1. PvdA - Initiatiefvoorstel Beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten gemeente Duiven 2021 (1).pdf
Tekst van het document
Beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten gemeente Duiven 2021
1. Inleiding Voor een deel van het bedrijfsleven en sommige agrariërs is de inzet van arbeidsmigranten niet meer weg te denken. In de gemeente Duiven kan huisvesting geboden worden aan arbeidsmigranten. Door deze beleidsnota zet de gemeente Duiven in op goede huisvesting van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten in de regio Werkgevers in de regio zetten arbeidsmigranten in. Door de Europese wetgeving voor vrij verkeer van personen is het voor veel arbeidsmigranten gemakkelijker geworden zich hier te vestigen. Arbeidsmigranten wonen in de regio in woningen in woonwijken, bij bedrijven of in het buitengebied. De woonsituatie is echter soms zodanig dat er onvoldoende sprake is van gedegen en verantwoorde huisvesting. Daarnaast kan het voorkomen dat de woonsituatie overlast veroorzaakt voor de omgeving in de vorm sociale overlast, druk op parkeren en/of brandveiligheid. Arbeidsmigranten in Duiven Naar schatting van de Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen woonden in 2017 tot 130 (geregistreerde) arbeidsmigranten in de gemeente Duiven. De arbeidsmigranten die in Duiven wonen werken veelal via uitzendbureaus in de productie, in de metaalindustrie, bij schoonmaakbedrijven, bij logistieke bedrijven, bij slachterijen en voor agrarische bedrijven in en buiten de gemeente Duiven.
Geregistreerd en niet-geregistreerd Werknemers van Nederlandse werkgevers hebben een Burgerservicenummer (BSN) nodig. Dat betekent dat ze ingeschreven moeten zijn als (1) ingezeten (in de Basisregistratie personen) of (2) als niet-ingezetene (in de Registratie Nietingezetenen (RNI)). Buitenlandse werknemers die korter dan 4 maanden in Nederland denken te gaan verblijven kunnen zich in de RNI inschrijven. Er zijn verschillende redenen waarom arbeidsmigranten wel of niet staan ingeschreven in het BRP. De belangrijkste reden is dat inschrijving bij een verblijfsduur van minder dan vier maanden niet wettelijk verplicht is. Dit is vooral relevant bij seizoensgebonden arbeid, bijvoorbeeld in de landbouw rond het oogstseizoen of in de logistiek rond de feestdagen. Dit betekent dat de werkelijke omvang van de groep arbeidsmigranten groter is dan in de Basisregistratie Personen (BRP) is vastgelegd.
Kenmerken arbeidsmigranten in Duiven Bijna alle arbeidsmigranten zijn hier op tijdelijke basis. Het overgrote deel van de groep werknemers komt hier niet om zich te settelen, maar heeft als doel gedurende een korte periode geld te verdienen om te kunnen zorgen voor ouders, partner, kinderen in het land van herkomst. Onder een deel van de aanwezige arbeidsmigranten is sprake van een hoge doorstroming. Arbeidsmigranten komen zelden in een vast dienstverband terecht en vallen met name in de categorie short-stay en mid-stay. Deze begrippen worden nader uitgelegd.
2. Kader en doelstelling Definitie ‘Arbeidsmigrant’ Onder een arbeidsmigrant wordt verstaan: een persoon zonder de Nederlandse nationaliteit, die legaal mag verblijven en werken in Nederland, en die (nog) niet de intentie heeft zich permanent te vestigen. Dit beleid richt zich dan ook specifiek op de huisvesting van arbeidsmigranten die hier tijdelijk verblijven, ook wel short- en mid-stay-arbeidsmigranten genoemd. Arbeidsmigranten worden vaak op verblijfsduur onderscheiden. Hiervoor worden de begrippen short-, mid- en long-stay gebruikt. Deze begrippen worden volgens het Expertisecentrum Flexwonen als volgt gedefinieerd: •
Short-stay-arbeidsmigranten kennen een verblijf tot maximaal één jaar. Logiesvorm is voor deze groep vaak een aantrekkelijke vorm van huisvesting.
