Samenvatting ontwerp notaruimte (toegevoegd 13-11-25 na beeldvormende behandeling).pdf
Tekst van het document
Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte Nota Ruimte: visie op onze nationale ruimtelijke ordening De Nota Ruimte is ons kompas voor de toekomst. Het Rijk geeft hiermee richting aan de ruimtelijke ordening en inrichting van onze leefomgeving, van Groningen tot Zeeland en van onze grote steden tot het landelijk gebied en de Noordzee. Regie op de inrichting van Nederland is nodig omdat de ruimte in ons dichtbevolkte land schaars is en de opgaven op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid, energie, defensie, economie, landbouw, natuur, water en bodem groot zijn. Deze opgaven staan bovendien niet los van elkaar. Zo hebben nieuwe woningen energie en water nodig, en moeten deze, net als onze bedrijven en industrie, goed bereikbaar zijn. Er moeten dus samenhangende keuzes worden gemaakt. Daarbij geldt dat niet alles overal kan. Gelukkig bieden combinaties van functies ook kansen, bijvoorbeeld natuur met nieuwe defensielocaties. Door als Rijk de regie te nemen en integraal de nationale keuzes te maken, zorgen we ervoor dat deze kansen optimaal worden benut. We hebben als Rijk de opgave om te zorgen dat Nederland een prettig land blijft. waar we goed kunnen wonen, werken en leven. Een land waar we ons thuis voelen, en dat we met trots kunnen overdragen aan onze kinderen en hun kinderen.
Visie 2050: elke regio telt in een mooi Nederland dat werkt De ruimtelijke opgaven waarvoor we richting 2050 staan zijn groot en veelvormig, terwijl de maatschappelijke en mondiale context snel verandert. Dat is een uitdaging, maar ook een kans om de kwaliteit van de leefomgeving een impuls te geven. De Nota Ruimte hanteert hierbij het motto ‘elke regio telt’. Dat betekent: sterk houden wat sterk is en sterker maken wat sterk moet zijn. Zo bieden we perspectief aan elke regio en doen we recht aan de onderscheidende kracht van de verschillende delen van Nederland. Zodat elke regio een passende rol heeft in het functioneren van ons land, en zodat regio’s elkaar versterken. Dat lukt alleen als we samen aan de slag gaan, de bijdrage van elke regio is cruciaal bij het oppakken van alle opgaven in de fysieke leefomgeving. Deze opgaven vragen om een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte met een balans tussen lusten en lasten. Daarom hanteren we drie leidende principes in deze Nota Ruimte: 1. Meervoudig ruimtegebruik: Ruimte is schaars en waardevol. We zoeken waar het kan naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. 2. Gebiedskenmerken centraal: We beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal en regionaal passende oplossingen. 3.
Zoveel mogelijk voorkomen van afwentelen: We schuiven problemen niet zonder meer door naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten.
Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte | 1
Ondanks de grote opgaven de komende dertig jaar zullen we de kaart van Nederland op hoofdlijnen niet ingrijpend hertekenen. Maar op ooghoogte zal blijken dat er in 2050 wel degelijk grote veranderingen hebben plaatsgevonden in de inrichting van de leefomgeving: de wijze waarop we met water en bodem omgaan, hoe landbouw en natuur het landschap vormen, plekken waar innovatieve bedrijvigheid bloeit, de inrichting van openbare ruimten en de manier waarop en plekken waar we huizen bouwen. Nederland zal er anders uitzien en tegelijkertijd nog steeds herkenbaar dankzij de inpassing van ons cultureel erfgoed – van onze kastelen tot naoorlogse gebouwen en van onze molens tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Door de juiste en samenhangende keuzes te maken kunnen we verrommeling tegengaan en ruimtelijke kwaliteit toevoegen. Zodat Nederland ook in 2050 één van de krachtigste en meest dynamische delen van Europa is. Met aantrekkelijke regio’s, dorpen en steden, die Nederlanders een plek bieden om te leven, te leren en te ondernemen. Het is een Nederland dat werkt. Een mooi Nederland bovendien.
Vier integrale thema’s naar 2050 De schaarste aan ruimte en het feit dat oplossingen steeds meer vragen om combinaties, dwingen ons om dwarsverbanden te leggen tussen opgaven. Om verder te kijken dan het lokale, naar het nationale en internationale schaalniveau. Om keuzes voor de korte termijn te verbinden met richtingen voor de lange termijn. In de Nota Ruimte brengen we daarom in vier integrale thema’s de sterkst op elkaar betrokken sectorale onderwerpen met elkaar in verbinding en maken we voor heel Nederland de nationale keuzes in samenhang: Wonen, werken en bereikbaarheid , Economie en energie, Landbouw en natuur en Water en bodem . De vier thema’s kennen een eigen interne logica, maar hangen ook weer met elkaar samen, zodat ze gecombineerd richting geven aan de ontwikkeling van ons land.
