zijn afhankelijk van het (gemeten) lutum- en organisch stofgehalte van de bodem. Tevens zijn de resultaten (indicatief) getoetst conform het toetsingskader BoToVa T.101 voor toepassing in op of in landbodem. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). De PFAS-metingen zijn getoetst aan het Handelingskader PFAS (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: IENW/BSK-2023/377869, d.d. 29 december 2023), categorie 4.1. De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de asbestgrondmonsters geschiedt op basis van het Besluit Bodemkwaliteit.

De hoogte van zowel de interventiewaarde, de hergebruikwaarde, als de rest-concentratienorm voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. De berekening voor de toetsing aan deze norm wordt op de volgende wijze uitgevoerd: (10x gehalte ambifool asbest)+(gehalte serpentijn asbest)=<100 mg/kg d.s. Indien de norm op een plaats wordt overschreden, dan is er sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging (chrysotiel (witte asbest) is serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibool asbest, veel voorkomend zijn amosiet en crocidoliet).

18

De gemeten waarden van de onderzochte analysemonsters zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen. 4.3 Analyseresultaten en interpretatie chemisch onderzoek In tabel 9 zijn de analyseresultaten weergegeven. De benamingen van de kwaliteitsklassen zijn geconformeerd aan de Regeling Bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022). Tabel 9: Analyseresultaten bodem

Analysemonster

Deelmonsters

Vak A - Weiland A32-1 A32 (0,00 - 0,50) A34-1 A34 (0,00 - 0,50) A39-1 A39 (0,00 - 0,50) MMA01 A27 (0,00 - 0,50) A28 (0,00 - 0,50) A29 (0,00 - 0,50) A30 (0,00 - 0,50) A31 (0,00 - 0,50) A33 (0,00 - 0,50) A35 (0,00 - 0,50) A36 (0,00 - 0,50) A37 (0,00 - 0,50) A38 (0,00 - 0,50) MMA02 A40 (0,00 - 0,50) A41 (0,00 - 0,50) A42 (0,00 - 0,50) A43 (0,00 - 0,50) A44 (0,00 - 0,50) A45 (0,00 - 0,50) A46 (0,00 - 0,50) A47 (0,00 - 0,50) A48 (0,00 - 0,50) A49 (0,00 - 0,50) MMA03 A50 (0,00 - 0,50) A51 (0,00 - 0,50) A52 (0,00 - 0,50) A53 (0,00 - 0,50) A54 (0,00 - 0,50) A55 (0,00 - 0,50) A56 (0,00 - 0,50) A57 (0,00 - 0,50) A58 (0,00 - 0,50) A59 (0,00 - 0,50) MMA04 A60 (0,00 - 0,50) A61 (0,00 - 0,50) A62 (0,00 - 0,40) A63 (0,00 - 0,50) A64 (0,00 - 0,50) A65 (0,00 - 0,50)

> L/N (+index)

> I (+index)

Beoordeling Handelingskader PFAS (categorie 4.1)

Indicatieve beoordeling kwaliteitsklasse Rbk 2022

Bijmenging

Kobalt (-) Nikkel (0,03)

-

x x x Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur Landbouw/Natuur Landbouw/Natuur Landbouw/Natuur

Zwak kooldeeltjes Zwak baksteen Zwak kooldeeltjes -

Nikkel (0,03)

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

-

Kobalt (0,01) Nikkel (0,07)