•
Mid-stay-arbeidsmigranten kennen een verblijf tussen één en drie jaar. Hun behoefte is gericht op tenminste een eigen kamer, kookgelegenheid en eigen sanitaire voorzieningen. Sommige voorzieningen kunnen gedeeld worden.
•
Long-stay-arbeidsmigranten verblijven langer dan drie jaar of permanent. Zij zoeken en vinden hun weg op de woningmarkt door het kopen of huren van een reguliere woning.
Het voorliggend beleid is gericht op de short-stay- en mid-stay-arbeidsmigranten die legaal werken in de gemeente Duiven, die afhankelijk zijn van huisvesting via hun werkgever/opdrachtgever en niet (direct) de intentie hebben zich hier permanent te vestigen. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen short- en mid-stay-arbeidsmigranten. De huisvestingsvraag van beide groepen kan als gelijkwaardig worden beschouwd. Vanwege het tijdelijke verblijf zijn deze arbeidsmigranten geen reguliere deelnemers aan de woningmarkt die zelf een woning moeten vinden via de reguliere huur- of koopmarkt. Long-stayarbeidsmigranten vallen buiten de reikwijdte van dit beleid, omdat zij zelf de weg vinden op de woningmarkt door het kopen of huren van een gewoon huis. Waar in het vervolg van dit beleid wordt gesproken over de huisvesting van arbeidsmigranten, wordt de huisvesting van de groep short- en mid-stayarbeidsmigranten bedoeld. Doelstelling beleid Iedere inwoner van de gemeente moet gedegen en verantwoord worden gehuisvest. Dat geldt ook voor arbeidsmigranten. De huisvesting van arbeidsmigranten is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers en arbeidsmigranten zelf.
De verantwoordelijkheid van de gemeente is het bieden van een helder kader waarbinnen de huisvesting mag plaatsvinden, waarbij de gemeente zich richt op de arbeidsmigranten die werkzaam zijn in de gemeente Duiven. Tegelijkertijd willen we dat de bedrijven en omwonenden in de omgeving geen hinder ondervinden van het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten en de reguliere woningvoorraad beschermen. Om dit te bewerkstelligen worden de volgende kaders vastgesteld waaraan huisvesting van arbeidsmigranten moet voldoen: •
Algemene (kwalitatieve) uitgangspunten (hoofdstuk 3): Hiermee stellen we kaders ten behoeve van de kwalitatieve kant van de huisvesting voor arbeidsmigranten.
•
Ruimtelijke uitgangspunten (hoofdstuk 4): Hiermee stellen we kaders voor waar en in welke vorm huisvesting voor arbeidsmigranten mag plaatsvinden.
3. Algemene (kwalitatieve) uitgangspunten Algemene uitgangspunten bij het huisvesten van arbeidsmigranten 1. De verantwoordelijkheid voor de huisvesting ligt bij de werkgevers. De gemeente heeft een faciliterende rol bij de huisvesting van arbeidsmigranten. De gemeente beoordeelt verzoeken van marktpartijen en maakt verzoeken mogelijk, als deze passen binnen het beleid. 2. Het uitgangspunt is het huisvesten van individuele arbeidsmigranten. 3. Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (geluid, geur, externe veiligheid, etc.) voor de arbeidsmigranten zelf. 4. De kwaliteit van de huisvesting voldoet minimaal aan de inrichtings- en maatvoeringseisen uit het keurmerk Stichting Normering Flexwonen (SNF) of een vergelijkbaar certificaat. De SNF-normering regelt de onderdelen ruimte en privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, brandveiligheid en goed werkgeverschap. De huisvester moet zelf voor een certificaat te zorgen. Als aanvulling op de SNF-normering en in overeenstemming met aanbevelingen uit “het Rapport van Roemer” stelt de gemeente dat iedere arbeidsmigrant een eigen slaapkamer moet hebben van 15 m2 en bij een slaapkamer voor twee personen moet de kamer minimaal 30 m2 groot zijn. 5. Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de locatie waar de arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Dit geldt ook voor tijdelijke bouw.