Belangrijke keuzes per thema voor nu, straks en later Wonen, Werken en Bereikbaarheid Richting 2050 willen we meer balans brengen in de ontwikkeling van ons land door de kracht en mogelijkheden van de verschillende Nederlandse regio’s zo goed mogelijk te benutten. Dat kan alleen als ze aantrekkelijk en herkenbaar blijven voor hun inwoners. Binnen die regio’s streven we naar nabijheid van wonen, werken en voorzieningen met goede bereikbaarheid en kwaliteit van groen in en om de stad. Elke regio heeft eigen kenmerken, opgaven, ambities en bijbehorende ontwikkelmogelijkheden. Voor de kortere termijn voeren we gemaakte afspraken voor bijvoorbeeld woningbouw uit. Voor de langere termijn willen we met alle regio’s werken aan onderscheidende ontwikkelrichtingen. Deze vragen allemaal om een actieve rol van de Rijksoverheid, in samenwerking met regio’s, provincies en gemeenten. Dankzij goede verbindingen binnen Nederland en richting het buitenland versterken alle regio’s elkaar straks en vullen ze elkaar aan. Binnen regio’s vormen stedelijke knooppunten van weg en spoor plekken waar wonen, werken en publiekstrekkende voorzieningen zich concentreren. Zo benutten we bestaande infrastructuur en maken we het efficiënt uitbreiden ervan mogelijk. Uiteindelijk komen alle ruimtelijke ambities samen in de directe leefomgeving.
De keuzes die daar in plannen en projecten worden gemaakt, moeten zorgen voor het verbeteren van de leefomgevingskwaliteit. Juist hier liggen de kansen voor het combineren van functies en innovatieve oplossingen en voor het toekomstbestendig maken van het bestaand stedelijk gebied door verduurzaming, herstructurering, verdichting, de aanpak van de openbare ruimte en klimaatadaptatie.
2 | Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte
•
We kiezen voor de zogenoemde VISTA-strategie voor regionale ontwikkeling: – Versterken: Aansluiten op autonome economische ontwikkeling, woningbouw naar eigen behoefte, versterken kleine kernen (Regio’s Noord-Holland-Noord, Zeeland, Groene Hart, Rivierenland, Achterhoek, omgeving Harderwijk-Zeewolde, Zuidoost-Drenthe, Noordoostpolder en Friesland) – Initiëren: Randvoorwaarden op orde brengen. Economische ontwikkeling aanjagen, daarna meer woningbouw (Regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg) – Stimuleren: Woningbouw in combinatie met stimuleren economie, groen, voorzieningen en bereikbaarheid groeien mee (Regio’s Zwolle, Lelystad, Stedendriehoek Apeldoorn-Zutphen-Deventer, Arnhem-Nijmegen, Brabantse Stedenrij, Noord- en Midden-Limburg) – Transformeren: Toekomstbestendig maken van het ruimtelijk-economisch systeem van de Zuidelijke Randstad – Accommoderen: aansluiten bij hoge economische dynamiek, selectief ruimtegebruik, (betaalbare) woningbouw, groen, voorzieningen en infrastructuur groeien mee (Regio’s Amsterdam, Utrecht en Eindhoven)
•
We gaan het woningtekort te lijf door nieuwe nationale en regionale grootschalige woningbouwlocaties aan te wijzen. Dat doen we op plekken waar de vraag nu al groot is, maar ook in regio’s waar we kansen zien voor nieuwe economische ontwikkeling. En we kiezen locaties slim: goed ontsloten met auto en openbaar vervoer en in en direct tegen bestaand bebouwd gebied. Aan de huidige 17 grootschalige woningbouwgebieden voegen we 4 nieuwe grootschalige locaties toe met nationale regie: Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede. We wijzen regionale grootschalige woningbouwlocaties aan in metropoolkernen, centrumsteden en regiokernen. Bij de keuze en ontwikkeling van deze locaties moet het bevoegd gezag altijd de integrale ruimtelijke afwegingen maken, zoals in deze Nota Ruimte wordt bedoeld ten aanzien van (de belangen van) o.m. water en bodem, economie waaronder bedrijventerreinen, infrastructuur of landbouwgrond. Doel: woningen realiseren met zoveel mogelijk behoud van bedrijvigheid en bedrijventerreinen, ruimtelijke kwaliteit en vitale functies voor de stad. En waar nodig bedrijventerreinen compenseren die worden getransformeerd. We stimuleren de ontwikkeling van kleinschalige en middelgrote woningbouwlocaties (waaronder ‘straatje erbij’ en ‘straatje erin’) in gebieden met een beperkte woningbehoefte, aanvullend op de bestaande voorraad.