-

x

Landbouw/Natuur

-

19

Analysemonster

MMA05

MMA06

MMA07

MMA08

MMA09

MMA10

Deelmonsters

A66 (0,00 - 0,50) A67 (0,00 - 0,50) A68 (0,00 - 0,50) A69 (0,00 - 0,50) A70 (0,00 - 0,50) A71 (0,00 - 0,50) A72 (0,00 - 0,50) A73 (0,00 - 0,50) A74 (0,00 - 0,50) A75 (0,00 - 0,50) A76 (0,00 - 0,50) A77 (0,00 - 0,50) A78 (0,00 - 0,50) A79 (0,00 - 0,50) A80 (0,00 - 0,50) A81 (0,00 - 0,50) A82 (0,00 - 0,50) A83 (0,00 - 0,50) A29 (0,50 - 1,00) A29 (1,00 - 1,50) A32 (0,50 - 0,80) A32 (1,30 - 1,50) A35 (0,50 - 0,80) A35 (1,30 - 1,60) A39 (0,50 - 0,70) A39 (1,20 - 1,50) A43 (0,90 - 1,40) A43 (1,40 - 1,60) A46 (0,50 - 0,70) A46 (1,20 - 1,50) A46 (1,50 - 1,70) A51 (0,50 - 1,00) A51 (1,00 - 1,50) A54 (0,50 - 1,00) A54 (1,00 - 1,25) A58 (0,50 - 1,00) A58 (1,50 - 2,00) A62 (0,40 - 0,90) A62 (1,70 - 2,00) A65 (0,50 - 1,00) A65 (1,50 - 2,00) A69 (0,50 - 1,00) A69 (1,00 - 1,50) A71 (0,50 - 1,00) A71 (1,00 - 1,50) A74 (0,50 - 1,00) A74 (1,00 - 1,50) A78 (0,50 - 1,00) A78 (1,50 - 2,00) A80 (0,50 - 1,00)

> L/N (+index)

> I (+index)

Beoordeling Handelingskader PFAS (categorie 4.1)

Indicatieve beoordeling kwaliteitsklasse Rbk 2022

Bijmenging

-

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

-

Nikkel (0,02)

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

Nikkel (0,11)

-

x

Landbouw/Natuur

-

20

Analysemonster

Deelmonsters

A80 (1,00 - 1,50) A83 (0,50 - 1,00) A83 (1,50 - 2,00) MMA11 A29 (1,50 - 2,00) A32 (1,50 - 2,00) A35 (1,60 - 2,00) A39 (1,50 - 2,00) A43 (0,50 - 0,90) A43 (2,10 - 2,30) A51 (1,50 - 2,00) A51 (2,50 - 3,00) A54 (1,25 - 1,75) A54 (1,75 - 2,00) MMA12 A58 (1,00 - 1,50) A62 (1,20 - 1,70) A65 (1,00 - 1,50) A69 (1,50 - 2,00) A71 (1,50 - 2,00) A74 (1,50 - 2,00) A80 (1,50 - 2,00) A83 (1,00 - 1,50) MMA13 A05 (1,20 - 1,70) A08 (1,30 - 1,80) A12 (1,00 - 1,50) A15 (0,50 - 1,00) A20 (1,20 - 1,70) A26 (1,30 - 1,80) MMA14 A06 (0,00 - 0,50) A07 (0,00 - 0,50) A10 (0,00 - 0,50) A11 (0,00 - 0,50) MMA15 A13 (0,00 - 0,50) A14 (0,00 - 0,50) A16 (0,00 - 0,50) A17 (0,00 - 0,50) MMA16 A18 (0,00 - 0,50) A21 (0,00 - 0,50) A23 (0,00 - 0,50) A25 (0,00 - 0,50) Vak B - Voormalige bebouwing MMB01 B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) MMB02 B05 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) MMB03 B02 (0,50 - 1,00) B02 (1,00 - 1,50)

> L/N (+index)

> I (+index)

Beoordeling Handelingskader PFAS (categorie 4.1)

Indicatieve beoordeling kwaliteitsklasse Rbk 2022

Bijmenging

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

-

-

x

Landbouw/Natuur

-

Nikkel (0,1)

-

x

Landbouw/Natuur

-

Nikkel (0,05)

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

Zwak verbrandingsresten

Nikkel (0,03)

-

x

Landbouw/Natuur

-

Nikkel (0,02)

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

Resten kooldeeltjes en beton

Zink (0,01)

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

Resten kooldeeltjes en baksteen

Zink (0,11)

-

x

Industrie

-

21

Analysemonster

Deelmonsters

B06 (0,50 - 1,00) B09 (0,50 - 1,00) Vak C - Toegang perceel MMC01 C01 (0,00 - 0,50) C02 (0,00 - 0,50) C03 (0,00 - 0,50) MMC02 C06 (0,00 - 0,30) C06 (0,30 - 0,50)

MMC03

C05 (0,00 - 0,50) C07 (0,00 - 0,50) C08 (0,00 - 0,50)

