Woordelijk verslag Beeldvorming buiten cyclus 23-05-2024.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 00:03:00
De voorzitter: Goedenavond, we gaan verder met het tweede deel van deze politieke vergadering. De beeldvormende vergadering. En namens het college is aanwezig de heer Duvekot. Die schuift aan het eind van de presentatie aan. Vanuit harte welkom. Ambtelijke ondersteuning, en in het bijzonder de heer Ter Beest en mevrouw Van der Beek, van harte welkom. De agenda, zoals hier voorligt, punt 2, kunt u daarmee instemmen? Ja. Dan gaan we naar punt 3. Bestuursrapportage sociaal domein, onderdelen Participatiewet en Wmo. De raad heeft op 13 juli 2023 een motie bestuursrapportage sociaal domein aangenomen. En naar aanleiding van deze motie is de raad op 5 oktober in een beeldvormende vergadering geïnformeerd over de inhoudelijke ontwikkelingen en financiële situatie met betrekking tot jeugdhulp. Daarbij is de wens uitgesproken dit te zien rondom de Wmo en de Participatiewet. 00:03:55
De voorzitter: Met de presentatie van vanavond wordt de raad geïnformeerd over de financiële en beleidsontwikkelingen. Er wordt vanavond een presentatie getoond. En in overleg met de ambtelijke organisatie en de wethouder hebben we besloten om de vragen die u heeft aan het eind te stellen. Dat komt ten goede aan de presentatie. Het is een lange presentatie. Het zou kunnen zijn dat er tussentijds vragen zijn die aan het eind van de presentatie beantwoord worden. Aan het eind is er voldoende ruimte om de vragen te stellen. Kunt u daarmee instemmen? Mijnheer Van Amerongen. 00:04:29
De heer Van Amerongen: Voorzitter, als het mag, één vraag vooraf. Die motie die vorig jaar is aangenomen, die wordt keurig verwoord in de presentatie. Er zitten elementen van evaluatie en scenario's om financiële problemen op te vangen, noem ik het in mijn eigen woorden. Ik heb die 40 sheets doorgenomen. Die twee elementen miste ik of heb ik niet gezien. Ik vraag om die elementen, voor zowel mogelijk, te benoemen in die presentatie. Om ons daarin mee te nemen. Zodat de motie op die manier ingevuld wordt via die presentatie. Niet alleen op die onderdelen die u noemde. Ook op de onderdelen die we benoemd hebben in de motie. Dank u wel. 00:05:14
De voorzitter: Verder nog vragen? Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Beek. 00:05:24
Mevrouw Van der Beek: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Volgens mij komt de presentatie niet naar voren. Dank je wel. Ik doe dat niet alleen. Ik heb een aantal collega's meegenomen. Wij gaan switchen qua spreker. Naast mij zit Henk ter Beest. En die is beleidsadviseur Participatiewet, net als wat ik ben. Ik ben beleidsadviseur Participatiewet. Ik ben Jolanda van der Beek. Marlies Wessels is ziek. Die kon vanavond niet aanwezig zijn. En Sabine de Bruijn is beleidsadviseur armoede en schulden. En Johanna Kanis is beleidsadviseur Wmo. We nemen u mee vandaag per onderdeel in de aantallen. De bijstandspartijen, aanvragen en verstrekkingen. Het financieel overzicht, ontwikkelingen en als laatst de afsluiting, waarin u de gelegenheid krijgt om vragen te stellen. Mijnheer Van Amerongen gaf het al aan de motie van de bestuursrapportage. Die hebben we hier in beeld gebracht.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 00:06:35
Mevrouw Van der Beek: We nemen u in eerste instantie mee in de eerste drie onderdelen: de evaluatie, de inhoudelijke ontwikkelingen en de financiële situatie. Participatiewet is een harde wet. En dan heb je vaak zaken, zoals een uitkering. Als je recht hebt, dan heb je dat uit te keren. De scenario's om dit op te vangen en de dekkingsvoorstellen, die gaan door naar de strategische besprekingen. Die komen deze maand of begin volgende maand. Wat is de Participatiewet? Die heeft twee doelen. Dat is mensen met een arbeidsbeperking, korte afstand tot de arbeidsmarkt of een lange afstand tot de arbeidsmarkt, te begeleiden richting werk. Mogelijk met een of andere ondersteuning. En daarnaast hebben we de inkomenszekerheid. Dat is een ander onderdeel van de Participatiewet. 00:07:33
Mevrouw Van der Beek: En dat is het verlenen van bijstand aan mensen die in zodanige omstandigheden verkeren dat zij een beroep moeten doen op een uitkering. En hieronder valt het minimabeleid. Dat is een onderdeel van de Participatiewet. Dan kijken we naar het verloop van het uitkeringenbestand. We hebben een vergelijk gemaakt met Flevoland en met Nederland. En dan kun je zien dat Dronten daar gunstig bij afsteekt. Er valt niet veel te zeggen. We zien dat Dronten een jonge gemeente is. Je kan hier niet veel uithalen. Je weet niet goed hoe de samenstelling is in het Nederlandse en in het Flevolandse. Lelystad en Almere zijn totaal verschillende gemeenten ten opzichte van Dronten. Voor ons is belangrijk dat wij een stabiele lijn zien. En die zie je hier terug. Het verloop. 00:08:36
Mevrouw Van der Beek: We hebben een vergelijk gemaakt. Vanaf 2021 is de blauwe lijn. 2022 zie je dat een daling is ingezet. En in 2023 is hij stabiel gebleven. Tot nu toe is hij ietsjes gedaald en nog steeds positief. Dit zijn de cijfers van de in- en uitstroom van de uitkeringen. En dan valt op dat in 2022 97 mensen zijn ingestroomd in de uitkering en 135. En dat zag je net terug in de dalende lijn. En in 2023 zie je 102 ten opzichte van 105. En dan zie je de stabilisatie. Dit volgen wij kritisch om te kijken: hoe is het verloop? Dan geef ik het woord aan mijn collega. 00:09:44
De heer Ter Beest: Dan wil ik wat vertellen over het ondersteuningsaanbod, waar onze re-integratieconsulenten, onze participatiegidsen zich mee bezighouden. Hier staan drie poppetjes op de sheet. In feite zijn er grofweg vier groepen inwoners. Eén groep staat hier niet op. Die zal ik toelichten. We begeleiden inwoners die geen baan hebben en geen inkomen, die in principe kunnen werken, naar werk. En we merken dat deze groep steeds kleiner wordt. En dat komt mede vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en de goede economische situatie. Een groot deel van mensen die in staat zijn om te werken, zijn aan het werk op dit moment. Dan is een tweede belangrijke groep waar we mee werken inwoners die kunnen werken, die een arbeidsbeperking hebben. 00:10:39
De heer Ter Beest: Die worden weer verdeeld in twee groepen mensen. Inwoners met een indicatie banenafspraak. En een indicatie banenafspraak is een verklaring die mensen krijgen wanneer zij een ziekte of een handicap hebben en daardoor niet het minimumloon kunnen verdienen. En leerlingen vanuit praktijkonderwijs en
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 voortgezet speciaal onderwijs krijgen over het algemeen een indicatie. Deze inwoners stromen vaak door naar een werkplek met loonkostensubsidie. En voor de gemeente Dronten geldt dat op dit moment voor 71 inwoners die aan het werk zijn met een loonkostensubsidie. Daarnaast bestaat deze groep mensen uit inwoners met een indicatie beschut werk. En mensen die een indicatie beschut werk hebben, kunnen alleen in een beschutte omgeving werken. En dat is een aangepaste omgeving met aangepaste omstandigheden. 00:11:35
De heer Ter Beest: Reden voor de indicatie beschut werk is vaak lichamelijke, psychische of verstandelijke beperkingen. En vaak is deze groep inwoners wat zwakker dan de groep mensen die een indicatie banenafspraak hebben. Op dit moment zijn er in de gemeente rond de 26 inwoners met een indicatie beschut werk. Waarvan er 19 op een beschutte werkplek zitten. En de andere 7 zijn op dit moment in een traject om daarnaartoe te gaan. Dan is er nog een groep inwoners binnen de Participatiewet die niet klaar is om te werken. Niet in staat zijn om te werken. En voor deze groep zetten we in op maatschappelijke activering, op welke manier dan ook. Zodat ze mee kunnen doen in de samenleving. Deze groep mensen worden begeleid door onze participatiegidsen. 00:12:32
