Raadsvoorstel Financiele verordening 2026 (862235).pdf
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Zaaknummer: Documentnummer: Indiener: College Datum: 17-12-2025 Portefeuille(s): Financiën Portefeuillehouder(s): S.J. Lap Begrotingsprogramma: 0 t/m 8 Onderwerp Financiële verordening 2026 Te besluiten om 1. De spelregels in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie nader te duiden; Hiervoor, 2. De afwijkingen tussen begroting na wijziging en realisatie afzonderlijk voor de lasten en baten toe te lichten: A. Op pakket of taakveld niveau: I. Vanaf € 150.000, of II. Bij taakvelden of pakketten begroot kleiner dan € 150.000 vanaf € 75.000; B. De individuele afwijkingen: I. Vanaf € 75.000, of II. Bij taakvelden of pakketten begroot kleiner dan € 150.000 vanaf € 50.000; 3. Het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten vanaf € 75.000 afzonderlijk te specificeren; 4. De berekening van de begrotingspost Eenmalig onvoorzien vast te stellen op basis van € 2 per inwoner, waarbij de omvang per 1.000 inwoners wordt bepaald; 5. De begroting na wijzigingen als uitgangspunt te hanteren voor de rechtmatigheidsverantwoording; Daarop, 6. De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2026 vast te stellen. Inleiding De gemeente werkt met financiële spelregels zoals opgenomen in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (verder: Financiële verordening).
Deze spelregels moeten voldoen aan wet- en regelgeving, duidelijk en uitvoerbaar zijn. De Financiële verordening is naast de Gemeentewet en Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) de basis voor de inhoud van de planning- en control documenten. De voorliggende aanpassingen zijn noodzakelijk om aan te sluiten op wet- en regelgeving geldend in 2025 waarop de accountant controleert en geven nadere duiding aan de Drontense financiële spelregels en de rapportering hiervan in 2026.
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
Argumenten
1.1 De raad geeft uitvoering aan wet- en regelgeving. De raad is op grond van de artikelen 147 en 149 van de gemeentewet bevoegd verordeningen vast te stellen. Op basis van artikel 212 van de Gemeentewet is de raad verplicht een Financiële verordening vast te stellen. Door uitvoering te geven hieraan geeft de raad invulling aan zijn kaderstellende rol ten aanzien van het financiële beleid, beheer en de inrichting van de financiële organisatie.
2.1 De grenzen worden vastgesteld. In de jaarstukken wordt jaarlijks bij elk programma aangegeven vanaf welk bedrag de afwijkingen worden toegelicht. Dit was tot op heden niet opgenomen in de Financiële verordening als spelregel. In het verleden is gekozen om diverse toelichtingen per bedrag gelijk te houden voor afwijkingen voor getrouwheid en rechtmatigheid. Door de aanpassing van de BBV, BADO en de gemeentelijke richtlijn voor de rechtmatigheidsverantwoording in de paragraaf Bedrijfsvoering, wordt voorgesteld om een afwijking in pakket of taakveld (afhankelijk wat het uitgangspunt is van de Programmabegroting) vanaf € 150.000 toe te lichten. Om kleinere pakketten niet volledig uit te sluiten wordt bij pakketten met een begroting kleiner dan € 150.000 vanaf een afwijking van €75.000 toegelicht. Indien van belang worden kleinere bedragen toegelicht. De afwijking geldt voor lasten en baten afzonderlijk. Als voldaan wordt aan het eerste criterium van afwijking op pakket of taakveld dan worden de afwijkingen vanaf € 75.000 per onderdeel toegelicht. Bij kleinere taakvelden of pakketten wordt € 50.000 als grens aangehouden. Bij de Jaarstukken 2024 werd op pakket niveau € 75.000 gehanteerd en op individuele afwijkingen vanaf € 50.000.
Met deze aanpassing wordt verondersteld dat de lezer van de jaarstukken op totaal niveau een goed beeld kan vormen van de afwijkingen gezamenlijk met de fouten en onrechtmatigheden in relatie tot de totale omvang van de begroting. 3.1 We tonen wat belangrijk is. De BBV stelt in artikel 19 dat de incidentele baten en lasten in de Programmabegroting en Jaarstukken als overzicht getoond moeten worden. Hierbij is het vereiste dat ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk gespecificeerd worden en dat de rest als overig getoond mag worden. Als gemeente passen wij dit toe. Om aan te sluiten op de andere grenzen wordt voorgesteld om het drempelbedrag van € 25.000 te verhogen naar € 75.000. Belangrijke bedragen, waaronder amendementen of andere politiek gevoelige onderwerpen onder de € 75.000 worden alsnog afzonderlijk gespecificeerd.