MMC04

C01 (0,70 - 1,20) C01 (1,20 - 1,40) C02 (0,50 - 1,00) C02 (1,00 - 1,50) C03 (0,50 - 1,00) C03 (1,50 - 2,00) C04 (0,50 - 1,00) C05 (0,50 - 1,00) C05 (1,50 - 2,00) C07 (0,80 - 1,30) C02 (1,50 - 2,00) C06 (0,50 - 1,00) C06 (1,00 - 1,50) C06 (1,50 - 2,00) C07 (0,50 - 0,80)

MMC05

> L/N (+index)

> I (+index)

Beoordeling Handelingskader PFAS (categorie 4.1)

Indicatieve beoordeling kwaliteitsklasse Rbk 2022

Bijmenging

-

-

Landbouw/ Natuur

Landbouw/Natuur

-

PCB (som 7) (0,02) Minerale olie C10 - C40 (0,12) Kobalt (0,03) Nikkel (0,21) Cadmium (0,04) Lood (0,63) PCB (som 7) (0,01) Minerale olie C10 - C40 (0,06) Koper (0,05) Zink (0,06) Lood (0,04) PAK 10 VROM (0,49) Nikkel (0,02)

Koper (2,66) Zink (1,25) PAK 10 VROM (1,38)

x

Sterk verontreinigd

Matig asfalt met resten baksteen, beton, glas en plastic

-

Landbouw/ Natuur

Industrie

Resten baksteen, beton en glas

-

x

Landbouw/Natuur

-

PCB (som 7) (0,01) Minerale olie C10 - C40 (0,01) PAK 10 VROM (0,13)

-

x

Industrie

-

-: geen overschrijding van landbouw- en natuurwaarde aan onderzochte parameters >L/N: Overschrijding landbouw- en natuurwaarde aan aangegeven parameter(s) >I: Overschrijding interventiewaarde aan aangegeven parameter(s) x: Niet geanalyseerd (niet van toepassing)

22

Monsters met overschrijdingen interventiewaarde Op basis van de analyseresultaten wordt er in mengmonster MMC02 een sterke verontreiniging (interventiewaarde-overschrijding) aangetoond met koper, zink en PAK als kritische parameters. In vak A (weiland) worden plaatselijk lichte verhogingen met kobalt en/of nikkel aangetoond. In vak B (voormalige bebouwing) worden lichte verhogingen aangetoond met nikkel of zink. Ter plaatse van vak C worden, met uitzondering van de sterke verontreiniging, lichte verhogingen met diverse parameters aangetoond. Afperkend bodemonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de sterke bodemverontreiniging vast te stellen. Het afperkend bodemonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 5 van onderhavig rapport. Indicatieve kwaliteitsklasse Regeling Bodemkwaliteit (Rbk) Op basis van de Regeling Bodemkwaliteit wordt mengmonster MMC02 beoordeeld als sterk verontreinigd. Vak A wordt indicatief volledig beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. In vak B wordt de bodem tot 0,5 m-mv (bovengrond mengmonsters MMB01 en MMB02) beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Mengmonsters MMB03, MMC03 en MMC05 worden indicatief beoordeeld als kwaliteitsklasse industrie. Mengmonsters MMC01 en MMC04 worden indicatief beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur.

Indicatieve resultaten fundatielagen De verschillende aangetroffen fundatielagen op het dammetje in vak C zijn indicatief geanalyseerd op een schudproef voor bouwstoffen. Uit de resultaten is gebleken dat alle fundatielagen indicatief zijn beoordeeld als toepasbaar op basis van de T.116-toetsing voor kwaliteit bouwstoffen (emissiewaarden) en de T.117-toetsing voor kwaliteit bouwstof standaard samenstellingswaarde worden beoordeeld als toepasbaar. De fundatielagen zijn zowel visueel als analytisch als onverdacht beoordeeld (zie tabel 11, mengmonster MMpuin-asb). Handelingskader PFAS (versie 29-12-2023) Mengmonsters MMA01, MMA03, MMA15, MMB01, MMB02, MMC01 en MMC03 zijn aanvullend geanalyseerd op PFAS. Op basis van het Handelingskader PFAS (versie 29-12-2023), categorie 4.1 bij toepassing op landbodem, zijn alle mengmonsters beoordeeld als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Grondwater In tabel 10 zijn de analyseresultaten weergegeven van de grondwatermonsters. Tabel 10: Analyseresultaten grondwater

