CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

07. 201707722-Bijlage 2 bij toelichting - m.e.r.-aanmeldnotitie

Raadsavond 7 oktober 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'De Ploen-Noord10.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

23

2.7.7.2

Luchtkwaliteit Uit de ingevulde NIBM tool is gebleken dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Er is geen nader onderzoek nodig. Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. De monitoringstool die in het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is opgesteld, geeft de volgende jaargemiddelden voor de relevante stoffen ter plaatse van het meest relevante meetpunt: Categorie jaargemiddelde concentratie NO2 jaargemiddelde concentratie PM10 jaargemiddelde concentratie PM2.5 overschrijdingsdagen per jaar- gemiddelde concentratie PM10

grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ 25 µg/m³ 35

2025 14,5 14,8 8,3 6,0

2030 12,1 13,9 7,5 6,0

Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Deze conclusie zal naar verwachting ook aan de orde zijn indien ook het gebied De Ploen-Noord Groot wordt gerealiseerd. Ook beide initiatieven gezamenlijk dragen niet in betekenede mate bij aan de luchtkwaliteit. Volgens het zogenaamde 3% criterium uit de regeling NIBM geldt als norm namelijk dat initiatieven van minder dan 1500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg in ieder geval NIBM zijn.

2.7.8

Bedrijven en milieuzonering Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is derhalve geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Daarnaast zijn in de nabijheid van de omliggende bedrijven in de huidige situatie al woningen aanwezig. De realisatie van het plan betekent daarom voor deze bedrijven geen (verdere) belemmering van hun bedrijfsvoering. Invloed omliggende inrichtingen op plan In de omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven gelegen. Op basis van de bedrijfsactiviteiten die worden ontplooid, zijn aan de hand van de VNG-richtlijn de richtafstanden in beeld gebracht, uitgaande van een omgevingstype rustige woonwijk (worst case benadering). Deze zijn weergegeven in afbeelding 9. Uit deze

24

afbeelding blijkt dat de richtafstanden van de omliggende bedrijven niet reiken tot over het plangebied. De afstand tussen het plangebied en milieubelastende activiteiten is zodanig dat geen invloed op het planvoornemen te verwachten is. Er is sprake van een voldoende ruimtelijke scheiding.

Afbeelding 9

Richtafstanden omliggende bedrijven

Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Door bovenstaande richtafstanden ook te gebruiken bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp (woningen buiten de zwarte contouren te positioneren) van De Ploen-Noord Groot kan worden geconstateerd dat in dat geval ook gecumuleerd, vanuit dit aspect geen sprake zal zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hierbij wordt opgemerkt dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de bovengenoemde VNGbrochure niet meer van toepassing is. De nieuwe brochure ‘activiteiten en milieuzonering’ zal naar verwachting binnenkort verschijnen en dient bij de planuitwerking te worden toegepast. Vooralsnog worden echter geen knelpunten voorzien.

2.7.9

Externe veiligheid Realisering van de voorgenomen activiteiten veroorzaakt geen externe veiligheidsrisico’s naar de omgeving toe. Wel zal het aantal personen dat in het plangebied verblijft toenemen, waardoor in geval van een calamiteit de impact ervan groter kan worden. Om de externe veiligheidssituatie ter plaatse van het plangebied in beeld te brengen, is een quickscan externe veiligheid opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied zich niet bevindt binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover of buisleiding waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico's als gevolg van transport over het water of door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Op ruim 600 meter van het plangebied ligt de rijksweg A12, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen de PR10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Ook de hoogte van het groepsrisico is geen aandachtspunt. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische gassen. De risico's als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen over de A12 (toxische scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoordingsrapportage.

Op een afstand van circa 2.600 meter van het plangebied ligt de geprojecteerde rijksweg A15 waarover transport van gevaarlijke stoffen gaat plaatsvinden. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen ook hier de PR10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Ook de hoogte van het groepsrisico is geen

25

aandachtspunt. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische gassen. De risico's als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen over de toekomstige A15 (toxische scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoordingsrapportage. De spoorlijn Elst noordwestboog – Zevenaar ligt op ongeveer 3 km afstand van het plangebied. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen deze het plaatsgebonden risico en het PAG geen belemmering het plangebied. Ook de hoogte van het groepsrisico vormt geen aandachtspunt aangezien het plan op meer dan 200 meter van deze spoorlijn is gelegen. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (D4). De risico's als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen over het spoor (toxische scenario) dienen meegenomen te worden in een verantwoordingsrapportage. Tenslotte ligt het plangebied binnen een invloedsgebied van een LPG-tankstation, waardoor de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico middels een berekening met de LPG-rekentool inzichtelijk gemaakt moet worden. De risico's als gevolg van inrichtingen dienen uitgebreid verantwoord te worden. Realisering van de voorgenomen activiteiten veroorzaakt geen externe veiligheidsrisico’s naar de omgeving toe.