Daarnaast mogen er geen belemmeringen ontstaan voor omliggende bedrijven. Om dit te kunnen beoordelen moeten eventuele onderzoeken worden gedaan. De richtlijnen van de VNG (Handreiking Bedrijven en Milieuzonering) zijn het uitgangspunt. Afwijken moet gemotiveerd worden. Woningen en gebouwen mogen geen (extra) belemmeringen voor omliggende bedrijven van derden opleveren. 6. Bij aanvragen voor het ontwikkelen van huisvesting voor arbeidsmigranten moet een contactpersoon voor de locatie bij de gemeente bekend worden gemaakt. Deze persoon fungeert als aanspreekpunt bij eventuele
calamiteiten/overlastsituaties. Bij eventuele calamiteiten wordt van dit aanspreekpunt verwacht aan te kunnen geven wie er op dat moment op een huisvestingslocatie verblijven. Bij grotere locaties, waarbij 10 of mer arbeidsmigranten worden gehuisvest, dient een beheerder 24 uur per dag aanwezig te zijn. 7. Het uitgangspunt is dat de omvang van het aantal bedden aansluit bij de omvang van het aantal geplaatste of te verwachten arbeidsmigranten in de gemeente Duiven. Op die manier geven we als gemeente de ruimte om bij te dragen aan de huisvesting van de in onze gemeente werkzame populatie arbeidsmigranten. Bij een aanvraag moet dit aannemelijk worden gemaakt door middel van een verklaring van het betreffende bedrijf, waarbij de arbeidsmigranten werkzaam zullen zijn. 8. De aanbieder van de huisvesting wijst de bewoners op de verplichting om zich in de BRP (Basisregistratie Personen) in te schrijven bij een beoogd verblijf van langer dan 4 maanden in een half jaar (dit hoeft niet aaneengesloten te zijn). Voor arbeidsmigranten die korter verblijven dient er naar een aanvullend registratiesysteem gekeken te worden. Het registratiesysteem moet het mogelijk maken dat arbeidsmigranten een zorgverzekering aan kunnen vragen.
4. Ruimtelijke uitgangspunten Voor de huisvesting van arbeidsmigranten geeft de gemeente ruimtelijke uitgangspunten, aanvullend op de algemene (kwalitatieve) uitgangspunten. Initiatieven/aanvragen worden aan deze uitgangspunten getoetst. De uitgangspunten zijn onder te verdelen in twee typen, algemene ruimtelijke uitgangspunten en specifiek ruimtelijke uitgangspunten. Laatstgenoemde uitgangspunten gaan in op mogelijkheden naar locatie en/of bestemming.
4.1 Algemene ruimtelijke uitgangspunten: 1. Spreiding en kleinschaligheid boven concentratie In principe geldt: de voorkeur is gespreide huisvesting in onze gemeente. Dat wil zeggen; er worden niet te veel arbeidsmigranten op één plek gehuisvest. Vanwege de tijdelijke aard van het verblijf is het niet wenselijk dat er (grote)
concentratie van arbeidsmigranten in de bebouwde omgeving plaatsvindt. We gaan daarom uit van de volgende lijn: kleinschaligheid is het uitgangspunt. Dit betekent het huisvesten van maximaal vier arbeidsmigranten op één locatie. Bij uitzondering worden meer dan vier personen worden gehuisvest. In dat kader geldt als uitgangspunt: kleinschaligheid en spreiding nabij de woonomgeving, op bedrijventerreinen en leegstaande bedrijfslocaties (tijdelijk) zijn bij uitzondering beperkt grotere huisvestingsfaciliteiten mogelijk. 2. Nabijheid voorzieningen en werklocaties Huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten liggen bij voorkeur nabij werklocaties. 3. Verkeer De locatie moet goed ontsloten zijn. Er is hierbij voldoende parkeergelegenheid op het terrein beschikbaar. Het uitgangspunt is dat parkeren in principe of het eigen terrein plaatsvindt. 4. Geen huisvesting op recreatieterreinen Recreatieterreinen (zowel campings als huisjesparken, die wellicht in de toekomst ontstaan) zien we niet als geschikte locatie voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Deze terreinen zijn immers bedoeld voor dag- en/of verblijfsrecreatie voor zowel recreanten binnen de gemeente als recreanten en toeristen van buiten de gemeente. Dat maakt dat de recreatieterreinen in de gemeente voor recreatief gebruik beschikbaar moeten blijven.
