Vraag en antwoord over Minimaeffectrapportage bijlage.pdf
Tekst van het document
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Sanne Lamers, Marcel Warnaar
10 november 2023
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Auteurs Sanne Lamers, Marcel Warnaar
Nibud, Utrecht, 10 november 2023 In opdracht van de gemeente Dronten
Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld, zoals gedragsaspecten. Daarmee kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (sociale) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen, hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid.
Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Dronten. Met dit onderzoek wil de gemeente Dronten inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid. Utrecht, november 2023
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Centrale vraag 1.2 Kern minima-effectrapportage 1.2.1 Huishoudtypen 1.2.2 Inkomensniveaus 1.2.3 Armoedeval 1.2.4 Voorbeeld huur 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag 1.3 Leeswijzer 2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding 2.2 Inkomsten 2.3 Uitgaven 2.4 Uitgavensoorten 2.5 Voorwaarden aan de begrotingen 2.6 De begrotingen 3 Minimabeleid 3.1 Landelijk beleid 3.2 Lokaal minimabeleid 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag 3.2.4 Toegankelijkheidsbijdrage 3.2.5 Kinderopvang en peuteropvang 3.2.6 Energietoeslag 3.2.7 Individuele bijzondere bijstand 3.2.8 Tijdelijke regelingen 3.3 Huishoudens met een zorgvraag 3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag 3.3.2 Collectieve zorgverzekering 3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag 4 Resultaten 4.1 Inkomsten min uitgaven 4.2 Armoedevallen 5.1 Voornemens 2024 5.2 Resultaten op basis van voornemens 2024 6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Kwetsbare huishoudens 6.2 Uitbreiding regelingen 6.3 Doorkijkje naar 2024 Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven Bijlage 2 | Begrotingen
1 Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Dronten wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Dronten, uitgaande van de situatie tweede helft van 2023? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus. Tenslotte geeft het rapport ook inzicht in de effecten van de voornemens van het Rijk voor 2024 die op Prinsjesdag gepresenteerd zijn.
1.2 Kern minima-effectrapportage Om tot een antwoord te komen op de onderzoeksvraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.
1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Dronten is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: a. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd b. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) c. Eenoudergezin met 2 jongere kinderen (3 en 5 jaar) d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) e. Paar zonder kinderen f. Paar met 2 jongere kinderen (3 en 5 jaar) g. Paar met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) h. Alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een zorgvraag i. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) met een zorgvraag
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Dronten is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand of AOW, 110, 120 en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Bij hogere inkomens krijgen mensen meer keuzes en zijn de minimum-uitgavenplaatjes niet meer zo representatief.
1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een dergelijke armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn dat ze minder overhouden met een hoger inkomen.
1.2.4 Voorbeeld huur Uit het WoonOnderzoek van het CBS komt naar voren dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in dit onderzoek vanuit dat voorbeeldhuishoudens huren en huurlasten hebben. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. Op advies van de gemeente Dronten gaan we voor alle huishoudens uit van een huurprijs van 575 euro per maand. 1.2.5 Huishoudens met een zorgvraag Bij de alleenstaanden met een zorgvraag worden in de begroting extra kosten meegenomen die veel voorkomen wanneer een persoon binnen het huishouden een chronische ziekte of beperking heeft. Tegelijkertijd houden we ook rekening met de regelingen die de gemeente Dronten kent voor deze huishoudens. De begrotingen voor deze huishoudens zijn opgesteld aan de hand van zogenoemde zorgprofielen. Op basis van deze zorgprofielen hebben we bepaald wat voor deze huishoudens de extra kosten zijn en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het zorgprofiel is een illustratie van hoe de situatie van mensen met een zorgvraag eruit kan zien. In werkelijkheid hebben mensen te maken met zeer uiteenlopende zorgbehoeftes en varieert de hoogte van de zorgkosten sterk in individuele gevallen.
Dat betekent dat conclusies die getrokken worden op basis van de uitkomsten, rekening houdend met de zorgvraag zoals die in dit rapport is geformuleerd, niet zonder meer gelden voor iedereen met zorgkosten. Het geeft wel aan dat een deel van de vaak voorkomende zorgkosten wordt vergoed. En dat mensen in veel gevallen daarnaast nog eigen betalingen in verband met zorg hebben.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
In paragraaf 3.3 worden de zorgprofielen van de huishoudens met een zorgvraag verder uitgewerkt.
1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: • In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. • Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen. • In hoofdstuk 4 worden kort de resultaten weergegeven: Wat houdt een huishouden met een laag inkomen over of heeft het te maken met een tekort? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen? • In hoofdstuk 5 geven we een doorkijkje naar 2024. Hierbij kijken we wat de invloed is van de plannen van het kabinet voor 2024 en de verwachte inflatie. • Tenslotte staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
2 Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven af te lezen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter wel vaker voor onder huishoudens met lage inkomens. Zo heeft bijna 40 procent van de huishoudens met een problematische schuld een besteedbaar jaarinkomen tot 20.000 euro.1 Ook is in dit onderzoek geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.
2.2 Inkomsten In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. We veronderstellen dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke regelingen.