Wel zal het aantal personen dat in het plangebied verblijft toenemen, waardoor in geval van een calamiteit de impact ervan groter kan worden. Op basis van een risico-inventarisatie is een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect Externe veiligheid geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Bij eventuele ontwikkeling van het deelgebied De Ploen-Noord Groot zal het aantal personen dat in het gebied verblijft verder toenemen, waarvoor te zijner tijd een nieuwe verantwoording van het groepsrisico dient te worden uitgewerkt. In dit gebied worden geen nieuwe risicoveroorzakende activiteiten voorzien, enkel woningen.

2.7.10

Agrarisch geur Realisering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot het ontstaan van nieuwe geuremissies. Om het aspect 'Geurhinder veehouderijen' inzichtelijk te maken is een agrarisch geuronderzoek uitgevoerd. Hierin is geconcludeerd dat de planontwikkeling geen inbreuk maakt op de milieurechten en planologische geurruimte van omliggende veehouderijen. De berekende voorgrondgeurbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Laarstraat 20 is maatgevend en bedraagt ten hoogste 0,4 OUE/m3. Hiermee is het woon- en leefklimaat op basis van de voorgrondgeurbelasting te classificeren als 'zeer goed'. De berekende achtergrondgeurbelasting bedraagt ten hoogste 0,5 OUE/m3 ter plaatse van de geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Hiermee is het woon- en leefklimaat op basis van de achtergrondgeurbelasting te classificeren als 'zeer goed'. Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect Agrarisch geur geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Ook bij de eventuele ontwikkeling van het deelgebied De Ploen-Noord Groot zal bovenstaande conclusie naar verwachting aan de orde zijn.

2.8

Risico op ongevallen Het aspect externe veiligheid is in paragraaf 2.6.9 reeds aan bod gekomen. Ten aanzien van het aspect verkeersveiligheid worden geen specifieke risico’s verwacht (zie paragraaf 2.6.5). Als onderdeel van de voorgenomen activiteiten worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt, waardoor risico’s op ongevallen met grote gevolgen ontstaan.

26

Op grond van het bovenstaande kan samenvattend worden geconcludeerd dat vanuit het aspect ‘risico op ongevallen’ geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Ook bij de eventuele ontwikkeling van De Ploen-Noord Groot zal deze conclusie naar verwachting aan de orde zijn.

27

3

PLAATS VAN HET PROJECT

3.1

Bestaand grondgebruik Het plangebied is momenteel een agrarisch gebruik. In 2022 werd er mais geteeld, in 2023 gerst en in 2024 mais. Er is geen bebouwing of verharding aanwezig.

3.2

Rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Niet van toepassing. Er zijn geen specifieke natuurlijke hulpbronnen in het plangebied aanwezig. Realisering van de voorgenomen activiteiten zal derhalve geen invloed hebben op de rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied.

3.3

Duurzame en gezonde leefomgeving Op dit moment wordt gedetailleerd invulling gegeven aan het stedenbouwkundig plan. Dit gebeurt binnen de kaders van dit bestemmingsplan. De gemeente hanteert hiertoe vier duurzaamheidspijlers: Duurzame energie, Duurzame mobiliteit, Circulariteit en Klimaatadaptatie en biodiversiteit. In het stedenbouwkundig plan zal invulling worden gegeven aan deze vier pijlers. Duurzame energie Energiebesparing en duurzame energie hebben een hoge prioriteit. De woningen worden volgens de laatste weten regelgeving rondom duurzaamheid gerealiseerd. De woningen worden in ieder geval gasloos gebouwd. Er wordt gekeken of volledig energieneutrale woningen mogelijk zijn, met gebruik van energiebronnen, zoals elektriciteit van zonnepanelen en windmolens. Duurzame mobiliteit In het plan wordt ingezet op ‘auto te gast’. De auto’s worden geparkeerd in parkeerkoffers in de woonstraten of bij woningen, waardoor een deel van de woonstraten kan worden ingericht als leefstraat. Bij de aanleg van deze parkeergelegenheden wordt rekening gehouden met laadinfrastructuur. Ook wordt er aandacht besteed aan de aansluiting op snelle fietsroutes en fiets- en wandelroutes richting centrum en OV. Circulariteit Er wordt gestreefd naar duurzaam en circulair materiaalgebruik.