De heer Ter Beest: En dan is er een vierde groep die niet op de sheet staat. En dat zijn inwoners met een ontheffing van verplichtingen richting werk. En dat kan zijn vanwege de zorg voor een jong kind onder de 5 jaar. Mensen die zo ziek zijn dat ze op dit moment niet in staat zijn om te werken. Soms zijn het sociale redenen. Vaak is dat multiproblematiek. Die mensen krijgen dan tijdelijk een ontheffing. En er is een kleine groep mensen die bijna tegen pensioengerechtigde leeftijd zitten, waarvan gezegd is dat ze een ontheffing krijgen. Dank je wel. De financiële kaders. Het plaatje spreekt voor zich. Ik zal het kort toelichten. Gemeenten ontvangen van het Rijk de gebundelde uitkering, de BUIG, voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet. De IOAW, IOAZ, de Bbz en voor de inzet van de loonkostensubsidie. 00:13:35
De heer Ter Beest: In het blauwe kadertje, aan de rechterkant, kunt u de bedragen zien die de gemeente Dronten in de afgelopen jaren hiervoor ontvangen heeft. En daaronder de uitgaven die in de afgelopen jaren hieraan gedaan zijn. En daarin kunt u zien dat we meer ontvangen dan uitgeven binnen de Participatiewet. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie en de uitvoering daarvan. En de financieringssystematiek sluit hierbij aan. En de budgetten worden vooraf door het Rijk verdeeld over de gemeenten, om gemeenten een prikkel te geven om zoveel mogelijk mensen uit een uitkering aan het werk te helpen en te houden. 00:14:21
De heer Ammerlaan: Voorzitter, mag ik een vraag stellen? 00:14:24
De voorzitter: Nee, mijnheer Ammerlaan. Helaas, aan het eind. Excuus.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 00:14:30
De heer Ter Beest: Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat volgens een vaste verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het budget is niet geoormerkt. Een gemeente mag het overschot vrij besteden. Moet een tekort in beginsel zelf opvangen. Van een tekort is in de afgelopen jaren in Dronten geen sprake geweest. Bij grote tekorten kunnen gemeenten een beroep doen op een vangnetuitkering. En dat is een gedeeltelijke compensatie van het Rijk. Dan wil ik wat vertellen over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse. Cedris is de landelijke vereniging voor een inclusieve arbeidsmarkt. Vroeger was dat de branchevereniging van sociale werkvoorzieningsbedrijven. En Divosa is de branchevereniging van sociale diensten van oudsher. 00:15:29
De heer Ter Beest: Cedris en Divosa hebben adviesbureau Berenschot vorig jaar gevraagd een maatschappelijke kosten- en batenanalyse uit te voeren naar de inzet van loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet. Lang was onduidelijk: wat levert dat op dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk kunnen? Uit dit onderzoek blijkt dat dat veel is. In de kosten-batenanalyse worden aan de kant van de kosten de loonkostensubsidies meegenomen. Met daarbij de uitvoeringskosten, de ontwikkelkosten, begeleidingskosten en de bruto loonkosten. En aan de kant van de baten worden de besparingen op de bijstandsuitkering, de toename van de inkomstenbelasting, de mindere vraag naar zorg en de algemene kwaliteit van leven in kaart gebracht. 00:16:23
De heer Ter Beest: En dat zie je in het plaatje terug. Werk is goed voor de mens, de economie en de maatschappij. Waar die baten en lasten terechtkomen, wordt inzichtelijk gemaakt voor de, in het kader van de maatschappelijke kostenbatenanalyse, ontwikkelde rekentool. Heel interessant. Wat te uitgebreid om vanavond te behandelen. Dan zouden we een avond kunnen vullen met alleen de kosten-batenanalyse. Grofweg is berekend dat landelijk, door € 250 miljoen extra te investeren in het begeleidingsinstrument loonkostensubsidie, kunnen 40.000 mensen met een arbeidsbeperking extra aan de slag. Die vraag is gesteld tijdens de coalitievorming om daar aandacht aan te geven, En dat levert een positief resultaat op, als die omgerekend wordt naar geld, van € 400 miljoen. 00:17:30
De heer Ter Beest: Mocht u meer hierover willen weten, kunnen we meer informatie verschaffen. Er is veel over gepubliceerd. En het mooie is, die kosten-batenanalyse is voor de gemeente Dronten te maken met behulp van die rekentool. En dan met betrekking tot ontwikkelingen. En dat is een belangrijke ontwikkeling. Dat is de Participatiewet in Balans. En die Participatiewet in Balans is een volgende stap in de doorontwikkeling van de Participatiewet. Tijdens het eerste deel van de vergadering werd kort de verordening sociaal domein benoemd. En in die nieuwe ordening sociaal domein is de eerste stap van die hervorming van de Participatiewet verwerkt: het breed offensief. En het breed offensief is een pakket maatregelen om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. 00:18:32
De heer Ter Beest: De Participatiewet in Balans is een volgende stap in die
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 aanpassing van die Participatiewet. En met dit wetsvoorstel worden eerste concrete stappen gezet om de hardheden in de huidige wet weg te nemen. Mensen meer centraal te stellen in de Participatiewet en uit de gaan van vertrouwen. Dit wetsvoorstel doorloopt op dit moment het proces richting de Tweede Kamer. En de planning is dat het dit jaar aangeboden wordt aan de Tweede Kamer. En het streven is dat de Participatiewet in Balans in gaat per 1 januari 2025. Het is afwachten: hoe gaat het nieuwe kabinet hiermee om? De verwachting is dat daar niet veel in gaat veranderen. Daar niet veel over gezegd is. Zeker weten we dat niet. Dat is de inschatting die Divosa weer maakt. 00:19:36
De heer Ter Beest: De Participatiewet in Balans gaat uit van veranderingen op twee vlakken. Op het gebied van de mens en het gebied van het systeem. En drie sporen van ontwikkeling worden daarin benoemd. Spoor één is het spoor wat nu als eerste in gang wordt gezet en waarvoor het wetsvoorstel nu voorligt. En dit wetsvoorstel is een voorstel met een pakket van maatregelen waarmee de regering een eerste stap zou kunnen zetten naar de uitvoering van de Participatiewet. Waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. En dat is een behoorlijke aanpassing met hoe het nu is. Een aantal van die maatregelen die daarin genoemd zijn. Het zijn 22 maatregelen. Ik zal ze niet allemaal opnoemen. Een aantal is dat mensen met een uitkering 15 % van de inkomsten die ze bijverdienen mogen houden. En dat dit dan geen effect heeft op toeslagen die mensen ontvangen. 00:20:51
De heer Ter Beest: Giften is een andere maatregel. Dat mensen naast de uitkering tot € 1500 aan giften mogen ontvangen. Een belangrijke maatregel is de vereenvoudiging van de aanvraagprocedure. En de mogelijkheid om in schrijnende gevallen met terugwerkende kracht van maximaal drie maanden bijstand toe te kennen. Wat nu niet mogelijk is. Al deze maatregelen zijn ervoor bedoeld om die menselijke maat en vertrouwen een belangrijkere rol te geven. In het tweede spoor wordt fundamenteler gekeken naar de doelen en de uitgangspunten van de wet. En de wijze waarop de wet vanaf de basis opnieuw kan worden opgebouwd. Dat vraagt wat meer denkkracht en wat meer tijd. 00:21:47
De heer Ter Beest: Daarom wordt er in het volgende spoor... En het spoor drie zit wat meer op het systeem. En dat omvat initiatieven om de vakkundigheid van de professionals in de uitvoering meer te versterken en de uitvoering meer te ondersteunen. Vooruitlopend op de Participatiewet in Balans zijn hier in Dronten op de afdelingen verschillende stappen gezet. Onder andere zijn onze medewerkers getraind in mensgericht werken, de inwoner meer centraal zetten en stress sensitief werken. Daarnaast loopt op dit moment het proces om een kwartiermaker voor de Participatiewet in Balans in gang te zetten. En deze gaat vooral aan de slag met de cultuuromslag. Je kunt mensen trainen. Het gaat ook om de cultuur waarin mensen aan het werk zijn. 00:22:44