____________________ 1
https://dashboards.cbs.nl/v3/SchuldenproblematiekInBeeld/
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
2.3 Uitgaven De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. Het basispakket is op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit relatief goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. De pakketten zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding zoals vastgesteld door het Voedingscentrum. In de begrotingen is geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Sociale participatie Onderdeel van het basispakket is ook een bedrag voor sociale participatie. Dit pakket is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat bijvoorbeeld om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.
Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten onderdeel van het minimabeleid. Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.
2.4 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud de volgende soorten uitgaven: • Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. • Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. • Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. • Sociale participatie. Dit zijn uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand, omdat daarvoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.
2.5 Voorwaarden aan de begrotingen In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij noodzakelijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op de noodzakelijke uitgaven.
In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan ertoe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.
2.6 De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
3 Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de structurele lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.
3.1 Landelijk beleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2023 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het belastingtarief in de eerste belastingschijf is gedaald en bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhooggegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023: 1. Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen (sterk); 2. De toeslagen stijgen (sterk); 3. Minimumloon en uitkeringen stijgen; 4. Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens en zzp’ers dan voor lage inkomens. Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Met de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen. • • •
•
Algemene heffingskorting: voor iedereen boven de 18 die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt. Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minst verdienende fiscale partner. Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.
Tabel 1: Landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar Heffingskorting Algemene heffingskorting Onder AOW leeftijd Vanaf AOW leeftijd Arbeidskorting Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting
2022 € 2.888 € 1.494 € 4.260 € 2.534
2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694
€ 1.726 € 449
€ 1.835 € 478
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen Zorgtoeslag Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar
€ 30.998 € 40.944 € 120.020 € 151.767 € 111 € 121
€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265
Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen harde inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag geldt per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur2 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Voor een huur boven dit bedrag wordt dit voor een- en tweepersoonshuishoudens 65 procent. Voor huishoudens vanaf drie personen is dit een hogere huur. Alleenstaanden of ouderen/ hulpbehoevenden krijgen boven deze huur tot vervolgens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen Huurtoeslag Huurtoeslaggrens Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer
Huurgrens 40%
€ 763,47 € 442,46 € 633,25 € 678,66 € 763,47
€ 808,60 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06
Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ____________________ 2 De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor huishoudens op minimumniveau 225,54 euro.
(Voor AOW-gerechtigden is dit voor eenpersoonshuishoudens 223,72 euro en voor meerpersoonshuishoudens 221,91 euro). Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier dus niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur3 Kinderopvangtoeslag Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang
€ 8,50 € 7,31
€ 9,12 € 7,85
Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het bedrag aan kindgebonden budget is afhankelijk van het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Alleenstaande ouders ontvangen meer dan paren. Het kindgebonden budget voor het tweede kind is lager dan voor het eerste kind en vanaf het derde kind eveneens lager dan voor het tweede kind. Vanaf 12 jaar is het kindgebonden budget hoger. Tabel 5: Kindgebondenbudget Kindgebondenbudget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouder kop
2022 € 22.356 € 39.596 € 273,75
2023 € 25.070 € 43.397 € 320,67
Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar
2022 € 249,31 € 302,74 € 356,16
2023 € 269,76 € 327,56 € 385,37
____________________ 3
Let op: de tarieven voor kinderopvang kunnen in de praktijk hoger liggen.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Dronten voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod. 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Dronten kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij het vaststellen van de kwijtschelding wordt getoetst aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Bij een inkomen boven bijstandsniveau wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies exclusief eigen risico. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van het netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen. De gemeente Dronten maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van een verhoogde norm voor AOW-gerechtigden bij de berekening van de kwijtschelding. De gemeente houdt geen rekening met de kosten van kinderopvang. Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de waterzuiveringsheffing en de ingezetenenheffing.
Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de toepasselijke norm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt gezamenlijk berekend. 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. De gemeente Dronten wil dat goede zorg betaalbaar blijft en biedt daarom inwoners met een laag inkomen (met een inkomensgrens van 130 procent) een gunstige collectieve zorgverzekering van Univé aan. Het gaat om de basisverzekering plus een aanvullende verzekering en daarbij een Tandverzekering. Deelnemers kunnen kiezen uit verschillende pakketten: Compact, Compleet en Compleet + €0 eigen risico. In de begrotingen rekenen we met de premie van Univé Compact. Alleen bij de huishoudens met een zorgvraag wordt gerekend met Univé Compleet + €0 eigen risico. Bij beide gaan we uit van de minimale aanvullende tandverzekering van €250 per jaar. De collectieve zorgverzekering is voor huishoudens in Dronten met een inkomen niet hoger dan 130 procent van de norm. Daarnaast geeft de gemeente Dronten een hogere korting voor huishoudens die een inkomen hebben dat niet hoger is dan 110 procent van de norm.
