03. 201722670-Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Nota van wijzigingen, Ontwerp-omgevingsplanwijziging ‘Sportpark Horsterstraat’
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding nota 1.2 Leeswijzer 2. Zienswijzen 2.1 Zienswijzenoverzicht en ontvankelijkheid 2.2 Samenvatting en beantwoording 2.3 Wijzigingen 3. Ambtshalve wijzigingen 4. Bijlagen bij zienswijzennota
1
1 Inleiding 1.1 Aanleiding nota De gemeente Westervoort is voornemens om ter plaatse van de sportvelden aan de noordzijde van Westervoort een woonwijk en een accommodatie voor primair onderwijs en kinderopvang te realiseren. Daarvoor is het noodzakelijk dat het huidige sportcomplex verplaatst wordt naar een andere locatie. Voor deze opgave is een locatie gekozen op Duivens grondgebied, namelijk de gronden in het tussengebied tussen Duiven en Westervoort, direct ten noorden van de spoorlijn Arnhem - Winterswijk. De realisatie van een nieuw sportcomplex past niet in het omgevingsplan van de gemeente Duiven. Met deze omgevingsplanwijziging wordt de juridisch-planologische basis gecreëerd die de realisatie van het nieuwe sportcomplex mogelijk maakt. De ontwerp-omgevingsplanwijziging ‘Sportpark Horsterstraat’ heeft ter inzage gelegen van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026. Tegen deze ontwerpplannen is in totaal 1 zienswijze ingediend. 1.2 Inhoud Nota In deze zienswijzennota wordt ingegaan op de zienswijze die is ingediend tegen het ontwerp van de omgevingsplanwijziging ‘Sportpark Horsterstraat’ (NL.IMRO.0226.OPSPRTCMPLX-ON01). In deze nota is een beknopte samenvatting van de ingediende zienswijze opgenomen, waarbij wordt benadrukt dat bij de inhoudelijke behandeling en beantwoording de volledige tekst en strekking van alle ingediende zienswijze is betrokken.
Deze nota bevat daarnaast een overzicht van de ambtshalve wijzigingen die naar aanleiding van interne afstemming, nadere inzichten of actualisaties worden voorgesteld.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2.1 van de nota geeft de binnengekomen zienswijze weer met daarbij een ontvankelijkheidsverklaring. Hoofdstuk 2.2 bevat een samenvatting van de ingebrachte zienswijze en voorziet deze van een inhoudelijke beoordeling en beantwoording. In hoofdstuk 2.3 worden de conclusies en eventuele wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan op een rij gezet. In hoofdstuk 3 worden de ambtshalve wijzigingen uiteengezet.
2
2. Zienswijze 2.1
Nr. Type zienswijze 1 Schriftelijk
2.2
Zienswijze en ontvankelijkheid
Indiener
Adres
Ontvangstdatum Documentnr.
Gasunie Transport Services B.V.
Concourslaan 17, 9700 AD 22-01-2026 Groningen
201719990
Ontvankelijkheid Ja
Samenvatting en beantwoording
Zienswijze 1 1.1
Samenvatting Indiener merkt op dat de in het plangebied aanwezige leidingen niet bestemd zijn. Indiener verzoekt de ontbrekende gastransportleidingen alsnog in het plan op te nemen met een bijbehorende belemmeringenstroken van 5 meter aan weerszijden gemeten vanuit het hart van de leidingen, dit op grond van artikel 5.18 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Beantwoording Voorliggende wijziging van het omgevingsplan heeft uitsluitend betrekking op de specifieke aanpassingen die noodzakelijk zijn om de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Het wijzigingsplan beperkt zich daarmee tot de onderdelen waarin daadwerkelijk een wijziging wordt doorgevoerd. De overige regels en bepalingen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven onverkort van kracht. Dit betekent dat alle bestaande planologische regelingen die niet door deze wijziging worden geraakt – waaronder bepalingen en aanduidingen uit het bestemmingsplan Buitengebied 2013 – juridisch blijven gelden. 3
Conclusie zienswijze Geen aanleiding tot wijziging
1.2
Indiener merkt op dat er ook geen planregels opgenomen zijn ten behoeve van de betreffende gastransportleiding. Indiener verzoekt daarom de staalkaart van Netbeheer Nederland van pagina 60 tot en met 62 volledig over te nemen en de regels hiervan te verwerken in artikel ‘Buisleiding’.