De heer Ter Beest: Ze zal gaan starten met het schrijven van een projectplan, zodat we projectmatig acties in kunnen zetten om die stappen te gaan zetten. En daarnaast willen we vanuit de Participatiewet meer van binnen naar buiten werken. Niet altijd in
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 het gemeentehuis gesprekken voeren met mensen. Bijvoorbeeld bij inwoners thuis of op andere plekken binnen de gemeente. Om de drempel lager te maken om het gesprek aan te gaan. En dan geef ik een stokje weer over aan Jolanda. 00:23:23
Mevrouw Van der Beek: Dank je wel. Dan hebben we een ontwikkeling. Dat is de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. En in de volksmond wordt het het Regionaal Werkcentrum genoemd. Die gaat in per 1-1-2026. En op dit moment zijn er veel organisaties. Je ziet bijvoorbeeld het Werkgeversservicepunt, het Leerwerkloket, gemeenten, onderwijs en het UWV. Die hebben allemaal hun eigen werkwijze. Ook hun eigen loket. En de werknemer, de uitkeringsgerechtigde of de werkgevers, die weten niet meer bij welk loket ze voor welke vraag terecht kunnen. Dat is een beetje gestroomlijnd dit jaar en vorig jaar met het Regionaal Mobiliteitscentrum. Daar zat UWV, gemeente en het Leer-werkloket bij elkaar en een onderdeel van de werkgevers. En eenieder kon daar terecht met hun vraag. 00:24:21
Mevrouw Van der Beek: En dan werd het aan de achterkant weer gestuurd. Zo konden wij vanuit het Regionaal Mobiliteitsteam een vraag krijgen met betrekking tot de inwoners van de gemeente Dronten. Dit was de aanleiding. Ze hebben geleerd van het Regionaal Mobiliteitsteam om die hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur door te zetten, zodat er één loket komt. En hoe dat in zijn werking gaat, dat moet allemaal uitgezocht worden. De centrumgemeente Almere en het UWV zijn met name hierbij in de lead. En wij worden daar als lokale gemeenten en andere partijen, zoals de Werkgeversservicepunten, ook de werkgeversdiensten worden daarbij betrokken. Dat wordt één loket. Hoe, waar, dat weten we allemaal nog niet. 00:25:19
Mevrouw Van der Beek: Dat is allemaal in ontwikkeling. En de branche-organisaties zijn daarbij betrokken. In de regio voeren we daar gesprekken over. En er is een team opgezet. Dan zie je de knelpunten. Ik gaf het net aan, maatregel één was één loket, het Regionaal Werkcentrum. Dat iemand bij één loket aan kan kloppen. En dan aan de achterkant wordt alles in werking gezet. Een tweede deel is van werk naar werk. We hebben de werkenden die naar een andere baan begeleid willen worden. En die wisten vaak niet waar ze terecht kunnen. Die kunnen nu in het werkcentrum terecht. En worden daar begeleid van werk naar werk. En de werkzoekenden en werkenden en werkgevers ervaren beperkingen in de dienstverlening. 00:26:19
Mevrouw Van der Beek: Het is met name de ondersteuningsbehoefte. Er zijn zoveel regels en loketten, dat moet op één plek terechtkomen. En waar de wetgeving dan terecht is, dat ze daar de vragen kunnen stellen. En er moet een governance opgesteld worden. Die is er nog niet. En dat verwachten we dat dat dit jaar wordt opgesteld. Sorry, 2025. Dan hebben we de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven. Er is een rapport van Berenschot geweest. En die heeft in gezamenlijke opdracht van het, SZW, VNG en Cedris, Henk noemde Cedris al, onderzoek verricht naar de huidige infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven en de voorziene ontwikkelingen. En Berenschot is gevraagd om toekomstscenario's te schetsen en de gemeenten te ondersteunen bij hun keuzes.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 00:27:19
Mevrouw Van der Beek: Dat rapport is net naar buiten gekomen. En daar zijn wij mee bezig. Eén van de onderdelen die Berenschot als knelpunt had aangegeven, is de ondersteuningsinfrastructuur. De sociaal ontwikkelbedrijven hebben in interviews aangegeven dat ze een goede inrichting van hun ondersteuningsinfrastructuur voor de Participatiewet misten. Dat betekent dat er gesprekken met de sociale ontwikkelbedrijven moeten gaan plaatsvinden. Een grote groep personen met verbindende loonwaarden, anders dan beschut. Henk noemde het net. Er zijn mensen met een indicatie banenafspraak. Er zijn mensen met een indicatie beschut. Daar heb je de onderkant van de banenafspraak, die dan extra ondersteuning nodig hebben. Je hebt mensen die helemaal geen indicatie hebben, die mogelijk daarvoor in aanmerking komen. 00:28:17
Mevrouw Van der Beek: En die groep wordt vaak vergeten. En daar wordt extra aandacht voor gevraagd in het rapport Berenschot. En dan hebben we de financiën. Op de Participatiewet is flink bezuinigd. En daar hebben we mee te handelen. We moeten gaan kijken: hoe kunnen we die doelgroep ondersteunen richting werk? En vaak is het een doelgroep met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Dan is het eerst stabiliseren, dan participeren, alvorens men toekomt aan re-integreren. Wel of niet met ondersteuning. En dat is een uitdaging hoe we dat gaan doen. En mogelijk komt het Rijk met extra financiële middelen. En in de Kamerbrief van Schouten is dat naar voren gekomen. 00:29:17
Mevrouw Van der Beek: Deze is net eind mei beschikbaar gekomen en bij de Kamer neergelegd. Ik moet zo nu en dan spieken. Er zijn drie varianten besproken. En de eerste variant, dan gaat men door op de oude weg. Dat is niet wenselijk. Berenschot noemt niet voor niks dat we iets moeten doen aan de doelgroep met de lange afstand en aan de onderkant van de banenafspraak. Dan hebben we de derde variant. Die zal financieel niet haalbaar zijn. Men zegt: we willen extra banen. Ook 36.000 banen voor andere groepen mensen. En dat betekent een financiële impuls. En daar zal het Rijk niet toe genegen zijn. En wij verwachten dat de tweede variant gaat komen. En dat zijn dan minimaal de beschutte werkindicaties omhoog en 10.000 banen voor de andere groepen mensen. 00:30:17
Mevrouw Van der Beek: Dan moet je denken aan de groep die ik net benoemd heb, aan de onderkant van de banenafspraak. Plannen voor een toekomstbestendige lokale infrastructuur. Op dit moment heb je een beetje een afname van de mensen die werkzaam zijn bij de sociale ontwikkelbedrijven. Dat heeft te maken met dat de WSW op slot zit. En voor drie WSW komt er één beschut zo ongeveer terug. De infrastructuur ligt er. Alleen dan heb je te maken met een overcapaciteit. Dat er te veel infrastructuur is voor de mensen die daar werken. We kunnen meer inzetten bij de sociaal ontwikkelbedrijven. En daar wordt aandacht voor gevraagd in de Kamerbrief van Schouten. Het bereik en de ondersteuning. Maatregelen om beschut werk wat beter onder de aandacht te brengen. 00:31:18
Mevrouw Van der Beek: Daar zijn extra middelen. Dit jaar zijn er extra
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 begeleidingsmiddelen toegekend aan mensen met een indicatie beschut. Het is bekend dat de middelen ontoereikend zijn om deze personen extra te begeleiden. Er wordt gevraagd aan gemeenten om duidelijke plannen te maken met betrekking tot de gerichte ontwikkeling van de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven. Dat gaan we samen doen met het ontwikkelbedrijf. En dat plan zal dan vastgesteld moeten worden door de raad. Als dit vastgesteld wordt, dan zullen we hiermee aan de slag moeten. Er moet een transformatie plaatsvinden. We moeten wat meer richting de sociale ontwikkelbedrijven komen. En daar komt een stukje budget voor vrij. 00:32:15