Tabel 7: Tarief collectieve zorgverzekering naar inkomensgrens, bedrag per maand Univé Compact Unive Compleet Compleet + €0 eigen risico 110% van de norm € 151,70 € 175,05 € 203,95 130% van de norm € 166,70 € 185,05 € 213,95
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
De kosten van de premie zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost ‘zorgverzekering’. De zorgtoeslag die het voorbeeldhuishouden ontvangt is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Voor de huishoudens met een zorgvraag die gebruik maken van Univé Compleet + €0 eigen risico, zetten we de post ‘eigen risico’ op nul. Voor de andere huishoudens met rekenen we wel met een bedrag voor de reservering van het eigen risico. 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag in de gemeente Dronten is bedoeld voor huishoudens met een inkomen van maximaal de bijstandsnorm die langdurig een laag inkomen hebben. Dit moet minimaal 36 maanden zijn en het inkomen mag niet hoger zijn geweest dan 110 procent van de norm. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is afhankelijk van het type huishouden. De volgende bedragen zijn jaarbedragen: • 300 euro voor alleenstaanden; • 500 euro voor eenoudergezinnen; • 400 euro voor gehuwden of samenwonenden zonder kinderen; • 500 euro voor gehuwden of samenwonenden met kinderen; • 50 euro voor kind van 12 tot 18 jaar in het gezin. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd.
3.2.4 Toegankelijkheidsbijdrage De gemeente Dronten komt huishoudens met een laag inkomen financieel tegemoet in kosten voor sport, educatie, cultuur en/of sociale activiteiten. De regeling is bedoeld voor het gehele huishouden. Het inkomen van het huishouden mag niet hoger zijn dan 110 procent van de bijstandsnorm. Ook huishoudens die zijn toegelaten tot de Voedselbank Dronten hebben recht op deze bijdrage. De volgende gaat daarbij om de volgende jaarbedragen: • voor gehuwden/samenwonenden 150 euro per persoon. • voor een alleenstaande (ouder) 170 euro. • voor een kind van 3 tot 12 jaar 320 euro • voor een kind van 12 tot 18 jaar 425 euro. Het bedrag wordt gestort op de Pas van Dronten. Deze pas kan iedere inwoner van Dronten aanvragen en gebruiken. Omdat de bijdrage voor meerdere doeleinden kan worden ingezet verrekenen we het gehele bedrag met de post ‘sociale participatie’ waaronder een aantal verschillende uitgaven vallen. 3.2.5 Kinderopvang en peuteropvang Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
De gemeente Dronten biedt een vergoeding van de verplichte eigen bijdrage als er sprake is van re-integratie of sociaal medische indicatie. In dit onderzoek gaan we daarvan niet uit. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau werken in dit onderzoek enkele dagen per week en maken gebruik van de kinderdagopvang voor het kind van drie jaar en naschoolse opvang voor het kind van vijf jaar. Zij komen in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag. Voor de volgende huishoudtypen geldt de kinderopvangtoeslag niet en gaan we daarom uit van peuteropvang van twee dagdelen per week: • alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering (die geen arbeidsmarktgericht traject volgt) • paren met jonge kinderen bij alle inkomensniveaus (in dit onderzoek is uitgangspunt dat maar één van beide partners werkt). In de gemeente Dronten kunnen jonge kinderen gesubsidieerd twee dagdelen per week naar de peutergroep. De kosten voor de peuterspeelzaal zijn inkomensafhankelijk (volgens de VNG tabel Peuteropvang). Bij de laagste twee inkomenscategorieën hoeven de huishoudens in de gemeente Dronten geen eigen bijdrage te betalen. De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de post ‘kinderopvang’. Voor de huishoudens die hiervoor in aanmerking komen is de kinderopvangtoeslag in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten.
3.2.6 Energietoeslag Net als in 2022 kunnen gemeenten in 2023 aan huishoudens met een laag inkomen een (eenmalige) energietoeslag uitkeren. Het Rijk heeft aan gemeenten hiervoor geld ter beschikking gesteld. Gemeenten kunnen zelf invulling geven aan welke groepen ze welk bedrag geven. Voor het verstrekken van deze energietoeslag wordt van de categoriale bijzondere bijstand gebruik gemaakt. Zo kan de gemeente de toeslag uitkeren aan huishoudens die aan de voorwaarde voldoen, zonder te controleren of de energiekosten daadwerkelijk gestegen zijn of voldoende middelen (vermogen) beschikken de energierekening te betalen. In de gemeente Dronten is de inkomensgrens 130 procent van de norm en geldt voor de rechthebbende huishoudens een jaarbedrag van 1.300 euro (nabetaling van 500 euro over 2022 en betaling 800 euro over 2023). De energietoeslag is in de begrotingen als Lokale Tegemoetkoming bij het inkomen meegenomen en niet verrekend met een uitgavenpost. 3.2.7 Individuele bijzondere bijstand De gemeente Dronten verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. De grens voor de bijzondere bijstand is gesteld op 110 procent van de norm. Voor het inkomen dat boven dit percentage komt, hanteert de gemeente Dronten dat 100 procent van het meerinkomen in aanmerking komt voor draagkracht.