De op de plankaart van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 opgenomen buisleiding maakt geen onderdeel uit van de voorgestelde planwijziging. Omdat de leiding in het tijdelijke deel van het omgevingsplan al is geborgd en niet wordt beïnvloed door de beoogde wijziging, is er geen noodzaak (en ook geen verplichting) om deze leiding opnieuw op te nemen in de voorliggende planwijziging. De bescherming en juridische borging van de leiding blijven daarmee volledig in stand binnen het geldende omgevingsplan. Zie reactie op zienswijze 1.1
4
Geen aanleiding tot wijziging
2.3 Conclusie zienswijze De ingebrachte zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan. 3. Ambtshalve wijzigingen Tijdens de inzagetermijn is de omgevingsplanwijziging door de gemeente nogmaals gecontroleerd op volledigheid en duidelijkheid. Bij de controle bleek dat het ontwerpplan nog op een aantal punten aangepast/ aangescherpt moet worden. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in het juridisch bindend deel van het plan, zijnde de planregels en de verbeelding en wijzigingen in het niet juridisch bindende deel van het plan, zijnde de motivering en bijlagen bij de motivering.
Gewijzigd Toelichting op de wijziging onderdeel Regels – In artikel 5.1 lid b van de planregels wordt buitenschoolse opvang toegestaan binnen het begripsbepalingen bouwvlak. Om deze activiteit goed af te bakenen is er een begripsbepaling toegevoegd. Regels – Artikel 4.1.1
Regels – Artikel 5.1
Om te borgen dat deze landschappelijke inpassing van de groene bufferzone aan de noordzijde van het plangebied daadwerkelijk tot stand komt is het noodzakelijk dat er een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen in de planregels. De voorwaardelijke verplichting bepaald dat het gebruik van de gronden uitsluitend is toegestaan indien de groene bufferzone is aangelegd overeenkomstig het inrichtingsplan dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. Hiermee wordt zeker gesteld dat de inrichting niet vrijblijvend is, maar een harde voorwaarde vormt voordat het gebruik van de gronden kan plaatsvinden. Bij de onderliggende onderzoeken voor dit plan is uitgegaan van maximaal 5 padelbanen binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van sport’. In de planregels van het ontwerpplan is hier in de planregels geen limiet opgenomen. Om ervoor te zorgen dat de planologische 5
Wijziging Begripsbepaling 2.20 ‘Buitenschoolse opvang’ is toegevoegd Artikel 4.1.1 ‘voorwaardelijke verplichting groen bufferzone’ is toegevoegd aan de planregels.
Artikel 5.1 lid a sub 2 is toegevoegd aan de planregels.
Regels – Artikel 5.1 Regels – Artikel 5.4
Regels – Artikel 5.2.1
Regels – Artikel 5.2.3
Verbeelding
Verbeelding
mogelijkheden corresponderen met de uitgangspunten van de onderliggende onderzoeken is die limiet nu wel opgenomen in de planregels. In artikel 5.1 van de planregels is de term ‘kleinschalige maatschappelijke voorzieningen’ opgenomen. Overwegende dat deze kleinschaligheid niet afgebakend kan worden is ervoor gekozen om deze toevoeging te verwijderen. In het bestemmingsplan is een mogelijkheid opgenomen om, onder voorwaarden, meer dan drie padelbanen toe te staan. Deze afwijkingsbevoegdheid geeft het college ruimte om in te spelen op een groeiende behoefte aan sportfaciliteiten, mits dit ruimtelijk aanvaardbaar is.
In het plangebied worden overeenkomstig artikel 5.2.1 lid b sub 2 vijf gebouwen toegestaan buiten het bouwvlak. In de ontwerpplannen is onvoldoende rekening gehouden met het aanwezige brandvoorschriftengebied. Vandaar is nu toegevoegd dat deze bouwwerken op minimaal 5 meter van de perceelsgrens gebouwd moeten worden en dat er geen zeer kwetsbare gebouwen zijn toegestaan buiten het bouwvlak. Artikel 5.2.3 ‘voorschriftengebied’ is in het ontwerpplan niet gekoppeld aan de bron, zijnde de hogedrukleidingen in het gebied. Die koppeling is nu wel gemaakt. Daarnaast is per abuis verwezen naar een verkeerd artikel uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, ook dit is aangepast in artikel 5.2.3. Aangezien de beplanting en de instandhouding van de groene buffer aan de noordzijde door Rijkswaterstaat wordt gerealiseerd is ervoor gekozen om in de definitieve plannen wel een aparte functie hiervoor op te nemen op de verbeelding. De groene bufferzone aan de noordzijde van het plan is als ‘groen’ bestemd met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – bufferzone’. Door het plangebied lopen hogedrukgasleidingen. Om deze leidingen heen ligt een brandvoorschriftengebied. In dit voorschriftengebied worden aanvullende eisen gesteld aan bouwwerken. Dit voorschriftengebied is in de ontwerpplannen per abuis niet opgenomen.