Mevrouw Van der Beek: Er komen handreikingen. Het Rijk ondersteunt de gemeenten: hoe kunnen we beter de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven gaan gebruiken en benutten? En extra bekostiging. Er wordt toegevoegd 10.000 banen voor andere groepen mensen. Dan zullen er financiële middelen mee moeten komen. En er wordt een benchmark samengesteld, zodat je kunt schakelen met andere gemeenten om daarvan te leren. En dit jaar in de Voorjaarsnota is er al 600 miljoen toegezegd dat richting ons komt. En dat zal met name voor beschut werk zijn. En we verwachten in juni de besluitvorming. Dan hebben we de SER, de Sociaal-Economische Raad. Die heeft een aantal functionaliteiten. En dat waren de zes die men belangrijk vindt in de begeleiding van mensen richting de arbeidsmarkt. 00:33:21
Mevrouw Van der Beek: En Berenschot heeft daar twee functionaliteiten aan toegevoegd. Ik loop ze met u door. We werken op deze manier. Het bieden van detacheringsfaciliteiten naar reguliere werkgevers hebben wij bij ons sociaal ontwikkelbedrijf. Dat zal voornamelijk via Impact gebeuren. Dat mensen buiten het sociale ontwikkelbedrijf aan het werk kunnen. Daar streven we naar, dat zoveel mogelijk buiten de beschutting. Bieden van een voorziening voor beschut werk. Henk gaf het net aan. Dat er mensen zijn die niet zonder een beschutte werkplek kunnen. Dat hebben we belegd bij Impact. Het bieden van een goede matching en begeleiding. Wij brengen aan de voorkant alle leefgebieden in kaart. Zodat we een goed een klantbeeld hebben van alle competenties, alle mogelijkheden, ook de onmogelijkheden, de belemmeringen van degene die wij gaan begeleiden richting werk. 00:34:21
Mevrouw Van der Beek: En dan zijn we in staat om de inwoner of degene die de vraag stelt om begeleid te worden op een juiste plek te brengen. Dat kan zijn één van de vier onderdelen. Soms is het een tijdelijke vrijstelling of extra begeleiding met jobcoaching. Daar hebben we diverse voorzieningen voor. We hebben een lokaal en regionaal werkgeversnetwerk. Daar is ons Werkgeversservicepunt voor. Die werkt samen met Impact en het UWV om te kijken, de matching met de diverse vacatures. Het ontwikkelen van werknemersvaardigheden is een voorziening die wij inzetten, als dat nodig is. En werkgevers adviseren en helpen bij aanpassing van werkproces op maat. We hebben een aantal collega's die daartoe zijn opgeleid. 00:35:14
Mevrouw Van der Beek: En het vinden, erkennen, diagnosticeren van kandidaten. Ik heb net gezegd dat wij een uitgebreide intake doen op alle leefgebieden. En mochten
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 we wat extra's nodig hebben, zoals een medisch advies, dan zullen we dat doen. En als er een diagnosetool, dan zullen we dat bij Impact gaan doen, zodat we de ontwikkelingen kunnen volgen. En dienstverlening aan personen zonder indicatie beschut werk, dat wordt ingezet op middels jobcoaching. Dan geef ik het woord over aan mijn collega Sabine. 00:35:53
De voorzitter: Mevrouw Jonker. 00:36:00
Mevrouw Jonker: Een vraag. Is het mogelijk dat we nu... 00:36:02
De voorzitter: We zouden geen vragen doen, mevrouw Jonker. 00:36:04
Mevrouw Jonker: Ik stel aan u een vraag. Mag dat niet? 00:36:06
De voorzitter: Nee, sorry. 00:36:09
Mevrouw Jonker: Ik wil een procesvoorstel doen. 00:36:12
De voorzitter: Dan mag u. 00:36:16
Mevrouw Jonker: Is het mogelijk om nu de vragen te stellen over de Participatiewet? Het wordt straks lastig, als alles gebeurd is, om de juiste vragen te stellen. Het duizelt nu al. Dat we per onderwerp, Participatiewet, armoedebeleid en dergelijke, de vragen mogen stellen. 00:36:34
De voorzitter: Ik ga overleggen. Moment. 00:36:42
De heer Van Amerongen: Voorzitter, ik zou het verzoek van mevrouw Jonker wil ondersteunen. 00:36:51
De voorzitter: Ik heb afgestemd met de wethouder en ambtelijke ondersteuning. Die geven er de voorkeur aan om het allemaal aan het eind te doen. U gaat erover. Als u zegt: we willen het per onderdeel doen, dan gaan we dat doen. Het heeft de voorkeur vanuit de wethouder en de ambtelijke organisatie om dat helemaal aan het eind te doen. Het is aan u. De heer Ammerlaan. 00:37:16
De heer Ammerlaan: Voorzitter, voor ons maakt het niet uit. We kunnen het aan het einde doen. 00:37:24
De voorzitter: ChristenUnie.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 00:37:29
Mevrouw Hotting-Niewold: Ik schrijf de vragen op in een kladblok. Ik heb ze onthouden. 00:37:32
De voorzitter: En het CDA. Dan heb ik geconstateerd dat we dat aan het eind gaan doen. Dank u wel. Het woord is aan u. 00:37:45
Mevrouw De Bruijn: Goedenavond, ik ga u meer vertellen over het armoedebeleid. En als ik dat wat duidelijker aangeef, dan is dat armoede en schuldenbeleid. Op deze eerste sheet staat de titel van het actieplan van dit jaar. Samen verder tegen armoede en schulden. En ik wil u meenemen in de opzet hoe we dat met elkaar hebben afgesproken. En dan begin ik met de maatschappelijke effecten. Die staan in de Kadernotitie Armoedebestrijding. En u heeft er twee vastgesteld. En daar zijn wij mee aan de slag gegaan. Iedereen heeft een minimale inkomenszekerheid. En iedereen kan mee blijven doen. En bij beide maatschappelijke effecten hebben we voor dit jaar jaardoelen vastgesteld. En die kunt u hier lezen. En dit zijn jaardoelen die gericht zijn op gedrag. En hoe we als ambtelijke organisatie, als gemeentelijke organisatie bezig zijn met het armoedebeleid. 00:38:48
Mevrouw De Bruijn: Hoe we met inwoners met geldzorgen om willen gaan. En hoe we ze willen bereiken. Daar ligt dit jaar de focus op. Als we dan inzoomen op het eerste maatschappelijke effect. Iedereen heeft een minimale inkomenszekerheid. Dan ligt in de uitvoering de nadruk op onze minimaregelingen, waaronder de bijzondere bijstand. Ik heb een plaatje erbij gedaan over de energiecoaches. En daar zit de witgoedregeling bij. De minimaregelingen kunnen mensen, inwoners aanvragen. En wij zijn aan het kijken: welke regelingen passen daar goed bij? Hoe kunnen we daar een goede aansluiting vinden met de inwoners? En dat betekent dat wij speciale aandacht hebben voor ervaringskennis. Dit jaar investeren we specifiek in onderzoek. Dat doen we samen met de collega's die bezig zijn op de Participatiewet. Om te kijken hoe we ervaringsdeskundigen mee kunnen nemen in de ontwikkeling van beleid en uitvoering. 00:39:56
Mevrouw De Bruijn: En daarnaast zijn we samen met de gemeente Lelystad aan het kijken of we een pool van ervaringsdeskundigen kunnen opzetten. Dat is nu in onderzoek. Zijn we druk mee aan de slag. Als we bezig zijn met de ervaringskennis, bijvoorbeeld bij de witgoedregeling, dan zien we dat het belangrijk is dat we op een bepaalde manier communiceren richting de inwoners. Waardoor het laagdrempeliger wordt voor mensen die geldzorgen hebben om hulp te vragen bij de gemeente of bij andere partners. En de witgoedregeling werkt goed, zien we nu. Het wordt gekoppeld aan de energiecoach, waar mensen bezoek krijgen van een energiecoach thuis. Daar een breder advies krijgen en dan mee kunnen doen aan deze witgoedregeling. 00:40:55
Mevrouw De Bruijn: Op dit moment hebben we 60 aanvragen daarvan binnengekregen. En 44 zijn op dit moment toegekend. Dit is een sheet over de minimaregelingen en wat de uitgaven van de gemeente zijn in de afgelopen drie jaren. Daar zien we dat er vorig jaar een terugloop is van het aantal aanvragen. En
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 daar kunnen veel verschillende redenen voor zijn. Een mogelijke reden is dat er op rijksniveau veel mogelijkheden waren om extra ondersteuning te vragen. Denk ook aan de energietoeslag. En ik ga zo meteen verder in op de toegankelijkheidsbijdrage. Even zien. We hebben de bijzondere bijstand verder uitgelicht. Hier heeft u een overzicht waar je kunt zien waar het geld vorig jaar aan uit is gegeven. De grootste uitschieter is elk jaar de bewindvoering. 00:42:01