Daarnaast kan in heel Nederland een wijkje erbij (tot 100 woningen) binnen of aansluitend op een bestaande kern worden gerealiseerd, passend in de ruimtelijke context. We gebruiken woningbouw en economische ontwikkeling om bestaande steden en hun regio’s sterker en toekomstbestendig te maken. Wat er al is benutten we zo goed mogelijk en laten we meeprofiteren van wat er nieuw bijkomt. Honderdduizenden nieuwe woningen en banen vragen om het op peil houden van de bereikbaarheid, en dus om nieuwe grootschalige infrastructuur. Die zetten we in deze Nota op de kaart. We maken een uitvoeringsstrategie waarin we onderzoeken hoe we de aanleg van die infrastructuur kunnen bekostigen.
•
• •
•
•
•
•
Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte | 3
Economie en Energie In deze onzekere tijden zijn economische kracht en strategische autonomie belangrijker dan ooit. Net als het vergroten van de veiligheid en weerbaarheid voor dreiging van buitenaf. We streven naar een brede en gevarieerde economische basis die voorziet in basisbehoeften van Nederlanders en bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa als geheel. We zijn zuinig op de bestaande (bedrijven-)terreinen en willen deze behouden voor de economie en energie. We zetten in op het beschermen, benutten en verder ontwikkelen van de bestaande corridors van weg, spoor en waterwegen en van plekken waar productie en overslag plaatsvindt. We geven prioriteit aan de forse uitbreiding en verzwaring van de energie-infrastructuur omdat dit een belangrijke randvoorwaarde is voor andere ontwikkelingen. In de energie-intensieve industrieclusters van nationaal belang krijgen haven- en industriële functies en energiefuncties voorrang. We verduurzamen, beschermen en versterken de clusters door het beter benutten van de ruimte, specialisatie en strategische uitbreiding. We benutten de ruimte op de Noordzee zo goed mogelijk voor onder meer windenergie, scheepvaart en kabels voor energie en data, in goede balans met onder meer de natuur en visserij. •
•
• •
Om te voorzien in voldoende energie en locaties voor industrie, het verwerken van grondstoffen en defensie zullen we de schaarse ruimte voor bedrijvigheid niet alleen zo goed mogelijk moeten benutten, maar ook zoveel mogelijk beschermen en waar nodig uit te breiden of te compenseren. Samen met de regio’s gaan we werken aan het versterken van de regionale economie en het beter benutten van de regionale kansen voor energie. We kijken hoe iedere regio op basis van eigen kracht kan bijdragen aan een sterk Nederland. We zullen als Rijk deze ontwikkeling ondersteunen door gericht bij te dragen aan de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Onder meer met infrastructuur voor energie en vervoer van goederen en grondstoffen. We nemen als Rijk specifiek meer regie op de nationale energie-intensieve industrieclusters en leggen de ruimtelijke en milieucontouren vast. Deze clusters zijn van groot belang voor onze economische ontwikkeling en voor de energietransitie.
Ruimte voor vrede en veiligheid Bij een sterk Nederland hoort ook ruimte voor defensie. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) zijn dertien behoeftes opgenomen waarvoor een volledig nieuwe locatie nodig is – de zogenoemde bovenregionale behoeftes – en 44 behoeftes waarbij het gaat om fysieke uitbreiding van bestaande defensieterreinen en/of de borging van uitbreiding van activiteiten op bestaande terreinen via vergunningen of andere planologische inpassing – de zogenoemde locatiespecifieke behoeftes. In december 2025 neemt het kabinet een definitief besluit over de voorkeurslocaties en –alternatieven. Bij de afweging van haar ruimtelijke opgaven in het NPRD heeft Defensie gezocht naar koppelkansen met andere ruimtelijke opgaven en met het creëren van vitaliteit in de regio, onder meer door het bieden van werkgelegenheid.