Wel wordt bij het bepalen van de draagkracht rekening gehouden met de huur en de premie zorgverzekering.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen bij de huishoudens zonder zorgprofiel, omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Bij de huishoudtypen met een zorgvraag gaan we uit van een aantal veronderstellingen (zie ook paragraaf 3.3). Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Overige verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand worden, net als bij de andere huishoudtypen, niet meegenomen. 3.2.8 Tijdelijke regelingen Voor huishoudens die in financiële nood verkeren door een onverwachte en onverzekerde gebeurtenis biedt de gemeente een vergoeding van de kosten tot een maximum van 2.000 euro. Hiervoor geldt geen inkomensgrens. Wel geldt er een vermogensgrens waarbij het bedrag dat hoger is dan één maand van de toepasselijke bijstandsnorm moet worden ingezet. Deze regeling wordt in dit onderzoek niet doorgerekend omdat het om maatwerk gaat. Voor huishoudens met energie-onzuinige apparaten heeft de gemeente een subsidieregeling voor duurzaam witgoed. Het huishouden kan maximaal 750 euro vergoedt krijgen als het inkomen niet hoger is dan 130 procent van de norm. Een energiecoach beoordeelt bij de betreffende huishoudens of het om een energie-onzuinige variant gaat.
Omdat het om een tijdelijke regeling gaat en meer maatwerk betreft nemen we deze regeling niet mee in de berekeningen.
3.3 Huishoudens met een zorgvraag In dit onderzoek worden twee huishoudens met extra zorgkosten onderzocht, namelijk een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd en een alleenstaande oudere (AOWgerechtigd). Het zorgprofiel volgt hieronder. Vervolgens worden de landelijke en lokale regelingen genoemd die voor een huishouden met een zorgvraag gelden. En tenslotte op welke manier de regelingen doorwerken op de maandbegroting van de huishoudens met een zorgvraag. 3.3.1 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag Om de begrotingen voor huishoudens met een zorgvraag op te maken, zijn zogenoemde zorgprofielen opgesteld. Hiermee bepalen we welke extra kosten dit huishouden heeft, en welke vergoedingen daar tegenover staan. De profielen zijn opgesteld door het Nibud, in samenspraak met Ieder(In) 4. Voor de alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt het zorgprofiel waarbij voor het betreffende huishouden álle volgende uitgangspunten gelden: Stofwisselingsziekte Bril Gehoorapparaat Rollator ____________________ 4
Ieder(In) is een belangenorganisatie voor mensen met een beperking of een chronische ziekte
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van de maaltijdvoorziening Is aangewezen op een energieverrijkt dieet. 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) Voor de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd gelden álle volgende uitgangspunten: Longproblemen Eigen bijdragen aan genees- en hulpmiddelen van 54 euro per maand Rolstoelgebonden 2 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/ collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, traplift) 3.3.2 Collectieve zorgverzekering Zoals in paragraaf 3.3.2 staat beschreven, kent de gemeente Dronten een uitgebreide collectieve zorgverzekering waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben: Univé Compleet € 0 eigen risico. 3.3.3 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken en ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier.
Naast algemene taken, zoals het vergroten van de leefbaarheid in de gemeente, heeft de gemeente op basis van de Wmo de volgende taken: • ondersteuning van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving, bijvoorbeeld door begeleiding, zinvolle daginvulling, huishoudelijke verzorging, woningaanpassing, vervoer of een rolstoel; • ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door trainingen, of ondersteuning in het geval dat de mantelzorger of vrijwilliger ziek is. De eigen bijdrage voor de Wmo is 19 euro per maand. Via de collectieve zorgverzekering wordt deze eigen bijdrage vergoed. 3.3.4 Begroting huishoudens met zorgvraag Gezien de zorgprofielen volgens paragraaf 3.3.1, zullen de beide begroting van de huishoudens met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen. De huishoudelijke verzorging in de gemeente Dronten is een Wmo voorziening. Hiervoor betaalt de inwoner een eigen bijdrage van 19 euro per maand. De eigen bijdrage
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
wordt volledig vergoed via de collectieve zorgverzekering. De verrekening van de huishoudelijke verzorging valt onder de post ‘eigen bijdragen/betalingen zorg’. De persoonlijke verzorging en verpleging vallen in het basispakket van de zorgverzekering. Hiervoor komen er dus geen extra kosten bij. De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. Volgens het bovenstaande zorgprofiel maakt een oudere met zorgvraag gebruik van de maaltijdvoorziening. Voor de meerkosten is bijzondere bijstand mogelijk vanaf de kosten genoemd in de Nibud Prijzengids (warme maaltijd voor een oudere alleenstaande 2,70 euro per keer). In dit onderzoek gaan we uit van vijf maaltijden per week. De meerkosten voor de maaltijdvoorziening zijn in de begrotingen opgenomen onder de post ‘voeding’ . Het huishouden met een zorgvraag maakt gebruik van aangepast vervoer. In de gemeente Dronten geldt voor deze regiotaxi een opstaptarief van 0,75 euro en een kilometertarief van 0,19 euro met een maximale reisafstand van 35 kilometer. Is de reis meer dan 35 kilometer, dan gaan we uit van gebruik van Valys. Hiervoor zijn de kosten 0,22 euro per kilometer.