4.1 De begrotingspost eenmalig onvoorzien groeit met de omvang van de gemeente. De begrotingspost eenmalig onvoorzien is een middel dat het college in kan zetten om incidentele onvoorziene zaken alsnog op te nemen. In artikel 4 van de geldende Financiële verordening is geregeld tot welk bedrag per keer een beroep kan worden gedaan op de middelen. De basis van de hoogte van de begrotingspost echter niet. In de Financiële verordening 2026 wordt voorgesteld om de hoogte te koppelen aan het aantal inwoners in de gemeente Dronten. Hiermee groeit de omvang van de post “Eenmalig onvoorzien” met de omvang van de gemeente (in aantallen) en de begroting richting de toekomst. Voorgesteld wordt om het uitgangspunt op te nemen dat de basis € 2 per inwoners is en dat de aanpassing in de begroting per 1.000 inwoners wordt toegepast. De twee euro is de huidige basis van de opbouw van de begrotingspost eenmalig onvoorzien. Door handhaving van de twee euro blijft de begrotingsdruk beperkt. Daarnaast blijkt uit de benutting van afgelopen jaren dat de post van voldoende omvang is, waardoor
een grote stijging niet noodzakelijk is. De aanpassing zal voor het eerst in de Programmabegroting 2027 worden toegepast. Per heden telt gemeente Dronten in duizendtallen 45.000 inwoners. Dit komt dan neer op een begrotingspost eenmalig onvoorzien van € 90.000.
5.1 Uitgangspunt van de rechtmatigheidsverantwoording doet recht aan raadsbesluiten. De rechtmatigheidsverantwoording is een verklaring die door het college opgesteld en afgegeven wordt. Onderdeel hiervan is de begrotingsrechtmatigheid. De begrotingsrechtmatigheid geeft aan hoe de gemeente is omgegaan met het budgetrecht van de raad. In artikel 11 van de Financiële verordening wordt geregeld wat het vertrekpunt is voor de rechtmatigheidsverantwoording en welke (lasten)overschrijdingen geaccepteerd worden. Opgenomen was dat de vastgestelde primitieve begroting (stand Programmabegroting) als uitgangspunt wordt gehanteerd en dat tussentijdse aanpassingen met raadsvoorstellen (bijvoorbeeld tussentijdse rapportages) onrechtmatig, maar acceptabel zijn. Met de aanpassing wordt het uitgangspunt aangepast van primitieve begroting naar begroting na wijzigingen. Dit komt neer op de primitieve begroting inclusief de door de raad vastgestelde aanpassingen.
6.1 We passen de wet- en (lokale)regelgeving toe. Artikel 9 lid 2 wordt aangepast om aan te sluiten op artikel 58b lid 4 BBV en artikel 4 lid 3 van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO). De BBV en BADO zijn in 2025 aangepast, waarbij de aanpassing direct van toepassing is op de controle van boekjaar 2025. De accountant past bij de controle van boekjaar 2025 op basis van de BADO een materialiteit (grensbedrag voor controleverklaring) toe van 2% van de lasten exclusief de dotatie aan reserves voor fouten en onzekerheden. Voorheen was dit 1% van de lasten inclusief de dotaties aan reserves voor fouten en 3% voor onzekerheden. In artikel 9 lid 3 wordt de grens voor de toelichting van onrechtmatigheden aangepast naar € 150.000. De aanpassingen in zowel artikel 9 lid 2 als lid 3 zijn met het Controle protocol 2025-2026 door de raad op 25 september 2025 vastgesteld.
6.2 De verordening is bruikbaar in het heden en toekomstbestendig. De Financiële verordening 2026 zal op 1 januari 2026 in werking treden, waarbij de artikelen 9 en 11 terug werken tot en met 1 januari 2925. Die terugwerkende kracht is noodzakelijk, omdat de Jaarstukken 2025, de accountantscontrole hiervan en de rechtmatigheidsverantwoording over 2025 nog plaats moeten vinden en de BBV en BADO op dit punt al gewijzigd zijn. Kanttekeningen
1.1 De rechtmatigheidsverklaring lijkt bij het startpunt positiever. De rechtmatigheidsverklaring blijft onveranderd zoals is voorgeschreven. Wel zal de hoogte van de bruto-onrechtmatigheden afnemen doordat de basis van de beoordeling van de afwijkingen niet vanaf de primitieve begroting worden bepaald maar vanaf de begroting inclusief wijzigingen op basis van raadsbesluiten. De zogenaamde begroting na wijzigingen. Het heeft geen effect op de netto-onrechtmatigheden, hiervoor blijven dezelfde criteria van toepassing. De netto-onrechtmatigheden zijn alle onrechtmatigheden die meegewogen worden in de rechtmatigheidsverklaring. Vervolg De verordening treedt in werking op 1 januari 2026. De artikelen 9 en 11 van de verordening werken terug tot en met 1 januari 2025 en worden toegepast op de Jaarstukken 2025 welke medio 2026 aan de raad aangeboden wordt.
Bijlagen Bijlage(n) bij dit voorstel: 1. Verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2026 (#862266); 2. Was en wordt lijst Financiële verordening 2026 (#899468).
De Secretaris,
De Burgemeester,