4 | Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte
Landbouw en Natuur De Nederlandse landbouw is onmisbaar is voor voedselzekerheid, de leefbaarheid van het landelijk gebied en de instandhouding van onze waardevolle cultuurlandschappen. We vinden het van belang om perspectief te bieden voor de toekomst, in goede balans met het natuurlijk systeem en de veranderende condities van het water- en bodemsysteem. Een robuuste en veerkrachtige natuur is essentieel voor een gezonde en veilige leefomgeving, voedselproductie en drinkwatervoorziening. We leveren minimaal de inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening te voldoen. Daarom zullen we voor het ontwikkelen van een robuust natuursysteem naast het herstel van de bestaande natuurgebieden ook meer inzetten op het combineren van natuurontwikkeling met andere opgaven en functies. •
•
•
•
•
We gaan zorgvuldig om met het onttrekken van landbouwgrond voor andere functies. Er komt een afwegingskader voor het onttrekken van landbouwgrond, waarbij (mede)overheden eerst naar de mogelijkheden kijken om functies te combineren of naar de mogelijkheid om grond met andere functies beschikbaar te stellen. Dit kader wordt vastgelegd in bestuurlijke afspraken met (mede)overheden, zonder juridische borging en met beperkte bureaucratische lasten. Boeren, tuinders en natuurbeheerders zullen door veranderende condities als gevolg van onder andere klimaatverandering steeds meer rekening moeten houden met het water- en bodemsysteem en het landgebruik daaraan moeten aanpassen om toekomstbestendig te kunnen blijven. Alleen dan krijgen we een houdbaar systeem voor de toekomst. Omdat de vraagstukken overal weer anders zijn, is het cruciaal dat dit gebiedsgericht en met kennis uit de gebieden gebeurt. In gebieden waar veel opgaven samenkomen, zal de landbouw bijdragen aan het versterken van natuur en landschap, het verbeteren van de waterkwaliteit, hydrologie en het halen van klimaatdoelen. Dit kan onder meer het geval zijn rond de Natura 2000-gebieden, in de veenweidegebieden, in de beekdalen en in de grondwaterbeschermingsgebieden.
Dat is maatwerk per gebied en de uitwerking hiervan doen we gezamenlijk met de medeoverheden en met betrokkenheid van partijen uit een gebied waaronder de agrariërs. We zetten in op een blijvend sterke en innovatieve glastuinbouwsector die klimaatneutraal en circulair produceert. Daarbij zetten we zoveel mogelijk in op ontwikkeling via intensivering, innovatie en clustering in de bestaande greenports en clustergebieden. We gaan uit van bestaande afspraken over het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en de Bossenstrategie. Een extra ruimtelijke opgave voor de Bossenstrategie wordt zoveel mogelijk beperkt door in te zetten op omvorming (revitalisering), uitbreiding binnen NNN en in te zetten op groenblauwe dooradering. Naast het herstel van de bestaande natuurgebieden zullen we ook veel meer natuurontwikkeling combineren met andere opgaven. Denk dan aan natuurontwikkeling in combinatie met ruimte voor de rivieren en voor defensie of het ontwikkelen van groen in en om de stad.
Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte | 5
Water en Bodem Nederland leeft al eeuwen met het water. En dat blijven we doen. Daarvoor maken we de noodzakelijke keuzes op nationaal niveau. Om de waterveiligheid en zoetwatervoorziening te garanderen, maken we ons water- en bodemsysteem toekomstbestendig: onze duinen, dijken, grote rivieren, kanalen en de zoetwaterbuffers in het IJsselmeer, het Markermeer en het Volkerak-Zoommeer. Rond het hoofdwatersysteem reserveren we voldoende ruimte voor versterking van waterkeringen en waterafvoer en waterberging. Regionaal zien we verschillende stapelingen van water- en bodemopgaven, die in samenhang moeten worden opgepakt. Regio’s zijn straks niet zonder meer verzekerd van aanvoer van voldoende zoetwater van buiten. Daarom wordt in de regio vraag en aanbod van zoetwater meer in balans gebracht. Dat gaat hand in hand met verbeteren van de bodem, zodat ook de landbouw blijvend over voldoende water en goede bodemcondities kan beschikken. Rekening houden met water en bodem krijgt voor een groot deel vorm in de directe leefomgeving met bijvoorbeeld meer ruimte voor groen en water in steden en dorpen en groenblauwe dooradering in het landschap. •
•
•
•
•
•
We reserveren ruimte rond de grote rivieren en de grote wateren. Zodat we dijken kunnen verhogen en hoogwater geen grote schade veroorzaakt. Maar ook om onze nationale zoetwatervoorraad in het IJsselmeer te behouden en te vergroten. Er wordt geen nieuwe bebouwing meer toegestaan in de uiterwaarden die vallen onder de Beleidsregels Grote Rivieren (BGR). Tijdelijke functies of passende functiecombinaties, zoals voor energie-infrastructuur, kunnen onder voorwaarden wel toegestaan worden. Hierdoor wordt voorkomen dat toekomstige rivierverruimingen of dijkversterkingen niet onnodig duur of zelfs onmogelijk worden gemaakt. Voor onze zoetwatervoorziening en waterveiligheid is het van belang dat de huidige zoetwater voorraad en de waterbergingscapaciteit van het IJsselmeer en het Markermeer niet te veel wordt verkleind en dat er kansen worden verkend voor het vergroten van de buffercapaciteit. Terughoudend zijn met landaanwinning en buitendijks bouwen is daarom geboden. Binnendijks wat binnendijks kan. Tegelijkertijd zijn woningbouw-initiatieven langs de randen van de meren mogelijk. De huidige regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bieden hiervoor de kaders aan gemeenten. Tegelijk maken we regio’s meer verantwoordelijk voor hun eigen zoetwatervoorziening door meer water vast te houden, te bergen en te besparen.