In de begrotingen gaan we uit van: • vier ritten per maand van 5 kilometer enkele reis; • acht ritten per jaar van 10 kilometer enkele reis, bijvoorbeeld voor het bezoeken van een specialist; • vier ritten per jaar van 50 kilometer enkele reis. Verder gaan we ervan uit dat er geen gebruik wordt gemaakt van de fiets. Deze kosten zijn daarom uit de begroting van de betreffende huishoudens gehaald. De vervoerskosten zijn opgenomen onder de post ‘vervoer’. Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 16 euro per maand. Voor deze kosten kan op basis van een medische indicatie bijzondere bijstand worden verstrekt. De kosten en de eventuele ondersteuning verrekenen we met de post ‘was- en schoonmaakmiddelen’. Voor de eigen bijdrage voor medicijnen en hulpmiddelen die niet vergoed worden door de zorgverzekering kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. De kosten voor hulpmiddelen en woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc), die vanuit de Wmo wordt toegekend, vallen onder de eigen bijdrage systematiek. Deze eigen bijdrage wordt vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering. De kosten voor de personenalarmering worden volledig vergoed vanuit de Univé Compleet + €0 eigen risico. Naast bovengenoemde zorgkosten rekenen we nog acht euro per maand voor attentiekosten voor hulp van buren, vrienden, etc.
Deze kosten zijn opgenomen onder de post ‘eigen bijdragen/betalingen zorg’. Voor de kosten die niet onder de Wmo vallen kan belasting worden teruggevraagd. Dit bedrag is berekend en te zien in de inkomstenpost ‘voorlopige aanslag’.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
De hoogte van de uiteindelijke kosten inclusief de vergoeding is verrekend bij de post ‘eigen betalingen zorg’. De kosten en bijbehorende vergoedingen hebben betrekking op de zorgprofielen die voor dit onderzoek als uitgangspunt zijn genomen. Uiteraard kan het zorgprofiel per individu anders zijn en daarmee dus verschillend in kosten.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
4 Resultaten 4.1 Inkomsten min uitgaven Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De uitgebreide begrotingen zijn gepresenteerd in bijlage 2. Daar zijn de inkomsten afgezet tegen alle uitgavenposten. Het resultaat van deze begroting uit bijlage 2 (het saldo van de inkomsten minus de uitgaven) geeft het beeld weer wat het huishouden overhoudt of tekort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten zijn in de volgende tabellen gepresenteerd en kunnen positieve of negatieve waarden opleveren: het huishouden houdt geld over of komt geld tekort. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. In tabel 9 is dezelfde als tabel 8 met als verschil dat het huishouden ook nog recht heeft op de Individuele Inkomenstoeslag. Dit geldt alleen als het huishouden tenminste 3 jaar een inkomen heeft dat niet hoger is dan 110 procent van de norm. Dit geldt niet voor alle huishoudens, de reden om voor deze situatie een aparte tabel te maken. Tabel 8: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven in euro’s per maand Bijstands/ AOWnorm
110 %
120 %
130 %
150 383 478 140 116 216 -96 122 378
154 391 393 127 163 263 -49 125 386
247 493 396 149 217 264 -66 200 461
364 571 518 271 287 300 4 285 460
Bijstands/ AOWnorm
110 %
120 %
130 %
175 383 520 182 149 258 -54 147 378
154 391 393 127 163 263 -49 125 386
247 493 396 149 217 264 -66 200 357
364 571 518 271 287 300 4 285 355
a. Alleenstaande tot AOW- leeftijd b. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd c. Eenoudergezin met twee jonge kinderen d. Eenoudergezin met twee oudere kinderen e. Paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd f. Paar met twee jonge kinderen g. Paar met twee oudere kinderen h. Alleenstaande tot AOW- leeftijd met zorg i. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd met zorg
Tabel 9: Overzicht saldo inclusief IIT in euro’s per maand
a. Alleenstaande tot AOW- leeftijd b. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd c. Eenoudergezin met twee jonge kinderen d. Eenoudergezin met twee oudere kinderen e. Paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd f. Paar met twee jonge kinderen g. Paar met twee oudere kinderen h. Alleenstaande tot AOW- leeftijd met zorg i. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd met zorg
Hieronder volgt de bespreking van de resultaten per huishoudtype. a. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, op bijstandsniveau een maandbedrag over van 150 euro. Op 110 procent is dat 154 euro. Beide bedragen zijn niet ruim. Zeker als het huishouden te maken heeft met persoonlijk onvermijdbare uitgaven als een hogere huur of een
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
hogere energierekening vanwege een energie-onzuinig huis. Langere tijd met een laag inkomen leven is voor dit huishoudtype risicovol. De IIT is dan ook voor dit huishouden een belangrijke aanvulling. Het maandbedrag loopt op naar een 364 euro op 130 procent van de norm. De landelijke regelingen gecombineerd met de lokale regelingen geven dit huishoudtype bij dit inkomen voldoende om alle minimaal noodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Hierbij is het wel belangrijk dat alle regelingen zijn aangevraagd. b. Alleenstaande oudere Bij een alleenstaande oudere is de resterende bestedingsruimte duidelijk hoger dan bij een alleenstaande onder de AOW-leeftijd. Dat komt omdat de AOW-uitkering hoger is dan de bijstandsuitkering en doordat de bijstandsnorm (gehanteerd voor de inkomensgrenzen van de regelingen) vanaf de AOW-leeftijd hoger is dan onder de AOW-leeftijd. We gaan voor ouderen uit van iets hogere uitgaven voor energie en voor niet-vergoede ziektekosten (zoals zelfzorgmiddelen) die weer enigszins worden gedempt door iets lagere uitgaven aan verzekeringen en vervoer. Een oudere heeft vanwege de leeftijd geen recht op de IIT. c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met 2 jongere kinderen heeft ruim voldoende bestedingsruimte om zowel alle uitgaven uit het basispakket als uit het pakket voor sociale participatie te kunnen doen.