Mevrouw De Bruijn: Mensen met een laag inkomen die ondersteuning nodig hebben om hun geldzaken op orde te krijgen, kunnen bij ons een beroep doen op de bijzondere bijstand. Uiteraard onder bepaalde voorwaarden. En dat is het bedrag dat wij in 2023 daarvoor hebben uitgegeven. Even kijken hoor. En andere componenten: huishoudelijke hulp, gezinshulp en woonkosten tot de huurgrens, die zijn wat hoger vergeleken met de anderen. Als ik dan doorga naar het andere maatschappelijke effect. Iedereen kan mee blijven doen. Dan ligt de focus vanuit beleid op de toegankelijkheidsbijdrage. Die is bedoeld voor kinderen en voor volwassenen. En daarnaast richten we ons op investeringen, ook pilots, gericht op educatie. Dan moet u denken aan een pilot bij het Huis voor Taal van de Flevomeer Bibliotheek, waarin mensen basisvaardigheden wordt aangeleerd en geoefend. 00:43:07
Mevrouw De Bruijn: Mensen kunnen hun digitale vaardigheden daar verbeteren. DigiD bijvoorbeeld aanvragen. Waardoor het makkelijker wordt om bijvoorbeeld regelingen opnieuw aan te vragen. We richten ons op de communicatie. We proberen daar laagdrempelig in te zijn. En via de communicatiecampagne 'zet de eerste stap' laten we verhalen zien van mensen die in een situatie hebben gezeten met geldzorgen. Of van andere partijen met wie we samenwerken. En verder focussen we ons op laagdrempelige ondersteuning. Kom ik zo op terug. Dan hier de cijfers van de toegankelijkheidsbijdrage van de afgelopen vier jaar. Daarin zien we dat er in 2023 een afname is van het aantal kinderen dat gebruik maakt van de toegankelijkheidsbijdrage. Wel een toename van volwassenen, hoewel niet veel. 00:44:09
Mevrouw De Bruijn: Op het gebied van educatie, communicatie en ondersteuning licht ik er een aantal zaken uit met deze sheet. Eén daarvan is onze eigen website. De gemeentelijke website wordt gezien, en is het ook, als een betrouwbare bron waar je informatie uithaalt. En dat geldt voor mensen met geldzorgen, die op deze manier hun informatie kunnen ophalen. En we hebben een eigen website van het armoedebeleid. En dat heet: 'de geldpotjes en geldzorg, zet de eerste stap'. Deze hebben we laatst aangepast naar geldpotjes. Als we het hebben over ervaringskennis, zijn dit de woorden waar mensen wel op aanslaan. En niet op: ambtelijke of zet de eerste stap, bijvoorbeeld, zelf. Daar proberen we steeds meer op te letten. Als je op die website klikt, dan zijn daar alle mogelijkheden die we met elkaar als netwerk hebben. 00:45:05
Mevrouw De Bruijn: Niet alleen de gemeente. Ook alle andere lokale partijen die bezig zijn met armoede en schulden, die kun je daarop terugvinden. En daar vind je informatie over waar je dan kunt aanmelden, bijvoorbeeld voor hulpverlening of andere zaken. Andere acties die we uitvoeren, is bijvoorbeeld De
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 VoorzieningenWijzer. Dat staat hier als: 'dat geldt voor mij'. Zo heet de website. We willen dat mensen meer gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Dan moeten ze weten dat ze er zijn. En dan moet het eenvoudig zijn om ze te kunnen aanvragen. Daar investeren we op dit moment in. Er is een website voor. En daar kun je dat eenvoudig opzoeken. Dat doen we samen met OFW en MDF. Die website: 'dat geld voor mij' wordt ingezet voor adviesgesprekken. 00:46:06
Mevrouw De Bruijn: En we zien dat de mensen, die een adviesgesprek via de 'dat geldt voor mij' website krijgen, gemiddeld meer dan € 500 per jaar kunnen besparen. We merken dat daar zeker winst te behalen is. Een andere actie die we hebben ingezet, Geldfit, dat zijn de schuldenlabinterventies die landelijk zijn onderzocht. En verder ziet u een aantal plaatjes van de verhalen uit deze gemeente. Hoe wij met armoede en schulden omgaan. Ik zei: armoede- en schuldenbeleid. En dat betekent dat we op het gebied van schuldhulpverlening veel te doen hebben. Dat is een wettelijke taak. En belangrijke ontwikkeling is de wetswijziging van vorig jaar, waarin de aflosperiode van mensen die in de schuldsanering zitten van drie naar anderhalf jaar is teruggebracht. 00:47:08
Mevrouw De Bruijn: We hebben de vroegsignalering in Dronten. Dat is een landelijke verplichting. Mensen die wat betalingsachterstand hebben, daar hebben we verschillende afspraken over. Die worden dan door de vaste lasten partner gemeld bij ons. Denk dan aan de energiemaatschappijen of OFW, de woningbouwcorporatie. En dan gaat onze partner MDF daarop af. En dat kan op verschillende manieren: per mail, telefoon of op huisbezoek. En we zien dat we daar nog winst te behalen hebben. En we zijn met MDF daar een project gestart, om te kijken of we dat meer effectgericht kunnen gaan aanvliegen. En tot slot hebben we vanmiddag een ondertekening gehad van een samenwerkingsovereenkomst met de bewindvoerders. Elf bewindvoerderskantoor hebben deze ondertekend. 00:48:03
Mevrouw De Bruijn: En het voordeel van samenwerking met bewindvoerders is dat we de samenwerking op die manier kunnen verbeteren. Dat er bijvoorbeeld sneller een bijzondere bijstand aangevraagd kan worden voor mensen die een bewindvoerder nodig hebben. Waardoor sneller de geldzaken op orde zijn. En we op die manier de kwaliteit kunnen verbeteren met elkaar. Volgens mij is dit mijn laatste sheet. Die wilde ik laten zien. Ik gaf eerder dat we lid zijn van Geldfit. Dat is enerzijds een bron van informatie voor inwoners, waar je kunt checken: hoe ziet mijn huishoudboekje eruit? Wat kan ik daarop leren? Tegelijkertijd is het een dashboard voor gemeenten. Waarin vanuit verschillende landelijke bronnen wordt gekeken hoe de huishoudens, inwoners van de gemeente Dronten ervoor staan als het gaat om betaalgedrag. 00:49:02
Mevrouw De Bruijn: En als we dan deze drie jaren zien, dan zie je goed betaalgedrag. En dat zijn allemaal indicatoren. Die is in de afgelopen twee jaar wat gedaald. En dan zie je dat het zorgelijk betaalgedrag onder inwoners is toegenomen. Dat wil niet zeggen dat mensen met zorgelijk betaalgedrag problematische schulden hebben. Dat kan wel zomaar gebeuren. En ik denk dat dat aandachtspunten zijn voor
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 de komende vier jaar, de nieuwe beleidsperiode, om te kijken: hoe kunnen we daar een goed smart doel voor stellen et elkaar? Dat we dit kunnen gaan aanpakken. Dat was mijn deel over armoedebeleid. En dan komt nu Wmo? 00:50:12
Mevrouw Kanis: Goedenavond, mijn naam is Johanna Kanis, beleidsadviseur Wmo. De Wmo is heel breed, heel divers. Ik ga u op hoofdlijnen meenemen in de Wmo. Wat is de Wmo? De Wmo kreeg vanaf 2015 een nieuwe invulling. Vanaf de decentralisatie. Het begrip maatschappelijke ondersteuning werd breder gedefinieerd. En wordt de Wmo gezien als een middel om zelfredzaamheid en participatie in de samenleving te bevorderen. In de Wmo staat dat burgers hun eigen verantwoordelijkheid hebben, hoe ze hun leven inrichten. En als een burger het bijvoorbeeld minder goed lukt om zichzelf te redden of deel te nemen aan de aan de maatschappij, dan wordt verwacht dat er eerst een appel wordt gedaan op de eigen kracht. En met behulp van inzet van het sociaal netwerk. 00:51:10
Mevrouw Kanis: En lukt dat niet, dan is de gemeente aan zet. En dan beslist de gemeente of en welke voorziening passend en nodig is. De Wmo geldt vanaf 18 jaar. We hebben lokale en regionale componenten. Lokaal, als je kijkt naar de maatwerkvoorzieningen, dan schoon en leefbaar huis. Bekend als de huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagbesteding, hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen. Denken aan scootmobiels, het Wmo vervoer, de regiotaxi. Woningaanpassingen, cliëntondersteuning, respijtzorg en mantelzorg. Voor deze maatwerkvoorzieningen lokaal hebben wij contracten afgesloten met zorgaanbieders, voor het leveren van zorg en diensten. Een cliënt kan zorg krijgen in natura of in een persoonsgebonden budget, PGB. 00:52:14