Zodat we woningen en bedrijven van zoetwater kunnen voorzien en grote nieuwe watervragers op een geschikte locatie terechtkomen. Op basis van regionale kennis van het water- en bodemsysteem zullen we met de regio’s strategieën ontwikkelen die zorgen voor verbetering van het water- en bodemsysteem, rekening houden met de veranderende omstandigheden en tegelijkertijd invulling geven aan de grote maatschappelijke opgaven. De inrichting van de directe leefomgeving zal ook veranderen. Met ruimte voor wateropvang en meer groen. Zodat we lokaal voorbereid zijn op extremer weer.
6 | Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte
Nota Ruimte: bindende visie op onze leefomgeving De Ontwerp-Nota Ruimte wordt dit najaar samen met de planMER (Milieu Effect Rapportage) en de passende beoordeling ter inzage gelegd. Eenieder kan een zienswijze indienen over het ontwerp, de planMER en de passende beoordeling. Daarbij worden provincies, gemeenten, waterschappen en de overheden van de ons omringende landen (Engeland, België, Duitsland en Denemarken) in het bijzonder in de gelegenheid gesteld om te reageren op de Ontwerp-Nota Ruimte. Ook worden wettelijke adviseurs zoals de Commissie voor de milieueffectrapportage (commissie mer), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het College van Rijksadviseurs (CRa) om advies gevraagd. De ontvangen zienswijzen en adviezen worden verzameld en betrokken bij het opstellen van de definitieve Nota Ruimte. De indieners van de zienswijzen krijgen na vaststelling van de nieuwe Nota Ruimte een reactie in de vorm van een Nota van Antwoord. De Nota Ruimte zal na definitieve vaststelling de huidige Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vervangen. Het betreft dan – onder de Omgevingswet – een voor het Rijk bindende nationale omgevingsvisie. Met de Omgevingswet wil het Rijk het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving beter met elkaar in balans brengen.
Uitvoering richting 2050 Parallel aan het realiseren van de definitieve Nota Ruimte stellen we een uitvoeringsagenda op. Daarin wordt vastgelegd hoeveel middelen nodig zijn, wie welke kosten draagt en hoe we ervoor zorgen dat de uitvoering betaalbaar en haalbaar blijft. Om de beleidsdoelstellingen uit de Nota Ruimte te realiseren zullen de keuzes worden uitgewerkt in lopende en nieuwe programma’s, projecten en – indien nodig om een nationaal belang te borgen – in regels die direct doorwerken in provinciale omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen, projectbesluiten of omgevingsplannen. Daarbij laten we voldoende ruimte en mogelijkheden voor decentrale afwegingen en gebiedsspecifieke oplossingen. Intussen maakt het Rijk al afspraken met de provincies over de uitvoering van hun ruimtelijke plannen. Zo zijn er Ruimtelijke Arrangementen per provincie in de maak en worden plannen ontwikkeld voor de 16 NOVEX-gebieden waar complexe opgaven spelen, zoals North Sea Port District in Zeeland en de Peel in Brabant. In deze gebieden voeren Rijk en regio zo gezamenlijk regie.
Samenvatting Ontwerp-Nota Ruimte | 7