Op bijstandsniveau heeft dit huishoudtype 478 euro per maand over; dit loopt op naar 518 euro op 130 procent van de norm. Onder de voorwaarde dat alle regelingen zijn aangevraagd en er geen persoonlijk onvermijdbare uitgaven zijn, zoals een hogere huur dan waarmee in dit onderzoek is gerekend. Als het huishouden recht heeft op de IIT zien we de ruimte toenemen naar 520 euro per maand nadat alle noodzakelijke basisuitgaven zijn gedaan. d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met kinderen van 14 en 16 jaar heeft op bijstandsniveau 140 euro over nadat zowel het basispakket als de kosten voor sociale participatie zijn gedaan. Ook op de overige inkomensniveaus is het saldo positief. Dat het eenoudergezin met twee oudere kinderen duidelijk minder bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin met jonge kinderen, heeft te maken met de kosten voor oudere kinderen. Deze zijn over het algemeen hoger dan voor jonge kinderen, zoals die voor bijvoorbeeld voor voeding, kleding en schoolkosten. De hogere inkomsten vanuit de kinderbijslag en het kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. De extra ruimte vanuit de IIT is een belangrijke aanvulling voor dit huishoudtype als er wat langere tijd met dit lage inkomen moet worden rondgekomen. Ruimte voor sparen om bijvoorbeeld witgoed te vervangen is moeilijk voor dit huishoudtype. e.
Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen heeft niet met tekorten te maken, maar heeft het ook niet ruim in vergelijking tot de andere huishoudtypen. Op bijstandsniveau heeft dit huishouden 116 euro per maand over nadat alle uitgaven zijn gedaan. Dit bedrag neemt met het inkomen wat toe. Het paar heeft een lager bedrag over dan de alleenstaande van dezelfde leeftijd, omdat het de kosten van twee volwassenen moet dragen, van bijvoorbeeld de zorgverzekering, kleding en van voeding. Deze kosten worden niet gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder).
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
Ook dit huishoudtype kan de IIT goed gebruiken als het wat langere tijd met dit inkomen moet rondkomen. f. Paar met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het paar met twee jonge kinderen heeft op bijstandsniveau te maken met een maandelijkse ruimte op de begroting van 216 euro, wat oploopt met het hogere inkomen. Bij alle inkomensniveaus is dit minder dan het eenoudergezin met jonge kinderen. De reden is dezelfde als genoemd bij het paar zonder kinderen. De kosten van de jonge kinderen worden volledig gedekt door de kinderbijslag en het kindgebonden budget, die van de tweede volwassene niet volledig vanwege de relatief lagere bijstandsnorm. g. Paar met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het paar met twee oudere kinderen kan op de meeste onderzochte inkomensniveaus de maandbegroting niet rondkrijgen. Op bijstandsniveau er is een tekort van 96 euro, bij de hogere inkomensniveaus nemen de tekorten af, en op 130 procent is er net sprake van een positief saldo. Dit huishouden moet de kosten van twee volwassenen dragen en daar bovenop komen de kosten voor twee oudere kinderen. Al eerder is genoemd dat de kosten van oudere kinderen hoger zijn dan die van jonge kinderen en dat de hogere bijstandsnorm voor een paar en de hogere kinderbijslag en kindgebondenbudget niet voldoende is om de kosten op te vangen.
De combinatie van twee volwassenen en twee oudere kinderen leidt tot (forse) tekorten op de begroting. De IIT is voor dit huishoudtype noodzakelijk al zijn de tekorten hiermee niet opgelost. h. Alleenstaande tot de AOW-leeftijd met een zorgvraag De alleenstaande met een zorgvraag heeft op bijstandsniveau te maken een lager saldo dan de alleenstaande zonder een zorgvraag. De kosten van de zorg worden deels vergoed uit de uitgebreide collectieve zorgverzekering met het herverzekerde eigen risico. Bij de hogere inkomens is het verschil groter en houdt het zorghuishouden minder over dan de alleenstaande zonder zorg. De bijzondere bijstand gaat uit van een bepaalde draagkracht voor de uitgaven aan zorg, wat resulteert in een hogere eigen betaling aan de zorgkosten. i. Alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd met een zorgvraag De alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft niet met tekorten op de begroting te maken, vooral dankzij de hogere bijstandsuitkering vanaf de AOW-leeftijd en het gegeven dat de AOW-uitkering hoger is dan de bijstandsuitkering. Wel is de ruimte wat kleiner dan de oudere alleenstaande die niet met zorgkosten te maken heeft. De uitgebreidere collectieve zorgverzekering, de belastingteruggave en de bijzondere bijstand via de gemeente zorgen voor deze ruimte op de begroting.