4.2 Specifieke ruimtelijke uitgangspunten: locatie en bebouwing We onderscheiden de volgende mogelijkheden, verdeeld naar mogelijkheid binnen de bestemmingsplannen, of bij afwijken van de bestemmingsplannen: •
Mogelijkheden binnen het bestemmingsplan
•
Mogelijkheden bij afwijken van het bestemmingsplan
A. Bestaande mogelijkheden binnen het bestemmingsplan Alleen de bestemming Horeca biedt een mogelijkheid voor een verblijf voor langere tijd. Hierbij is het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten onderdeel van het verblijf. Dit is niet perse van
toepassing voor arbeidsmigranten, maar biedt wel mogelijkheden voor de huisvesting van arbeidsmigranten. B. Mogelijkheden waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan Onderstaande mogelijkheden kunnen met een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning, wordt een verzoek om vooroverleg ingediend. a. Binnen de woonbestemmingen Binnen de reguliere woningen (woningen met de woonbestemmingen) van Loo, Groessen en Duiven bieden wij geen mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten. Door een steeds wisselende samenstelling van bewoners is huisvesting van arbeidsmigranten in de kernen niet bevorderlijk voor de sociale cohesie in de woonomgeving. Daarnaast wil de gemeente voldoende betaalbare woningen beschikbaar houden voor starters en doorstromers op de woningmarkt. Met name de goedkopere woningen zullen anders aantrekkelijk zijn voor het kopen en gebruiken ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. De woonbestemming is dan ook niet bedoeld om huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten te creëren. Bij bedrijfsbestemmingen in en buiten de woonomgeving zijn de hierna benoemde mogelijkheden van toepassing: b.
Bij (agrarische) bedrijven In een (agrarische) bedrijfswoning Arbeidsmigranten kunnen voor hun werkzaamheden worden gehuisvest in een bij het bedrijf aanwezige (of op te richten) (agrarische) bedrijfswoning. Arbeidsmigranten kunnen op deze manier in de nabijheid van hun werklocatie worden gehuisvest. Als arbeidsmigranten in een bedrijfswoning worden gehuisvest, geldt dat de arbeidsmigranten ter plaatse werkzaam moeten zijn op het bijbehorende bedrijf. Dit moet bij een aanvraag aannemelijk worden gemaakt. In leegstaande kantoren c.q. bedrijfspanden Op plekken in de gemeente waar sprake is van leegstand van kantoor- of bedrijfspanden kan met een omgevingsvergunning tijdelijk worden afgeweken van de gebruiksmogelijkheden van het
bestemmingsplan. Dergelijke panden bevinden zich niet binnen de woonkernen en kunnen via dit tijdelijk gebruik voor een periode van 5 jaar met een verlengingsmogelijkheid tot maximaal nogmaals 5 jaar worden ingezet voor huisvesting. Bij verlenging wordt getoetst aan geldend beleid. In tijdelijke woonunits Wanneer blijkt dat de bestaande bedrijfspanden onvoldoende of niet (meer) voor huisvesting beschikbaar zijn, is er een mogelijkheid om tijdelijke units te plaatsen. Op een locatie waar op grond van het bestemmingsplan bedrijfsbebouwing is toegestaan, kunnen tijdelijke units worden toegestaan voor een periode van 5 jaar met een verlengingsmogelijkheid tot maximaal nogmaals 5 jaar. Bij verlenging wordt getoetst aan het geldende beleid. Aangetoond dient te worden dat er een verbinding bestaat tussen de arbeiders die in de tijdelijke woonunit verblijven en het bedrijf ter plaatste en dat huisvesting niet (meer) binnen bestaande (agrarische) bedrijfsbebouwing kan worden ingepast. 4.3 Afwijken en uitvoeren Het huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten is gericht op kleinschalige huisvesting in (agrarische) bedrijfswoningen, bij bedrijven en/of in leegstaande bedrijfspanden. Binnen de woonomgeving (gebieden met bestemming wonen) zijn geen mogelijkheden. De gemeente werkt daarom niet mee aan initiatieven gericht op de woonbestemming.