In de definitieve pannen is deze aanduiding wel opgenomen op de verbeelding.
6
Artikel 5.1 de term ‘kleinschalige’ is verwijderd uit het laatste lid. Artikel 5.4 ‘Beoordelingsregels binnenplanse omgevingsplanactiviteiten padelbanen’ is toegevoegd aan de planregels. Artikel 5.2.1 lid b sub 2 is aangevuld met twee bepalingen.
Artikel 5.2.3 ‘voorschriftengebied’ is aangepast. Op de verbeelding is aan de noordzijde van het plangebied de functie ‘groen’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – bufferzone’ toegevoegd. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – brandvoorschriftengebied’ opgenomen.
Verbeelding
Gewijzigd onderdeel Motivering paragraaf 4,2 & 4.7 & bijlage 9 bij de motivering
De gronden nabij Horsterstraat 2 zijn in het ontwerpplan meegenomen. Daarbij heeft een gedeelte van de gronden van de eigenaar per abuis de functie ‘Sport’ gekregen. Deze gronden hebben in het definitieve plan de functie ‘Groen’ gekregen. Daarnaast hebben de gronden direct ten noorden van de Horsterstraat 2 in het ontwerpplan de functie ‘Wonen’ en ‘Tuin’ gekregen. Uit een nadere beoordeling is gebleken dat de grens van deze functietoewijzing niet helemaal correspondeert met de eigendomsgrens. Vandaar dat de functiegrens van de nieuw toegevoegde functies ‘wonen’ en ‘tuin’ iets verkleind zijn zodat deze nu wel overeenkomen met de eigendomssituatie.
Toelichting op de wijziging
Op de verbeelding zijn de gronden aan de westzijde van het perceel Horsterstraat 2 gewijzigd van ‘Sport’ naar ‘Groen’. De gronden met de functie ‘Wonen’ en ‘Tuin’ zijn gewijzigd overeenkomstig de eigendomssituatie.
Wijziging
In het kader van zorgvuldigheid is een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd om de Paragraaf 4.2 ‘Planspecifiek’ is geluidbelasting op omliggende gevoelige functies te bepalen. Dit onderzoek is toegevoegd als tekstueel aangevuld. bijlage 9. In paragraaf 4.2 van de motivering is deze informatie toegevoegd. Paragraaf 4.7 ‘Planspecifiek’ is tekstueel aangepast. In het rapport dat bij het ontwerpplan is gevoegd, wordt vermeld dat er een kinderdagverblijf Bijlage 9 – ‘Akoestisch binnen het plangebied aanwezig is. Dit is onjuist: er bevindt zich uitsluitend een BSO, en een onderzoek Sportpark’ is BSO wordt niet aangemerkt als geluidgevoelig object. Omdat deze uitgangspunten niet toegevoegd als bijlage 9 bij de relevant zijn, is het rapport komen te vervallen en is de conclusie in paragraaf 4.7 in de motivering. motivering aangescherpt. Motivering De motivering is aangescherpt naar aanleiding het opnemen van het voorschriftengebied in Paragraaf 4.8 – ‘Planspecifiek’ paragraaf 4.8 de planregels en op de verbeelding. De afweging en conclusie met betrekking tot is tekstueel aangescherpt. omgevingsveiligheid is hierop aangescherpt. Motivering Paragraaf 7.3 heeft betrekking op het toepassingsbereik en de systematiek van de Paragraaf 7.3 ‘Voorrangsregel’ paragraaf 7.3 omgevingsplanwijziging. Deze tekst is aangevuld om deze systematiek te verduidelijken. is tekstueel aangevuld.
Bijlage 15 bij de De stikstofonderzoeken zijn geactualiseerd en aangevuld vanwege de recente uitspraak van Bijlage 15 bij de motivering is motivering de Raad van State over intern salderen bij omgevingsplannen, en de tussentijdse update van inhoudelijk aangepast en de stikstofrekentool (AERIUS) in februari 2026. De resultaten en de conclusie zijn gelijk aangevuld. gebleven, namelijk geen significante effecten op Natura 2000-gebieden. 7