Bij een hoger inkomen zien we dat het verschil met hetzelfde huishouden zónder zorgvraag (huishoudtype b) groter wordt. Een groter deel van de zorgkosten, zoals de maaltijdvoorziening, moet zelf worden betaald bij het inkomen op 120 en op 130 procent van de norm.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
4.2 Armoedevallen We laten de uitstroomvallen en doorstroomvallen in de gemeente Dronten zien aan de hand van de volgende figuur. Daarin staan voor elk onderzocht huishoudtype de resterende bestedingsruimte grafisch weergegeven. Idealiter zou de oranje lijn stijgend moeten zijn; het saldo neemt toe naarmate het inkomen hoger is. Figuur 1: Grafische weergave van saldo inkomsten en uitgaven
Uitstroomval Een uitstroomval ontstaat als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op bijstandsniveau. In de gemeente Dronten komt een uitstroomval voor bij het eenoudergezin met jonge kinderen. De kosten van werk, de netto kosten voor kinderopvang (kinderopvang minus de kinderopvangtoeslag) gecombineerd met het wegvallen van de kwijtschelding zorgt er bij dit huishouden voor dat toename van de
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
inkomsten uit werk bij zowel 110 als 120 procent ten opzichte van de bijstand, niet voldoende zijn om deze kosten op te vangen. Ook bij het eenoudergezin met oudere kinderen zien we een doorstroomval. Deze is wel kleiner dan bij het eenoudergezin met jonge kinderen. Ook daar speelt, dat de toename van inkomsten uit werk bij 110 procent van de norm niet voldoende is om de kosten van werk en die van de lokale lasten (doordat de kwijtschelding is weggevallen) op te vangen. Doorstroomval Van een doorstroomval is sprake als een huishouden op een bepaald inkomensniveau minder overhoudt dan op het voorliggende inkomensniveau. In deze rapportage zien we bij twee huishoudtypen deze doorstroomval. De paren met oudere kinderen houden op 120 procent duidelijk minder over dan op 110 procent. Dit komt deels door landelijk beleid; de zorgtoeslag en de huurtoeslag zijn beide lager. Gecombineerd met de hogere kosten aan de collectieve zorgverzekering en het wegvallen van de lokale Toegankelijkheidsbijdrage veroorzaakt dit een groter tekort. De Toegankelijkheidsbijdrage voor oudere kinderen is een substantieel bedrag dat bij 120 procent van de norm niet meer beschikbaar is. De oudere alleenstaande met een zorgvraag heeft bij het inkomen op 130 procent van de norm te maken met zowel een lagere huurtoeslag als hogere kosten aan zorg (waaronder de eigen kosten aan de maaltijdvoorziening).
Dit wordt onder andere veroorzaakt door de draagkrachtregel in Dronten voor de bijzondere bijstand (bij inkomen van meer dan 110 procent is de draagkracht 100 procent van het meerinkomen). De toename aan inkomen van 120 naar 130 procent van de norm is niet voldoende om deze verschijnselen op te vangen.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
5.1 Voornemens 2024 Op Prinsjesdag zijn de plannen voor 2024 bekend gemaakt. Voor huishoudens met een laag inkomen zijn met name de volgende voornemens van belang: Minimumloon en uitkeringen • Het bruto minimumloon gaat met 6,8 procent omhoog. • De uitkeringen die aan het minimumloon zijn gekoppeld, zoals de bijstand, de Wajong en de AOW, stijgen daardoor ook. • Voor de netto bijstandsuitkering betekent dat een stijging van circa 130 euro per maand voor gehuwden/samenwonenden en circa 90 euro per maand voor alleenstaanden. • De aanvullende pensioenen worden gemiddeld genomen geïndexeerd met 2,1 procent. Toeslagen • Het kindgebonden budget gaat voor de meeste huishoudens omhoog. Het maximale bedrag per kind gaat naar 203 euro per maand voor ieder kind. Daarnaast gaat het extra bedrag voor kinderen van 12 tot en met 15 jaar naar 57 euro per maand en voor kinderen van 16 tot en met 17 jaar naar 77 euro per maand. Het extra bedrag voor alleenstaande ouders daalt 30 euro naar 290 euro per maand. • De maximale huurtoeslag bij een laag inkomen gaat 30 tot 50 euro per maand omhoog. Dit is afhankelijk van de hoogte van de huur en de huishoudsamenstelling. Bij een hoger inkomen zal de stijging lager uitvallen. • De maximale zorgtoeslag bij een laag inkomen gaat 20 tot 30 euro per maand omlaag. Bij hogere inkomens kan de daling lager uitvallen.