De gemeente werkt daarom in beginsel niet mee aan het realiseren van locaties voor grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten. Alleen onder specifieke omstandigheden en als aan strikte voorwaarden is voldaan wil de gemeente kunnen afwijken van dit standpunt. Een denkbare uitzondering is ingegeven door de overtuiging dat de opgave voor het huisvesten van arbeidsmigranten anders kwantitatief niet valt te realiseren. Bij een eventuele grotere voorziening ligt een zwaardere rol bij de initiatiefnemer als het gaat om het beheer op de beoogde huisvestingslocatie. Initiatiefnemer moet dit in de plannen meenemen. Maximaal 4 arbeidsmigranten mogen per bedrijfswoning worden gehuisvest. De gemeente kan hiervan gemotiveerd afwijken om een hoger aantal
arbeidsmigranten te huisvesten. Hiervoor geldt dat de arbeidsbehoefte door het bedrijf wordt onderbouwd én er (burger)participatie plaatsvindt met de naaste omwonenden en ondernemers. Het toestaan van de huisvestingslocatie – al dan niet in combinatie met bouwactiviteiten hiervoor – vindt plaats via een herziening van het bestemmingsplan dan wel een (tijdelijke) omgevingsvergunning. Het in te zetten instrument is afhankelijk van onder meer de onderbouwde behoefte, de gewenste termijn van de huisvesting, het draagvlak en de omvang en de locatie op het perceel. De beslissingsbevoegdheid om aan dergelijke initiatieven al dan geen medewerking te verlenen ligt wat betreft een herziening van het bestemmingsplan bij de gemeenteraad en wat betreft een omgevingsvergunning bij het college. De aanvraag omgevingsvergunning binnen de bebouwde kom wordt in dit geval altijd aan de gemeenteraad voorgelegd ter informatie. Deze werkwijze wordt twee jaar na vaststelling van het beleid geëvalueerd.
5. Overige uitgangspunten Naast de Algemene (kwalitatieve) uitgangspunten (hoofdstuk 3) en de Ruimtelijke uitgangspunten (hoofdstuk 4) zijn er een aantal Overige uitgangspunten. Om misstanden en leed te voorkomen dienen arbeidsmigranten zich te registreren, zodat zij ook een Zorgverzekering af kunnen sluiten. Hiermee kunnen arbeidsmigranten de zorg krijgen die (eventueel) nodig is. Daarnaast dient er een gescheiden werkovereenkomst en huurovereenkomst te zijn. Hierdoor wordt voorkomen dat de arbeidsmigrant na beëindiging van de arbeidsovereenkomst op straat komt te staan zonder een dak boven zijn hoofd. De scheiding van werkovereenkomst, huurovereenkomst en het door de arbeidsmigrant zelfstandig afsluiten van een zorgverzekering moet bij de aanvraag aannemelijk gemaakt worden. Verder dienen de aanbevelingen van het Aanjaag team bescherming arbeidsmigranten, beter bekend als “het Rapport van Roemer”, opgevolgd te worden. Eventuele verplichtingen, wet- en regelgeving die vanuit de Overheid volgen naar aanleiding van “het Rapport van Roemer”, dienen opgevolgd te worden.
6. Uitvoering Handhaving bij overlast Doordat arbeidsmigranten kleinschalig en buiten de woonbestemming worden gehuisvest en parkeren in principe op eigen terrein wordt opgelost, wordt er weinig overlast verwacht voor de woonomgeving. Als er sprake is van overlast, kan worden teruggevallen op de regelgeving rondom openbare orde en veiligheid. Communicatie De initiatiefnemer informeert directbetrokkenen – aanwonenden en aanliggende eigenaren van een bedrijf/voorziening – vooraf over zijn plan voor realisatie van (voorzieningen voor de) huisvesting voor arbeidsmigranten. Het initiatief ligt hiervoor bij de aanvrager.