Grondwatermonster(s) A05-1-1 A08-1-1 A12-1-1 A15-1-1 A20-1-1 A26-1-1 A32-1-1

Traject (m -mv) 1,70 - 2,70 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50 1,50 - 2,50 1,20 - 2,20 1,80 - 2,80 1,50 - 2,50

>S

>T

>I

Naftaleen (-) Barium (0,01) Naftaleen (-) Barium (0,02)

-

-

23

Grondwatermonster(s)

Traject (m -mv)

A39

1,50 - 2,50

A43-1-1

1,50 - 2,50

A51

2,00 - 3,00

A54-A51-1 A58-1-1

2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

A65 A74-A51-1 A78-A78-1

1,50 - 2,50 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

A83 B02

1,50 - 2,50 1,50 - 2,50

C01

1,80 - 2,80

>S Xylenen (som) (-) Molybdeen (0,01) Barium (0,03) Xylenen (som) (0,01) Barium (0,04) Xylenen (som) (-) Barium (0,02) Xylenen (som) (-) Barium (0,19) Barium (0,03) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Xylenen (som) (-) Barium (0,21) Barium (0,02) Xylenen (som) (-) Naftaleen (-) Barium (0,08) Xylenen (som) (-) Xylenen (som) (-)

>T

>I

Arseen (0,94)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-: geen overschrijding van achtergrondwaarde aan onderzochte parameters >S: Overschrijding streefwaarde aan aangegeven parameter(s) >T: Overschrijding tussenwaarde aan aangegeven parameter(s) >I: Overschrijding interventiewaarde aan aangegeven parameter(s)

Op basis van de analyseresultaten blijkt dat er ter plaatse van peilbuis A39 grondwater met een matige arseenoverschrijding wordt aangetoond. Verder worden er maximaal lichte overschrijdingen met barium, naftaleen en/of xylenen aangetoond. Ter plaatse van peilbuis A39 wordt er tevens een lichte overschrijding met molybdeen aangetoond. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bronlocatie aanwezig of aanwezig geweest, die een dergelijke verontreiniging met een van deze parameters in het grondwater veroorzaakt kan hebben. Barium en arseen komen in dit gebied van nature verhoogd voor in het grondwater. Het aangetoonde gehalte met molybdeen, naftaleen en xylenen overschrijden niet de criteria voor nader grondwateronderzoek. Asbest In tabel 11 zijn de resultaten van de asbestanalyses en berekeningen weergegeven. Tabel 11: Analyseresultaten asbest

Analysemonster

Deelmonsters (m -mv)

Vak B - Voormalige bebouwing MMB04 B01 (0,00 - 0,50) + B02 (0,00 - 0,50) + B03 (0,00 - 0,50) + B04 (0,00 - 0,50) + B05 (0,00 - 0,50) + B06 (0,00 - 0,50) + B07 (0,00 - 0,50) + B08 (0,00 - 0,50) MMB05 B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) Vak C - Toegang perceel

Fractie > 20 mm in mg/kg ds

Fractie < 20 mm in mg/kg ds

Totaal berekend gehalte asbest in mg/kg ds

-

420

420

-

< 0,4

0,28

24

Analysemonster

Deelmonsters (m -mv)

MMC06

C05 (0,00 - 0,50) C07 (0,00 - 0,50) C08 (0,00 - 0,50) C04 (0,00 - 0,50) C06 (0,00 - 0,30) C06 (0,30 - 0,50) C06-1 (0,00 - 0,30) C06-1 (0,40 - 0,60) C06-8 (0,00 - 0,50)