• De energietoeslag van 1.300 euro voor 2023 voor financieel kwetsbare huishoudens vervalt in 2024. • De kinderbijslag over 2024 gaat 2 euro per kwartaal omhoog. Het gaat hier om de plannen die met Prinsjesdag zijn ingediend. In de begrotingsbehandelingen zijn nog allerlei wijzigingen voorgesteld. Daarvan is het nog niet duidelijk of en wanneer deze zullen ingaan. Deze wijzigingen zijn in deze rapportage niet meegenomen. Prijzen Het (landelijke) overheidsbeleid is niet het enige dat verandert. Om de bestedingsruimte te bepalen moet ook rekening worden gehouden met prijsstijgingen. Dit zijn verwachtingen. Het is immers vooraf niet zeker hoe hoog de prijzen zullen stijgen. De laatste inschatting van het Centraal Planbureau is dat de prijzen in 2024 met gemiddeld 3,6 procent zullen stijgen. Daarnaast stijgt de premie voor de basiszorgverzekering naar verwachting gemiddeld met 12 euro per maand.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
5.2 Resultaten op basis van voornemens 2024 Op basis van hetgeen met Prinsjesdag bekend was over de landelijke veranderingen voor 2024 hebben we de financiële positie van de onderzochte huishoudens opnieuw berekend. Hierbij zijn de lokale regelingen gelijk gehouden, met uitzondering van de energietoeslag. Deze toeslag is voor de situatie van 2024 niet meegerekend. In de volgende figuur is te zien wat dan de financiële situatie is nadat alle noodzakelijke uitgaven zijn gedaan, van de voorbeeldhuishoudens bij de verschillende inkomens. Figuur 2: Grafische weergave van saldo inkomsten en uitgaven voor 2024
In tegenstelling tot 2023 is bij geen enkel onderzochte huishoudtype een tekort te zien. De situaties waarin een armoedeval optreedt is gelijk aan de situaties in 2023. De uitstroomval bij een eenoudergezin met jonge kinderen blijft bestaan. De doorstroomval bij het paar met oudere kinderen en bij de alleenstaande boven de AOW-leeftijd met zorg zien we ook nog steeds in 2024.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
In de volgende tabel is te zien wat de verschillen met 2023 in bestedingsruimte zijn. Hoeveel het huishouden erop vooruitgaat (positief getal) of achteruitgaat (negatief getal). Tabel 10: Verschil in inkomsten min uitgaven tussen 2024 en 2023, in euro’s per maand Bijstands/ 110 % 120 % AOWnorm a. Alleenstaande tot AOW- leeftijd -74 -69 -62 -58 -58 -45 b. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd c. Eenoudergezin met twee jonge kinderen 21 53 75 d. Eenoudergezin met twee oudere kinderen 79 84 91 e. Paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd -55 -55 -37 f. Paar met twee jonge kinderen 77 77 94 133 133 151 g. Paar met twee oudere kinderen h. Alleenstaande tot AOW- leeftijd met zorg -75 -69 -40 -58 -59 -21 i. Alleenstaande vanaf AOW- leeftijd met zorg
130 % -49 -33 83 99 -31 98 157 -52 -21
Alle huishoudens met kinderen gaan erop vooruit, de paren met kinderen meer dan de eenoudergezinnen. Dit komt vooral door de forse verhoging van het kindgebonden budget in 2024. Ook de verhoging van de huurtoeslag speelt hierbij een rol. De huishoudens zonder kinderen hebben minder te besteden dan in 2023. De zorgtoeslag wordt verlaagd en vooral omdat de energietoeslag vervalt. De kostenstijging (inflatie) zorgt er bij huishoudens zonder kinderen voor dat er minder overblijft dan in 2023. Bij huishoudens boven bijstandsniveau is de koopkrachtontwikkeling over het algemeen beter. Dit komt door de verhoging van de arbeidskorting.
Minima-effectrapportage gemeente Dronten 2023
6 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk bevat, naar aanleiding van de resultaten in het vorige hoofdstuk, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van het minimabeleid van de gemeente Dronten.
6.1 Kwetsbare huishoudens Welke huishoudens hebben het moeilijk? De gemeente Dronten kent een ruimhartig minimabeleid, waaronder de ruime energietoeslag. Bijna alle onderzochte huishoudens kunnen de maandbegroting rond krijgen. De enige uitzondering zijn de paren met twee oudere kinderen. Zij hebben niet voldoende inkomen om alle noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen en komen maandelijks te kort. Alleen bij het inkomen op 130 procent van de norm is er net geen tekort meer. Daarbij zien we dat het saldo op 130 procent voor de meeste huishoudens tussen de 250 en 550 euro per maand ligt, terwijl dat voor paren met oudere kinderen (veel) lager ligt. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat paren de kosten voor twee volwassenen moeten dragen, terwijl het inkomen ten opzichte van een eenoudergezin niet zoveel ruimer is. Daarnaast drukken met name oudere kinderen sterk op de begroting. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen. Bovengenoemde factoren vinden hun oorsprong in het Rijksbeleid. Gemeenten kunnen via het eigen beleid de gevolgen hiervan repareren. De gemeente Dronten heeft al een aantal goede beleidskeuzes gemaakt om de bestedingsruimte voor paren met kinderen te verruimen, zoals een gunstige collectieve zorgverzekering en de ruime Toegankelijkheidsbijdrage voor oudere kinderen.