Mevrouw Kanis: En als je kijkt naar de verhouding tussen zorg in natura en PGB, dan is 79 % zorg in natura en 21 % PGB. We hebben weinig Pgb-houders binnen de gemeente Dronten. Regionaal werken we samen met andere gemeenten, binnen de regio Flevoland. Almere is centrumgemeente. En die heeft vooral het beschermd wonen en maatschappelijke opvang onder zich. Ik kom later in de presentatie daarop terug. Als je kijkt naar de gemeente Dronten, het eerste half jaar, de Wmo cliënten naar leeftijd en geslacht. In dit staatje zie je de verdeling tussen man en vrouw en in de leeftijdscategorie. En dan zie je dat de Wmo de doelgroep meer op ouderen is gericht. Beneden 60 jaar is het meer inzet op begeleiding. Dat is de meest voorkomende maatwerkvoorziening. 00:53:22
Mevrouw Kanis: En 60 jaar en ouder is het meer op huiselijke ondersteuning, op dagbesteding, op vervoer, et cetera. Deze sheet geeft weer het aantal unieke cliënten per Wmo categorie, per 1.000 inwoners. En dat is vergeleken met Nederland. Op zich, als je kijkt over de jaren 2020, 2021, 1022 zitten er geen fluctuaties in de afname van maatwerkvoorzieningen. Hulpmiddelen en diensten wil zeggen: dat zijn woningaanpassingen, rollend vervoer, rolstoel, scootmobiels, et cetera. En een maatwerkarrangement, dat zijn unieke cliënten die daar staan vermeld. En die kunnen of begeleiding hebben en tegelijkertijd ondersteuning thuis:
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 huishoudelijke ondersteuning of begeleiding. Dat zijn unieke cliënten. En een maatwerkarrangement: een cliënt kan meerdere voorzieningen afnemen. 00:54:37
Mevrouw Kanis: Even kijken hoor. Dit is wel een mooie sheet van hoe de stapeling voorzieningen binnen het sociaal domein is ingezet. Sociaal domein moet je denken aan de Participatiewet, de jeugdwet en de Wmo. En dat geeft een beeld, van hoe het integraal werkt. Hoe dat in elkaar steekt. En deze sheet laat zien wat de stapeling voorzieningen per wet is per 1.000 huishoudens. Je ziet, wat is dat, paars of blauw, dat is de Wmo. En dat geeft elke keer de grootste hap weer qua gebruikers. Je ziet dat er in 2022 zowel van de jeugd als de Participatiewet en de Wmo tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt. Die situatie komt voor. Die stapeling van voorzieningen kan de complexiteit van een situatie weergeven binnen een gezin. Een opgave binnen de gemeente Dronten is de vergrijzing. Als je kijkt van nu tot aan 2040 geeft dit weer het aantal 65-plussers. 00:56:20
Mevrouw Kanis: En je ziet, gemeente Dronten is een relatief jonge gemeente. En de dubbele vergrijzing ten opzichte van andere gemeenten komt nu met een sneltreinvaart op ons af. En dat is heel mooi te zien in de volgende sheet. Hier is Dronten afgezet van hoe het staat ten opzichte van Flevoland, met andere regiogemeenten en ten opzichte van Nederland. En je ziet dat in 2040 Dronten het aantal 65-plus en ouder omhoog schiet. Ouder worden, komt helaas met gebreken. Meer oudere inwoners in de gemeente, betekent meer mensen met een hulpvraag. In Dronten is de grijze druk, of de verhouding tussen 65-plussers en de beroepsbevolking van 20-64 jaar, hoger dan gemiddeld in Flevoland. En dat laat deze staat zien. En als je kijkt naar 2035, dan is de verwachting dat 28,8 % van de Drontenaren ouder zijn dan 65 jaar, ten opzichte van 17,4 % in 2018. 00:57:48
Mevrouw Kanis: Deze laat de prognose zien van dementie. Het aantal mensen met dementie per gemeente in Flevoland. Flevoland is een relatief jonge provincie. Als je kijkt ten 2040 ten opzichte van Nederland, dan zal in deze provincie mensen met dementie flink stijgen. Dat is rond 76 % ten opzichte van Nederland 104 %. En dat is werk aan de winkel. En dat kun je zien in deze ontwikkeling van de zorgvraag. Het is een bron van het ministerie van VWS. En de Wmo voorspelling, de groei van Wmo aanvragen ten opzichte van leeftijd. En je ziet dat de Wmo, de rode lijn, flink stijgt in 2040. En dat betekent dat de komende decennia zal de vraag naar zorg, en dan vooral de vraag naar Wmo voorzieningen in Nederland, en daarmee ook in Dronten, verder doorzetten. En de toekomst van de zorg staat onder druk. 00:59:18
Mevrouw Kanis: En dat heeft te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Personeel in de zorg, dubbele vergrijzing, financiële tekorten. En het zorglandschap moet anders worden ingericht. Eind vorig jaar is het regiobeeld vastgesteld van Flevoland. Daaruit is een regioplan ontstaan: Regioplan Integraal Zorgakkoord Flevoland. En landelijk is het Integraal Zorgakkoord, het IZA kort gezegd afgekort. En daar hebben alle partijen die te maken hebben met zorg en welzijn, gemeenten, zorgverzekeraars hun commitment aan gegeven dat de zorg anders ingericht moet worden. En elke regio heeft een regioplan. En de ambitie is om daadkrachtige gemeenschappen te maken.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 En het toegankelijke aanbod van ondersteuning, hulp en zorg voor inwoners die dat nodig hebben. 01:00:25
Mevrouw Kanis: Het is 2024. Dit jaar wordt er opvolging gegeven aan het regioplan. Dat doen we samen met onze zorgpartners, welzijnspartners, regiogemeente, zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Gaan we daar een plan de campagne maken: hoe gaan we dat voor Flevoland oppakken? Het krijgt een plekje in het nieuw op te stellen beleidsplan sociaal domein. Als je kijkt naar de uitgaven Wmo voorzieningen op jaarbasis. Dan hebben we drie volle jaren gepakt. En dan zie je een lichte stijging bij een schoon en leefbaar huishouden, huishoudelijke ondersteuning en begeleiding. Als je kijkt naar de uitgaven en wat is begroot, we lopen in de pas. We hebben niet een tekort op de Wmo tot en met 2024. Ik neem jullie mee in de belangrijke ontwikkelingen van de Wmo. De grootste ontwikkelingen. Dat is het wetsvoorstel passende eigen bijdrage Wmo. Als het goed is, gaat die per 1-1-2026 in. 01:01:44
Mevrouw Kanis: Zoals u allemaal weet, is er een abonnementshonorarium ingevoerd per 2019. Dat heeft vooral voor de huishoudelijke ondersteuning gigantische aanvraag tot gevolg gehad. Door het abonnementshonorarium is het gebruik van Wmo voorzieningen sterker gestegen. Voornamelijk op de huishoudelijke ondersteuning. En in de praktijk leidt het gestegen gebruik ertoe dat de toegankelijkheid van Wmo voorzieningen voor de kwetsbare inwoners, voor de mensen die het nodig hebben, juist onder druk komt te staan. De gemeente kan het geld maar één keer uitgeven. Als de vraag exceptioneel stijgt, moeten we daar iets op verzinnen. Deze wet zegt: we schaffen het abonnementshonorarium af en we gaan een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voeren. En dat is afhankelijk van het inkomen en het vermogen. 01:02:48
Mevrouw Kanis: En er wordt geen rekening gehouden met de financiële draagkracht van de burger. En het zal helpen om de druk bij de gemeente op het gebruik van Wmo voorzieningen te reguleren en de financiële haalbaarheid van de Wmo te verbeteren. Het tweede is de Wet invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Daar had ik in het begin van de presentatie naar beschermd wonen gezegd dat ik hierop terug zou komen. Ik heb hier een vraagteken staan per 1-1-2026. Het woonplaatsbeginsel is elke keer uitgesteld. En het is niet zeker of het per 1-1-2026 ingaat. En dat heeft te maken dat sinds dit jaar ligt het bij de Tweede Kamer en het is controversieel verklaard. Het kan niet meer voor het zomerreces worden opgepakt. 01:03:49
Mevrouw Kanis: Wat wil het woonplaatsbeginsel zeggen? Een inwoner van Dronten verhuist naar gemeente Almere. Daar kan de instelling voor beschermd wonen betere zorg leveren. Gemeente Dronten blijft aansprakelijk of verantwoordelijk voor die inwoner, ondanks dat hij is verhuisd Almere. En dat betekent een andere financiële insteek. Er komt een ander objectief verdeelmodel die wij ontvangen. Elke gemeente ontvangt geld. Nu ontvangt centrumgemeente Almere het geld. En dat wordt met de invoering van dat woonplaatsbeginsel anders. In de regio is men druk bezig... In afwachting van gaan we in de regio bezig met het op-, om- en afbouwplan
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 voor beschermd wonen. Dat wil zeggen dat er meer inzet naar thuis is. Nabij wonen leven. En niet meer opname in een instelling. En dat is tweeledig. 01:05:04