MMC07

MMpuin-asb

Fractie > 20 mm in mg/kg ds

Fractie < 20 mm in mg/kg ds

Totaal berekend gehalte asbest in mg/kg ds

-

11

11

-

16

16

-

< 0,7

0,49

Op basis van het uitgevoerde asbestonderzoek kan worden geconcludeerd dat er asbest in de fijne fractie van de bodem is aangetoond ter plaatse van vak B op de onderzoekslocatie. Het aangetoonde gehalte in analysemonster MMB04 bedraagt 420 mg/kg droge stof door het aantreffen van een cementen golfplaat van tussen de 8 mm en 20 mm groot, betreffende hechtgebonden amosiet (amfibool) asbest. De grens van de hergebruiksnorm voor asbest is 100 mg/kg ds. Het vastgestelde gewogen gehalte asbest wordt overschreden. Nader asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de mogelijke sterke asbestverontreiniging vast te stellen. Het nader asbestonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 5 van onderhavig rapport. De aangetoonde asbestgehalten in de overige geanalyseerde asbestmonsters worden niet overschreden en er is geen aanvullend onderzoek nodig omdat de signaleringswaarde voor aanvullend asbestonderzoek van 50 mg/kg droge stof niet wordt overschreden. Opgemerkt dient te worden dat er ter plaatse van vak C asbestdeeltjes tussen de 2 mm en 20 mm worden aangetroffen. Er is door het laboratorium verklaard dat er geen asbest is aangetroffen kleiner dan 0,5 mm. In het nabijgelegen puinmateriaal is visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Toetsing homogeniteit asbest Geconcludeerd kan worden dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie niet als homogeen kan worden beschouwd.

Een homogeniteitstoets wordt uitgevoerd om aan te tonen of er sprake is van significante verschillen tussen de gegraven asbestgaten binnen een deellocatie. Bij verschillen in gehalte aan asbest tussen de asbestgaten per deellocatie wordt verondersteld dat dit gehalte niet binnen de betrouwbaarheidsinterval (bovengrens/ondergrens) van de andere asbestgaten valt. In dergelijke geval wordt niet het gemiddelde gehalte aan asbest binnen een deellocatie gehanteerd maar geldt dat het hoogst gemeten gehalte aan asbest van toepassing is. Alleen ter plaatse van vak B is een afwijkend beeld aangetoond met verontreinigingen boven de hergebruiksnorm van 100 mg/kg.ds. 4.4 Toetsing hypothese Op basis van het vooronderzoek werd er verwacht dat de bodem ter plaatse van het weiland zou worden beoordeeld als bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Deze hypothese kan worden aangenomen. Er is maximaal kwaliteitsklasse landbouw/natuur aangetoond ter plaatse van het weiland. Er werd verwacht dat er op en nabij de toegang tot het perceel, het dammetje, maximaal kwaliteitsklasse industrie zou worden aangetroffen. Deze hypothese kan worden verworpen aangezien er een sterke verontreiniging is aangetoond met koper, zink en PAK. De hypothese dat er op basis van PFAS geen gebruiksbeperkingen zouden zijn kan worden aangenomen.

Er zijn geen PFAS boven de kwaliteitsklasse landbouw/natuur aangetoond bij toepassing op landbodem.

25

5. Afperkend en aanvullend onderzoek Om de (mogelijk) aanwezige sterke verontreinigingen op de onderzoekslocatie in omvang vast te stellen is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het gaat hierbij om de mengmonsters die in hoofdstuk 4 zijn beoordeeld als sterk verontreinigd, MMB04 (asbest) en MMC02 (koper, zink en PAK). 5.1 Algemeen Voor het afperkend bodemonderzoek is een strategie op maat opgesteld, met als basis de richtlijnen beschreven in de NTA 5755 (NTA 5755:2010 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). De sanering zal op basis van het doel van het werk en het ontgravingsontwerp voornamelijk functiegericht uitgevoerd worden. Het aanvullende asbestonderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in de norm NEN 5707 (versie NEN 5707+C2:2016, december 2017). De NEN 5707 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor een verkennend of nader bodemonderzoek naar de aanwezigheid van asbest. Indien meer dan 50% puin (v/v) in de bodem wordt aangetroffen, is de NEN 5897 van toepassing. 5.2 Conceptueel model Het afperkend bodemonderzoek betreft een strategie op maat. Het onderzoek is opgesteld met als basis de richtlijnen beschreven in de NTA 5755, waarvan een conceptueel model onderdeel is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=2a3b06a0-fe17-4a04-b2fa-c88d588384e2