02c2. Beantwoording vraag CDA - Vuurwerkverbod
Tekst van het document
Antwoord op vraag CDA Betreft: Vuurwerkverbod Vraag In februari 2025 pleitte de burgemeester tijdens een landelijk vuurwerkoverleg voor vuurwerkblije zones. Deze zones zouden vergelijkbaar zijn met het bestaande ‘carbidschieten’ of paasvuren: gecontroleerde plekken met hekken, vakken, kraampjes met hapjes en drankjes, en toezicht. De burgemeester lijkt op zijn wenken bediend te zijn door het wetsvoorstel om het individueel afsteken van vuurwerk te verbieden met ingang van de jaarwisseling 2026-2027. Inmiddels ligt er een uitgewerkte AMvB waarmee voorafgaand aan de inwerkingtreding van die wet het voor dorps- of buurtverenigingen duidelijk is hoe en onder welke voorwaarden zij tijdens de jaarwisselingen op een verantwoorde en veilige manier voor hun lokale gemeenschap vuurwerk kunnen afsteken op een daartoe aangewezen plek met een ontheffing van de burgemeester. Ook al is er nog ruimschoots de tijd en is nog niet duidelijk of het vuurwerkverbod daadwerkelijk de eindstreep haalt, hebben wij al wel de volgende vragen: 1. Heeft het college al beeld op welke plekken waar te zijner tijd vuurwerk afgestoken mag gaan worden? 2. Zo nee, wanneer gaat het college dit oppakken? 3. Op welke wijze worden onze inwoners en verenigingen bij de bepaling van de plekken betrokken? Antwoord 1. Het initiatiefwetsvoorstel Veilige Jaarwisseling is op 1 juli jl. door de Eerste Kamer aangenomen.
Het college kent nu geen Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) over ontheffingsmogelijkheden van het vuurwerkverbod. In die vast te stellen AMvB kunnen landelijke regels worden gesteld waar ook de brandweer en de politie baat bij hebben. Daarnaast moet er ruimte zijn om lokaal afwegingen te maken. 2. Het college zal dit in de loop van 2026 oppakken na besluitvorming door het kabinet over de AMvB. 3. De mate waarin er daadwerkelijk ruimte is voor inwoners en vereniging om betrokken te worden bij de bepaling van de plekken is afhankelijk van de inhoud van de uiteindelijke landelijke regelgeving (de AMvB). Het college zal dit daarom beoordelen nadat die regelgeving bekend is.