Mevrouw Kanis: Enerzijds om de zorg betaalbaar te houden. En anderzijds om mensen in hun vertrouwde omgeving te laten. En ook al zou het woonplaatsbeginsel niet doorgaan of worden uitgesteld, wij gaan bezig op die nieuwe manier van werken. De derde grote ontwikkeling is de aanbesteding regiotaxi. Als je kijkt naar de vergrijzing, krapte op de arbeidsmarkt, de houdbaarheid van het openbaar vervoer in het landelijk gebied, waar we mee te maken hebben, maakt doorontwikkeling nodig. En we willen het vraagafhankelijk vervoer toekomstbestendig maken. Een nieuwe aanbesteding. We zitten in de voorbereidende fase. En het is de bedoeling dat het per 1-7-2025 ingaat. Dat is op hoofdlijn de Wmo. Zijn er nog vragen? 01:06:07
De voorzitter: Dank u wel, collega's van de ambtelijke organisatie. Hartelijk dank voor deze uitgebreide presentatie. We zijn geïnformeerd over de financiële en beleidsontwikkeling op drie terreinen: de Participatiewet, armoedebeleid schuldhulpverlening en de Wmo. En ik zou me kunnen voorstellen dat er vragen zijn. Wie kan ik het woord geven? Mijnheer Van Amerongen. 01:06:34
De heer Van Amerongen: Dank u wel, voorzitter. Ik zal een selectie maken uit de vragen die ik voorbereid had. Ik denk dat het anders wat te veel wordt, op dit moment. Ik zal het verdelen in die drie blokken waar die presentatie op gebaseerd was. In eerste instantie gaat het om de Participatiewet. In de grafieken zie je dat het aantal bijstandsgerechtigden de afgelopen jaren een dalende tendens vertoonde. De vraag van onze kant: zet die dalende trend zich voort of stabiliseert dat aantal bijstandsgerechtigden zich op dit moment? Tweede punt is dat ik hoorde van de ambtelijke ondersteuning dat het ondersteuningsaanbod is gericht op een viertal categorieën. Daar werd bij aangegeven dat de inzet op de match met de arbeidsmarkt, op basis van werkritme en ervaring, niet veel inzet op hoeft te worden gepleegd. 01:07:35
De heer Van Amerongen: Die arbeidsmarkt is zodanig dat mensen snel aan een baan kunnen komen. Ik zie dat ik het verkeerd begrepen heb. Mijn vraag erover: als dat zo zou zijn, zo is het niet begrijp ik, wordt dan die ambtelijke inzet met name gericht op die andere categorieën? Daar wat duiding bij, wat gevoel bij. Dan zien we dat het BUIG budget het afgelopen jaar niet volledig is benut of niet besteed. Daar is de vraag: zet die tendens zich voort in 2024. En wat wordt er gedaan met de middelen die we dan overhouden? Moeten we die terugstorten of kunnen we die in de reserve stoppen? Ik zie nee schudden. Ik heb het helemaal fout, geloof ik. Dat mag. We zijn het lekenbestuur, geloof ik. Dan wordt er aangegeven dat het loont om te investeren in werk voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. Daarvan werd aangegeven dat er een soort kosten-batenanalyse bij is, bij hoort. 01:08:31
De heer Van Amerongen: Werd aangeboden om ons die aan te leveren. Gebruikmakend van het aanbod willen we die kosten- en batenanalyse voor de gemeente Dronten eens inzien,. Dan gaan we door naar de
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 arbeidsmarktinfrastructuur, die hervormd wordt per 1 januari 2026. Met die hervorming wordt een aantal oplossingen beoogd. Een aantal problemen worden daarmee aangepakt. Hoe ziet u ambtelijk die arbeidsmarktinfrastructuur of die hervorming daarvan? Is dat een oplossing voor de problemen die daarmee aangepakt zouden kunnen of moeten worden? Armoedebeleid, tweede blokje. Sorry, ja hoor. Ik ben de voorzitter niet. 01:09:22
De voorzitter: Mevrouw Jonker, ik begrijp dat u het woord wilt. 01:09:27
Mevrouw Jonker: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het netjes doen. Ik kom weer met de vraag: kunnen we de vragen ten opzichte van participatie allemaal koppelen, voordat we naar armoedebeleid toe gaan. 01:09:39
De voorzitter: Dat lijkt me een mooi voorstel. Ga ik helemaal met u mee. 01:09:42
Mevrouw Jonker: Dank u wel, voorzitter. 01:09:43
De voorzitter: Dat gaan we per blok doen. Ik wil de ambtelijke organisatie de gelegenheid geven om op het eerste blok van de vragen antwoord te geven. 01:09:57
De heer Ter Beest: Dan zal ik dat proberen. Voor de arbeidsmarktinfrastructuur vraag kijk ik naar Jolanda. Daar zit zij beter in dan ik. Dan was de eerste vraag over de cijfers en de tendens van de aantallen huishoudens met een bijstandsuitkering. De verwachting op de lange termijn is dat het aantal mensen in de Participatiewet zal gaan stijgen. En dat komt door hoe de Participatiewet is opgebouwd. De Participatiewet is opgebouwd uit wat vroeger de Bijstandswet is. Er is een deel van de inwoners die vroeger een Wajong-uitkering zou krijgen. Die komt sinds 2015 terecht in de Participatiewet. En een deel van de inwoners die vroeger terecht zou komen bij de sociale werkvoorziening en daar een dienstverband zou krijgen, valt nu onder de doelgroep van de Participatiewet. In 2015 was de verwachting dat de doelgroep sneller zou stijgen dan nu het geval is. 01:11:11
De heer Ter Beest: Dat dat nu nog niet het geval is, komt door de goede economische jaren die er zijn geweest vanaf 2022. Waardoor het oorspronkelijke bijstandsbestand, mensen die van oudsher een bijstandsuitkering hebben, in de afgelopen jaren gedaald is. Dat is meteen een bruggetje naar uw tweede vraag, uw tweede opmerking over of er geen inzet gepleegd wordt voor die groep die aan het werk kan. Dat is niet het geval. Op deze groep wordt juist inzet gepleegd om ze zoveel mogelijk aan het werk te helpen. Alleen het zijn minder mensen dan het voorheen waren. We zien de conclusie die u legde: een verschuiving van inzet van onze medewerkers van de doelgroep mensen die direct naar werk te bemiddelen zijn naar de doel groep van mensen waar inzet op de maatschappelijke activering mogelijk is.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 01:12:13
De heer Ter Beest: Dat is niet vanwege dat we denken: ze redden zich wel. De groep is in totaal kleiner geworden. Ga ik even kijken. Dan de BUIG middelen. Daar houden we op over. Die middelen hoeven we niet terug te betalen aan het Rijk. Die vallen terug in de gemeentebegroting. 01:12:42
De heer Van Amerongen: Mag ik daar een aanvullende vraag over stellen? 01:12:45
De voorzitter: Dat mag. 01:12:46
De heer Van Amerongen: Blijft het gelabeld binnen het sociaal domein of gaat het naar de algemene middelen toe? 01:12:53
De heer Ter Beest: Naar de algemene middelen. Ik kijk voor de check even naar Jolanda. Ze gaan naar de eigen middelen. 01:13:00
Mevrouw Van der Beek: Een gedeelte is gelabeld voor het sociaal domein. En er gaat een gedeelte naar de algemene middelen. En dat gedeelte van het sociaal domein is meegenomen in de begroting. We houden er rekening mee dat wij een overschot hebben. 01:13:17
De heer Van Amerongen: Via de voorzitter: ook voor 2024? 01:13:22
Mevrouw Van der Beek: Ik word gesouffleerd: ja. 01:13:29
De voorzitter: Dat was het eerste blok, mijnheer van Amerongen? 01:13:33
De heer Ter Beest: Nee, er was nog een vraag over de maatschappelijke kostenbatenanalyse. Ik gaf aan dat er een rekenmodel is waarmee we cijfers voor Dronten kunnen berekenen. Ik kan die rekenmodule delen. Die staat openbaar. Die is op internet te vinden. Daar zit een analyse achter. Het is een uitgebreid Excelbestand met veel verschillende indicatoren. Waar we zelf aan het zoeken zijn: hoe kunnen we daar het mooiste verhaal van maken? Ik kan hem delen. Ik vraag me af of u er snel wijs uit wordt. Voor mij is het mijn dagelijkse kost en het kostte mij al moeite. We zijn bezig om die analyse te maken. En als we hem hebben, dan willen we hem delen. Dat kost tijd. 01:14:28
De heer Van Amerongen: U was er zo enthousiast over dat ik denk: dat wil ik zien. 01:14:32
De heer Ter Beest: Ik ben er zeker enthousiast. 01:14:33
De heer Van Amerongen: Als u zover bent, dan hou ik me aanbevolen.