Klimaatadaptatie en biodiversiteit Ten aanzien van klimaatadaptatie wordt in het plan rekening gehouden met voldoende inpassing van groen en water. De leefomgeving wordt zo ingericht dat deze bestand is tegen wateroverlast, hittestress en langdurige droogte. Een goede waterhuishouding is essentieel om hevige regenbuien op te kunnen vangen. De groene ruimte wordt nader uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met biodiversiteit, inheemse soorten en een fijne leefomgeving voor mens en dier. Al deze opgaven worden in het stedenbouwkundig plan voor De Ploen-Noord in samenhang benaderd en worden ook in de verdere uitwerking toegepast. In het kader van de anterieure overeenkomst, die gemeente en initiatiefnemer met elkaar sluiten, worden tevens afspraken gemaakt over de toepassing van de gemeentelijke duurzaamheidsambities in het stedenbouwkundige plan.

28

3.4

Opnamevermogen van het natuurlijk milieu a)

Wetlands In de omgeving van het plangebied komen geen wetlands voor. De voorgenomen activiteit zal hierop geen invloed hebben.

b)

Kustgebieden De afstand van het plangebied tot de kustgebieden is dermate groot dat beïnvloeding hiervan op voorhand kan worden uitgesloten.

c)

Berg- en bosgebieden. In de omgeving van het plangebied zijn geen berg- en bosgebieden gelegen. Negatieve invloed op deze gebieden is dan ook niet aan de orde als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten.

d)

Reservaten en natuurparken. Er zijn geen reservaten of natuurparken gelegen in de omgeving van het plangebied.

e)

Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen een Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de ‘Rijntakken’ en ligt op circa 2,2 km van het plangebied. De instandhoudingsdoelen van deze Habitatrichtlijngebieden worden niet beïnvloed als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten (zie hiervoor ook paragraaf 2.6.4.1).

f)

Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden. In de omgeving van het plangebied zijn geen gebieden bekend waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit worden overschreden. Het plangebied is zoals hierboven gesteld niet gelegen binnen een Vogel- of Habtitatrichtlijngebied. Ook vanuit de Kaderrichtlijn Water ligt er op dit moment geen opgave voor dit plangebied.

g)

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid. Het plangebied is gelegen in of in de nabijheid van een gebied met een relatief hoge bevolkingsdichtheid (Nederland gemiddeld 517 inwoners/ km2). Het plan is gelegen in Duiven-Noord. Deze wijk kent een bevolkingsdichtheid van 2.793 inwoners per km²(3), waardoor het plangebied is gelegen in een gebied met een relatieve hoge bevolkingsdichtheid.

h)

Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Zoals in het voorgaande reeds is aangegeven, is het plangebied niet gelegen in een landschap van historisch, cultureel of landschappelijk belang. In paragraaf 2.5.3 is aangegeven dat de belangrijkst landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle structuren in het ontwerp zijn geïntegreerd.

3 https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84799NED/table?dl=41062

29

4

KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

4.1

Bereik van het effect (geografische zone en grootte getroffen bevolking Zoals in de vorige hoofdstukken is aangegeven, is de omvang van de effecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten zeer beperkt .

4.2

Grensoverschrijdend karakter Er worden geen grensoverschrijdende effecten verwacht.

4.3

Orde van grootte en complexiteit effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.6.

4.4

Waarschijnlijkheid effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.6.

4.5

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Niet van toepassing. Zie paragraaf 2.6.

31

5

CONCLUSIE Gelet op het voorgaande is de initiatiefnemer van oordeel dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan de realisering van de voorgenomen ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 130 woningen aan de Westsingel in Duiven, in voldoende mate in beeld zijn gebracht en dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die leiden tot dermate belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat het maken van een milieueffectrapport een toegevoegde waarde zou hebben. In aanvulling hierop is tevens (voor zover in dit stadium van planontwikkeling mogelijk is) gekeken of de ontwikkeling van De Ploen-Noord in combinatie met de eventuele toekomstige ontwikkeling van De Ploen-Noord Groot wel kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit zal naar verwachting niet aan de orde zijn. Op grond hiervan verzoekt de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag een nieuw m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen en te besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=8e794d91-dca5-476c-844b-da9ac9692cc5