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 01:14:36
De heer Ter Beest: En dan met betrekking tot de arbeidsmarktinfrastructuur kan Jolanda het beste beantwoorden. 01:14:42
Mevrouw Van der Beek: U stelde de vraag of de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur, lees het Regionaal Werkcentrum, de ambtelijke ondersteuning de oplossing vindt. Dat moet blijken. We zitten aan de voorkant. Er zijn veel partijen bij betrokken. We moeten elkaar gaan vinden. Eén voordeur is de oplossing. 01:15:07
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jonker. 01:15:12
Mevrouw Jonker: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag over de kwartiermaker die werd genoemd. En ik vroeg me af of u me daar wat meer over kan vertellen. Er wordt over andere denkwijzes gesproken. Ik ben benieuwd: heeft u bepaalde doelgroepen voor ogen? En de tweede vraag die ik heb, is ten aanzien van wat er bij brede baten staat. Even kijken. Daar wordt gesproken bij brede baten over minder criminaliteit. En ik ben benieuwd naar de uitleg daarvan. Dank u wel. 01:15:49
De voorzitter: Dank u wel. Aan wie mag ik het woord geven? Mijnheer Ter Beest. 01:15:56
De heer Ter Beest: Ik ben aan het zoeken naar uw tweede vraag. Dat heb ik niet helemaal... Bij de maatschappelijke kosten-batenanalyse. 01:16:07
Mevrouw Jonker: Ja, klopt. 01:16:09
De heer Ter Beest: Dan de eerste vraag met betrekking tot de kwartiermaker. De functie van kwartiermaker is een nieuwe rol. Die rol hebben we ingestoken vanuit de gedachte: er moet een verandering plaatsvinden vanuit de Participatiewet in Balans. Dat is een beweging die eerder in gang is gezet in de gemeente Dronten. Het past in het huidige beleid. En de verwachting is dat dat door zal gaan in het nieuwe beleid. En die ideeën die we bij die functie hebben, zijn niet helemaal in beton gegoten. Het is een beetje zoeken naar wat we kunnen doen. Er zal een belangrijke rol liggen in de begeleiding van de medewerkers. Hoe kun je meer van binnen naar buiten werken? Hoe kunnen we bijvoorbeeld meer gaan werken met ervaringsdeskundigen? Dat is een zet waar we bijvoorbeeld in het armoedebeleid al mee werken, waar in het land nog niet zo veel voorbeelden zijn. 01:17:33
De heer Ter Beest: Wat dat betreft is het voor die kwartiermaker zoeken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de juiste dingen op de juiste plek doen? Ik ga even kijken hoor wat ik hier nog meer bij heb staan. Eén van de ideeën die er speelt, waarom we de kwartiermaker hebben ingeschakeld, is bijvoorbeeld het jaarlijks of vaker gaan uitvoeren van heronderzoek. Dan niet om het heronderzoek op de rechtmatigheid . Veel meer het heronderzoek om in contact te blijven met onze inwoner. Hoe gaat het met onze inwoner? Juist om met die inwoner het gesprek aan te kunnen gaan. Dat is
Woordelijk verslag Beeldvorming-buiten-cyclus 23-05-2024 een andere benaderingswijze dan de Participatiewet tot nu toe was en hoe de Bijstandswet voor 2015 in elkaar stak. En de verwachting is dat onze collega's in de uitvoering daar die die ondersteuning en begeleiding voor kunnen gebruiken. 01:18:46
De voorzitter: Mevrouw Jonker. 01:18:48
Mevrouw Jonker: Mag ik even reageren? De kwartiermaker is meer intern gericht, naar de medewerkers van de gemeente, dan extern gericht? Dat begreep ik, dat het extern gericht was naar bepaalde doelgroepen toe. Dat is niet zo? Dank u wel. 01:19:07
De heer Ter Beest: Klopt. Het is er vooral op gericht, zodat onze medewerkers meer extern gericht kunnen werken. Dan kijk ik even. Dat is die maatschappelijke kostenbatenanalyse. En daarop staat aangegeven dat dat invloed heeft op de veiligheid in de gemeente. De maatschappelijke kosten-batenanalyse bestaat uit veel factoren. In het onderzoek dat Berenschot heeft uitgevoerd, is aangetoond dat als meer mensen aan het werk gaan en aan het werk zijn, dat dat voordelen heeft op de veiligheid in de gemeente. Heel platgeslagen, en dat is nu mijn invulling, ik heb nu het rapport niet bij me, komt het erop neer dat als mensen aan het werk zijn, kunnen ze niet andere zaken doen die je liever niet zou willen. En daarom heeft Berenschot dat eraan toegevoegd. 01:20:19
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Ploeg. 01:20:21
De heer Van der Ploeg: Voorzitter, dank u wel. Wat mij nog intrigeert in dit stuk rondom dit onderwerp, wij zijn onderdeel van de Regio Zwolle Deal. Daar dragen wij aan af. Eén van die pijlers is daar werk en inkomen. De infrastructuur die u omschrijft, dragen zij daar ergens iets in bij? Hebben we daar iets aan op dit thema? We betalen daarvoor. Kunt u daar iets over vertellen? Zijn ze überhaupt onderdeel van dit verhaal? 01:20:52
Mevrouw Van der Beek: Nee, die infrastructuur moet u zien dat we dat samen met de regio Flevoland doen. Wij dragen bij in de regio Zwolle. Dat is de HCA agenda. En het onderdeel de arbeidsmarktinfrastructuur is met de regio Flevoland. 01:21:10
De voorzitter: We zitten nog steeds in het blokje Participatiewet. Mevrouw Sijtsma had een vraag. 01:21:17
Mevrouw Sijtsma-van Nieuwkerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen. U had het onder andere over de bewindvoerders. Er was geloof ik vorige week of twee weken terug een stukje op het nieuws over bewindvoerders die zaken naar elkaar overdoen en daarbij dik betaald worden. Zowel bij het overnemen als bij het afsluiten van de zaken. Ik was benieuwd of men hier in Dronten op de hoogte is of dat hier gebeurt of is daar grip op, op één of andere manier? Uw inzicht graag. En vorige week maandag zijn we bij de gesprekken geweest. En daar zat MDF bij. De dame